Aanhef
Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Lingewaard;
Gelet op:
-artikel 4:81 en 4:83 van de Algemene wet bestuursrecht;
-artikel 2 en 3 van de Tijdelijke wet opvang ontheemden Oekraïne;
-artikel 2a, 2b, 6, 7, 8, 10, 11, 12 en 13 van de Regeling opvang ontheemden Oekraïne;
Overwegende dat het gewenst is beleidsregels vast te stellen over de verstrekking van leefgeld, de oplegging van een eigen bijdrage, de vergoeding van buitengewone kosten en de handhaving van deze verstrekkingen;
BESLUIT:
vast te stellen de Beleidsregels ontheemden Oekraïne gemeente Lingewaard 2026
Artikel 1 – Begripsbepalingen
1Alle begrippen die in deze beleidsregels worden gebruikt en die niet nader worden omschreven hebben dezelfde betekenis als in de:
-Tijdelijke wet opvang ontheemden Oekraïne;
-Regeling opvang ontheemden Oekraïne;
-Algemene wet bestuursrecht.
2In deze beleidsregels wordt verstaan onder:
a.Belanghebbende: de ontheemde die in Nederland verblijft op grond van de Richtlijn Tijdelijke Bescherming;
b.Leefgeld: een financiële toelage als bedoeld in de Regeling opvang ontheemden Oekraïne;
c.Buitengewone kosten: noodzakelijke kosten die vanwege hun aard of hoogte niet uit het leefgeld of eigen middelen kunnen worden voldaan en die worden beoordeeld overeenkomstig het gemeentelijk beleid inzake bijzondere bijstand;
d.Eigen bijdrage: een bijdrage in de kosten van de gemeentelijke opvang;
e.Inkomsten: inkomsten uit arbeid, uitkering of overige middelen waarover de belanghebbende redelijkerwijs kan beschikken. Pensioen wordt hierbij niet als inkomen aangemerkt;
f.Huishouden: een alleenstaande volwassene, of een stel (gehuwd of ongehuwd samenwonend) met eventueel hun minderjarige kinderen. Iedere meerderjarige vormt een zelfstandig huishouden;
g.Gemeentelijke opvang: een opvangvoorziening verzorgd door of namens de gemeente Lingewaard;
h.Particuliere opvang: een opvangvoorziening bij een particulier.
Artikel 2 – Aanvraag leefgeld of vergoeding buitengewone kosten
1Het college verstrekt op aanvraag van de belanghebbende leefgeld of een vergoeding voor buitengewone kosten.
2De aanvraag kan namens de belanghebbende worden gedaan door een daartoe gemachtigde persoon of hulpverlenende instantie.
3Een aanvraag wordt ingediend via het daartoe bestemde (digitale) formulier.
Artikel 3 – Recht op leefgeld
1Recht op leefgeld bestaat voor de belanghebbende die:
a.in de gemeente Lingewaard staat ingeschreven in de Basisregistratie Personen;
b.verblijft in gemeentelijke of particuliere opvang; en
c.beschikt over inkomsten lager dan 115% van het toepasselijke leefgeld.
2Geen recht op leefgeld bestaat voor de belanghebbende die:
a.verblijft in een zelf gehuurde of gekochte woning;
b.inkomsten heeft gelijk aan of hoger dan 115% van het toepasselijke leefgeld;
c.niet (langer) onder de Richtlijn Tijdelijke Bescherming valt;
d.rechtens de vrijheid is ontnomen.
3Indien het inkomen lager is dan 115% van het toepasselijke leefgeld, wordt het leefgeld aanvullend verstrekt zodat het totale inkomen maximaal 115% van het toepasselijke leefgeld bedraagt.
4Het college kan het recht op leefgeld ambtshalve vaststellen.
Artikel 4 – Ingangsdatum leefgeld
1Het leefgeld wordt toegekend met ingang van de eerste dag van de maand volgend op de datum waarop een volledige aanvraag is ingediend of waarop het recht ambtshalve is vastgesteld, mits de belanghebbende is ingeschreven in de Basisregistratie Personen.
2In afwijking van het eerste lid kan het leefgeld met terugwerkende kracht worden toegekend tot maximaal één maand voorafgaand aan de datum van indiening van een volledige aanvraag of de datum van ambtshalve vaststelling, met dien verstande dat geen leefgeld wordt toegekend over een periode waarin de belanghebbende nog niet feitelijk verbleef in de gemeente Lingewaard in het kader van de Regeling opvang ontheemden Oekraïne.
3Van een volledige aanvraag is in ieder geval sprake indien de belanghebbende beschikt over een burgerservicenummer en is ingeschreven in de Basisregistratie Personen.
Artikel 5 – Hoogte en betaling leefgeld
1De hoogte van het leefgeld wordt vastgesteld conform de Regeling opvang ontheemden Oekraïne.
2Het leefgeld wordt maandelijks uitbetaald op een Nederlandse bankrekening of, indien dit (nog) niet mogelijk is, via een door de gemeente beschikbaar gesteld betaalmiddel.
Artikel 6 – Opschorting en intrekking leefgeld
1Het college kan het recht op leefgeld opschorten indien de belanghebbende:
a.niet voldoet aan de inlichtingenplicht;
b.gevraagde bewijsstukken niet of niet tijdig verstrekt;
c.anderszins onvoldoende medewerking verleent aan het vaststellen van het recht op leefgeld.
2De opschorting wordt beëindigd zodra de belanghebbende de gevraagde informatie alsnog binnen de door het college gestelde redelijke hersteltermijn verstrekt.
3Het college kan het recht op leefgeld intrekken indien de belanghebbende:
a.inkomsten heeft die gelijk zijn aan of hoger zijn dan 115% van het toepasselijke leefgeld;
b.onjuiste of onvolledige informatie heeft verstrekt;
c.de opvang verlaat of daarin niet langer verblijft;
d.zich ernstig misdraagt jegens medebewoners of personeel;
e.na opschorting niet binnen de gestelde redelijke hersteltermijn voldoet aan het verzoek om informatie.
4Indien een meerderjarige belanghebbende die deel uitmaakt van een gezin niet langer voldoet aan de voorwaarden, wordt het leefgeld beëindigd voor het gehele gezin.
5Indien er twijfel bestaat over het feitelijk verblijf van de belanghebbende in de opvang, kan het college het recht op leefgeld opschorten in afwachting van een nader onderzoek, waaronder een adresonderzoek.
Artikel 7 – Vergoeding buitengewone kosten
1Het college kan een vergoeding verstrekken voor buitengewone kosten indien:
a.de kosten noodzakelijk zijn;
b.deze niet uit het leefgeld, het inkomen of het vermogen van de belanghebbende kunnen worden voldaan;
c.geen beroep kan worden gedaan op een andere voorliggende voorziening.
2De noodzaak van de kosten wordt beoordeeld overeenkomstig het gemeentelijk beleid inzake bijzondere bijstand, voor zover daarvan in deze beleidsregels niet wordt afgeweken.
3Gelet op de afwijkende woonlastensituatie van ontheemden wordt bij de beoordeling van de draagkracht uitgegaan van een inkomensgrens van maximaal 115% van het toepasselijke leefgeld.
4Van de belanghebbende wordt verwacht dat hij eerst een beroep doet op de eigen financiële middelen alvorens een aanvraag in te dienen.
5Geen vergoeding voor buitengewone kosten wordt verstrekt indien de belanghebbende beschikt over een vermogen dat hoger is dan het bedrag gelijk aan één maand leefgeld dat van toepassing is op het betreffende huishouden.
6Het college kan geheel of gedeeltelijk afwijken van het bepaalde in het derde lid indien bijzondere omstandigheden daartoe aanleiding geven.
7De hoogte van de vergoeding wordt vastgesteld op de werkelijke kosten of op een naar redelijkheid te bepalen tegemoetkoming.
8De vergoeding kan worden beëindigd indien de noodzaak voor de kosten is komen te vervallen.
Artikel 8 – Eigen bijdrage
1Het college legt een eigen bijdrage op aan de meerderjarige belanghebbende die verblijft in gemeentelijke opvang en beschikt over in aanmerking te nemen inkomsten.
2Geen eigen bijdrage wordt opgelegd indien het inkomen na betaling van de eigen bijdrage lager uitkomt dan 115% van het toepasselijke leefgeld.
3De hoogte van de eigen bijdrage wordt vastgesteld conform de Regeling opvang ontheemden Oekraïne.
4De eigen bijdrage is maandelijks verschuldigd.
Artikel 9 – Beëindiging eigen bijdrage
De eigen bijdrage is niet langer verschuldigd indien de belanghebbende:
a.niet langer in de gemeentelijke opvang verblijft en niet meer staat ingeschreven in de Basisregistratie Personen; of
b.geen in aanmerking te nemen inkomsten meer heeft.
Artikel 10 – Inlichtingenplicht
1De belanghebbende is verplicht het college onverwijld, vooraf en uit eigen beweging te informeren over alle feiten en omstandigheden waarvan hem redelijkerwijs duidelijk moet zijn dat deze van invloed kunnen zijn op het recht op leefgeld, de eigen bijdrage of de vergoeding van buitengewone kosten.
2Hieronder wordt in ieder geval verstaan informatie over:
-inkomsten en wijzigingen daarin;
-samenstelling van het huishouden (inclusief het bereiken van de volwassen leeftijd van één van de kinderen);
-verblijfplaats;
-het tijdelijk of definitief verlaten van de opvang.
3De belanghebbende verstrekt desgevraagd alle medewerking en bewijsstukken die noodzakelijk zijn voor de uitvoering van deze beleidsregels.
4Het college kan gebruikmaken van landelijke gegevensbronnen, waaronder Suwinet, voor de controle op de rechtmatigheid van verstrekkingen.
Artikel 11 – Voorkomen van misbruik en oneigenlijk gebruik
1Het college verricht onderzoek ter voorkoming en bestrijding van misbruik en oneigenlijk gebruik van verstrekkingen.
2Indien wordt vastgesteld dat een verstrekking ten onrechte of tot een te hoog bedrag is verleend als gevolg van het verstrekken van onjuiste of onvolledige informatie of het niet nakomen van de inlichtingenplicht, kan het college het besluit herzien of intrekken.
Artikel 12 – Terugvordering
1Het college vordert leefgeld, vergoedingen en eigen bijdragen terug voor zover deze ten onrechte of tot een te hoog bedrag zijn verstrekt.
2Indien leefgeld, vergoedingen of eigen bijdragen ten onrechte zijn verstrekt, wordt teruggevorderd van de ontheemde aan wie de verstrekking is toegekend.
3Het college kan geheel of gedeeltelijk van terugvordering afzien indien daarvoor dringende redenen aanwezig zijn.
Artikel 13 – Invordering
1Het college start de invordering van ten onrechte ontvangen leefgeld en vergoedingen voor buitengewone kosten na bekendmaking van het besluit tot terugvordering.
2Het college start de invordering van een niet betaalde eigen bijdrage indien deze gedurende ten minste twee maanden niet volledig is betaald.
3Indien betaling uitblijft, ontvangt de belanghebbende een eerste schriftelijke herinnering met het verzoek om binnen de daarin gestelde termijn te betalen of een betalingsregeling te treffen.
4Indien na verzending van de eerste herinnering geen betaling of betalingsregeling tot stand is gekomen, ontvangt de belanghebbende een tweede schriftelijke aanmaning, waarin een laatste termijn wordt gesteld om te betalen of een betalingsregeling te treffen.
5Indien betaling of een betalingsregeling vervolgens uitblijft, kan het college de vordering ter invordering in handen stellen van een incassopartner overeenkomstig de wettelijke mogelijkheden.
6Indien de belanghebbende uitsluitend beschikt over een inkomen uit leefgeld, wordt bij het treffen van een betalingsregeling uitgegaan van een maximale afloscapaciteit van 5% van het toepasselijke leefgeld.
7Indien een betalingsregeling als bedoeld in het zesde lid tot stand is gekomen en wordt nagekomen, ziet het college af van overdracht van de vordering aan een incassopartner.
Artikel 14 – Nadere regels
Het college kan nadere regels stellen over de uitvoering van deze beleidsregels.
Artikel 15 – Hardheidsclausule
Het college kan in bijzondere gevallen afwijken van deze beleidsregels indien toepassing leidt tot onbillijkheden van overwegende aard.
Artikel 16 – Inwerkingtreding
1Deze beleidsregels treden in werking met ingang van 1 april 2026, onder gelijktijdige intrekking van de Beleidsregels RooO gemeente Lingewaard 2023-2.
2Deze beleidsregels zijn vanaf de datum van inwerkingtreding van toepassing op zowel nieuwe als lopende verstrekkingen van leefgeld, eigen bijdragen en vergoedingen van buitengewone kosten.
3Besluiten die zijn genomen vóór de inwerkingtreding van deze beleidsregels blijven van kracht voor zover zij niet in strijd zijn met deze beleidsregels.
Artikel 17 – Citeertitel
Deze beleidsregels worden aangehaald als:
Beleidsregels ontheemden Oekraïne gemeente Lingewaard 2026.