Gemeentelijke regelgeving

Beleidsregel exploitatie openbare inrichtingen gemeente Lingewaard 2026

Gemeente Lingewaard · geldt sinds 13 februari 2026

Hoofdstuk 2 Toelichting juridisch kader

2.2 Algemene plaatselijke verordening (Apv)

2.2.1 Toetsings- en weigeringsgronden

De aanvraag wordt door de burgemeester getoetst aan artikel 2:28 Apv. De burgemeester kan de exploitatievergunning weigeren als die in strijd is met de algemene weigeringsgronden uit artikel 1:8 Apv. In dit artikel staat dat de vergunning of ontheffing door het bevoegd gezag of het bevoegde bestuursorgaan in ieder geval kan worden geweigerd in het belang van de openbare orde, de openbare veiligheid, de volksgezondheid of de bescherming van het milieu.

Een vergunning of ontheffing kan ook worden geweigerd als de aanvraag daarvoor minder dan acht weken voor de beoogde datum van de beoogde activiteit is ingediend en daardoor een behoorlijke behandeling van de aanvraag niet mogelijk is.

Ook geldt dat strijd met het omgevingsplan een grond is voor weigering van een vergunning (art. 2:28 lid 2 Apv). Een aanvraag voor een exploitatievergunning wordt daarom als eerste hieraan getoetst. Als er geen strijd is met het omgevingsplan wordt er getoetst aan de overige bepalingen van de Apv. Verder kan de burgemeester de vergunning volgens art. 2:28 lid 3 Apv geheel of gedeeltelijk weigeren als:

-De woon- en leefsituatie in de omgeving van de inrichting of de openbare orde op ontoelaatbare wijze nadelig wordt beïnvloed;

-De exploitant en/of leidinggevende in enig opzicht van slecht levensgedrag is en/of onder curatele staat;

-De exploitant en/of leidinggevende de leeftijd van achttien jaar nog niet heeft bereikt;

-Wegens de wijze van bedrijfsvoering door de exploitant en/of leidinggevende.

Bij een vergunningsaanvraag vraagt de burgemeester advies aan diverse betrokken partijen. De burgemeester houdt rekening met het karakter van de straat en de wijk, waarin de inrichting ligt of zal liggen, de aard van de inrichting en de spanning waarmee het woonmilieu ter plaatse al te maken heeft of mee te maken zal krijgen door de exploitatie. Bij de vergunningverlening let de burgemeester ook op de (justitiële) achtergrond van de beheerder en eventuele eerdere tijdelijke sluitingen.

In de exploitatievergunning staan, naast de aard van het bedrijf ook de voorschriften voor het eventueel te exploiteren terras. Naast de in dit hoofdstuk genoemde algemene- en specifieke voorschriften, behoudt de burgemeester zich het recht voor om per situatie/locatie/aanvraag nadere voorschriften te stellen in kader van de openbare orde, (verkeers-)veiligheid en bescherming van de samenleving tegen ondermijnende criminele activiteiten.

Artikel 2:29 Apv regelt de sluitingstijden van de openbare inrichtingen. Een verzoek om ontheffing van de sluitingstijden wordt per geval beoordeeld.

Verder zal de burgemeester een vergunning weigeren of naderhand intrekken als redelijkerwijs moet worden aangenomen dat de feitelijke toestand niet overeenkomt met wat in de aanvraag is vermeld.

2.2.2 Wijzigings- en intrekkingsgronden

De feitelijke kracht van het vergunningstelsel ligt in de mogelijkheid voor de burgemeester om een vergunning tijdelijk of definitief in te trekken. De burgemeester zal de tijdsduur van de intrekking motiveren en relateren aan de ernst en de aard van de geconstateerde overtreding(en). Ook kunnen bepaalde activiteiten in een horecabedrijf leiden tot het tussentijds instellen van een Bibob-onderzoek. Dit kan, als er sprake is van enige- of ernstige mate van gevaar, leiden tot het opleggen van extra voorwaarden aan de vergunning of tot het intrekken van de vergunning. In artikel 1:6 Apv staat dat de burgemeester de vergunning kan wijzigen of intrekken als:

a.Ter verkrijging daarvan onjuiste of onvolledige gegevens zijn verstrekt;

b.Op grond van een verandering van de omstandigheden of inzichten opgetreden na het verlenen van de ontheffing of vergunning, intrekking of wijziging noodzakelijk is vanwege het belang of de belangen ter bescherming waarvan de vergunning of ontheffing is vereist;

c.De aan de vergunning of ontheffing verbonden voorschriften en beperkingen niet zijn of worden nagekomen;

d.Van de vergunning of ontheffing geen gebruik wordt gemaakt binnen een daarin gestelde termijn dan wel, bij het ontbreken van een gestelde termijn, binnen een redelijke termijn;

e.De houder dit verzoekt.

Ook kan de burgemeester de exploitatievergunning intrekken op grond van artikel 1:6 lid 1 onder d Apv als:

-Na onherroepelijk worden van de verleende vergunning zes maanden zijn verstreken, zonder dat handelingen zijn verricht met gebruikmaking van de vergunning;

-Na één jaar, anders dan door overmacht, geen handelingen zijn verricht met gebruikmaking van de vergunning;

-Een exploitatievergunning, die een eerdere exploitatievergunning vervangt, van kracht is geworden.

De burgemeester kan een nieuwe vergunning voor dezelfde inrichting weigeren gedurende een bij de intrekking vastgestelde termijn.

Hoofdstuk 4 Alcoholwet, paracommercie en terrassen

4.3 Terrassen

4.3.1 Veiligheid

Vanuit het oogpunt van (brand)veiligheid is het nooit de bedoeling om obstakels te plaatsen op de voor de rijbaan bestemde delen van de openbare weg. Voor de hulpdiensten moet altijd voldoende ruimte zijn om de horecagelegenheid te kunnen bereiken. Eventuele afscheidingen moeten in geval van calamiteiten, zoals bij brand, direct kunnen worden verwijderd. Ook moet er voldoende vrije ruimte zijn op de voor voetgangers bestemde gedeelten van de openbare weg, zodat uitwijken naar de rijbaan en daarmee verkeersonveiligheid kan worden voorkomen. Bij terrassen op trottoirs moet een begaanbare weg of een begaanbaar pad aanwezig zijn van ten minste 1,5 meter breed. Terrassen mogen de toegang tot andere panden en etalages van winkels of nooduitgangen niet belemmeren.

4.3.2 Locatie

Er kunnen twee soorten terrassen worden onderscheiden: gevelterrassen en vrijliggende terrassen. Gevelterrassen mogen uitsluitend worden geplaatst tegen de voor- en/of zijgevel van het horecabedrijf, ten behoeve waarvan het terras wordt geëxploiteerd. De breedte van een gevelterras mag niet meer bedragen dan de breedte van de voor- of zijgevel van het pand ten behoeve waarvan het terras wordt geëxploiteerd. Eventueel is een uitzondering mogelijk, mits de grondeigenaar hiervoor schriftelijke toestemming geeft aan de exploitant en slechts voor zolang die toestemming geldt. Dit betekent dus ook dat bij een eigendomsoverdracht de uitzondering kan komen te vervallen. Overigens is dit een afspraak tussen partijen onderling waar de gemeente in beginsel geen rol in heeft. In dit geval zal de terrastekening door de gemeente worden aangepast. Verder is de diepte van een gevelterras afhankelijk van de beschikbare openbare ruimte.

Er moet vanuit de openbare inrichting altijd zicht zijn op het volledige terras. Een horecabedrijf mag, als de openbare ruimte dat toelaat, beschikken over zowel een gevelterras als een vrijliggend terras.

Van een vrijliggend terras is sprake als het terras van een horeca-inrichting wordt gescheiden door een voetgangers- of andere verkeersstrook. De breedte en de diepte van vrijliggende terrassen zijn afhankelijk van de beschikbare openbare ruimte. Deze hoeft niet beperkt te zijn tot de openbare ruimte voor de eigen deur.

4.3.3 Nadere voorschriften

-Voor het gebruik en de inrichting van het terras wordt niet van de situatietekening bij de exploitatievergunning afgeweken;

-Op het terras mag geen live- en/of versterkte muziek ten gehore worden gebracht.

-Het is verboden om zonder vergunning van de gemeente Lingewaard elementen (bijv. windschermen, parasol) vast te maken aan de ondergrond of aan het bestratingsmateriaal (bijv. verankering). Elementen moeten op een of andere manier demontabel zijn. Dit is nodig om de mogelijkheid voor onderhoud aan en aanleg van bestrating, riolering, kabels en leidingen vrij te houden;

-Het is niet toegestaan om een tappunt op een terras in te richten;

-Als de gemeente Lingewaard in verband met de uitvoering van civieltechnische werken, zoals onderhoud en aanleg van bestrating, riolering, kabels en leidingen, over het terras moet kunnen beschikken, wordt de medewerking van de vergunninghouder gevraagd door het terras te ontruimen voor de periode dat dit, in verband met de uitvoering van civieltechnische werken, noodzakelijk is;

-Tijdens evenementen en weekmarkten is het niet zonder meer toegestaan een terras uit te stallen. Indien nodig moet het terras in omvang worden aangepast of worden verwijderd, zodanig dat het evenement en de weekmarkt kan plaatsvinden en de doorgang is gewaarborgd;

-Als het terras tijdens een evenement binnen het aangewezen evenementengebied valt, is het gedurende het evenement niet toegestaan om drinkgerei van glas of geopende glazen verpakkingen of drinkgerei van blik te verstrekken;

-De vergunninghouder is verplicht om de schade te vergoeden die door het gebruik van de vergunning aan gemeente-eigendommen wordt toegebracht;

-De exploitant is verplicht om aan het einde van de dag het terrasmeubilair te verwijderen of vast te zetten met behulp van kettingen of kabels. Het terrasmeubilair mag in ieder geval niet los (op de openbare weg) staan of worden opgestapeld zonder vastgezet te zijn.

-Wanneer een terras 12 weken of langer niet wordt gebruikt, moet alle meubilair en terrasschermen inpandig worden opgeslagen, dan wel uit de openbare ruimte worden verwijderd.

-Hinder en overlast, veroorzaakt door op het terras aanwezige bezoekers, moet worden voorkomen;

-Het terras moet ordelijk zijn, en de exploitant draagt zorg voor het schoonhouden van het terras en de naaste omgeving.

Geldende tekst uit de Centrale Voorziening Decentrale Regelgeving (CVDR, open data van de overheid). Raadpleeg lokaleregelgeving.overheid.nl voor de officiële versie. Dit is geen juridisch advies.