Gemeentelijke regelgeving

Beleidsplan wegverhardingen Lingewaard 2026

Gemeente Lingewaard · geldt sinds 16 juni 2026

Aanhef

De gemeenteraad van Lingewaard heeft op 3 juni 2026 besloten om het beleidsplan wegverhardingen Lingewaard 2026 vast te stellen. Het minimale kwaliteitsniveau voor elementenverharding in rijbanen is vastgesteld op beeldkwaliteit C op basis van de C.R.O.W. beeldkwaliteit systematiek. Het kwaliteitsniveau voor de overige verhardingen is vastgesteld op beeldkwaliteit B.

Hoofdstuk 1 Algemeen

1.2 Inleiding

1.2.1 Aanleiding

Als wegbeheerder (BB) is de gemeente Lingewaard verantwoordelijk voor het beheer en onderhoud van 406 km wegen en vrij liggende fietspaden op haar grondgebied. Daarnaast zijn er binnen de gemeente nog ruim 42 km wegen in beheer bij zowel rijk, provincie, recreatieschap als Staatsbosbeheer.

Om als wegbeheerder (BB) zowel op basis van de Wegenwet als het Besluit Begroting en Verantwoording gemeenten en provincies (BBV) te kunnen functioneren als “goed rentmeester”, is dit beleidsplan opgesteld. Het doel is om met de in dit plan opgenomen richtlijnen, regels en beleidsuitgangspunten een onderbouwde keuze te maken over het beheer van wegverhardingen.

De systematiek van het wegbeheer (BB) gaat uit van het economisch meest verantwoorde moment waarop het onderhoud wordt uitgevoerd. Nadrukkelijk is hierin het aspect veiligheid betrokken om de veiligheid van de weggebruikers te garanderen en aansprakelijkheidstellingen door achterstallig onderhoud te voorkomen.

1.2.2 Doel

Het beleidsplan betekent in grote lijnen een voortzetting van het beleid dat in 2017 is ingezet. Daarbij is gekozen voor een onderhoudskwaliteit voor alle verhardingen op niveau B (voldoende). Door het raadsbesluit van 6 november 2025 om de onderhoudskwaliteit van rijbanen met elementenverharding te verlagen naar niveau C (matig), is bijstelling van het beleid noodzakelijk.

In het beleidsplan komen naast gegevens omtrent het areaal en de benodigde financiële middelen ook nieuwe ontwikkelingen aan de orde. Denk hierbij bij aan het terugdringen van CO2 ,stikstof uitstoot en verduurzaming.

Met in acht name van het vastgestelde beleid maakt het team Openbare Ruimte & Vastgoed een beheerplan (BB) dat uiteindelijk leidt tot een onderhoudsplan voor de uitvoering van het onderhoud. Jaarlijks wordt aan het bestuur gerapporteerd in hoeverre de realisatie van de doelstellingen is bereikt en wat de te verwachten uitgaven voor de volgende jaren zijn. De rapportages maken onderdeel uit van de planning & control-cyclus.

1.2.3 Afbakening

In dit plan beperken we ons tot het technisch beheer van de verhardingen. Het betreft naast wegen ook fietspaden, trottoirs, voetpaden, woon- en winkelerven, parkeerplaatsen, bushaltes en pleinen. De verharding kan bestaan uit asfalt, elementen, cementbeton en halfverharding (BB) van grind, puin of ander steenachtig materiaal. Verhardingen in het beheer van derden (provincie, rijk of recreatieschap) vallen buiten de scope van dit beleidsplan.

Onderstaande onderdelen zijn geen onderdeel uit van dit beleidsplan:

•Civiele kunstwerken;

•Openbare verlichting;

•Verkeersborden en wegmarkeringen;

•Bermen;

•Onkruidbestrijding;

•Gladheidbestrijding;

•Vegen van wegen.

•Alle in dit rapport genoemde bedragen zijn in euro’s en exclusief BTW, inclusief opslagen aannemer en de kosten voor voorbereiding, administratie en toezicht (VAT).

•Er is geen rekening gehouden met de kosten voor Aeriusberekeningen, het verwijderen van teerhoudend asfalt (BB) of staalslakken en de daaraan verbonden extra verwerkingskosten. De stortkosten voor schoon materiaal zijn wel opgenomen.

•Er is geen rekening gehouden met nog uit te voeren aanpassingen aan de weginrichting op basis van het Wegencategoriseringsplan. Dat geldt ook voor de stijging van de beheerkosten die hieruit voortvloeit.

•Bij de bedragen in dit plan is geen rekening gehouden met de mogelijkheid tot het verkrijgen van subsidies of andere bijdragen in geval van bijvoorbeeld functiewijzigingen.

•De berekeningen zijn uitgevoerd met prijzen die zijn gebaseerd op het standaard kostenbestand van Antea, prijspeil januari 2025. Dit bestand bevat actuele prijzen en wordt aangepast aan de hand van prijswijzigingen en indexeringen conform gegevens van instanties zoals het CBS, C.R.O.W. (BB) en andere landelijke bronnen.

•De geopolitieke situatie in de wereld op dit moment wordt gekenmerkt door aanhoudende onzekerheden. Dat heeft economische impact en gevolgen voor de groei. Ook de invloed op de ontwikkeling van prijzen en kosten voor grondstoffen is groot en kent schommelingen. Dat uit zich in onder andere hogere inflatie en stijgende rentelasten. Daarmee is in dit plan geen rekening gehouden.

•(BB) betekent dat hiervoor in de begrippenlijst in bijlage 5 een nadere omschrijving is opgenomen.

Hoofdstuk 2 Kaders en randvoorwaarden

2.1 Wet- en regelgeving

2.1.1 Inleiding

Wegbeheer kan worden gedefinieerd als de zorg voor het blijven voldoen van alle verhardingen aan de wettelijke eisen en richtlijnen, een en ander binnen de beleidskaders vastgesteld door de beheerder.

2.1.2 Wegenwet

In artikel 15 en 16 van de Wegenwet staat dat wegbeheerders verplicht zijn een openbare weg te onderhouden en een zorgplicht hebben voor het in goede staat verkeren van de wegverhardingen. De Wegenwet vereist van de beheerder “goed rentmeesterschap”. Dit betekent dat hij ervoor moet zorgen dat het kapitaal dat in de wegen is geïnvesteerd in stand blijft door het tijdig plegen van onderhoud. Het betreft hierbij voornamelijk technisch beheer.

2.1.3 Wegenverkeerswet 1994

De Wegenverkeerswet verwacht dat de wegbeheerder streeft naar maatregelen die de veiligheid van de weggebruiker en de functionaliteit van de wegen waarborgen. De wet doet een beroep op de publiekrechtelijke zorg van de wegbeheerder voor de veiligheid van de weggebruiker, maar schrijft geen maatregelen voor. Het gaat hierbij dus met name om functioneel beheer.

2.1.4 Burgerlijk Wetboek

Artikel 6:174 van het Burgerlijk Wetboek regelt de risicoaansprakelijkheid van de wegbeheerder indien er schade is ontstaan als gevolg van een gebrek aan de openbare weg. De beheerder kan aansprakelijk worden gesteld voor schade die iemand lijdt als gevolg van gebreken aan de weg. Dit betekent dat een preventief onderhoudsbeleid, een goede klachtenregistratie, regelmatige inspecties volgens de landelijk geaccepteerde methode en een goedwerkend systeem van rationeel wegbeheer () onontbeerlijk zijn.

2.1.5 Wet Milieubeheer/Omgevingswet

Het wegbeheer heeft een aantal raakvlakken met het milieu. Zo is wettelijk geregeld welke stoffen mogen worden toegepast en welke voorwaarden aan het gebruik worden gesteld. Daarbij moet vervuiling van de bodem en het oppervlaktewater voorkomen worden.

Een van de bepalingen in het Besluit activiteiten leefomgeving waarmee de wegbeheerder direct te maken krijgt, is dat teerhoudend asfalt sinds 1 januari 2001 onder hetzelfde regime valt als alle andere bouwstoffen. Als bij het reconstrueren van wegen teerhoudend asfalt vrijkomt, moet dit teerhoudende asfalt worden aangeboden aan een erkende verwerker voor thermische reiniging. Zo wordt het mogelijk om gereinigd materiaal te hergebruiken. De gemeente heeft de plicht om vooraf te bepalen of het te verwijderen asfalt teerhoudend is. Daarnaast blijft de gemeente de ontdoener en dus ook verantwoordelijk voor het op de juiste wijze verwijderen en afvoeren van deze bouwstof. Al deze regels staan opgenomen in de CROW-publicatie 210, Richtlijn omgaan met vrijkomend asfalt - aandacht voor de teerproblematiek.

Bij de bepaling van de onderhoudsbudgetten wordt geen rekening gehouden met de meerkosten voor het behandelen en verwijderen van teerhoudend asfalt. Er is onvoldoende inzicht in de omvang van dit materiaal in de gemeente Lingewaard. Wel is duidelijk dat het voor 1991 volop is toegepast in de gemeente.

2.1.6 Besluit Begroting en Verantwoording (BBV)

Het Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten beschrijft aan welke eisen de gemeente moet voldoen met betrekking tot haar begroting en jaarstukken. Dit BBV schrijft voor dat voor het beheer van de openbare ruimte het gebruik van een systematiek wettelijk verplicht is. Ook moet een begroting voortvloeien uit de beleidskaders. De paragraaf kapitaalgoederen is een verplicht onderdeel is van de gemeentelijke begroting met uitgangspunten (beleid) voor de instandhouding van kapitaalgoederen.

2.2 Richtlijnen CROW

2.2.1 Wegbeheersystematiek

Het CROW (kennisinstituut voor infrastructuur, openbare ruimte, verkeer en vervoer, en werk en veiligheid) heeft diverse richtlijnen opgesteld voor het inspecteren, beoordelen en verwerken van gegevens voor wegbeheer. Deze richtlijnen gebruiken we om de beheer- en onderhoudsplannen van het wegonderhoud op te stellen. Deze richtlijnen zijn onder meer:

•Handreiking Wegbeheersystematiek Visuele Inspectie Wegen.

•Wegbeheer 2019.

•Valgewichtdeflectiemetingen voor wegbeheerders (publicatie 349).

•Handboek visuele inspectie 2011 (publicatie 146a).

•Handleiding globale visuele inspectie 2011 (publicatie 146b).

•Wegbeheer 2011 (publicatie 147).

Het wegonderhoud voeren we uit volgens het systeem van Rationeel Wegbeheer van het CROW. Met basisgegevens en kwaliteitsgegevens, onder meer uit weginspecties, wordt een onderhoudsplanning voor de korte en lange termijn opgesteld.

2.3 Gemeentelijke kaders en voorwaarden

2.3.1 Omgevingsvisie Lingewaard

De visie schetst een algemeen beeld van de gewenste fysieke leefomgeving voor het jaar 2035. We omschrijven de waarden van de gemeente Lingewaard en de ambities voor de lange termijn, richting 2035.

Een aantal van deze ambities hebben ook invloed op het wegenbeheer:

•Een duurzame, groene en klimaat adaptieve inrichting van de openbare ruimte in de kernen;

•Kernen en bedrijven (blijven) goed bereikbaar per (elektrische) auto;

•Meer focus op langzaam verkeer (fiets, wandelen etc.);

•Een completer en aaneengesloten fietsnetwerk (incl. snelfietsroutes).

2.3.2 Mobiliteitsvisie Gemeente Lingewaard (2022)

Mede vanwege de toenemende drukte op het hoofd- en onderliggend wegennet in Lingewaard en de regio is een mobiliteitsvisie opgesteld. Dit document geeft richting voor de inzet voor mobiliteit voor de lange termijn.

In de mobiliteitsvisie zijn zes strategische mobiliteitsopgaven geïdentificeerd:

1Verkeerveiligheid heeft prioriteit, o.a. door een lagere maximum snelheid en herinrichting;

2Leefbaarheid voor inwoners centraal, o.a. door meer ruimte voor de fiets, voetganger en groen;

3Toekomstbestendige hoofdstructuur, o.a. door een betere aansluiting A325/N325 en nieuwe hoofdroutes;

4Inzet op de fiets, o.a. verbeteren van het bestaande fietsnetwerk en hoogwaardige fietsroutes naar Arnhem, Elst, Nijmegen en de Liemers;

5Snel aantrekkelijk OV, o.a. door een HOV-lijn en direct OV Huissen – Arnhem Zuid;

6Inspelen op innovaties, slimme mobiliteit en logistiek, o.a. door mobiliteitsoplossingen te koppelen aan energietransitie, slim en duurzaam reizen en circulair aanbesteden nieuwe infrastructuur.

2.3.3 Groene Metropool Regio Arnhem-Nijmegen

De gemeente Lingewaard is onderdeel van de metropoolregio Arnhem-Nijmegen. Binnen deze regio zijn er ambities en een bijbehorende meerjarige agenda vastgesteld. Deze regionale ambities sluiten aan bij de Omgevingsvisie en de Mobiliteitsvisie van Lingewaard. Ambities die een sterk raakvlak hebben met het wegbeheer in Lingewaard zijn:

•Een verbonden regio: Inzet op een robuust, veilig wegennetwerk en een aantrekkelijk fietsnetwerk;

•Een circulaire regio: Inzet op Circulaire Grond-, Weg- en Waterbouw.

Bij de uitvoering van projecten in Lingewaard wordt nadrukkelijk gekeken hoe we hieraan kunnen bijdragen. Waar mogelijk wordt aansluiting gezocht bij de regionale speerpunten en beschikbare subsidies.

2.3.4 Gemeentelijk Mobiliteitsplan Plus (GMP+)

Het GMP+ bevat een maatregelenprogramma om knelpunten op het gebied van verkeer aan te pakken.

Het hoofd- en onderliggend wegennet in regio Arnhem – Nijmegen komt onder druk te staan. Goede bereikbaarheid van Lingewaard is van groot belang. Er ontstaan knelpunten door toenemende verkeersbewegingen. Bij de uitvoering wordt waar mogelijk de combinatie gezocht met wegonderhoud. Dat geldt ook voor de aanpassingen die voortvloeien uit het Wegencategoriseringsplan 2020 en het bijbehorende addendum uit 2023.

2.3.5 Gemeentelijk Watertaken Plan (GWP)

In het gemeentelijk Watertaken Plan (GWP) Lingewaard 2023-2027 is opgenomen welke investeringen gedaan worden in het beheer en onderhoud van het water- en rioolsysteem. Waar nodig, kunnen deze werkzaamheden gekoppeld worden met het wegonderhoud. Dit kan zorgen voor grote kostenbesparingen. Ook is het voor de inwoners beter als deze gecombineerd uitgevoerd worden om herhaaldelijk overlast te voorkomen.

In het kader van klimaatadaptatie wordt bij de uitvoering nadrukkelijk rekening gehouden met het uitgangspunt dat we hemelwater afkoppelen van de gemengde riolering door:

•Het scheiden van het hemelwater van het afvalwater;

•Het afkoppelen van grote verharde oppervlakten.

Hoofdstuk 3 Huidige situatie

3.1 Omvang

3.1.1 Oppervlakte per verhardingstype

De gemeente Lingewaard beheert een totaal oppervlak van circa 2,9 miljoen m2 aan verhardingen, dat is circa 60 m2 per inwoner. Na 2016 is het areaal met ruim 300.000 m2 (circa 11,7%) gegroeid. Daarmee beheert de gemeente Lingewaard nagenoeg het Nederlands gemiddelde verhardingsoppervlak per inwoner, wat 59 m2 bedraagt (Benchmark Beheer Openbare Ruimte Antea Group 2017).

Van het totale areaal bestaat 55% uit elementenverharding (klinkers, tegels, etc.), 41% uit asfaltverharding (dicht asfaltbeton en oppervlakbehandeling), 2% uit cementbetonverharding en 2% overige verhardingen (onverhard en semi-verharding).

1januari 2016

31december 2025

Toe-/afname in %

asfaltverharding

1.236.900 m2

1.166.929 m2

-5,7

elementenverharding

1.258.889 m2

1.568.718 m2

+24,6

cementbetonverharding

39.559 m2

67.281 m2

+70,1

Diverse-/semi-verharding

34.065 m2

68.081 m2

+99,9

TOTAAL

2.569.413 m2

2.871.009 m2

+11,7

Tabel 3.1:oppervlakte per verhardingstype 2016-2025

Figuur 3.1: oppervlakte per verhardingstype 2025

3.1.2 Oppervlakte per wegtype

In onderstaand figuur is het aandeel per (CROW) wegtype gegeven. Het grootste aandeel van het totaal oppervlak bevindt zich in de woongebieden. Daarnaast is er ook een groot areaal aan wegen in verblijfgebieden, oftewel voetpaden/pleinen/etc.. Het wegtype wordt onder andere gebruikt voor het bepalen van de prioriteit en bijpassende onderhoudsmaatregel.

Figuur 3.2: oppervlakte per wegtype 2025

3.3 Onderhoudskwaliteit

3.3.1 Kwaliteitsniveau wegen

Binnen Nederland worden verschillende benamingen gebruikt voor kwaliteitsniveaus wegen. De benaming en terminologie verschilt, maar ze zijn goed vergelijkbaar. Onderstaande tabel geeft inzicht in de verschillende benamingen van kwaliteitsniveaus in de verschillende catalogi.

Figuur 3.4: kwaliteitsniveaus verhardingen

In dit beleidsplan gebruiken we de benamingen conform de CROW kwaliteitscatalogus (publicatie 288).

3.3.2 Kwaliteitsbeoordeling

De onderhoudskwaliteit van het verharde areaal wordt elke twee jaar middels een globale visuele weginspectie (conform de CROW-systematiek) in beeld gebracht. De meest recente inspectie is uitgevoerd in het najaar van 2025.

3.3.3 Vergelijking huidige kwaliteit met vereiste kwaliteit

Totaalbeeld wegen

Het onderstaande figuur geeft inzicht in het verloop van de totale kwaliteit over de afgelopen jaren. Er is een neerwaartse trend in kwaliteit te zien. Tevens is het totale kwaliteitsbeeld terug gelopen naar het niveau C “Matig”.

Figuur 3.5: ontwikkeling onderhoudskwaliteit verhardingen 2020-2025

De belangrijkste oorzaken van de afgenomen onderhoudskwaliteit zijn:

•Andere ontwikkelingen waarop wordt gewacht met het uitvoeren van wegonderhoud (bv. aanleg A15, mobiliteitsplannen, kabel/nuts werkzaamheden, koppelkansen met rioolvervanging, etc.);

•Afnemende capaciteit bij de aannemers om werkzaamheden daadwerkelijk uit te voeren (‘personeelstekort’), er wordt niet of minder op bestekken ingeschreven of uitvoering wordt vertraagd;

•Langere doorlooptijd van projecten door toenemende burgerparticipatie/uitvoering nutsbedrijven;

•Sterk gestegen prijzen, waardoor minder gerealiseerd kan worden binnen de beschikbare budgetten.

Op basis van de weginspectie van najaar 2025 is verder ingezoomd op de huidige kwaliteit. Er is een uitsplitsing gemaakt naar functiegebieden en verhardingsfuncties. Kleine arealen (< 1.500 m²) zijn buiten beschouwing gelaten, omdat een enkele schade hierin het gemiddelde beeld zeer kan vertekenen. De resultaten zijn weergegeven in onderstaande tabel.

Verhardingstype

Asfalt-verharding

Elementen-verharding

Cementbeton-verharding

Gemiddeld belaste weg (GOW50)

B

B

B

Licht belaste weg (GOW30)

C

B

n.v.t.

Weg in woongebied (ETW)

C

B

B

Fietspaden

C

C

B

Weg in verblijfsgebied (voetpaden)

B

C

n.v.t.

Eindtotaal

C

B

B

Tabel 3.6: Kwaliteitsniveau van de verhardingen a.d.h.v. weginspectie 2025.

Hoofdstuk 4 Ontwikkelingen/nieuwe inzichten

4.7 Duurzaam beheer

4.7.1 Duurzame materialen

Bij onderhoud en aanleg van wegen passen we bouwstoffen toe uit recyclingsprocessen. Als fundering van de weg wordt gebroken puin gebruikt of bij grote infrastructurele projecten passen we bijvoorbeeld het vrijkomende (teervrije) asfalt (deels of volledig) toe als funderingsmateriaal.

Naast het toepassen van oude grondstoffen wordt de hoeveelheid teerhoudend materiaal verminderd door deze bij onderhoudswerkzaamheden af te voeren en thermisch te laten reinigen.

Oude bestratingsmaterialen gebruiken we, als dit technisch kan, opnieuw worden. Plaatsen waar onkruid kan groeien beperken we zodat minder onderhoud nodig is.

4.7.2 Integraal werken

Het uitgangspunt is om werkzaamheden in het Ruimtelijk Domein zoveel mogelijk integraal uit te voeren. Daarmee zetten we de beschikbare middelen efficiënt in en beperken we de overlast voor de burgers en bedrijven zoveel als mogelijk.

Daarvoor vindt af stemming plaats tussen beheer- en beleidsmedewerkers om te kijken naar de onderlinge raakvlakken. Nadrukkelijk worden riool- en wegonderhoud zoveel mogelijk op elkaar afgestemd en gelijktijdig aangepakt. Dat betekent dat een straat slechts één keer opengebroken hoeft te worden.

4.7.3 Beheerparagraaf bij nieuwe projecten

Uitbreiding of omvorming van het verhardingsareaal heeft direct (financiële) consequenties. Om een juiste afweging te kunnen maken tussen verschillende ontwerpen is een beheerparagraaf met een financiële doorrekening van de totale levensloop noodzakelijk. Bij nieuwe ontwikkelingen kan de toepassing van materialen met een specifieke onderhoudsmethodiek financiële consequenties hebben.

4.7.4 Vereenvoudiging van openbare ruimte

Om een wildgroei aan materialen in de openbare ruimte te voorkomen is het Handboek Inrichting Openbare Ruimte opgesteld (HIOR). In dit handboek staan voor de diverse disciplines materialen omschreven die toegepast mogen worden in de openbare ruimte. Door de keuze van het aantal materialen in te perken zullen uiteindelijk de beheerkosten ook minder worden. Met name dure “exotische” moeilijk/niet meer verkrijgbare materialen willen we hiermee uitsluiten. Dit HIOR dient als leidraad voor ontwerpers en ontwikkelaars die zich met name bezig houden met het (her)inrichten van onze openbare ruimte.

Hoofdstuk 6 Financiën

6.1 Klein en groot onderhoud

6.1.1 Klein onderhoud

Het klein onderhoud betreft het onderhoud dat als doel heeft om:

•plaatselijke schade aan de verharding te repareren teneinde ernstigere vervolgschade te voorkomen

•de structurele achteruitgang van de verharding te vertragen

•de gebruiksfunctie van de weg in stand te houden

Het bedrag voor klein onderhoud is gebaseerd op het budget voor instandhouding op de lange termijn (het cyclusbedrag ()). Voor klein onderhoud aan asfaltverhardingen is dit tussen 10% -15% van het cyclusbedrag (exclusief rehabilitatie), voor elementenverhardingen is 15%-20% per jaar.

Voor 2026 bedraagt het budget € 347.986 voor klein onderhoud inclusief het onderhoud van semiverhardingen. Vanuit klimaat en duurzaamheidsoverwegingen wordt vaker gekozen voor het toepassen van semiverharde paden. Deze paden dienen aangevuld en uitgevlakt te worden om ze goed beloopbaar te houden. De kosten hiervan zijn ruim 15% van het klein onderhoudsbudget.

6.1.2 Groot onderhoud

Voor het behoud van de functionele kwaliteit van een weg binnen de geplande levensduur, is groot onderhoud nodig. Voor asfalt betekent dit bijvoorbeeld bakfrezen en inlagen of het (gedeeltelijk) aanbrengen van een nieuwe deklaag. Voor elementenverharding gaat het voornamelijk om herstraten.

Voor 2026-2029 zijn de kosten bepaald op basis van de getoetste planning vanuit de weginspectie najaar 2025. Voor de verdere jaren is gebruik gemaakt van een cyclische planning.

Jaar

2026

2027

2028

2029

2030

2031

Groot onderhoud

€ 3.768.000

€ 2.008.130

€1.816.095

€ 1.548.942

€ 4.276.586

€ 1.131.251

Tabel 6.1: kosten groot onderhoud op basis van meerjarenplanning

6.1.3 Vervanging/Rehabilitatie

Aan het einde van de levensduur dient een weg te worden vervangen/gerehabiliteerd. De weg wordt dan volledig opnieuw opgebouwd en klaargemaakt voor een nieuwe levenscyclus. Voor de vervangingsberekening wegen wordt uitgegaan van 1 op 1 vervanging (zelfde breedte, zelfde materiaal, etc.). Bij daadwerkelijke uitvoering wordt integraal naar de weg en openbare ruimte gekeken. Daarbij komt het regelmatig voor dat er geschoven wordt met het exacte uitvoeringsjaar om synergievoordelen te benutten. Uitvoering wordt dan gecombineerd met rioleringswerkzaamheden en/of uitvoering van maatregelen in het kader van het GMP

Tijdvak

2026

2027-2029

Vervanging wegen

€ 2.150.000

€ 4.225.000

Tabel 6.2: vervangingsinvesteringen opgenomen in de meerjarenbegroting

Op basis van aanlegjaar en oppervlakte zijn ook de verwachte investeringskosten per jaar voor rehabilitatie voor de komende decennia zijn berekend.

Tijdvak

2030-2039

2040-2049

Vervanging wegen

€ 2.131.000

€ 2.662.000

Tabel 6.3: indicatie van de vervangingsinvesteringen per jaar

6.1.4 Overige kosten

Wegbeheer is ontwikkeld van het technisch in stand houden van verhardingen naar een integraal onderdeel van de openbare ruimte. De gemeente Lingewaard heeft flinke ambities op het gebied van duurzaamheid, circulariteit, klimaatadaptatie en participatie.

De integratie van de doelstellingen van deze thema’s vraagt om aanpassing van de maatregelen, ook in wegbeheer. Denk aan verminderde levensduur voor asfalttypes met een minder hoge CO2 uitstoot of participatietrajecten die extra tijd vragen. Soms is dit eenvoudig en kan dit worden uitgevoerd binnen de gestelde kaders en budgetten, andere ontwikkelingen vragen meer (middelen dan wel inzet).

6.1.5 Dekking van de kosten

In onderstaande tabel staat een overzicht van de dekking van de kosten voor het onderhoud en de vervanging van wegverhardingen.

Jaarlijkse kosten1

Dekking

Klein onderhoud

€ 347.986

Exploitatiebegroting

Groot onderhoud

Fluctueren en zijn afhankelijk van weginspectie en meerjarenplan

Voorziening onderhoud wegen

Vervanging/rehabilitatie

Fluctueren en zijn afhankelijk van aanlegjaar en onderhoudskwaliteit

Altijd een investering met kapitaalslasten die separaat aan de gemeenteraad wordt voorgelegd.

Voorziening groot onderhoud

€ 2.155.686 2

Jaarlijkse toevoeging van het bedrag op basis van een actuele meerjarenplanning

1De jaarlijkse kosten worden verhoogd met indexering volgens de CBS inputprijsindex voor Grond-, weg- en waterbouw (GWW) en areaalvergroting.

2De bezuiniging van € 100.000 voor elementenverharding in rijbanen is al in mindering gebracht op dit bedrag.

Tabel 6.4: dekking van onderhoudskosten

6.1.6 Actualisatie financieel overzicht

De kosten van onderhoud en vervanging van verhardingen worden bepaald aan de hand van de meerjarenplanning. Die vloeit voort uit de visuele weginspectie die tweejaarlijks wordt uitgevoerd. Dat betekent dat we ook elke twee jaar een actuele meerjarenplanning voor het onderhoud doorrekenen en de uitkomsten gebruiken om zowel de storting in de voorziening te bepalen als de onttrekking uit de voorziening om de kosten van het groot onderhoud te dekken.

De financiële vertaling van de geactualiseerde meerjarenplanning nemen we op in de Kadernota/Begroting en wordt door de gemeenteraad vastgesteld. Daarmee voldoen we aan de eisen van zowel het BBV als de provincie voor het in stand houden van de voorziening onderhoud wegen.

Bijlage 1 Rationeel wegbeheer

Inleiding

Het wegonderhoud in de gemeente wordt uitgevoerd volgens het systeem van Rationeel Wegbeheer van het C.R.O.W. Op basis van basisgegevens en kwaliteitsgegevens, uit onder andere weginspecties, wordt een onderhoudsplanning voor de korte en lange termijn opgesteld.

De schematische weergave van het gehele proces van Rationeel Wegbeheer is opgenomen in bijlage 2.

Hoofdlijnen van de systematiek

Binnen de systematiek voor wegbeheer zijn de volgende hoofdactiviteiten te onderscheiden:

1het verzamelen en actueel houden van de basis- en kwaliteitsgegevens van het wegennet (locatie, constructie, gebruik, omvang en kwaliteit van verhardingen, jaar van laatste onderhoudsmaatregel);

2het interpreteren en verwerken van deze gegevens tot een indicatieve financiële meerjarenplanning van het verhardingsonderhoud;

3het samenstellen van een rapportage voor het bestuur op grond waarvan het bestuur beslissingen kan nemen;

4het nemen van beslissingen door het bestuur, in het algemeen over beschikbare budgetten en prioriteiten;

5het uitvoeren van het vastgestelde plan binnen de gestelde randvoorwaarden door de technische dienst.

Met de systematiek kunnen de volgende soorten verharding worden beheerd:

•asfalt

•elementen

•cementbeton

Semi-verhardingen van grind, puin of ander steenachtig materiaal kunnen niet met de systematiek beheerd worden. Hiervoor zijn namelijk geen richtlijnen, gedragsmodellen of waarschuwingsgrenzen beschikbaar (in het beheersysteem). Bij de visuele inspectie () zullen deze semi-verhardingen dan ook niet geïnspecteerd worden.

Wel hebben we binnen het wegbeheersysteem de wegvakken met semi-verharding opgenomen in de vaste gegevens zodat er inzicht is in de plaats en oppervlakte van deze semi-verharding.

Visuele weginspecties

De kwaliteit van de weg gaat in de loop van de tijd door het gebruik en weersinvloeden achteruit. Daarom wordt regelmatig de kwaliteit beoordeeld en vastgelegd. Hiervoor wordt gebruik gemaakt van een uniforme, in de schadecatalogus van het C.R.O.W. vastgelegde, globale visuele inspectiemethode. Met behulp van deze methode wordt op een objectieve wijze een kwaliteitsoordeel vastgesteld uitgedrukt in de termen voldoende, matig of onvoldoende. De beoordeling ‘voldoende’ wil zeggen dat er normaal gesproken de eerste vijf tot tien jaar nog geen kwaliteitsonderhoud uitgevoerd hoeft te worden en de beoordeling ‘matig’ wil zeggen dat er binnen drie tot vijf jaar onderhoud uitgevoerd moet worden. De beoordeling ‘onvoldoende’ wil zeggen dat op korte termijn (0-2 jaar) onderhoud gepleegd moet worden zoals herstraten, het aanbrengen van een oppervlaktebehandeling of een asfaltoverlaging.

Het kwaliteitsoordeel is gebaseerd op de ernst en omvang van waargenomen schade. Dit betekent globaal dat matige schade over een groot oppervlak een gelijk kwaliteitsoordeel krijgt als ernstige schade over een kleiner oppervlak.

Daarnaast wordt tijdens de inspectie het direct onderhoud () opgenomen dat noodzakelijk is en geen uitstel duldt. In Lingewaard wordt de weginspectie uitbesteed aan een marktpartij. Zij hebben de ervaring en zijn onafhankelijk wat heel belangrijk is het inspecteren van wegen.

GBI Wegbeheer

Het GBI-wegbeheersysteem zoals dat op dit moment in gebruik is bij het team Openbare Ruimte & Vastgoed is gebaseerd op de systematiek voor rationeel wegbeheer zoals die door het C.R.O.W. (Kenniscentrum voor verkeer, vervoer en infrastructuur) is ontwikkeld. Gedurende een periode van ongeveer 35 jaar is dit systeem een algemeen aanvaarde landelijke standaard voor het toetsen van beheerkosten voor weginfrastructuur geworden, die door ruim 75% van alle wegbeheerders in Nederland wordt gehanteerd.

In het systeem voor wegbeheer is een procedure opgenomen die bij toepassing leidt tot resultaten die onafhankelijk zijn van degene die de meerjarenplanning opstelt. Binnen de planperiode kan worden geschoven in de planning in relatie tot de beschikbare middelen en/of beleidsstandpunten van de gemeente, dan wel projecten die gepland staan. Dit geldt niet voor wegen die staan opgenomen in planjaar 1; dit onderhoud moet uitgevoerd worden.

Het systeem gaat niet in op details want deze komen pas aan de orde bij het bepalen van de specifieke onderhoudsmaatregel voor de diverse wegvakken (maatregeltoets).

C.R.O.W.-richtlijnen voor wegbeheer

De wegbeheersystematiek is gebaseerd op de richtlijnen voor wegbeheer van het C.R.O.W.. Deze richtlijnen geven een minimumniveau aan (basis); het is de ondergrens van verantwoord wegbeheer. De opstelling van de richtlijnen, waarbij de thema’s duurzaamheid, veiligheid, comfort en aanzien een rol hebben gespeeld, is zodanig geweest dat het technisch noodzakelijke onderhoud in de juiste periode wordt gepland. Het onderhoud vindt plaats op het optimale moment; niet te vroeg en niet te laat.

Door de gebruikers van de systematiek is het enkel mogelijk de richtlijnen één klasse strenger te maken waardoor onderhoud eerder wordt uitgevoerd. Het is niet mogelijk om de richtlijnen minder streng te maken. Het onderhoud wordt dan te laat uitgevoerd hetgeen niet alleen leidt tot kapitaalvernietiging maar ook tot mogelijk onveilige situaties voor de weggebruiker die kunnen leiden tot ongelukken en aansprakelijkheidstellingen.

Het wegbeheersysteem van de gemeente Lingewaard hanteert de C.R.O.W.-richtlijnen die het minimumniveau aangeven.

De systematiek van het wegbeheer is schematisch weergegeven in figuur B2.1 op bijlage 2.

Beheercyclus

Het wegbeheer wordt jaarlijks volgens een vaste cyclus uitgevoerd waarbij een beheerplan wordt opgesteld.

Na de vaststelling van het beleidsplan door de gemeenteraad liggen de kwaliteitskaders en de budgetten vast.

Na de tweejaarlijkse visuele inspectie wordt de financiële meerjarenplanning opgesteld. De vertaling hiervan wordt opgenomen in Kadernota/begroting zodat de gemeenteraad de bijgestelde budgetten kan vaststellen.

Verschillende soorten onderhoud in de onderhoudscyclus

Wegbeheer is gericht op het onderhouden van bestaande verharding, zodat de (weg)gebruiker deze veilig kan gebruiken. Afhankelijk van het materiaal van de weg, de belasting van de weg en andere factoren (bv. strenge winters) zal de kwaliteit in de loop der tijd dalen. Onderstaande figuur geeft inzicht in het verloop van de kwaliteit gedurende de levensduur en de impact van het uitvoeren van onderhoud.

Figuur B1.1: Onderhoudscyclus (A = Klein onderhoud, B = Groot onderhoud, C = Rehabilitatie)

Beheerplan

Het beheerplan is de praktische uitwerking van het beleidsplan (aan de hand van het beheerplan wordt ook een meerjarenplanning uitgewerkt). Hierin worden concreet aangegeven:

•areaalgegevens

•de huidige kwaliteit van de wegverhardingen

•op welke wegvakken tegen welke kosten onderhoudsmaatregelen worden uitgevoerd (jaarlijks wordt dit bijgesteld aan de hand van de jaarlijks uit te voeren inspectie)

•de te verwachten ontwikkeling van de kwaliteit bij uitvoering van het voorgestelde beleid

•beschikbare budgetten

•benodigde budgetten voor instandhouding op de lange termijn

Zoals al eerder genoemd wordt het beheerplan jaarlijks geactualiseerd. Deze actualisatie bestaat uit het aanpassen van de areaalgegevens (door uitbreiding/reconstructie enz.), het invoeren van uitgevoerde onderhoudsmaatregelen en het invoeren van inspectiegegevens die worden verkregen door het uitvoeren van een visuele inspectie van alle te beheren wegverhardingen eventueel aangevuld met metingen (draagkracht, stroefheid, rijcomfort).

Metingen zijn soms noodzakelijk omdat bij een visuele inspectie enkel schadebeelden aan de oppervlakte worden geregistreerd en niet de wellicht letterlijk onderliggende oorzaak van het schadebeeld in de verhardingsconstructie.

Voor de samenstelling van het beheerplan is het wegbeheersysteem onontbeerlijk. Hiermee is het mogelijk om de gevolgen van het gevoerde beleid maar ook van mogelijke alternatieven weer te geven. Jaarlijks kan aangegeven worden of de beschikbaar gestelde financiële middelen toereikend zijn voor het beheer en onderhoud van wegverhardingen. Bijvoorbeeld winters met veel vorstschade leiden tot extra kosten.

Wanneer aan de hand van het beheerplan de budgetten voor het onderhoud zijn vastgesteld kan gestart worden met de daadwerkelijke voorbereiding van het onderhoudsplan voor wegverhardingen dat uiteindelijk leidt tot de samenstelling van het onderhoudsbestek wegverhardingen.

Bijlage 2 Schematische weergave wegbeheersystematiek

Figuur B2.1

Bijlage 3 Materiaalkeuze

Asfaltverharding

Elementenverharding

Cementbetonverharding

Verblijfsgebied 30 km

(wegtype 5) (ETW/GOW30)

+ snel aan te brengen

-hoge onderhoudskosten i.v.m. aanwezigheid ondergrondse infrastructuur

-hoge kosten voor aanbrengen streetprint

-plaatselijke reparaties blijven zichtbaar

+ mogelijkheden om te variëren met kleur

+ plaatselijk reparaties zijn eenvoudig

+ ondergrondse infrastructuur is goed te bereiken

+ verhoogt beleving van de woonomgeving

+ grote mate van vlakheid

-moeilijk aan te brengen

-aanleg vergt veel tijd

-hoge aanlegkosten

-hoge onderhoudskosten i.v.m. aanwezigheid ondergrondse infrastructuur

-plaatselijke reparaties moeilijk uitvoerbaar

-natuurlijke ondergrond klei is slechts tegen zeer hoge kosten geschikt te maken als fundering

Verblijfsgebied 60 km

(wegtype 4)

(ETW)

+ snel aan te brengen

+ verkeersgeluid reducerend

+ comfortabel

+ grote mate van vlakheid

-plaatselijke reparaties blijven zichtbaar

-veroorzaakt hinder door trilling en geluid bij onvoldoende vlakheid

-minder goed bestand tegen hoge verkeersbelastingen

+ gering onderhoud

+ grote mate van vlakheid

+ goed bestand tegen hoge verkeersbelastingen

+ comfortabel

-aanleg vergt veel tijd

-hoge aanlegkosten

-plaatselijke reparaties moeilijk uitvoerbaar

-natuurlijke ondergrond klei is slechts tegen zeer hoge kosten geschikt te maken als fundering

Verkeerswegen

(wegtype 2 en 3)

(GOW)

+ snel aan te brengen

+ verkeersgeluid reducerend

+ grote mate van vlakheid

+ goed bestand tegen hoge verkeersbelastingen

+ comfortabel

-plaatselijke reparaties blijven zichtbaar

-veroorzaakt hinder door trilling en geluid bij onvoldoende vlakheid

-minder goed bestand tegen hoge verkeersbelastingen

-aanbrengen is tijdrovend

-vlakheid is sterk onderhevig aan zettingen in ondergrond

+ gering onderhoud

+ grote mate van vlakheid

+ goed bestand tegen hoge verkeersbelastingen

+ comfortabel

-aanleg vergt veel tijd

-hoge aanlegkosten

-plaatselijke reparaties zijn moeilijk en kostbaar

-natuurlijke ondergrond klei is slechts tegen zeer hoge kosten geschikt te maken als fundering

Voetpaden

(wegtype 6)

-moeilijk aan te brengen in verband met ruimtegebrek

-hoge onderhoudskosten i.v.m. aanwezigheid ondergrondse infrastructuur

+ eenvoudig aan te brengen

+ ondergrondse infrastructuur is goed te bereiken

+ onderhoudskosten zijn laag

-uit praktijkoverwegingen niet toepasbaar vanwege bijna enkel nadelen

Asfaltverharding

Elementenverharding

Cementbetonverharding

Fietspaden

(wegtype 7)

+ grote mate van vlakheid

+ comfortabel

+ snel aan te brengen

-plaatselijke reparaties blijven zichtbaar

-ondergrondse infrastructuur is moeilijk bereikbaar

+ ondergrondse infrastructuur is goed te bereiken

-vlakheid is sterk onderhevig aan zettingen in ondergrond

-aanbrengen is tijdrovend

-kwetsbaarder voor worteldoorgroei

+ gering onderhoud

+ grote mate van vlakheid

+ comfortabel

-aanleg vergt veel tij

-hoge aanlegkosten

-plaatselijke reparaties zijn moeilijk en kostbaar

-natuurlijke ondergrond klei is tegen relatief geringe meerkosten geschikt te maken als fundering

-ondergrondse infrastructuur is moeilijk bereikbaar

Groot onderhoudsmaatregel

Na ± 7, 15 en 22 jaar

Na ± 15 jaar

Na ± 14 en 28 jaar

Rehabilitatie

Na ± 45 jaar

Na ± 50 jaar

Na ± 55 jaar

tabel B3.1: verhardingsmaterialen en wegfunctie

Bijlage 4 Minimaal kwaliteitsbeeld voor wegverhardingen

Rafeling asfaltverharding wegtype 3-7:

Zichtbaar: er is enige rafeling. De waarschuwingsgrens is overschreden.

Ernst: < 50% per m2

Omvang: ≤ 50% per 500 m2

Dwarsonvlakheid asfaltverharding wegtype 4-7:

Zichtbaar: Er is enige dwarsonvlakheid (spoorvorming).

Ernst: > 20 mm

Omvang: ≥ 35 m1 per 100 m1

Scheurvorming asfaltverharding wegtype 2 en 6:

Zichtbaar: Er is enige scheurvorming. De waarschuwingsgrens is overschreden.

Patroon: lengte- en dwarsscheuren, niet verbonden

Omvang: < 50 m1 per 100 m1

Scheurwijdte: 5 - 10 mm per 100 m1

OF omvang: < 5 m1 per 100 m1

Scheurwijdte: > 10 mm per 100 m1

Scheurvorming asfaltverharding wegtype 3-5,7:

Zichtbaar: Er is enige scheurvorming. De waarschuwingsgrens is overschreden.

Omvang: < 25 m1 per 100 m1

Scheurwijdte: > 10 mm per 100 m1

Patroon: fijn of grofmazig blokpatroon

Oneffenheden asfaltverharding wegtype 3-7:

Zichtbaar: Er zijn enige oneffenheden. De waarschuwingsgrens is overschreden.

Hoogteverschil: > 10 mm

Omvang: < 10 stuks per 100 m1

OF hoogteverschil: > 15 mm

Omvang: < 2 stuks per 100 m1

Randschade asfaltverharding wegtype 3-7:

Zichtbaar: Er is enige randschade. De waarschuwingsgrens is overschreden.

Ernst afzonderlijke schades: ernstig

Omvang: < 5 m1 per 100 m1

Figuur B4.1: minimaal kwaliteitsbeeld asfaltverhardingen (kwaliteitsbeeld B)

Dwarsonvlakheid elementen wegtype 3-6:

Zichtbaar: Er is aanzienlijke dwarsonvlakheid (spoorvorming). De richtlijn van de CROW-systematiek is overschreden

Hoogteverschil: > 25 mm

Omvang: n.v.t.

Hoogteverschil: > 40 mm

Omvang: < 15 m1 per 100 m1

Kwaliteitsbeeld C

Dwarsonvlakheid elementen wegtype 7:

Zichtbaar: Er is enige dwarsonvlakheid. De waarschuwingsgrens is overschreden.

Hoogteverschil: > 25 mm

Omvang: < 15 m1 per 100 m1

OF hoogteverschil: > 40 mm

Omvang: < 5 m1 per 100 m1

Kwaliteitsbeeld B

Oneffenheden elementen wegtype 4-7:

Zichtbaar: Er zijn aanzienlijk oneffenheden. De richtlijn van de CROW-systematiek is overschreden.

Hoogteverschil: > 15 mm

Omvang: < 15 stuks per 100 m1

OF hoogteverschil: > 30 mm

Omvang: < 3 stuks per 100 m1

Kwaliteitsbeeld C

Voegwijdte tegelverharding wegtype 4-7:

Zichtbaar: Er is enige mate van voegwijdte.

Omvang: > 1% per 100 m1

Voegwijdte: tussen 10 en 20 mm

Kwaliteitsbeeld B

Figuur B4.2: minimaal kwaliteitsbeeld elementenverhardingen (kwaliteitsbeeld B of C)

Bijlage 5 Begrippenlijst

Asfaltverharding

gesloten verharding die bestaat uit asfaltbeton of andere met bitumen gebonden materialen

Beheerplan

een op grond van het beheerbeleid jaarlijks opgesteld plan met onderhoudsmaatregelen en de daarvoor benodigde budgetten voor optimaal onderhoud over een reeks van jaren

Cementbetonverharding

gesloten verharding die bestaat uit gewapend of ongewapend beton

C.R.O.W.

kenniscentrum voor verkeer, vervoer en infrastructuur

Cyclusbedrag

gemiddelde jaarlijkse kosten van het onderhoud per areaaleenheid gedurende een onderhoudscyclus

Direct onderhoud

onderhoud dat vanwege acute verkeersonveiligheid, calamiteiten, klachten enzovoort zonder uitstel wordt uitgevoerd

Dwarsvlakheid

verticale vervormingen (onder andere spoordiepte) in het dwarsprofiel van de verharding

Elementenverharding

open verharding bestaande uit geprefabriceerde of natuurlijke elementen

Geluid reducerend asfalt

asfaltverharding wat als doel heeft om het contactgeluid tussen band en weg terug te dringen

Gesloten verharding

verharding die ondoorlatend is voor hemelwater en grotendeels of geheel bestaat uit lagen die slechts door definitieve destructie zijn te verwijderen

Groot onderhoud

onderhoud van veelal ingrijpende aard dat over een wegvak of een groot deel daarvan wordt uitgevoerd

Halfverharding

open verharding bestaande uit een laag ongebonden grind en/of steenslag, mijnsteen, schelpen en dergelijke

Klein onderhoud

onderhoud dat in het eerste of het lopende planjaar over een klein deel van een wegvak wordt uitgevoerd

Oneffenheden

plaatselijk voorkomende verticale vervorming van of discontinuïteit in de verharding

Open verharding

verharding die doorlatend is voor hemelwater en bestaat uit ongebonden materialen of in verband aangebrachte elementen die gemakkelijk aan te brengen en weer te verwijderen zijn

Rafeling

verdwijnen van steenslag uit het verhardingsoppervlak

Rationeel wegbeheer

samenhangend geheel van activiteiten om de kwaliteit van het wegennet met zo laag mogelijke kosten in stand te houden

Reconstructie

maatregelen om de kwaliteit van de verharding en de inrichting van de weg aan te passen aan de huidige eisen

Rehabilitatie

maatregelen om de kwaliteit van de verharding weer op het gewenste niveau te brengen zonder de inrichting van de weg aan te passen

Schadebeelden

schade volgens de classificatie van de C.R.O.W.-schadecatalogus met de ernstklassen licht, matig en ernstig

Slijtlaag

op het wegoppervlak aanbrengen van een laag bindmiddel die wordt afgestrooid met steenslag of fijn grind

Teerhoudend asfalt

asfalt dat een gehalte aan polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK) bevat boven een in het Bouwstoffenbesluit gestelde norm

Verhardingsconstructie

gedeelte van de wegconstructie boven de onderbouw van zand, natuurlijke ondergrond of verbeterde ondergrond

Visuele inspectie

inspectie die ten doel heeft de aard, ernst en omvang van schades aan de verharding of een kunstwerk eenduidig vast te stellen

Wegbeheer

verantwoordelijkheid en zorg om de weg aan zijn functie te laten beantwoorden

Wegbeheerder

openbare of particuliere instantie die verantwoordelijk is voor het wegbeheer

Wegbeheersysteem

beheersysteem voor wegen, meestal geënt op de C.R.O.W.-systematiek voor wegbeheer

ZOAB

staat voor Zeer Open Asfalt Beton wat vooral op rijkswegen en provinciale wegen wordt toegepast vanwege de waterafvoerende capaciteiten en geluid reductie.

Geldende tekst uit de Centrale Voorziening Decentrale Regelgeving (CVDR, open data van de overheid). Raadpleeg lokaleregelgeving.overheid.nl voor de officiële versie. Dit is geen juridisch advies.