Aanhef
De gemeenteraad van Lingewaard heeft op 3 juni 2026 besloten om het beleidsplan civiele kunstwerken Lingewaard 2026 vast te stellen. Het minimale kwaliteitsniveau voor civiele kunstwerken is vastgesteld op beeldkwaliteit C op basis van de C.R.O.W. beeldkwaliteit systematiek.
Hoofdstuk 1 Samenvatting
1.1.1 Wat willen we bereiken
Met dit beleidsplan (hierna: plan) civiele kunstwerken draagt de gemeente op een doelmatige en duurzame manier zorg haar civiele kunstwerken. Het doel is het voorkomen van onaanvaardbare hinder en veiligheidsrisico’s. We zetten de financiële middelen op het meest verantwoorde moment in, binnen de vastgestelde kwalitatieve en financiële kaders en we behalen het maximale rendement tegen de laagst mogelijke kosten.
Het effect is dat we deze kunstwerken veilig en duurzaam in stand houden met een onderhoudskwaliteit die voldoet aan het vastgestelde kwaliteitsbeeld.
1.1.2 Wat gaan we daarvoor doen
Met het oog op een duurzame samenleving kopen we in op basis van het aanbestedingsbeleid Lingewaard en sluiten aan op het duurzaamheidsbeleid. Dit door de milieuaspecten zoveel mogelijk in het inkoopproces mee te nemen. We gebruiken daarbij de duurzaamheidscriteria voor civiele constructies van Pianoo.
De onderhoudsaanpak van de kunstwerken is in lijn gebracht met wettelijke kaders, zoals de zorgplicht en de gemeentelijke visie en plannen. Deze zijn verkort in het plan opgenomen. Het onderhoud sturen we op veiligheid, functioneren en gestelde kwaliteitscriteria. Bovendien is het beleid rond de wegen ook leidend voor de civiele kunstwerken. Bijna alle in dit plan opgenomen kunstwerken vormen een onderdeel van de wegen. We gaan uit van minimaal beeldkwaliteitsniveau C (laag) voor heel Lingewaard.
Om de veiligheid, het gebruik en de instandhouding aantoonbaar te waarborgen is een inspectie regime opgezet. Dit regime bestaat uit vier onderdelen: de schouw, de functionele inspectie, de toestand inspecties en de maatregeltoets. Op deze manier is een duidelijke koppeling gemaakt tussen een doelmatige inzet en de gemeentelijke taken en verantwoordelijkheden.
1.1.3 Wat gaat het kosten
Om de objecten langdurig veilig te laten functioneren en de instandhouding ervan te waarborgen passen we drie soorten onderhoud toe, te weten:
•Klein onderhoud;
•Groot onderhoud;
•Vervangingen.
De realisatie van het onderhoud op het minimale kwaliteitsniveau C vereist middelen. Het klein onderhoud is een vast bedrag dat jaarlijks in de begroting wordt opgenomen. De kosten van groot onderhoud komen ten laste van de voorziening civieltechnische kunstwerken. Dit is inclusief de eventuele externe VAT-kosten en exclusief kosten voor vandalisme en overige onvoorziene zaken.
Voor de vervanging van civiele kunstwerken wordt jaarlijks een dotatie gedaan in de bestemmingsreserve Civieltechnische kunstwerken. Deze dotatie heeft als functie de afschrijvingslasten die voortvloeien uit een vervangingsinvestering te kunnen dekken. In hoofdstuk 8 wordt hier verder op ingegaan.
In zowel de bestemmingsreserve als de voorziening groot onderhoud zijn voldoende financiële middelen beschikbaar.
Hoofdstuk 5 Waar staan we nu?
5.2 Scope en beheergrenzen
5.2.1 Scope
In paragraaf 5.1 is aangegeven welke objecten binnen de scope van dit plan vallen. Buiten de scope van het plan vallen de volgende soorten objecten:
•Duikers (vallen onder riolering);
•Alle bij particulieren in beheer zijnde civiele kunstwerken, zoals erftoegangsbruggen en grondkeringen;
•Alle civiele kunstwerken die in het beheer zijn van bedrijven en andere overheden (binnen park Lingezegen zijn wij eigenaar en bekostigen de vervanging. Het beheer en onderhoud, incl. het uitvoeren van kleine reparaties, ligt bij de parkorganisatie);
•Beeldende kunst.
5.2.2 Beheergrenzen
De beheergrens geeft aan welke onderdelen tot het object behoren en welke niet. Uitgangspunt is dat ‘alles wat zich binnen de dilatatievoegen van brug of landhoofden bevindt’, onderdeel van het kunstwerk is. Dus ook de verharding op de brug. Uitzondering hierop is de oeverbeschoeiing onder de brug als deze geen onderdeel uitmaakt van het landhoofd.
5.3 Huidige staat areaal
5.3.1 Conditieverval
De conditie van het areaal neemt met de tijd af. Dit door invloeden van buitenaf, zoals vocht en andere aantastingen. Maar ook door de toenemende belastingen van de objecten. Vooral de toegenomen aslasten van landbouw- en vrachtverkeer hebben een negatieve invloed op de technische conditie en levensduur van objecten. Het type materiaal van de opbouw van de bruggen is medebepalend voor de mate van invloed op het verval van de conditie. Houten delen gaan doorgaans zo’n 30 jaar mee en hebben vooral last van houtrot.
Stalen, betonnen, kunststof en/of kunststof versterkte onderdelen hebben veel minder snel last van conditieverval en gaan meestal minimaal 60 tot 80 jaar mee. Door nieuwe ontwikkelingen wordt ook veel composiet toegepast als materiaal voor kunstwerken. Dit materiaal heeft een lange levensduur, weinig last van conditieverval en is eenvoudig in onderhoud.
5.3.2 Nader onderzoek
Naar aanleiding van inspectierondes werden sommige kunstwerken nader onderzocht. Er is een technische inspectie uitgevoerd waarmee we inzicht kregen in:
•De exacte omvang, oorzaak en ernst van de aangetroffen schade;
•De verborgen gebreken en de technische staat van het object;
•De restlevensduur en
•De uit te voeren maatregelen.
De maatregelen zijn verwerkt in de objectpaspoorten en de meerjarige onderhoudsbegroting en -planning.
De betonnen bruggen over de Linge zijn al eerder gecontroleerd op vooral de draagkracht. De metingen gaven geen aanleiding tot het treffen van maatregelen.
5.3.3 Vervanging objecten
In de gemeente Lingewaard zijn veel objecten van hout. Dit zijn vooral fiets-voetgangersbruggen in parken en verbindingen tussen wijken. De houten bouwdelen zijn erg gevoelig voor schimmels en hebben daarmee een beperkte levensduur. Zeker de delen op scheiding van lucht en water/bodem zijn extra gevoelig.
Van de houten bruggen in de gemeente Lingewaard is 60% 20 jaar of ouder. Veel bruggen zijn volledig van hout met een houten bovenbouw (hoofddraagconstructie, dek en leuningen) en een houten onderbouw (fundatie, landhoofd, pijlers). Primair worden vooral de pijlers het meest aangetast. Maar ook dekplanken, leuningen en zelfs de hoofd draagconstructie gaan na 30 jaar sterke verouderingsverschijnselen vertonen, zoals houtrot, scheurvorming en sterke vervuiling.
Scheurvorming en vervuiling vergroot het langdurig vochtig blijven van het hout (mosgroei en gladheid), waarmee het houtrotproces wordt versneld en de sterkte en de draagkracht van het object verloren gaat.
Figuur 4: Een houten brug (levensduur ca. 30 jaar)
Bij vervanging van onderdelen van deze houten bruggen kiezen we bijvoorbeeld voor composiet onderdelen. Ook steeds meer bruggen worden volledig van dit materiaal gemaakt. Op het moment van vervanging maken we de keuze of een houten brug nog de juiste is. Door andere materialen te gebruiken zijn de totale onderhoudskosten (total cost of ownership) waarschijnlijk lager. Mogelijk is ook een ‘tweedehands’ brug in te passen. Vaak is hierbij de overspanningslengte bepalend of deze mogelijkheid er is.
5.3.4 Invloed van groen op de instandhouding van civiele kunstwerken
Het beheer en onderhoud van de civiele kunstwerken heeft diverse raakvlakken met groen en ecologie waar rekening mee moet worden gehouden. De ecologische waarde is verbonden aan de Omgevingswet. Onderhoud dient waar mogelijk op ecologisch verantwoorde wijze uitgevoerd te worden. Bij een dreigende calamiteit heeft de veiligheid van het object, de omgeving en personen de hoogste prioriteit.
Hoofdstuk 6 Hoe gaan we het doen?
6.2 Beheervisie
6.2.1 Kunstwerken in de openbare ruimte – beeldkwaliteit
Civiele kunstwerken vormen een onderdeel van de openbare ruimte. Traditioneel is beheer gebaseerd op het in standhouden van kunstwerken tegen aanvaardbare kosten en met inachtneming van de wettelijke aansprakelijkheid van de beheerder in het kader van artikel 6:174 van het Burgerlijk Wetboek.
De inwoner is gebruiker van deze openbare ruimte en het beheer van kunstwerken moet ook een bijdrage leveren aan de tevredenheid van de inwoner. Een aanpak die uitsluitend gericht is op de technische staat en veiligheid is niet meer voldoende. Ook de belevingswaarde is bepalend voor de algemene kwaliteit van een kunstwerk. Deze belevingswaarde kan worden uitgedrukt in beeldkwaliteit. Dit wordt mede bepaald door politieke ambities in relatie tot de beschikbare middelen. Dit leidt tot het stellen van prioriteiten ten aanzien van de kunstwerken.
6.2.2 Kwaliteitsniveaus
Voor kunstwerken in de gemeente Lingewaard dient de minimale beeldkwaliteit C te zijn.
De kwaliteit van kunstwerken kan volgens verschillende methoden worden uitgedrukt. Een van die methoden is publicatie 288 “Kwaliteitscatalogus openbare ruimte 2018” van het CROW, die loopt van kwaliteit A+ (uitstekend) tot en met D (zeer slecht). Tijdens inspecties van kunstwerken is het gebruikelijk het kwaliteitsniveau uit te drukken volgens de NEN2767. Deze norm drukt de kwaliteit van een kunstwerk uit in een conditiescore op een schaal van 1 (uitstekend) tot en met 6 (zeer slecht). Een derde mogelijkheid is het hanteren van een rapportcijfer. Een vergelijking tussen deze methoden is opgenomen in tabel 3.
Tabel 3: Kwaliteitsbenamingen openbare ruimte
In alle gevallen is de bedrijfszekerheid voldoende en is er beperkte sprake van gevaar. In standhouden op kwaliteitsniveau C betekent op de lange termijn verval en daarmee kapitaalvernietiging.
6.3 Beheerstrategie
6.3.1 Beeldkwaliteit
In 2022 is het gehele kunstwerkenareaal geïnspecteerd conform de NEN2767. Tijdens de inspectie hebben inspecteurs de aangetroffen schades geregistreerd en geclassificeerd. Op basis van de geconstateerde schades zijn de conditiescores per kunstwerk en voor de onderdelen van de kunstwerken bepaald. Het kwaliteitsniveau in 2022 kwam overeen met rapportcijfer 6,8 en kwaliteitsniveau B. Dit betekent dat de kwaliteit overeenkwam met het vastgestelde minimale kwaliteitsniveau.
Indachtig deze resultaten is bij het voorstellen van bezuinigingsmaatregelen kritisch gekeken naar het kwaliteitsniveau van kunstwerken. Conclusie was dat het mogelijk is om een stapje terug te gaan in minimaal vereist kwaliteitsniveau naar C. Het bedrag dat daaraan gekoppeld is komt overeen met het bedrag dat in 2021 nodig was om het klein onderhoud van kwaliteit C naar B te brengen.
De daling van het minimale kwaliteitsniveau betekent alleen een verlaging van het budget voor klein onderhoud. De storting in de voorziening voor groot onderhoud blijft ongewijzigd.
In de volgende tabel is de relatie aangegeven tussen de gekozen kwaliteitsniveaus, de kwaliteit catalogus CROW en de NEN 2767. Kwaliteit A is luxer, duurder en Kwaliteit C genereert op termijn waardeverlies door verval. Kwaliteit B is economisch het meest verantwoord.
Tabel 4: Relatie verschillende kwaliteitsniveaus
In het ontwerpproces wordt bij de materiaalkeuze naast het aspect duurzaamheid ook gekeken naar materialen met lage onderhoudskosten. Hierdoor blijven de onderhoudskosten op de langere termijn lager en ook betaalbaar.
6.3.2 Beheerproces
Het beheerproces is erop gericht dat de kunstwerken voldoen aan de gestelde eisen. Dit geldt voor zowel de veiligheid, het functioneren als de langdurige instandhouding daarvan binnen de gestelde gemeentelijke (financiële) kaders. Op basis van dit plan onderscheiden we diverse jaarlijks terugkerende activiteiten.
In bijlage 3 ‘Beheerproces en onderhoud’ beschrijven we in detail op welke manier het beheerproces verloopt.
6.4 Ontwikkelingen
6.4.1 Klimaatadaptatie
Klimaatverandering heeft op verschillende manieren invloed op het kunstwerkbeheer. Weersomstandigheden hebben altijd al effect op de veiligheid en bereikbaarheid van verkeersinfrastructuur. Door klimaatverandering nemen de gevolgen in hevigheid en frequentie toe. Een gevolg is het vaker voorkomen van hevige neerslag.
Systemen voor hemelwaterafvoer moeten hierop worden aangepast. Wanneer deze systemen niet of niet voldoende functioneren zullen plassen op de weg ontstaan en kunnen bij taluds bij landhoofden eroderen.
Aandachtspunten voor het kunstwerkbeheer zijn bijvoorbeeld het verlagen van trottoirbanden, het omvormen van verhard oppervlak naar groen en het vaker reinigen van hemelwaterafvoeren.
6.4.2 Circulariteit
Nederland wil in 2050 een circulaire economie zijn. Dit betekent zoveel en zo hoogwaardig mogelijk hergebruik van producten en materialen. Met het oog op een duurzame samenleving koopt de gemeente in op basis van het aanbestedingsbeleid Lingewaard. Hierdoor worden de milieuaspecten zoveel mogelijk meegenomen in het inkoopproces. Hierbij wordt gebruik gemaakt van de duurzaamheidscriteria voor civiele constructies van Pianoo.
Zo kan worden gekozen om de houten bruggen te vervangen door composiet bruggen. Ook is het mogelijk om onderdelen te hergebruiken, zoals houten dekdelen en houten liggers. In het ontwerpproces wordt bij de materiaalkeuze naast het aspect duurzaamheid ook gekeken naar materialen met lage onderhoudskosten. Hierdoor blijft het onderhoud op de langere termijn ook betaalbaar.
6.4.3 Mobiliteit en toegankelijkheid
Het weggebruik verandert. Denk aan een steeds groter aantal elektrische fietsen en auto’s en meer openbaar vervoer. Maar ook de wens om de openbare ruimte toegankelijker te maken voor ouderen.
Deze ontwikkelingen vragen aanpassingen van de openbare ruimte. Voor het beheer betekent dit enerzijds het voorkomen of wegnemen van obstakels en het toegankelijk houden van de openbare ruimte. Voorbeeld hiervan is behouden van een goede aansluiting tussen kunstwerk en aanliggende weg. Zetting en boomwortelopdruk zijn oorzaken die zorgen voor een minder goede aansluiting. Daarnaast dienen de hellingen van de kunstwerken ten minste geschikt te zijn voor rolstoelgebruik.
6.4.4 Ontwikkelingen in het wegverkeer
De laatste jaren is de intensiteit en het gewicht van het vrachtverkeer toegenomen. Voor de belasting op de bruggen, eventueel in combinatie met een duiker, zijn geen aslasten-/gewichtsbeperkingen ingesteld. Op basis van keuzes, onverwachte deformaties, enzovoorts, is het mogelijk dat voor een object een (tijdelijke) gewichtsbeperking ingesteld moet worden. Een dergelijke beperking verloopt altijd in overleg tussen de verkeerskundige en de beheerder van de kunstwerken.
Hoofdstuk 7 Wat doen we daarvoor?
7.1 Beheerprogramma’s
7.1.1 Constructieve veiligheid
De constructieve veiligheid is bepalend of de primaire functie van objecten kan worden vervuld. Uit landelijk onderzoek is al langer bekend dat veel oudere (betonnen) kunstwerken een hoog risico hebben op onvoldoende constructieve veiligheid. Dit door de bouwwijze van toen, zoals in het werk gestort beton, maar ook door de toegenomen verkeersintensiteit en hogere aslasten (grotere vrachtwagens). Om inzicht te hebben in dit risico worden de kritische kunstwerken in het areaal gecontroleerd.
Het onderzoek naar de constructieve veiligheid is in drie stappen te verdelen:
1Bureau studie
➝
bestuderen van ontwerpdocumenten, bestekken en tekeningen etc.
2Inspectie
➝
bepalen van de onderhoudstoestand van de draagconstructie, eventueel aanvullend boorkernonderzoek;
3Analyse gegevens
➝
bepalen risico’s ten aanzien van de constructieve veiligheid.
7.1.2 Inspecties en maatregeltoets
Jaarlijks wordt door de gemeente het areaal geschouwd op veiligheid en functioneren. Daarnaast wordt beoordeeld of de objecten nog voldoen aan de gestelde eisen met betrekking tot beeldkwaliteit. Deze schouwrondes worden uitgevoerd door team Technisch Wijkbeheer.
Verder worden toestandsinspecties uitgevoerd naar de staat van de houten, stalen en betonnen objecten. Dit geschiedt gefaseerd, de houten objecten om de 3-5 jaar en de stalen en betonnen objecten om de 5 jaar. De toestand inspecties worden door externe specialisten uitgevoerd. Deze inspectiekosten dekken we uit het budget voor klein onderhoud.
De kosten voor onderhoud en vervangingen baseren we op de resultaten uit de inspecties. Op dit moment zijn de maatregelen theoretisch ingedeeld naar planjaar op basis van de bouwdeelscore (NEN2767 Conditiemeting) waar de maatregel betrekking op heeft. Een gedetailleerde planning of operationeel programma wordt gemaakt op basis van een maatregeltoets. Dit heeft echter zeer weinig invloed op de totale kosten zoals deze nu zijn opgenomen. Feit blijft dat de opgenomen maatregelen binnen de planperiode moet worden uitgevoerd. De maatregeltoets is bedoeld om binnen de planperiode te schuiven met maatregelen om werkzaamheden te kunnen bundelen en prioriteiten bij te stellen. Bij de maatregeltoets wordt voor de komende jaren tevens afstemming gezocht met de andere domeinen om integraal werk mogelijk te maken.
7.1.3 Nader onderzoek
Nader onderzoek voeren we uit bij kritische objecten waarbij de conditie onvoldoende is vast te stellen bij een reguliere inspectie. Vaak is dit specialistisch onderzoek naar beton schade, corrosie en het opnieuw bepalen van de draagkracht/ sterkte van het object.
Toelichting
Begrippenlijst
De volgende begrippen en definities zijn relevant binnen het kader van dit Beleidsplan.
Beheergrens
De grens waarbij het beheer van de ene naar de andere beheerder overgaat
Bouwdeelscore
Dat is de mate van degradatie ten opzichte van nieuwbouw kwaliteit. Een bouwdeelscore 1 van een bouwdeel voor nieuwbouw kwaliteit is 1 en conditiescore 6 is technisch rijp voor sloop. Dit overeenkomstig de norm NEN 2767 voor conditiemetingen.
Conditieopname NEN 2767
Een norm om op een objectieve methode de conditie van bouwwerken en installaties vast te stellen, met als doel de prioriteit van het onderhoud inzichtelijk en meetbaar te maken.
CROW beeldkwaliteit systematiek
Een door de CROW ontwikkelde en gepubliceerde landelijke standaard/ waarderingsmethode (Kwaliteitscatalogus openbare ruimte) om de beeldkwaliteit voor onderhoudsniveaus van de openbare ruimte vast te stellen in 5 klassen van A+ tot D.
Functionele inspectie
Een visuele inspectie die gericht is op het vaststellen of het object nog (veilig) functioneert in relatie tot de daaraan gestelde eisen.
Gebiedskwaliteit
De door de gemeente gedefinieerde classificatie om de minimale beeldkwaliteit eisen per gebied vast te stellen. Deze kent 3 niveaus, te weten Top, Normaal en Sober.
Gemiddelde beeldkwaliteit
Civiele kunstwerken kunnen uit verschillende onderdelen bestaan. Bij bijvoorbeeld de bruggen kennen we de onderdelen; het landhoofd, de pijlers, de dwarsliggers, de leuning, het dek. Ieder onderdeel kan in de loop van de jaren een andere beeldkwaliteit hebben. De totale beeldkwaliteit is het gemiddelde van alle onderdelen tezamen.
Jaarplan
Een plan waarin alle uit te voeren onderhoudsmaatregelen voor een bepaald jaar zijn opgenomen en gebudgetteerd.
Klein onderhoud
Dit betreft het repareren van schades van geringe omvang. De intensiteit van het klein onderhoud bepaalt voor een groot deel de beeldkwaliteit van de openbare ruimte. Het werk bestaat hoofdzakelijk uit het reinigen, het bijwerken van de conservering en onkruidbestrijding op en rondom het kunstwerk. Het heeft een directe relatie heeft met de technische kwaliteit. Bijvoorbeeld door vervuiling vermindert de levensduur van houten bruggen.
Groot onderhoud
Dit onderhoud is gericht op het behalen van de technische levensduur van het kunstwerk rekening houdend met de vereiste minimale beeldkwaliteit. Voorbeelden zijn het vervangen van leuningen of het herstellen van betonschades.
Vervanging
Is gericht op het verhogen van het langdurig en veilig borgen van de functie van het object of het aanpassen van de functie van een object.
Bij het einde van de technische levensduur van het kunstwerk is totale vervanging noodzakelijk. Het gehele object wordt vervangen. Het resultaat na vervanging is de gemiddelde beeldkwaliteit A+ / als nieuw.
Minimale kwaliteit – interventieniveau
Dat is de minimaal vereiste kwaliteit aan eigenschappen die een object moet hebben. Bij onderschrijding wordt overgegaan tot onderhoudsmaatregelen, de interventie.
MJOB
Meerjarige onderhoudsbegroting. Dit is een plan waarin de verwachte kosten voor de uit te voeren onderhoudsmaatregelen (en vervangingen) zijn opgenomen en uitgezet in een bepaalde tijd, meestal 5, 10 of 15 jaar.
MVI:
Maatschappelijk verantwoord inkopen / Duurzaam inkopen
Pianoo
Expertisecentrum voor inkopen
Schouwen
Een visuele inspectie die in deze situatie gericht is op de veiligheid en het vaststellen in welke mate het object nog voldoet aan de gebied kwaliteitseisen.
Toestandsinspectie
De toestandsinspectie is een opname die gericht is op het vaststellen van de toestand, de conditie van het object. Deze inspectie bestaat uit gedetailleerde visuele opnames maar daar waar mogelijk ook uit metingen en bepalingen.
Utilitaire route
Hoofdverbinding tussen wijken of kernen
Vervangingswaarde
De boekhoudkundige waarde waarvoor een civieltechnisch kunstwerk vervangen kan worden.
Voorziening
Een grootboekrekening waarop (periodiek) bedragen worden gestort met als oogmerk het saldo op enig moment in de toekomst aan te wenden voor het doel waar de voorziening oorspronkelijk voor is gevormd.
Zorgplicht
Zie hoofdstuk 3.6.
Burgerlijk Wetboek 6 Artikel 174:
1.
De bezitter van een opstal die niet voldoet aan de eisen die men daaraan in de gegeven omstandigheden mag stellen, en daardoor gevaar voor personen of zaken oplevert, is, wanneer dit gevaar zich verwezenlijkt, aansprakelijk, tenzij aansprakelijkheid op grond van de vorige afdeling zou hebben ontbroken indien hij dit gevaar op het tijdstip van het ontstaan ervan zou hebben gekend.
4.
Onder opstal in dit artikel worden verstaan gebouwen en werken, die duurzaam met de grond zijn verenigd, hetzij rechtstreeks, hetzij door vereniging met andere gebouwen of werken.
6.
Voor de toepassing van dit artikel wordt onder openbare weg mede begrepen het weglichaam, evenals de weguitrusting.
Bijlage 1 Wat zijn onze kaders?
In dit hoofdstuk wordt ingegaan op de voorwaarden en uitgangspunten om te komen tot het plan voor civiele kunstwerken. De wet- en regelgeving en het gemeentelijke beleid vormen het kader voor een goede en herleidbare onderhoudsaanpak. Daarnaast hebben ook het Waterschap Rivierenland, de provincie Gelderland en ProRail invloed op de onderhoudsstrategie van de civiele kunstwerken. In de begrippenlijst is het overzicht van de gebruikte begrippen en de definities in het plan opgenomen.
De volgende wet- en regelgeving is van belang bij het beheer- en onderhoud van kunstwerken:
•De Gemeentewet;
•Het Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeentes;
•Het Burgerlijk Wetboek;
•De Wegenwet en Waterwet;
•De Omgevingswet en Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl);
•De Wet milieubeheer.
1.1Gemeentewet en Besluit Begroting en Verantwoording
Gemeentewet
Met betrekking tot het onderhoud levert de Gemeentewet vereisten rond:
•De samenwerking met andere overheden;
•Het toezicht door de rijksoverheid en de provincie;
•De begroting, financiële administratie en rapportages aan de Gemeenteraad en jaarrekening.
Besluit Begroting en Verantwoording
In het Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten (BBV) is vastgelegd dat de begroting van de gemeente een paragraaf 'onderhoud kapitaalgoederen' moet bevatten. In deze paragraaf moeten het beleidskader, de financiële consequenties van dit beleidskader en de vertaling in de begroting zijn opgenomen.
Als de gemeente gebruik maakt van een voorziening voor groot onderhoud, moet deze zijn onderbouwd met een actueel beheerplan. Dit betekent voor het beheer van kunstwerken:
1De gemeente moet inzicht hebben in de benodigde financiële middelen voor het onderhouden van de kunstwerken. Hiervoor moet een meerjarenonderhoudsplan (MJOP) worden opgesteld.
2De gemeente moet het inzicht in de benodigde financiële middelen vertalen naar de begroting. Hiervoor moet het MJOP worden vertaald naar de paragraaf ‘onderhoud kapitaalgoederen’, bijvoorbeeld in een beheerplan kunstwerken.
3Als de gemeente een voorziening groot onderhoud heeft, moet deze voorziening zijn onderbouwd met een actueel beheerplan.
Burgerlijk Wetboek
In het Burgerlijk Wetboek zijn algemeen geldende eisen ten aanzien van de veiligheid en aansprakelijkheid opgenomen. Voor het beheer van kunstwerken zijn vooral artikelen 6:162 en 6:174 relevant:
•Artikel 6:162 geeft aan dat men aansprakelijk is als een wettelijke plicht niet wordt nagekomen.
•Artikel 6:174 geeft aan dat de eigenaar van een weg of kunstwerk aansprakelijk is als deze weg of het kunstwerk niet voldoet aan de eisen die men daaraan redelijkerwijs mag stellen, tenzij dit gevaar bekend wordt gemaakt aan de gebruiker.
Dit betekent voor het beheer van kunstwerken:
1De gemeente moet inzicht hebben in de technische staat van de kunstwerken en in de risico’s voor het gebruik. Hiervoor moeten inspecties en nader onderzoek worden uitgevoerd.
2De gemeente moet zorgen dat risico’s bekend zijn bij de gebruikers van de kunstwerken. Hiervoor moet de gemeente communiceren met gebruikers, bijvoorbeeld door het plaatsen van waarschuwingsborden bij gladheid.
De gemeente is aansprakelijk als deze en verplichtingen uit andere wetgeving niet wordt nagekomen.
Wegenwet en Waterwet
Vanuit de Wegenwet (artikelen 15 en 16) is de gemeente verplicht de wegen in haar beheer te onderhouden en te zorgen dat deze wegen in goede staat verkeren. Deze verplichting geldt ook voor de kunstwerken in die wegen.
De Waterwet (artikel 5.3) verplicht de gemeente voor de beheerde waterstaatswerken maatregelen te nemen om deze veilig en doelmatig te kunnen gebruiken.
Dit betekent voor het beheer van kunstwerken:
1De gemeente moet een onderhoudsprogramma hebben en zorgen dat dit onderhoud wordt uitgevoerd. Hiervoor moet een meerjarenonderhoudsplan (MJOP) worden opgesteld.
2De gemeente moet zorgen dat het onderhoud zodanig is dat de kunstwerken in goede staat blijven. Hiervoor moet de gemeente het onderhoud specificeren in een onderhoudscontract en dit uit laten voeren.
Omgevingswet en Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl)
De Omgevingswet bevat de regels voor de fysieke leefomgeving. Ingeval van sloop en nieuwbouw van een kunstwerk kan een omgevingsvergunning vereist zijn.
In het Besluit bouwwerken leefomgeving zijn voorschriften opgenomen met betrekking tot de constructieve veiligheid en gebruiksveiligheid. Kunstwerken vallen daarbij in de categorie ‘overige bouwwerken (niet zijnde gebouwen)’.
Het Besluit bouwwerken leefomgeving geeft aan dat de constructieve veiligheid onder alle genormeerde omstandigheden gewaarborgd dient te zijn. Niet alleen het ontwerp moet aan de eisen voldoen, maar ook in de actuele toestand moet het kunstwerk hieraan voldoen. Ook als het ontwerp voldoet, kan de actuele toestand zo zijn dat het kunstwerk niet aan de veiligheidseisen voldoet.
Verder geeft het Bouwbesluit aan dat een kunstwerk veilig en doelmatig gebruikt moet kunnen worden. Eisen aan de gebruiksveiligheid hebben bijvoorbeeld betrekking op de hoogte van leuningen, de stroefheid van brugdekken en verlichting.
Dit betekent voor het beheer van kunstwerken:
1De gemeente moet risico’s met betrekking tot de constructieve veiligheid kennen en maatregelen nemen om deze risico’s te beheersen. Hiervoor moeten inspecties en nader onderzoek worden uitgevoerd.
2De gemeente moet risico’s met betrekking tot de gebruiksveiligheid kennen en maatregelen nemen om deze risico’s te beheersen. Hiervoor moeten inspecties en nader onderzoek worden uitgevoerd.
Wet Milieubeheer
De Wet Milieubeheer is de basis voor het afgeven van milieuvergunningen. Dit is relevant voor het uitvoeren van onderhoudswerkzaamheden, bijvoorbeeld bij het vrijkomen en afvoeren van afvalstoffen.
1.2Veiligheid en zorgplicht
Alle eigendommen van de gemeente moeten veilig zijn voor de gebruikers daarvan. De gemeente kan aansprakelijk worden gesteld voor schade die iemand lijdt als gevolg van gebreken aan het areaal of het object. De eigenaar/ beheerder heeft de plicht zorg te dragen voor een aantoonbaar veilige situatie rond zijn areaal. Dit betekent voor het beheer van een areaal, zoals kunstwerken, dat rekening moet worden gehouden met de volgende aspecten:
•een preventief onderhoudsbeleid;
•een systematische en eenduidige klachtenregistratie;
•periodieke inspecties volgens een (landelijk geaccepteerde) uniforme methode;
•een goed werkend beheersysteem.
1.3Overige wet- en regelgeving
Bestaande situatie en nieuwbouw
In de bestaande situatie is doorgaans geen expliciete wetgeving voor het beheer en onderhoud aan kunstwerken van toepassing. Naast de algemeen geldende vereisten voor het beheren van objecten en het uitvoeren van werken daaraan (Arbo, lozingen e.d.).
Anders is dit bij nieuw te bouwen kunstwerken; daarop is onder meer het Besluit bouwwerken leefomgeving van toepassing. Daar waar bewegingswerken worden aangebracht, zullen deze moeten voldoen aan NEN 3410 en beschikken over een CE-markering. De gemeente Lingewaard heeft geen beweegbare bruggen.
Leuningen
Specifiek voor kunstwerken is de situatie rond leuningen. Hierover is vaak onduidelijkheid. In het nieuwe Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl) worden eisen aan de positionering van het relingwerk gesteld met betrekking tot de overklauterbaarheid en het onder doorglijden. Dit is niet van toepassing op kunstwerken omdat dit ‘niet gebouw zijnde’ objecten zijn. Relevant in dit kader is wel de hoogte van leuningen en de afstand tussen de staanders en tussenregels. De afmetingen van de leuningen moeten volgens het Bbl voldoen aan de eisen voor vloer afscheiding, waarbij de kunstwerken worden ingedeeld in de volgende gebruiksfuncties:
•Overige gebruiksfuncties. Dit betreft ten minste leuningen langs fiets- en voetpaden die voor het publiek toegankelijk zijn;
•Bouwwerken ‘Geen gebouw zijnde’. Dit betreft leuningen langs paden, trappartijen en dergelijke.
Bij alle leuningen dient de hoogte volgens het Bouwbesluit ten minste 1,10 meter te zijn bij een hoogteverschil van ≤ 13 meter, en 1,20 meter bij een hoogteverschil van > 13 meter.
In geval van de paden en trappartijen vormen de gestelde Arbo-eisen (Koninkrijk der Nederlanden, 1-1-2020) het uitgangspunt.
Hierin wordt vereist dat bij het werken boven de 2,5 meter een leuning van minimaal 1 meter hoogte aanwezig moet zijn. Voor reeds gebouwde objecten gelden de regels van het Bouwbesluit en Arbowet niet.
NEN8700 en CUR124
De NEN8700 is de Nederlandse invulling van de Eurocode en wordt gebruikt om de constructieve veiligheid van een kunstwerk te beoordelen. De CUR124 kan, in aanvulling op de NEN8700, worden gebruikt voor het beoordelen van de constructieve veiligheid van bestaande bruggen en viaducten van decentrale overheden.
Deze richtlijn maakt het mogelijk om rekening te houden met de vaak minder zware belasting op deze kunstwerken, binnen de kaders van NEN8700 en het Bbl.
Met de NEN8700, aangevuld met de CUR124, kan de beheerder invulling geven aan de verplichtingen om inzicht te hebben in risico’s met betrekking tot de constructieve veiligheid die voortkomen uit het Burgerlijk wetboek en het Bbl.
CUR117 en NEN2767
De CUR117 beschrijft verschillende vormen van inspectie en advies van kunstwerken. Deze richtlijn maakt het mogelijk om eenduidige afspraken te maken tussen opdrachtgever en opdrachtnemer over de vorm en inhoud van inspectie en onderzoek van kunstwerken.
De NEN2767 kan worden gebruikt om door middel van een conditiemeting de technische staat van een kunstwerk op uniforme wijze te bepalen. Een conditiemeting is een invulling van een specifieke soort inspectie (toestandsinspectie) uit de CUR117.
Met de CUR117, eventueel aangevuld met de NEN2767, kan de beheerder invulling geven aan de verplichtingen om inzicht te hebben in de technische staat en de risico’s van de kunstwerken.
NEN-ISO-55000 en iAMPro systematiek
De NEN-ISO-55000 is een internationale norm die een overzicht geeft van de assetmanagement methodiek. Deze methodiek kan worden gebruikt om het beheer van assets, zoals kunstwerken, te professionaliseren. De iAMPro systematiek is een praktische vertaling, specifiek gericht op het beheer van infrastructuur.
Met de NEN-ISO-55000 en de iAMPro systematiek kan de beheerder het beheer van de kunstwerken op een gestructureerde en professionele manier inrichten. Hierbij kan worden gekozen om deze methoden volledig te implementeren, maar ook voor het ondernemen van onderdelen hiervan.
1.4Gemeentelijk beleid
We voeren het beheer van de kunstwerken uit conform het gemeentelijk beleid. Voor het beheer van kunstwerken is het meest relevante gemeentelijk beleid:
1Beheervisie;
2Omgevingsvisie Lingewaard;
3Mobiliteitsvisie Gemeente Lingewaard;
4Samenwerking Groene Metropool Regio Arnhem-Nijmegen;
5Beleidsplan wegverhardingen;
6Duurzaamheid
Beheervisie
Met het vaststellen van het beheerplan civieltechnische kunstwerken 2021 is gekozen voor:
1Onderhoud van de kunstwerken op niveau beeldkwaliteit B. Beeldkwaliteit B komt neer op: het kunstwerk is veilig, functioneert goed, is heel en voldoende schoon, heeft een voldoende uitstraling en veroudering is zichtbaar.
De vastgestelde beeldkwaliteit voor wegen is leidend voor de beeldkwaliteit voor de kunstwerken. Vaak maken de kunstwerken onderdeel uit van de weg en dan is het logisch om dan een gelijk kwaliteitsniveau te hanteren.
2Hanteren van de volgende volgorde van uitgangspunten voor het beheer:
a.het voldoen aan wettelijke kaders;
b.het borgen van de veiligheid en daarmee de aansprakelijkheid;
c.het voldoen aan het gemeentelijke beleid;
d.het borgen van het functioneren
Omgevingsvisie Lingewaard
De visie schetst een algemeen beeld van de gewenste fysieke leefomgeving voor het jaar 2035. We omschrijven de waarden van de gemeente Lingewaard en de ambities voor de lange termijn, richting 2035.
Een aantal van deze ambities hebben ook invloed op het wegenbeheer:
•Een duurzame, groene en klimaat adaptieve inrichting van de openbare ruimte in de kernen: dit stelt eisen aan het ontwerp en het materiaalgebruik van kunstwerken;
•Kernen en bedrijven (blijven) goed bereikbaar per (elektrische) auto: aanpassing of aanleg van wegen kan leiden tot aanpassing of uitbreiding van het areaal kunstwerken;
•Meer focus op langzaam verkeer (fiets, wandelen etc.): uitbreiden van het netwerk voor langzaam
•verkeer kan leiden tot uitbreiding van het areaal fiets- en voetbruggen;
•Een completer en aaneengesloten fietsnetwerk (incl. snelfietsroutes): uitbreiden van het fietsnetwerk kan leiden tot uitbreiding van het areaal fiets- en voetbruggen.
Mobiliteitsvisie Gemeente Lingewaard
Mede vanwege de toenemende drukte op het hoofd- en onderliggend wegennet in Lingewaard en de regio is een mobiliteitsvisie opgesteld. Dit document geeft richting voor de inzet voor mobiliteit voor de lange termijn.
In de mobiliteitsvisie zijn zes strategische mobiliteitsopgaven geïdentificeerd:
1Verkeerveiligheid heeft prioriteit, o.a. door een lagere maximum snelheid en herinrichting. Voor kunstwerken betekent dit dat nieuwe bruggen mogelijk smaller kunnen ontworpen, doordat wegen bij een lagere maximumsnelheid smaller kunnen zijn;
2Leefbaarheid voor inwoners centraal, o.a. door meer ruimte voor de fiets, voetganger en groen. Als deze opgave leidt tot aanpassingen aan het netwerk voor fiets- en voetgangers kan dit leiden tot uitbreiding van het areaal fiets- en voetbruggen;
3Toekomstbestendige hoofdstructuur, o.a. door een betere aansluiting A325/N325 en nieuwe hoofdroutes. Aanpassingen van aan de infrastructuur kunnen leiden tot verandering van het gebruik en hierdoor tot zowel een langere (bij afname verkeer) als een kortere levensduur (bij toename verkeer) van kunstwerken;
4Inzet op de fiets, o.a. verbeteren van het bestaande fietsnetwerk en hoogwaardige fietsroutes naar Arnhem, Elst, Nijmegen en de Liemers. Mogelijk uitbreiding van het areaal voor fietsers, bijvoorbeeld nieuwe fietsbruggen;
5Snel aantrekkelijk OV, o.a. door een HOV-lijn en direct OV Huissen – Arnhem Zuid. Indien voor de HOV-lijn nieuwe infrastructuur wordt aangelegd, zorgt dit voor uitbreiding van het kunstwerken areaal;
6Inspelen op innovaties, slimme mobiliteit en logistiek, o.a. door mobiliteitsoplossingen te koppelen aan energietransitie, slim en duurzaam reizen en circulair aanbesteden nieuwe infrastructuur. Niet direct van toepassing op het kunstwerkbeheer.
Groene Metropool Regio Arnhem-Nijmegen
De gemeente Lingewaard is onderdeel van de metropoolregio Arnhem-Nijmegen. Binnen deze regio zijn er ambities en een bijbehorende meerjarige agenda vastgesteld. Deze regionale ambities sluiten aan bij de Omgevingsvisie en de Mobiliteitsvisie van Lingewaard. Ambities die een sterk raakvlak hebben met het wegbeheer in Lingewaard zijn:
•Een verbonden regio: Inzet op een robuust, veilig wegennetwerk en een aantrekkelijk fietsnetwerk;
•Een circulaire regio: Inzet op Circulaire Grond-, Weg- en Waterbouw.
Bij de uitvoering van projecten in Lingewaard wordt nadrukkelijk gekeken hoe we hieraan kunnen bijdragen. Waar mogelijk wordt aansluiting gezocht bij de regionale speerpunten en beschikbare subsidies.
Wegen
Bijna alle in dit plan opgenomen kunstwerken vormen een onderdeel van de wegen. Ze maken de kruising met andere wegen of met water mogelijk. De functie en aanpak rond deze kunstwerken moeten dan ook in zijn geheel aansluiten op dat van de betreffende wegen. Het gemeentelijke beleid rond het beheer van wegen is vastgelegd in het beleidsplan Wegverhardingen 2026. De doelstelling vanuit het beheer en onderhoud van de openbare ruimte is dat maatregelen en de beleidsmatige aanpak vanuit het wegbeheer leidend zijn voor het plan civiele kunstwerken.
Duurzaamheid
Duurzaamheid is een tweeledig thema. Enerzijds heeft het een sterk milieu aspect, anderzijds een economisch aspect. Met het gebruik van duurzame materialen kunnen beide aspecten verenigd worden. Dit is te verenigen door enerzijds de meest milieuvriendelijke materialen te gebruiken en anderzijds de meest duurzame materialen. Door slimme materiaalkeuzen zijn beide aspecten te verenigen en resulteert dit in de meest milieuvriendelijke oplossing die economisch gezien ook de voordeligste optie is.
Het uitgangspunt voor het inkoopbeleid van de gemeente Lingewaard blijft duurzaamheid. Dit geldt uiteraard ook op het gebied van wegonderhoud en kunstwerken. Daarnaast heeft gemeente Lingewaard zelf de beleidsnotitie Aanbestedingen Lingewaard vastgesteld. Op basis van dit beleid wordt gestreefd naar duurzame inkoop van producten en diensten. Met het oog op een duurzame samenleving kopen we in op basis van het Beleid aanbestedingen Lingewaard. Dit door de milieuaspecten zoveel mogelijk in het inkoopproces mee te nemen. We maken daarbij gebruik van de duurzaamheidscriteria voor civiele constructies van Pianoo. Tijdens de inkooptrajecten wordt hier op toegezien door de inkoper van de gemeente Lingewaard. Zo heeft de gemeente het voornemen om de houten bruggen op termijn te vervangen door composiet bruggen (31% van alle bruggen is nu nog van hout). Het gaat om bruggen die hun technische levensduur bereikt hebben en waarvan delen van de bruggen vervangen moeten worden.
Duurzaamheid kunstwerken
De onderhoudsaanpak van de kunstwerken zal met het oog op de duurzaamheid zijn gericht op het zo optimaal mogelijk beheren van de objecten. Dit houdt in dat de levensduur zo veel mogelijk verlengd wordt d.m.v. een strategisch gekozen en gemonitorde onderhoudscyclus. Op deze wijze worden zoveel mogelijk grondstoffen en energie bespaard en wordt uitputting voorkomen. Dit houdt ook in dat er bij het ontwerp gekozen wordt voor materialen en bouwtechnieken die een lange levensduur mogelijk maken. Zo kan bijvoorbeeld hout vervangen worden door composiet. Uitgangspunt hierbij is ‘weinig maar goed onderhoud’ in plaats van ‘matig maar vaak onderhoud’.
Verder wordt er bij het ontwerp en onderhoud gekozen voor stoffen die niet toxisch zijn in verband met milieuverontreiniging of gezondheidsrisico’s. Dit geldt voor bouwmaterialen maar ook voor materiaal die gebruikt wordt voor het schoonmaken, het conservering e.d.
Duurzaamheid - hout
Vooral kunstwerken in recreatiegebieden en parken zijn van hout, denk hierbij aan bruggetjes, beschoeiing, steigers e.d. Bij herstel- en/of vervangingswerkzaamheden worden houten delen vervangen door duurzamere materialen. Voor de overige toepassing van hout heeft de gemeente gekozen voor FSC-goedgekeurd hout.
1.5Samenwerking met derden
De gemeente Lingewaard heeft diverse kunstwerken op haar gemeentelijk grondgebied die van derden zijn. Met een deel daarvan heeft zij raakvlakken of samenwerkingsverbanden, zoals:
•Waterschap Rivierenland: bruggen over de Linge. Het onderhoud daaraan wordt gezamenlijk afgestemd;
•ProRail: bruggen over spoorlijnen. De gemeente heeft onderhoudsplicht voor het wegdek en de leuningen;
•Provincie Gelderland; bruggen over provinciale wegen. De gemeente heeft een onderhoudsplicht voor het wegdek en de leuningen.
•Rijkswaterstaat: bruggen over rijkswegen. De gemeente heeft een onderhoudsplicht voor het wegdek en de leuningen.
•Park Lingezegen: gemeente is eigenaar maar de parkorganisatie zorgt voor beheer en onderhoud. De gemeente zorgt voor vervanging van de kunstwerken bij einde levensduur.
In separate overeenkomsten staat de omvang van het onderhoud voor partijen en de verdeling van de kosten. De gemeente heeft geen bruggen of dergelijke in gedeeld eigendom met andere gemeentes.
Bijlage 2 Overzicht kunstwerken
NEN2767 Object
Kunstwerknummer
Kunstwerktype
Hoofdmateriaal
Woonplaats
Openbare ruimte
513
KW508
Keermuur
Beton
Angeren
Achterzijde Zuster van Wijngaardenstraat 20
514
KW506
Keermuur
Beton
Angeren
Viswei 36
4
KW004
Fiets-voetbrug
Staal
Angeren
Baalsepad
10
KW012
Verkeersbrug
Beton
Angeren
Broeksestraat/Gouds-bloempad
34
KW037
Tunnel
Beton
Angeren
Kampsestraat
35
KW038
Fiets-voetbrug
Staal
Angeren
Kampsestraat/bij Goudsbloempad
39
KW042
Keermuur
Metselwerk
Angeren
Nije Hof-Viswei
41
KW044
Keermuur
Metselwerk
Angeren
Viswei 30
42
KW045
Keermuur
Metselwerk
Angeren
Duimeling-Paddepoel
353
KW225
Keermuur
Metselwerk
Angeren
Duimeling-Jan Joostenstraat 1
360
KW230
Keermuur
Metselwerk
Angeren
Duimeling-Lookhof 48
356
KW235
Keermuur
Metselwerk
Angeren
Duimeling 17
351
KW246
Keermuur
Metselwerk
Angeren
Duimeling-Jan Joostenstraat 1
354
KW250
Keermuur
Metselwerk
Angeren
Duimeling 21
355
KW251
Keermuur
Metselwerk
Angeren
Duimeling 19
358
KW253
Keermuur
Metselwerk
Angeren
Duimeling 15
359
KW257
Keermuur
Metselwerk
Angeren
Duimeling 13
362
KW275
Keermuur
Metselwerk
Angeren
Duimeling 11
363
KW346
Keermuur
Metselwerk
Angeren
Duimeling 11
316
KW349
Trap
Steen
Angeren
Viswei-Nije Wei
364
KW354
Keermuur
Metselwerk
Angeren
Duimeling 9-11
365
KW356
Keermuur
Metselwerk
Angeren
Duimeling 9-11
366
KW358
Keermuur
Metselwerk
Angeren
Duimeling 9
367
KW365
Keermuur
Metselwerk
Angeren
Duimeling 9
368
KW377
Keermuur
Metselwerk
Angeren
Duimeling-Lookhof 14
369
KW378
Keermuur
Metselwerk
Angeren
Duimeling-Lookhof 14
370
KW379
Keermuur
Metselwerk
Angeren
Duimeling 7
371
KW385
Keermuur
Metselwerk
Angeren
Duimeling 7
372
KW388
Keermuur
Metselwerk
Angeren
Duimeling 3
373
KW390
Keermuur
Metselwerk
Angeren
Duimeling 5
374
KW397
Keermuur
Metselwerk
Angeren
Duimeling 1
375
KW402
Keermuur
Metselwerk
Angeren
Duimeling 1
349
KW437
Stuw
Hout
Angeren
Nije Wei 74
445
KW464
Keermuur
Beton
Angeren
Viswei 3-35 tegenover
44
KW047
Fiets-voetbrug
Beton
Bemmel
Diana 92 nabij
45
KW048
Fiets-voetbrug
Hout
Bemmel
Diana 44 nabij
46
KW049
Verkeersbrug
Beton
Bemmel
Diana 52
47
KW050
Verkeersbrug
Beton
Bemmel
Diana 72
NEN2767 Object
Kunstwerknummer
Kunstwerktype
Hoofdmateriaal
Woonplaats
Openbare ruimte
48
KW051
Fiets-voetbrug
Beton
Bemmel
Diana-Saturnushof
49
KW052
Keermuur
Beton
Bemmel
Diana 42-44
50
KW053
Verkeersbrug
Beton
Bemmel
Diana 1
51
KW054
Verkeersbrug
Beton
Bemmel
Saturnushof 1
52
KW055
Fiets-voetbrug
Beton
Bemmel
Faunuslaan 57
53
KW056
Verkeersbrug
Beton
Bemmel
Junoplein-Faunuslaan
55
KW058
Verkeersbrug
Beton
Bemmel
t Rietland 21-30
56
KW059
Fiets-voetbrug
Staal
Bemmel
t Rietland 51
57
KW060
Steiger
Hout
Bemmel
t Rietland 52
58
KW061
Keermuur
Beton
Bemmel
Perenhof
59
KW062
Steiger
Hout
Bemmel
Plakselaan 11
194
KW068
Fiets-voetbrug
Hout
Bemmel
de Enk 2
63
KW073
Fiets-voetbrug
Staal
Bemmel
Zwitserspad
64
KW075
Keermuur
Metselwerk
Bemmel
Herckenrathweg-
Loostraat
65
KW076
Keermuur
Beton
Bemmel
Lidwinastraat-Polsehof
66
KW077
Fiets-voetbrug
Staal
Bemmel
Herckenrathweg-Kuiplaan
69
KW080
Keermuur
Metselwerk
Bemmel
Dorpsstraat-Kloosterplaats 29h
70
KW081
Geluidsmuur
Staal
Bemmel
Papenstraat
71
KW082
Trap
Beton
Bemmel
Waaldijk 2
72
KW083
Fiets-voetbrug
Staal
Bemmel
Hoefslag 39
73
KW084
Fiets-voetbrug
Staal
Bemmel
Hoefslag 39
74
KW085
Fiets-voetbrug
Hout
Bemmel
Meander-Poeldrik
75
KW086
Keermuur
Hout
Bemmel
Hoefslag 8
76
KW087
Fiets-voetbrug
Staal
Bemmel
Oude Kasteellaan-Dwarsdijk 1
77
KW088
Fiets-voetbrug
Staal
Bemmel
Bolder 20
78
KW089
Verkeersbrug
Beton
Bemmel
Hoefslag 28
79
KW090
Fiets-voetbrug
Staal
Bemmel
OudeRingdijk 90
81
KW093
Verkeersbrug
Beton
Bemmel
Heuvelsestraat-de Broekakkers
82
KW094
Keermuur
Beton
Bemmel
Ringdijk 32
83
KW095
Fiets-voetbrug
Hout
Bemmel
Wardstraat-de Ward
84
KW096
Fiets-voetbrug
Hout
Bemmel
Leidijk 14
85
KW097
Beschoeiing
Hout
Bemmel
Hoefslag 28
86
KW099
Overige
Staal
Bemmel
Bolder 35
88
KW102
Beschoeiing
Hout
Bemmel
Kinkelenburglaan 1
91
KW105
Keermuur
Metselwerk
Bemmel
Kloosterplaats 1
92
KW106
Trap
Beton
Bemmel
Kloosterplaats 1
93
KW107
Trap
Beton
Bemmel
Klappenburgstraat 1a
422
KW108
Keermuur
Metselwerk
Bemmel
Klappenburgstraat 11
95
KW109
Keermuur
Metselwerk
Bemmel
Buitengracht 2
96
KW111
Keermuur
Beton
Bemmel
Herckenrathweg
NEN2767 Object
Kunstwerknummer
Kunstwerktype
Hoofdmateriaal
Woonplaats
Openbare ruimte
315
KW113
Trap
Beton
Bemmel
Faunuslaan 55/57
100
KW116
Keermuur
Metselwerk
Bemmel
Hoplaan 34 tegenover
101
KW117
Keermuur
Metselwerk
Bemmel
Deellaan 2
102
KW118
Fiets-voetbrug
Staal
Bemmel
Tuinlaan 20
103
KW119
Beschoeiing
Hout
Bemmel
Bonenkamp-Plakselaan
104
KW120
Geluidsmuur
Staal
Bemmel
Papenstraat
105
KW121
Keermuur
Metselwerk
Bemmel
Ds Israëlstraat 101
106
KW125
Fiets-voetbrug
Staal
Bemmel
Bonenkamp 50
108
KW127
Fiets-voetbrug
Hout
Bemmel
Bouwhof 7
112
KW131
Stuw
Hout
Bemmel
Rosa
188
KW213
Keermuur
Metselwerk
Bemmel
Groenestraat 29
193
KW220
Fiets-voetbrug
Metselwerk
Bemmel
Kinkelenburglaan 4
94
KW222
Keermuur
Metselwerk
Bemmel
Kloosterplaats 48c
394
KW232
Beschoeiing
Hout
Bemmel
Zwitserspad-Groene Hart
393
KW259
Beschoeiing
Hout
Bemmel
Hoefslag rondom kasteelterrein
199
KW270
Trap
Steen
Bemmel
Faunuslaan 55-57
200
KW273
Trap
Steen
Bemmel
Diana 44 nabij
294
KW276
Fiets-voetbrug
Hout
Bemmel
Wardstraat-de Ward
295
KW277
Keermuur
Beton
Bemmel
Ringdijk 34
296
KW278
Keermuur
Beton
Bemmel
Ringdijk 34
297
KW279
Keermuur
Beton
Bemmel
Ringdijk 30
280
KW331
Keermuur
Hout
Bemmel
Veronica 5
281
KW332
Keermuur
Hout
Bemmel
Veronica 5
290
KW341
Verkeersbrug
Staal
Bemmel
Plakse Veld 26
357
KW352
Beschoeiing
Hout
Bemmel
Vijverpartij Deellaan-Tuinlaan
434
KW353
Keermuur
Beton
Bemmel
Bloemenstraat 12 nabij
433
KW362
Keermuur
Beton
Bemmel
Bloemenstraat 12 nabij
361
KW366
Beschoeiing
Hout
Bemmel
Kinkelenburglaan 1 Vijver
455
KW394
Keermuur
Hout
Bemmel
Veronica 7
456
KW405
Keermuur
Hout
Bemmel
Veronica 7
376
KW412
Beschoeiing
Hout
Bemmel
Kinkelenburglaan 2-6
426
KW444
Beschoeiing
Hout
Bemmel
Vijver Plakse Wei Bonenkamp-Oeverkamp
327
KW453
Keermuur
Beton
Bemmel
Perenhof
325
KW455
Keermuur
Beton
Bemmel
Herckenrathweg tegenover nr. 4
326
KW456
Keermuur
Beton
Bemmel
Perenhof
328
KW459
Trap
Beton
Bemmel
Kloosterplaats 32c
322
KW460
Trap
Steen
Bemmel
‘t Rietland 52
24
KW026
Verkeersbrug
Beton
Doornenburg
Rijnstraat
NEN2767 Object
Kunstwerknummer
Kunstwerktype
Hoofdmateriaal
Woonplaats
Openbare ruimte
25
KW027
Verkeersbrug
Beton
Doornenburg
Kerkstraat
26
KW028
Verkeersbrug
Beton
Doornenburg
de Pas
27
KW029
Steiger
Staal
Doornenburg
Sterreschans 9
28
KW030
Keermuur
Metselwerk
Doornenburg
De Meulenberg
30
KW033
Trap
Staal
Doornenburg
Sterreschans 2
31
KW034
Trap
Staal
Doornenburg
Sterreschans tegenover 21
32
KW035
Keermuur
Metselwerk
Doornenburg
Hortenbergh 48
292
KW342
Trap
Steen
Doornenburg
Sterreschans 6
293
KW348
Trap
Steen
Doornenburg
Sterreschans 6
476
KW395
Keermuur
Beton
Doornenburg
Kerkstraat-Sint Maartenstraat
477
KW408
Keermuur
Beton
Doornenburg
Kerkstraat-Sint Maartenstraat
350
KW446
Beschoeiing
Hout
Doornenburg
Mulderswei 21-35
352
KW466
Keermuur
Metselwerk
Doornenburg
Mulderswei 21-35
5
KW005
Keermuur
Metselwerk
Gendt
Langstraat 119
6
KW006
Keermuur
Metselwerk
Gendt
Langstraat 61
7
KW008
Keermuur
Metselwerk
Gendt
Langstraat 41
11
KW013
Veerooster
Staal
Gendt
Polder/Kaaksedam
12
KW014
Veerooster
Staal
Gendt
Polder/Kaaksedam
14
KW016
Keermuur
Metselwerk
Gendt
Distelakker 39
15
KW017
Keermuur
Metselwerk
Gendt
Eshof 13
16
KW018
Keermuur
Metselwerk
Gendt
Wilgenhof 25
17
KW019
Keermuur
Metselwerk
Gendt
Peppelhof 26
18
KW020
Keermuur
Metselwerk
Gendt
Essenpassage 11
19
KW021
Overige
Staal
Gendt
De Strang 20
22
KW024
Fiets-voetbrug
Staal
Gendt
Polder 30
(achter woning in uiterwaarden)
23
KW025
Veerooster
Staal
Gendt
Polder 30
(achter woning in uiterwaarden)
33
KW036
Keermuur
Metselwerk
Gendt
Krakkedel 2
470
KW241
Keermuur
Beton
Gendt
Langstraat 61
197
KW268
Keermuur
Beton
Gendt
Wilgenhof 10
291
KW347
Keermuur
Metselwerk
Gendt
Essenpassage
472
KW364
Stuw
Hout
Gendt
Imbrexstraat 5-7
337
KW369
Fiets-voetbrug
Hout
Gendt
de Bonkelaar 52-54
473
KW373
Fiets-voetbrug
Beton
Gendt
Nijmeegsestraat 63 tegenover
474
KW382
Keermuur
Beton
Gendt
Tegulastraat-Nijmeegsestraat
198
KW386
Keermuur
Beton
Gendt
Eshof 20
475
KW387
Keermuur
Beton
Gendt
Amforastraat 18-28 (achterzijde)
NEN2767 Object
Kunstwerknummer
Kunstwerktype
Hoofdmateriaal
Woonplaats
Openbare ruimte
467
KW445
Keermuur
Metselwerk
Gendt
Langstraat 85
471
KW450
Keermuur
Metselwerk
Gendt
Langstraat 55
517
KW502
Fiets-voetbrug
Hout
Gendt
Kapelstraat Ecopark
1
KW001
Keermuur
Metselwerk
Haalderen
Kleine Geer
3
KW003
Keermuur
Metselwerk
Haalderen
Baalsepad
318
KW247
Veerooster
Staal
Haalderen
Buitenpolder
319
KW248
Veerooster
Staal
Haalderen
Buitenpolder
320
KW249
Veerooster
Staal
Haalderen
Buitenpolder
317
KW345
Trap
Steen
Haalderen
Kleine Geer/speeltuin
438
KW401
Keermuur
Metselwerk
Haalderen
de Halden/speeltuin
439
KW409
Keermuur
Metselwerk
Haalderen
Kleine Geer/de Halden
519
KW504
Trap
Beton
Huissen
Noordeinde 5-6
114
KW133
Fiets-voetbrug
Staal
Huissen
Binnenwater 96
115
KW134
Verkeersbrug
Metselwerk
Huissen
Looveer (kruising Badweg)
116
KW135
Fiets-voetbrug
Composiet
Huissen
Looveer (kruising Badweg)
117
KW137
Keermuur
Metselwerk
Huissen
Vierakkerstraat 2a
118
KW138
Fiets-voetbrug
Staal
Huissen
Kloosterlaan 1a
119
KW139
Verkeersbrug
Beton
Huissen
Laurenburg 1
120
KW140
Verkeersbrug
Beton
Huissen
Brandenburg 2
195
KW141
Verkeersbrug
Beton
Huissen
Dillenburg 2
444
KW142
Keermuur
Beton
Huissen
Beatrixstraat 4
122
KW143
Keermuur
Beton
Huissen
Rijnstraat 1-3
123
KW144
Keermuur
Beton
Huissen
Raadhuisplein 27
124
KW145
Tunnel
Beton
Huissen
Arnhemsepoort 75
128
KW149
Fiets-voetbrug
Staal
Huissen
Blokland 19
129
KW150
Fiets-voetbrug
Beton
Huissen
Akker 6
491
KW151
Keermuur
Metselwerk
Huissen
Brink (school/P-terrein)
131
KW153
Trap
Elementen
Huissen
Zuideinde 5
132
KW154
Trap
Beton
Huissen
Noordeinde 10
134
KW156
Beschoeiing
Hout
Huissen
Dorsmolen 7-18
135
KW157
Fiets-voetbrug
Staal
Huissen
Kolk 77
136
KW158
Fiets-voetbrug
Staal
Huissen
Endepoel 34
137
KW159
Fiets-voetbrug
Staal
Huissen
Endepoel 31
138
KW160
Fiets-voetbrug
Beton
Huissen
Biezen/Endepoel 1
140
KW162
Keermuur
Staal
Huissen
Waterkant 24
141
KW163
Keermuur
Staal
Huissen
Endepoel 5-21
142
KW164
Keermuur
Metselwerk
Huissen
angeren 34
143
KW165
Keermuur
Metselwerk
Huissen
Bastion 3
298
KW166
Steiger
Hout
Huissen
Bessenmaat 8-34
145
KW167
Trap
Elementen
Huissen
Bessenmaat 6a
147
KW169
Steiger
Hout
Huissen
Waterkant 2 (achterzijde)
NEN2767 Object
Kunstwerknummer
Kunstwerktype
Hoofdmateriaal
Woonplaats
Openbare ruimte
148
KW171
Fiets-voetbrug
Staal
Huissen
Blauwenburcht (achter Hofmeesterij 87)
149
KW172
Fiets-voetbrug
Staal
Huissen
Blauwenburcht (achter Hofmeesterij 117)
152
KW175
Fiets-voetbrug
Beton
Huissen
Koningsboulevard 1-2
153
KW176
Verkeersbrug
Beton
Huissen
Vendeliersweide 148
154
KW177
Fiets-voetbrug
Beton
Huissen
Vendeliersweide 170
156
KW179
Fiets-voetbrug
Staal
Huissen
Koningsboulevard 196
157
KW180
Fiets-voetbrug
Staal
Huissen
Luitenantstraat 30 achterzijde
158
KW181
Fiets-voetbrug
Staal
Huissen
Luitenantstraat 16 achterzijde
159
KW183
Fiets-voetbrug
Staal
Huissen
Kapiteinstraat
160
KW184
Overige
Hout
Huissen
Kapiteinstraat 60
161
KW185
Fiets-voetbrug
Staal
Huissen
Kapiteinstraat 58
162
KW186
Fiets-voetbrug
Hout
Huissen
Kapiteinstraat 24
163
KW187
Fiets-voetbrug
Hout
Huissen
Lanshof
164
KW188
Fiets-voetbrug
Hout
Huissen
Wapenschouw 14
165
KW189
Keermuur
Hout
Huissen
Wapenschouw 14
166
KW190
Fiets-voetbrug
Staal
Huissen
Wegenschouw 7
167
KW191
Verkeersbrug
Beton
Huissen
Batua 16
168
KW192
Fiets-voetbrug
Staal
Huissen
Batua 33
169
KW193
Verkeersbrug
Beton
Huissen
Batua 16
170
KW194
Fiets-voetbrug
Staal
Huissen
Batua 194
171
KW195
Verkeersbrug
Beton
Huissen
Koerierstraat-
de Steeg 18
172
KW196
Keermuur
Steen
Huissen
Binnenwater 98
173
KW197
Keermuur
Steen
Huissen
Binnenwater 2
174
KW198
Fiets-voetbrug
Staal
Huissen
Hazekamp (achter Zwaardhof 4)
175
KW199
Fiets-voetbrug
Staal
Huissen
Zwaardhof
177
KW201
Keermuur
Steen
Huissen
Binnenwater 62
178
KW202
Keermuur
Steen
Huissen
Binnenwater 80
179
KW203
Keermuur
Steen
Huissen
Binnenwater 90
180
KW204
Keermuur
Hout
Huissen
Grevenveld (speelveld Landouwen-Griend)
181
KW205
Trap
Beton
Huissen
Plaza 127
182
KW206
Keermuur
Beton
Huissen
Dorsmolen 1
196
KW207
Keermuur
Metselwerk
Huissen
Kampstuk 32
183
KW208
Keermuur
Beton
Huissen
Brandenburg 6
184
KW209
Keermuur
Steen
Huissen
Baron Van Spittaellaan 1a/2
185
KW210
Steiger
Kunststof
Huissen
Bij Baron Van Spittaellaan 4
186
KW211
Overige
Hout
Huissen
Brink 20
189
KW214
Fiets-voetbrug
Staal
Huissen
Frankentaler 59
NEN2767 Object
Kunstwerknummer
Kunstwerktype
Hoofdmateriaal
Woonplaats
Openbare ruimte
190
KW215
Steiger
Hout
Huissen
Frankentaler 30 (achterzijde)
191
KW216
Trap
Beton
Huissen
Looveer
448
KW234
Trap
Steen
Huissen
Kloosterlaan 8
226
KW244
Leuning
Staal
Huissen
Koningsboulevard 1
446
KW254
Trap
Steen
Huissen
Kloosterlaan 8
447
KW260
Trap
Steen
Huissen
Kloosterlaan 8
449
KW266
Trap
Steen
Huissen
Kloosterlaan 6
203
KW274
Trap
Steen
Huissen
Zuideinde 1
309
KW280
Trap
Steen
Huissen
Binnendijk 36
310
KW281
Trap
Beton
Huissen
Binnendijk 54
311
KW282
Trap
Beton
Huissen
Binnendijk 74
312
KW283
Trap
Beton
Huissen
Binnendijk 96
313
KW284
Trap
Beton
Huissen
Binnendijk 118
314
KW285
Trap
Beton
Huissen
Binnendijk 130
217
KW287
Trap
Steen
Huissen
Koerierstraat 21
218
KW288
Trap
Steen
Huissen
Koerierstraat 1
220
KW290
Trap
Steen
Huissen
Kapiteinstraat 80
221
KW291
Trap
Steen
Huissen
Kapiteinstraat 60
222
KW292
Trap
Steen
Huissen
Kapiteinstraat 24
223
KW293
Trap
Steen
Huissen
Lanshof 15
224
KW294
Trap
Steen
Huissen
Warmoezerij 34
225
KW295
Leuning
Staal
Huissen
Koningsboulevard 1
235
KW299
Fiets-voetbrug
Hout
Huissen
Kapiteinstraat-Blauwe Wig
236
KW300
Fiets-voetbrug
Staal
Huissen
Kapiteinstraat-Blauwe Wig
242
KW301
Trap
Steen
Huissen
Arnhemsepoort-Damstraat
243
KW302
Trap
Beton
Huissen
Arnhemsepoort 108 (tegenover)
245
KW303
Keermuur
Metselwerk
Huissen
Markt 16a
246
KW304
Trap
Steen
Huissen
Markt 16a
247
KW305
Keermuur
Metselwerk
Huissen
Raadhuisplein
250
KW306
Trap
Steen
Huissen
Raadhuisplein
248
KW307
Trap
Steen
Huissen
Raadhuisplein
249
KW308
Keermuur
Metselwerk
Huissen
Raadhuisplein
251
KW309
Keermuur
Beton
Huissen
Raadhuisplein
252
KW310
Trap
Steen
Huissen
Raadhuisplein
253
KW311
Keermuur
Beton
Huissen
Raadhuisplein
254
KW312
Trap
Steen
Huissen
Raadhuisplein
255
KW313
Keermuur
Beton
Huissen
Raadhuisplein
256
KW314
Keermuur
Metselwerk
Huissen
Raadhuisplein
258
KW316
Keermuur
Beton
Huissen
Raadhuisplein
259
KW317
Keermuur
Metselwerk
Huissen
Raadhuisplein
NEN2767 Object
Kunstwerknummer
Kunstwerktype
Hoofdmateriaal
Woonplaats
Openbare ruimte
267
KW319
Keermuur
Metselwerk
Huissen
Laakstraat 2
268
KW320
Keermuur
Metselwerk
Huissen
Huismanstraat 15
269
KW321
Fiets-voetbrug
Staal
Huissen
Huismanstraat 15
270
KW322
Verkeersbrug
Metselwerk
Huissen
Huismanstraat 13
271
KW323
Verkeersbrug
Beton
Huissen
Huismanstraat 11
272
KW324
Duikerbrug
Beton
Huissen
Huismanstraat 9
273
KW325
Duikerbrug
Beton
Huissen
Huismanstraat 7
274
KW326
Duikerbrug
Metselwerk
Huissen
Huismanstraat 5
275
KW327
Duikerbrug
Metselwerk
Huissen
Huismanstraat 3
276
KW328
Keermuur
Steen
Huissen
Binnenwater 96
202
KW329
Trap
Steen
Huissen
Nielant-
Holthuizerdreef 97
279
KW330
Keermuur
Steen
Huissen
Binnenwater-Schalkshofstraat
201
KW343
Trap
Steen
Huissen
Kolk 77-79
211
KW344
Trap
Steen
Huissen
Winterdijk 9 tegenover
451
KW355
Trap
Steen
Huissen
Kloosterlaan-Helmichstraat 1
336
KW359
Geluidsmuur
Metselwerk
Huissen
Stadswal Noord
338
KW360
Trap
Beton
Huissen
Sportdreef 19e
450
KW371
Trap
Steen
Huissen
Kloosterlaan 4
490
KW375
Keermuur
Metselwerk
Huissen
achter Brink 4
397
KW381
Art kunstwerk
Beton
Huissen
Bunker Nielant
419
KW383
Keermuur
Metselwerk
Huissen
Rijnstraat 11
492
KW392
Keermuur
Metselwerk
Huissen
Brink 33
343
KW396
Beschoeiing
Hout
Huissen
Vijverpartij Endepoel-Zwanenveld
493
KW399
Keermuur
Metselwerk
Huissen
Waterkant (achter Bessenmaat 34)
344
KW406
Beschoeiing
Hout
Huissen
Holthuizerdreef-Endepoel
494
KW407
Keermuur
Metselwerk
Huissen
Waterkant 22
345
KW411
Beschoeiing
Hout
Huissen
Park Zilverkamp
495
KW414
Keermuur
Staal
Huissen
Biezen 34
423
KW419
Trap
Steen
Huissen
Stadsdam
346
KW422
Beschoeiing
Hout
Huissen
Langs Loostraat
496
KW423
Keermuur
Hout
Huissen
Zomerdijk
424
KW424
Glooiing
Steen
Huissen
Stadsdam
347
KW427
Beschoeiing
Hout
Huissen
Kloosterlaan
442
KW433
Keermuur
Beton
Huissen
Arnhemsepoort 106 (tegenover)
443
KW438
Keermuur
Metselwerk
Huissen
Beatrixstraat 10 (tegenover)
511
KW492
Trap
Beton
Huissen
Winterdijk 21 tegenover
515
KW501
Trap
Beton
Huissen
Schoof 7-9
NEN2767 Object
Kunstwerknummer
Kunstwerktype
Hoofdmateriaal
Woonplaats
Openbare ruimte
98
KW114
Keermuur
Beton
Ressen
Hoeksehofstraat 16 (tegenover)
432
KW267
Keermuur
Beton
Ressen
Ressensestraat 30b
430
KW269
Keermuur
Beton
Ressen
Ressensestraat 30b
Bijlage 3 Beheerproces en onderhoud
3.1Actualiseren en meerjarenplanning
Het actualiseren houdt in dat de beheergegevensbestanden jaarlijks worden bijgewerkt en aangevuld. De beheerder inspecteert hiervoor jaarlijks zijn kunstwerken en stelt de planning voor het komende jaar op. De beheerder stemt de planning en begroting van de kunstwerken af met de planningen van andere activiteiten, zoals planningen voortkomende uit het wegen- en rioolbeheer. Door de gewenste planning en het beschikbare budget helder te hebben kunnen onderbouwde keuzes worden gemaakt over de prioritering van de werkzaamheden. Hieruit volgt uiteindelijk een definitieve planning waarin staat wat het noodzakelijke onderhoud is voor het betreffende jaar. Deze methode leidt tot de meest efficiënte maatregelen op het juiste moment.
•De aanpak van onderhoudswerken is integraal, multidisciplinair en projectmatig te zijn;
•Als bij een houten brug de hoofddraagconstructie (de liggers) vervangen moet worden, dan worden deze liggers uitgevoerd in staal of kunststof;
•Bij vervanging van het landhoofd van een houten brug wordt het nieuwe landhoofd in beton uitgevoerd;
•Tegelijk met herstel of vervanging van het landhoofd van een brug wordt de beschoeiing onder de brug vervangen;
•Conserveringswerkzaamheden voeren we alleen uit als de bescherming van het basismateriaal in het geding is en/of als de signaleringsfunctie ten behoeve van de verkeersveiligheid in het geding is. We conserveren niet om esthetische redenen.
3.2Opstellen operationeel programma
Zodra de meerjarige planning definitief is, maakt de beheerder het onderhoudsprogramma voor het komende jaar. Het onderhoudsplan geeft aan welke onderdelen in aanmerking komen voor klein en groot onderhoud of vervanging. De onderhoudsmaatregelen geven een indicatie van de feitelijk uit te voeren maatregelen. De onderdelen die voortkomen uit het onderhoudsplan worden onderworpen aan een maatregeltoets. Door deze inspectie op de maatregel worden de aanwezige gebreken nauwkeurig in beeld gebracht. Na de inspectie wordt het onderhoudsprogramma bijgesteld en zijn de activiteiten voor het komend jaar in beeld gebracht.
3.3Voorbereiden en uitvoeren klein en groot onderhoud
Klein onderhoud wordt uitgevoerd door medewerkers van de eigen dienst of externen en volgt direct uit de inspectie of meldingen.
Bij groter onderhoud wordt eerst een werkomschrijving gemaakt van de uit te voeren werkzaamheden. Uitvoering van deze werkzaamheden vindt plaats door een marktpartij. Een en ander conform het aanbestedingsbeleid van de gemeente Lingwaard.
Na uitvoering van de onderhoudswerkzaamheden wordt de relevante informatie weer teruggekoppeld naar de beheerder zodat dit in het beheersysteem verwerkt kan worden.
3.4Onderhoudsstrategie
De onderhoudsstrategie beschrijft de manier waarop vastgesteld wordt wanneer welke onderhouds- en vervangingsmaatregelen getroffen moeten worden. Het planmatig onderhoud wordt uitgevoerd als een bepaalde minimale toestand (het interventieniveau) wordt onderschreden. Dit wordt in figuur 1 geïllustreerd. Om te kunnen beoordelen of onderhoud noodzakelijk is, moet de werkelijke toestand meetbaar zijn en de minimale vereiste kwaliteit zijn vastgelegd.
De toestand van een objectonderdeel wordt vastgelegd door middel van een visuele inspectie. Het onderhoud wordt in principe uitgevoerd op het moment dat dit gepland is. Uit visuele inspectie blijkt of dit onderhoud naar voren of naar achteren bijgesteld moet worden.
Figuur 1: Principe van toestand afhankelijk onderhoud
3.5Toestandsafhankelijk onderhoud en meerjarenonderhoudsbegroting
Veel onderdelen hebben een redelijk te voorspellen levensduur of onderhoudscyclus. Dit is het uitgangspunt bij het opstellen van het meerjarenonderhoudsbegroting (MJOB).
De geplande onderhoudsmaatregelen in het MJOB zijn richtinggevend. Tijdens toestand inspecties en de maatregeltoets wordt de MJOB bijgesteld. Is de toestand beter dan de vereiste kwaliteitsnorm, dan zal het onderhoud worden doorgeschoven. Is de toestand slechter dan verwacht, dan zal het onderhoudsmoment in de tijd naar voren geschoven worden en/ of opgenomen worden in het jaarplan.
3.6Inspectieproces
Om de noodzaak tot het uitvoeren van onderhoud te bepalen, voeren we visuele inspecties uit. We leggen In de inspecties schadebeelden en de plaatsen c.q. omstandigheden waar de schade voorkomt vast. Met behulp van de inspectieresultaten bepalen we het type onderhoudsmaatregel en het tijdstip van uitvoering.
Monitoring en bewaking
Om de veiligheid, het functioneren en de instandhouding samen met de beleving te waarborgen, wordt het onderstaande inspectieschema gehanteerd.
Type Monitoren
Doel
Frequentie
Door
Schouwen
-Borgen veiligheid en aansluiting met vereiste gebiedskwaliteit
1x per jaar
Gemeente
Functionele inspectie
-Borgen dagelijks functioneren
Vaste bruggen 1 x per jaar,
Overige kunstwerken 1 x per twee jaar.
Gemeente
Toestandsinspectie
-Borgen van de instandhouding
-Houten bruggen: om de 3/5 jaar
-Stalen kunstwerken: om de 5 jaar
-Betonnen kunstwerken: om de 5 jaar
-Kunststof kunstwerken: om de 5 jaar
Derden – uitbesteden
Tabel 9: Inspectieschema
Schouwen:
Het schouwen heeft tot doel om op systematische wijze kleine gebreken die direct moeten worden gerepareerd op te sporen en vast te leggen in het beheersysteem. De belangrijkste aspecten van deze inspectie zijn de verkeersveiligheid en het minimaliseren van risico’s bij aansprakelijkstellingen. Veelal vormt het schouwen de basis voor het klein onderhoud.
Functionele inspectie:
De functionele inspectie bestaat uit een opname van de gebruikssituatie van het kunstwerk. Bij deze inspectie worden de hoofdonderdelen in algemene zin geïnspecteerd op het primaire functioneren; ‘werkt het’ of ‘werkt het niet’ en de veiligheid. Deze inspectie geeft informatie voor klein onderhoud. Een voorbeeld is bijvoorbeeld ondeugdelijke verlichting in een tunnel of een constatering dat te zwaar landbouwverkeer over een houten brug gaat. In dit laatste geval moet het object dan vervangen worden.
Toestandsinspectie:
Het doel van de toestandsinspectie is inzicht krijgen in de technische toestand van de constructieonderdelen. Deze inspectie heeft een hoog detailniveau en wordt uitgevoerd op alle onderdelen. Het resultaat is inzicht in de staat van en de gebreken van de onderdelen van het object. Deze technische inspectie is de basis voor het opstellen van een onderhoudsplan voor het groot onderhoud.
3.7 Onderhoudsmaatregelen
Klein onderhoud
Klein onderhoud is gericht op het borgen van de risicoaansprakelijkheid en de aansluiting op de vereiste beeldkwaliteit (Gebiedskwaliteit). Het bevat naast het vaste onderhoud (reinigingsactiviteiten) het kleine variabele onderhoud zoals eenvoudige (handmatige) herstelmaatregelen. Bij klein onderhoud hoeven geen ingewikkelde hulpconstructies te worden gebouwd en wordt de stremming van het object tot een minimum beperkt. Bij klein onderhoud wordt met betrekkelijk eenvoudige en goedkope handelingen de toestand van het object weer in goede staat gebracht.
Klein onderhoud bestaat bij grote objectonderdelen uit circa 1 tot 10% van het oppervlak en wordt plaatselijk toegepast. Door het regelmatig uitvoeren van klein onderhoud kan het groot onderhoud worden uitgesteld en kunnen kosten en stremming worden beperkt. Voorbeelden van klein onderhoud:
•Reinigen van de objecten;
•Leuningen schilderen voor meer zichtbaarheid;
•Vastzetten van losse dekplanken /-delen;
•Egaliseren aansluiting weg met het dek bij paden;
•Elementenverharding herstellen.
Groot onderhoud
Groot onderhoud is gericht op het (langdurig) borgen van de functionaliteiten en de instandhouding van het kunstwerk. Groot onderhoud betreft het variabele onderhoud waarbij het object weer in optimale staat gebracht wordt door relatief zware onderhoudsmaatregelen. Met betrekking tot de ernst en de omvang van de defecten moet bij groot onderhoud worden afgewogen of herstel zinvol is en/ of tot vervanging van de onderdelen moet worden overgegaan. Deze werkzaamheden worden uitbesteed. Voorbeelden van groot onderhoud zijn:
•Betonherstelwerkzaamheden;
•Conserveringswerkzaamheden;
•Voeg- en metselwerkherstelwerkzaamheden;
•Herstellen of vernieuwen van onderdelen zoals delen van het dek of leuningen.
Investeringen/ vervangingen
Investeringen/vervangingen zijn gericht op noodzakelijke of wenselijke aanpassing aan het kunstwerk.
Dit kan zijn omdat het object haar functie niet meer naar behoren uitvoert (te klein, te licht). Of dat het gehele object onvoldoende is (te slecht) om een veilig gebruik te waarborgen. Vervangingen worden uitgevoerd als het kunstwerk niet meer door groot onderhoud in de gewenste conditie is te brengen. Vervangingen hebben dan ook geen betrekking op losse onderdelen, maar op complete functionele delen. Te denken valt dan aan het dek of het gehele kunstwerk. Investeringen/ vervangingen worden in deze zin gezien als investeringen volgens het BBV.
3.8 Beheerprogramma
Om meer inzicht te krijgen in de kosten maakt de gemeente Lingewaard gebruik van een beheerprogramma. Op grond van inspectie- en meetresultaten, onderhoudsrichtlijnen en kennis van historische achtergronden van de kunstwerken wordt met behulp van dit programma een planning gegenereerd voor de komende tijd (MJOB).
Bij het opstellen van de plannen wordt daarbij gebruik gemaakt van standaardmaatregelen met vaste onderhouds- en vervangingsintervallen en eenheidsprijzen. De eenheidsprijzen in het systeem zijn markt conform, waarbij wel enige omvang van een werk vereist is. Uitgangspunten van de opgestelde kostenmatrix zijn:
•Toepassing voor meerjarige onderhoudskostenraming voor projectmatige toepassing met een redelijke schaal/omvang;
•Exclusief btw;
•Prijspeil 2025;
•Inclusief bereikbaarheidstoeslagen en algemene kosten aannemer;
•Voorbereidings-, administratieve en toezicht kosten.