Aanhef
Gemeenteraad Lingewaard heeft 29 januari 2026 dit beleidskader vastgesteld.
Ruimtelijk Beleid
Voorwoord door de wethouder
De energietransitie is niet langer iets vaags. Het heeft invloed op ons allemaal: op onze huizen, onze bedrijven, ons vervoer en onze leefomgeving. In Lingewaard werken we hard aan de energietransitie. Niet omdat het moet, maar omdat we geloven dat een toekomst met duurzame energie ons als gemeenschap sterker en veerkrachtiger maakt.
Met dit beleidskader geven we richting aan die toekomst. We bouwen verder op wat we al hebben bereikt, met als doel om in 2030 evenveel elektriciteit op te wekken als te gebruiken. Daarnaast pakken we andere onderdelen aan: we willen niet alleen energie besparen en duurzaam opwekken, maar ook zorgen voor een betere warmtevoorziening en een betrouwbaar energiesysteem. Onze ambitie is duidelijk: een energieneutraal Lingewaard in 2050.
Dat kunnen we niet alleen. De energietransitie vraagt om een samenwerking met organisaties, netbeheerders en regionale partners, zoals de Groene Metropool Regio. Met dit beleidskader nodigen we iedereen uit om mee te doen, mee te denken en mee te bouwen. Want -ook al klinkt de energietransitie vrij technisch- het gaat ook over mensen. Het zijn de inwoners, ondernemers, verenigingen en maatschappelijke organisaties die onze gemeente vormen. Laten we daarom samen werken aan een sterke toekomst van Lingewaard.
Maarten van den Bos
Wethouder Duurzaamheid en Energie
Gemeente Lingewaard
Energie komt voortaan uit duurzame bronnen
Energie is nodig om comfortabel te wonen, te werken en voor vervoer. Het energiesysteem zorgt ervoor dat de juiste vormen van energie zoals warmte en elektriciteit beschikbaar zijn op het moment dat wij dat willen. Deze beschikbaarheid lijkt al heel lang een vaststaand gegeven te zijn, maar is inmiddels niet meer vanzelfsprekend. Dit komt omdat het energiesysteem verandert: van het gebruik van fossiele brandstoffen als kolen en gas, naar het gebruik van duurzame bronnen als wind en zon. Dit noemen we de energietransitie. Daar valt ook de warmtetransitie onder: we willen geleidelijk stoppen met aardgas als brandstof en voor het verwarmen van onze woningen overgaan op duurzame warmtebronnen uit aquathermie, geothermie en restwarmte. Deze veranderingen zijn nodig om onze afhankelijkheid van fossiele brandstoffen te stoppen en daarmee de CO2- uitstoot af te bouwen om klimaatverandering zoveel mogelijk tegen te gaan. Naast de klimaatdoelstellingen is het verminderen van afhankelijkheid van fossiele brandstoffen essentieel. Het maakt ons minder kwetsbaar voor geopolitieke invloeden en vergroot de leveringszekerheid. Zo werken we toe naar een lokaal, duurzaam en betrouwbaar energiesysteem.
Ander energielandschap vraagt om toevoegen nieuwe pijler
De energietransitie begint met het besparen van energie en warmte door gedragsverandering en isolatie. Dit noemen we ‘pijler één’ in het beleidskader. Het opwekken van duurzame energie is ‘pijler twee’. ‘Pijler drie’ betreft de warmtetransitie. Om het energiesysteem zo integraal mogelijk te benaderen hebben we een vierde pijler toegevoegd aan dit kader, deze pijler noemen we: ‘het robuuste energiesysteem’. Bij ‘het robuuste energiesysteem’ hoort de inrichting van een betrouwbare, toekomstvaste energie-infrastructuur, die nu steeds meer onder druk komt te staan. Maar ook het opslaan van energie en het inrichten van een lokaal energiesysteem, inclusief het toevoegen van nieuwe lokale bronnen, valt hieronder.
Gestelde doelen blijven intact, inspanningen worden uitgebreid
De energietransitie blijkt steeds complexer, maar het wordt ook steeds duidelijker dat het een verandering is dat ons allen raakt. Vandaar ook dit beleidskader. Hierin beschrijven we de grootste uitdagingen voor Lingewaard voor de komende jaren en hoe we deze uitdagingen aanpakken. Het doel om in 2030 elektriciteitsneutraal te zijn blijft bestaan en is volgens de laatste berekeningen haalbaar. Ook het al eerder vastgestelde doel: een energieneutraal Lingewaard in 2050, blijft overeind. Naast de toevoeging van een extra pijler kent dit beleidskader geen grote aanpassingen ten opzichte van het vorige beleidskader. We zijn al goed op weg naar het doel van 2030. Dat laat de evaluatie zien die is toegevoegd in bijlage drie.
Het kader informeert, inspireert en activeert raad, inwoners, ondernemers en maatschappelijke organisaties op weg naar 2030. Dit beleidskader heeft een looptijd van 2026 tot en met 2029 met tussendoor een evaluatie. De doelen benoemd in dit kader vallen binnen het strategisch programma Klimaat, Energie en Circulariteit. Dit programma heeft het college in 2025 vastgesteld en de gemeenteraad is hierover geïnformeerd. Het strategisch programma Klimaat, Energie en Circulariteit geeft richting en structuur om de drie thema's integraal op te pakken. Ook de financiële borging is onderdeel van het programma, vandaar dat dit beleidskader geen financiële paragraaf bevat. Dit beleidskader geeft enkel richting aan de energietransitie. Dus niet alles wat met energie te maken heeft hoort hierbij. Het programma is wél uitgebreider; daar wordt bijvoorbeeld ook de ‘Routekaart voor de gemeentelijke gebouwen’ opgenomen of een link gelegd naar elektrisch rijden.
Voortgang
Uit een evaluatie en doorberekening gedaan door Haskoning (zie bijlage 1) blijkt dat er geen noodzaak is tot het aanpassen van de doelen. Lingewaard is op de goede weg als het gaat op energiebesparing, duurzame opwek en het aantal aardgasloze woningen. Het doel om elektriciteitsneutraal te zijn in 2030 is goed haalbaar als alle nu gegunde opwekplannen doorgaan en er jaarlijks bespaard wordt in de gebouwde omgeving en het MKB.
Het elektriciteitsgebruik in Lingewaard is vrij stabiel gebleven de afgelopen vijf jaar (2020-2024). Kleinverbruikers verbruikten in 2024 meer energie dan grootverbruikers, namelijk ongeveer 1.5 keer zoveel. De opwek van elektriciteit is toegenomen. Toch is dat in 2024 nog niet genoeg om elektriciteitsneutraal te zijn. De opwek is 398 TJ tegenover een verbruik van 1.299 TJ. Dat is een tekort van 901 TJ aan duurzame energie (zie bijlage 1 Rapport monitoring Haskoning).
Figuur 1 Bron: Rapport Haskoning, zie bijlage 1
De verwachting is dat er geen grote veranderingen zijn in het elektriciteitsverbruik tot en met 2030. De opwek daarentegen stijgt flink met de komst van twee windparken. Met de twee windparken is het de verwachting dat er in 2030 een klein overschot aan opgewekte energie is (zie figuur 1), waardoor we kunnen spreken van het halen van het doel elektriciteitsneutraal. De verticale streepjes in figuur 1 laten een marge zien. Voor het doel energieneutraal 2050 moeten we ook het gebruik van aardgas meerekenen. Als we dat doen, blijkt dat er dan nog flinke stappen gezet moeten worden, zowel in de industrie als in de gebouwde omgeving. De warmtetransitie is daarin een heel belangrijke stap. Als we het aardgasdeel ook meerekenen is de energiebalans nog negatief. Het is dus belangrijk dat de warmtetransitie goed doorzet en er snel meer huizen aardgasloos verwarmd worden.
Wat is de opgave?
Om het doel elektriciteitsneutraal in 2030 te behalen, is energiebesparing essentieel (elektriciteit, gas en brandstoffen). Enerzijds is dit belangrijk omdat bespaarde energie niet opgewekt hoeft te worden. Anderzijds draagt energiebesparing door isolatiemaatregelen bij aan de warmtetransitie (zie pijler drie). Het doel is om elk jaar 2.5% energie te besparen in de gebouwde omgeving. De gemeente heeft de meeste invloed op de gebouwde omgeving, daarom leggen we hier de focus op. Met de gebouwde omgeving bedoelen we huizen en gebouwen. Dat betekent minder inzet vanuit de gemeente op mobiliteit, industrie en land- en tuinbouw. Om dit doel te behalen zijn we afhankelijk van de bereidwilligheid van onze inwoners en ondernemers. Zij moeten het tenslotte zelf gaan uitvoeren. Wij kunnen hen financieel, dan wel met advies ondersteunen. Dit doen we dan ook zo goed mogelijk en komende jaren onderzoeken we hoe we dit nog beter kunnen doen, zodat beleid goed aansluit bij behoeften.
Activiteiten die passen bij energiebesparing lijnen we meer uit vanuit het Warmteprogramma. Zodat de wijken die als eerste van het gas af gaan ook de meeste ondersteuning krijgen. Daarom geven we deze beleidsperiode vooral aandacht aan de Zilverkamp en Doornenburg. We bieden circa 20 woningbezitters een woningscan aan om de aanpak en logische stappen in beeld te brengen.
Volgens de evaluatie van Haskoning (bijlage 1) is in 2024 de 2.5% besparing per jaar, sinds 2020, ook gehaald. Vanaf 2022 daalt het kleinverbruik van energie (voor het monitoren zijn de data over kleinverbruik gelijk aan de gebouwde omgeving). Deze daling komt vooral door minder gebruik van aardgas, dus hoogstwaarschijnlijk door betere isolatie. Het is nu zaak om dit voort te zetten. Daarbij zorgen we ervoor dat iedereen mee kan doen.
Hoe komen we daar?
Dit doen we door inwoners en ondernemers te informeren, stimuleren en activeren en als gemeente het goede voorbeeld te geven. Besparen van energie in de gebouwde omgeving gaat het snelst via het isoleren van woningen en besparing door bijvoorbeeld energiezuinigere apparaten te gebruiken. Energieloket Lingewaard informeert inwoners over besparingsmogelijkheden. Door middel van de gemeentelijke communicatiecampagne ‘Het stroomt in Lingewaard’ worden inwoners geïnspireerd en op subsidies en regelingen voor het isoleren gewezen. Eén van de regelingen is ‘Operatie Isolatie’. Deze is opgezet om huiseigenaren met een huis tot een bepaalde WOZ-waarde en twee slecht geïsoleerde bouwdelen of een laag energielabel te ondersteunen. Voor huurders en huiseigenaren die het nodig hebben is er het Energiesteunproject om de meest voor de hand liggende kleine besparingsaanpassingen uit te voeren aan hun huis.
Onze rol is vooral om te stimuleren en energiebesparing zo makkelijk en betaalbaar mogelijk maken. Buurt- of wijkinitiatieven kunnen bij de gemeente terecht voor ondersteuning om besparing aan te jagen. Om hen op weg te helpen is een eenvoudige subsidieregeling opgesteld.
Energiebesparing in de land- en tuinbouw en de industrie levert vaak grote en snelle winsten op. Het is dus slim om hierop te acteren als bedrijf, want bedrijven hebben hierin een eigen verantwoordelijkheid. Individuele bedrijven of georganiseerde en gemotiveerde bedrijfscollectieven kunnen voor adviesvragen én hulp bij de realisatie terecht bij het Regionaal Expertisecentrum voor Energie (REE).
Wat gaan we doen?
•Als gemeente zetten we samen met stichting Lingewaard Energie extra in op het effectiever maken van het Energieloket. Energieloket Lingewaard is de centrale ingang voor inwoners met vragen over energiebesparing. Het Energieloket is gemakkelijk en goed bereikbaar en activeert op verschillende manieren inwoners, zoals via warmtewandelingen en inspiratiesessies. Ook investeert het Energieloket in een klantvolgsysteem.
•We ondersteunen bestaande en nieuwe collectieve inwonersinitiatieven die passen binnen onze doelen en acties voor de buurt of wijk om iedereen bewust te maken van energiebesparing.
•We hebben aandacht voor de betaalbaarheid van isolatiemaatregelen. De Toekomstbestendig Wonen Lening blijft bestaan en we brengen deze nog meer onder de aandacht bij mensen die een huis kopen.
•In het kader van het Nationaal Isolatie Programma zetten we in op het stimuleren en helpen van inwoners om energiebesparings- en isolatiemaatregelen te treffen via Operatie Isolatie. Om woningeigenaren in de speciale doelgroepen (onder meer met lagere WOZ-waarde en een laag energielabel) hierbij te helpen, gaan we door met een isolatieaanpak waarbij Doe-het-zelf isoleren en Laat-het-doen isoleren wordt aangeboden. Extra aandacht gaat uit naar de wijk Zilverkamp en Doornenburg.
•Om inwoners met een risico op energiearmoede te helpen, geven we subsidie aan het Energiesteunproject. Hiermee worden inwoners geholpen met gratis middelen en adviesgesprekken. Om de doelgroep beter te bereiken wordt er samen gewerkt met het Sociaal Domein, de welzijnsorganisaties en huisartsen.
•Daarnaast hebben we een witgoedregeling voor inwoners met een risico op energiearmoede, waarbij energie slurpende apparaten vervangen worden door zuinigere exemplaren.
•We zetten een VvE-regeling op om VvE's financieel (via Operatie Isolatie), dan wel met advies te ondersteunen om hun pand te verduurzamen. VvE's kunnen ook gebruik maken van de Toekomst Bestendig Wonenlening.
•Voor energiebespaaradvies aan bedrijven is het REE ingericht, het zakelijk energieloket vanuit de Groene Metropoolregio. Hier kunnen individuele bedrijven terecht met vragen over de optimale stappen in verduurzaming van het pand. Indien gewenst biedt het REE hulp aan bij het zetten van deze stappen.
•De ODRA blijft handhaven op de energiebesparingsplicht voor bedrijven, de registratieplicht woon-werkverkeer en de verplichting om als kantoorgebouw minimaal energielabel C te hebben. Het REE kan bedrijven helpen bij de energiebesparingsplicht.
•Bedrijven op Pannenhuis en Houthakker ondersteunen we als zij, op eigen verzoek, gezamenlijk een project willen opzetten.
•Isoleren moet in lijn zijn met de wet Natuurbescherming. De provincie onderzoekt de komende tijd hoe ‘Natuurinclusief isoleren’ het beste kan worden opgepakt. Wij stellen hiervoor een Soortenmanagementplan (SMP) op. Hierin worden alle beschermde diersoorten in kaart gebracht en maatregelen beschreven om deze dieren te beschermen.
•Jaarlijks leggen we prestatieafspraken met de woningcorporatie in onze gemeente vast, zodat we snellere en effectieve stappen kunnen maken om de energielabels van woningen te verbeteren.
•We gaan met de strategische communicatiecampagne 'Het stroomt in Lingewaard’ op pad om op te halen waar behoeftes van inwoners liggen, te inspireren en om hen te informeren over de regelingen die de gemeente heeft.
Wat is de opgave?
We gebruiken steeds minder fossiele energie (olie, gas) en steeds meer elektrische energie voor verwarmen, productieprocessen en transport. Tegelijkertijd gaat de omschakeling minder snel dan eerder verwacht, door netcongestie en wisselend beleid van de Rijksoverheid. De groei van het elektriciteitsverbruik tot 2030 wordt geschat op ongeveer 4% ten opzichte van 2024 (groei met 50 TJ). Daarom blijft er naast de besparingsopgave ook een opgave om duurzame elektriciteit op te wekken. Tot 2030 doen we dat vooral met de bewezen technieken wind en zon. Hierbij ligt de focus op het realiseren van een ideale verhouding voor de meest efficiënte benutting van het netwerk.
De enorme groei (178% t.o.v. 2020 in opbrengst) van zon-op-dak bij particulieren (zo’n 55% van woningdaken is voorzien van zonnepanelen) en ook bij bedrijven (groei 57% t.o.v. 2020), gecombineerd met de minder hard gestegen elektriciteitsvraag, maakt mede dat het doel voor 2030 binnen handbereik ligt (zie bijlage 1). Dit mits de realisatie van de geplande projecten voor windenergie doorgaat. Deze vervullen zo’n 60% van de doelstelling. Uiteraard groeit het stroomverbruik ook na 2030 nog. De onvoorspelbare energieprijzen, én niet-regelbare wind/zon elektriciteitsproductie, vragen om een slim toekomstig energiesysteem. Om verdere netcongestie tegen te gaan is het belangrijk opwek en gebruik zoveel mogelijk lokaal te doen, zodat minder transport nodig is. Dit betekent een betere lokale afstemming van opwek en verbruik, lokaal eigendom en zeggenschap en samenwerkingsverbanden met producenten, met lokale baten als basis. De lokale opwek van duurzame elektriciteit is essentieel om de doelstellingen te halen.
De grootste verandering ten opzichte van het Beleidskader Energietransitie 2023-2025 is dat zon-op-land niet meer vanzelfsprekend is en nu gebonden is aan strengere voorschriften en regelgeving. Ook is het doel “Elektriciteitsneutraal 2030” binnen bereik met het vigerende beleid.
De opgave voor zon-op-dak behelst nu veel meer de lokale afstemming van opwek en verbruik (energiemanagement) maar ook opslag van opgewekte elektriciteit. De ontwikkelingen op dit gebied zijn ook van belang voor de continuering van de groei van zon-op-dak bij particulieren.
Gezien het bovenstaande is de opgave op twee manieren te benaderen: Enerzijds de focus op initiatieven voor opwek die nog wel mogelijk zijn, zoals zon bij industrie met direct verbruik. Anderzijds zullen we moeten nagaan of we het doel van 2030 écht halen en waar daarna de behoefte ligt.
Hoe komen we daar?
De regio heeft een belangrijke verantwoordelijkheid bij het behalen van de RES-doelen. We pakken opgaven en kansen in de regio, zoveel mogelijk in regionaal of RES-verband op. We realiseren met onze RES-partners een integraal programma in de RES 2.0 waarin duurzame opwek, energievragers, warmte en infrastructuur in samenhang geprogrammeerd gaan worden.
De zoekzone ten zuiden van de Linge, zoals die in het vorige beleidskader is vastgesteld, is niet opgenomen in de RES 2.0. Daarnaast is de motie ‘Geen zonnepanelen op agrarische grond’ van 30 januari 2025 aangenomen, die zon-op-land in de zone A15-Betuweroute (Energievisie) op de onderste trede plaatst. Er zijn dus in feite geen grootschalige zoekzones meer voor zon beschikbaar in Lingewaard. Mocht er toch een zon-initiatief binnenkomen, dan beoordelen de gemeenteraad en het provinciebestuur of dit gewenst is. Randvoorwaarden voor zon-op-land zijn vastgelegd in een provinciale verordening die een voorkeursvolgorde voorschrijft. Voor verdere initiatieven op het gebied van windenergie lijkt er nu geen ruimte te zijn op basis van de uitgevoerde plan-MER studie door de RES-regio.
We stimuleren zoveel mogelijk het bij elkaar brengen van vraag en aanbod. Ook opslag van stroom in grote batterijen is nodig voor een haalbaar project.
Wat gaan we doen?
•Mochten er nog initiatieven komen dan hanteren wij hierbij de drie randvoorwaarden uit ons beleid:
1Opwekprojecten moeten voldoen aan een goede ruimtelijke ordening, waarbij een goede landschappelijke inpassing belangrijk is.
2Het project moet bijdragen aan een duurzaam en efficiënt energiesysteem.
3Een eerlijke verdeling van maatschappelijke (en financiële) lusten en lasten.
•Stimuleren van zonnepanelen op woningen en bedrijven via de gemeentelijke communicatiekanalen en bij vergunningverlening.
•Constructieve houding bij initiatieven van de lokale industrie voor zon-op-eigen grond.
•Stimuleren lokaal verbruik van lokale opwek en opslag daar waar bijdragend aan een robuust elektriciteitssysteem en het mogelijk makend van verdere verduurzaming.
•We volgen ontwikkelingen en we bereiden ons tijdig voor op het energiesysteem na 2030. Dit houdt ook in dat bij nieuwe woningbouw ‘netbewust bouwen’ het uitgangspunt is.
•We staan open voor nieuwe ontwikkelingen en gaan actief in gesprek met relevante partners zoals de netbeheerder, de regio en buurgemeenten.
Wat is de opgave?
De warmtetransitie is een relatief nieuw proces. Hierdoor kunnen we niet precies voorspellen hoe deze transitie eruit gaat zien. Wel weten we wat de uiteindelijke opgave is: het vervangen van aardgas door een alternatieve manier van verwarmen. In 2050 moeten alle woningen en gebouwen in Lingewaard vrij van aardgas worden verwarmd. Dit gaat stap voor stap. Er zijn in de basis twee sporen om het aardgas te vervangen. Een individuele oplossing of een collectief systeem. Met dit laatste wordt een warmtenet bedoeld dat gevoed wordt door een centrale, duurzame bron. Bij een warmtenet worden woningen en gebouwen verwarmd door een netwerk van leidingen waar warm water doorheen stroomt. Deze warmte wordt in de woning overgedragen en het water gaat afgekoeld weer terug naar de bron. Andere oplossingen zijn individueel van aard. Meestal is dat de overstap op een volledig elektrische of hybride warmtepomp.
De gemeente heeft in de warmtetransitie een sturende rol, geholpen door nieuwe wetgeving die door het Rijk is ontwikkeld. Een grote verandering ten opzichte van het Beleidskader Energietransitie 2023-2025 is de nieuwe nationale wetgeving. De wetten “Wet gemeentelijke instrumenten warmtetransitie (Wgiw)” en de “Wet collectieve warmte (Wcw)” zijn voortgekomen uit de ervaring die in Nederland de afgelopen jaren is opgedaan met onder andere de “Proeftuinen Aardgasvrije Wijken (PAW)”, waar ook Lingewaard met de wijk Zilverkamp (Huissen) aan deelneemt.
Hoe komen we daar?
Beide warmteoplossingen hebben hun voor- en nadelen en vragen investeringen en ingrepen in de woning. Om tot de beste keuze te komen om een wijk- of buurt aardgasvrij te maken, worden alle aspecten
Figuur2 Kaart en tabel: Kaart gemeente Lingewaard met de plannen voor de periode tot en met 2035 uit het Warmteprogramma
afgewogen en beoordeeld. Dit doen we in het Warmteprogramma’. Hierin staat per buurt welke aardgasvrije oplossing wanneer beoogd is, zie ook bovenstaand figuur. Dit moet duidelijkheid geven aan de inwoners, maar ook aan de netbeheerder: zij moeten weten in welke mate het elektriciteitsnet in een wijk verzwaard moet worden en wanneer. Individuele warmtepompen vragen namelijk meer capaciteit van het elektriciteitsnetwerk en vergen dus verdergaande aanpassingen (met bijbehorende kosten).
De ontwikkeling van een warmtenet duurt lang. In de tussentijd zetten we in op voorlichting en energiebesparing door isolatie (via onze partner Energieloket Lingewaard, zie ook pijler een). Dit draagt bij aan het “aardgasvrij-gereed” maken van woningen en is een “geen-spijt” maatregel. Bij het maken van de keuzes voor een bepaald aardgasvrij spoor, zoals uitgewerkt in het Warmteprogramma, laten we ons leiden door een aantal principes die neerkomen op betaalbaarheid, betrouwbaarheid, robuustheid en samenwerking.
De warmtetransitie is complex en vergt vasthoudendheid in de aanpak. Daartoe is samenwerking noodzakelijk, zie ook het 'speelveld’. Waar wenselijk trekken we samen op met inwonersinitiatieven, bijvoorbeeld in Doornenburg, waar geen warmtenet komt, maar wél enthousiasme is om collectief het individuele spoor uit te werken. Regionaal werken we in de GMR samen in de ‘Werkgroep Warmte’ om warmteoplossingen te onderzoeken en te realiseren. Dit leidt tot meer kennisdeling en minder zelf het wiel uitvinden. Binnen de GMR werken we samen met de gemeenten Overbetuwe, Arnhem en Nijmegen aan de ontwikkeling van een geothermiebron. Dit is een ingewikkeld en kostbaar traject dat we niet alleen zouden kunnen. Voor Lingewaard van groot belang: duurzame bronnen zijn schaars, maar zeker noodzakelijk, bijvoorbeeld voor een energie-neutrale tuinbouwsector (NEXTgarden speerpunt). Daarnaast is behoefte aan duurzame bronnen voor een aardgasvrije oplossing voor wijken in de bovengenoemde gemeenten. Met gemeente Arnhem werken wij gezamenlijk aan de ontwikkeling van een warmtenet in de Zilverkamp en aangrenzende wijken in Arnhem-Zuid. Dit doen we als pilot-project voor ‘Warmte uit water’. Dit is een samenwerking van Alliander, de Vereniging van Nederlandse Riviergemeenten en Rijkswaterstaat. Hiermee wordt grootschalige aquathermie met de Rijksrivieren als bron onderzocht en gefaciliteerd. De ervaring die we hiermee opdoen is niet alleen voor de Zilverkamp bruikbaar, maar ook voor andere buurten in Lingewaard waar aquathermie kansrijk is
Als Lingewaard hebben we een goede uitgangspositie voor de vorming van een integraal publiek warmtebedrijf. Immers, met Warmtenetwerk Lingewaard (WNL) is er al een infrastructuur bedrijf. De inzet is om dit met hulp van Firan (als uitvoerend partner) om te vormen naar een integraal warmtebedrijf, inclusief levering aan de gebouwde omgeving. Hiervoor fungeert het project in de Zilverkamp als aanjager voor een collectief warmtenet. Hiertoe worden de mogelijkheden en risico’s in kaart gebracht, zodat er een hanteerbaar Plan van Aanpak beschikbaar komt.
Wat gaan we doen?
De warmtetransitie vraagt om een geïntegreerde aanpak op niveau van het energiesysteem:
1Vermindering van de warmtevraag (wat je niet verbruikt, hoef je ook niet op te wekken).
2Identificatie en ontwikkeling van hernieuwbare, exploiteerbare collectieve bronnen.
3Elektrificatie van de warmtevraag.
4Integratie van de elektrificatie in het energiesysteem voor noodzakelijke flexibiliteit.
De acties die hierbij horen zijn:
•Wij willen ons nog meer verdiepen in hoe we inwoners kunnen stimuleren en wat zij nodig hebben in de transitie. Draagvlak, duidelijkheid en handelingsperspectief creëren is daarbij noodzakelijk.
•Verkenning van de implicaties en mogelijkheden van de Wcw en Wgiw en gebruiken die waar het de warmtetransitie verder brengt en versnelt.
•Onder deze wetgeving het onderzoeken en mogelijk uitbouwen van de rol van WNL naar de gebouwde omgeving als integraal publiek warmtebedrijf.
•Verdieping van de haalbaarheidsstudie voor het warmtenet in de PAW-wijk de Zilverkamp op basis van aquathermie uit de Nederrijn. Dit moet leiden tot een go/no-go besluit in 2026 voor de stap naar de ontwikkelingsfase.
•Uitzetten van onderzoeken naar collectieve alternatieven voor aardgas in kansrijke wijken die daartoe benoemd zijn in het Warmteprogramma (Lootakkers, Walburgen, Vleumingen in Gendt en Klappenburg in Bemmel).
•Ontwikkelen en communiceren van handelingsperspectief (bijvoorbeeld een ontzorgingsaanbod) voor wijken waar een individuele oplossing (“all-electric” warmtepomp) als aardgasvrij is gekozen.
•Ondersteuning van de “themagroep Duurzaamheid” in Doornenburg in de collectieve aanpak van een lokale, individuele warmteoplossing en inzet van lokale opwek (slim energiesysteem).
•Samenwerking in GMR-verband in de ‘werkgroep Warmte’ voor kennisdeling en het opstellen van een regionale bronnenstrategie.
•In regioverband onderzoek naar geothermie. Uitgangspunt is dat Lingewaard, onafhankelijk van de locatie van een mogelijke bron, actief bijdraagt aan het ontwikkelproces en de resultaten van het onderzoek.
Wat is de opgave?
Het energiesysteem zoals we dat nu kennen, staat voor een grote uitdaging. De doelen om het gebruik van fossiele bronnen sterk te verminderen en in 2050 CO2 -neutraal te zijn, vragen om een grote transitie. Hierbij is elektrificatie van verwarmen en transportbewegingen, een onomkeerbare route. De industrie gebruikt in veel gevallen complexe productieprocessen die niet altijd te elektrificeren zijn. Hiervoor wordt de route voor het gebruik van waterstof verkend, denk bijvoorbeeld aan de bakovens van de steenfabrieken. Voor deze ontwikkelingen is vooral de Rijksoverheid aan zet. Als gemeente zetten we in op de taken die ons door het Rijk zijn meegeven, namelijk de verduurzaming van de gebouwde omgeving en het MKB.
Elektrificatie zorgt voor grote druk op het elektriciteitsnet. Er is een verschil tussen het moment waarop duurzame energie (uit zon en wind) wordt opgewekt en het moment waarop mensen en bedrijven die stroom nodig hebben. Daardoor ontstaat er drukte op het elektriciteitsnet met een disbalans tussen opwek en gebruik. Dat moet worden gecorrigeerd met batterijen of met energie uit regelbare, vaak fossiele bronnen.
Naast het uitbreiden van de elektriciteitsnetten op hoog- en middenspanning, is het dus ook belangrijk om vraag en aanbod beter op elkaar af te stemmen. Dat is niet eenvoudig. Soms is er teveel stroom, bijvoorbeeld op zonnige dagen wanneer de vraag laag is. Op dat moment kunnen de stroomprijzen zelfs negatief worden. Door de groei van lokale energieopwekking en meer digitale systemen neemt ook het risico op cyberaanvallen toe. Uiteindelijk moet de energietransitie zorgen voor een sterk en betrouwbaar energiesysteem. Dat systeem moet bestand zijn tegen storingen, flexibel zijn bij veranderingen, en betrouwbaar functioneren onder verschillende omstandigheden.
Er is sprake van onzekerheid en onderlinge afhankelijkheid tussen de pijlers. Elke pijler kent zijn eigen ontwikkeling en snelheid. Het is aan de gemeente om dit te stroomlijnen en te monitoren. Hiervoor hebben we pijler vier ‘Robuust energiesysteem’ geïntroduceerd in dit beleidskader. Bij pijler drie is de afhankelijkheid heel duidelijk. De mate waarin een warmtenet wordt uitgerold en in hoeverre dat warmtenet gevoed kan worden met duurzame bronnen heeft veel invloed op het halen van de energiedoelen. Als het niet mogelijk is om een warmtenet met een duurzame warmtebron te realiseren, valt de energieconsumptie hoger uit. Deze hogere energieconsumptie leidt vervolgens tot een hogere elektriciteitsvraag. Het type warmtebron werkt ook door in de elektriciteitsvraag. Een hoge temperatuurbron heeft minder aanvullende elektriciteit nodig om het temperatuurniveau te verhogen. Maar als gekozen wordt voor aquathermie (oppervlaktewater) als warmtebron, dan is weer meer elektrische energie nodig om met warmtepompen om de gewonnen warmte naar hogere temperaturen te brengen.
De opgave is om met slimme oplossingen, netverzwaring en verstandige keuzes in de energietransitie te komen tot een blijvend betrouwbaar energiesysteem tegen aanvaardbare maatschappelijke kosten. Dit kan niet zonder medewerking van alle stakeholders.
Hoe komen we daar?
Om toekomstige ontwikkelingen en hun invloed op het energiesysteem te duiden, maken we een Lokale Energie Strategie (LES). Aan de hand van verschillende scenario’s voor de toekomst willen we een beeld vormen om een energiesysteem te ontwikkelen voor de ruimtelijke en economische opgaven, en andersom. Naast netverzwaring zullen dat ook slimme oplossingen zijn, zoals netbewust of netneutraal bouwen en meer inzet op lokale energiesystemen. Voor bedrijven is dit bijvoorbeeld het slim delen van netcapaciteit: wat de een niet gebruikt, kan de ander vooruithelpen. Hiervoor is lokale samenwerking tussen bedrijven nodig. Dit is een zogenaamde energiehub'': daar werken bedrijven en netbeheerder samen om de (schaarse) elektriciteit te verdelen, lokaal op te wekken en op te slaan. Zo is groei van bedrijvigheid mogelijk.
Om netcongestie tegen te gaan op korte termijn, verzwaren netbeheerders het net. In onderlinge afstemming wordt de volgorde van de netverzwaring bepaald. Er wordt bepaald waar de grootste urgentie is en de grootste behoefte aan elektriciteit ontstaat. Dit wordt uitgevoerd onder de naam ’lokaal programmeren’. Voor het verkrijgen van een nieuwe aansluiting op het net, is op dit moment de volgorde van aanmelding nog bepalend, maar in de praktijk wordt er momenteel geen enkel nieuw bedrijf aangesloten. Waarschijnlijk komt er een nieuw wetsvoorstel vanuit het Rijk dat bepaalt dat gemeenten in samenspraak met regio/provincie/netbeheerder voorrang op aansluiten mogen verlenen. Dit kan bijvoorbeeld zijn voor het aansluiten van een gebouw met een maatschappelijke functie, een nieuwe woonwijk of energiesysteem. De Autoriteit Consument & Markt (ACM) stelt hiervoor een kader op.
Verzwaring van het net heeft ook impact op de ruimtelijke ordening en leefomgeving, zoals door de komst van meer transformatorhuisjes in de wijk. Naast de ruimtelijke inpassing heeft de gemeente een communicatieve rol om inwoners te informeren over deze aanpassingen in de wijk.
De gemeente moet ook oog hebben voor de effectieve werking van het energienetwerk. Windturbines, zonneparken en slimme technieken moeten strategisch geplaatst worden, zodat zij het beste aangesloten kunnen worden op het net en de opgewekte stroom zoveel mogelijk lokaal wordt gebruikt. Dit gebeurt in overleg met andere partners. Bij nieuwe woonwijken wordt ‘netbewust bouwen’ het nieuwe uitgangspunt. Dit houdt in dat door slimme keuzes en technologie de gelijktijdigheid en de hoogte van de vraagpiek per woning worden beperkt. Hierdoor is het hopelijk niet nodig om ook nieuwe kleinverbruikersaansluitingen op een wachtlijst te zetten.
Voor de energietransitie en de realisatie van een duurzaam energiesysteem is het ‘Landelijk Actieprogramma Netcongestie’ opgesteld. Dit programma richt zich op het sneller bouwen en realiseren van netuitbreidingen, sterker sturen op betere benutting van het net en op het vergroten van de flexibele capaciteit.
Wat gaan we doen?
Om te helpen de netcongestie te beperken, duurzame groei van bedrijven mogelijk te maken en de energie-infrastructuur mee te nemen in toekomstige ontwikkelingen, zetten we in op:
•Uitrol van de “Buurtaanpak”, het integrale plan van Liander voor het versterken van het elektriciteitsnet binnen Lingewaard.
•Binnen de Buurtaanpak sturen we op een eenduidige coördinatie met alle partijen, zowel in-als extern, bij het uitvoeren van de netverzwaring, speciaal het bijplaatsen van MSR’s (transformatorhuisjes).
•Inzetten op ‘netbewust bouwen’” door dit actief mee te nemen bij woningbouwontwikkelaars en tijdig een plaats te geven in de plannen.
•Opstellen van een Lokale Energie Strategie (gereed Q1 2026), die richting geeft aan hoe de energie-infrastructuur moet worden meegenomen in toekomstige (ruimtelijke) ontwikkelingen en ambities.
•Stimuleren van initiatieven die lokale opwek lokaal willen inzetten en vraag en aanbod beter op elkaar willen afstemmen (ontwikkeling Energiehubs), zodat ontwikkelingen doorgang kunnen vinden.
•Een visie op netcongestie en de ontwikkeling naar een ander energiesysteem als onderdeel opnemen in alle ruimtelijke opgaven en de vernieuwde Omgevingsvisie.
Wat is de opgave?
Het doel is om in NEXTgarden in 2030 energieneutraal te zijn, de ambitie is om zelfs energiepositief te worden. Met dat laatste wordt bedoeld dat er in het gebied meer duurzame energie wordt geproduceerd dan er wordt gebruikt. In bijlage twee is een rapportage te vinden die de stand van zaken weergeeft met als peildatum eind 2024. Hieruit blijkt dat er forse stappen zijn gezet in het bereiken van het doel. Het bereiken of overtreffen ervan is echter nog niet zeker door de voortdurende ontwikkelingen in de energietransitie. Een pijler in de strategie naar energieneutraal is de uitbreiding van het warmtenet met meer tuinbouwbedrijven. Dit zowel in Bergerden als de Leutense Leigraaf. Dit is echter complex gebleken door de dynamiek van de glastuinbouwsector en het ontwikkelen van een passend aanbod.
Een andere belangrijke opgave is het vinden van nieuwe warmtebronnen naast, of ter vervanging van bijvoorbeeld de huidige biomassacentrale, waarvan de SDE-subsidie in 2032 afloopt.
Voor andere bedrijventerreinen is de opgave om het MKB actief mee te krijgen als het gaat om energiebesparing én het mogelijk maken van (individuele) groei of verduurzaming, ondanks de uitdagingen rond netcongestie. Als bedrijven initiatief hiertoe nemen, denken we als gemeente ook mee met energie delen.
Hoe komen we daar?
Wij blijven in goed contact met de ondernemers in het gebied en zetten samen met hen in op een gedeelde toekomstvisie van een duurzame tuinbouw. Het feit dat fossiele energie eindig is en steeds duurder wordt, moet hierbij overtuigen. Tegelijkertijd moeten we samen met onze partners (WNL, Firan, LTO, Lingezegen Energy) werken aan een robuust, betaalbaar en duurzaam aanbod van elektriciteit en warmte. De ingezette ontwikkeling tot een Energiehub past daarbij en wordt ondersteund door de Regiodeal. De ontwikkeling van duurzame bronnen is ook onderdeel hiervan. Hiervoor worden verdere stappen gezet in het ontwikkeltraject van geothermie. Er is meer zekerheid dat er kansen liggen voor ondiepe geothermie in de regio Lingewaard-Overbetuwe-Arnhem-Nijmegen (LOAN). Met hen is een actieplan opgesteld dat moet leiden tot een proefboring. Deze stappen volgen uit de strategie voor een duurzaam tuinbouwgebied NEXTgarden en de doelen zoals zijn beschreven in de toekenning van de Regiodeal.
Anders dan bij NEXTgarden pakken we bij de andere bedrijventerreinen een volgende rol, die vooral bestaat uit het samenbrengen van partijen.
Wat gaan we doen?
Om het doel en mogelijk de ambitie te halen, gaan we door met:
•We blijven werken aan een energieneutraal tuinbouwgebied NEXTgarden, waarin deze gaat functioneren als een Energiehub voor bedrijven en gebouwde omgeving. Dit is ook één van de thema’s binnen de Regiodeal.
•Ontwikkelen van duurzame bronnen, met name de verdere stappen op weg naar een proefboring voor ondiepe geothermie. Dit doen we in LOAN-verband en als één van de opgaven van de Regiodeal.
•Het ondersteunen en onderzoeken van initiatieven tot het koppelen van lokale bronnen en afnemers (Energiehub-concept).
•Actualiseren van de strategie van WNL: focus op de gebouwde omgeving en toekomstige regionale verbinding geothermie met NEXTgarden.
•Faciliteren van lokale initiatieven bij bedrijven tot het opslaan en delen van energie.
•Onderzoeken hoe we bedrijven effectiever kunnen helpen bij besparen en verduurzamen.
Wat is de opgave?
In een systeem in transitie dienen zich altijd nieuwe ontwikkelingen aan, zowel technisch als sociaal. Tegelijkertijd is het van belang om in zo’n langjarig proces een goede balans te vinden tussen het nemen van beslissingen met de kennis van nu en het op waarde schatten van toekomstige ontwikkelingen. De valkuil is namelijk het uitstellen van keuzes, met als motivatie dat er een veelbelovende aantrekkelijker optie aankomt. Het op waarde kunnen schatten van innovaties voor de voorliggende opgaven kan alleen wanneer je als partij goed geïnformeerd bent. Daarom willen we, waar wenselijk, samen met de marktpartijen op zoek naar lokale kansen voor innovaties binnen de energietransitie ambitie. In onze gemeente gaan we de uitdaging aan om actief bij te dragen aan een duurzame toekomst. Met kennis en een proactieve aanpak staan we open voor het onderzoeken en implementeren van innovatieve alternatieve energieoplossingen.
Hoe komen we daar?
Om de klimaatdoelen te halen en een toekomstbestendig energiesysteem te realiseren, zijn innovatie en nieuwe ontwikkelingen essentieel. Omdat ons huidige systeem nog grotendeels draait op fossiele brandstoffen, is een fundamentele omslag nodig. De exacte route is nog onzeker, maar experimenteren hoort erbij. We staan open voor vernieuwende ideeën en ondersteunen lokale ondernemers en initiatieven daarin actief. Samenwerking en kennisdeling vergroten de kans op succesvolle innovaties die breder toepasbaar zijn. Een belangrijk gebied hierin is NEXTgarden, dat zich ontwikkelt met nieuwe energie- en warmtetechnieken. Verdere stimulering en gerichte investeringen in dit gebied zijn van strategisch belang.
Een succesvolle energietransitie vraagt om gezamenlijke inzet. We versterken de samenwerking met ketenpartners zoals netbeheerders, bedrijven, kennisinstellingen, maatschappelijke organisaties en overheden. De Groene Metropool Regio is hierin een sleutelpartner. Door gezamenlijke projecten en informatie-uitwisseling versnellen we de ontwikkeling van innovatieve oplossingen en benutten we elkaars expertise en middelen optimaal.
Wat gaan we doen?
Met slimme combinaties van nieuwe technieken kunnen we de complexiteit van de transitie in goede banen leiden. De energietransitie moet versneld worden en biedt kansen voor slimme oplossingen. We hebben inzicht nodig in de oplossingen voor de strategie na 2030. Daarom zetten we nu in op:
•Het meer integreren van elektriciteit en warmte in de energie-infrastructuur om zo het elektriciteitsnet te ontlasten.
•Inzet van warmtenetten in de gebouwde omgeving met warmte uit diverse bronnen zoals de diepe bodem (geothermie) en grote wateren (aquathermie).
•Het opslaan van energie in grote accu’s.
•We volgen en stimuleren de ontwikkeling van lokale energiehubs en energiemanagement, zoals in NEXTgarden.
•We volgen het gebruik van waterstof in niet-elektrificeerbare processen in de industrie (baksteenproductie).
•Het volgen van de ontwikkeling van zogenaamde Small Modular Reactors, een compacte, modulaire vorm van elektriciteitsproductie door kernenergie. De provincie Gelderland stimuleert dit.
•We blijven ontwikkelen op het gebied van communicatie en participatie.
Wat is de opgave?
Om de ambities van de gemeente waar te maken vraagt het niet alleen gemeentelijke inspanning, maar ook die van inwoners, ondernemers en organisaties. Voor deze groepen is het onderwerp energietransitie vaak nog ongrijpbaar. Om te zorgen dat inwoners, ondernemers en organisaties meebewegen in onze ambities is het dus essentieel dat we begrijpen waar de behoefte van deze groepen ligt en hoe we onze ambities kunnen afstemmen op deze behoefte. In 2024 deed bureau Motivaction onderzoek naar de verschillende leefstijlprofielen van onze inwoners. Er zijn 8 leefstijlprofielen in de methode van Motivaction. Deze leefstijlen geven aan hoe de groep tegen het begrip duurzaamheid aankijkt. Hiermee krijgen we grip op de belevingswereld van bewoners. Door communicatie af te stemmen op deze belevingswereld communiceren we gerichter en doeltreffender. Uit het zogenaamde ‘Mentality-onderzoek’ in Lingewaard bleek de grootste leefstijl de ‘Structuurzoeker’ te zijn. Uit het onderzoek: Om structuurzoekers (34% van Nederland) tot duurzamere keuzes te verleiden, zijn andere overtuigingstactieken nodig dan die appelleren aan duurzame winst, omdat de intrinsieke motivatie vaak ontbreekt. Al te complexe visies of grote idealen zijn niet aan structuurzoekers besteed. Ze zijn wel (uiteindelijk) bereid om duurzame keuzes te maken, maar dan moeten die (gemakkelijk) haalbaar en concreet zijn.
Hoe komen we daar?
In de strategische communicatie richten we ons daarom op onderstaande zaken:
•Bewustwording en draagvlak creëren onder inwoners, organisaties en bedrijven
Dit doen we door in de communicatie antwoord te geven op de volgende vragen:
-Wat is de energietransitie?
-Waarom is dit noodzakelijk?
-Wat doet de gemeente?
-Wat kun je doen om voorbereid te zijn?
Daarbij koppelen we de energietransitie aan de persoonlijke situatie van bewoners, organisaties en ondernemers, waardoor we het onderwerp toegankelijk maken. We communiceren zoveel mogelijk over het nu en de nabije toekomst, waarmee we urgentie aanbrengen. Per doelgroep geven we specifiek handelingsperspectief. Voor de communicatie naar inwoners gebruiken we een narratief (verhaal) om de gemeentelijke ambities in de energietransitie te vertellen. Dit is een ondersteunend verhaal, afgestemd op de taal en waarden van inwoners. Er wordt uitgelegd wat de energietransitie inhoudt, welke onderwerpen hiermee verbonden zijn. Daarnaast benadrukt het narratief de urgentie met heel praktische voorbeelden.
•Inspireren tot het overgaan tot actie
We brengen inspirerende (lokale) voorbeelden per doelgroep in beeld en koppelen deze aan specifiek handelingsperspectief, zoals subsidies voor energiebesparing of advies van Energieloket Lingewaard.
•Met een campagne samenhang tussen pijlers duiden
Met een campagne duiden we de bredere samenhang tussen de pijlers besparing, opwek, duurzame warmte en robuust energiesysteem. Bijvoorbeeld door te informeren over natuurinclusief isoleren.
Campagne ‘het stroomt in Lingewaard’
Met een gemeente brede campagne willen we de samenhang aanbrengen en geven we de Lingewaardse energietransitie een gezicht met een duidelijk herkenbaar concept in tekst en beeld. De campagne ‘het stroomt in Lingewaard’ is gericht op inwoners in Lingewaard en wil inspireren tot gebruik van schone energie, duurzame warmte en het zuinig omgaan met grondstoffen. De aanjaagcampagne wil iedereen de kans geven om zelf bij te dragen aan een toekomstbestendig Lingewaard. In deze campagne halen we zoveel mogelijk echte voorbeelden van verduurzaming op vanuit onze inwoners. Zo laat de campagne zien dat het onderwerp energie(transitie) een onderwerp is van alle Lingewaarders, niet alleen van de gemeente. Uit onderzoek blijkt namelijk dat sociale bewijskracht een grote rol speelt bij verduurzaming (vooral mensen die dicht bij je staan spelen een grote rol spelen bij gedrag en besluitvorming).
Participatie
Zonder de hulp van inwoners, bedrijven en organisaties kunnen we de doelstellingen richting de energietransitie in Lingewaard niet vormgeven. Voor participatie van en met inwoners en stakeholders volgen we het huidige participatiebeleid van gemeente Lingewaard
Het belang van participatie concreet:
•Creëren van een olievlekwerking onder inwoners en organisaties
•Sneller tot concrete invulling van beleid komen
•Gedragen beleidsbeslissingen kunnen nemen
In de communicatie hanteren we een aantal vuistregels. Deze vuistregels zijn afgestemd op het Lingewaardse participatiebeleid.
•We communiceren toegankelijk (iedereen kan meedoen)
We communiceren positief en bieden handelingsperspectief en responsmogelijkheden. Als gemeente zijn wij daar verantwoordelijk voor.
•Communicatie is inclusief (we werken op een respectvolle manier samen)
We communiceren met uitgestoken hand. Zelfs als de feedback negatief is bedanken we de afzender. Iemand die negatieve feedback geeft is namelijk ook betrokken. Gebiedende taal als “moeten we”, “dient u” en woorden met een negatieve associatie als “klimaatcrisis”, “van-het-gas-af-moeten" e.d. vermijden we.
•We communiceren participatiegericht (we zijn verantwoordelijk voor een zorgvuldig participatieproces)
We communiceren afgestemd op de waarden van de doelgroep en toetsen de communicatie structureel bij doelgroepen. We haken aan bij bestaande sociale structuren, kanalen, middelen en initiatieven.
•Communicatie is gericht op effectiviteit
We laten ambassadeurs verhalen delen. We brengen het grote probleem terug naar de menselijke maat en communiceren over tastbare, makkelijke en relevante oplossingen die binnen ieders handbereik liggen. We communiceren onze regierol duidelijk en houden vast aan doelstellingen en ambities uit het programma.
Wat gaan we doen?
•Om participatie te stimuleren hebben we een subsidieregeling voor het ondersteunen van gezamenlijke inwonersinitiatieven.
•Voor de communicatie gebruiken we de campagne ‘het stroomt’. Hierbij benaderen we inwoners actief om hen te wijzen op de mogelijkheden van het energie besparen, het klimaatvriendelijk maken van de tuin, hergebruik. Ook geeft de campagne informatie over de financiering hiervan. Deze onderwerpen vallen onder de thema's energie, klimaatadaptatie en circulariteit. De campagne gebruikt een mobiel informatieloket (Tuk tuk), waarmee evenementen, weekmarkten en wijken worden bezocht. Op een speelse manier laten we inwoners kennis maken met de thema's. Waar mogelijk sluiten partners als het Energieloket Lingewaard of Waardwonen aan en vice versa. De middelenmix omvat o.a. een rad van fortuin met kleine prijsjes, aankondigingsposters, flyers, raamstickers ‘hier stroomt het’, beach-vlaggen en een mobiel koffiepunt.
•We vergroten de zichtbaarheid van de campagne door aan te sluiten bij verschillende acties en evenementen, zoals wijkacties rondom de subsidieregeling ‘Operatie Isolatie’, maar ook bij evenementen in de PAW-wijk de Zilverkamp. Daarnaast plaatsen we bij organisaties die zich hebben ingezet voor de thema's energie, klimaatadaptatie of circulariteit een campagnebord met inhoudelijke informatie over deze inzet.
•We tonen goede voorbeelden door inwoners en organisaties te interviewen die al bezig zijn met de thema's energie, klimaatadaptatie of circulariteit. Deze interviews verschijnen tweemaandelijks op de specialpagina van ‘het stroomt’ in o.a. het Gemeentenieuws, op de speciale pagina van ‘het stroomt’ op de gemeentelijke website en op de website van het Energieloket.
•De PAW-wijk de Zilverkamp kent daarnaast een eigen communicatiestrategie, gericht op het aardgasvrij verwarmen van de wijk. Daarin zijn onder meer een projectupdate, bewonersbijeenkomsten, een pagina op het gemeentelijk participatieplatform ‘samen.lingewaard’ en een ‘Zilverkampkrant’ opgenomen. De ‘klankbordgroep Zilverkamp Aardgasvrij’ is actief betrokken bij de communicatie-acties in de wijk.