Gemeentelijke regelgeving

Verordening op de heffing en invordering van de afvalstoffenheffing en reinigingsrechten 2026 (reinigingsheffingen)

Gemeente Leusden · geldt sinds 1 januari 2026

Aanhef

De raad van de gemeente Leusden;

gelezen het voorstel van het college d.d. 28 oktober 2025, nummer 269167;

gelet op de artikelen 229, eerste lid, aanhef en onderdelen a en b van de Gemeentewet en artikel 15.33 van de Wet milieubeheer;

b e s l u i t :

vast te stellen de:

Verordening op de heffing en invordering van de afvalstoffenheffing en reinigingsrechten 2026 (reinigingsheffingen)

HOOFDSTUK 1 ALGEMENE BEPALINGEN

Artikel 1 Inleidende bepaling

Op basis van deze verordening worden geheven:

a.een afvalstoffenheffing;

b.reinigingsrechten.

Artikel 2 Definities

Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder:

a.‘gebruik maken’ in Hoofdstuk 2 Afvalstoffenheffing: gebruik maken in de zin van artikel 15.33 van de Wet milieubeheer;

b.bedrijfsafval: afvalstoffen, met uitzonderling van autowrakken, afkomstig van bedrijven en instellingen, naar aard, omvang of hoeveelheid op huishoudelijke afvalstoffen gelijkend.

HOOFDSTUK 2 AFVALSTOFFENHEFFING

Artikel 3 Aard van de heffing en belastbaar feit

1Onder de naam ‘afvalstoffenheffing’ wordt een directe belasting geheven als bedoeld in artikel 15.33 van de Wet milieubeheer.

2De afvalstoffenheffing bedoeld in deze verordening en de daarbij behorende tarieventabel wordt naar afzonderlijke grondslagen geheven ter zake van het gebruik maken van een perceel ten aanzien waarvan krachtens de artikelen 10.21 en 10.22 van de Wet milieubeheer een verplichting tot het inzamelen van huishoudelijke afvalstoffen geldt.

3De afvalstoffenheffing bestaat uit:

a.een vast bedrag per jaar;

b.vermeerderd met een gedifferentieerd bedrag per keer dat afvalstoffen ter inzameling worden aangeboden.

Artikel 4 Belastingplicht

De belasting wordt geheven van degene die in de gemeente naar de omstandigheden beoordeeld al dan niet krachtens eigendom, bezit, beperkt recht of persoonlijk recht gebruik maakt van een perceel ten aanzien waarvan ingevolge de artikelen 10.21 en 10.22 van de Wet milieubeheer een verplichting tot het inzamelen van huishoudelijke afvalstoffen geldt.

Artikel 5 Maatstaf van heffing en belastingtarieven

De belasting wordt geheven naar de maatstaven en de tarieven, opgenomen in de hoofdstukken 1 tot en met 4 van de bij deze verordening behorende tarieventabel.

Artikel 6 Belastingjaar

Met betrekking tot de belasting die per jaar wordt geheven is het belastingjaar gelijk aan het kalenderjaar.

Artikel 7 Wijze van heffing

1De belasting bedoeld in hoofdstuk 1 van de tarieventabel wordt geheven bij wege van aanslag, met dien verstande dat voor de belasting in hoofdstuk 1.2 geldt dat per belastbaar feit een afzonderlijke aanslag kan worden opgelegd.

2De belasting bedoeld in de hoofdstukken 2 tot en met 4 van de tarieventabel wordt geheven door middel van een mondelinge dan wel een schriftelijke gedagtekende kennisgeving. Het gevorderde bedrag wordt mondeling, dan wel door toezending of uitreiking van de schriftelijke kennisgeving aan de belastingschuldige bekend gemaakt.

Artikel 8 Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar tijdsgelang

1De belasting bedoeld in hoofdstuk 1 van de tarieventabel is verschuldigd bij het begin van het belastingjaar of, zo dit later is, bij de aanvang van de belastingplicht.

2Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar aanvangt, is de belasting bedoeld in hoofdstuk 1.1 van de tarieventabel verschuldigd voor een evenredig aantal dagen dat er in het belastingjaar, na de aanvang van de belastingplicht, nog overblijft.

3Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar eindigt, bestaat voor de belasting bedoeld in hoofdstuk 1.1 van de tarieventabel aanspraak op ontheffing voor een evenredig aantal dagen dat er in het belastingjaar, na de beëindiging van de belastingplicht, nog overblijft, tenzij het bedrag van de ontheffing minder dan € 5,00 bedraagt.

4Het tweede en derde lid zijn niet van toepassing indien de belastingplichtige binnen de gemeente verhuist en aldaar van een ander perceel gebruik maakt.

5De belasting bedoeld in de hoofdstukken 2 tot en met 4 van de tarieventabel is verschuldigd bij de aanvang van de dienstverlening.

6Indien de belastingplicht eindigt na dagtekening van het aanslagbiljet, kan de belastingplichtige een aanvraag tot ontheffing indienen bij de ambtenaar belast met de heffing.

Artikel 9 Aanslaggrens

1De belasting wordt niet geheven, indien het totale belastingbedrag van de op één aanslagbiljet verenigde aanslagen, minder dan € 1,00 bedraagt.

2Voor de toepassing van het eerste lid wordt het totaal van de op één aanslagbiljet verenigde aanslagen als één aanslag aangemerkt.

Artikel 10 Termijnen van betaling

1In afwijking van artikel 9, lid 1, van de Invorderingswet 1990 moeten de aanslagen, zoals bedoeld in hoofdstuk 1 van de tarieventabel, dan wel op één aanslagbiljet verenigde aanslagen worden betaald in één termijn, die vervalt twee maanden na dagtekening van het aanslagbiljet.

2In afwijking van lid 1 van dit artikel worden belastingaanslagen waarvoor de belastingschuldige een machtiging heeft afgegeven om deze af te schrijven door middel van automatische incasso, betaald in tien maandelijkse termijnen. Als de dagtekening van het aanslagbiljet is gelegen voor of op de 15de van een kalendermaand, vervalt de eerste incassotermijn nog in diezelfde kalendermaand.

In alle andere gevallen vervalt de eerste incassotermijn aan het einde van de kalendermaand volgend op de kalendermaand waarin de dagtekening van het aanslagbiljet is gelegen.

3Indien het totaal te betalen bedrag zoals vermeld op het aanslagbiljet € 10,00 of minder bedraagt, wordt dit bedrag in afwijking van lid 2 van dit artikel in één termijn afgeschreven twee maanden na dagtekening van het aanslagbiljet.

4De belasting bedoeld in de hoofdstukken 2 tot en met 4 van de tarieventabel bedoeld in artikel 7, tweede lid moet worden betaald:

a.indien de kennisgeving mondeling wordt gedaan, op het moment van het doen van de kennisgeving;

b.indien de kennisgeving schriftelijk wordt gedaan, op het moment van het uitreiken van de kennisgeving, dan wel ingeval toezending daarvan binnen veertien dagen na dagtekening van de schriftelijke kennisgeving.

5De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in dit artikel gestelde termijnen.

Artikel 11 Kwijtschelding

1Voor de invordering van afvalstoffenheffing kan kwijtschelding worden verleend voor het belastingbedrag zoals genoemd in hoofdstuk 1.1 van de tarieventabel.

2Voor de belastingbedragen als bedoeld in hoofdstuk 1.2 van de tarieventabel, kan kwijtschelding worden verleend tot een bedrag van maximaal € 28,56.

Toelichting:

Het bedrag van maximaal € 28,56 stemt overeen met het aanbieden van maximaal 1020 liter:

–Voor het aanbieden van restafval onder gebruikmaking van een verzamelcontainer voor restafval:

maximaal 17 aanbiedingen van restafval, ongeacht het volume van de klepopening;

–Voor het aanbieden van restafval onder gebruikmaking van een minicontainer voor restafval aan huis van 240 liter:

maximaal 4 aanbiedingen van restafval;

–Voor het aanbieden van restafval onder gebruikmaking van een minicontainer voor restafval aan huis van 140 liter:

maximaal 7 aanbiedingen van restafval.

3Geen kwijtschelding wordt verleend voor de belasting bedoeld in de hoofdstukken 2 tot en met 4 van de tarieventabel.

HOOFDSTUK 3 REINIGINGSRECHTEN

Artikel 12 Aard van de heffing en belastbaar feit

1Onder de naam ‘reinigingsrechten’ worden rechten geheven zowel voor het genot van door het gemeentebestuur verstrekte diensten als voor het gebruik van voor de openbare dienst bestemde gemeentebezittingen, werken of inrichtingen die bij de gemeente in beheer of in onderhoud zijn.

2De reinigingsrechten bestaan uit:

a.een vast bedrag per jaar;

b.vermeerderd met een gedifferentieerd bedrag per keer dat afvalstoffen ter inzameling worden aangeboden.

Artikel 13 Belastingplicht

De rechten worden geheven van degene op wiens aanvraag dan wel ten behoeve van wie de dienst wordt verricht of van degene die van de bezittingen, werken of inrichtingen gebruik maakt.

Artikel 14 Maatstaf van heffing en belastingtarieven

1De rechten worden geheven naar de maatstaven en tarieven zoals opgenomen in de hoofdstukken 5 en 6 van de tarieventabel.

2Voor de berekening van de rechten wordt een gedeelte van een in de tarieventabel genoemde eenheid als een volle eenheid aangemerkt.

Artikel 15 Belastingjaar

Met betrekking tot de rechten die per jaar worden geheven is het belastingjaar gelijk aan het kalenderjaar.

Artikel 16 Wijze van heffing

1De rechten bedoeld in hoofdstuk 5 van de tarieventabel worden geheven bij wege van aanslag met dien verstande dat voor de belasting in hoofdstuk 5.2 geldt dat per belastbaar feit een afzonderlijke aanslag kan worden opgelegd.

2De rechten bedoeld in hoofdstuk 6 van de tarieventabel worden geheven door middel van een mondelinge dan wel een gedagtekende schriftelijke kennisgeving waarop het gevorderde bedrag is vermeld. Het gevorderde bedrag wordt mondeling, dan wel door toezending of uitreiking van de schriftelijke kennisgeving aan de belastingschuldige bekendgemaakt.

Artikel 17 Ontstaan van de belastingplicht en de heffing naar tijdsgelang

1De rechten bedoeld in hoofdstuk 5.1 van de tarieventabel zijn verschuldigd bij het begin van het kalenderjaar of, zo dit later is, bij de aanvang van de belastingplicht.

2Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar aanvangt zijn de rechten bedoeld in hoofdstuk 5.1 van de tarieventabel verschuldigd voor een evenredig aantal dagen dat er in het belastingjaar na de aanvang van de belastingplicht, nog overblijft.

3Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar eindigt, bestaat aanspraak op ontheffing van de rechten bedoeld in hoofdstuk 5.1 van de tarieventabel voor een evenredig aantal dagen dat er in het belastingjaar na de beëindiging van de belastingplicht, nog overblijft, tenzij het bedrag van de ontheffing minder bedraagt dan € 5,00.

4Het tweede en derde lid zijn niet van toepassing indien de belastingplichtige binnen de gemeente verhuist en aldaar van een ander perceel gebruik maakt.

5De belasting bedoeld in hoofdstuk 6 van de tarieventabel is verschuldigd bij de aanvang van het gebruik van de bezittingen, werken of inrichtingen.

6Indien de belastingplicht eindigt na dagtekening van het aanslagbiljet, kan de belastingplichtige een aanvraag tot ontheffing indienen bij de ambtenaar belast met de heffing.

Artikel 18 Aanslaggrens

1De belasting wordt niet geheven, indien het totale belastingbedrag van de op één aanslagbiljet verenigde aanslagen, minder dan € 1,00 bedraagt.

2Voor de toepassing van het eerste lid wordt het totaal van de op één aanslagbiljet verenigde aanslagen als één aanslag aangemerkt.

Artikel 19 Termijnen van betaling

1In afwijking van artikel 9, lid 1, van de Invorderingswet 1990 moeten de aanslagen, zoals bedoeld in hoofdstuk 5 van de tarieventabel, dan wel op één aanslagbiljet verenigde aanslagen worden betaald in één termijn, die vervalt twee maanden na dagtekening van het aanslagbiljet.

2In afwijking van lid 1 van dit artikel worden belastingaanslagen waarvoor de belastingschuldige een machtiging heeft afgegeven om deze af te schrijven door middel van automatische incasso, betaald in tien maandelijkse termijnen. Als de dagtekening van het aanslagbiljet is gelegen voor of op de 15de van een kalendermaand, vervalt de eerste incassotermijn nog in diezelfde kalendermaand.

In alle andere gevallen vervalt de eerste incassotermijn aan het einde van de kalendermaand volgend op de kalendermaand waarin de dagtekening van het aanslagbiljet is gelegen.

3Indien het totaal te betalen bedrag zoals vermeld op het aanslagbiljet € 10,00 of minder bedraagt, wordt dit bedrag in afwijking van lid 2 van dit artikel in één termijn afgeschreven twee maanden na dagtekening van het aanslagbiljet.

4De belasting bedoeld in hoofdstuk 6 van de tarieventabel bedoeld in artikel 16, tweede lid moet worden betaald:

a.indien de kennisgeving mondeling wordt gedaan, op het moment van het doen van de kennisgeving;

b.indien de kennisgeving schriftelijk wordt gedaan, op het moment van het uitreiken van de kennisgeving, dan wel ingeval toezending daarvan binnen veertien dagen na dagtekening van de schriftelijke kennisgeving.

5De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in dit artikel gestelde termijnen.

Artikel 20 Kwijtschelding

Voor de invordering van reinigingsrechten wordt geen kwijtschelding verleend.

Artikel 21 Nadere regels

Het college van burgemeester en wethouders kan nadere regels geven met betrekking tot de heffing en invordering van de belasting als bedoeld in hoofdstuk 1.3, 2, 3, 4 en 6 van de tarieventabel.

HOOFDSTUK 4 AANVULLENDE BEPALINGEN

Artikel 22 Overgangsbepaling, inwerkingtreding en citeertitel

1De Verordening reinigingsheffingen 2025 wordt ingetrokken met ingang van de in lid 3 van dit artikel genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan.

2Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag na die van de bekendmaking.

3De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2026.

4Deze verordening wordt aangehaald als ‘Verordening reinigingsheffingen 2026’.

Tarieventabel behorende bij de ‘Verordening reinigingsheffingen 2026’

Hoofdstuk 1 Maatstaven en tarieven afvalstoffenheffing

1.1

Vast deel:

De belasting bedraagt per perceel per belastingjaar voor het periodiek verwijderen van huishoudelijke afvalstoffen:

€ 241,00

1.2

Variabel deel:

1.2.1

Onverminderd het bepaalde in onderdeel 1.1 bedraagt de belasting voor het verwijderen van huishoudelijk restafval via (ondergrondse) verzamelcontainers

1.2.1.1

bij een inwerptrommel van 30 liter, per aanbieding:

€ 0,84

1.2.1.2

bij een inwerptrommel van 60 liter, per aanbieding:

€ 1,68

1.2.2

Onverminderd het bepaalde in onderdeel 1.1 bedraagt de belasting voor het verwijderen van huishoudelijk restafval via

1.2.2.1

een mini-container van 140 liter, per aanbieding:

€ 3,91

1.2.2.2

een mini-container van 240 liter, per aanbieding:

€ 6,72

Compensatie voor extra afval door medische oorzaak

1.3

De belastingplichtige die als gevolg van een chronische ziekte of handicap extra restafval moet aanbieden, niet zijnde luiers en incontinentiemateriaal, kan bij Lariks een verzoek indienen om voor compensatie in aanmerking te komen.

Compensatie wordt slechts verleend voor het bij onderdeel 1.2 genoemde variabele deel van de belasting voor zover dat € 28,56 te boven gaat (zijnde het bedrag bij een jaarlijks gemiddeld aantal aanbiedingen van restafval).

Hoofdstuk 2 tarieven bouw- en sloopafval, grofvuil, banden voertuigen

2.

Voor het achterlaten, aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen op een daartoe van gemeentewege ter beschikking gestelde plaats gelden de volgende tarieven:

2.1

Bouw- en sloopafval, per 10 kilogram:

€ 0,92

2.2

Grof huishoudelijk afval, per 10 kilogram:

€ 0,92

2.3

Banden van voertuigen:

2.3.1

motor- en autobanden zonder velg:

€ 0,00

2.3.2

motor- en autobanden met velg, per 10 kilogram:

€ 0,92

2.3.3

landbouwbanden, met of zonder velg, per 10 kilogram:

€ 0,92

Hoofdstuk 3 tarieven ophalen grof huishoudelijk afval

3.1

Het tarief voor het ophalen van grofvuil bedraagt:

3.1.1

tot 1 m³:

€ 38,10

3.1.2

voor elke volgende 0,5 m³:

€ 12,60

tot een maximum van 2 m³ per keer.

Hoofdstuk 4tarief milieupas

4.1

Het tarief bedraagt:

4.1.1

voor het verstrekken van een nieuwe milieupas:

€ 11,75

4.1.2

voor het (op de milieustraat laten) activeren van de milieupas als luierpas ten behoeve van het verkrijgen van toegang tot de luiercontainers:

€ 11,75

Hoofdstuk 5Maatstaven en tarieven reinigingsrechten (bedrijfsafval)

5.1

Vast deel:

Het recht bedraagt per belastingjaar voor het periodiek verwijderen van bedrijfsafval inclusief btw:

€ 291,61

5.2

Variabel deel:

5.2.1

Onverminderd het bepaalde in onderdeel 5.1 bedraagt de belasting voor het verwijderen van bedrijfsafval via (ondergrondse) verzamelcontainers, per aanbieding

5.2.1.1

bij een inwerptrommel van 30 liter inclusief btw:

€ 1,02

5.2.1.2

bij een inwerptrommel van 60 liter inclusief btw:

€ 2,03

5.2.2

Onverminderd het bepaalde in onderdeel 5.1 bedraagt de belasting voor het verwijderen van bedrijfsafval via een mini-container

5.2.2.1

van 140 liter, per aanbieding inclusief btw:

€ 4,74

5.2.2.2

van 240 liter, per aanbieding inclusief btw:

€ 8,13

Hoofdstuk 6tarief bedrijfspas

6.1

Het tarief bedraagt voor het verstrekken van een nieuwe bedrijfspas inclusief btw:

€ 14,22

Geldende tekst uit de Centrale Voorziening Decentrale Regelgeving (CVDR, open data van de overheid). Raadpleeg lokaleregelgeving.overheid.nl voor de officiële versie. Dit is geen juridisch advies.