Aanhef
Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Leusden;
Overwegende dat:
-de uitvoering van de heffing en invordering van de onroerendezaakbelastingen, reinigingsheffingen, rioolheffing en toeristenbelasting is overgedragen aan de gemeenschappelijke regeling GBLT;
-de leges, lijkbezorgingsrechten, precariobelasting, rioolaansluitrecht en reinigingsrechten op de milieustraat (de hoofdstukken 2,3,4 en 6 van de tarieventabel behorende bij de verordening reinigingsheffingen) door de gemeente zelf worden uitgevoerd;
Gelet op artikel 160 lid 1 onder d. en artikel 231 lid 2 onderdeel b. en c. van de Gemeentewet;
b e s l u i t:
vast te stellen het
Aanwijzingsbesluit heffings- en invorderingsambtenaar gemeente Leusden
Artikel 1.
Aan te wijzen als gemeentelijke heffingsambtenaar, als bedoeld in artikel 231 lid 2 onderdeel b. van de Gemeentewet: de manager Bedrijfsvoering.
Artikel 2.
Aan te wijzen als gemeentelijke invorderingsambtenaar, als bedoeld in artikel 231 lid 2 onderdeel c. van de Gemeentewet: de manager Bedrijfsvoering.
Artikel 3.
De heffings- en invorderingsambtenaar wordt bij afwezigheid vervangen door de manager Facilitaire zaken.
Artikel 4.
Mandatering van de bevoegdheden van de heffings- en invorderingsambtenaar is mogelijk bij afzonderlijk mandaatbesluit.
Onder ‘mandaat’ wordt in dit besluit verstaan: de bevoegdheid om in naam en onder verantwoordelijkheid van de heffings- en invorderingsambtenaar besluiten te nemen, zulks met inbegrip van de ondertekening bevoegdheid.
Artikel 5.
1Dit besluit treedt in werking met ingang van de eerste dag na die van de bekendmaking;
2Het aanwijzingsbesluit heffings- en invorderingsambtenaar van 21 maart 2023 wordt ingetrokken.