Gemeentelijke regelgeving

Verordening op de rekenkamer

Gemeente Leudal · geldt sinds 14 juli 2011

Aanhef

DE RAAD VAN DE GEMEENTE LEUDAL

gelezen het voorstel van de griffier d.d. 6 juni 2011;

gelet op artikel 81a van de Gemeentewet;

Besluit:

I. In te trekken de ‘Verordening gemeentelijke rekenkamer’, vastgesteld in de raadsvergadering van 26 juni 2007 en in werking getreden op 29 mei 2008;

II. vast te stellen de volgende Verordening op de rekenkamer

Artikel 1 Begripsbepalingen

In deze verordening wordt verstaan onder:

a.Wet: Gemeentewet;

b.voorzitter: voorzitter van de rekenkamer;

c.commissie: het presidium als begeleidingscommissie voor de rekenkamer;

d.rekenkamer: de rekenkamer van de gemeente Leudal

Artikel 2 Rekenkamer

1Er is een rekenkamer.

2De rekenkamer bestaat uit 2 leden, waaronder de voorzitter.

Artikel 3 Commissie

1Er is een commissie voor de rekenkamer .

2De commissie heeft de volgende taken:

a.het aanbevelen van de kandidaten voor het lidmaatschap in de rekenkamer;

b.het adviseren van de raad over de rapporten als genoemd in artikel 10 van deze verordening;

c.het onderhouden van de contacten van de raad met de rekenkamer.

Artikel 4 Benoeming leden

1De raad benoemt het lid en de voorzitter van de rekenkamer op aanbeveling van de commissie.

2De commissie doet de aanbeveling vergezeld gaan van een verklaring van elke kandidaat bevattende:

a.de mededeling dat hij/zij een benoeming als lid zal aanvaarden, en

b.een overzicht van de openbare betrekkingen die hij/zij bekleedt.

3Bij ontstentenis van de voorzitter treedt het lid op als voorzitter.

4Voorafgaand aan de benoeming van de voorzitter en het lid van de rekenkamer pleegt de commissie overleg met de rekenkamer.

Artikel 5 Ontslag en non-activiteit

1De commissie bericht de raad als een van de ontslaggronden zich voordoet, bedoeld in artikel 81c, zesde of zevende lid, of van artikel 81d, eerste of tweede lid, van de wet.

2In de gevallen, bedoeld in artikel 81c, zevende lid, en in artikel 81d, tweede lid, van de wet adviseert de commissie de raad over de vraag of al dan niet moet worden overgegaan tot ontslag, respectievelijk het op non-activiteit stellen van het desbetreffende lid.

3De commissie adviseert de raad tevens met betrekking tot een beslissing tot verlenging of beëindiging van een maatregel als bedoeld in artikel 81d, eerste of tweede lid van de wet.

Artikel 6 Budget

1De rekenkamer is bevoegd binnen een aan haar bij de begroting beschikbaar gesteld budget uitgaven te doen ten behoeve van de uitvoering van haar taken.

2De rekenkamer verantwoordt de baten en lasten van het vorig begrotingsjaar in het jaarverslag aan de raad, als bedoeld in artikel 185, derde lid van de wet.

3De voorzitter doet jaarlijks vóór 1 juni een voorstel aan de raad voor de nodige middelen voor een goede uitoefening van de taken.

Artikel 7 Vergoeding voor de werkzaamheden van de leden van de rekenkamer

1De leden van de commissie ontvangen een vergoeding voor hun werkzaamheden.

2De vergoeding bedraagt € 250 per dagdeel voor de voorzitter met een maximum van € 3.000 per jaar en voor het lid € 175 per dagdeel met een maximum van € 2.100 per jaar.

3De leden ontvangen voor het bijwonen van de vergaderingen van de commissie een reiskostenvergoeding conform de regeling die geldend is voor de leden van de raadscommissies.

4De vergoedingen komen ten laste van het budget als bedoeld in artikel 6, eerste lid, van deze verordening.

Artikel 8 Verzoek

De raad kan de rekenkamer een gemotiveerd verzoek doen tot het instellen van een onderzoek. De rekenkamer bericht de raad binnen een maand of en in hoeverre aan dat verzoek zal worden voldaan. Indien de rekenkamer niet aan het verzoek van de raad voldoet, zal zij daarvoor goede gronden aanvoeren.

Artikel 9 Rapportage en terugkoppeling

1De rekenkamer stelt de onderzochte partij, onder gelijktijdige toezending van het concept rapport aan de commissie, op de hoogte van het ontwerponderzoeksrapport. Indien de bevindingen daartoe aanleiding geven kan de rekenkamer ter zake conceptaanbevelingen aan de betrokken partij opnemen.

2De rekenkamer stelt de betrokken partij in de gelegenheid om binnen vier weken schriftelijk te reageren op het conceptonderzoeksrapport en, indien van toepassing, de conceptaanbevelingen.

3Na ontvangst van de reactie(s) sluit de rekenkamer haar onderzoek af en stelt een definitief rapport op waarin de bevindingen, conclusies en, indien van toepassing, aanbevelingen, alsmede de reacties hierop zijn opgenomen.

Artikel 10

Deze verordening kan worden aangehaald als Verordening op de rekenkamer.

Artikel 11

Dit raadsbesluit treedt in werking met ingang van de dag na de bekendmaking

Geldende tekst uit de Centrale Voorziening Decentrale Regelgeving (CVDR, open data van de overheid). Raadpleeg lokaleregelgeving.overheid.nl voor de officiële versie. Dit is geen juridisch advies.