Gemeentelijke regelgeving

Beleidsregels geluid gemeente Leudal

Gemeente Leudal · geldt sinds 23 juni 2026

Aanhef

Vaststellen beleidsregels geluid gemeente Leudal, onder gelijktijdige intrekking van de beleidsnota gebiedsgericht geluidbeleid gemeente Leudal Actualisatie-Evaluatie 2014.

A1 Uitwerking beleid geluidluwe gevel

Het gemeentebestuur heeft een motiveringsplicht als zij besluit op een gevel van een geluidgevoelig gebouw meer geluid dan de standaardwaarde toe te staan, waarbij het belang van het beschermen van de gezondheid door een geluidluwe gevel moet worden betrokken en de aanvaardbaarheid van het gecumuleerde geluid moet worden beoordeeld. Dit is in paragraaf 6.3 op hoofdlijnen beschreven. Deze hoofdlijnen worden in deze bijlage uitgewerkt, voor nieuwe woningen.

De eis geldt niet voor een woning:

a.die maximaal 10 jaar aanwezig mag zijn als bedoeld in 6.5; of

b.ten behoeve van internationale werknemers als bedoeld in 6.7

Beschermen van de gezondheid door een geluidluwe gevel

Een geluidluwe gevel is een gevel die ten opzichte van andere gevels van een woning relatief weinig wordt belast door geluid (Bkl, bijlage I). Het doel van de geluidluwe gevel is om ramen open te kunnen zetten, zonder dat daarbij (slaap)verstoring door geluid van buiten plaatsvindt. De gemeente Leudal hanteert de volgende definitie voor een geluidluwe gevel:

Een geluidluwe gevel is een buitenzijde van een gebouw waarop het cumulatieve geluid (zie 6.1) niet hoger is dan 55 dB.

Het doel van de geluidluwe gevel is om ramen en deuren open te kunnen zetten, waarbij (slaap)verstoring door geluid van buiten tot een aanvaardbaar niveau beperkt blijft.

Bij het afwijken van een standaardwaarde voor geluid in een geluidaandachtsgebied is bij de nieuwbouw van een woning de aanwezigheid van een geluidluwe gevel vereist.

Als niet kan worden voorzien in een geluidluwe gevel kan worden volstaan met een geluidluw geveldeel.

Een geluidluw geveldeel kan worden gerealiseerd met een afsluitbare buitenruimte met een oppervlakte van tenminste 4 m2.

Bij het afwijken van een standaardwaarde voor geluid in een geluidaandachtsgebied bij een bestaande woning wordt rekening gehouden met het belang van de aanwezigheid van een geluidluwe gevel. Als er geen geluidluwe gevel aanwezig is wordt overwogen of redelijkerwijs een geluidluw geveldeel gerealiseerd kan worden. Als geconcludeerd wordt dat dit redelijkerwijs niet mogelijk is wordt dit in het betreffende besluit gemotiveerd.

Regels voor de toepassing van een geluidluwe gevel:

1Bij nieuwe woningen dienen de woonkamer en ten minste één slaapkamer te grenzen aan een geluidluwe gevel.

2Bij voorkeur wordt een geluidluwe gevel gecreëerd met een doeltreffend stedenbouwkundig ontwerp. Als aanvullende maatregelen nodig zijn, dan gaat de voorkeur uit naar maatregelen aan de bron en in de overdracht.

3Als het redelijkerwijs en aantoonbaar niet mogelijk is om aan de voorwaarden uit lid 1 te voldoen met de onder lid 2 genoemde maatregelen, mag in de volgende situaties, onder de genoemde voorwaarden, worden afgeweken:

○ Situatie 1. De woonkamer en geen enkele slaapkamer grenst aan een geluidluwe zijde. In dit geval moet de woning worden voorzien van een geluidluw geveldeel in de vorm van een afgeschermde buitenruimte, ook als een buitenruimte op grond van het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl) niet verplicht is. Deze wordt zo uitgevoerd dat het geluid op het achterliggende geveldeel als geluidluwe gevel kan worden beschouwd (bijv. met verhoogde borstwering, verglaasd balkon, serre of loggia). Als de maatregel een afsluitbare buitenruimte betreft, wordt bij het beoordelen of de achterliggende gevel als geluidluwe gevel kan worden beschouwd, uitgegaan van een gesloten toestand. In de afgeschermde buitenruimte heerst continu buitenluchtkwaliteit. Aanvullende voorwaarden zijn van toepassing als:

▪︎ Een afgeschermde buitenruimte wordt gerealiseerd bij alleen de woonkamer. Dan gelden voor de slaapkamer de aanvullende eisen zoals voor situatie 2.

▪︎ Een afgeschermde buitenruimte wordt gerealiseerd bij alleen één slaapkamer. Dan gelden voor de woonkamer de aanvullende eisen zoals beschreven voor situatie 3.

○ Situatie 2. Alleen de woonkamer grenst aan een geluidluwe zijde. In dit geval moet ten minste één slaapkamer worden voorzien van te openen ramen in een geluidluw geveldeel (bijv. een harbour fenster, metaglas of coulissenkast).

○ Situatie 3. Alleen één of meer slaapkamers grenzen aan een geluidluwe zijde. In dit geval moet de woonkamer beschikken over ramen die open kunnen.

Samenvatting geluidluwe gevel of geveldeel

Situaties waarin andere eisen kunnen worden gesteld ten aanzien van de geluidluwe gevel:

•Bij transformatie van een niet-geluidgevoelig gebouw naar een woning geldt een 5 dB minder strenge eis voor de geluidluwe gevel als het redelijkerwijs en aantoonbaar niet mogelijk is om aan die eis te voldoen. De eis van een eigen afgeschermde buitenruimte (situatie 1, onder punt 3) geldt niet.

A2 VNG Handreiking Activiteiten en milieuzonering 2024

Deze bijlage is gebaseerd op de teksten uit de VNG Handreiking Activiteiten en milieuzonering 2024. Voor extra uitleg kan de link naar de handreiking worden gebruikt.

De invoering van de Omgevingswet is de belangrijkste reden om te komen tot de Handreiking Activiteiten en Milieuzonering 2024. Deze handreiking vervangt de bekende VNG-uitgave Bedrijven en milieuzonering uit 2009.

Milieuhinderlijke activiteit

Om de activiteiten waar de VNG Handreiking 2024 over gaat in één passende term te vangen hanteert deze handreiking het begrip ‘milieuhinderlijke activiteiten’. Onder een milieuhinderlijke activiteit wordt verstaan: een aan een locatie toegedeelde activiteit, anders dan wonen, die milieuhinder kan veroorzaken, in het bijzonder in de vorm van geluid- of geurhinder. Ook aan locaties toegedeelde activiteiten (anders dan wonen) die trillinghinder, stofhinder, veiligheidsrisico’s of lichthinder kunnen veroorzaken zijn milieuhinderlijke activiteiten.

Het verzamelbegrip ‘milieuhinderlijke activiteiten’ wordt niet in de planregels opgenomen. Binnen de regels wordt per onderwerp het toepassingsbereik specifiek uitgewerkt.

Milieuzonering

Binnen het omgevingsplan en bij het wijzigen of afwijken van het omgevingsplan moet sprake zijn van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties (ETFAL). Hierbij is milieuzonering één van de te beschouwen aspecten, naast andere aspecten zoals stedenbouwkundige en landschappelijke inpassing, verkeersstructuur, bodemhygiëne, bescherming van ecologische, cultuurhistorische waarden etc.

Milieuzonering zorgt voor ruimte voor milieuhinderlijke (bedrijfs-)activiteiten met behoud van bescherming van de woon- en leefomgeving. Door middel van milieuzonering kan een kader worden vastgelegd voor de toelating van deze activiteiten ten opzichte van gebieden waar wordt gewoond en waar andere milieugevoelige activiteiten aanwezig zijn. Hierbij wordt rekening gehouden met:

•de bescherming van een goed woon- en leefklimaat, en

•het doelmatig benutten van de fysieke leefomgeving door milieuhinderlijke (bedrijfs-) activiteiten.

Uitgangspunten van de nieuwe systematiek van milieuzonering

De basisprincipes van milieuzonering zoals gehanteerd in de VNG-uitgave Bedrijven en Milieuzonering 2009 blijven hetzelfde. Uitgangspunt blijft functiescheiding waar dat nodig is en het toepassen van inwaartse zonering binnen bedrijventerreinen en andere werkterreinen.

Voortzetting onderscheid gemengd gebied met wonen en rustig woongebied

In het kader van de Omgevingswet zullen de regelingen uit het tijdelijk deel moeten worden omgezet in een regeling voor het definitieve omgevingsplan. Uitgangspunt, ook voor de VNG Handreiking, is om dit zo beleidsneutraal mogelijk te doen. Hiervoor is het noodzakelijk om, zoals gebruikelijk was in de ruimtelijke ordening onder de Wro, een onderscheid te maken in twee soorten woongebieden: gemengde gebieden met wonen en rustige woongebieden.

Nabij een rustig woongebied wordt de beschikbare gebruiksruimte voor geluid per activiteit lager gesteld dan nabij een gemengd gebied met wonen. Dit is een voortzetting van het ruimtelijk beleid conform de breed toegepaste VNG-uitgave Bedrijven en milieuzonering 2009. Hierin staat de extra bescherming van een rustig woongebied ten opzichte van gemengd gebied met wonen centraal. Voor het (maatgevende) thema geluid wordt voor een rustig woongebied uitgegaan van een langtijdgemiddelde geluidwaarde van 45 dB(A) etmaalwaarde per milieuhinderlijke activiteit. Deze waarde is 5 dB scherper dan de standaardwaarde van 50 dB(A) etmaalwaarde uit artikel 5.65 Bkl. Deze aanscherping is in lijn met het gebiedsgerichte geluidbeleid van Leudal.

Voor het aspect geur (niet agrarisch) is er geen verschil tussen een gemengd gebied met wonen en een rustig woongebied. Er is in gemengd gebied met wonen in het algemeen immers niet al meer geur aanwezig dan in een rustig woongebied, zoals dat bij geluid wel het geval is. Dat betekent dat voor geur geen onderscheid nodig is tussen ligging nabij een rustig woongebied en ligging nabij een gemengd gebied met wonen.

Standaardregeling

De VNG Handreiking hanteert bij het opstellen van het omgevingsplan het uitgangspunt dat omgevingsplanregels een zo algemeen mogelijke werking krijgen. Dit houdt in dat bij de vertaling van de instructieregels in hoofdstuk 5 van het Bkl naar het omgevingsplan, zoveel mogelijk wordt voorzien in (gebiedsgerichte) standaardwaarden en -regels voor onder meer geluid en geur. Deze waarden en regels gelden standaard op de gevels van milieugevoelige gebouwen en de grens van locaties voor woonschepen of woonwagens. Ze zijn van toepassing op de toegelaten geluid- en geurveroorzakende activiteiten binnen de gemeente.

De specifieke regels op basis van de VNG Handreiking gelden aanvullend op deze standaard gebiedsgerichte regels in het omgevingsplan.

Milieuthema’s die al op een andere wijze zijn geregeld

Een groot aantal milieuthema’s is al op een andere wijze afdoende gereguleerd, waardoor de aanvullende regeling in de VNG Handreiking niet is gericht op deze milieuthema’s.

Het betreft:

•Luchtverontreiniging.

•Externe veiligheid en gevaar.

•Trillinghinder.

•Geur door agrarische activiteiten in het buitengebied.

•Lichthinder en spuitzones.

•De hinder door verkeer aantrekkende werking.

Zie voor een nadere toelichting bijlage A6 uit de VNG Handreiking.

Aanvullende regeling voor bedrijventerreinen en andere werkterreinen

Het basisprincipe van de aanvullende regeling is: hoe groter de afstand tot de woonomgeving, hoe meer gebruiksruimte voor geluid en geur per activiteit beschikbaar kan zijn. Deze inwaartse zonering krijgt vorm door maximaal drie zones voor geluid (beperkt, basis en verruimd) en twee voor geur (basis en verruimd). De ligging van de zones is afhankelijk van de ligging ten opzichte van gebieden met milieugevoelige activiteiten.

De binnen de zones toegelaten geluid- en geurbelastingen per activiteit gelden op een vaste afstand van de locatie waar de activiteit wordt verricht. Dit is 50 meter binnen de zones beperkt en basis en 100 meter binnen de zone verruimd. Dit is anders dan bij de standaard (gebiedsgerichte) regels in het omgevingsplan, die gelden op de gevels van milieugevoelige gebouwen en de grens van locaties voor woonschepen of woonwagens.

De aanvullende regels op basis van de VNG Handreiking maken het mogelijk om de gebruiksruimte voor geluid en geur voor activiteiten op een bedrijventerrein of ander werkterrein evenwichtig te begrenzen. Een begrensde gebruiksruimte voor geluid en geur geeft exploitanten van activiteiten helderheid over hún gebruiksruimte. Het biedt ook duidelijkheid over waar het wel of niet mogelijk is om nieuwe milieugevoelige activiteiten rondom een bedrijventerrein te realiseren. Ook dat sluit aan bij een evenwichtige toedeling van functies aan locaties.

De zones voor geluid en geur worden geografisch vastgelegd in het omgevingsplan.

Zone ‘geur basis’ en ‘geluid basis’

Op een bedrijventerrein of ander werkterrein wordt standaard een zone ‘geur basis’ en een zone ‘geluid basis’ opgenomen.

Zone ‘geluid beperkt’

Deze zone van 100 meter grenst aan rustig woongebied. De zone beperkt het toegelaten geluid door een activiteit. De zone ‘geluid basis’ geldt niet voor zover deze wordt overlapt door de zone ‘geluid beperkt’.

Zone ‘geluid verruimd’

Binnen de zone ‘geluid verruimd’ is extra geluidruimte beschikbaar. Deze zone is optioneel en kan worden toegekend op een afstand van tenminste 150 meter van de grens rustig woongebied en 50 meter van de grens gemengd gebied met wonen, in plaats van de zone ‘geluid basis’.

Zone ‘geur verruimd’

Binnen de zone ‘geur verruimd’ is extra geurruimte beschikbaar. Deze zone is optioneel en kan worden toegekend op een afstand van tenminste 50 meter van de grens van rustig en gemengd gebied met wonen, in plaats van de zone ‘geur basis’.

De basis voor deze aanvullende regeling ligt in het Bkl.

Het is op grond van de artikelen 5.69 en 5.93 Bkl toegestaan om de gebruiksruimte voor geluid en geur op kortere afstand te begrenzen. Dat betekent dat een geluid- of geurwaarde niet uitsluitend ter plaatse van de milieugevoelige activiteit hoeft te gelden, maar dat het ook is toegestaan die waarde te laten gelden op een locatie tussen de bron en de ontvanger in. Hiermee maakt het Bkl het dus mogelijk om te voorkomen dat een milieuhinderlijke activiteit een onevenredig grote gebruiksruimte voor geluid en geur inneemt als die activiteit geen milieugevoelige functies in de nabijheid heeft.

Standaard gebruiksruimte per milieuhinderlijke activiteit

De gebruiksruimte voor geluid en geur voor een concrete milieuhinderlijke activiteit wordt niet vastgelegd in het omgevingsplan. De feitelijke ligging van de grens van de locatie waar de activiteit wordt verricht bepaalt vanaf waar de geluid- en geurwaarden gelden.

Hieronder en op de volgende pagina’s enkele voorbeelden uit de handreiking van gebruiksruimte voor geluid of geur rondom een fictief bedrijf (de grijze rechthoek; dit is het hele bedrijf inclusief bebouwing en buitenterrein). Te beginnen met de basiswaarden voor geluid en geur. De gebruiksruimte rondom het bedrijf is afhankelijk van de ligging van het bedrijf ten opzichte van de verschillende zones voor geluid en geur die zijn vastgelegd in het omgevingsplan.

‘Zware’ activiteiten die niet direct worden toegelaten

Uitgangspunt is dat de aanvullende regeling in de VNG Handreiking niet van toepassing is op de toelating van zware activiteiten, dat wil zeggen: de planregels sluiten de toelating van de activiteit uit of laten deze alleen toe via een vergunning voor een omgevingsplanactiviteit, waarbij een nadere zorgvuldige afweging moet worden gemaakt. Sommige activiteiten kunnen zodanig zware effecten op de milieugevoelige omgeving hebben, dat deze meestal niet inpasbaar zijn op een regulier bedrijventerrein, maar gevestigd moeten worden op een industrieterrein. Het betreft de volgende activiteiten.

Uitgesloten van (directe toelating)

Exploiteren van een IPPC-installatie (Richtlijn industriële emissies)

Activiteiten met externe veiligheidsrisico’s Bijlage VII Bkl, m.u.v. onderdeel A

Activiteiten die in aanzienlijke mate geluid kunnen veroorzaken

Projecten waarvoor een mer-plicht geldt met een omgevingsvergunningplicht voor een milieubelastende activiteit in de zin van het bal

Projecten waarvoor een mer-beoordelingsplicht geldt met een omgevingsvergunningplicht voor een milieubelastende activiteit in de zin van het bal

Zie voor een nadere toelichting bijlage A7 uit de VNG Handreiking.

Meldingsplicht

In de regels van het omgevingsplan komt een meldingsplicht voor milieuhinderlijke activiteiten. Bij een meldingsplicht moet een nieuwe milieuhinderlijke activiteit of een wijziging daarvan worden gemeld. In de melding wordt onderbouwd dat kan worden voldaan aan de gestelde waarden voor geluid en geur. Voor bepaalde activiteiten is in de voorbeeldregels een verplichting opgenomen om een geluidonderzoek uit te voeren. Voor die activiteiten bestaat de onderbouwing voor het aspect geluid uit een onderzoek.

Meer gebruiksruimte met een maatwerkvoorschrift

Als de standaard beschikbare gebruiksruimte voor een milieuhinderlijke activiteit niet toereikend is, kan met een maatwerkvoorschrift onder voorwaarden worden voorzien in extra gebruiksruimte.

In dat geval wordt afgewogen of onevenredig ingrijpende maatregelen nodig zijn om te voldoen aan de geluid- of geurwaarden, derden niet onevenredig in hun belangen worden geschaad en de geluid- of geurbelasting op geluid- of geurgevoelige gebouwen aanvaardbaar is.

Bestaande activiteiten

De milieuwaarden in de VNG Handreiking zijn afgeleid van de bestaande systematiek voor milieuzonering (zie bijlage 1 van de VNG Handreiking). Toch zullen bij toepassing van deze handreiking voor veel bestaande activiteiten nieuwe of scherpere waarden gaan gelden.

Met de begrenzing van de gebruiksruimte op basis van de beschreven aanpak van milieuzonering gelden de waarden op een vaste afstand van de milieuhinderlijke activiteit, gemeten vanaf de grens van de milieuhinderlijke activiteit. Die afstand kan veel kleiner zijn dan de afstand tot de gevoelige gevels die eerder veelal zijn gehanteerd. Dat kan op gespannen voet staan met het bestaande gebruik.

Dit vraagt om een goede regeling voor bestaande activiteiten. Hierbij kunnen de volgende uitgangspunten worden gehanteerd:

1bij beschikking toegekende rechten gaan mee;

2bekende afwijkingen worden op maat toegesneden;

3er komt een standaard overgangsregeling voor overige bestaande activiteiten.

Zie voor een nadere toelichting hoofdstuk 9 van de VNG Handreiking.

Hulpmiddel bij inschatten van de milieugebruiksruimte

Bij de start of wijziging van een milieuhinderlijke activiteit zal in de melding onderbouwd moeten worden of kan worden voldaan aan de gestelde waarden voor geluid en geur. Door niet meer te werken met een indeling in milieucategorieën en een Lijst van milieuhinderlijke activiteiten is het lastiger om vast te stellen of een concrete activiteit toelaatbaar is en past binnen de beschikbaar gestelde gebruiksruimte voor geluid en geur.

Hoofdstuk 10 van de VNG Handreiking bevat samen met bijlage 5 van die handreiking een hulpmiddel om een inschatting te maken of een bepaalde activiteit past binnen de beschikbare milieugebruiksruimte voor geluid en geur in het omgevingsplan. Dit hulpmiddel heeft een aantal beperkingen.

Beperkingen hulpmiddel

Dit hulpmiddel kan niet worden gezien (en dus niet worden gehanteerd) als opvolger van de bij de VNG-uitgave Bedrijven en milieuzonering 2009 horende Lijst van activiteiten.

Het hulpmiddel bevat weliswaar een naar zones voor geluid en geur omgezette lijst van activiteiten (transponeringstabel), maar deze lijst geeft slechts een indicatie. De lijst is nadrukkelijk níet geschikt (en níet bedoeld) voor opname of overname in de regels van het omgevingsplan of in een beleidsregel bij het omgevingsplan. Dat past ook niet bij de systematiek van deze handreiking. Dit wijkt dus sterk af van de uitgave 2009. Een essentieel uitgangspunt van de uitgave 2009 is namelijk het wél aan de planregels koppelen van een Lijst van activiteiten. NB: de lijst is sinds 2009 niet meer geactualiseerd.

Het hulpmiddel is tot stand gekomen op basis van expertanalyse. Er zijn voor dit hulpmiddel geen milieuonderzoeken uitgevoerd.

Ook andere milieuaspecten dan geluid en geur, zoals externe veiligheid, trillingen en stofhinder kunnen in specifieke gevallen relevant of zelfs maatgevend zijn. Deze aspecten lenen zich, anders dan geluid en geur, niet goed om de inpasbaarheid van activiteiten indicatief te bepalen. In algemene zin geldt dat wanneer een activiteit een andere vorm van milieubelasting dan geluid- en geurhinder met zich meebrengt, aan de hand van de specifieke regelgeving moet worden bepaald of de activiteit op de gewenste locatie inpasbaar is. Het gaat dan zowel om rijksregels als decentrale regels, bijvoorbeeld regels in het omgevingsplan.

Voor geluid en voor geur worden drie mogelijkheden beschreven om in te schatten of een bepaalde activiteit past binnen de toepasselijke zones voor geluid en geur of zelfs geschikt is voor functiemenging:

1een inschatting van de feitelijke situatie aan de hand van concrete criteria voor geluid en geur;

2een indicatie aan de hand van de getransponeerde tabel van Bedrijven en milieuzonering

3door het uitvoeren van gericht onderzoek.

Voornemen: actualisering van de lijst als hulpmiddel

De getransponeerde lijst is gebaseerd op een lijst die al sinds 2009 niet is geactualiseerd, waardoor de lijst sterk is verouderd. Bijvoorbeeld datacenters hebben een veel te kleine richtafstand, bierbrouwerijen een veel te grote richtafstand. Los daarvan is het niet meer de bedoeling de lijst te verbinden aan de planregels.

Het voornemen bestaat om de lijst te actualiseren. De geactualiseerde lijst wordt daarna gepubliceerd op de website van de VNG. Het wordt bij voorkeur een levend document naast de handreiking en ter vervanging van bijlage A5 bij de handreiking. In de handreiking komt dan een verwijzing naar de webpagina waar de lijst is te vinden.

A3 Overzicht wetsartikelen en gebruikte afkortingen

Wetsartikelen

In dit voorstel op hoofdlijnen wordt verwezen naar de volgende wetsartikelen.

Artikel 22.45 Omgevingsplan Leudal

1Een maatwerkvoorschrift kan worden gesteld over de artikelen 22.44, 22.49 en 22.50 en de paragrafen 22.3.2 tot en met 22.3.26.

2Met een maatwerkvoorschrift kan worden afgeweken van de artikelen 22.49 en 22.50 en de paragrafen 22.3.2 tot en met 22.3.26.

3Een maatwerkvoorschrift wordt gesteld met het oog op de belangen, bedoeld in artikel 22.42.

4Op het stellen van een maatwerkvoorschrift over een milieubelastende activiteit zijn de instructieregels in paragraaf 5.1.4 en artikel 5.165 van het Besluit kwaliteit leefomgeving, van overeenkomstige toepassing.

3.38 Bkl

3.39 Bkl

Artikel 5.55 Bkl

Artikel 5.58 Bkl

Artikel 5.63 Bkl

Artikel 5.65 Bkl

Artikel 5.68 Bkl

Artikel 5.73 Bkl

5.76 Bkl

5.78f Bkl

5.78i Bkl

5.78m Bkl

5.78ab Bkl

Overzicht gebruikte afkortingen

Av

Algemene verordening

Bal

Besluit activiteiten leefomgeving

Bbl

Besluit bouwwerken leefomgeving

Bkl

Besluit kwaliteit leefomgeving

BOPA

buitenplanse omgevingsplanactiviteit

Bs,dan

dosismaat voor schietgeluid

dB(A)

decibel, A gewogen

dB(C)

decibel, C gewogen

ETFAL

evenwichtige toedeling van functies aan locaties

GGG

gebiedsgericht geluidbeleid

LAeq

Equivalent geluidniveau in dB(A)

LAmax

Maximaal geluidniveau (piekgeluid) in dB(A)

LAr,Lt

Langtijdgemiddeld beoordelingsniveau geluid in dB(A)

Lden

Jaargemiddeld geluid in dB, ook A-gewogen

Lnight

Jaargemiddeld geluid in de nachtperiode in dB, ook A-gewogen

OPA

binnenplanse omgevingsplanactiviteit

RBS

representatieve bedrijfssituatie

VNG

Vereniging Nederlandse Gemeenten

A4 Overzichtskaart met locatie aanduidingen

Toelichting over bos- en natuurgebieden

De vier bestaande bos- en natuurgebieden (groen in de kaartje hiernaast) die volgens het gebiedsgerichte geluidbeleid gemeente Leudal (2014) extra bescherming kregen, komen niet één-op-één overeen met de functie-aanduiding in het huidige tijdelijke deel van het omgevingsplan.

De criteria om in de omgevingsplanregels van het definitieve omgevingsplan bos- en natuurgebieden extra bescherming tegen geluid te geven zijn:

1Gebieden hebben de functie-aanduiding bos- of natuur;

2Gebieden zijn groter dan 50 hectare en aaneengesloten, waartoe ook behoren die gebieden die worden doorsneden door openbare wegen en/of waterlopen zoals sloten en beken.

In de tussentijd wordt voor de toepassing van de beleidsregels uitgegaan van de in het kaartje hiernaast weergegeven bos- en natuurgebieden (groen).

Voor zover een bos- en natuurgebied samenvalt met een stiltegebied gelden de regel voor stiltegebieden.

Geldende tekst uit de Centrale Voorziening Decentrale Regelgeving (CVDR, open data van de overheid). Raadpleeg lokaleregelgeving.overheid.nl voor de officiële versie. Dit is geen juridisch advies.