Aanhef
Het college van de gemeente Lelystad;
gelet op
-Artikel 3 van de Algemene subsidieverordening gemeente Lelystad;
-Wet primair onderwijs;
BESLUIT:
de subsidieregeling ‘ontwikkeling jonge kind lijn 4 2026-2028’, als onderdeel van de specifieke uitkering kansrijke wijken, vast te stellen.
Hoofdstuk 1: Inleidende bepalingen
Artikel 1.1 Begripsbepalingen
1In deze regeling worden de begrippen, zoals opgenomen in artikel 1 van de Wet primair onderwijs (WPO), gehanteerd tenzij hiervan in het tweede lid wordt afgeweken.
2In deze regeling wordt verstaan onder:
o Aanvrager: een bestuur van scholen, met scholen gevestigd in Lelystad Oost, specifiek in de Atolwijk, Boswijk, Waterwijk en Zuiderzeewijk, die voldoen aan de voorwaarden zoals gesteld in deze regeling;
o Achterstand: door een ongunstige economische-, sociale- of taalomgeving slechter presteren op school dan bij een gunstige situatie zou kunnen;
o Achterstandsscore per school: de totale score van een school met leerlingen met het risico op onderwijsachterstanden gezien de omgevingsfactoren. De onderwijsachterstandsscore per school wordt vastgesteld volgens de objectief onderzochte criteria van het Centraal Bureau Statistiek (CBS), namelijk:
•Opleidingsniveau van beide ouders
•Deelname aan schuldsanering
•Herkomstland van moeder
•Gemiddelde opleidingsniveau van alle moeders op de school
•Verblijfsduur van moeder in Nederland
o ASVL: Algemene subsidieverordening gemeente Lelystad;
o College: Het college van burgemeester en wethouders van gemeente Lelystad;
o Leerkracht: onderwijsprofessional die groepsverantwoordelijk is en kennis en vaardigheden overdraagt aan leerlingen;
o Lokaal Educatieve Agenda (LEA): Overlegstructuur, gericht op samenwerking en voorbereiding van besluitvorming, tussen voorschoolse voorzieningen, primair onderwijs en de gemeente;
o Onderwijsassistent: een geschoolde onderwijsprofessional, zoals vastgelegd in de onderwijs cao, die leerkracht- en groep ondersteunende taken verricht;
o WPO: de Wet op het primair onderwijs;
Artikel 1.2 Doel subsidieregeling
Het doel van deze subsidieregeling is: ‘kinderen, die naar school gaan in het focusgebied van Lelystad Oost, starten of stromen met gelijke kansen uit in groep drie van het primair onderwijs.’
Het maatschappelijke doel dat hieraan is gekoppeld is: ‘Aan het eind van groep 3 wordt, in Lelystad Oost specifiek in de Atolwijk, Boswijk, Waterwijk en Zuiderzeewijk, een onderwijsniveau behaald zoals dat in Nederland gemiddeld is voor een gelijke populatie aan leerlingen.
Artikel 1.3 Doelgroep
Subsidie wordt verstrekt voor activiteiten zoals benoemd in artikel 2.1, aan in Lelystad gevestigde schoolbesturen van scholen in het primair onderwijs gevestigd in Lelystad Oost, die achterstanden hebben conform CBS-systematiek, en voldoen aan de normen van ‘School en Omgeving’.
Artikel 1.4 Reikwijdte
Het bepaalde in deze subsidieregeling is enkel van toepassing op de verstrekking van subsidies tot maximaal 31 december 2028 door het college voor de activiteiten in het kader van lijn 4 van de specifieke uitkering ontwikkeling jonge kind die plaatsvinden in de periode van 1 januari 2026 tot en met 31 december 2028.Een aanvraag om subsidie kan jaarlijks voor een kalenderjaar worden aangevraagd.
Artikel 1.5 Subsidieaanvrager
De subsidie, zoals beschreven in artikel 2.1., kan worden aangevraagd door een bestuurder van het primair onderwijs met scholen met onderwijsachterstanden en/of VVE-geïndiceerde leerlingen gevestigd in Lelystad Oost.
Artikel 1.6 Termijn indienen aanvraag
1De aanvraag om subsidie kan worden ingediend in de periode van 1 september tot en met 1 november voorafgaand aan het kalenderjaar waarvoor subsidie wordt aangevraagd.
2In afwijking van het eerste lid wordt een aanvraag voor het kalenderjaar 2026 ingediend binnen zes weken na de inwerkingtreding van deze regeling.
Artikel 1.7 Subsidieaanvraag
1De aanvrager overlegt in afwijking van het gestelde in artikel 8 van de ASVL bij de aanvraag om verlening van subsidie tenminste de volgende onderbouwingen:
o Een aanvraagformulier met begroting;
o Een formulier waarin de naam van de locatie en BRIN-nummer van de locatie is opgenomen;
o Een overzicht van de huidige formatie in groep 1 en 2;
o Een verklaring om deel te nemen aan het lerende netwerk van onderwijsassistenten in Lelystad Oost om de resultaatafspraken te behalen die vastgelegd zijn in het gebiedsplan van Samen Lelystad Oost en deel te nemen aan de (tussen)evaluaties van de impact.
2De aanvraag om subsidie wordt digitaal ingediend via het subsidie volgsysteem, middels E-herkenning, op de website van de gemeente Lelystad.
Artikel 1.8 Subsidieplafonds en wijze van verdeling
1Voor de subsidieverlening op grond van deze regeling geldt een subsidieplafond van maximaal € 940.000 per jaar;
2Indien toekenning van een aanvraag zou leiden tot overschrijding van het subsidieplafond, wordt in afwijking van de aanvraag, subsidie verleend voor maximaal dat bedrag waarbij het subsidieplafond niet wordt overschreden;
3Honorering van aanvragen die in aanmerking komen voor subsidie en die niet worden geweigerd, vindt plaats in volgorde van binnenkomst;
4Alleen volledige subsidieaanvragen worden in behandeling genomen;
5Indien een onvolledige aanvraag is ingediend, wordt de aanvrager op grond van artikel 4:5 van de Awb een redelijke hersteltermijn geboden om de aanvraag te completeren. Wordt binnen de hersteltermijn het gevraagde niet aangeleverd, dan wordt de aanvraag niet in behandeling genomen;
6Indien de aanvrager met toepassing van het vorige lid de gelegenheid heeft gehad de aanvraag aan te vullen dan geldt het moment waarop de aanvraag compleet is als het tijdstip van ontvangst zoals bedoeld in het derde lid;
7Indien er op een dag meerdere aanvragen zijn ontvangen en de honorering van al die aanvragen zal leiden tot overschrijding van het subsidieplafond, zal het college het beschikbare budget evenredig verdelen over de aanvragen.
Artikel 1.9 Bijzondere verplichtingen
1De aanvrager neemt deel aan en kennis van de door de gemeente gefaciliteerde kennisdeling in Lelystad in de werkgroepen rondom de ontwikkeling van het jonge kind die tenminste 2 maal per jaar wordt georganiseerd;
2De subsidieontvanger dient medewerking te verlenen aan mogelijke onderzoeken die gerelateerd zijn aan het monitoren van de resultaten van de activiteiten in het kader van de ontwikkeling van het jonge kind, onder meer, maar niet uitsluitend, door aan de gemeente dan wel aan een door de gemeente aangewezen instantie relevante gegevens te leveren;
3Bij het niet of gedeeltelijk doorgaan van de activiteit waarvoor subsidie is verleend, wordt door de subsidieontvanger onmiddellijk melding gedaan bij het college.
Artikel 1.10 Eindverantwoording van subsidies
1Binnen 8 weken na afloop van de gestelde projectperiode in de verleningsbeschikking wordt een eindverantwoording ingediend;
2Onverminderd het bepaalde in hoofdstuk 6 van de ASVL bevat de aanvraag tot vaststelling tevens een financiële verantwoording welke formatieplaats ingezet wordt als aanvullende ondersteuning;
3De financiële verantwoording bevat een berekening van de daadwerkelijk gemaakte brutoloonkosten vermeerderd met de verplichte werkgeverslasten in de gestelde projectperiode. Niet verplichte kosten zoals werkplekkosten, kleding, overhead en dergelijke zijn niet subsidiabel.
4Voorts vindt de inhoudelijke verantwoording plaats middels een gesprek met de programmamanager en beleidsmedewerker van de gemeente over de resultaatafspraken en doelen zoals deze zijn vastgelegd in het gebiedsplan van Samen Lelystad Oost;
5Indien uit verantwoording blijkt dat verstrekte subsidie niet geheel of gedeeltelijk, volgens de voorwaarden is besteed, is het college bevoegd de subsidie voor dat deel lager vast te stellen en terug te vorderen.
Hoofdstuk 2: versterking van de vroegschool in het primair onderwijs
Artikel 2.1 Activiteiten
Subsidie inzake versterking van de vroegschool in het primair onderwijs wordt uitsluitend verleend voor de inzet van onderwijsassistentie, zoals beschreven in de cao-onderwijs en Wet primair onderwijs, die gericht is op het ontlasten van de leerkracht en op de versterking van het aangeboden onderwijs op en rondom de basisscholen met achterstanden conform CBS-systematiek in Lelystad Oost. Met daarbij de focus op het bevorderen van sociaal-emotionele vaardigheden, executieve functies, taalverzorging, lezen of rekenen bij de kinderen met achterstanden.
Artikel 2.2 Subsidievereisten
De activiteiten in artikel 2.1 dienen aanvullend te zijn op de reguliere wettelijke verantwoordelijkheid van de onderwijspartners, die rechtstreeks naar het onderwijs worden bekostigd, en komen ten goede aan kinderen die onderwijs volgen op een school in Lelystad Oost. De inzet van onderwijsassistentie vanuit de regeling is daarbij een plus bovenop de reguliere inzet in de kleuterbouw.
Artikel 2.3 Kosten die in aanmerking komen voor subsidie
Bij activiteiten zoals benoemd in artikel 2.1 komen alleen die personeelskosten in aanmerking voor de inzet van onderwijsassistentie die aanvullend zijn op de reguliere inzet van de school en tenminste 1 volledige FTE bedraagt.
Artikel 2.4 Hoogte van de maximale subsidie
Voor de inzet van onderwijsassistentie, die gericht is op het ontlasten van de leerkracht en op de versterking van het aangeboden onderwijs wordt maximaal €67.142 er schoollocatie per jaar in 2026, 2027 en 2028, in het gebied van Lelystad Oost vergoedt. Bij de verantwoording van de subsidie dienen de gemaakte daadwerkelijke loonkosten (brutoloonkosten vermeerderd met de verplichte werkgeverslasten) aangetoond te worden. Niet verplichte kosten zoals werkplekkosten, kleding, overhead en dergelijke zijn niet subsidiabel. De subsidie moet jaarlijks voor het kalenderjaar worden aangevraagd.
Hoofdstuk 3: Overige bepalingen
Artikel 3.1 Hardheidsclausule
1Het college kan bepalingen uit deze subsidieregeling buiten toepassing laten, indien naar het oordeel van het college in bijzondere individuele gevallen de toepassing van een artikel uit deze regeling leidt tot een onbillijkheid van overwegende aard.
2Toepassing van het vorige lid wordt gemotiveerd in de beschikking.
Artikel 3.2 Inwerkingtreding, looptijd en overgangsrecht
1Deze subsidieregeling treedt in werking met ingang van de dag na bekendmaking.
2Deze subsidieregeling vervalt met ingang van 1 januari 2029, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op subsidies die vóór die datum zijn verleend, alsmede op de vaststelling, verantwoording en afwikkeling daarvan.
3De Subsidieregeling Ontwikkeling Jonge Kind lijn 4 2024–2025 wordt ingetrokken met ingang van het tijdstip van inwerkingtreding van deze regeling.
4De Subsidieregeling Ontwikkeling Jonge Kind lijn 4 2024–2025 blijft van toepassing op aanvragen om subsidie die op grond van die regeling vóór het tijdstip van inwerkingtreding van deze regeling zijn ingediend en op subsidies die op grond van die regeling zijn verleend, alsmede op de vaststelling, verantwoording en afwikkeling daarvan.
Artikel 3.3. Citeertitel
Deze subsidieregeling wordt aangehaald als: ‘Subsidieregeling Ontwikkeling Jonge Kind lijn 4 2026-2028’.