Gemeentelijke regelgeving

Structuurvisie locatiebeleid Lelystad 2013-2025

Gemeente Lelystad · geldt sinds 20 september 2022

Aanhef

Vestigingsbeleid bedrijven, kantoren en winkels

Samenvatting

Verschillende economische, ruimtelijke en maatschappelijke factoren stellen in hoog tempo andere eisen aan bedrijvigheid, en daarmee aan werklocaties zoals bedrijventerreinen, kantorenlocaties en detailhandelslocaties. Het is dan ook van belang om een goed, duidelijk en up-to-date beleidskader met betrekking tot werklocaties vast te stellen waarin gestreefd wordt naar toekomstvaste werklocaties die zowel nu als op termijn voldoen aan de vragen en eisen die vanuit de markt aan werklocaties gesteld worden.

Deze thematische “Structuurvisie Locatiebeleid” vervangt de Gemeentelijke Visie Vestigingsbeleid uit 2007 en beoogt een ruimtelijke onderbouwing met betrekking tot de verschillende werklocaties binnen de gemeente Lelystad te geven. Het geeft duidelijkheid over de beoogde richting die de gemeente Lelystad voor de lange termijn voor ogen heeft met betrekking tot de werklocaties, de randvoorwaarden die daarbij gesteld worden en de toekomstige opgaven die verwacht worden. Hiermee wordt een kader voor het ruimtelijke beleid ten aanzien van werklocaties - het vestigingsbeleid - vastgelegd, waarbij rekening gehouden is met de uitgangspunten die voortvloeien uit de verschillende relevante beleidskaders die op rijks-, regionaal-, provinciaal en lokaal niveau opgesteld zijn en actuele trends en ontwikkelingen.

De structuurvisie is een ruimtelijke vertaling van de visie op werklocaties en dient als toetsingskader voor zowel private als publieke ontwikkelingen op dit gebied. Getracht wordt om de planologisch- juridisch ruimtelijke regeling neer te leggen in bestemmingsplannen en tot uiting te laten komen in omgevingsvergunningen. Door de concretisering van de visie in deze ruimtelijke instrumenten benut de gemeente de mogelijkheid tot sturing en regie.

De nadruk in deze visie ligt op de formele werklocaties; bedrijventerreinen en kantorenlocaties in het stedelijk gebied. Daarnaast wordt aandacht besteed aan detailhandelslocaties en in mindere mate worden locaties waar meerdere functies gemengd kunnen worden behandeld. Agrarische bedrijvigheid, toerisme en leisure en het landelijke gebied zijn buiten beschouwing gelaten.

De belangrijkste uitgangspunten van dit vestigingsbeleid zijn:

1Zorgen voor voldoende aanbod aan werklocaties voor de kansrijke sectoren (industrieel- logistiek complex), waarbij het van belang is dat de functionaliteit van de locaties op orde blijft door zorgvuldig om te gaan met functiemenging en milieuzonering.

2Tegengaan en voorkomen van overaanbod en leegstand van werklocaties door:

–regionaal af te stemmen, te monitoren en waar nodig de programmering aan te passen;

–preventief in te zetten op de beperking van de herstructureringsopgave door; het faciliteren van parkmanagement; het permanent monitoren van de kwaliteit van de werklocaties met kwaliteitskaarten, zodat tijdig ingegrepen kan worden en te onderzoeken of gebruik gemaakt kan worden van de Leegstandswet zodat de opgave beperkt blijft.

–indien herstructurering aan de orde is de aanpak in eerste instantie aan de markt over te laten en waar mogelijk initiatieven tot herstructurering vanuit de markt te faciliteren in combinatie met het inwinnen van advies bij het Projectbureau Herstructurering Bedrijventerreinen van de MRA. Daarnaast kan onderzoek gedaan worden naar het instellen van een fonds ter bevordering van herontwikkeling van leegstand;

–overaanbod en leegstand in winkelgebieden tegen te gaan door terughoudend en weloverwogen om te gaan met de uitbreiding van het aantal winkelmeters; een strategienota leegstand winkels op te stellen, waarin de problematiek wordt geschetst, de rol van de gemeente duidelijk wordt, de doelstellingen en ambities uiteengezet worden en waarin gekozen wordt voor een specifiek aanpak gericht op het betreffende winkelgebied, en te onderzoeken welke mogelijkheden er zijn voor regionale afstemming op het gebied van overaanbod in de detailhandel en nieuwe retailontwikkelingen

3Om de toename van het aantal zzp’ers en hun vestigingswensen te faciliteren worden de mogelijkheden voor het werken aan huis verruimd en worden met mate woon-werk- en werk- wooncombinaties in zowel de wijk als op bedrijventerreinen aangewezen.

4Duurzaamheid op werklocaties wordt bevorderd door:

–de wensen van gebruikers te faciliteren door planologische beperkingen voor duurzaamheidsinitiatieven op individuele basis waar mogelijk weg te nemen;

–de energieprestatiecoëfficiënt (EPC-norm) te handhaven en het hanteren van duurzaamheidslabels bij nieuwbouw op bedrijventerreinen en kantorenlocaties te stimuleren, en;

–permanente monitoring van de kwaliteit van de werklocaties door middel van de kwaliteitskaarten zorgt voor duurzaam beheer en onderhoud van de werklocaties.

5Het economisch functioneren van de verschillende detailhandelslocaties te verbeteren door:

–het bieden van een in kwalitatief en kwantitatief opzicht zo compleet, gevarieerd en attractief mogelijk pakket van winkels en andere publieksgerichte commerciële voorzieningen voor zowel de inwoners als de recreatieve bezoekers door in te zetten op een zo heterogeen mogelijk winkelaanbod;

–te streven naar een duurzame aanbodstructuur, bestaande uit ook op langere termijn levensvatbare, elkaar aanvullende winkelgebieden door per initiatief goed af te wegen wat de effecten van het initiatief zijn op de gewenste detailhandelsstructuur;

–het versterken van de lokale verzorgingsfunctie van het voorzieningenapparaat als geheel en het Stadshart in het bijzonder. Concentratie van de marktmogelijkheden en uitbreidingspotenties op één locatie (in deze vooral het Stadshart) biedt de beste kansen. Op deze manier ontstaat er voldoende “kritische massa” voor bezoekers om te voorzien in kwaliteit en attractiviteit.

–de lokale aantrekkingskracht en op termijn de regionale positie van Palazzo te versterken en te streven naar een ondersteunend cluster voor perifere detailhandel (Westerdreef) met een lokale verzorgingsfunctie door een specifieke branchering toe te passen en op Palazzo ook een beperkte functieverbreding toe te staan;

–de bovenregionale en unieke functie van Batavia Stad te versterken door uitbreiding toe te staan en ruimte te geven voor dynamiek in de sector mits het unieke outletconcept behouden blijft, en;

–de handhavingsopgave op te nemen in het handhavingsuitvoeringsprogramma.

Door op de volgende wijze om te gaan met actuele trends en ontwikkelingen ten behoeve van toekomstvaste detailhandelslocaties:

-Webshops: de vestiging van webshops met bezoekmogelijkheid worden toegestaan in reguliere winkelgebieden; afhaal- en servicepunten en webshops zonder bezoekmogelijkheid zijn toegestaan op bedrijventerreinen; onder stikte voorwaarden is vestiging van een webshop in de woonwijk mogelijk.

–Retailparken: in beginsel wordt geen medewerking verleend aan (grootschalige) detailhandelsontwikkelingen op nieuwe locaties, maar er wordt wel ruimte geboden aan initiatieven voor vernieuwende of structuurversterkende detailhandelsontwikkeling. Het is dan wel noodzakelijk dat er een brede verkenning gemaakt wordt van de ontwikkelingsmogelijkheden, kansen, effecten en risico’s. Voor nieuwe locaties moet daarbij dan de genoemde ‘ladder voor duurzame verstedelijking’ worden toegepast.

–Bazaars: het initiatief dient in zekere mate de bestaande detailhandelsstructuur te versterken en zal onder locatiespecifieke voorwaarden gevestigd moeten worden op een bestaande detailhandelslocatie. Vestiging op een bedrijventerreinen is in beginsel niet gewenst en in een woonwijk uitgesloten

–Kringloopwinkels: onder strikte voorwaarden is vestiging mogelijk op een bedrijventerrein.

–Detailhandel op bedrijventerreinen: vestiging van detailhandel is in beginsel niet toegestaan op een bedrijventerrein. Slechts op basis van een zeer streng afwegingskader is het mogelijk om al dan niet onder ontheffing toch vestiging op een bedrijventerrein toe te staan.

Bovenstaande uitgangspunten vormen, samen met een nadere uitwerking van het provinciale locatiebeleid, het lokale vestigingsbeleid voor bedrijven, kantoren en winkels. Deze uitwerking van het provinciale locatiebeleid geeft op basis van een categorisering in vestigingmilieus en locatietyperingen aan welke voorwaarden voor vestiging er op de verschillende werklocaties gelden. Elk locatietype kent eigen goedkeuringscriteria, richtlijnen en aanbevelingen op het gebied van werkfuncties, ruimtelijke kwaliteit, bereikbaarheid en functiemenging (zie bijlage D).

Figuur: Schematische weergave gehanteerde locatietypen

Met gebruik van de zogenaamde kwaliteitskaarten zijn de verschillende werklocaties met uitzondering van de detailhandelslocaties binnen de gemeente Lelystad geanalyseerd. Voor elke locatie is aan de hand van kwalitatieve indicatoren de huidige stand van zaken in beeld gebracht, waarbij vooral gericht gekeken is naar “verkleuring” en “veroudering”: de eventuele herstructureringsopgave. Op basis van deze analyse is voor elke locatie een toekomstvisie geformuleerd met inachtneming van eerder genoemde uitgangspunten. Dit heeft voor een aantal locaties tot een aangepast toekomstbeeld geleid.

Om meer ruimte te geven aan kleinschalige bedrijvigheid (o.a. zzp’ers) en niet-economische functies op bedrijventerreinen mogen de binnenstedelijke bedrijventerreinen Gildenhof, Griend, Jol en Kempenaar transformeren van regulier bedrijventerrein tot gemengd gebied. Dit houdt in dat er op deze locaties ruimte gegeven wordt voor functiemenging van zowel economische als niet- economische functies waaronder wonen.

Op Noordersluis werd geconstateerd dat er op sommige delen verkleuring van het terrein optreedt. Rekening houdend met de omgeving (woonwijken) en om het terrein ook in de toekomst goed te laten functioneren is ervoor gekozen om een begin te maken met de herprofilering van het terrein in de richting van een binnenstedelijk bedrijventerrein voor bedrijvigheid uit minder hoge milieucategorieën. In overleg met de gevestigde bedrijvigheid zal de gemeentelijke inzet zijn om de milieuzonering voor een deel van het terrein terug te brengen van hindercategorie 4.2 naar 3.2.

Eenzelfde maatregel geldt voor cluster 4 van Flevopoort. Op dit deel van het terrein wordt met het oog op de toekomstige ontwikkeling van de wijk Warande een verlaging van de maximale milieucategorie voorgesteld om conflicterende situaties door nabuurschapseffecten in de toekomst te voorkomen (zie hoofdstuk 4, opgave 1).

Om de functionaliteit en het profiel als industrieterrein van Oostervaart op orde te houden en op stadsniveau voldoende ruimte voor bedrijvigheid in de hogere milieucategorieën (categorie 3.1 t/m 5) te kunnen bieden, wordt de mogelijkheid onderzocht om voor een deel van het terrein een minimumgrens van milieucategorie 3.1 in te stellen. Voor het deel van Oostervaart dat nog uit te geven is, wordt deze minimumgrens ook aangehouden. Omdat Oostervaart een 24/7 industrieterrein is, wordt uitbreiding van de functie wonen op het terrein ook als onwenselijk beschouwd.

Flevokust wordt een industrieterrein dat ruimte moet bieden aan industrieel-logistieke sectoren. Om dit profiel en de functionaliteit voor de toekomst op orde te houden is een restrictief toelatingsbeleid gewenst. Het grootste deel van het terrein zal ingericht worden als (nat) industrieterrein. Een kleiner deel van het terrein wordt ingericht als regulier bedrijventerrein om de logistieke bedrijvigheid te kunnen huisvesten. In het op te stellen bestemmingsplan zal door een door de raad vast te stellen bedrijvenlijst worden opgenomen.

Voor de kantorenmarkt geldt dat er in Lelystad weinig ruimte voor uitbreiding is en dat de aandacht dient uit te gaan naar het behoud en/of verbeteren van de kwaliteit van de bestaande voorraad. Uitbreiding is alleen nog aan de orde op locaties die vanuit marktperspectief als kansrijk worden gezien. Om overaanbod tegen te gaan en de kwaliteit op orde te houden, zullen de mogelijkheden om verouderde leegstand van de markt te halen benut worden. Tevens zal onderzoek gedaan worden naar de mogelijkheid om de vervangingsvraag vanuit het Lelycentre onder te brengen in of nabij het Stadshart, zodat de kantorenlocatie op het Lelycentre op termijn getransformeerd kan worden. Met de sloop van De Waterwijzer is hier al een start mee gemaakt.

Voor detailhandel is gebruik gemaakt van het meest recente distributief planologisch onderzoek (dpo) en advies van een extern bureau om te komen tot een analyse van het functioneren van de detailhandelsstructuur. Ook voor de detailhandel geldt dat er slechts een beperkte uitbreidingsruimte is. Om overaanbod en leegstand tegen te gaan dient per locatie weloverwogen, met inachtneming van de gewenste detailhandelsstructuur, terughoudend omgegaan te worden met het uitbreiden van het aantal winkelmeters. Zo is er tot 2030 alleen nog ruimte voor uitbreiding in Batavia Stad en beperkt in het Stadshart mogelijk en wordt voor de verschillende andere locaties ingezet op consolidatie van het huidige aanbod. Voor Lelystad Haven geldt een specifieke opgave.

5. Werklocaties in Lelystad

5.2 Centrummilieus

5.2.1 Stadshart (incl. Ravelijn)

Typelocatie

Centrummilieu – Grootstedelijke centrumlocatie

Eerste bouwjaar

1977

Naam bestemmingsplan

Bestemmingsplan Gordiaan 1979 Uitwerkingsplan VI Gordiaan 1979 Bestemmingsplan Stadshart 2006

Kantorenvoorraad (bvo) Winkelvloeroppervlak (wvo)

67.700 m2 bvo

45.714 m2 wvo

Plancapaciteit kantoren

Tot 2020:

3.830

2020-2030:

13.500

2030-2040:

0

Totaal tot 2040:

17.330

Plancapaciteit detailhandel

Totaal tot 2040:

9.000-12.750 m² bvo

Handelingsperspectief

Groeigebied

Koopmotief detailhandel

Recreatief winkelen / boodschappen doen

Stand van zaken

Het plangebied Stadshart is centraal gelegen en wordt omsloten door de “Groene Carrë”. Deze “Groene Carré” is een ringweg rond het Stadshart die aan de westzijde bestaat uit de Stationsweg/Middenweg, aan de noordkant uit de Agorabaan en de Kustendreef, aan de oostkant uit de Zuigerplasdreef en de Lindelaan en aan de zuidkant uit de Ziekenhuisweg. Net buiten deze “Groene Carré” ten zuiden van de Ziekenhuisweg ligt het Ravelijn. In dit gebied is een tweetal kantoren ontwikkeld die ook in deze visie worden meegenomen. De bereikbaarheid van het Stadshart is zowel per voet als per fiets goed. De vele parkeermogelijkheden aan de randen van het Stadshart aan de “Groene Carré” zorgen voor een goede bereikbaarheid per auto, terwijl de aanwezigheid van het bus- en treinstation zorgt voor een goede bereikbaarheid per openbaar vervoer.

Het laatste decennium vindt er een herontwikkeling plaats in het Stadshart. Het plangebied stond eerder bekend als het winkelcentrum “De Gordiaan”, maar is in de herontwikkelingsplannen omgedoopt tot Stadshart. Deze plannen nemen een belangrijke plaats in bij de groeiambities die de stad heeft. Het Masterplan 3.0 Stadshart Lelystad (2013) geldt als leidraad voor deze herontwikkeling. De belangrijkste doelstelling van het Masterplan is het verbeteren van de kwaliteit, sfeer, uitstraling en imago van het Stadshart. Die ambitie wordt bereikt door het versterken van de ruimtelijke, functionele en economische structuur. Deze doelstellingen zijn in de uitwerking vertaald in het combineren en concentreren van de functies wonen, winkelen, werken, voorzieningen (hotel, school) en uitgaan (theater, horeca), waardoor stedelijke- en regionale functies in het gebied worden samengebracht. Het Stadshart wordt dan ook gezien als het belangrijkste voorzieningencentrum van de stad.

De aanwezigheid van de verschillende functies in het Stadshart is terug te vinden in de sectorale cijfers die betrekking hebben op de gevestigde bedrijvigheid en bijbehorende werkgelegenheid. Inherent aan de functie van het Stadshart als belangrijk voorzieningencentrum is de aanwezigheid van concentraties van bedrijvigheid in de sectoren handel, zakelijke dienstverlening en overheid en zorg (publieke dienstverlening). De zakelijke dienstverlening heeft zich vooral aan de buitenrand van het plangebied gevestigd, terwijl de sector handel (detailhandel) vooral te midden hiervan gevestigd is. De publieke dienstverlening heeft zich evenals de horeca enigszins over het gebied verspreid, met een kleine concentratie rond het stadhuisplein. Tot slot is er een lichte concentratie van bedrijvigheid uit de sector informatie en communicatie dat zich in het Zilverpark heeft gevestigd.

De werkgelegenheidscijfers laten een zelfde beeld zien. In totaal is het Stadshart met 4.180 voltijdbanen goed voor ongeveer 14 procent van de totale werkgelegenheid van de stad. De meeste werkgelegenheid (meer dan tweederde) is te vinden in de dienstverlening. De sector overheid en zorg (40 procent) levert de meeste banen. De sector zakelijke dienstverlening komt met bijna 29 procent op een goede tweede plaats. De sector handel (incl. detailhandel) is goed voor 16 procent van de werkgelegenheid op deze locatie. Omdat het Stadshart grotendeels als winkelcentrum bestempeld kan worden, kan dit percentage als laag beschouwd worden. Een verklaring hiervoor kan liggen in het feit dat het hier voltijdbanen betreft, terwijl in de detailhandel veel uitzend- en parttimekrachten werkzaam zijn die niet in deze cijfers zijn opgenomen. Ook afwijkend is het aantal banen in de sector vervoer en opslag. Met 7 procent heeft deze sector toch een aardig aandeel in de totale werkgelegenheid, terwijl het slechts enkele bedrijfsvestigingen in het Stadshart kent. Het tegenovergestelde geldt voor de sector informatie en communicatie die zorgt voor slechts 1 procent van de totale werkgelegenheid. De overige werkgelegenheid is in de sector horeca (5 procent) te vinden.

Figuur 5.2: Banen per sector Stadshart per 1-4-2012

Bron: Provincie Flevoland, bewerking Gemeente Lelystad, O&S, 2012

Detailhandel

De locatie Stadshart staat aan de top van de hiërarchie van de detailhandelsstructuur en kan worden aangemerkt als hoofdwinkelcentrum met een stedelijk verzorgingsgebied. Het winkelgebied kent de meeste verkooppunten

58Goudappel Coffeng (2012), Actualisatie DPO Winkelstructuur GemeenteLelystad.

van de stad en een ruim winkelaanbod. Naast recreatief winkelen kunnen er ook dagelijkse boodschappen worden gedaan. De afgelopen jaren zijn er in het kader van het Masterplan Stadshart (2001) extra winkelmeters aan de voorraad toegevoegd en is er een kwalitatieve slag in het aanbod gemaakt.

Het winkelaanbod is gevestigd in panden van verschillende leeftijd. Het oudste deel van het Stadshart dateert uit de periode 1972-1982 en is vooral gebouwd aan de noordkant van het Stadshart. Een deel van deze panden (De Waag, Agoradek) staat in het kader van het Masterplan Stadshart (2013) op de nominatie om geherstructureerd/getransformeerd te worden. De andere helft van de panden aan de zuidkant, is vooral in de periode daarna (1983-1992) gebouwd. Hiertoe behoort onder andere ook de Kroonpassage. Met de uitvoering van het Masterplan Stadshart heeft er het laatste decennium (periode 2003-2012) tevens een uitbreiding van het aantal winkelpanden plaatsgevonden. Deze panden zijn vooral te vinden in het gebied rond de nieuwe winkelstraat De Promesse.

De leegstand in het Stadshart is 13,7 procent

59RMA, (2013), bouwstenen tbv partiële actualisatie en aanvulling detailhandelsbeleid gemeente Lelystad

. Naast eerder beschreven trends en ontwikkelingen (paragraaf 3.2) die voor een afname van de vraag naar winkelruimte zorgen, zijn er nog twee andere mogelijke verklaringen voor dit hoge percentage. Enerzijds zijn er tot nu panden in het Stadshart in afwachting van herontwikkeling en/of sloop leeg gehouden (strategische leegstand)

60Indien deze leegstand van 4.282 m2 wvo buiten beschouwing wordt gelaten is er sprake van 7,4 procent leegstand in het Stadshart.

. Nu de herontwikkeling vertraging oploopt en op de langere termijn wordt geschoven is er geen sprake meer van strategische leegstand maar van langdurige en structurele leegstand. Een andere oorzaak is dat bekend is dat na een grootschalige toevoeging, zoals bij de stadsvernieuwing die het Stadshart ondergaat, een binnenstad langzaam naar een nieuw evenwicht toegroeit, waarbij de leegstand in de eerste jaren na opening van zo’n project relatief groot is.

De kwaliteit, onderhoud en uitstraling van het overgrote deel van de winkelpanden in het Stadshart wordt als voldoende tot goed beoordeeld

61Op basis van de WOZ-taxatierapportage.

. Het is vooral de omgeving van de leegstand, De Waag (strategische leegstand) en een aantal panden aan de Neringpassage, dat als slecht tot zeer slecht wordt beoordeeld. Aan De Waag wordt dan ook al jaren geen onderhoud meer gepleegd.

Kantoren

Het Stadshart kent op één enkele concentratie van kantoren aan de Zilverparkkade (zuidkant) na niet echt een grootschalige kantorenlocatie. Veel van de voorraad staat verspreid door het Stadshart heen. Toch herbergt het gebied een kwart

62Kantorenmonitor BV telt in 2011 een voorraad van 67.000 m2 bvo (inclusief Ravelijn) op een totale voorraad van 258.000 m2 bvo.

van de totale kantorenvoorraad van de stad en kan daardoor gerekend worden tot één van de belangrijke kantorengebieden. Ook de kantoorpanden in het Stadshart kennen een grote verscheidenheid in bouwjaar. Zo dateren er panden aan de Waagpassage, Neringpassage en de Agoraweg uit de periode 1972-1982, aan het stations- en stadhuisplein uit de periode 1983-1992, aan de Middenweg en Ravelijn uit de periode 1993-2002 en aan de Zilverparkkade en Het Ravelijn uit de periode na 2002. Wat hierbij wel opvalt is dat er in het Stadshart maar weinig kantoorruimte in de laatste 5 jaar is ontwikkeld. In totaal staat ongeveer 13 procent van de kantorenvoorraad in het Stadshart leeg. Een aantal van deze panden staat al meer dan 3 jaar deels of geheel leeg en kan als structurele leegstand aangeduid worden. Opvallend is dat dit niet alleen oude panden zijn, maar dat ook nieuwere panden aan de Zilverparkkade en Het Ravelijn al een aantal jaren leegstaan of zelfs sinds de oplevering in de periode 2006-2007 nog geen gebruiker hebben gehad. De verwachting is dat voor de oudere panden niet snel of helemaal geen gebruiker meer gevonden wordt, omdat deze niet meer voldoen aan de eisen van de huidige kantoorgebruiker. Voor de nieuwere panden aan de Zilverparkkade worden in het Onderzoek Kantorenmarkt 2010 de grootschaligheid en mate van duurzaamheid van de panden, de problematische parkeergelegenheid en het ontbreken van een commerciële kantorenmarkt waarvoor deze panden gebouwd zijn, als verklaringen voor de leegstand op deze deellocatie genoemd. Het pand aan Het Ravelijn staat sinds de verhuizing van de hoofdhuurder, de Kamer van Koophandel, deels leeg. De kwaliteit en uitstraling van de omgeving van de leegstaande panden worden als voldoende beoordeeld. Doordat de leegstand weinig geconcentreerd voorkomt, lijkt het weinig invloed te hebben op de omgeving.

Naast de bestaande kantorenvoorraad is er in het Masterplan Stadshart ook een kantorenprogramma opgenomen. Naar aanleiding van het Onderzoek Kantorenmarkt (2010) is besloten om de kantorenvoorraad op gemeenteniveau bij te stellen. Dit heeft ook tot aanpassingen van het kantorenprogramma voor het Stadshart geleid. Tabel 5.1 geeft een overzicht van deze aanpassingen.

Tabel 5.1: Aanpassingen kantorenprogramma

Project

Oude programmering in m2 bvo

Nieuwe programmering in m2 bvo

2010-2020

2020-2030

2030-2040

Totaal

Stationsbalkon Noord

10.000

0

5.000

0

5.000

Stationsbalkon Zuid

10.000

0

5.000

0

5.000

Theaterkwartier

1.600

0

0

0

0

Waag:

–2e fase

–Noord

1.500

3.500

1.500

0

0

3.500

0

0

1.500

3.500

Stadhuisplein/TNT

2.000

2.000

0

0

2.000

Agoradek

330

330

0

0

330

Rabo Blok A

1.250

0

0

0

0

Totaal

30.180

3.830

13.500

0

17.330

In totaal is er 12.850 m2 bvo geschrapt of gefaseerd tot de periode na 2020. De meest in het oog springende aanpassing is de halvering van de Stationsbalkons van 10.000 m2 bvo naar 5.000 m2 bvo per pand. De grootschaligheid van beide panden was niet meer van deze tijd: beide kenden een Floor Space Index

63Floor Space Index (FSI) = kantooroppervlakte / kaveloppervlakte

van 4.25. Deze waarde komt voor op de Zuidas, maar is niet voor Lelystad weggelegd. Verder komen verhuringen boven de 5.000 m2 bvo door de slechte situatie op de kantorenmarkt in Nederland nauwelijks meer voor.

Toekomstperspectief; detailhandel & kantoren

Detailhandel

Voor een goed economisch functioneren is het versterken van vooral de lokale verzorgingsfunctie van met name het Stadshart van belang. Concentratie van de marktmogelijkheden en uitbreidingspotenties op één locatie (in deze vooral het Stadshart) biedt de beste kansen. Op deze manier ontstaat er voldoende “kritische massa” voor bezoekers om te voorzien in kwaliteit en attractiviteit.

Het Masterplan Stadshart blijft voor de toekomst de leidraad voor de ontwikkeling en realisatie van een aantrekkelijk stadscentrum. De realisatie van een dergelijke ontwikkeling kent vaak een lange tijdsduur, waarin het te maken kan krijgen met zowel goede als slechte economische omstandigheden. Daarnaast kan ook voortschrijdend inzicht ertoe leiden dat een dergelijk plan bijgesteld dient te worden en dat heroriëntatie van het programma plaats dient te vinden. De realiteit en actualiteit noopt ertoe om kritisch naar het te realiseren programma te kijken. Vooral de negatieve ontwikkeling van de economie sinds 2008 zorgt voor stagnatie in de ontwikkeling van het programma, waardoor een herijking van het masterplan uit 2001 nodig is geweest. Deze herijking is in 2013 uitgevoerd en heeft geleid tot een nieuwe strategie welke is vastgelegd in het Masterplan 3.0 Stadshart Lelystad. Eén van de belangrijkste conclusies is dat het huidige Stadshart te ruim is opgezet, daarom is het noodzakelijk om tot een kleiner, compacter centrum te komen. Hoewel de oplossingsmogelijkheden beperkt zijn, kunnen de volgende uitgangspunten een bijdrage leveren:

•Er is slechts onder voorwaarden en in beperkte mate uitbreidingsruimte.

•Het Groene Carré blijft dan wel de grens van het Stadshart, maar het programma wordt gefaseerd en zoveel mogelijk naar de winkelacht gebracht.

•In de eerste fase wordt de basis van de winkelacht versterkt en op lange termijn van daar uit naar buiten toe uitgebreid. De groei vindt dus plaats van binnen naar buiten.

•Op langere termijn is het noodzakelijk voor een goed functionerend uitgaansgebied een totaalpakket van uitgaansbeleving aan te bieden in een compacte setting. Er is voor gekozen om dan de leisure aansluitend op het theater te versterken.

•De aanloopstraten worden de broedplaatsen voor beginnende ondernemers en voor aanbieders in bijzondere aanbodsegmenten (modelbouw, feestartikelen e.d.) die de hogere huren van de hoofdwinkelstraten niet kunnen dragen. Deze couleur locale zorgt voor het onderscheidend karakter.

•Verbetering van de kwaliteit van de openbare ruimte.

•Tijdelijke inrichting van de nog te ontwikkelen locaties.

•Centrummanagement inzetten voor een gezamenlijk aanpak met alle stakeholders op de

•thema’s veiligheid, leefbaarheid, koopkrachtbevordering, beheer en onderhoud.

Ondanks dat er weinig uitbreidingsruimte is, is een flexibele houding tegenover herontwikkeling aan te raden. Het huidige functioneren van een aantal gebieden is niet optimaal, waardoor het des te belangrijker is dat er ruimte blijft voor nieuwe plannen die de kwaliteit verbeteren. Hierbij is het kwantitatieve deel van een ondergeschikt belang. Ontwikkelingen passend binnen het huidige Masterplan zijn daarom bespreekbaar.

Daarnaast is het voor de toekomstbestendigheid van het Stadshart van belang dat er aandacht wordt geschonken aan de leegstandsproblematiek en de ontwikkelingen in de retailsector. In de uitvoeringsparagraaf is opgenomen te komen tot een strategienota leegstand. Daarnaast is het van belang om de ontwikkelingen en mogelijke effecten op het Stadshart hiervan te blijven monitoren, zoals passantentellingen, een distributief planologisch onderzoek (dpo).

Kantoren

De gemeente koesterde de wens om een kantorenmarkt in Lelystad tot ontwikkeling te brengen. Inmiddels is geconcludeerd dat dit de komende decennia vermoedelijk niet gaat gebeuren. De lokale economie ontwikkelt zich naar een goederengerichte economie en het is waarschijnlijker dat steeds meer zakelijke dienstverlening naar regionale dienstencentra in de buurt als Amsterdam, Almere en Zwolle trekt. De kantorenmarkt in Lelystad bestaat derhalve vooral uit lokale dienstverlening als makelaars, notarissen, juristen etc. Ook de status als provinciehoofdstad maakt dat er verschillende instellingen en organisaties in de publieke en semi-publieke sector gevestigd zijn. Een deel hiervan is gevestigd in de oudere delen van de kantorenvoorraad. Lelystad houdt er rekening mee dat deze kantoorgebruikers in de toekomst een eigentijdser pand willen betrekken (toekomstige vervangingsvraag). De eerder uiteengezette programmering is om die toekomstige vervangingsvraag te kunnen huisvesten, waardoor het Stadshart als groeigebied aangeduid kan worden. Tevens wordt voorgesteld om een Quick Scan uit te voeren om deze vervangingsvraag in kaart te brengen en te onderzoeken wat de mogelijkheden zijn om actief deze vervangingsvraag te herhuisvesten. Verder is het gewenst om de mogelijkheden die zich voordoen om bestaande, leegstaande voorraad te reduceren te benutten. Hierbij moet gedacht worden aan de kantoren Stadhuisplein/TNT (1984, 1.300 m2) en voormalig ING Kantoor Agoraweg 2 (1979, 1.500 m2).

5.2.2 Lelycentre

Typelocatie

Centrummilieu – Overige centrumlocatie

Eerste bouwjaar

1967

Naam bestemmingsplan

BestemmingsplanAtolwijk – Zuiderzeewijk 2011

Kantorenvoorraad (2012)

Winkelvloeroppervlak (2012)

71.100 m2 bvo (na sloopWaterwijzer)

9.496 m2 wvo

Plancapaciteit kantoren

Tot 2020:

-11.900 m2 bvo

2020-2030:

n.t.b.

2030-2040:

n.t.b.

Totaal tot 2040:

-35.000 m2 bvo

Plancapaciteit detailhandel

Totaal tot 2040:

0m2 wvo

Handelingsperspectief

Balans-/Krimpgebied

Koopmotief detailhandel

Boodschappen doen/ doelgerichte aankopen

Stand van zaken

Het Lelycentre is gelegen ten noordoosten van het huidige Stadshart (zie kaartje) en is van oudsher ontwikkeld als centrumlocatie. In de beginjaren functioneerde het Lelycentre als hoofdcentrum van de stad. De locatie ligt ingesloten tussen een aantal dreven die deel uitmaken van de hoofdwegenstructuur en is daarmee goed bereikbaar. Zo is het centrum aan de noordkant omsloten door de Houtribdreef, aan de zuidkant door de Polderdreef, aan de westkant door de Zuigerplasdreef en aan de oostkant door een groen- en woongebied. Doordat het ontwikkeld is als centrumlocatie is functiemenging van wonen, winkels, voorzieningen (gezondheidscentrum, verzorgingscentrum, horeca, fitness) en kantoren uitgangspunt geweest. Deze functies hebben zich vooral aan de westkant van het gebied geconcentreerd, waar onder andere woningen, winkels, voorzieningen en kantoren zich hebben gevestigd. De grootschalige kantoorpanden werden in de beginjaren vooral betrokken door verschillende rijksdiensten en andere publieke instellingen. Veel van deze instellingen hebben zich inmiddels verplaatst naar het Stadshart of hebben de stad verlaten. Het huidige Stadshart heeft dan ook de functie van hoofdcentrum van het Lelycentre overgenomen.

Dit verleden als hoofdcentrum is nog steeds goed terug te zien in de huidige bedrijvigheid en werkgelegenheid in het Lelycentre. De gevestigde bedrijvigheid bestaat vooral uit dienstverlenende bedrijven en organisaties, waarbij vooral de overige en publieke dienstverlening (overheid en zorg) het best vertegenwoordigd zijn. De bedrijvigheid uit de sectoren overheid en zorg heeft zich vooral in de kantoren gevestigd, terwijl de overige dienstverlening en handel zich vooral in het winkelgedeelte hebben gevestigd. Verder is er nog enige horeca gevestigd.

De werkgelegenheid laat enigszins eenzelfde beeld zien. Het Lelycentre biedt plaats aan 9 procent (2.704) van het aantal banen

64Voltijdsbanen; meer dan 12 uur per week werkzaam.

in Lelystad. Meer dan de helft (53 procent) van deze banen komt voor in de sector overheid en zorg. Afwijkend aan het aantal bedrijfsvestigingen is het aantal banen dat in de zakelijke dienstverlening voorkomt. Deze sector is goed voor meer dan een derde (35 procent) van de werkgelegenheid, terwijl er slechts enkele bedrijven in deze sector gevestigd zijn. Wat verder opvalt is het lage aandeel van de sector handel (7 procent) in de werkgelegenheid op het Lelycentre, aangezien het Lelycentre een winkelcentrum betreft en een grote bedrijvigheid in deze sector kent. Dit heeft te maken met het feit dat binnen de detailhandel veel uitzend- en parttimekrachten (< 12 uur per week) werkzaam zijn en deze niet in de cijfers zijn opgenomen. De overige werkgelegenheid is te vinden in de sectoren overige dienstverlening (3 procent) en horeca (2 procent).

Figuur 5.3: Banen per sector Lelycentre per 1-4-2012

Bron: Provincie Flevoland, bewerking Gemeente Lelystad, O&S, 2012

Detailhandel

Het Lelycentre wordt binnen de detailhandelsstructuur aangemerkt als wijkwinkelcentrum. Hierbij moet worden opgemerkt dat het verzorgingsgebied naast een wijkfunctie tevens een beperkte stedelijke functie heeft (historisch bepaald). De omvang van de detailhandel omvat ongeveer 9.500 m2 wvo. Het bezoekmotief van de consument aan dit centrum is boodschappen doen en doelgerichte aankopen. Deze detailhandel is gevestigd in panden die begin jaren zeventig gebouwd zijn, echter heeft dit winkelgebied in de loop der jaren wel een aantal opknapbeurten ondergaan. Toch worden, op enkele uitzonderingen na, het onderhoud, de kwaliteit en de uitstraling van het winkelgebied voor het grootste deel als slecht tot zeer slecht beoordeeld

65Op basis van de WOZ-taxatierapportage.

. Deze beoordeling in combinatie met de (structurele) leegstand van 9,3 procent

66RMA, (2013), bouwstenen tbv partiele actualisatie en aanvulling detailhandelsbeleid gemeente Lelystad

maakt dat het winkelgebied wellicht toe is aan fysieke verbeteringen. Het centrum functioneert in de huidige situatie nog goed, echter staan de leefbaarheid en levensvatbaarheid van het winkelgebied door eerder genoemde factoren onder druk.

Kantoren

Het Lelycentre kent een grote concentratie van kantoren aan de zuidwestkant (Maerlant) en enkele solitaire panden die over de locatie verspreid zijn. In 2010 was het Lelycentre met bijna een derde van de totale kantorenvoorraad één van de locaties met de grootste concentraties kantoren in de stad

67Gemeente Lelystad (2010), Onderzoek Kantorenmarkt 2010.

.

Het overgrote deel van de panden is gebouwd in de jaren zeventig toen verschillende overheidsdiensten zich onder invloed van het regionale spreidingsbeleid in Lelystad vestigden. Deze panden zijn veelal grootschalig van aard en op basis van bouwjaar als verouderd aan te duiden. Een aantal van de overheidsdiensten die zich toen in de kantoorpanden had gevestigd hebben inmiddels de locatie verlaten en zijn verplaatst naar het Stadshart, het Hanzepark of opgeheven. In 2010 stond 20 procent van de kantorenvoorraad op deze locatie leeg.

68Gemeente Lelystad (2010), Onderzoek Kantorenmarkt 2010.

Een groot deel van deze leegstaande panden staan al meer dan drie jaar deels of geheel leeg en kan als structureel beschouwd worden. Dit heeft ook een negatieve invloed op de kwaliteit en uitstraling van de locatie. Zoals het Onderzoek Kantorenmarkt 2010 weergeeft, bestaat de verwachting dat er voor deze panden niet snel of helemaal geen gebruiker meer gevonden kan worden, omdat ze niet meer voldoen aan de eisen die de kantoorgebruiker in de huidige tijd aan een pand stelt. Wel zijn er de laatste tijd een aantal voorzieningen als een fitnesscentrum en een fysiotherapiepraktijk in de panden getrokken. De kantoorfunctie van deze locatie staat onder druk door de leeftijd van de panden en het aanbod elders (Stadshart), waardoor de kantorenlocatie Lelycentre als krimpgebied aangeduid kan worden. De huidige en waarschijnlijk oplopende leegstand heeft een negatieve invloed op de omgeving, waardoor deze panden in aanmerking komen voor sloop en transformatie als deze kansen zich voordoen. Inmiddels is er een start gemaakt met de transformatie van het gebied rond “De Waterwijzer” (11.900 m2 bvo)

69Zie ook Plabeka (2012), Monitor Uitvoeringsstrategie Plabeka voortgangsrapportage 2011/2012

.

Toekomstperspectief; detailhandel & kantoren

Uitgangspunt bij het Lelycentre als geheel is in eerste instantie de handhaving van de bestaande situatie, zowel ruimtelijk als functioneel. De bestaande functies zijn hierbij bepalend voor de toekomstige inrichting van het gebied.

Detailhandel

Voor de detailhandel betekent dit dat ingezet wordt op consolidatie van de positie die het winkelcentrum heeft binnen de huidige detailhandelsstructuur: wijkwinkelcentrum met een beperkte stedelijke functie. De ruimtelijke opgave voor de toekomst betreft vooral de leefbaarheid en levensvatbaarheid van het centrum. Ruimte voor herstructurering op termijn naar een compacter en moderner centrum moet worden geboden.

De positie binnen de detailhandelsstructuur en de daarbij behorende bezoekmotieven geven richting aan het gewenste programma. De omvang voor detailhandel bedraagt momenteel 9.400 m² wvo, waarbij de nadruk ligt op het dagelijkse aanbod; het boodschappen doen. Dit wordt aangevuld met frequent benodigde artikelen en (beperkt) niet-dagelijks aanbod. Idealiter is er sprake van de volgende branchemix:

•Twee supermarkten, waarvan één fullservice supermarkt (1.000 – 1.400 m2 wvo) en één discounter (1.000 – 1.200 m2 wvo).

•Levensmiddelenspeciaalzaken en drogisterijen.

•Enkele modewinkels, waaronder een textielhuis.

•Overig winkelaanbod als optiek/gehoortoetsellen, fietsen, boeken/tijdschriften, bloemen, dibevo

70Dierenbenodigdheden en Voeders

, woondeco/cadeau.

•Aan detailhandel verwante horeca en overige publieksgerichte dienstverlening.

Wanneer er daadwerkelijk sprake is van herontwikkeling van het Lelycentre zal er opnieuw gekeken moeten worden naar de verschillende programmamogelijkheden gebaseerd op een nieuw uit te voeren dpo. Leefbaarheid en levensvatbaarheid zijn hierin twee belangrijke items. Daarnaast kan een nieuwe ruimtelijke structuur leiden tot verbetering van de interactie tussen bijvoorbeeld de supermarkten en de andere winkels. Tijdens de planvorming van eventuele ontwikkelingsplannen voor het Lelycentre dient er aandacht besteed te worden aan het volgende:

•Realisatie van een compact centrum met een duidelijke routing, waar schaalvergroting een plek kan krijgen.

•Opspannen van het centrum tussen twee supermarkten (twee polenstructuur), waardoor een goede loop ontstaat.

•Zorgen voor een goede, bereikbare locatie van de warenmarkt en versterken van de verbinding tussen de winkels en de warenmarkt.

•Creëren van een duidelijke voorkant van de winkels en andere publieksgerichte voorzieningen.

•Verbeteren van de entrees (maximaal twee).

•Verbetering van de verkeersstructuur en de bereikbaarheid van het centrum: zowel de ontsluiting vanaf de Houtribdreef als de Polderdreef onderzoeken op haalbaarheid.

•Realisatie van maximaal twee goed bereikbare parkeerconcentraties met een directe aansluiting op de supermarkten.

Kantoren

De kantorenlocatie op het Lelycentre is op basis van de analyse bestempeld als krimpgebied. Er wordt ingezet op een heroriëntatie van de kantorenlocatie door een geleidelijke verplaatsing van de kantoorfuncties naar het Stadshart en door herontwikkeling en transformatie van de leegstand als zich hier mogelijkheden voor voordoen. Deze transformatie dient zich te voltrekken naar een andere dan de economische functie.

5.3 Gemengd milieu

5.3.1 Gildenhof, Kempenaar71 Indien over Kempenaar gesproken wordt, dan wordt hiermee het bedrijventerrein bedoeld. De Kempenaar kent ook een buurtwinkelcentrum. Deze wordt in paragraaf 5.4 behandeld. , Griend en Jol

Type locatie

Gemengd milieu

Eerste bouwjaar

Gildenhof:

Kempenaar:

Griend:

Jol:

1968

1978

1985

1977

Naam bestemmingsplan

Gildenhof:

Kempenaar:

Griend:

Jol:

Bestemmingsplan Atolwijk-Zuiderzeewijk (2011)

Bestemmingsplan Schepenwijk-Midden (2006), 1e partiële herziening bestemmingsplan Schepenwijk-Midden (2010)

Bestemmingsplan Boswijk (2009)

Bestemmingsplan Schepenwijk-Midden (2006), 1e partiële herziening bestemmingsplan Schepenwijk-Midden (2010)

Netto uitgegeven

Gildenhof:

Kempenaar:

Griend:

Jol:

8ha.

1,6 ha.

1ha.

2,2 ha.

Plancapaciteit

Tot 2020:

0ha.

2020-2030:

0ha.

2030-2040:

0ha.

Totaal tot 2040:

0ha.

Handelsperspectief

Gildenhof:

Kempenaar:

Griend:

Jol:

balansgebied

balansgebied

krimpgebied

balansgebied

Stand van zaken

Bedrijventerrein Gildenhof is een kleinschalig binnenstedelijk bedrijventerrein in de Zuiderzeewijk in het noorden van Lelystad. Het terrein wordt ontsloten door de Schroefstraat die in directe verbinding staat met de stedelijke hoofdontsluitingsweg Houtribdreef. Door de ruimere opzet en ligging op grotere afstand van de woonbebouwing onderscheidt het terrein zich van vergelijkbare terreinen als Kempenaar en Jol. De bouwjaren van de panden op het Gildenhof geven aan dat het een van de oudere bedrijventerreinen van de stad is: de meeste panden zijn gebouwd in de periode 1968-1982.

Het gebied is volledig uitgegeven en uitbreidingsplannen zijn er dan ook niet. De Kempenaar betreft een klein binnenstedelijk bedrijventerrein van slechts 1,6 hectare ten westen van de spoorlijn. Deze locatie is goed bereikbaar via de Houtribdreef en wordt omsloten door de gelijknamige woonwijk. Ook de Kempenaar behoort tot de oudere werklocaties van Lelystad: vrijwel alle panden zijn voor 1982 gebouwd. Het binnenstedelijke bedrijventerrein Jol kent een oppervlakte van 2,2 hectare en ligt ten noorden van regulier bedrijventerrein Noordersluis. Het ligt direct aan de Visarenddreef en is daarmee via de weg goed ontsloten. De panden op dit terrein zijn op een enkeling na gebouwd uit de periode voor 1982. Het terrein is volledig uitgegeven. Het bedrijventerrein Griend is één van de kleinste terreinen van Lelystad. Met de ligging aan de Geldersedreef is ook dit terrein goed via de weg ontsloten. De panden op dit terrein kennen vrijwel allen een bouwjaar tussen 1983 en 1992. Ook dit terrein is volledig uitgegeven.

In het aantal vestigingen van bedrijvigheid op deze binnenstedelijke bedrijventerreinen is de sector handel het best vertegenwoordigd. Deze handel is steeds vaker consumentengericht. Op Gildenhof gaat het traditioneel om handel in auto’s, caravans en andere volumineuze artikelen. Daarnaast is er nog enige bedrijvigheid in de sectoren bouw(nijverheid), industrie & energie en dienstverlening te vinden op dit terrein. In het aantal banen zijn vooral de sectoren (bouw)nijverheid, industrie & energie en dienstverlening bijna net zo sterk vertegenwoordigd als de sector handel. Vooral het grote aandeel (29%) zakelijke dienstverlening en financiële diensten valt op. Een verklaring hiervoor is dat woningcorporatie Centrada op dit terrein gevestigd is. Het onroerend goed is met 69 procent van de banen in de zakelijke dienstverlening en financiële diensten dan ook verantwoordelijk voor het overgrote deel van het aantal banen in de sector. Verder zorgen de aanwezige autobedrijven ervoor dat goed gebruik gemaakt wordt van de mogelijkheid om bedrijvigheid uit milieucategorie 3.2 te vestigen op het terrein.

Figuur 5.4: Banen per sector Gildenhof, Kempenaar, Griend en Jol per 1-4-2012

Bron: Provincie Flevoland, bewerking Gemeente Lelystad, O&S, 2012

De sectorale verdeling van de werkgelegenheid van deze binnenstedelijke bedrijventerreinen verschilt onderling. In algemene zin kan gesteld worden dat de sectoren handel en zakelijke dienstverlening zeer belangrijk zijn voor de werkgelegenheid op elk terrein. Kempenaar vormt hier een uitzondering op. Op dit terrein is (bouw)nijverheid, industrie & energie ook een belangrijke sector. Verder is het opvallend dat op Kempenaar een bepaald percentage aan werkgelegenheid in niet-economische of semi-economische functies (overheid & zorg, cultuur & recreatie) is. Dit kan een signaal zijn voor een langzame functieverandering van het terrein.

De kwaliteit op deze binnenstedelijke terreinen is voldoende, maar kan door de ouderdom snel verminderen als panden leeg komen te staan. Op Gildenhof heeft de kwaliteit in 2005 een positieve impuls gekregen, doordat een gedeelte van de hoofdinfrastructuur (Schroefstraat) werd vernieuwd. Het feit dat er op Gildenhof nauwelijks sprake is van leegstand draagt bij aan de redelijke uitstraling van het terrein.

Als laatste dient opgemerkt te worden dat er op deze binnenstedelijke bedrijventerreinen steeds meer sprake is van consumentengerichte bedrijfsactiviteiten, waardoor de terreinen hun karakter van traditioneel bedrijventerrein verliezen. In combinatie met de weinige leegstand en de geboden werkgelegenheid zorgt dit er echter wel voor dat deze terreinen kunnen worden aangemerkt als goed functionerende werklocaties.

Toekomstperspectief

Hoewel de terreinen nu goed functioneren, bestaat het vermoeden dat wanneer een bedrijf vertrekt het moeilijk wordt een soortgelijke functie terug te laten keren. Daarbij is het oorspronkelijke profiel van deze binnenstedelijke terreinen in de loop van de jaren enigszins vervaagd. Deze ontwikkeling zal de komende jaren gemonitord worden. De toenemende vraag naar bedrijfsruimte van kleinschalige bedrijvigheid en niet-economische functies op bedrijventerreinen in combinatie met de functievervaging die zich op deze locaties voltrekt, heeft ertoe geleid dat voor deze binnenstedelijke bedrijventerreinen (organische) transformatie naar een gemengd milieu wordt voorgesteld door op deze locaties meerdere functies zoals voorzieningen, wonen en in zeer beperkte mate detailhandel toe te staan. De centrale ligging van de terreinen en de goede bereikbaarheid zijn gunstig voor bezoekers van dergelijke functies (sociaal-cultureel, maatschappelijk) en de ligging te midden van woonwijken zorgt daarbij voor een zeker niveau van sociale controle en veiligheid. De nabijheid van woningen kent echter ook belemmeringen. Functies met een hoge verkeersaantrekkende werking en/of geluidsproductie zijn ongeschikt voor vestiging op deze locaties. De gevestigde bedrijvigheid uit een hoge hindercategorie zal niet worden verplaatst, maar mocht deze bedrijvigheid de locatie verlaten dan is het zaak dat er geen bedrijvigheid voor in de plaats komt uit eenzelfde of hogere hindercategorie. Op basis van de categorisering uit de Staat van Bedrijfsactiviteiten – functiemenging van de VNG kan per locatie bepaald worden welke bedrijvigheid milieutechnisch inpasbaar is. Dit zal bij het herzien per bestemmingsplan opgenomen worden.

Detailhandel

Voor deze locaties gelden de uitgangspunten die in hoofdstuk 4 uiteengezet zijn met betrekking tot detailhandel op bedrijventerreinen. In principe is detailhandel op deze locaties niet toegestaan. Bij hoge uitzondering is het mogelijk om met of zonder ontheffing de vestiging van detailhandel op bedrijventerreinen toe te laten. Hieronder is weergegeven welke branches naast productiegebonden en ondergeschikte detailhandel wel met of zonder ontheffing kunnen worden toegestaan:

Werklocatie

Zonder ontheffing

Met ontheffing

Kempenaar, Griend, Jol en Gildenhof

ABC-branches

Grove bouwmaterialen

Woninginrichting

Keukens en sanitair

Tuingerelateerd

Installatiegerelateerd

Rijwielen

Kringloopwinkels

5.4 Specifieke werkmilieus

5.4.1 Reguliere bedrijventerreinen

5.4.1.1Flevopoort

Type locatie

Regulier bedrijventerrein

Eerste bouwjaar

2001

Naam bestemmingsplan

Bedrijventerrein Lelystad-Zuid (2001)

Ontwerp bestemmingsplan Bedrijventerrein Flevopoort (2012)

Netto uitgegeven

24ha

Plancapaciteit

Tot 2020:

43,1 ha

2020-2030:

19ha

2030-2040:

0ha

Totaal tot 2040:

62,1 ha

Handelingsperspectief

Groeigebied

Stand van zaken

Het jongste bedrijventerrein van Lelystad is Flevopoort. Dit hoogwaardige bedrijventerrein ligt aan de zuidkant van de stad, naast de A6. De nabijheid van de afrit van deze snelweg zorgt voor een uitstekende bereikbaarheid. Flevopoort heeft een oppervlakte van 84 ha. verdeeld over vijf clusters. Deze clustervorming maakt het mogelijk om te variëren in de kavelgrootte, waardoor een breed spectrum aan vestigingsmogelijkheden ontstaat. Op cluster 5 zijn vooral veel woon-werkeenheden te vinden en op dit cluster zijn ook de meeste, vooral kleine kavels uitgegeven. Op cluster 4 is ongeveer de helft van de kavels uitgegeven, terwijl de uitgifte op clusters 1 en 2 zich vooralsnog beperkt tot een aantal. Cluster 3 is nog niet in ontwikkeling.

Op Flevopoort zijn veel bedrijven uit de sector handel gevestigd en kan met recht een handelsterrein genoemd worden. Verder is ook de sector (bouw)nijverheid, industrie en energie goed vertegenwoordigd. Deze laatste sector concentreert zich vooral op cluster 5 in de woon- werkeenheden. Naast deze sectoren is er ook bedrijvigheid gevestigd die verschillende dienstverlenende activiteiten uitvoeren. Ook in de werkgelegenheidscijfers komt de dominantie van de sector handel tot uiting. Dat “maar” 12 procent van de werkgelegenheid actief is in de sector (bouw)nijverheid, industrie en energie duidt er gezien de hoeveelheid vestigingen op dat er in deze sector vooral kleine ondernemingen met weinig werknemers gevestigd zijn. De totale werkgelegenheid op Flevopoort is 512 banen, wat gelijk staat aan 1,8 procent van het Lelystadse totaal.

Figuur 5.5: Banen per sector Flevopoort per 1-4-2012

Bron: Provincie Flevoland, bewerking Gemeente Lelystad, O&S, 2012

Ondanks dat Flevopoort een jong terrein is, is er sprake van enige leegstand. Deze leegstand concentreert zich vooral in bedrijfsverzamelgebouwen op het terrein. Meer dan de helft van deze leegstand is structureel te noemen (sinds 2009 en langer leeg). Toch heeft dit nog geen grote invloed op de kwaliteit van het terrein. Doordat er veel aandacht wordt besteed aan de stedenbouwkundige kwaliteit is het terrein een representatieve locatie.

Flevopoort is met betrekking tot toegestane milieucategorieën gezoneerd te noemen. Op het grootste deel van cluster 5 is maximaal categorie 2 toegestaan en op een kleiner deel van dit cluster maximaal categorie 3.2. Op cluster 3 geldt voor het grootste deel een maximale milieucategorie van 3.2 met een klein deel waar bedrijvigheid uit categorie 4.1 is toegestaan. Op de overige clusters (1, 2 en 4) geldt een maximale milieucategorie van 4.1. Opmerkelijk is dat op elk cluster enige verkleuring optreedt in de richting van lagere milieucategorieën dan toegestaan.

Conclusie

Flevopoort is een hoogwaardig terrein met een sterke ruimtelijke kwaliteit en een goede bereikbaarheid. Dit lijkt vooral handelsbedrijven en bedrijven uit de lagere milieucategorieën aan te trekken. De locatie ontwikkelt zich tot een terrein met minder milieubelastende bedrijvigheid. Overigens gaat het vooral om activiteiten met behoefte aan een eigen pand: er is veel leegstand in bedrijfsverzamelgebouwen.

Toekomstperspectief

Flevopoort is nog een jong terrein, waardoor het nog te vroeg is om rigoureuze beleidsveranderingen door te voeren. Er is nog volop ruimte voor groei in dit gebied en het bestaande beleid blijft dan ook grotendeels overeind. Hierbij ligt de focus in de clusters 1 en 2 vooral op bedrijven uit de zwaardere milieucategorieën (vanaf 2 tot 3). Voor de clusters 3, 4 en 5 die zijn gesitueerd aan de stadskant, lijkt mede gelet op de toekomstige ontwikkeling van de wijk Warande, het ongewenst dat zich hier bedrijvigheid uit de milieucategorie 4.1 vestigt. Om te voorkomen dat dit gebeurt dient de toegestane milieucategorie op cluster 4 verlaagd te worden.

Detailhandel

De vestiging van detailhandel op een regulier bedrijventerrein als Flevopoort wordt als onwenselijk geacht. Voor deze locatie gelden de uitgangspunten met betrekking tot detailhandel op bedrijventerreinen die in hoofdstuk 4 zijn geformuleerd. Detailhandel is dan ook in principe niet toegestaan. Naast productiegebonden en ondergeschikte detailhandel is het echter onder zeer strikte voorwaarden mogelijk om in zeer beperkte mate enkele vormen van detailhandel al dan niet met ontheffing toe te staan. In aanmerking komen de volgende branches:

Zonder ontheffing

Met ontheffing

ABC-branches

Grove bouwmaterialen

Brand- en explosiegevaarlijke stoffen

Rijwielen

Installatiegerelateerd

Tuingerelateerd

Sauna’s, fitnessapparatuur e.d.

5.4.1.2Larserpoort

Type locatie

Regulier bedrijventerrein

Eerste bouwjaar

1981

Naam bestemmingsplan

Bestemmingsplan Lelystad – Larserknoop (2010)

Netto uitgegeven

44ha

Plancapaciteit

Tot 2020:

10,1 ha

2020-2030:

0ha

2030-2040:

0ha

Totaal tot 2040:

10,1 ha

Handelingsperspectief

Groeigebied

Stand van zaken

Het bedrijventerrein Larserpoort betreft het meest hoogwaardige terrein van Lelystad. Het is een locatie met uitsluitend omvangrijke kavels (vanaf 5.000 m2) in het zuiden van Lelystad, pal ten oosten van de A6 en ten westen van Lelystad Airport. De L-vorm van het terrein direct langs de A6 en N302 maakt van veel kavels op Larserpoort een zichtlocatie. Hoewel al in de jaren tachtig enkele gebouwen in het gebied zijn neergezet, is de ontwikkeling van het terrein in de jaren negentig echt op gang gekomen. Er is sprake van een inwaartse ontwikkeling: de zichtlocaties direct aan de A6 en de N302 aan de buitenrand zijn als eerste bebouwd, terwijl de nieuwste gebouwen aan de binnenrand van het terrein tot ontwikkeling zijn gekomen. De ontsluiting is door de ligging naast de snelweg uitstekend en de geplande uitbreiding van Lelystad Airport kan een positieve uitwerking hebben op de uitgifte van Larserpoort.

Veruit de meeste bedrijfsvestigingen zijn actief in de sector handel. Verder zijn er ook bedrijven uit de sectoren informatie & communicatie, zakelijke dienstverlening en (bouw)nijverheid, industrie & energie gevestigd. Hoewel het aantal handelsvestigingen alle andere sectoren overtreft, is de informatie en communicatiesector belangrijk voor de werkgelegenheid op Larserpoort. Dit past bij het hoogwaardige karakter van het terrein. Het is vooral Omroep Flevoland dat een grote bijdrage levert aan de werkgelegenheid in deze sector op dit terrein.

Figuur 5.6: Banen per sector Larserpoort per 1-4-2012

Bron: Provincie Flevoland, bewerking Gemeente Lelystad, O&S, 2012

Larserpoort is opgedeeld in drie milieuzones: maximaal categorie 3.2, maximaal categorie 4.1 en maximaal categorie 4.2. Opmerkelijk is dat in de zones die bestemd zijn voor bedrijven in de zwaarste categorie (4.1 en 4.2) op twee uitzonderingen na alleen maar handelsbedrijven met een lagere milieuhinder gevestigd zijn. In de 3.2-zone zijn wel vooral bedrijven met een passende milieucategorie te vinden.

Larserpoort is bedoeld voor hoogwaardige bedrijven die belang hechten aan uitstraling. Daarin is het belangrijk dat een terrein goed onderhouden wordt en dat leegstand geen bedreiging vormt voor de ruimtelijke kwaliteit. Er is nauwelijks sprake van leegstand. Wel staan er een aantal grote panden gedeeltelijk leeg, maar omdat het hier gaat om recent gebouwde objecten, is het goed mogelijk dat het hier gaat om bedrijven die rekening hebben gehouden met de groei van hun onderneming. De uitstraling van Larserpoort wordt positief beïnvloed door de samenwerking die de ondernemers onderling zijn aangegaan op het gebied van veiligheid: 21 van de 27 bedrijven nemen deel aan de collectieve beveiliging door middel van cameratoezicht.

Toekomstperspectief

Bedrijventerrein Larserpoort functioneert en ontwikkelt zich goed. Ook in de toekomst zal het terrein fungeren als visitekaartje voor werklocaties in Lelystad. Op het moment zijn er geen zaken die het hoogwaardige karakter van het terrein bedreigen. In de komende jaren ligt de nadruk op het behoud van het hoogwaardige karakter en de verdere groei van het terrein. Bij nieuwe vestigingen is het gewenst om vooral te richten op bedrijvigheid in de milieucategorieën tot en met 3 en waar passend naar aard en schaal categorie 4.

Detailhandel

Om het hoogwaardige karakter van Larserpoort te behouden gelden iets andere uitgangspunten met betrekking tot de vestiging van detailhandel op bedrijventerreinen. De vestiging van detailhandel op Larserpoort wordt als zeer onwenselijk beschouwd en met uitzondering van productiegebonden en ondergeschikte detailhandel wordt detailhandel op deze locatie dan ook niet toegestaan.

5.4.1.3Noordersluis

Type locatie

Regulier bedrijventerrein

Eerste bouwjaar

1967

Naam bestemmingsplan

Bestemmingsplan Noordersluis (2003)

Concept ontwerp Bestemmingsplan Noordersluis (2012)

Netto uitgegeven

123ha

Plancapaciteit

Tot 2020:

12,3 ha

2020-2030:

0ha

2030-2040:

0ha

Totaal tot 2040:

12,3 ha

Handelingsperspectief

Beperkt groeigebied

Stand van zaken:

Noordersluis is een bedrijventerrein gelegen in het zuidwesten van Lelystad. Het terrein is een van de grotere terreinen en kent een gemengd karakter; zowel lichte als industriële bedrijvigheid funcioneert op dit terrein naast elkaar. De ligging aan het stedelijk hoofdwegennet (Visarenddreef en Westerdreef) en een doorgaande vaarroute nabij het Markermeer vormen specifieke vestigingsfactoren die gunstig zijn voor transportbedrijven, dienstverlenende bedrijvigheid en bedrijvigheid gericht op zeil- en recreatievaart. Het gebied is verder functioneel en ruim opgezet, waarbij de Zuiveringweg voor de belangrijkste interne ontsluiting zorgt.

Het terrein kent een geleidelijke ontwikkeling in de tijd. Het oudste gedeelte aan de westelijke rand is gebouwd in de jaren zeventig. Vervolgens is Noordersluis in de jaren tachtig en negentig in oostelijke richting uitgebreid, waarna in de jaren 2000 vervolgens sprake geweest is van opvulling van lege plekken verspreid over het gehele terrein. Momenteel is Noordersluis vrijwel geheel uitgegeven. Aan de zuidoost rand en in het noorden van het terrein zijn nog kavels beschikbaar voor toekomstige uitbreiding van in totaal 12,3 hectare. Aanvankelijk is het terrein in de jaren 70 aan de rand van de stad ontwikkeld. In de loop der jaren is Noordersluis echter steeds meer ingesloten geraakt door woningbouw.

Het bedrijventerrein kent enige leegstand (14%). Wat opvalt is dat deze leegstand verspreid is over het terrein en voorkomt in de nieuwere (jaren negentig en later) en in bedrijfsverzamel- en kleine gebouwen. Het grote deel van deze leegstand kan als structureel worden aangeduid, omdat veel panden al sinds 2009 of 2010 leegstaan.

Noordersluis kent een inwaartse milieuzonering, wat inhoudt dat in het midden van het terrein een maximum van milieucategorie 4.2 toegestaan is en dat de maximaal toegestane categorie afneemt

naarmate de zone verder naar de rand van Noordersluis – en dus dichter bij de woongebieden – ligt. Voor Noordersluis geldt aan de zuidelijke rand van het bedrijventerrein een maximale categorie 3.1 en aan de noordelijke rand een maximum van categorie 3.2. In de praktijk blijkt dat de zonering op dit terrein goed gehandhaafd wordt. De bedrijvigheid met een zwaardere milieuhinder op Noordersluis zitten vooral in het gebied waar zij volgens de milieuzonering gevestigd mogen zijn. Echter, doordat er alleen sprake is van een bovengrens aan toegestane milieucategorieën en een ondergrens ontbreekt, wordt deze zwaardere bedrijvigheid omringd door bedrijvigheid uit lagere milieucategorieën. Dit zou voor negatieve externe effecten kunnen zorgen.

De bedrijven op Noordersluis zijn voornamelijk actief in de sectoren (bouw)nijverheid, industrie & energie, handel en zakelijke dienstverlening. Hieruit blijkt dat Noordersluis zeer geschikt is voor groothandel en industrie, hetgeen ook uit de werkgelegenheidscijfers blijkt. Zo is 57 procent van de werkzame personen op Noordersluis werkzaam in de sector (bouw)nijverheid, industrie & energie. Met 3.211 banen (11,2% van de totale werkgelegenheid in Lelystad) is Noordersluis een van de belangrijke bronnen voor werkgelegenheid.

Figuur 5.7: Banen per sector Noordersluis per 1-4-2012

Bron: Provincie Flevoland, bewerking Gemeente Lelystad, O&S, 2012

Naast bedrijfspanden zijn er op Noordersluis ook redelijk veel (bedrijfs)woningen ontwikkeld. Er is sprake van een clustering van deze woonfunctie in drie deelgebieden: in het zuiden langs de vaart, in het oosten in de omgeving van de Schoepenweg en in het noorden in de omgeving van de Spuiweg. Daarnaast zijn er verspreid over het terrein ook nog een aantal woningen te vinden. De woningen in genoemde clusters worden vooral omringd door bedrijven in milieucategorie 2, en in mindere mate categorie 3. Dit lijkt weinig tot geen problemen te veroorzaken. De verspreide woningen bevinden zich echter vaak in de nabijheid van bedrijven uit de zwaardere milieucategorieën (3.2 en 4) wat voor ongewenste situaties kan zorgen.

Toekomstperspectief

In de loop der jaren is Noordersluis omsloten geraakt door woonwijken, maar gezien de samenstelling van de werkgelegenheid (veel nijverheid, industrie & energie), de maximaal toegestane milieucategorie (4.2) en de aanwezigheid van een aantal grote (in oppervlakte) bedrijven met zwaardere milieuhinder is Noordersluis een terrein dat in eerste instantie niet direct in de nabijheid van woonwijken verwacht zou worden. Dit en het feit dat er steeds meer bedrijven uit lagere milieucategorieën op het terrein verschijnen zal voor de toekomstbestendigheid van het terrein de nadruk komen te liggen op deze laatste ontwikkeling. Om ongewenste nabuurschapseffecten tussen

bedrijven onderling en tussen het terrein en omliggende wijken te voorkomen kan Noordersluis verder verkleuren in de richting van een bedrijventerrein voor bedrijvigheid met een lagere milieubelasting en een lager risico. Hier wordt mee gestart door de huidige milieuzonering enigszins aan te passen (zie figuur 5.8). Het overgrote deel van Noordersluis zal blijven functioneren als regulier bedrijventerrein (milieucategorie 2 t/m 4.2), maar een deel van het terrein ten noorden van de Zuiveringweg dat nu is gezoneerd voor bedrijvigheid uit de milieucategorieën tot en met 4.1 en 4.2 zal worden teruggebracht tot een maximum van milieucategorie 3.2. Op dit deel van het terrein bevindt zich geen bedrijvigheid uit de hoogste categorieën.

Figuur 5.8: Herziene milieuzonering Noordersluis

Verder kent Noordersluis een opgave ten aanzien van wonen op het terrein. Er is hier sprake van verschillende concentraties woningen te midden van bedrijvigheid. De behoefte aan voorzieningen (voetpaden en speelplaatsen) die bewoners hebben staan in contrast met de functie bedrijventerrein. Op termijn kunnen dergelijke voorzieningen de marktconformiteit van het terrein beschadigen. Om dat te voorkomen wordt de verdere uitbreiding van de woon-werkfunctie niet aangemoedigd.

Detailhandel

Voor Noordersluis gelden de uitgangspunten met betrekking tot de vestiging van detailhandel zoals deze in hoofdstuk 4 geformuleerd zijn. Detailhandel op deze locatie wordt in principe niet toegestaan. Slechts onder die strikte voorwaarden is het mogelijk dat er naast productiegebonden en ondergeschikte detailhandel al dan niet met ontheffing in zeer beperkte mate detailhandel wordt toegestaan uit de volgende branches:

Zonder ontheffing

Met ontheffing

ABC-Branches

Grove bouwmaterialen

Brand- en explosiegevaarlijke stoffen

Rijwielen

Kringloopwinkels

Aan de oostkant van dit regulier bedrijventerrein is de PDV-locatie Westerdreef gelegen. Op dit deel gelden andere voorwaarden met betrekking tot de vestiging van detailhandel. Hierop wordt in paragraaf 5.4.4.4 nader ingegaan.

5.4.1.4Middendreef

Type locatie

Regulier bedrijventerrein

Eerste bouwjaar

1991

Naam bestemmingsplan

Bedrijventerrein Middendreef-Zuid (1999)

Ontwerp bestemmingsplan Lelystad Midden-West (2012)

Netto uitgegeven

2ha

Plancapaciteit

Tot 2020:

0- 0,4 ha

2020-2030:

0ha

2030-2040:

0ha

Totaal tot 2040:

0- 0,4 ha

Handelingsperspectief

Balansgebied

Stand van zaken

De locatie Middendreef kan getypeerd worden als een gemengd bedrijventerrein en is centraal in de stad gelegen aan de oostkant van het spoor in de directe nabijheid van de Larserdreef. De locatie is bestemd voor bedrijvigheid passend in de milieucategorieën 1 en 2. Er zijn 458 arbeidsplaatsen (1,6% van het Lelystadse totaal), waarvan maar liefst 89% actief is in de zakelijke of financiële dienstverlening. Dit is passend bij het feit dat er op het terrein enkele panden staan die zijn aangemerkt als kantoor.

Figuur 5.9: Banen per sector Middendreef per 1-4-2012

Bron: Provincie Flevoland, bewerking Gemeente Lelystad, O&S, 2012

Vrijwel alle panden zijn gebouwd in de jaren negentig. Daarna heeft nog een zeer beperkt aantal bedrijven zich hier gevestigd. Het terrein is bijna in zijn geheel uitgegeven. Verder is er op het terrein geen sprake van leegstand en zijn de panden van goede kwaliteit met een prima uitstraling. De waardeontwikkling van de objecten in de afgelopen periode van 5 jaar is dan ook positief.

Toekomstperspectief

De diverse kwaliteitsaspecten geven geen reden om aan te nemen dat er op de korte- en middellange termijn negatieve ontwikkelingen plaats zullen vinden die een vorm van herstructurering noodzakelijk maakt. Het terrein functioneert prima en is in relatie tot de beperkte omvang goed voor relatief veel banen. De locatie geeft ruimte aan kleinschalige, gemengde bedrijvigheid uit de milieucategorieën 1 en 2. Detailhandel op deze locatie is niet toegestaan.

5.4.1.5Rivierenbuurt (Ketelmeerstraat, Merwede en Sont)

Type locatie

Regulier bedrijventerrein

Eerste bouwjaar

Ketelmeerstraat Merwede

Sont

1991

1997

1981

Naam bestemmingsplan

Bestemmingsplan Waterwijk-Zuid (2012)

Bestemmingsplan Waterwijk-Noord (2010)

Netto uitgegeven

3ha.

Plancapaciteit

Tot 2020:

1,6 ha.

2020-2030:

0ha.

2030-2040:

0ha.

Totaal tot 2040:

1,6 ha.

Handelingsperspectief

Balansgebeid

Beperkt groeigebied (Merwede)

Stand van zaken

De Rivierenbuurt is een wijk aan de zuidoost kant van Lelystad. De bedrijventerreinen in deze wijk zijn verdeeld over twee locaties: aan de zuidrand kan bedrijvigheid zich vestigen aan de Ketelmeerstraat en de Merwede en aan de noordrand op Sont. Het terrein Sont is een erg klein terrein dat ontwikkeld is in de jaren tachtig. De zone Ketelmeerstraat heeft zich vooral in de jaren negentig en begin jaren 2000 ontwikkeld. Merwede is de nieuwste werklocatie in dit gebied en is de laatste vijftien jaar tot ontwikkeling gekomen. De zone Ketelmeerstraat en Merwede zijn via de Larserdreef goed bereikbaar vanaf de A6 en kennen door de ligging aan deze toegangsweg tot de stad ook een aantal zichtlocaties.

Op deze werklocaties is vooral relatief lichte bedrijvigheid te vinden in de dienstverlening en handel. Verder zijn er in de Ketelmeerstraat bovendien een aantal ICT-bedrijven gevestigd en zijn er een aantal bedrijfspanden in de gemeentelijke registratie aangemerkt als kantoor. Passend bij deze achtergrond van sectoren en hoeveelheid kantoren blijkt dat de meeste bedrijven tot de lagere milieucategorieën behoren. De bedrijven met de hoogste categorie zijn autobedrijven die veelal tot categorie 3 behoren.

De werkgelegenheid op de drie locaties geeft een divers beeld. Op deellocatie Sont valt het grote aandeel (58 procent) van de sector cultuur, recreatie & overige dienstverlening op. Veel van deze banen worden onder overige dienstverlening gerekend en met name wellness en lichaamsverzorging is goed vertegenwoordigd. Verder zijn de sectoren Zakelijke- en financiële dienstverlening (27 procent) en Overheid en zorg (11,5 procent) goed vertegenwoordigd. Op de deellocatie Ketelmeerstraat zijn het vooral de sectoren Handel en Informatie en communicatie die voor de werkgelegenheid zorgen (beide 40 procent). Daarnaast zorgen de sectoren Zakelijke en financiële dienstverlening, Overheid en zorg en Cultuur, recreatie en overige diensten voor de overige werkgelegenheid met respectievelijk 11,4 en 5 procent. Op de deellocatie Merwede is het de sector Zakelijke en financiële dienstverlening (93 procent) die voor vrijwel alle werkgelegenheid zorgt. De sector Handel zorgt op die deellocatie voor de overige werkgelegenheid.

Figuur 5.10: Banen per sector Sont, Ketelmeerstraat en Merwede per 1-4-2012

Bron: Provincie Flevoland, bewerking Gemeente Lelystad, O&S, 2012

Er zijn in de Rivierenbuurt geen aanwijzingen te bespeuren voor toekomstige aandachtsgebieden, hoewel er wel sprake is van (beperkte) structurele leegstand kan de kwaliteit en uitstraling van het gehele gebied als positief worden aangemerkt. Dit wordt ondersteund door het feit dat de vastgoedwaarde op de terreinen de laatste jaren voornamelijk een positieve ontwikkeling heeft doorgemaakt.

Toekomstperspectief

In tegenstelling tot de binnenstedelijke bedrijventerreinen Gildenhof, Kempenaar, Jol en Griend, zijn er op deze terreinen geen signalen en redenen om aan te nemen dat er op de korte en middellange termijn sprake zal zijn van een teruggang in kwaliteit en problemen met structurele leegstand. Waar op andere terreinen een functieverandering naar meer niet-economische activiteiten wordt toegestaan, is daar op deze locatie geen sprake van. Detailhandel en niet-economische functies worden op deze locaties dan ook zoveel mogelijk geweerd..

Enige uitbreiding is nog mogelijk op de deellocatie Merwede. Conform de afspraken binnen het Platform Bedrijventerreinen en Kantoren van de Metropoolregio Amsterdam (Plabeka) is hier in de periode tot 2020 nog 1,6 hectare beschikbaar voor de ontwikkeling van nieuwe bedrijfslocaties. De focus hierbij zal vooral liggen op kleinschalige, gemengde bedrijvigheid uit de milieucategorieën 1 tot en met 3.

Detailhandel

Voor de Ketelmeerstraat gelden de uitgangspunten met betrekking tot de vestiging van detailhandel zoals deze in hoofdstuk 4 geformuleerd zijn. Detailhandel op deze locatie wordt in principe niet toegestaan. Slechts onder die strikte voorwaarden is het mogelijk dat er naast productiegebonden en ondergeschikte detailhandel al dan niet met ontheffing in zeer beperkte mate detailhandel wordt toegestaan uit de onderstaande branches. Op de Sont en de Merwede is detailhandel uitgesloten met uitzondering van productiegebonden en ondergeschikte vormen van detailhandel.

Werklocatie

Zonder ontheffing

Met ontheffing

Ketelmeerstraat

ABC-branches

Grove bouwmaterialen

Woninginrichting Keukens en sanitair Tuingerelateerd Installatiegerelateerd Rijwielen

Kringloopwinkels

Merwede

Geen

Geen

Sont

Geen

Geen

5.4.1.6Airport Garden City / Larserknoop

Type locatie

Regulier bedrijventerrein

Eerste bouwjaar

-

Naam bestemmingsplan

Bestemmingsplan Lelystad – Larserknoop (2010)

Netto uitgegeven

0ha

Plancapaciteit

Tot 2020:

66ha

2020-2030:

65,5 ha

2030-2040:

40ha

Totaal tot 2040:

171,5 ha

2040 en verder:

23,5 ha

Handelingsperspectief

Groeigebied

Stand van zaken

De ontwikkeling en het beheer van “Airport Garden City” (Larserknoop) is in handen van de Ontwikkelingsmaatschappij Airport Lelystad Almere (OMALA) en is een initiatief van de gemeenten Lelystad en Almere en de provincie Flevoland. Deze partijen zijn allen vertegenwoordigd in eerder genoemde ontwikkelingsmaatschappij. Het plangebied voor dit terrein ligt tussen het bedrijventerrein Larserpoort, de A6, de N302 en Luchthaven Lelystad en heeft nu vooral nog een agrarische functie. Voor de periode tot 2020 is 96 hectare grond beschikbaar voor de ontwikkeling van een hoogwaardig bedrijventerrein.

Door de ligging nabij de A6 en de N302 is het gebied over de weg goed bereikbaar. De toekomstige ontwikkeling van een hoogwaardige openbaarvervoersverbinding (HOV) maakt dat het gebied een knooppuntfunctie krijgt. Dit maakt het aantrekkelijk voor grootschalige publieksfuncties, zoals beurs-, congres- en tentoonstellingsruimten. Daarnaast is het geschikt voor logistieke bedrijven en aantrekkelijk voor (regionale) kantoren die zich wegens de uitstraling en nabijheid van de luchthaven willen vestigen.

Toekomstperspectief

Het besluit tot verlenging van de start-/landingsbaan van de luchthaven, maakt het voor grote vliegtuigen mogelijk te landen op Lelystad Airport. Dit is een stimulans voor de bedrijvigheid in Airport Garden City. Het plangebied is deels als hoogwaardig, deels als logistiek en deels als luchthavengerelateerd terrein bedoeld en kent een ruime milieucategorisering die ruimte biedt aan bedrijvigheid tot categorie 3.2/4.1 Tot 2040 is 171,5 hectare uit te geven en in de jaren daarna nog eens 23,5 hectare. Het toekomstige bedrijventerrein Airport Garden City zorgt ervoor dat het tekort

72Larserpoort is vrijwel geheeluitgegeven.

aan hoogwaardig terrein in Lelystad aangevuld wordt. Tevens draagt het terrein bij aan een uniek aanbod aan logistiek terrein nabij een luchthaven, wat het terrein tot een locatie van “bovenregionaal belang” maakt. Het programma voor dit plangebied blijft dan ook gehandhaafd. Detailhandel dient evenals op de andere reguliere bedrijventerreinen in beginsel geweerd te worden. Buiten productiegebonden en ondergeschikte detailhandel is de vestiging van detailhandel op dit terrein dan ook niet toegestaan. .

5.4.1.7Luchthaven Lelystad

Type locatie

Regulier bedrijventerrein

Eerste bouwjaar

1975

Naam bestemmingsplan

Bestemmingsplan Vliegveld – bedrijventerrein (1987) Ontwerpbestemmingsplan Lelystad – Luchthaven (2011)

Netto uitgegeven

15,6 ha

Plancapaciteit

Tot 2020:

6,4 ha

2020-2030:

12ha

2030-2040:

0ha

Totaal tot 2040:

18,4 ha

Handelingsperspectief

Groeigebied

Stand van zaken

Het bedrijventerrein bij Lelystad Airport is een niet-gemeentelijk, thematisch bedrijventerrein dat bedoeld is voor vliegtuig- en passagiersgerelateerde bedrijvigheid. Kantoren die geen relatie hebben met de luchthaven, wonen en niet-locatieverzorgende voorzieningen zijn uitgesloten voor vestiging. Deze verbondenheid met luchthavenactiviteiten is terug te zien in de sectorale verdeling van de werkgelegenheid. Er is vooral werkgelegenheid in de sectoren vervoer & opslag en overheid & zorg (hieronder valt ook onderwijs: vliegschool).

Figuur 5.11: Banen per sector Luchthaven Lelystad per 1-4-2012

Bron: Provincie Flevoland, bewerking Gemeente Lelystad, O&S, 2012

Het luchthaventerrein heeft zich ontwikkeld vanaf 1975 en is met name in de jaren tachtig en negentig van de 20e eeuw gegroeid. Met het oog op de toekomstige ontwikkelingen ten aanzien van de luchtvaart van en naar Lelystad, is er op het terrein nog voldoende plancapaciteit. In de periode tot 2030 is er op het gebied direct nabij de luchthaven 18,4 hectare uitgeefbaar.

Op verschillende plekken op het terrein is er sprake van verouderde gebouwen, die qua uitstraling en kwaliteit achterblijven bij de nieuwste bebouwing. Het gaat in dit geval ook om panden die (gedeeltelijk) leegstaan. Dit is een mogelijke bedreiging van de kwaliteit en uitstraling van het terrein in de toekomst.

Verder geldt op het bedrijventerrein naast de luchthaven een maximale milieucategorie van 4.2 voor vestiging van bedrijvigheid. In de praktijk blijken er echter vooral bedrijven uit lagere milieucategorieën (maximaal 3) gevestigd te zijn.

Toekomstperspectief

De toekomst van dit niet-gemeentelijke terrein is gerelateerd aan de toekomstige ontwikkeling van de luchthaven en is gericht op groei. Voorwaarde voor vestiging is dat bedrijvigheid vliegtuig- en/of passagiersgerelateerd moet zijn.

Detailhandel

In het op te richten terminalgebouw op het luchthaventerrein wordt op termijn ruimte geboden aan detailhandelsactiviteiten. Daarbij wordt beoogd om enkel die detailhandelsvestigingen toe te staan die zijn gericht op de passagiers- en bezoekersstromen van de luchthaven. Deze voorzieningenconcentratie staat derhalve los van de stedelijke verzorgingshiërarchie.

5.4.1.8Bio Science Park

Type locatie

Regulier bedrijventerrein

Eerste bouwjaar

-

Naam bestemmingsplan

Bestemmingsplan Bio SciencePark (2002)

Netto uitgegeven

0ha

Plancapaciteit

Tot 2020:

32ha

2020-2030:

0ha

2030-2040:

0ha

Totaal tot 2040:

32ha

Handelingsperspectief

Groeigebied

Stand van zaken

Het Bio Science Park is een nog te ontwikkelen bedrijvenlocatie ten oosten van afrit 11 van de A6 in het buitengebied van Lelystad. Het is een niet-gemeentelijk terrein van Wageningen University & Research Centre (WUR) dat specifiek bedoeld is voor bedrijven uit de agro- en farmaceutische sector en voor de ontwikkeling van kennisinstellingen met een identiteit van technologisch hoogwaardige bedrijvigheid. Activiteiten die zich hier mogen vestigen moeten passen binnen de milieucategorieën 1 t/m 4.

Toekomstperspectief

Hoewel sinds 1999, de oplevering van het Bio Science Park, er nog geen bedrijven zijn gevestigd, blijft het thema “Bio Science” gehandhaafd. Het betreft hier een niet-gemeentelijk terrein. Detailhandel wordt op deze locatie is uitgesloten.

5.4.2 Industrieterreinen

5.4.2.1Oostervaart

Typelocatie

Industrieterrein

Eerste bouwjaar

1966

Naam bestemmingsplan

Bestemmingsplan Oostervaart (1979)

Bestemmingsplan Oostervaart-Oost (2001)

Ontwerp bestemmingsplan Bedrijventerrein Oostervaart (september 2011)

Netto uitgegeven

118ha

Plancapaciteit

Tot 2020:

10,4 ha

2020-2030:

0ha

2030-2040:

0ha

Totaal tot 2040:

10,4 ha

Handelingsperspectief

Beperkt groeigebied

Stand van zaken

Oostervaart is een industrieterrein in het noorden van Lelystad en ligt tussen de A6, de Houtribweg en het Overijsselse Hout. Het terrein is zowel over de weg (nabijheid A6) als over het water goed bereikbaar. De ligging op enige afstand van de woonkern, maakt het terrein geschikt voor industriële bedrijven uit de hoogste milieucategorieën. Het industrieterrein bestaat uit twee deelgebieden: Oostervaart en Oostervaart-Oost. Deelgebied Oostervaart is in de jaren zeventig in ontwikkeling genomen en is inmiddels geheel uitgegeven. Het grootste deel van de panden op dit industrieterrein is gebouwd vóór 1982. Vervolgens is er met name in de jaren negentig en het begin van de 21e eeuw tussen de bestaande bebouwing bijgebouwd. Oostervaart-Oost is vanaf 2001 in ontwikkeling en de plancapaciteit van 10,4 hectare voor uitbreiding bevindt zich dan ook in dit deelgebied. De uitbreidingsruimte op dit terrein kan bijdragen om het tekort aan industrieterrein binnen de MRA terug te dringen.

Figuur 5.12: Banen per sector Oostervaart per 1-4-2012

Bron: Provincie Flevoland, bewerking Gemeente Lelystad, O&S, 2012

Met 3.155 banen (11 procent van het totaal) is Oostervaart qua werkgelegenheid één van de grootste terreinen in Lelystad. Aangezien Oostervaart als industrieterrein aangemerkt kan worden is het niet verrassend dat bijna de helft van de werkgelegenheid in de sector (bouw)nijverheid, industrie & energie voorkomt. Wat daarentegen wel opvalt is het grote aandeel werkzame personen in de sector zakelijke dienstverlening en financiële diensten.

Overeenkomstig de werkgelegenheidscijfers zijn de gevestigde bedrijven op Oostervaart vooral actief in de sector (bouw)nijverheid, industrie & energie. Verder zijn er ook veel bedrijven uit de sector handel gevestigd op dit terrein. Bedrijfsvestigingen in andere sectoren komen in mindere mate voor. Hoewel er veel bedrijven uit de industriesector zijn gevestigd op Oostervaart en de maximaal toegestane milieucategorie op het hele terrein 4.2 is (met een kleine zone categorie 5), zijn er in de praktijk veel bedrijven te vinden die met hun activiteiten in lagere milieucategorieën vallen. Van een concentratie van bedrijven in de hogere categorieën (3.2 en 4) is geen sprake. Deze milieubelastende bedrijven zijn vooral verspreid over Oostervaart en worden veelal omringd door bedrijven uit een lagere milieucategorie. Wat betreft bedrijven uit de lagere milieucategorieën is er wel een ruimtelijk patroon te onderscheiden. Deze bevinden zich met name aan de westelijke en noordelijke rand van het industrieterrein.

Naast bedrijven bevinden zich op Oostervaart ook woningen. Deze woningen, veelal in combinatie met een bedrijfsgebouw, concentreren zich vooral in twee gebieden: de omgeving Bronsweg/Platinastraat en het zuidwestelijke puntje van Oostervaart tussen de Goudstraat, Zilverstraat en Binnenhavenweg. Deze woningen zijn al in de jaren zeventig gebouwd en hebben dus de hele ontwikkeling van het industrieterrein meegemaakt. De woningen zijn inmiddels vooral omringd door bedrijven uit de lagere milieucategorieën.

Dat Oostervaart een ouder terrein is heeft zijn weerslag op de ruimtelijke kwaliteit. Met name de oudere panden in de achterstraten van het terrein zijn mogelijk toekomstige aandachtsgebieden ten aanzien van onderhoud, uitstraling en kwaliteit. Verder heeft het parkeren op de openbare weg in het gebied rond de Bronsweg, Chroomstraat en Platinastraat een negatieve uitwerking op de ervaring van de ruimtelijke kwaliteit. Daarnaast kan leegstand een indicator zijn voor afnemende ruimtelijke kwaliteit. Op Oostervaart staan echter weinig panden leeg en voor de leegstaande panden geldt dat er nog geen sprake is van structurele leegstand (langer dan drie jaar leeg). De (gedeeltelijk) leegstaande panden zijn over het algemeen wel de oudere panden uit de jaren zeventig en tachtig, waarvan de WOZ-waarde de afgelopen vijf jaar is gedaald. Overall geldt voor Oostervaart echter dat ongeveer net zo veel panden in waarde zijn gedaald als gestegen. In de Quick-scan Herstructurering Bedrijventerreinen Lelystad (2009) is wel geconstateerd dat er een opgave voor Oostervaart ligt om in de toekomst de kwaliteit, het onderhoud en het beheer te verbeteren.

Conclusie

Oostervaart is één van de oudere werklocaties van Lelystad en functioneert goed. Een belangrijk deel van de Lelystadse werkgelegenheid is op het terrein gevestigd en er is sprake van een beperkte leegstand. Hoewel het aandeel vestigingen uit de industriesector het grootst is van alle sectoren, lijkt het karakter van “zwaar industrieterrein” onder druk te staan. De opkomst van het aantal vestigingen van bedrijvigheid uit de lagere milieucategorieën kan een negatieve invloed hebben op de bedrijvigheid uit de hogere milieucategorieën en kan het industriële karakter van het terrein aantasten. Het zou ertoe kunnen leiden dat het in de toekomst moeilijker wordt om leegkomende plekken op het terrein op te vullen met bedrijvigheid uit de zwaardere milieucategorieën, omdat het ondanks de rechtmatige vestiging op basis van de milieuzonering kan leiden tot conflicten met bedrijvigheid uit de lagere categorieën.

Toekomstperspectief

De huidige status quo op Oostervaart zal zoveel mogelijk worden gehandhaafd, waardoor ook in de toekomst ruimte is voor de vestiging van een mix van bedrijvigheid uit de milieucategorieën 2, 3, 4 en 5. Uitgangspunt hierbij is echter wel dat er voldoende ruimte voor industrie op het terrein beschikbaar blijft. Binnen Plabeka is afgesproken om binnen de deelregio Almere-Lelystad ruimte te blijven bieden aan bedrijvigheid uit de hoogste milieucategorieën, omdat daar in andere deelregio’s minder mogelijkheden voor zijn. De uitbreidingsruimte hiervoor ligt op Oostervaart-Oost, omdat daar nog uitgeefbare kavels beschikbaar zijn. Verder is de bedrijvigheid uit de zwaarste milieucategorieën gevestigd op het oostelijk deel van Oostervaart dat ruimtelijk aansluit aan Oostervaart-Oost. De bedrijvigheid uit de lagere milieucategorieën hebben zich vooral in de (noord)westelijke zone van het terrein gevestigd. Door bedrijvigheid uit de laagste milieucategorieën (1 en 2) op Oostervaart-Oost en een deel van Oostervaart uit te sluiten, kan het karakter van (zwaar) industrieterrein worden gewaarborgd. Daarmee kan Lelystad – zoals in Plabeka-verband afgesproken – op deze locatie ruimte blijven bieden aan zwaardere bedrijvigheid. Bedrijvigheid in de laagste milieucategorieën kan voor een dusdanige verstoring voor de bestaande, zwaardere bedrijvigheid zorgen, dat bij herziening van bestemmingsplannen een minimale grens onderzocht zou moeten worden. Op Oostervaart-Oost heeft de gemeente grond in eigendom en kan hiermee bij de gronduitgifte reeds rekening worden gehouden.

Voor het binnenterrein of “industrieel hart” (zie figuur 5.13) op het bestaande gedeelte van Oostervaart zal eveneens onderzocht moeten worden of een minimalisering in milieucategorieën planmatig gerealiseerd kan worden. Deze strikte benadering ten aanzien van milieucategorieën is nodig om het industriële karakter van Oostervaart te kunnen behouden. Door op Noordersluis meer en op Oostervaart minder ruimte te geven aan bedrijvigheid uit lagere milieucategorieën blijft er op stadsniveau een evenwicht in het aanbod aan bedrijven- en industrieterreinen bestaan.

Figuur 5.13: Overzicht “industrieel hart” Oostervaart

Als laatste dient opgemerkt te worden dat in het bestemmingsplan het gedeelte van Oostervaart-Oost langs de A6 aangemerkt wordt als zichtlocatie. Vanwege het economische belang voor zowel de stad, als het profiel van Oostervaart, geldt dat de vestiging van maakindustrie / productie de voorkeur krijgt boven afwegingen ten aanzien van architectonische waarden, beeldkwaliteit en ruimtelijke kwaliteit.

Detailhandel

Gezien de functie van Oostervaart als 24/7-industrieterrein moet opgemerkt worden dat het onwenselijk is om de functies wonen en detailhandel hier meer ruimte te geven. Het toevoegen van meer bedrijfswoningen wordt evenals het toestaan van detailhandel dan ook als onwenselijk geacht. In principe wordt detailhandel op dit terrein niet toegestaan en gelden de uitgangspunten zoals deze in hoofdstuk 4 zijn geformuleerd. Onder voorwaarden is het mogelijk om naast productiegebonden en ondergeschikte detailhandel in zeer beperkte mate detailhandel buiten het industrieel hart toe te staan in de volgende branches:

Zonder ontheffing

Met ontheffing

ABC-Branches

Grove bouwmaterialen

Brand- en explosie gevaarlijke stoffen

Geen

5.4.2.2Flevokust

Type locatie

Industrieterrein

Eerste bouwjaar

-

Naam bestemmingsplan

-

Netto uitgegeven

0ha

Plancapaciteit

Tot 2020:

43ha

2020-2030:

72ha

2030-2040:

0ha

Totaal tot 2040:

115ha

Handelingsperspectief

Groeigebied

Stand van zaken

Flevokust is een toekomstig (nat) industrieterrein dat gepland is in de kustzone aan het IJsselmeer ten noorden van de stad. Vooralsnog heeft het gebied de bestemming “visvijvergebied”, maar in de toekomst moet deze locatie ontwikkeld worden als een specifieke, havengebonden locatie, voor industriële, logistieke en handelsbedrijven.

Toekomstvisie

Met Flevokust wil de gemeente een multimodaal, havengebonden industrieterrein ontwikkelen. Aansluitend bij de ambities, zoals neergelegd in de nota’s “Naar een sterke economie” (2003) en “Strategisch Acquisitiebeleid” (2011), zal de locatie ruimte gaan bieden aan bedrijvigheid passend bij de positionering van Lelystad als industrieel-logistiek complex.

De strategische ligging van Lelystad samen met de Hanzelijn, de doorontwikkeling van luchthaven Lelystad en de aanleg van Flevokust zorgen voor een zeer geschikt bereikbaarheidsprofiel voor diverse vervoersmodaliteiten. Als logistiek knooppunt tussen de Randstad en Noord-Nederland biedt deze multimodaal ontsloten locatie een aanvulling voor de Metropoolregio Amsterdam. Uit het onderzoek ‘Blue Ports, knooppunten voor de regionale economie’ van TNO (2005) blijkt dat de kust bij Lelystad een ‘missing node’ als ‘regional gateway’ is in het nationale binnenvaartnetwerk. De havenfaciliteit op Flevokust gaat dan ook deel uitmaken van een netwerk/systeem met een zeehaven (Circle Lines)

73Zie www.bereikbaaroverwater.nl

, waarbij samenwerking met een bestaande havenautoriteit i.c. Haven Amsterdam voor de hand ligt. Ook uit onderzoek van Ecorys (2010)

74Ecorys (2010), Landelijke Capaciteitsanalyse Binnenhavens

in opdracht van het ministerie van Verkeer en Waterstaat blijkt dat Flevoland – Lelystad een kansrijke locatie is voor een (multifunctionele) binnenhaven.

Door op Flevokust ruimte te bieden aan industrieel-logistieke sectoren wordt niet alleen aangesloten bij de gewenste, regionale positionering van de gemeente ter versterking van de lokale economie (industrieel-logistiek complex), maar wordt ook gehoor gegeven aan de afstemming die binnen Plabeka tot stand is gekomen. Regionaal is er een vraag naar vestigingsruimte voor bedrijvigheid in de zwaardere milieucategorieën, waarbij vooral nat terrein schaars is. Samen met Almere heeft Lelystad aangegeven dit tekort op te willen vangen. Flevokust levert hier een belangrijke bijdrage aan en is dan ook als “van bovenregionaal belang” aangemerkt

75Besloten tijdens bijeenkomst DO-PRES van 14 juni 2011

.

Om de industrieel-logistieke sectoren en bedrijvigheid uit de zwaardere milieucategorieën te kunnen huisvesten zal op Flevokust ruimte zijn voor een industrieel (binnenvaart)haventerrein en een terrein voor distributie, opslag en logistiek. Om het industriële-logistieke karakter overeind te houden en verkleuring van het terrein in de toekomst te voorkomen is het van belang dat duidelijk is wat er wel en wat er niet op deze locatie kan. Zo wordt met het oog op het industriële karakter bijvoorbeeld bedrijvigheid uit de laagste milieucategorie en detailhandel ongewenst geacht. Een meer gedetailleerde uiteenzetting van hetgeen er wel en niet mogelijk is aan bedrijfsactiviteiten op Flevokust is beschreven in bijlage E en zal verder geconcretiseerd worden in het bestemmingsplan.

5.4.3 Kantoren

De kantorenmarkt is veranderd van een uitbreidingsmarkt in een vervangingsmarkt. Hierdoor is het noodzakelijk dat er op locatieniveau gekeken wordt naar de te volgen strategie. Op de ene locatie dient actief getransformeerd of gesloopt te worden, terwijl er op een andere locatie misschien nog wel marktruimte is voor uitbreiding. Zoals uit de opgaven in het derde hoofdstuk is gebleken, is er in Lelystad weinig ruimte voor uitbreiding van het kantorenaanbod. Hierdoor ligt het accent op het behouden en/of verbeteren van de kwaliteit van de huidige kantorenvoorraad. Uitbreiding is alleen nog aan de orde op locaties die vanuit het marktperspectief nog als kansrijk worden gezien. Twee belangrijke kantorenlocaties, Stadshart en Lelycentre, zijn al behandeld omdat deze deel uitmaken van centrummilieus. Hieronder komen de specifieke kantorenlocaties aan de orde.

5.4.3.1De Meent / De Schans / De Veste

Type locatie

Specifiek milieu- Kantorenlocatie

Eerste bouwjaar

1978

Naam bestemmingsplan

Bestemmingsplan Lelystad - Gordiaan 1979

Ontwerp Bestemmingsplan Lelystad Midden-West (2012)

Kantorenvoorraad

29.101 m2 bvo

76Kantorenmonitor BV, 2011

Plancapaciteit

Tot 2020:

1.600 m2 (De Veste)

2020-2030:

n.v.t.

2030-2040:

n.v.t.

Totaal tot 2040:

1.600 m2

Handelingsperspectief

Balansgebied

Stand van zaken

De kantorenlocatie “De Meent / Veste / Schans” is gelegen ten noorden van het Stadshart en is goed bereikbaar vanaf de hoofdwegenstructuur. Aan de oostkant biedt de Zuiderplasdreef toegang tot de deellocatie De Meent. Aan de westkant biedt de Stationsdreef toegang tot de deellocaties De Schans en De Veste (zie kaartje). Door middel van de ligging in de nabijheid van het Stadshart en daarmee van het treinstation Lelystad Centrum is de locatie ook per openbaar vervoer ontsloten.

De locatie is geschikt voor de vestiging van kantoorgebruikers uit een groot aantal sectoren. Toch zijn er op het moment vooral bedrijven en organisaties uit de sectoren (semi-)overheid en zorg en zakelijke dienstverlening gevestigd. De werkgelegenheidscijfers op deze locatie laten eenzelfde beeld zien. Met meer dan 1.200 banen levert de locatie een bijdrage van 4 procent aan de totale werkgelegenheid van Lelystad. De twee sectoren overheid en zorg en zakelijke dienstverlening zijn met respectievelijk 65 procent en 23,5 procent verantwoordelijk voor het overgrote deel van de werkgelegenheid op deze kantorenlocatie. Hierbij valt vooral het grote aandeel van de sector overheid en zorg op dat op deze locatie aanwezig is.

Figuur 5.14: Banen per sector “De Meent / Schans / Veste”

Bron: Provincie Flevoland, bewerking Gemeente Lelystad, O&S, 2012

Als geheel geeft de locatie plek aan 29.101 m2 bvo kantoorruimte (2011)

77Kantorenmonitor BV, 2011

, waarbij op de deellocatie De Schans / De Veste de grotere panden (>1.000 m2 bvo) te vinden zijn. Op de deellocatie De Meent zijn naast een aantal grotere panden vooral ook kleinschalige kantoorpanden (< 1.000 m2 bvo) ontwikkeld. Ook in bouwjaren is er een tweedeling te maken. De panden op de deellocatie De Meent zijn vrijwel allen eind jaren 70 - begin jaren 80 gebouwd. De panden aan De Schans en De Veste zijn jonger en dateren - op een enkel ouder pand na - uit de periode eind jaren 90. Hieruit valt op te maken dat op de deellocatie De Meent meer verouderde panden staan dan op de deellocatie De Schans. Dit blijkt niet direct uit de beoordeling van de kwaliteit van de panden. Over het algemeen wordt dit op beide deellocaties als voldoende tot goed beoordeeld

78Op te maken uit de WOZ-taxatierapportage

. Er zijn echter wel enkele panden, vooral aan de zuidkant van De Meent, waarvan de uitstraling als problematisch wordt beschouwd.

Wat verder opvalt is dat er wel sprake is van leegstand, maar dat er maar weinig panden zijn die in zijn geheel leeg staan. Bij veel van de panden staan slechts delen of etages leeg, die na vertrek van de huurder niet meer gevuld zijn. Dit gebeurt zowel op de deellocatie De Schans als op De Meent. Een verschil tussen beide is echter dat de leegstand op deellocatie De Meent door de leeftijd van de panden als verouderd beschouwd kan worden, terwijl de leegstaande panden aan De Schans hierdoor wellicht meer toekomstperspectief hebben.

Toekomstperspectief

De ouderdom van de panden in combinatie met de nu nog meevallende leegstand maakt dat de locatie vraagt om permanente monitoring van de stand van het gebied. Zoals uit de gevestigde bedrijvigheid blijkt voldoen de panden op dit moment nog wel aan de eisen van organisaties in de maatschappelijke sfeer (reclassering, schuldhulpverlening) en welzijnszorg, maar heeft een groot deel van de private bedrijvigheid de locatie verlaten. Als ook deze bedrijvigheid hier wegtrekt dan is de kans groot dat de locatie te maken krijgt met structurele leegstand. Dit geldt overigens meer voor de panden aan De Meent dan voor de panden op De Schans / De Veste. Vooralsnog lijkt de locatie goed te functioneren als vestigingslocatie voor kantooractiviteiten in een aantal specifieke sectoren en wordt de locatie te bestempeld als balansgebied. In lijn met het bestemmingsplan wordt de huidige functie als kantorenlocatie dan ook in stand gehouden. Dit betekent dat andere functies als wonen, overige bedrijvigheid en detailhandel op deze locatie uitgesloten worden. De Meent 14 t/m 22 is een uitzondering op het laatstgenoemde. Hier is sprake van functieverbreding naar leisure, cultuur, sport en maatschappelijke voorzieningen. Detailhandel is ook hier uitgesloten.

5.4.3.2 Hanzepark / Botter

Type locatie

Specifiek werkmilieu – Kantoren

Eerste bouwjaar

1982

Naam bestemmingsplan

Bestemmingsplan Hanzepark (2007) Bestemmingsplan Lelystad Gordiaan 1979

Ontwerp bestemmingsplan Lelystad Midden-West (2012)

Kantorenvoorraad

Hanzepark / RGD-cluster = 7.980 m2 bvo Botter = 31.983 m2 bvo (incl. provinciehuis)

Plancapaciteit / programma

Tot 2020:

14.000 m2 bvo

2020-2030:

0

2030-2040:

0

Totaal tot 2040:

14.000 m2 bvo

Handelingsperspectief

Groei- & balansgebied

Stand van zaken

Deze kantorenlocatie bestaat uit de deellocaties Hanzepark en de Botter. Beide deellocaties zijn gelegen aan de westkant van het bus- en treinstation Lelystad Centrum en worden van elkaar gescheiden door de Visarenddreef. Deze dreef is onderdeel van de hoofdwegenstructuur wat in combinatie met de nabijheid van het station maakt dat beide locaties goed bereikbaar zijn.

Op basis van de gevestigde bedrijvigheid kan geconcludeerd worden dat de locatie een dienstverlenend cluster is. Op de deellocatie Botter zijn vooral bedrijven gevestigd in de sectoren zakelijke dienstverlening en overheid en zorg (provinciehuis). Op de deellocatie Hanzepark is sprake van een oververtegenwoordiging van bedrijvigheid in de sector overheid en zorg. De werkgelegenheidscijfers bevestigen dit beeld. In totaal biedt de locatie Hanzepark / Botter een werkgelegenheid van 1.052 arbeidsplaatsen. Dit is gelijk aan 3.4 procent van de totale werkgelegenheid in de stad. Meer dan driekwart (77 procent) van deze werkgelegenheid komt voor in de sector overheid en zorg. Met de vestiging van het provinciehuis, de rechtbank, het Openbaar Ministerie en de Raad voor de Kinderbescherming op deze locatie is dit niet verwonderlijk. Enigszins opvallend is de werkgelegenheid in de sector informatie en communicatie. Met slechts één bedrijfsvestiging in deze sector, zorgt deze toch voor 12 procent van de werkgelegenheid op deze locatie. Verder is de sector zakelijke dienstverlening goed voor 6.5 procent van de werkgelegenheid. Deze werkgelegenheid heeft zich met name gevestigd in de kleinschalige kantoorpanden (< 200 m2) op de deellocatie Botter.

Figuur 5.15: Banen per sector “Hanzepark en Botter”

Bron: Provincie Flevoland, bewerking Gemeente Lelystad, O+S (1/4/2012)

Hanzepark

Het Hanzepark is een centraal gelegen binnenstedelijke locatie in de directe nabijheid van het stadscentrum en het bus- en treinstation Lelystad Centrum. Het doel van de ontwikkeling van deze stationslocatie was enerzijds om kantoorgebruikers vanuit het Lelycentre op te vangen die zich naar het Stadshart wilden verplaatsen en anderzijds de huisvesting van bedrijvigheid die zich door de opening van de Hanzelijn in Lelystad zouden willen vestigen. Om deze doelen te bereiken kent de deellocatie Hanzepark twee voor Lelystadse begrippen grotere kantorenlocaties. In de zuidoostpunt van het Hanzepark ligt het RGD-cluster. In dit cluster hebben verschillende (semi-)overheidsinstellingen als de rechtbank, de Raad voor de Kinderbescherming en het Openbaar Ministerie zich inmiddels gevestigd. Deze instellingen hebben zich in de periode 2000-2010 vanuit het Lelycentre naar deze locatie verplaatst. In totaal omvat dit cluster inmiddels 8.000 m2 bvo aan kantoorruimte uit zeer recente bouwjaren (2003 en 2008). Tevens is er nog eens 7.000 m2 bvo aan uitbreidingsruimte op deze locatie beschikbaar. Door de recente bouwjaren is de kwaliteit en uitstraling van de panden erg goed te noemen. Verder is er ook geen sprake van leegstand op deze locatie. In het naastgelegen Hanzepark was nog eens ruimte voor 35.000 m2 bvo kantoor geprogrammeerd. Deze ruimte was aanvankelijk gereserveerd voor het accommoderen van vooral zakelijke dienstverlening die als gevolg van de opening van de Hanzelijn het Hanzepark een aantrekkelijke vestigingslocatie zouden vinden.

De kantorenmarkt heeft het om redenen van conjuncturele en structurele aard echter zwaar

79Zie hoofdstuk 3, paragraaf 2

. Dit heeft ertoe geleid dat in 2011 door het college besloten is om het kantorenprogramma voor het deelplan Hanzepark met 28.000 m2 bvo te reduceren. Ondanks het feit dat de rechtbank, het Openbaar Ministerie en de Raad voor de Kinderbescherming de komende periode onder druk van nationale bezuinigingen en schaalvergrotingsprocessen zullen staan, blijft de ruimtelijke reservering van 7.000 m2 bvo in het RGD-cluster wel ongemoeid. Voor het handhaven van deze voorzieningen is het van belang om voldoende uitbreidingsruimte te kunnen bieden. Naast de ruimtelijke reservering in het RGD-cluster zal er nog eens 7.000 m2 bvo in het naastgelegen Hanzepark gereserveerd worden voor uitbreiding van deze justitiële voorzieningen. De reservering voor kantoorruimte in dit deelplan was vooral bedoeld om in te spelen op de vraag die zou ontstaan door de opening van de Hanzelijn. Echter heeft voortschrijdend inzicht

80De combinatie van een goede verbinding (Hanzelijn) met het schaalvergrotingsproces zorgt ervoor dat Lelystad vanuit grotere dienstencentra als Almere en Zwolle bediend kan worden, waardoor de verwachting is dat zakelijke dienstverlening zich niet in Lelystad zal vestigen (o.a. Tordoir, 2011). Zie ook Hoofdstuk 2; trends en ontwikkelingen.

ertoe geleid dat de vestiging van deze bedrijvigheid in twijfel kan worden getrokken. Op basis hiervan is ervoor gekozen om de reserveringen in het deelplan Hanzepark met 28.000 m2 bvo te reduceren van 35.000 m2 bvo naar de 7.000 m2 bvo uitbreidingsruimte. Het bestemmingsplan Hanzepark voorziet in de mogelijkheid om de bestemming kantoor om te zetten in de bestemming wonen. Echter, ook deze markt heeft het zwaar en de verwachting is dat deze woningen niet voor 2020 gerealiseerd zullen worden. De deellocatie Hanzepark kent zodoende in totaal nog voor 14.000 m2 bvo uit te geven grond voor kantoorontwikkeling, waarvan het merendeel bestemd is voor uitbreiding van de justitiële voorzieningen.

Botter

De deellocatie Botter ligt aan de zuidkant van de Visarenddreef en kan ook omschreven worden als een binnenstedelijke knooppuntlocatie. De kantorenvoorraad op deze deellocatie is gelijk aan bijna 32.000 m2 bvo en is opgemaakt uit twee grootschalige en enkele kleinschalige panden. Eén van de grootschalige panden (16.000 m2 bvo) is het provinciehuis dat eind jaren zeventig gebouwd is. In de periode 2005-2007 is het pand echter grondig gerenoveerd en uitgebreid, waardoor kwaliteit en uitstraling van het pand weer voldoen aan de huidige standaard. Het andere grootschalige pand (10.730 m2 bvo) dateert uit 1982 en ligt direct aan de spoorlijn gesitueerd. De kwaliteit van dit pand wordt als goed beoordeeld en het pand kent geen leegstand. De kleinschalige kantoorpanden dateren ook uit 1982 en liggen aan de westkant van het provinciehuis tegen de woonwijk Botter aan. In totaal gaat het om 6.290 m2 bvo verdeeld over eenheden van ongeveer 130 m2 bvo. De kwaliteit en uitstraling van deze panden worden wisselend beoordeeld: een deel van de panden wordt als voldoende beschouwd, terwijl een deel ook als slecht beschouwd wordt

81Afgeleid uit de WOZ-taxatierapportage.

. Tevens staat een aantal van deze panden leeg. De duur van deze leegstand varieert nogal en lijkt geleidelijk op te lopen. Een enkel pand staat sinds 2008 leeg, terwijl er ook panden zijn die pas sinds kort (2011) leeg staan. Het zou kunnen zijn dat de panden die recent leeg zijn gekomen evenals de panden die al sinds 2008 leegstaan niet meer gevuld gaan worden, waardoor structurele leegstand ontstaat.

Toekomstperspectief

Met betrekking tot de handelingsperspectieven dient onderscheid gemaakt te worden tussen de twee deellocaties Botter en Hanzepark. De deellocatie Botter kan gezien worden als een balansgebied. Op dit moment functioneert deze deellocatie nog goed: er is weinig sprake van leegstand en alle kavels zijn uitgegeven. Wel dienen de kleinschalige panden naast het provinciehuis onder de aandacht te blijven. Er zijn aanwijzingen dat deze geleidelijk leeg komen te staan, waardoor structurele leegstand kan ontstaan. De deellocatie Hanzepark is bestempeld als groeigebied. Er is ruimte gereserveerd om de gevestigde justitiële instellingen de ruimte te kunnen geven om uit te breiden. Voor beide deellocaties geldt dat overige bedrijvigheid, commerciële voorzieningen (waaronder detailhandel) en wonen worden uitgesloten van vestiging.

5.4.3.3Kantorenlocatie “Airport Garden City”

Type locatie

Specifiek werkmilieu – Kantorenlocatie

Eerste bouwjaar

n.v.t.

Naam bestemmingsplan

Bestemmingsplan Lelystad - Larserknoop (2010)

Kantorenvoorraad

0

Plancapaciteit

Tot 2030:

6ha bruto uitgeefbaar

2030-2040:

4ha.

Totaal tot 2040:

10ha (60.000m2 bvo)

Handelingsperspectief

Groeigebied

Stand van zaken

De gebiedsontwikkeling “Airport Garden City”

82Planologisch bekend als bestemmingsplan Larserknoop.

betreft de realisatie van een hoogwaardig en duurzaam businesspark gelegen tussen de A6, de Larserweg (N302) en de luchthaven Lelystad Airport. Het overgrote deel van dit gebied heeft momenteel nog een agrarische functie, maar moet in de toekomst plek bieden aan zowel een gemengd bedrijventerrein als aan kantoren. Het initiatief voor deze ontwikkeling ligt bij de Ontwikkeling Maatschappij Airport Lelystad Almere (OMALA), waarin de gemeenten Lelystad en Almere en de provincie Flevoland vertegenwoordigd zijn.

Airport Garden City biedt een uitstekend ontsloten vestigingslocatie. Gelegen aan de A6 en de Larserweg (N302) is de bereikbaarheid over de weg uitstekend. Daarnaast zorgt de spoorverbinding van Lelystad met Amsterdam en vanaf 2012 met Zwolle voor uitstekende verbindingen met zowel de Metropoolregio Amsterdam als het noorden en oosten van het land. Een bijzondere eigenschap van het ontwikkelingsgebied is dat het over de luchthaven Lelystad Airport beschikt. Het besluit tot uitbreiding van deze luchthaven door verlenging van de start- en landingsbaan en het advies

83De kern van het Aldersadvies (30-3-2012) is dat de luchthaven kan uitgroeien tot een capaciteit van 35.000-45.000 vliegbewegingen van middelgrote commerciële (passagiers)toestellen als de Boeing 737 / Airbus A320 die rond de 150 passagiers kunnen vervoeren. Hiermee kan de luchthaven een deel van de groei van Schiphol overnemen.

om de luchthaven uitbreidingsruimte van het aantal vliegbewegingen te bieden, zal een stimulans voor toekomstige ontwikkelingen in dit gebied betekenen. De gebiedsontwikkeling wordt door de provincie in het Omgevingsplan Flevoland (2006) dan ook aangemerkt als één van de locaties van bovenregionaal belang.

Naast een gemengd bedrijventerrein is er binnen het plangebied ook ruimte gereserveerd voor de ontwikkeling van kantoren. De gronden rondom de luchthaven vormen een specifieke vestigingsplaats voor bedrijvigheid die de omgeving van een luchthaven opzoeken. Deze bedrijvigheid wil zich zowel in bedrijfspanden als in kantoren vestigen. In het bestemmingsplan Larserknoop is echter geen expliciet kantorenprogramma opgenomen, maar is gekozen voor globale bestemmingen waarbij op grond van ontheffingen ruimte geboden kan worden aan kantoorontwikkeling. Ontheffingen worden in beginsel niet verleend aan kantoorbedrijvigheid die getypeerd kan worden als “backoffice”, “kantoren met een baliefunctie” of “kantoren ten behoeve van (semi-)overheidsinstellingen”. Bedrijvigheid die wel op een ontheffing kan rekenen zijn luchthaven- en snelweggerelateerde kantoorgebruikers (zie tabellen 5.2 en 5.). Op deze manier ontstaat binnen het ontwikkelingsgebied een eigen dynamiek die min of meer los staat van de noodzaak tot reductie van het kantorenprogramma in de stad. Dit neemt niet weg dat OMALA de marktontwikkelingen voor kantoren scherp in de gaten zal moeten houden.

Door de keuze om ook snelweggerelateerde bedrijvigheid op de locatie toe te staan is het mogelijk om een kantorenlocatie van bepaalde omvang te realiseren die op zichzelf een aantrekkende werking kan uitoefenen. De concentratie van een dergelijk programma is nodig om echt een kantorenlocatie te kunnen ontwikkelen in plaats van enkele verspreide kantoorpanden. Dit komt de uitstraling van het gebied ten goede. De keuze om snelweggerelateerde bedrijvigheid toe te staan heeft tot gevolg dat het snelweggerelateerde kantorenprogramma

84Zoeklocatie Flevopoort cluster 1

dat in de Gemeentelijke Visie Vestigingsbeleid (2007) nog als zoeklocatie aan de A6 geprogrammeerd was is komen te vervallen.

De kantorenontwikkeling kent een eigen dynamiek, waardoor het lastig is om de omvang van een kantorenprogramma voor het gebied vast te stellen. Getracht is om een inschatting te maken van de hoeveelheid bedrijvigheid die zich in de nabijheid van de luchthaven zouden willen vestigen met een kantoorhoudendheid van 70 tot 100 procent die snelweg- of luchthavengerelateerd zijn. Deze inschatting heeft ertoe geleid dat vooralsnog uitgegaan wordt dat het mogelijk is om een kantorenprogramma te realiseren van 6 hectare bruto uitgeefbaar (60.000 m2 bvo) tot 2030. Dit zou uiteindelijk meer kunnen worden wanneer de markt hiertoe aanleiding geeft. In totaal is er tot 2040 een reservering van 10 hectare bruto uitgeefbare grond opgenomen.

Het is niet de bedoeling dat deze kantorenlocatie gaat concurreren met andere locaties in de regio. Om dit te voorkomen zijn er enkele regels opgesteld waaraan bedrijven moeten voldoen om zich in de nabijheid van de luchthaven te mogen vestigen. Dit moet echter niet tot de conclusie leiden dat zij zich niet in Lelystad mogen vestigen, maar dat zij zich op iets grotere afstand van de luchthaven kunnen vestigen op bestaande of toekomstige werklocaties. Deze regulering krijgt vorm en inhoud langs prijs, kwaliteit en het soort bedrijvigheid. Het soort bedrijvigheid dat zich mag vestigen in het gebied kan gespecificeerd worden in de categorieën “snelweggerelateerde kantoorgebruikers” en “luchthavengebonden, luchthavenverbonden en luchthavengerelateerde bedrijvigheid”.

Tabel 5.2: Snelweggerelateerde kantoorgebruikers naar SBI-codering:

SBI-codering

Branche

7210

Computerservice en informatietechnologie; hardware consultancy

7222

Computerservice en informatietechnologie; software consultancy

7250

Computerservice en informatietechnologie; onderhoud en reparatie van computers en kantoormachines

7411.2

Rechtskundige dienstverlening; rechtskundige adviesbureaus

7411.4

Rechtskundige dienstverlening; deurwaarderskantoren

7412.1

Registeraccountants

7412.2

Accountants-administratieconsulenten

7412.4

Belastingconsulenten

7413

Markt- en opinieonderzoeksbureaus

7414

Economische onderzoeks-, advies-, en public relationsbureaus

7420

Architecten-, ingenieurs- en overige technische ontwerp-, teken- en adviesbureaus

743

Keuring en controle

7440.1

Reclame-, reclameontwerp- en reclameadviesbureaus

7460

Beveiliging en opsporing

7487.2

Organiseren van beurzen, tentoonstellingen, braderieën

Bron: Gemeente Lelystad, Bestemmingsplan Larserknoop (2010)

Tabel 5.3: Luchthavengebonden, -verbonden en –gerelateerde bedrijvigheid

Typebedrijvigheid

Omschrijving

Luchthavengebonden

Bedrijven die activiteiten uitvoeren die daadwerkelijk op het luchthaventerrein plaatsvinden. Deze kunnen ingedeeld worden in:

1Passgiersgebonden: alle activiteiten die rechtstreeks zijn gekoppeld aan het passagiersvervoer als luchtvaartmaatschappijen, grondafhandeling/check-in, boarding/deboarding, bagageafgifte, bagageclaim en paspoortcontrole, dienstverlenende activiteiten in de terminal, openbaar vervoer, taxi’s, autoverhuur en cafés/restaurants.

2Vliegtuiggebonden: activiteiten die diensten verlenen aan luchtvaartmaatschappijen zoals luchthavenexploitant, benzine- en oliemaatschappijen, dienstverlening voor aankomst of vertrek van een vliegtuig (schoonmaakdiensten, de-icing, push-back, taxidiensten, Luchtverkeersleiding Nederland, Koninklijke Marechaussee, brandweer, KNMI, luchtvaartpolitie, onderhoud en reparatie van vliegtuigen.

Luchthavenverbonden

Bedrijven die zich gevestigd hebben op het luchthaventerrein en een directe relatie met de luchthaven of luchtvaart hebben. Hierbij gaat het om aannemers en installatiebedrijven, banken- en wisselkantoren, catering, detailhandel, tax-free winkels, hotels, financiële- en zakelijke dienstverlening, beveiligingsbedrijven, uitzendbureaus, verzekeringsmaatschappijen,reisbureaus en touroperators, ICT/Telecom, koeriersdiensten en post.

Luchthavengerelateerd

Bedrijvendie geduid kunnenworden als:

1Toeleveranciers: toeleveranciers aan gebonden of verbonden bedrijfsactiviteiten.

2Gebruikers: bedrijven die zich in de nabijheid vestigen en frequent gebruikmaken van de luchthaven.

3Meelifters: bedrijven die zich omwille van de ambiance in de nabijheid van een luchthaven vestigen. Dit zijn in ieder geval geen (semi-)overheidsinstellingen. Deze bedrijven zullen een grote bijdrage leveren aan de werkgelegenheid (minimaal 75 nieuwe voltijd arbeidsplaatsen).

4Company jet eigenaren: bedrijven die een eigen bedrijfsvliegtuig op Lelystad Airport gestald hebben.

Bron: Gemeente Lelystad, Economische Programmering Larserknoop (2008)

Toekomstperspectief:

Zoals hierboven beschreven is er geen expliciet kantorenprogramma in het bestemmingsplan voor het gebied opgenomen, maar is het door middel van ontheffingen mogelijk voor snelweg- en luchthavengerelateerde kantoorgebruikers om zich op deze locatie te vestigen. Voor deze kantoorgebruikers is 10 hectare grond gereserveerd dat nog volledig ontwikkeld moet worden. De locatie is dan ook als groeigebied bestempeld.

5.4.4 Voorzieningen

Onder “voorzieningen” vallen verschillende formele en informele werklocaties, zoals PDV-locaties, thematische winkelcentra, de kleinere buurtwinkelcentra en andere concentraties van detailhandel.

5.4.4.1Wijkwinkelcentrum Warande

Type locatie

Specifiek werkmilieu – Voorzieningen

Eerste bouwjaar

Ntb

Naam bestemmingsplan

Lelystad Warandefase 1

Winkelvoorraad

0

Plancapaciteit detailhandel (2012)

Totaal tot 2040:

13.000 m² bvo

Handelingsperspectief

Groeigebied

Koopmotieven detailhandel

Boodschappen doen

De omstandigheden in de woningmarkt zijn onder andere de oorzaak van tegenvallende woningbouwproductie en kavelverkoop. Gevolg is dat de ambities voor Warande mogelijk niet haalbaar zijn. De komst van een winkelcentrum in Warande is nauw verbonden met het daadwerkelijke inwonertal van de wijk. Op termijn zal er op basis van de distributieve ruimte en de effecten op de detailhandelstructuur worden bepaald welke omvang en welk profiel aansluit bij de vraag. De ontwikkeling van het wijkwinkelcentrum moet dus volgend zijn aan de ontwikkeling van de woningbouw van Warande.

5.4.4.2Buurtwinkelcentra (Tjalk, Botter, Jol, Kempenaar, Voorhof, Buizerdweg, Boswijk, Lelystad-Haven, Voorstraat)

Type locatie

Specifiek werkmilieu - voorzieningen

Naam bestemmingsplan

Tjalk:

Botter:

Jol:

Kempenaar:

Voorhof:

Voorstraat:

Boswijk:

LelystadHaven:

Buizerdweg:

Lelystad Midden-West

Lelystad Midden-West

Bestemmingsplan Schepenwijk-Midden (2006),1e partiële herziening bestemmingsplan Schepenwijk-Midden (2010)

Bestemmingsplan Schepenwijk-Midden (2006),1e partiële herziening bestemmingsplan Schepenwijk-Midden (2010)

Bestemmingsplan Atolwijk-Zuiderzeewijk (2011) Waterwijk Noord

Bestemmingsplan Boswijk(2009) Lelystad Haven

Lelystad Warande fase1

Winkelvoorraad

Tjalk:

Botter:

Jol:

Kempenaar:

Voorhof:

Voorstraat:

Boswijk:

LelystadHaven:

Buizerdweg:

8.683 m² wvo

1.533 m² wvo

2.255 m² wvo

2.832 m² wvo

1.410 m² wvo

1.312 m² wvo

1.408 m² wvo

790m² wvo

0m² wvo

Plancapaciteit datailhandel (2012)

Totaal tot 2040:

0m²

Handelsperspectief

Buurtwinkelcentra (m.u.v. Buizerdweg)

Buizerdweg:

Balansgebied

Groeigebied

Koopmotief detailhandel

Boodschappen doen

Stand van zaken

Voor de buurtverzorgende winkelcentra wordt er voornamelijk ingezet op consolidatie. Dit betekent dat er ruimte geboden moet worden voor kwalitatieve verbeteringen en modernisering, met het behoud van de huidige positie binnen de detailhandelstructuur. De Jol, Kempenaar, Tjalk, Boswijk, Voorhof en de Voorstraat zijn in de afgelopen jaren gerevitaliseerd, door toevoeging van vierkante meters, uitbreiding van het winkelaanbod en/of aanpak van de openbare ruimte. Voor de Botter is geen specifieke opgave meer omdat deze gezien de gemiddelde vloerproductiviteit en geringe leegstand in haar huidige staat prima functioneert. Met uitzondering van de toekomstige wijk Warande (Buizerd –

locatie) worden nieuwe locaties binnen deze laag van de hiërarchie niet toegestaan. Lelystad Haven functioneert echter onder het landelijk gemiddelde. Hoewel er maar beperkt sprake is van leegstand heeft de dagelijkse branche het zwaar en is de koopkrachtbinding afgenomen. Gezien deze huidige situatie, verdient de locatie Lelystad Haven voor de toekomst extra aandacht.

Toekomstperspectief

Lelystad Haven

Het buurtwinkelcentrum Lelystad Haven functioneert in de huidige vorm niet naar behoren en de vraag is hoe toekomstbestendig deze locatie is. Omdat het behoud van minimaal een buurtverzorgende supermarkt voor de bewoners van Lelystad Haven van belang is, dient onderzocht te worden welke mogelijkheden er zijn om tot een goed functionerend buurtwinkelcentrum te komen.

Buizerdweg

De enige toevoeging op dit niveau van de detailhandelsstructuur is de locatie aan de Buizerdweg dat een functie voor de inwoners van de Hollandse Hout en de eerste fase van Warande moet gaan vervullen. Tevens wordt verwacht dat het verzorgingsgebied van deze locatie zich uitstrekt tot de Landstrekenwijk. De ontwikkelingsmogelijkheden voor de Buizerdweg hebben directe invloed op de ruimte voor het wijkwinkelcentrum in Warande. Gezien de ambities voor het wijkwinkelcentrum zijn de mogelijkheden voor de Buizerdweg slechts beperkt tot:

•Eén full-service supermarkt van maximaal 1.250 m² wvo.

•Aanvullende commerciële voorzieningen als één horecagelegenheid in de fastservicesector en een kapper met een gezamenlijke omvang van maximaal 175 m² wvo.

Jol, Kempenaar, Tjalk, Boswijk, Voorhof, Voorstraat en Botter

Bovenstaande locaties functioneren naar behoren en kennen geen opgave voor de toekomst. Het perspectief voor de toekomst voor deze locaties bestaat uit de consolidatie van de huidige situatie.

5.4.4.3Palazzo

Typelocatie

Specifiek werkmilieu – Voorzieningen (PDV)

Eerste bouwjaar

1999 (1e fase)

Naam bestemmingsplan

Bestemmingsplan WarandeFase I (2010)

Winkelvoorraad

34.458 m2 wvo (incl. leegstand)

Plancapaciteit detailhandel (2012)

Totaal tot 2040:

0

Handelingsperspectief

Balansgebied

Koopmotief

Doelgerichte aankopen

Stand van zaken

De PDV-locatie

85PDV staat voor Perifere Detailhandel Vestigingen.

Palazzo is gelegen aan de zuidkant van Lelystad in het plangebied “Warande”. Het is de woonboulevard van Lelystad en wordt voor gemotoriseerd verkeer ontsloten door de Larserdreef. Dit is een van de belangrijkste hoofdontsluitingswegen van Lelystad met een directe aansluiting op de rijksweg A6. De vele parkeerruimte op Palazzo maakt dat de locatie per auto goed toegankelijk is. Verder lopen er diverse fietspaden naar de locatie, waardoor de bereikbaarheid per fiets ook gewaarborgd is. Een bushalte in het winkelgebied zorgt ervoor dat Palazzo ook per openbaar vervoer bereikbaar is.

De locatie is goed voor 199 voltijdbanen. Dit is minder dan 1 procent van de totale werkgelegenheid van de stad. Al deze werkgelegenheid is te vinden in de sector handel. Op Palazzo is dan ook alleen ruimte voor de vestiging van grootschalige, volumineuze detailhandel. Logisch gevolg hiervan is dat de locatie beschikt over een groot aantal vierkante meters winkelvloeroppervlak. De detailhandel die zich op Palazzo mag vestigen zijn aanbieders binnen het klassieke PDV-aanbod op het gebied van woninginrichting, plant en dier, installatiegerelateerd (zoals zonweringen e.d.), keukens, sanitair, tuincentra, bouwmarkten, ABC-goederen

86Abc-goederen zijn auto’s, boten, caravans en daarmee direct samenhangende goederen.

. Aanbieders binnen PDV+ segment zijn ook toegestaan, waaronder rijwielen, verlichting, outdoor, witgoed en babyartikelen (>70% volumineus) Andere grootschalige aanbieders van volumineus aanbod als bruingoed blijven gevestigd in het Stadshart. Palazzo is dan ook een aanvulling op de verschillende centra in de stad met een boodschappenfunctie en kan benoemd worden als woonboulevard+. Om ervoor te zorgen dat er alleen sprake is van volumineuze perifere detailhandel is er een minimum ondergrens aan de vloeroppervlakte van 800 m2 gesteld. Momenteel heeft de locatie vooral een lokale verzorgingsfunctie en zijn het vooral de eigen inwoners van de stad die hun inkopen hier doen. De koopkrachtbinding is ten opzichte van 2009 licht gestegen en bedraagt momenteel 21 procent. De omzet per vierkante meter ligt bij Palazzo lager dan bij de andere Lelystadse winkelgebieden. Dit is te verklaren doordat de branchering “in en om het huis” met veel grootschalige winkels een lagere omzet per vierkante meter realiseren. Het economisch functioneren van Palazzo ligt dan ook rond het landelijk gemiddelde.

De panden op deze locatie dateren uit de periode na 1999 en zijn relatief jong en de kwaliteit, uitstraling en onderhoud wordt over het algemeen als voldoende tot zeer goed beoordeeld

87Op basis van WOZ-taxatierapportage

. In totaal staat er 5,2 procent van het totaal aantal op Palazzo beschikbare vierkante meters leeg. Het huidige economische klimaat zorgt ervoor dat de winkels in de woonbranche en het concept “woonboulevard” onder druk staan. Dit brengt het risico met zich mee dat de leegstand in de nabije toekomst verder toe zou kunnen nemen, waardoor het functioneren van de locatie in gevaar kan komen.

Toekomstperspectief

De huidige positie van Palazzo wordt omschreven als een grootschalige concentratie van winkels voor laagfrequente aankopen met een stedelijk verzorgingsgebied. De locatie en het concept “woonboulevard” staan echter onder druk van de huidige economische situatie, waardoor de toekomst van deze locatie onzeker is. Voor de toekomst is het dan ook van belang om vooral een antwoord te geven op de gewenste innovatie en dynamiek die de “woonboulevards” behoeven en niet zozeer gericht op het oplossen van leegstand op de woonboulevard (“slechts” 5,2%). Onderstaande uitgangspunten met betrekking tot branchering, functieverbreding en aantrekkingskracht worden noodzakelijk geacht voor de toekomst van deze locatie:

Branchering

•Het blijven toepassen van de brancheringsvoorwaarden in de klassieke PDV-branches: woninginrichting, keukens, sanitair, doe-het-zelf, tuincentra, installatiegerelateerd (zoals zonweringen e.d.), plant en dier, alsmede de ABC-branches; auto, boten en caravans.

•Het blijven toepassen van de brancheringsvoorwaarden in de PDV+ branches: verlichting, outdoor en hengelsport, witgoed, rijwielen en babyartikelen (>70% volumineus)

•Grootschalige sportformules, zoals bijvoorbeeld Topshelf en de binnenstadsversie van Decathlon (tussen de 2.000 en 4.500 m2), hebben steeds meer een recreatief winkelen- karakter (try&buy). Het stadshart biedt voldoende vestigingsmogelijkheden ook in deze schaalgrootte. Concepten groter dan 4.500 m² kunnen op of aansluitend op Palazzo worden gerealiseerd.

•Uitsluiten van de branches levensmiddelen, drogisterij-artikelen, schoenen/kleding en mode, vrijetijd (incl. media, speelgoed, hobby, boeken, beeld- en geluiddragers, e.d.). Deze branches vormen de kern van het winkelaanbod in boodschappencentra (wijk- en buurtcentra) en de recreatieve winkelgebieden (Stadscentrum en Bataviastad).

Functieverbreding

Functieverbreding door meer flexibiliteit in het bestemmingsplan en andersoortige bedrijvigheid toestaan dan detailhandel, hierbij kan gedacht worden aan:

•Bepaalde specifieke sport- en leisurefuncties met een lokale of bovenlokale verzorgingsfunctie, zoals een grootschalig fitnesscentrum (> 1.500 m2). Voor andere dan deze sport- of leisurefuncties kan een vrijstellingsbevoegdheid door B&W worden opgenomen, waarbij de initiatiefnemer eenduidig en objectief verifieerbaar moet aantonen dat vestiging in het Stadshart niet mogelijk is om verkeerskundige, ruimtelijke of milieutechnische (o.a. geluid en/of luchtkwaliteit) redenen.

•Verruiming van de mogelijkheden voor winkelgelieerde horeca. Dit is in lijn met de dynamiek in de sector en op woonboulevards en leidt ertoe dat de levendigheid op de woonboulevards wordt vergroot. Hierbij zou de vrijstelling gelimiteerd moeten worden in aantal vestigingen (maximaal 3) en aantal m2 (totaal max. 500 m2). Het moet daarnaast gaan om winkelgelieerde daghoreca, die de openingstijden van de overige aanbieders volgt. Op die manier wordt voorkomen dat hier een nieuw horecaconcentratiegebied ontstaat, hetgeen beleidsmatig ongewenst is.

Daarnaast gaan we onderzoeken of de eis van minimale vloeroppervlakte per vestiging op Palazzo (800 m2) losgelaten kan worden. Door deze eis los te laten wordt het mogelijk om minder grotere aanbieders te kunnen ontvangen die een goede aanvulling kunnen zijn op het aanbod en daarmee het gebied als woonboulevard versterken. Het is wel van groot belang dat de eis met betrekking tot de branchering strikt gehandhaafd blijft om te voorkomen dat de PDV locatie verandert naar een regulier winkelcentrum.

Regionale aantrekkingskracht

Uitbreiding van Palazzo met alleen de woonbranche zorgt niet voor een regionale aantrekkingskracht. Hier is overigens ook geen distributieve ruimte voor. Er moet meer gebeuren om dat te bereiken. In dit stadium is het lastig te bepalen welke vorm het precies aan gaat nemen. Echter, de volgende criteria zijn leidend:

•De uitbreiding moet resulteren in regionale aantrekkingskracht.

•Toevoeging van vierkante meters winkelruimte moet niet de detailhandelstructuur uit balans brengen.

•De marktruimte dient aangetoond te worden.

Een thematische benadering, bijvoorbeeld „outdoor‟ of „het buitenleven‟ zou hierin kunnen passen en zal grotendeels gaan leunen op de koopkrachttoevloeiing vanuit de regio. In het kader van de ontwikkeling van Warande is het bepalen van de exacte locatie en omvang gewenst.

5.4.4.4Westerdreef

Typelocatie

Specifiek werkmilieu – Voorzieningen (PDV)

Eerste bouwjaar

ntb

Naam bestemmingsplan

Noordersluis 2012

Winkelvoorraad

0m² wvo

Plancapaciteit detailhandel (2012)

Totaal tot 2040:

5.000 m² wvo

Handelingsperspectief

Beperkt groeigebied

Koopmotief

Doelgerichte aankopen

Stand van zaken

In de gewenste toekomstige detailhandelstructuur wordt de Westerdreef gepositioneerd als perifere detailhandelsconcentratie met een stedelijke functie. In de huidige situatie is er echter nog geen sprake van een echte concentratie van perifere detailhandel op deze locatie. Met de groei van het inwonertal van de stad door onder andere de nieuwe wijk Warande, ontstaat er op termijn distributieve ruimte in de doe-het-zelf en tuinbranche tot 5.000 m² wvo. Een aan Palazzo ondersteunend perifere concentratie gericht op het lokale verzorgingsgebied is dan gewenst, zodat Palazzo volledig de ruimte kan nemen om een regionale versterking te weeg te kunnen brengen. Met het oog op de spreiding van deze branches en gelet op de bereikbaarheid van de locatie, is Westerdreef een zeer geschikte locatie. Daarnaast vormt de locatie een mooie schil om bedrijventerrein Noordersluis heen en is sprake van een zichtlocatie.

Toekomstperspectief

De trends en ontwikkelingen en huidige situatie binnen de PDV-markt zijn dusdanig dat een volledige ontwikkeling van de Westerdreef als PDV locatie niet verantwoord is. Ten opzichte van Palazzo kent Westerdreef dan ook een beperktere branchering en is er naast winkels in ABC-branches, installatiegerelateerde branches, rijwielen, badkamers en keukens. ruimte voor een tuincentrum (max. 2.000 m2 wvo excl. buitenruimte) en een bouwmarkt (max. 3.000-3.500 m2 wvo). Door het beperkte PDV-profiel is deze locatie tevens geschikt als alternatief voor verplaatsingen van ongewenste detailhandelsvestigingen op bedrijventerreinen. Naast de doe-het-zelf- en tuinbranche is installatiegerelateerd aanbod een goede aanvulling wanneer er op termijn distributieve ruimte ontstaat. Winkels in parket, keukens, badkamers, zonweringen e.d. passen binnen dit profiel.

5.4.4.5Batavia Stad gebied

Type locatie

Specifieke werklocatie – Voorzieningen

Segmentering (Plabeka)

n.v.t

Eerste bouwjaar

2001 opening 1e fase

Naam bestemmingsplan

Bestemmingsplan Museumkwartier (2004)

Winkelvoorraad (2012)

18.753 m2 wvo

Plancapaciteit detailhandel

Totaal tot 2040:

25.000 m2 vvo

88In totaal mag Batavia Stad uitbreiden tot 25.000 m2 v.v.o. In tegenstelling tot alle andere winkelgebieden wordt voor Batavia Stad het v.v.o. (verkoopvloeroppervlak) gehanteerd. De afwijking heeft te maken met afspraken die in het verleden zijn gemaakt en op basis waarvan de berekeningen zijn gemaakt. De verhouding v.v.o. : b.v.o. is 100:125.

Handelingsperspectief

Groeigebied

Stand van zaken

Het thematische centrum, Batavia Stad, is een Factory Outlet Centre, waarvan de eerste fase in 2001 geopend is. Deze centra kennen hun oorsprong in de Verenigde Staten en zijn ontstaan uit fabriekswinkels. In Batavia Stad krijgen fabrikanten de mogelijkheid om zelfgeproduceerde producten direct aan de consument te verkopen. Het assortiment bestaat voornamelijk uit overtollige voorraden, producten die niet aan de hoge kwaliteitseisen voldoen en uit retourzendingen van aansprekende merken die tegen gereduceerde prijzen aangeboden worden. Batavia Stad kan worden omschreven als een thematisch winkelgebied waar gefunshopt (recreatief gewinkeld) kan worden. Het gebied kent dan ook een bijzondere aantrekkingskracht op consumenten uit de regio en daarbuiten, waarmee het een (boven)regionaal verzorgingsgebied heeft.

Batavia Stad is gelegen aan de kuststrook van Lelystad en is onderdeel van het Museumkwartier. Het plangebied wordt begrensd door de Houtribweg, de Markerwaarddijk en de Museumweg/De Helling. (zie kaartje). Vooral de Houtribweg en de Markerwaarddijk vormen belangrijke toegangswegen tot het winkelgebied. De Houtribweg staat in verbinding met de rijksweg A6 via op- en afrit Lelystad Noord en zorgt voor een verkeersafwikkeling die buiten de stad om gaat. De Markerwaarddijk vormt de verbinding met Enkhuizen. Samen met de vele parkeermogelijkheden zorgt dit voor een goede autobereikbaarheid. Een directe busverbinding vanaf het bus- en treinstation Lelystad Centrum zorgt ervoor dat het centrum ook met het openbaar vervoer goed bereikbaar is. Tevens zorgen verschillende fietspaden ervoor dat Batavia Stad ook per fiets te bereiken is. Het is van groot belang dat de bereikbaarheid goed is, omdat het centrum vele (boven)regionale bezoekers trekt.

Het gebied waarin Batavia Stad is gevestigd, het Museumkwartier, kent een hoop bedrijvigheid in de sector handel. Verder kent het gebied een aantal vestigingen in de sectoren horeca, cultuur, sport en recreatie en de zakelijke dienstverlening. De werkgelegenheidscijfers laten een identiek beeld zien. Het gebied is goed voor 537 voltijdbanen. Dit is iets minder dan 2 procent van het totaal aantal voltijdbanen in de stad. De meeste werkgelegenheid (66 procent) komt voor in de sector handel. De sector horeca is goed voor 19 procent van de werkgelegenheid. Opgemerkt kan worden dat de werkgelegenheid van deze sectoren zich vooral in Batavia Stad heeft gevestigd. De overige werkgelegenheid in het gebied komt voor in de sectoren cultuur, sport en recreatie (8 procent) en in de zakelijke en financiële dienstverlening (5 procent).

Figuur 5.16: Banen per sector Batavia Stad per 1-4-2012

Bron: Provincie Flevoland, bewerking Gemeente Lelystad, O&S, 2012

Batavia Stad kent een zeer laag leegstandspercentage, namelijk 1,2 procent. Deze leegstand duurt over het algemeen niet lang en ontstaat door de verplaatsing van bedrijvigheid. Deze leegstand is dan ook te typeren als frictieleegstand en is niet alarmerend, omdat deze panden snel weer gevuld worden. Het vastgoed is minder dan een decennium oud en kan dan ook niet als verouderd gezien worden. Dit is terug te zien in de kwaliteit en uitstraling van het gebied die als goed beoordeeld kan worden.

In de huidige vorm functioneert Batavia Stad goed. Het centrum heeft een (boven)regionale aantrekkingskracht en kent een groot aantal bezoekers per jaar. In het verleden werd getwijfeld of de ontwikkeling van Batavia Stad de gewenste detailhandelsstructuur niet uit balans zou brengen en negatieve effecten op de winkelcentra Stadshart en Lelycentre zou hebben. Uit periodieke effectmetingen is echter gebleken dat de nadelige effecten van de opening van Batavia Stad op deze winkelcentra minimaal zijn

89Goudappel Coffeng (2012), Monitoring effecten Batavia Stad 5-meting

. Batavia Stad lijkt niet te concurreren met bestaande winkelcentra, omdat het aanbod niet hetzelfde is als dat van reguliere winkels. Het centrum kan gezien worden als aanvulling op de bestaande winkelcentra en daarmee een positieve bijdrage leveren aan de detailhandelsstructuur. Omdat de negatieve effecten van Batavia Stad op de positie van de bestaande winkelcentra echter nog steeds op de loer liggen is het van belang om deze effecten te blijven monitoren. Het is dan ook van belang dat het “outlet concept” gehandhaafd blijft en dat reguliere detailhandel uitgesloten blijft. Zodoende wordt de ontwikkeling van Batavia Stad afgestemd op de prioriteit die aan het Stadshart is gegeven.

Toekomstperspectief

Mits het outlet concept gehandhaafd blijft, is er ruimte voor uitbreiding van Batavia Stad Wegens het bijzondere karakter van het winkelgebied en de (boven)regionale aantrekkingskracht wordt Batavia Stad in de detailhandelsstructuur gepositioneerd als thematisch centrum. Ingezet wordt op versterking waarmee de toename van de recreatieve waarde en het fungehalte kan worden bereikt. Om tot deze gewenste versterking te komen wordt afronding met een laatste fase toegestaan, waarmee het aantal vierkante meters aan winkeloppervlak uitgebreid wordt. Het maximum aantal vierkante meters aan winkeloppervlak tot waar Batavia Stad mag groeien is op 25.000 m2 gesteld. Deze toevoeging mag alleen ingevuld worden volgens de eisen van het outlet concept (reguliere detailhandel en detailhandel in de dagelijkse artikelensector is uitgesloten). Door hieraan vast te houden zijn de te verwachten nadelige effecten op de detailhandelsstructuur gering. De effectmetingen die sinds de opening van Batavia Stad gehouden zijn wijzen dit uit.

Het outlet centrum werkt als katalysator voor nieuwe ontwikkelingen die op hun beurt ook weer bezoekers aantrekken. Hier profiteert uiteindelijk de gehele stad van. Daarom kan Batavia Stad niet alleen als thematisch winkelcentrum gezien worden, maar ook als onderdeel van de uitbreiding en versterking van de recreatieve functies op gebieds- en stadsniveau. Met een uitbreiding op komst en de huidige dynamiek in de retailsector is een evaluatie van de afspraken die er tot nu toe zijn gemaakt over het concept onvermijdelijk.

5.4.4.6Overige detailhandelslocaties

Buiten de voornoemde werklocaties is er verspreid over de stad een aantal uitzonderingen voor detailhandel om ruimte te geven aan de dynamiek in de detailhandelssector.

Batavia-Haven

Voor reguliere detailhandel zijn er in Batavia Haven geen mogelijkheden. Doordat de distributieve ruimte ontbreekt en het primaire draagvlak te klein is, is het niet wenselijk om op een dergelijk schaalniveau een extra winkelgebied toe te voegen. Voor deze kleinschalige locatie moet gedacht worden aan nautisch gerelateerde detailhandel zoals een watersportwinkel. Verder is voor te stellen dat vanwege de passantenhaven ook een havenwinkel aanwezig is, waar in beperkte mate dagelijkse goederen worden verkocht ten behoeve van de passanten (zie bijvoorbeeld de voorzieningenmix van Flevo Marina). In het bestemmingsplan is er een mogelijkheid van 500 m² bvo opgenomen ten behoeve van een winkelsteunpunt. Tevens zou een goede mix tussen horeca, leisure en dienstverlenende bedrijven de boulevard kunnen verlevendigen. Voor Batavia-Haven wordt er dus ingezet op consolidatie van de huidige mogelijkheden.

Groene Velden

De locatie Groene Velden wordt niet afzonderlijk in de detailhandelsstructuur opgenomen als detailhandelsconcentratie. Echter, in tegenstelling tot reguliere woonwijken is detailhandel in de vorm van een nevenactiviteit op deze locatie wel mogelijk. Hiervoor geldt dat de verkoopactiviteiten moeten voldoen aan de volgende voorwaarden:

1Het moet aan de hoofdactiviteit ondersteunende detailhandel zijn;

2De detailhandel is ondergeschikt in termen van benutte bedrijfsruimte. Wanneer er geen sprake meer is van ondergeschiktheid dan betreft het een winkel en is vestiging op de Groene Velden niet toegestaan.

3De verkoopruimte mag niet meer dan 20% van het totale bvo van de vestiging bedragen met een maximum van 100 m² wvo.

Uitzondering zijn de reeds specifiek toegestane detailhandel in bloemen en planten en tuingerelateerde detailhandel (niet zijnde een tuincentrum).

Verspreide detailhandel in de wijk Warande

In het meest recente ontwikkelingsplan Warande 2.0 is de mogelijkheid opgenomen om detailhandel verspreid in de wijk te vestigen. Echter, gezien de huidige marktomstandigheden is herijking van dit uitgangspunt noodzakelijk. Nadelige effecten ontstaan voor het toekomstige wijkwinkelcentrum, het buurtwinkelcentrum aan de Buizerdweg en de algehele detai8lhandelsstructuur als er niet zorgvuldig omgegaan wordt met uitbreiding van het winkelaanbod. In de verdere uitwerking van de Warandeplannen en de planologische vertaling dient onderzocht te worden welke mogelijkheden en voorwaarden opgenomen kunnen worden.

Detailhandel in het buitengebied

Gezien de landelijke ontwikkelingen op het gebied van agrarische bedrijfsvoering, zijn agrariërs op zoek naar alternatieve inkomstenbronnen. Dit betreft vaak de verkoop van eigen producten rechtstreeks aan consumenten en het inzetten op recreatieve activiteiten. Als het gaat om de verkoop van producten is het aanbod “vers‟ een belangrijk onderscheidend element voor de boerderijverkoop ten opzichte van bijvoorbeeld supermarkten. Boerderijwinkels kunnen op deze manier positief bijdragen aan de aantrekkelijkheid en leefbaarheid van het landelijk gebied. Uitgangspunt is wel dat de boerderijverkoop geen nadelig effect mag hebben op de detailhandelstructuur. Vandaar dat de volgende randvoorwaarden worden gesteld:

1Aan de hoofdactiviteit ondersteunende detailhandel.

2De detailhandel is ondergeschikt in termen benutte bedrijfsruimte. Wanneer er geen sprake meer is van ondergeschiktheid dan betreft het een winkel en is vestiging in het landelijk gebied niet toegestaan.

3De verkoopruimte mag niet meer dan 20% van het totale bvo van de vestiging bedragen met een maximum van 100 m² wvo.

Bijlage A: Klankbordgroep

De klankbordgroep bestond uit de volgende personen:

Extern:

Dhr. H. Van Groenestein

-

Provincie Flevoland

Dhr. A. Vuuregge

-

ProvincieFlevoland

Dhr. R. Nijboer

-

ProvincieFlevoland

Dhr. H.P. Krolis

-

Gemeente Almere

Mevr. V. Van der Goot

-

Kamer van Koophandel – Gooi-, Eem- en Flevoland

Dhr. G. Klein

-

Bedrijfskring Lelystad (BKL)

Intern:

Dhr. M. Lebbing

-

Beleidsmedewerker (BLD-REB)

Dhr. RJ. Moorman

-

Beleidsmedewerker Economische Zaken (BLD-REB)

Dhr. R. Huizenga

-

Accountmanager en Beleid (EVO-ECO)

Dhr. R. Sluiter

-

Stedenbouwkundig tekenaar (BLD-REB)

Dhr. J. Koeckhoven

-

Informatiemanagement (FAB-KOI)

Dhr. J. Van der Meer

-

Stedenbouwkundig ontwerper (BLD-REB)

Dhr. W. Van der Vlugt

-

Juridisch beleidsmedewerker (RDB-BHJ)

Dhr. J. Bos

-

Juridisch medewerker (RDB-BHJ)

Dhr. B. Terbach

-

Beleidsmedewerker (BLD-REB)

Dhr. S. Schaap

-

Stagiair afdeling Beleid (BLD-REB)

Bijlage B: Kwaliteitskaarten

Hieronder volgt een overzicht van de verschillende lagen en sublagen van de kwaliteitskaarten met bijbehorende databron.

Laag:

Omschrijving

Sublagen

Databron

Voortgang

Status en oppervlakten van de kavels.

1Kavel is verkocht

2Kavel is te koop

3Kavel is in erfpacht uitgegeven

Afdeling EVO – gemeente Lelystad

Aanbod

Leegstand per pand

1Pand geheel leeg

2Pand voor meer dan de helft in gebruik

3Pand voor minder dan de helft in gebruik

4Pand volledig in gebruik

WOZ-registratie – gemeente Lelystad

Duur van leegstand

Geeft aan hoelang een pandleeg staat. Een pand dat meer dan 3 jaar achter elkaar leeg staat kan duiden op structurele leegstand.

1Pand staat sinds 2012 leeg

2Pand staat sinds 2011 leeg

3Pand staat sinds 2010 leeg

4Pand staat sinds 2009 leeg

5Pand staat sinds 2008 of langer leeg

6Pand staat gedeeltelijk leeg

WOZ-registratie – gemeente Lelystad

Sectoren

Geeft aan in welke bedrijfssector de gevestigde bedrijvigheid actief is.

1(bouw)nijverheid, industrie en

energie

2Zakelijke dienstverlening

3Cultuur, sporten recreatie

4Financiële dienstverlening

5Handel

6Horeca

7Informatie en communicatie

8Landbouw, bosbouwen visserij

9Overheid en zorg

10Overige dienstverlening

11Vervoer en opslag

12Verhuur van en handel in onroerend goed

Provincie Flevoland en Kamer van Koophandel (O.b.v. SBI- codering)

Bouwjaren

Geeft aan in welke tijdsperiode het

pand gebouwd is.

1Periode voor1972

2Periode van 1972 – 1982

3Periode van 1982 – 1992

4Periode van 1992 – 2002

5Periode van 2002 – 2012

BasisregistratieAdressen en Gebouwen (BAG)- Kadaster

Milieucategorieën werkelijk

Geeft de milieuhinder van het bedrijf aan.

1Categorie 2 is lagehinder

2Categorie 3 is redelijke hinder

3Categorie 4 is hogehinder

4Categorie 5 is zeer hoge hinder

MPM4All gemeente Lelystad – op basis van uitgegeven milieuvergunningen.

Milieucategorieën beleid

Geeft aan uit welke milieucategorie bedrijvigheid zich op basis van beleid op die locatie gevestigd mag zijn

1Tot en met milieucategorie 2

2Tot en met milieucategorie 3-1

3Tot en met milieucategorie 3-2

4Tot en met milieucategorie 4-1

5Tot en met milieucategorie 4-2

6Tot en met milieucategorie 5-2

Bestemmingsplannen – Gemeente Lelystad

Onderhoud

Geeft de matevan onderhoud aan de individuele panden aan.

1Zeer goed

2Goed

3Voldoende

4Slecht

5Zeer slecht

6Onbekend

Dit is op basis van de taxatierapportage uit de WOZ- registratie Gemeente Lelystad.

Kwaliteit

Geeft de kwaliteit van de individuele panden aan.

1Zeer goed

2Goed

3Voldoende

4Slecht

5Zeer slecht

6Onbekend

Dit is op basis van de taxatierapportage uit de WOZ- registratie Gemeente Lelystad.

Laag

Omschrijving

Sublagen

Databron

Uitstraling

Geeft de uitstraling van de individuele panden weer.

1Zeer goed

2Goed

3Voldoende

4Slech

5Zeer slecht

6Onbekend

Dit is op basis van de taxatierapportage uit de WOZ- registratie – Gemeente Lelystad.

Ontwikkeling WOZ-waarde

Geeft de ontwikkeling van de waarde van de individuele panden tussen 2006-2011. Een waarde < 100% betekent een waardedaling. Een waarde >100% is een waardestijging.

1Minder dan 80%

280 – 90%

390 – 95%

495 – 100%

5100 – 105%

6105 – 110%

7110 – 115%

8115 – 120%

9Meer dan 120%

Dit is op basis van de taxatierapportage uit de WOZ- registratie –Gemeente Lelystad.

Woningen

Geeft aan of er woningen op het terrein aanwezig zijn. Woning = gebruiksfunctie voor wonen.

Aanwezig of niet

Basisregistratie Adressen en Gebouwen– Kadaster

Detailhandel

Geeft aan of er detailhandel gevestigd is. De omschrijving voor detailhandel = gebruiksfunctie voor het verhandelen van materialen, goederen of diensten.

Aanwezig of niet

Basisregistratie Adressen en Gebouwen - Kadaster

Bijlage C: Aan-huis-verbonden beroepen en bedrijven90 Dit beleid is enigszins verouderd en onderzocht zal worden of dit beleid aanpassing behoeft.

Aan-huis-verbonden beroepen:

Uitoefening van (para-) medische beroepen, waaronder:

Individuele praktijk voor huisarts, psychiater, psycholoog, fysiotherapie of bewegingsleer, voedingsleer, mondhygiëne, tandheelkunde, logopedie, dierenarts etc.

Advies- en ontwerpbureaus, waaronder:

Reclame ontwerp, grafisch ontwerp, architect etc.

(Zakelijke) dienstverlening, waaronder:

Notaris, advocaat, accountant, assurantie-/verzekeringsbemiddeling, exploitatie en handel in onroerende zaken

Kleinschalige bedrijfsmatige (aan-huis-verbonden) activiteiten:

Kledingmakerij

(Maat)kledingmakerij en kledingverstelbedrijf

Kantoorfunctie ten behoeve van bedrijvigheid die elders wordt uitgeoefend, zoals:

Schoonmaakbedrijf, schoorsteenveegbedrijf, glazenwasserij, maar ook ten behoeve van bijvoorbeeld een groothandelsbedrijf.

Reparatiebedrijfjes ten behoeve van particulieren, zoals:

Schoen-/lederwarenreparatiebedrijf, uurwerkreparatie, goud- en zilverwerkreparatie, reparatie van kleine (elektrische) gebruiksgoederen, reparatie van muziekinstrumenten.

Uitgezonderd zijn: auto- en motorreparatiebedrijven.

Overige dienstverlening, zoals:

Kappersbedrijven, schoonheidssalons.

Uitgezonderd zijn: prostitutie en seksinrichtingen.

Onderwijs, zoals:

Autorijschool, naaicursussen, computercursussen etc. Uitgezonderd zijn: werkplaatsen en laboratoria.

Uitgezonderd zijn: werkplaatsen en laboratoria.

Bijlage D: Toepassing provinciaal locatiebeleid

In het provinciale locatiebeleid is een indeling gemaakt, waarop werklocaties op gemeentelijk niveau onderscheiden kunnen worden. Deze “locatietypen” mogen op lokaal niveau nader en meer specifiek ingevuld worden. De gemeente Lelystad heeft ervoor gekozen om dit niet te doen om zo een onoverzichtelijke indeling te voorkomen.

Het provinciale locatiebeleid maakt onderscheid tussen een drietal overkoepelende vestigingsmilieus, die vervolgens zijn opgesplitst in een zevental locatietypen.

1Centrummilieu

Het centrummilieu biedt plaats aan een concentratie van arbeids- en bezoekersintensieve functies, zoals kantoren, winkels en andere consumentgerichte en maatschappelijke voorzieningen in combinatie met woningbouw mits dit milieutechnische inpasbaar is. De hoofdcentra van de kernen en wijkcentra van grotere kernen kunnen in deze categorie ingedeeld worden. Deze locaties zijn vaak in de directe nabijheid van een openbaarvervoersknooppunt gelegen en zijn vaak verbonden met het hoofdwegennet. Tot deze categorie behoren de locatietypen “Grootstedelijk centrummilieu” en “Overige centra”.

2Gemengd woonwerkmilieu

Een gemengd woonwerkmilieu bestaat over het algemeen uit een aaneengesloten stedelijke woonbebouwing. De woonfunctie is dominant, maar functiemenging met kleinschalige kantoren, voorzieningen en overige bedrijvigheid is mogelijk, mits dit ruimtelijk en milieutechnisch inpasbaar is. Het locatietype dat tot deze categorie behoort is “Overig gebied”.

3Specifiek werkmilieu

De specifieke werkmilieus separate terreinen die bedoeld zijn voor bedrijven, kantoren en voorzieningen die door hun schaal en functioneren (milieuhinder, externe veiligheid, omvangrijke mobiliteit) niet passen in het centrummilieu en het gemengde woonwerkmilieu. Hierdoor is er een beperkte mate van menging met wonen en voorzieningen mogelijk. Deze milieus zijn goed bereikbaar over de weg en veroorzaken zo min mogelijk overlast voor de directe omgeving. Tot deze categorie behoren de locatietypen “Kantoren”, “Voorzieningen”, “Regulier bedrijventerrein” en “Industrieterrein”.

Onderstaande figuur geeft een schematische weergave van de locatietypologie die de gemeente Lelystad hanteert.

De gemeente kent wel een aantal locaties die als “thematisch” zijn aangeduid, echter kunnen deze zowel onder de locatietypen kantoren (Airport Garden City), voorzieningen (Batavia Stad, Palazzo), regulier bedrijventerrein (Luchthaven Lelystad) als het type industrieterrein (Flevokust) ondergebracht worden. Om een overzichtelijke indeling te houden is ervoor gekozen om voor deze locaties geen

aparte locatietypering toe te voegen. De extra voorwaarden voor vestiging die op deze locaties gelden zijn in de factsheets (bijlage G) opgenomen.

Elk locatietype kent eigen criteria op het gebied van de geschiktheid voor typen bedrijvigheid, kantorenomvang (solitair / kantoorhoudendheid), ruimtelijke kwaliteit (functiemenging, ruimtegebruik, beeldkwaliteit), bereikbaarheid (infrastructuur, parkeren) en maximale milieuhinder. Van de gemeenten wordt verwacht dat zij in hun vestigingsbeleid uitwerking geven aan deze verschillende typen werklocaties. Deze uitwerking is opgenomen in tabel D.3.

In deze tabel wordt per locatietype op vijf hoofdonderdelen uitgewerkt welke criteria gelden. De vijf hoofdonderdelen die onderscheiden worden zijn:

•Werkfuncties

•Bereikbaarheid

•Parkeren

•Zorgvuldig ruimtegebruik

•Functiemenging

Elk van deze hoofdonderdelen is weer uiteengelegd in verschillende criteria die aangeven waar het betreffende locatietype aan dient te voldoen. Dit “moeten voldoen” valt uiteen in drie niveaus van hardheid:

•Goedkeuringscriteria; dit zijn harde criteria die worden gebruikt bij plantoetsing.

•Richtlijnen; dit zijn planvoorschriften waarvan gemotiveerd kan worden afgeweken.

•Aanbevelingen; dit zijn aandachtspunten of beleidswensen.

In tabel D.3 komen deze “normen” tot uiting door het gebruik van verschillende kleuren. Hierbij zijn de goedkeuringscriteria rood, de richtlijnen groen en de aanbevelingen blauw. Zo kan het zijn dat er binnen een hoofdonderdeel meerdere niveaus van hardheid voorkomen, maar ook dat een hoofdonderdeel volledig bestaat uit normen die tot één van de niveaus van hardheid behoren.

Tabel D.1: Indeling werklocaties per locatietype

1Centrummilieu

2Gemengdmilieu

3Specifiek werkmilieu

1.1 Grootstedelijke centrumlocatie

1.2 Overige centrumlocatie

2.1 Overig gebied

3.1 Kantoren

3.2 Voorzieningen

3.3 Regulier bedrijventerrein

3.4 Industrieterrein

•Stadshart

•Lelycentre

•Gildenhof

•Jol

•Griend

•Kempenaar

•De Meent / Schans / Veste

•Hanzepark / Botter

•Airport Garden City

•Palazzo

•Westerdreef

•Batavia Stad

•Buurt- en wijkwinkelcentra

•Overige detailhandels locaties

•Flevopoort

•Larserpoort

•Noordersluis

•Middendreef

•Rivierenbuurt

•Airport GardenCity

•Luchthaven Lelystad

•Bio Science Park

•Oostervaart

•Flevokust

Tabel D2: Specificatiecriteria provinciale locatiebeleid

Criterium

Definitie

Norm

Nadere specificatie

•Beschrijving van waarlocatietype aan moetvoldoen

•Goedkeuringscriterium

Werkfuncties

Uitgesloten (werk)functies

•Uitgesloten (werk)functies kunnen zijn: wonen,voorzieningen, kantoren en ‘overige bedrijvigheid’. Per locatietype wordt aangegeven welke niet zijn toegestaan.

•Goedkeuringscriterium

Maximum kantoorhoudendheid % bvo kavelniveau

•De maximum hoogtevan het percentage kantoorhoudendheid per kavelvoor een locatietype gemeten in bvo.

•Goedkeuringscriterium

Grootte individueel kantoorpand (bvo)

•De minimum en/of maximum grootte van een kantoorgebouw gemeten in m2 bvo.Er kunnen zich dus wel meerdere gebruikers in één kantoorgebouw vestigen.

•Richtlijn/aanbeveling

Omvang kantoren op locatie totaal

•De minimum en/ofmaximum totale omvangvan het kantoorvloeroppervlak op een vestigingslocatie gemeten in m2 bvo.

•Richtlijn/aanbeveling

Mileuhindercategorie

•De milieuhindercategorie waaraan een bedrijf die zich op een vestigingslocatie wil vestigen moet voldoen.

•Goedkeuringscriterium

Bereikbaarheid

Spoor

•Ontsluiting per treinvoor personen en/ofgoederenvervoer

•Goedkeuringscriterium/richtlijn/aanbeveling

HOV (vrije busbaan en/ofregionaal ontsloten)

•Ontsluiting via hoogwaardig openbaarvervoer (HOV), d.w.z. via vrije busbaan of (inter)regionale busverbinding.

•Goedkeuringscriterium/richtlijn/aanbeveling

Lokale bus

•Ontsluiting via lokalebus

•Richtlijn

Weg

•Ontsluiting via de weg

•Richtlijn

Water

•Ontsluiting via water

•Aanbeveling

Fiets

•Ontsluiting via fietspaden

•Richtlijn

Voetgangers

•Ontsluiting via voetpaden

•Aanbeveling

Parkeren

Op eigen terrein

•Verplichting van parkeren op eigen terrein

•Goedkeuringscriterium/richtlijn/aanbeveling

Betaald parkeren openbaar gebied

•Mogelijkheden van betaaldparkeren in openbaar gebied

•Aanbeveling

Pakeernorm

•Beschrijving vannoodzaak van gebiedsparkeerbalans, minimumen maximum parkeernormen, parkeren op maaiveld en collectief parkeren.

•Richtlijn

Minimum parkeernorm kantoor

•Minimum aantal parkeerplaatsen per m2 bvo kantoorruimte

•Aanbeveling

Minimum parkeernorm bedrijfshal

•Minimum aantal parkeerplaatsen per m2 bvo bedrijfshal

•Aanbeveling

Maximum parkeernorm maaiveld

•Maximum aantal parkeerplaatsen per m2 bvo op maaiveld

•Aanbeveling

Maximum parkeernorm

•Maximum aantal parkeerplaatsen per m2 bvo

•Richtlijn/aanbeveling

Ruimtegebruik

Minimaal bebouwingspercentage

•Bebouwingspercentage is de oppervlakte van de op de kavelgelegen gebouwen gedeelddoor de totaleoppervlakte van de kavel. Minimale bebouwingspercentage is de ondergrens waaraan de bebouwing op een kavel moet voldoen.

•Aanbeveling

Minimale FSI

•Floor Space Index(FSI) is de verhouding tussenhet aantal m2 bvo en het kaveloppervlak.

•Aanbeveling

Beeldkwaliteitsplan

•Opstellen van een plan waarinde beeldkwaliteit van een vestigingslocatie wordtweergegeven

•Aanbeveling

Functiemenging

Wonen

•nvt

•Aanbeveling

Voorzieningen

•nvt

•Aanbeveling

Kantoren

•nvt

•Aanbeveling

Overige bedrijvigheid

•nvt

•Aanbeveling

Tabel D3: Uitwerking provinciale locatiebeleid

* Gebied is het in het bestemmingsplan omschreven gebied. In dit gebied mag maximaal 25% van het bebouwde gebied worden gebruikt voor kantoorruimte. De rest dient ingevuld te worden met andere functies.

** De uitzonderingen zijn opgenomen in de factsheets en bestemmingsplannen behorende tot de betreffende werklocaties.

*** Er zijn ook voorzieningen die in een hoge milieucategorie 5 en 6 vallen. Deze vragen om een bijzondere inpassing en kunnen niet zomaar op een standaard voorzieningenlocatie worden ingepast.

Toelichting Tabel D.3:

Algemeen

Omschrijving locatietype

Hier dient een korte omschrijving te worden gegeven van wat er onder een locatietype wordt verstaan en worden (indien noodzakelijk) specifieke bedrijfsactiviteiten waarvoor locaties bestemd zijn weergegeven.

Werkfuncties

Uitgesloten (werk)functies (goedkeuringscriterium)

Hier dient te worden weergegeven welke functies (overige bedrijvigheid, wonen, kantoren en/of voorzieningen) niet mogelijk zijn in het betreffende vestigingsmilieu. Op industrieterreinen is het bijvoorbeeld niet mogelijk om te wonen, mogen geen separate kantoren worden gevestigd en mogen alleen voorzieningen zich vestigen indien deze locatieverzorgend zijn.

Maximum kantoorhoudendheidspercentagebvo kavelniveau (goedkeuringscriterium)

Door de keuze voor het meten van kantoorhoudendheid op kavelniveau wordt het mogelijk dat bedrijven op reguliere bedrijventerreinen en industrieterreinen een deel van hun kantoorruimte tijdelijk verhuren aan andere bedrijven. Provinciaal wordt een maximum van 70% voorgesteld voor de specifieke werkmilieus voorzieningen en reguliere bedrijventerreinen en 50% op industrieterreinen. Per type terrein dienen de gemeenten aan te geven wat het percentage kantoorhoudendheid is. De gemeente Lelystad kiest ervoor om een grens van maximaal 30% kantoorhoudendheid voor de meeste reguliere bedrijven- en industrieterreinen vast te stellen. Uitzonderingen kunnen gemaakt worden voor zichtlocaties op Flevopoort en Larserpoort. Op deze locaties wordt een kantoorhoudendheid van maximaal 70% toegestaan op privaatrechtelijke kavels, mits er op het publiekrechtelijke blok (dat uit meerdere privaatrechtelijke kavels kan bestaan) sprake is van een maximale kantoorhoudendheid van 30% van de bedrijfsvloeroppervlakte. Het is zelfs zo dat er uitzonderingen geformuleerd zijn voor bedrijvigheid waarbij een maximale kantoorhoudendheid boven de 70% is toegestaan. Dit is gedaan op basis van SBI-codes en is vooral gericht op het mogelijk maken van autoafhankelijke kantoren langs de A6. Andere reden voor uitzondering is het faciliteren van de vestiging van het hoofdkantoor op de locatie. Deze uitzonderingen zijn voor de afzonderlijke werklocaties in de factsheets opgenomen.

Grootte individueel kantoorpand (bvo)

Voor vestigingslocaties waar separate kantoren zich mogen vestigen, wordt een minimum en/of maximum omvang per gebouw in m2 bvo beschreven. Het is wel mogelijk dat er meer bedrijven in één gebouw gevestigd kunnen zijn (multitennant). In principe is dit een richtlijn.

Voor de grootstedelijke centrumlocaties, overige centra en het specifieke werkmilieu ‘kantoren’ is de grootte van een individueel kantoorband een aanbeveling. Grootstedelijke centrummilieus vragen om een zekere schaalgrootte en hier is dan ook een ondergrens van 3.000 m2 gedefinieerd. Middelgrote kantoren tot 5.000 m2 kunnen terecht op de overige centrumlocaties. Het specifieke werkmilieu ‘kantoren’ is geschikt voor grootschalige panden (geen maximum), terwijl de kleinere kantoren tot 1.500 m2 individueel in de woonwijk of in de overige centra terecht kunnen.

Totale omvang kantoren op locatie (aanbeveling)

Hiermee wordt aangegeven aan welke omvang in totaal aantal m2 bvo de gehele vestigingslocatie moet of mag voldoen. Hierbij wordt onderscheid gemaakt tussen ‘grote’ kantorenlocaties (minimaal 10.000 m2 bvo), ‘middelgrote’ kantorenlocaties (tussen 3.000 en 10.000 m2 bvo) en ‘kleine’ kantorenlocaties (maximaal 3.000 m2 bvo). Op reguliere bedrijventerreinen en industrieterreinen is dit criterium niet van toepassing, omdat hier, behoudens eventuele kantorenzones, geen separate kantoren gevestigd mogen worden.

Milieuhindercategorie (goedkeuringscriterium)

Hiermee wordt aangegeven tot welke milieucategorie bedrijvigheid zich mag vestigen op de verschillende locaties.

Bereikbaarheid

Bereikbaarheid per spoor en HOV (goedkeuringscriteria)

Hierbij is gekozen voor een differentiatie naar dichtheid van benutting. Kantorenlocaties, bedrijventerreinen met hoge kantoorhoudendheid en in mindere mate gemengde terreinen dienen goed ontsloten te zijn met het openbaar vervoer. Een goede ontsluiting per openbaar vervoer staat gelijk aan locaties op knooppunten van het openbaar vervoer met frequente trein- of busverbindingen (2x per uur in de spits) in meerdere richtingen of locaties gelegen bij HOV (Interliner, snelbussen, busbanen). Dit is afzonderlijk per werklocatie aangegeven in de factsheets.

Voor ontsluiting per spoor geldt dat bij grootstedelijke centrummilieus de ligging bij een (intercity) station noodzakelijk is. Voor de overige centra en het specifieke werkmilieu ‘voorzieningen’ geldt als richtlijn dat een treinstation wenselijk is. Binnen het specifieke werkmilieu ‘voorzieningen’ is bereikbaarheid per spoor als aanbeveling opgenomen, evenals dat het geval is bij sommige ‘reguliere bedrijventerreinen’ en ‘industrieterreinen’ indien multimodale ontsluiting wenselijk is (aanbeveling).

Ontsluiting via HOV met frequente busverbindingen geldt als goedkeuringscriterium in de centrummilieus. Voor de specifieke werkmilieus geldt dit criterium als richtlijn; het is wenselijk dat deze locaties met HOV worden ontsloten. Voor gemengde gebieden geldt dat er geen eisen gesteld worden conform HOV.

Bereikbaarheid per lokale bus

Voor alle locaties is een goede ontsluiting per bus wenselijk. Naar omvang en dichtheid van de locatie en de ligging is hierin verdere differentiatie mogelijk. Deze differentiatie is onderdeel van de gemeentelijke vestigingsplaatsvisie, waarbij het lastig is om voorschriften op te nemen over bedieningsniveaus. Om die reden is de bereikbaarheid per lokale bus een richtlijn, waarvan gemotiveerd mag worden afgeweken.

Bereikbaarheid via de weg

Locaties dienen goed bereikbaar te zijn met de auto. Per locatie is er echter wel verschil mogelijk in de mate van ontsluiting over de weg. Ook de bereikbaarheid over de weg is een richtlijn, waardoor een motivatie nodig is om weer te geven of de ontsluiting afdoende is.

Bereikbaarheid via water

Bij sommige bedrijventerreinen is het gewenst om over het water bereikbaar te zijn. Dit komt vooral voor als multimodale ontsluiting gewenst is. Van multimodale ontsluiting is op dit moment sprake op industrieterrein Flevokust. De bereikbaarheid over water is dan veelal een aanbeveling.

Bereikbaarheid op de fiets

Bedrijventerreinen dienen goed bereikbaar te zijn per fiets. Tussen de woongebieden en werkgebieden dienen daarvoor bij voorkeur goede rechtstreekse fietsverbindingen aanwezig te zijn. Vanuit het oogpunt van veiligheid verdienen vrijliggende fietspaden de voorkeur. Ook hier gaat het om een richtlijn.

Bereikbaarheid te voet

In alle vestigingsmilieus zijn voetpaden wenselijk. Met name de looproute van de openbaar vervoerhalte naar de bedrijven vraagt specifieke aandacht. De bereikbaarheid voor voetgangers is een aanbeveling.

Parkeren

Parkeren op eigen terrein (goedkeuringscriterium)

Op de specifieke werkmilieus ‘kantoren’, ‘reguliere bedrijventerreinen’ en ‘industrieterreinen’ is parkeren op eigen terrein verplicht en moeten er voldoende parkeerplaatsen op eigen terrein gecreëerd worden zodat er geen afwenteling op de omgeving plaatsvindt. Wel kan een streven naar een gedeeltelijke collectieve oplossing opgenomen worden. Op andere werklocaties is parkeren op eigen terrein niet noodzakelijk, maar het mag natuurlijk wel.

Betaald parkeren openbaar

In de centrummilieus en het specifieke werkmilieu voorzieningen bestaat de mogelijkheid om betaald parkeren in de openbare ruimte in te voeren om deze locaties te kunnen voorzien van voldoende parkeergelegenheid. Het gaat hier om een aanbeveling.

Parkeernorm

Het criterium ‘parkeernorm’ geeft aan of er bij het parkeren rekening gehouden dient te worden met de gebiedsparkeerbalans. Daarbij wordt aangegeven of er een maximum parkeernorm is, er beperkingen zijn voor het parkeren op maaiveld en of dubbelgebruik van parkeergelegenheden moet worden bevorderd. De parkeernorm is een richtlijn, waarvan gemotiveerd kan worden afgeweken. Per werklocatie en functie zijn er diverse uitgangspunten opgesteld. Deze zijn per locatie verwerkt in de factsheets.

Minimum parkeernorm kantoren / bedrijfshal

Een minimum parkeernorm is opgesteld om voldoende parkeergelegenheid te garanderen zodat er geen afwenteling op de omgeving plaatsvindt. De minimum parkeernormen zijn gedefinieerd voor vrijwel alle locaties. De waarden kunnen verschillen naar functie. Zo wordt onderscheid gemaakt tussen kantoren met of zonder baliefunctie, arbeidsintensieve en –extensieve bedrijvigheid en verschillende vormen van detailhandel. De streefwaarden zijn per locatie verwerkt in de factsheets en gelden als een aanbeveling.

Maximum parkeernorm maaiveld

Deze aanbeveling is geformuleerd ter bevordering van een zorgvuldig ruimtegebruik. Als de norm op het maaiveld strenger is dan de minimum parkeernorm zouden de overige plaatsen gecreëerd moeten worden via collectieve parkeervoorzieningen of op-, onder- het gebouw door middel van een parkeerdek. Dit laatste komt vooral voor op grote kantorenlocaties.

Maximum parkeernorm

De maximum parkeernorm is alleen gedefinieerd voor de grootschalige stationslocaties ter bevordering van zorgvuldig ruimtegebruik. Dit is een aanbeveling.

Zorgvuldig ruimtegebruik

Minimale bebouwingspercentage

Ter bevordering van zorgvuldig ruimtegebruik dienen streefwaarden opgenomen te worden ten aanzien van het minimale bebouwingspercentage. Het minimale bebouwingspercentage geeft de ondergrens aan, waar de bebouwing op een kavel minimaal aan moet voldoen. Per locatie is hiervoor in de factsheets een streefwaarde voor opgenomen.

Minimale Floor Space Index (FSI)

De FSI geeft de verhouding tussen het aantal m2 bvo van het pand en het kaveloppervlak. Hoe hoger deze waarde, hoe zorgvuldiger omgegaan wordt met de ruimte. Er is sprake van een aanbeveling. Per locatie is hiervoor in de factsheets een streefwaarde opgenomen.

Beeldkwaliteitplan

Op sommige locaties is het wenselijk dat er een beeldkwaliteitplan opgesteld wordt. Dit is per locatie aangegeven. Het gaat om een aanbeveling.

Functiemenging

In de tabel is aangegeven bij welke vestigingsmilieus het mengen van verschillende functies mogelijk (en gewenst) is. In de centrum- en gemengde milieus is het mengen van wonen, kantoren, voorzieningen en overige bedrijvigheid mogelijk, indien de laatste naar aard en schaal passend is. Veelal worden hiervoor de milieucategorieën 1 en 2 zoals genoemd in de Staat van Bedrijfsactiviteiten van het VNG als leidraad genomen. Woon-werkcombinaties zijn uitermate geschikt voor vestiging in de gemengde milieus.

Bij voorzieningenlocaties is het gewenst om te mengen met wonen, omdat dit de sociale veiligheid ten goede komt. Verder is het mogelijk om hier kantoren te ontwikkelen indien de noodzaak daarvan wordt aangetoond.

Op de overige specifieke werkmilieus (kantoren, regulier bedrijventerrein, industrieterrein) is mengen van overige bedrijvigheid met wonen en kantoren niet mogelijk. Alleen locatieverzorgende voorzieningen (o.a. horeca, servicepunten, tankstations) zijn toegestaan. Er geldt hier een ‘nee, tenzij’-beleid. In de bestemmingsplannen moet expliciet worden bepaald wat wel mag.

Bijlage E: Bedrijfsactiviteiten Flevokust

Inleiding

Lelystad ziet kansen om haar stedelijke economie verder te versterken door in te zetten op het industrieel- logistiek profiel (2003, 2007, 2011)

91Naar een sterke economie in Lelystad, 2003, Raad van Lelystad; Gemeentelijke Visie op het Vestigingsbeleid, 2007, Raad van Lelystad; Strategisch Acquisitiebeleid Lelystad, 2011, B&W van Lelystad.

. Via werklocatie Flevokust kan dit profiel worden ingevuld.

Flevokust bestaat straks uit twee onderdelen: een industrieel (binnenvaart)haventerrein en een terrein voor distributie, opslag en logistiek. Een dergelijke keuze past ook goed in de regionale context van Flevoland en de Metropoolregio Amsterdam, waarbij tekorten aan natte kavels en kavels voor bedrijven in de hogere milieucategorie zijn geconstateerd (Uitvoeringsstrategie Plabeka 2010-2040, Snoeien om te kunnen Bloeien). Flevokust wordt op metropoolregionale schaal gezien als een aanvulling op de regionale bedrijventerreinstrategie.

De binnenvaarthaven biedt straks voor het zittende bedrijfsleven in Lelystad, Almere en daarbuiten een uitstekende extra voorziening voor goederenvervoer naast de bestaande mogelijkheden voor aan- en afvoer via de weg. Dit geldt voor de bedrijven op andere werklocaties maar ook voor bijvoorbeeld de land- en tuinbouwsector.

Wat willen we

Flevokust is een uitstekende vestigingsplek voor bedrijven die passen binnen het profiel productie, opslag, distributie en vervoerservices. Deze bedrijfsactiviteiten voeden/ondersteunen de havenfunctie en vervoer over water. De marketing en acquisitie voor Flevokust richt zich op deze doelgroep.

Industriële producenten zijn vaak afhankelijk van de aan- en afvoer over water. In eerste instantie wordt gedacht aan de vervaardiging van bouwmaterialen (in de breedste zin), hout, metaal, en de productie van voedingsmiddelen & dranken. Daarnaast wordt ingezet op die industriële activiteiten die lading genereren voor de binnenvaarthaven, hetzij via containers, hetzij via bulk (textiel, metaalbewerking, machinebouw en de bouw van vervoermiddelen). In algemene zin wil Flevokust derhalve vestigingsmogelijkheden bieden voor transportkostengevoelige industriële activiteiten die in belangrijke mate gebruik maken van de haven voor de aan- en afvoer van hun goederen.

Daarnaast wil Lelystad via Flevokust de ruimte bieden aan distributie en opslag en logistieke en vervoersactiviteiten die direct samenhangen met de aan-, af- en doorvoer van goederenstromen over water (van water naar water, of van weg naar water en vice versa). Wanneer hierdoor de goederenvervoerstromen dikker worden, ontstaan kansen voor value added logistics.

Wat willen we niet

Een aantal activiteiten is uitgesloten. Het betreft hier onder andere: detailhandel, hoogovens, olieraffinaderijen, kerncentrales, (en in het verlengde daarvan ook de activiteiten die te maken hebben met de voorverwerking, aanvoer van grondstoffen van dergelijke activiteiten). Verder is op grond van het locatiebeleid het vervoer van levende dieren uitgesloten. In het verlengde hiervan zijn bedrijfsactiviteiten uitgesloten die te maken hebben met de bewerking van vlees van (levende) dieren.

Op grond van het locatiebeleid zijn tevens ‘niet-locatieverzorgende’ voorzieningen niet toegestaan. Dit zijn voorzieningen wier werkingssfeer/marktbereik verder strekken dan het gebied Flevokust. Deze niet- locatieverzorgende voorzieningen dienen op grond van het vestigingsbeleid in Lelystad op andere locaties te worden gesitueerd. Dit om onnodige concurrentie (alsmede negatieve externe effecten ter plaatse) met voorzieningen die op de juiste plek gevestigd zijn te voorkomen. Het al dan niet toestaan van dergelijke voorzieningen is in hoge mate afhankelijk van timing. Wanneer het terrein voor meer dan de helft is uitgegeven kunnen dergelijke voorzieningen zich vestigen, wanneer zij vooraf hebben aangetoond dat het marktbereik ook niet verder strekt dan het terrein Flevokust. Hier moet worden gedacht aan “restaurant/snackbar/cafetaria” en bijvoorbeeld een motorbrandstofverkooppunt.

Bijlage F: Totaaloverzicht branchering detailhandel op bedrijventerreinen

Bedrijventerrein

Zonder ontheffing

Met ontheffing

Gemengd milieu:

Gildenhof Kempenaar Griend

Jol

Productiegebonden, niet zijnde voedings- en genotmiddelen Ondergeschikte detailhandel

ABC-branches

Grove bouwmaterialen

Woninginrichting Keukens en sanitair Tuingerelateerd Installatiegerelateerd Rijwielen

Kringloopwinkels

Regulier bedrijventerrein:

Flevopoort

Productiegebonden, niet zijnde voedings- en genotmiddelen Ondergeschikte detailhandel

ABC-branches

Grove bouwmaterialen

Brand- en explosiegevaarlijke stoffenRijwielen

Installatiegerelateerd Tuingerelateerd

Sauna’s, fitnessapparatuur e.d.

Larserpoort

Productiegebonden, nietzijnde voedings- en genotmiddelen Ondergeschikte detailhandel

Geen

Noordersluis

Productiegebonden, niet zijnde voedings- en genotmiddelen Ondergeschikte detailhandel

ABC-Branches

Grove bouwmaterialen

Brand- en explosiegevaarlijke stoffenRijwielen

Kringloopwinkels

Middendreef

Productiegebonden, nietzijnde voedings- en genotmiddelen Ondergeschikte detailhandel

Geen

Rivierenbuurt:

Ketelmeerstraat

Productiegebonden, niet zijnde voedings- en genotmiddelen Ondergeschikte detailhandel

ABC-branches

Grove bouwmaterialen

Woninginrichting Keukens en sanitair Tuingerelateerd Installatiegerelateerd Rijwielen Kringloopwinkels

Merwede

Productiegebonden, niet zijnde voedings- en genotmiddelen Ondergeschikte detailhandel

Geen

Sont

Productiegebonden, niet zijnde voedings- en genotmiddelen Ondergeschikte detailhandel

Geen

Airport GardenCity / Larserknoop

Productiegebonden, nietzijnde voedings- en genotmiddelen Ondergeschikte detailhandel

Geen

Luchthaven Lelystad

Productiegebonden, niet zijnde voedings- en genotmiddelen Ondergeschikte detailhandel

Passagiers- en bezoekersgericht

Geen

Bio Science Park

Geen

Geen

Industrieterrein:

Oostervaart

Productiegebonden, niet zijnde voedings- en genotmiddelen Ondergeschikte detailhandel

ABC-Branches

Grove bouwmaterialen

Brand- en explosiegevaarlijke stoffen

Kringloopwinkels

Flevokust

Geen

Geen

Bijlage G: Factsheets

Op de factsheets wordt per werklocatie een overzicht geboden welke voorwaarden er gelden voor bedrijvigheid om zich op de locatie te vestigen. Om het overzichtelijk te houden wordt bij de presentatie van deze factsheets dezelfde categorisering aangehouden als het provinciale locatiebeleid: centrummilieu, gemengd milieu en specifiek milieu. Hierbij zullen de werklocaties in onderstaande volgorde gepresenteerd worden:

Centrummilieus (G.1)

1Stadshart

2Lelycentre

Gemengde milieus (G.2)

1Gildenhof

2Griend

3Jol

4Kempenaar

Specifieke werkmilieus (G.3)

A.Reguliere bedrijventerreinen

1Flevopoort

2Larserpoort

3Noordersluis

4Rivierenbuurt (Ketelmeerstraat, Merwede, Sont)

5Airport Garden City / Larserknoop

6Luchthaven Lelystad

7Bio Science Park

8Middendreef

B.Industrieterreinen

1Oostervaart

2Flevokust

C.Kantorenlocaties

1De Meent / De Schans / De Veste

2Hanzepark / Botter

3Kantorenlocatie “Airport Garden City”

D.Voorzieningen

1Palazzo

2Westerdreef

3Batavia Stad

G.1Centrummilieus

1.Stadshart

Algemeen

Terreintype Uitgegeven omvang Nog uit te geven

Centrummilieu – Grootstedelijke centrumlocatie

Kantoren: 67.700 m2 bvo Detailhandel: 36.464 m2 wvo Kantoren: 17.330 m2 bvo

Detailhandel: 9.000-12.750 m² bvo

Omschrijving locatietype

Locatie waar arbeids- en

bezoekersintensieve functies als kantoren, winkels en consumentengerichte en maatschappelijke voorzieningen samen met wonen voorkomen nabij (intercity)station.

Goedkeuringscriteria – werkfuncties

Doelgroepen

Uitgesloten functies

Maximale kantoorhoudendheid Milieuhindercategorie

Arbeids- en bezoekersintensieve functies als kantoren, winkels en consumentengerichte en maatschappelijke voorzieningen gecombineerd met wonen. Overige bedrijvigheid, tenzij naar aard en schaal passend

100% (kantorenlocaties); elders30% per bedrijf.

Categorie 1 – 2

Goedkeuringscriteria – bereikbaarheid

Spoor HOV

Locatie bevat het (intercity)station Lelystad Centrum Stadshart is op HOV niveau ontsloten.

Richtlijnen – werkfuncties

Grootte individuele kantoorpanden

Totale omvang kantoren op locatie

Minimaal 3.000 m2 bvo, wel deelbaar in verhuur. Minimaal 70.000m2 bvo, afhankelijk van gebiedsgrootte.

Richtlijnen – bereikbaarheid

Lokale bus Weg

Fiets

Goed. Stadshart is goed per bus bereikbaar.

Goed. Stadshart is gelegen aan het hoofdwegennet

Goed. Er lopen diversevrijliggende fietspaden directnaar het Stadshart.

Richtlijnen – parkeren

Parkeernorm

Parkeren op eigen terrein is niet noodzakelijk, indien er sprakeis van een sluitende parkeerbalans op gebiedsniveau.

Bevordering van dubbelgebruik parkeergelegenheid

Aanbevelingen – werkfuncties

Bedrijfsactiviteiten

Kantoorgebruikers, detailhandel en andere (consumentgerichte en maatschappelijke) voorzieningen.

Aanbevelingen – bereikbaarheid

Voetgangers

Voetpaden zijn aanwezig.

Aanbevelingen – parkeren

Op eigen terrein

Betaald parkeren openbaar gebied Maximum parkeernorm

Niet noodzakelijk. Ja

1:60 m2 bvo, tenzijniet haalbaar.

Aanbevelingen – ruimtegebruik

Minimum bebouwingspercentage Minimale FSI

Beeldkwaliteitsplan

Passend bij locatieen afhankelijk van functie Passend bij locatie en afhankelijk van functie

Onderdeel van stedenbouwkundig ontwerp

Functiemenging

Wonen

Ja

Voorzieningen

Ja

Kantoren

Ja

Overige bedrijvigheid

Nee, tenzij naar aarden schaal passend. Categorie 1 – 2

2.Lelycentre

Algemeen

Terreintype Uitgegeven omvang

Nog uitte geven / onttrekken

Centrumlocatie – Overige centrumlocatie

Kantoren: 71.100m2 bvo

Detailhandel: 9.496 m2 wvo

Kantoren: -23.000 m2 bvo

Detailhandel: 0m2 wvo

Omschrijving locatietype

Locatie nabij een 2e orde OV- knooppunt waarfunctiemenging van detailhandel, kantoren en wonen mogelijk is.

Goedkeuringscriteria – werkfuncties

Doelgroepen Uitgesloten functies

Maximale kantoorhoudendheid Milieuhindercategorie

Kantoren: backoffices. Winkelcentrum: detailhandel en kleine zakelijke dienstverlening Overige bedrijvigheid, tenzij passend naar aard en schaal

Kantorenlocatie: 100%. Elders:30%.

Categorie 1 – 2

Goedkeuringscriteria – bereikbaarheid

HOV

Ja, Lelycentre is op HOV niveau ontsloten.

Richtlijnen – bereikbaarheid

Spoor

Geen station aanwezig.

Lokale bus

Goed. Locatieheeft een busstation.

Weg

Goed. Locatie is gelegen aan hoofdwegennet.

Fiets

Goed. Er lopen diversefietspaden naar de locatie.

Richtlijnen – parkeren

Parkeernorm

Parkeren op eigenterrein niet noodzakelijk, mits er sprakeis van parkeerbalans op gebiedsniveau.

Bevordering van dubbelgebruik parkeergelegenheid.

Aanbevelingen – werkfuncties

Bedrijfsactiviteiten

Kantoorgebruikers, detailhandel en publieke en kleine zakelijke dienstverlening

Aanbevelingen – bereikbaarheid

Voetgangers

Goed. Voetpaden aanwezig.

Aanbevelingen – parkeren

Op eigen terrein

Betaald parkeren openbaar gebied

Niet noodzakelijk

Ja, op delenvan de locatie.

Aanbevelingen – ruimtegebruik

Minimum bebouwingspercentage Minimale FSI

Beeldkwaliteitsplan

Passend bij locatieen afhankelijk van functie

Passend bij locatieen afhankelijk van functie Wenselijk

Functiemenging

Wonen

Ja

Voorzieningen

Ja

Kantoren

Ja

Overige bedrijvigheid

Nee, tenzij naar aarden schaal passend. Categorie 1 – 2

G.2Gemengde milieus

1Gildenhof, Kempenaar, Griend en Jol

Algemeen

Terreintype Uitgegeven omvang Nog uit te geven

Omschrijving locatietype

Regulier bedrijventerrein

24ha.

62,1 ha.

Specifieke werklocatie voor het vestigen van overige bedrijvigheid.

Goedkeuringscriteria – werkfuncties

Doelgroepen

Uitgesloten functies

Maximale kantoorhoudendheid Milieuhindercategorie

Allerhande soorten bedrijvigheid, waarbij een deel van clusters 1 en 2 gericht is op hoogwaardige bedrijven in de sectoren handel, industrie, value added logistics en dienstverlening. Op de clusters 3 tot 5 is naast productiegebonden (niet zijnde voedings- en genotmiddelen) en ondergeschikt zeerbeperkt detailhandel in de ABC- branches, grove bouwmaterialen, brand- en explosiegevaarlijke stoffen en rijwielen toegestaan. Met een ontheffing is onder bepaalde voorwaarden tevens

installatiegerelateerd, tuingerelateerde en detailhandel in sauna’s, fitnessapparatuur

e.d. mogelijk.

Kantoren, wonen en niet-locatieverzorgende voorzieningen.

30% per publiekrechtelijke kavelop cluster 1-2;30% per bedrijf op clusters 3-5

Nieuwe vestigers: categorie 1 - 3

Goedkeuringscriteria – parkeren

Op eigen terrein

Ja, alle voertuigen worden op eigenterrein geparkeerd

Richtlijnen – werkfuncties

Grootte individuele kantoorpanden

Niet van toepassing

Richtlijnen – bereikbaarheid

HOV

Lokale bus Weg

Fiets

Flevopoort is niet op HOV niveauontsloten Matig.

Goed. Nabij A6 en hoofdwegen Larserdreef / Larserweg

Op het terrein zijn vrijliggende fietspaden aangelegd. Bij de aanleg van de infrastructuur op het terrein dientrekening gehouden te worden met fietspaden.

Richtlijnen – parkeren

Parkeernorm

Geen maximum parkeernorm.

Aanbevelingen – werkfuncties

Bedrijfsactiviteiten

Alle bedrijfsactiviteiten m.u.v.consumentengerichte voorzieningen en separate kantoren. Detailhandel in lijn met de goedkeuringscriteria is mogelijk.

Aanbevelingen – bereikbaarheid

Spoor (goederen) Water Voetgangers

Flevopoort is nietper spoor bereikbaar

Deels via waterbereikbaar, echter is de kade niet in gebruik.

Er liggen geen voetpaden op het terrein.

Aanbevelingen – ruimtegebruik

Minimum bebouwingspercentage

Minimale FSI Beeldkwaliteitsplan

Minimaal 25% van kaveloppervlakte dient bebouwd te zijn

Streefwaarde van 0,4

Aanbevolen

Overige criteria (nietopgenomen in locatiebeleid Provincie Flevoland)

Parkmanagement

Geen parkmanagement aanwezig

Functiemenging

Wonen Voorzieningen Kantoren

Overige bedrijvigheid

Nee Locatieverzorgend

Nee, mits passend in permanente regeling Ja

G.3Specifieke werkmilieus

A.Reguliere bedrijventerreinen

1.Flevopoort

Algemeen

Terreintype Uitgegeven omvang Nog uit te geven

Omschrijving locatietype

Regulier bedrijventerrein

24ha.

62,1 ha.

Specifieke werklocatie voor het vestigen van overige bedrijvigheid.

Goedkeuringscriteria – werkfuncties

Doelgroepen

Uitgesloten functies

Maximale kantoorhoudendheid Milieuhindercategorie

Allerhande soorten bedrijvigheid, waarbij een deel van clusters 1 en 2 gericht is op hoogwaardige bedrijven in de sectoren handel, industrie, value added logistics en dienstverlening. Op de clusters 3 tot 5 is naast productiegebonden (niet zijnde voedings- en genotmiddelen) en ondergeschikt zeerbeperkt detailhandel in de ABC- branches, grove bouwmaterialen, brand- en explosiegevaarlijke stoffen en rijwielen toegestaan. Met een ontheffing is onder bepaalde voorwaarden tevens

installatiegerelateerd, tuingerelateerde en detailhandel in sauna’s, fitnessapparatuur

e.d. mogelijk.

Kantoren, wonen en niet-locatieverzorgende voorzieningen.

30% per publiekrechtelijke kavelop cluster 1-2;30% per bedrijf op clusters 3-5

Nieuwe vestigers: categorie 1 - 3

Goedkeuringscriteria – parkeren

Op eigen terrein

Ja, alle voertuigen worden op eigenterrein geparkeerd

Richtlijnen – werkfuncties

Grootte individuele kantoorpanden

Niet van toepassing

Richtlijnen – bereikbaarheid

HOV

Lokale bus Weg

Fiets

Flevopoort is niet op HOV niveauontsloten Matig.

Goed. Nabij A6 en hoofdwegen Larserdreef / Larserweg

Op het terrein zijn vrijliggende fietspaden aangelegd. Bij de aanleg van de infrastructuur op het terrein dientrekening gehouden te worden met fietspaden.

Richtlijnen – parkeren

Parkeernorm

Geen maximum parkeernorm.

Aanbevelingen – werkfuncties

Bedrijfsactiviteiten

Alle bedrijfsactiviteiten m.u.v.consumentengerichte voorzieningen en separate kantoren. Detailhandel in lijn met de goedkeuringscriteria is mogelijk.

Aanbevelingen – bereikbaarheid

Spoor (goederen) Water Voetgangers

Flevopoort is nietper spoor bereikbaar

Deels via waterbereikbaar, echter is de kade niet in gebruik. Er liggen geen voetpaden op het terrein.

Aanbevelingen – ruimtegebruik

Minimum bebouwingspercentage

Minimale FSI Beeldkwaliteitsplan

Minimaal 25% van kaveloppervlakte dient bebouwd te zijn Streefwaarde van 0,4

Aanbevolen

Overige criteria (nietopgenomen in locatiebeleid Provincie Flevoland)

Parkmanagement

Geen parkmanagement aanwezig

Functiemenging

Wonen Voorzieningen Kantoren

Overige bedrijvigheid

Nee Locatieverzorgend

Nee, mits passend in permanente regeling Ja

2.Larserpoor

Algemeen

Terreintype

Uitgegeven omvang Nog uit te geven

Regulierbedrijventerrein (hoogwaardig)

44ha.

10,1 ha.

Omschrijving locatietype

Specifieke locatie voor het vestigen van overige bedrijvigheid. Hiervan is een deel als logistiek, een deel als hoogwaardig en eendeel als gemengd terrein ingericht.

Goedkeuringscriteria – werkfuncties

Doelgroepen

Uitgesloten functies

Maximale kantoorhoudendheid Milieuhindercategorie

Hoogwaardige bedrijven binnen de sectoren handel en lichte productie die belang hechten aan een goedebereikbaarheid en uitstraling, maar ook logistieke bedrijven als transport en groothandel. Naast productiegebonden (niet zijnde voedings- en genotmiddelen) en ondergeschikt is detailhandel uitgesloten.

Kantoren, wonen, detailhandel en niet-locatieverzorgende voorzieningen.

30% per bedrijf. Om hoofdkantoren tevestigen kan uitzondering gemaakt worden. Nieuwe vestigers: categorie 1-3 en waarnaar aard en schaal passend categorie 4.

Goedkeuringscriteria – parkeren

Op eigen terrein

Ja, alle voertuigen wordenop eigen terrein geparkeerd.

Richtlijnen – werkfuncties

Grootte individuele kantoorpanden

Niet van toepassing

Richtlijnen – bereikbaarheid

HOV

Lokale bus Weg

Fiets

Larserpoortis niet op HOV niveauontsloten. Op langetermijn onderzoeken of dit mogelijk is in combinatie met ontwikkeling luchthaven.

Matig bereikbaar. Bus naar Harderwijk rijdt slechts 2 keer per uur en rijdt niet over het terrein zelf.

Goed. Nabij A6 en aan hoofdverkeersweg Larserdreef. Er zijn geen vrijliggende fietspaden aangelegd.

Richtlijnen – parkeren

Parkeernorm

Arbeidsextensieve bedrijvigheid: 0,8 p.p / 100 m2 bvo Arbeidsintensieve bedrijvigheid: 2,8 p.p / 100 m2 bvo Kantoren zonder baliefunctie: 1,8 p.p. / 100 m2 bvo

Kantoren met baliefunctie: 2,5 p.p. / 100 m2 bvo

Aanbevelingen – werkfuncties

Bedrijfsactiviteiten

Alle bedrijfsactiviteiten m.u.v.consumentengerichte voorzieningen en separate kantoren.

Aanbevelingen – bereikbaarheid

Spoor (goederen) Water Voetgangers

Larserpoortis niet bereikbaar per spoor Larserpoort is niet bereikbaar via water

Op gedeelten liggen voetpaden. Uitbreiding is te overwegen.

Aanbevelingen – ruimtegebruik

Minimale bebouwingspercentage Minimale FSI

Beeldkwaliteitsplan

Minimaal 25% vande kaveloppervlakte dientbebouwd te zijn. Streefwaarde is 0,4

Aanbevolen

Overige criteria (nietopgenomen in locatiebeleid Provincie Flevoland)

Parkmanagement

Niet aanwezig

Functiemenging

Wonen

Nee

Voorzieningen

Locatieverzorgend

Kantoren

Nee

Overige bedrijvigheid

Ja

3Noordersluis

Algemeen

Terreintype Uitgegeven omvang Nog uit te geven

Regulier bedrijventerrein 123 ha.

12.3 ha.

Omschrijving locatietype

Specifieke locatie voor het vestigen van overige bedrijvigheid.

Goedkeuringscriteria – werkfuncties

Doelgroepen

Uitgesloten functies

Maximale kantoorhoudendheid Milieuhindercategorie

Overige bedrijvigheid, showroom / toonzaal uitsluitend ‘business-to-business’.

Naast productiegebonden (nietzijnde voedings- en genotmiddelen) en ondergeschikt is detailhandel in ABC-Branches, grove bouwmaterialen, brand- en explosiegevaarlijke stoffen, rijwielen en kringloopwinkels onder voorwaarden mogelijk.

Kantoren,wonen (m.u.v. bestaande werk-wooncombinaties) en niet-locatieverzorgende voorzieningen. Detailhandel in andere dan bovenstaande branches (m.u.v. de Westerdreef)

30% per bedrijf

2-4, gezoneerd.

Goedkeuringscriteria – parkeren

Op eigen terrein

Ja, alle voertuigen worden op het eigen terrein geparkeerd.

Richtlijnen – werkfuncties

Grootte individuele kantoorpanden

Niet van toepassing

Richtlijnen – bereikbaarheid

HOV

Noordersluis is nietop HOV niveauontsloten

Lokale bus

Matig.

Weg

Terrein direct gelegen aan hoofdverkeerswegen Visarenddreef en Westerdreef

Fiets

Op het terrein liggen langs de hoofdweg (Zuiveringweg) vrijliggende fietspaden.

Richtlijnen – parkeren

Parkeernorm

Arbeidsextensieve bedrijvigheid: 0,6 p.p. / 100 m2 bvo Arbeidsintensieve bedrijvigheid: 1,8 p.p. / 100 m2 bvo

Aanbevelingen – werkfuncties

Bedrijfsactiviteiten

Alle bedrijfsactiviteiten m.u.v.beperkte consumentengerichte voorzieningen en separate kantoren. Beperkte PDV-branches mogelijk op de Westerdreef (zie factsheet

Westerdreef).

Aanbevelingen – bereikbaarheid

Spoor (goederen) Water Voetgangers

Noordersluis is niet bereikbaar per spoor Noordersluis is deelsbereikbaar via water

Er liggen geenvoetpaden op hetterrein. Wellicht in toekomst bijonderhoud.

Aanbevelingen – ruimtegebruik

Minimum bebouwingspercentage Minimale FSI

Beeldkwaliteitsplan

Minimaal 25% vande kaveloppervlakte dientbebouwd te zijn. Streefwaarde is 0,4

Wenselijk

Overige criteria (nietopgenomen in locatiebeleid Provincie Flevoland)

Parkmanagement

Er is geenparkmanagement aanwezig

Functiemenging

Wonen

Nee

Voorzieningen

Locatieverzorgend

Kantoren

Nee

Overige bedrijvigheid

Ja

4.Rivierenbuurt (Ketelmeerstraat, Merwede, Sont)

Algemeen

Terreintype Uitgegeven omvang Nog uit te geven

Omschrijving locatietype

RegulierBedrijventerrein 3 ha.

1,6 ha. (Merwede)

Specifieke locatie voor het vestigen van overige bedrijvigheid – binnenstedelijk bedrijventerrein.

Goedkeuringscriteria – werkfuncties

Doelgroepen

Uitgesloten functies

Maximale kantoorhoudendheid Milieuhindercategorie

Kleinschalige gemengde bedrijvigheid. Beperkte herprofilering binnen economische functies is mogelijk. Naastproductiegebonden (niet zijndevoedings- en genotmiddelen) en ondergeschik is op de Ketelmeerstraat detailhandel in ABC-branches en grove bouwmaterialen toegestaan en onder voorwaarden met een ontheffing is tevens detailhandel in woninginrichting, keukens en sanitair, tuingerelateerd, installatiegerelateerd, rijwielen en kringloopwinkels mogelijk.

Separate kantoren, wonen en detailhandel op de Merwede en de Sontm.u.v. productiegebonden en ondergeschikte detailhandel

30% per bedrijf

Nieuwe vestigers: categorie 1-3

Goedkeuringscriteria – parkeren

Op eigen terrein

Ja, bij voorkeur op eigen terrein. Op een aantalterreinen wordt geparkeerd in aangelegde parkeerhavens.

Richtlijnen – werkfuncties

Grootte individuele kantoorpanden

Niet van toepassing

Richtlijnen – bereikbaarheid

HOV

Lokale bus Weg

Fiets

Terreinenzijn niet ontsloten op HOV-niveau Goed bereikbaar per bus.

Goed bereikbaar overde weg doordat deze terreinen gelegen zijn aan de binnenkant van de hoofdwegenstructuur (dreven).

Op een aantal terreinen zijn vrijliggende fietspaden aanwezig.

Richtlijnen – parkeren

Parkeernorm

Arbeidsextensieve bedrijvigheid: 0,6p.p. / 100m2 bvo. Arbeidsintensieve bedrijvigheid: 1,8 p.p. / 100 m2 bvo.

Aanbevelingen – werkfuncties

Bedrijfsactiviteiten

Overige bedrijvigheid. Consumentgerichte voorzieningen uitsluitend mogelijk wanneer dit past binnen de goedkeuringscriteria.

Aanbevelingen – bereikbaarheid

Spoor (goederen) Water

Voetgangers

De terreinen zijn niet bereikbaar via het spoor

De terreinen zijn niet bereikbaar via het water.Dit is ook niet vanbelang voor deze terreinen.

Overwegen van de aanlegvan voetpaden.

Aanbevelingen – ruimtegebruik

Minimum bebouwingspercentage Minimale FSI

Beeldkwaliteitsplan

Minimaal 25% vande kaveloppervlakte dientbebouwd te zijn. Streefwaarde is 0,4

Wenselijk

Overige criteria (nietopgenomen in locatiebeleid Provincie Flevoland)

Parkmanagement

Parkmanagement nietaanwezig.

Functiemenging

Wonen Voorzieningen Kantoren

Overige bedrijvigheid

Nee

Locatieverzorgend en PDV tot 600 m2 bvo. Nee

Ja

5.Airport Garden City / Larserknoop

Algemeen

Terreintype Uitgegeven omvang Nog uit te geven

Omschrijving locatietype

Regulierbedrijventerrein 0 ha.

171,5 ha. (tot 2040)

Specifieke locatie voor de vestiging van overige bedrijvigheid. Vooral gericht op hoogwaardige, logistieke en luchthavengerelateerde bedrijvigheid.

Goedkeuringscriteria – werkfuncties

Doelgroepen Uitgesloten functies

Maximale kantoorhoudendheid Milieuhindercategorie

Overige bedrijvigheid, waarbij vooral gerichtwordt op hoogwaardige, logistieke en luchthavengerelateerde bedrijvigheid.

Wonen, niet-locatieverzorgende voorzieningen en detailhandel m.u.v. productiegebonden en ondergeschikte detailhandel. Kantoren zijn bij ontheffing mogelijk.

30%

Categorie 2 - 4.1

Goedkeuringscriteria – parkeren

Op eigen terrein

Ja, alle voertuigen worden op eigenterrein of in aangelegde parkeerhavens geparkeerd.

Richtlijnen – werkfuncties

Grootte individuele kantoorpanden

Niet van toepassing

Richtlijnen – bereikbaarheid

HOV

Lokale bus Weg

Fiets

Airport GardenCity is nietop HOV niveauontsloten. Dit is op termijn wel wenselijk met de uitbreiding van het vliegveld.

Matig bereikbaar.

Goed. Terreinligt op korteafstand van A6 en directaan hoofdverkeersweg Larserweg. Op het terrein zijn geen fietspaden aanwezig. Verbetering overwegen.

Richtlijnen – parkeren

Parkeernorm

Arbeidsextensieve bedrijvigheid: 0,8 p.p. / 100 m2 bvo

Arbeidsintensieve bedrijvigheid: 2,8p.p. / 100m2 bvo Kantoren zonder baliefunctie: 1,8 p.p. / 100 m2 bvo

Aanbevelingen – werkfuncties

Bedrijfsactiviteiten

Overige bedrijvigheid, m.n. sectoren gerelateerd aan logistiek en luchthaven die een hoogwaardige vestigingsplaats zoeken.

Aanbevelingen – bereikbaarheid

Spoor (goederen) Water

Voetgangers

Airport Garden Cityis niet perspoor ontsloten. Het terrein is niet via water bereikbaar.

Er liggengeen voetpaden op het terrein.

Aanbevelingen – ruimtegebruik

Minimum bebouwingspercentage Minimale FSI

Beeldkwaliteitsplan

Minimaal 25% vande kaveloppervlakte dientbebouwd te zijn. Streefwaarde is 0,4

Aanwezig

Overige criteria (nietopgenomen in locatiebeleid Provincie Flevoland)

Parkmanagement

Afwezig, maarwordt wel sterkwenselijk geacht.

Functiemenging

Wonen Voorzieningen Kantoren

Overige bedrijvigheid

Nee

Locatieverzorgend en productiegebonden detailhandel Nee, alleen bij ontheffing in ontheffingsgebieden

Ja

6.Luchthaven Lelystad

Algemeen

Terreintype Uitgegeven omvang Nog uit te geven

Omschrijving locatietype

Regulierbedrijventerrein 15,6 ha.

18,4 ha.

Specifieke locatie voorvliegtuig- en passagiersgerelateerde bedrijvigheid. Dit betreft een thematisch terrein.

Goedkeuringscriteria – werkfuncties

Doelgroepen Uitgesloten functies

Maximale kantoorhoudendheid Milieuhindercategorie

Het terrein is geschikt voorvliegtuig- en passagiersgerelateerde bedrijvigheid. Kantoren die geen relatie hebben met de luchthaven, wonen en niet- locatieverzorgende voorzieningen.

30%

Categorie 1 - 4

Goedkeuringscriteria – parkeren

Op eigen terrein

Ja, voertuigen worden op eigen terrein of in aangelegde parkeerhavens geparkeerd.

Richtlijnen – werkfuncties

Grootte individuele kantoorpanden

Niet van toepassing

Richtlijnen – bereikbaarheid

HOV

Lokale bus Weg

Fiets

Slecht. Vliegveld is niet op HOV niveauontsloten.

Matig. Dichtstbijzijnde halte is op 10 minuten loopafstand.

Goed. Gelegen op korte afstand van de A6 en directaan de hoofdverkeersweg Larserweg.

Op het terrein zijngeen fietspaden aanwezig.

Richtlijnen – parkeren

Parkeernorm

Arbeidsextensieve bedrijvigheid: 0,8 p.p./ 100 m2 bvo Arbeidsintensieve bedrijvigheid: 2,8 p.p. / 100 m2 bvo

Kantoren zonderbaliefunctie: 1,8 p.p./ 100 m2 bvo.

Aanbevelingen – werkfuncties

Bedrijfsactiviteiten

Vliegtuig- en passagiersgerelateerde bedrijfsactiviteiten. Op termijn ruimte voor detailhandel in het terminalgebouw gericht op passagiers- en bezoekersstromen van de luchthaven

Aanbevelingen – bereikbaarheid

Spoor (goederen) Water Voetgangers

Terrein is niet bereikbaar overspoor Terrein is niet bereikbaar via water

Er liggen geen voetpaden op het terrein.

Aanbevelingen – ruimtegebruik

Minimum bebouwingspercentage Minimale FSI

Beeldkwaliteitsplan

Minimaal 25% vande kaveloppervlakte dientbebouwd te zijn. Streefwaarde is 0,4

Aanbevolen.

Overige criteria (nietopgenomen in locatiebeleid Provincie Flevoland)

Parkmanagement

Afwezig

Functiemenging

Wonen Voorzieningen Kantoren

Overige bedrijvigheid

Nee Locatieverzorgend

Nee, m.u.v. vliegtuig- en passagiersgerelateerde activiteiten. Ja, mits vliegtuig- en passagiersgerelateerd

7.Bio Science Park

Algemeen

Terreintype Uitgegeven omvang Nog uit te geven

Omschrijving locatietype

Regulierbedrijventerrein 0 ha.

32ha.

Specifieke locatie voor het vestigen van bedrijvigheid gericht op sectoren binnen de Biowetenschap. Dit maakt het een thematisch terrein.

Goedkeuringscriteria – werkfuncties

Doelgroepen Uitgesloten functies

Maximale kantoorhoudendheid

Milieuhindercategorie

Bedrijvenbinnen de agro-en farmaceutische sector.De productieprocessen dienen te passen in de duurzame terreinopzet.

Kantoren die geen relatie hebbenmet het thema,wonen, niet locatieverzorgende voorzieningen en detailhandel

30%

Categorie 1 - 4

Goedkeuringscriteria – parkeren

Op eigen terrein

Ja, alle voertuigen dienenop eigen terreingeparkeerd te worden.

Richtlijnen – werkfuncties

Grootte individuele kantoorpanden

Niet van toepassing

Richtlijnen – bereikbaarheid

HOV

Lokale bus Weg

Fiets

Slecht. Het terreinis niet op HOV niveauontsloten. Matig.

Goed. Terreinligt in nabijheid van afrit 11 van de A6.

Er liggen nog geenvrijliggende fietspaden op het terrein.

Richtlijnen – parkeren

Parkeernorm

Arbeidsextensieve bedrijvigheid: 0,8 p.p./ 100 m2 bvo Arbeidsintensieve bedrijvigheid: 2,8 p.p. / 100 m2 bvo

Kantoren zonderbaliefunctie: 1,8 p.p./ 100 m2 bvo.

Aanbevelingen – werkfuncties

Bedrijfsactiviteiten

Geschikt voor de vestiging van bedrijven uitde agro- en farmaceutische sector.

Aanbevelingen – bereikbaarheid

Spoor (goederen) Water Voetgangers

Terrein is niet bereikbaar over spoor. Terrein is niet bereikbaar via het water.

Er liggen nog geenvoetpaden op hetterrein.

Aanbevelingen – ruimtegebruik

Minimum bebouwingspercentage Minimale FSI

Beeldkwaliteitsplan

Minimaal 25% vande kaveloppervlakte dientbebouwd te zijn. Streefwaarde is 0,4

Wenselijk

Overige criteria (nietopgenomen in locatiebeleid Provincie Flevoland)

Parkmanagement

Wenselijk

Functiemenging

Wonen Voorzieningen Kantoren

Overige bedrijvigheid

Nee Locatieverzorgend

Nee, m.u.v. bedrijven die relatie met Bio Sciencehebben.

Ja, mits dit bedrijvigheid uit de agro-en farmaceutische sectoren betreft.

8.Middendreef

Algemeen

Terreintype Uitgegeven omvang Nog uit te geven

Omschrijving locatietype

Regulier bedrijventerrein 2 ha.

0- 0,4 ha.

Specifieke locatie voorde vestiging van overige bedrijvigheid.

Goedkeuringscriteria – werkfuncties

Doelgroepen Uitgesloten functies

Maximale kantoorhoudendheid Milieuhindercategorie

Kleinschalige gemengde bedrijvigheid en productiegebonden (nietzijnde voedings- en genotmiddelen) en ondergeschikte detailhandel

Kantoren, wonen,detailhandel en niet-locatieverzorgende voorzieningen. M.u.v. reeds bestaande afwijkende functies.

30%, m.u.v. bestaande afwijkende functies. Categorie 1 – 2

Goedkeuringscriteria – parkeren

Op eigen terrein

Ja, bij voorkeur dientop eigen terreingeparkeerd te worden.

Richtlijnen – werkfuncties

Grootte individuele kantoorpanden

Niet van toepassing.

Richtlijnen – bereikbaarheid

HOV

Lokale bus Weg

Fiets

Terrein is niet op HOV niveau ontsloten. Goed. Terrein is bereikbaar per bus

Goed. Terrein gelegen aan hoofdwegennet / uitvalsweg. Redelijk. Tot aanterrein is vrijliggend fietspad aanwezig.

Richtlijnen – parkeren

Parkeernorm

Arbeidsextensievebedrijvigheid: 0,8 p.p./ 100 m2 bvo Arbeidsintensieve bedrijvigheid: 1,8p.p. / 100m2 bvo. Kantoren zonder baliefunctie: 1,8 p.p. / 100 m2 bvo.

Aanbevelingen – werkfuncties

Bedrijfsactiviteiten

Overige bedrijvigheid. Bij uitzondering zijnbestaande afwijkende functies mogelijk gemaakt (kantoren, dienstverlenende bedrijvigheid).

Aanbevelingen – bereikbaarheid

Spoor (goederen)

Water Voetgangers

Terrein is niet directper spoor bereikbaar, wel in nabijheid station gelegen. Terrein is niet bereikbaar via het water.

Tot aan het terrein zijnvoetpaden aanwezig.

Aanbevelingen – ruimtegebruik

Minimum bebouwingspercentage Minimale FSI

Beeldkwaliteitsplan

Minimaal 25% van de kaveloppervlakte dientbebouwd te zijn. Streefwaarde is 0,4

Wenselijk

Overige criteria (nietopgenomen in locatiebeleid Provincie Flevoland)

Parkmanagement

Afwezig.

Functiemenging

Wonen

Voorzieningen Kantoren

Overige bedrijvigheid

Nee Locatieverzorgend

Nee, m.u.v. al bestaande kantoren Ja

B.Industrieterreinen

1.Oostervaart

Algemeen

Terreintype Uitgegeven omvang Nog uit te geven

Industrieterrein 118 ha.

10,4 ha.

Omschrijving locatietype

Specifieke locatie voor het vestigen van bedrijven met een hoge milieucategorie en/of externe veiligheidseisen.

Goedkeuringscriteria – werkfuncties

Doelgroepen Uitgesloten functies

Maximale kantoorhoudendheid Milieuhindercategorie

Het terrein is geschikt voorzware, industriële bedrijvigheid waaraan hoge milieueisen worden gesteld. De ligging nabij de A6 biedt tevens perspectieven voor industriële ondernemingen met aanzienlijke logistieke processen.

Separate kantoren, woningen (nieuwe bedrijfswoningen worden niet toegestaan), niet-locatieverzorgende voorzieningen, detailhandel (m.u.v. productiegebonden (niet zijnde voedings- en genotmiddelen) en ondergeschikte, ABC-branches, grove bouwmaterialen en brand- en explosiegevaarlijke stoffen en kringloopwinkels.

30% per bedrijf, met vrijstelling 50%per bedrijfskavel voorhoofdkantoren Gezoneerd: categorie 3 – 5 (industrieel hart)en categorie 2 – 4 aan rand.

Goedkeuringscriteria – parkeren

Op eigen terrein

Ja, alle voertuigen worden op het eigen terrein geparkeerd.

Richtlijnen – werkfuncties

Grootte individuele kantoorpanden

Niet van toepassing

Richtlijnen – bereikbaarheid

HOV

Lokale bus Weg

Fiets

Het terrein is niet op HOV niveau ontsloten

Goed. 2 keerper uur stopter een bus op het terrein.

Goed. Het terrein ligt nabij afrit11 van de A6 en ligt directaan de hoofdverkeersweg Binnenhavenweg.

Het terrein beschikt over vrijliggende fietspaden langs de hoofdweg.

Richtlijnen – parkeren

Parkeernorm

Geen maximum parkeernorm.

Arbeidsextensieve bedrijvigheid: 0,8 p.p. / 100 m2 bvo

Arbeidsintensieve bedrijvigheid: 2,6p.p. / 100m2 bvo Kantoren zonder baliefunctie: 1,8 p.p. / 100 m2 bvo

Aanbevelingen – werkfuncties

Bedrijfsactiviteiten

Alle bedrijfsactiviteiten in de milieuhindercategorie 3 tot en met 5. Beperkte vormen van detailhandel: ABC-branches, grove bouwmaterialen, brand- en explosiegevaarlijke stoffen en kringloopwinkels.

Aanbevelingen – bereikbaarheid

Spoor (goederen)

Water Voetgangers

Het terrein is niet bereikbaar per spoor.

Het terrein is deels bereikbaar via het water. Er liggen geen voetpaden op het terrein.

Aanbevelingen – ruimtegebruik

Minimum bebouwingspercentage Minimale FSI

Beeldkwaliteitsplan

Minimaal 25% vande kaveloppervlakte dientbebouwd te zijn. Streefwaarde is 0,4

Wenselijk

Overige criteria (nietopgenomen in locatiebeleid Provincie Flevoland)

Parkmanagement

Afwezig

Functiemenging

Wonen

Nee, geen uitbreiding

Voorzieningen

Locatieverzorgend

Kantoren

Nee

Overige bedrijvigheid

Ja

2.Flevokust

Algemeen

Terreintype Uitgegeven omvang Nog uit te geven

Industrieterrein 0 ha.

115ha.

Omschrijving locatietype

Specifieke locatie voor het vestigen overige bedrijvigheid, die door de overslagfaciliteit vooral geschikt is voor havengerelateerde en logistieke bedrijvigheid uit de hogere milieuhindercategorieën.

Goedkeuringscriteria – werkfuncties

Doelgroepen

Uitgesloten functies

Maximale kantoorhoudendheid Milieuhindercategorie

Havengerelateerde en logistieke bedrijvigheid uit de zwaardere milieucategorieën, zoals de aan- en afvoer van grondstoffen en producten. Kantoren mogelijk via ontheffing (havengerelateerdheid)

Separate kantoren, detailhandel, wonen en niet-locatieverzorgende voorzieningen. 30%

Gezoneerd: categorie 3 – 5 (industriedeel) en 2 – 4 (logistiek deel)

Goedkeuringscriteria – parkeren

Op eigen terrein

Ja, alle voertuigen dienen op eigen terrein geparkeerd te worden.

Richtlijnen – werkfuncties

Grootte individuele kantoorpanden

Niet van toepassing.

Richtlijnen – bereikbaarheid

HOV

Bovenregionale bereikbaarheid per openbaar vervoer is wenselijk.

Lokale bus

Locatie dient goedper bus bereikbaar te zijn.

Weg

Goed. Terrein komt nabij afrit11 van de A6 te liggen

Water

Goed. Terrein krijgteen havenfaciliteit (overslag).

Fiets

Ontwerp dienen vrijliggende fietspaden opgenomen te worden.

Richtlijnen – parkeren

Parkeernorm

Arbeidsextensieve bedrijvigheid: 0,8p.p. / 100m2 bvo Arbeidsintensieve bedrijvigheid: 2,8 p.p. / 100 m2 bvo.

Aanbevelingen – werkfuncties

Bedrijfsactiviteiten

Havengerelateerde en logistieke bedrijvigheid. (details zie bijlage E).

Aanbevelingen – bereikbaarheid

Spoor (goederen) Voetgangers

Bereikbaarheid per spooris wenselijk.

Aanleg voetpaden wordtaanbevolen, mede doorvele verkeersverplaatsingen op logistieke terreinen.

Aanbevelingen – ruimtegebruik

Minimum bebouwingspercentage Minimale FSI

Beeldkwaliteitsplan

Minimaal 25% van de kaveloppervlakte dient bebouwd te zijn. Streefwaarde is 0,4

In overweging nemen.

Overige criteria (nietopgenomen in locatiebeleid Provincie Flevoland)

Parkmanagement

Wenselijk

Functiemenging

Wonen

Nee

Voorzieningen

Locatieverzorgend

Kantoren

Nee

Overige bedrijvigheid

Ja

C.Kantorenlocaties

1.De Meent / De Schans / De Vest

Algemeen

Terreintype Uitgegeven omvang Nog uit te geven

Omschrijving locatietype

Kantorenlocatie

29.101 m2 bvo 1.600 m2 bvo

Specifieke locatie voor de vestiging van kantoren.

Goedkeuringscriteria – werkfuncties

Doelgroepen

Uitgesloten functies

Maximale kantoorhoudendheid Milieuhindercategorie

Kantorenlocatiegeschikt voor bedrijvigheid in vele sectoren. De Meent 14 t/m 22 is een uitzondering op de regel waar functieverbreding naar leisure, cultuur, sport en maatschappelijke voorzieningen is toegestaan.

Wonen, niet-locatieverzorgende voorzieningen, detailhandel en overige bedrijvigheid.

100%

Categorie 1 – 2

Goedkeuringscriteria – parkeren

Op eigen terrein

Ja, alle voertuigen dien op eigenterrein geparkeerd te worden. Daar waar dit

problemen geeft,dient het aanleggen van extra parkeervakken in overweging genomen te worden.

Richtlijnen – werkfuncties

Grootte individuele kantoorpanden Totale omvangkantoren op locatie

Minimaal 1.500 m2 bvo. Geen maximum. Rond de 30.000 m2 bvo.

Richtlijnen – bereikbaarheid

Spoor HOV

Lokale bus

Weg Fiets

Goed. Locatieligt nabij Centraal Station.

Goed. Locatie ligt nabij Centraal Station en is daarmee bovenregionaal ontsloten. Goed.Locatie ligt nabijCentraal Station. Tevenszijn er eenaantal bushaltes in de nabijheid gesitueerd.

Goed. Gelegen aan diverse wegenuit het hoofdwegennet. Goed. Vrijliggende fietspaden aanwezig.

Richtlijnen – parkeren

Parkeernorm

Kantoren zonder baliefunctie: 1,5 p.p. / 100 m2 bvo Kantoren met baliefunctie: 2,5 p.p. / 100 m2 bvo.

Aanbevelingen – werkfuncties

Bedrijfsactiviteiten

Kantoorfunctie in vooralde maatschappelijke en kleine zakelijke dienstverlening

Aanbevelingen – bereikbaarheid

Voetgangers

Goed. Voetpaden aanwezig.

Aanbevelingen – ruimtegebruik

Minimum bebouwingspercentage Minimale FSI

Beeldkwaliteitsplan

Minimaal 40% van de kaveloppervlakte dientbebouwd te zijn. Streefwaarde is 1,2

Is onderdeel van een stedenbouwkundig ontwerp.

Overige criteria (niet opgenomen in locatiebeleid Provincie Flevoland)

Parkmanagement

Afwezig.

Functiemenging

Wonen Voorzieningen Kantoren

Overige bedrijvigheid

Nee Locatieverzorgend. Ja

Nee

2.Hanzepark / Botter

Algemeen

Terreintype Uitgegeven omvang Nog uit te geven

Kantorenlocatie

40.000 m2 bvo

14.000 m2 bvo

Omschrijving locatietype

Specifieke locatie voor de vestiging van kantooractiviteiten.

Goedkeuringscriteria – werkfuncties

Doelgroepen

Uitgesloten functies

Maximale kantoorhoudendheid Milieuhindercategorie

(Niet-)zakelijke dienstverlening; waarbij vooral gericht is op sociaal- en maatschappelijke dienstverlening. O.a. de Provincie en verschillende justitiële instellingen hebben zich op deze locatie gevestigd.

Overige bedrijvigheid, commerciële voorzieningen en wonen. 100%

Categorie 1 – 2

Goedkeuringscriteria – parkeren

Op eigen terrein

Ja, parkeren dient zoveel mogelijk op eigen terrein te geschieden (Hanzepark). Tevens is er ruimtevoor collectief privé-terrein (RGD-cluster) en een mengvorm openbaar-privé (Botter – provinciehuis).

Richtlijnen – werkfuncties

Grootte individuele kantoorpanden

Hanzepark: conform stedenbouwkundig plan

Richtlijnen – bereikbaarheid

HOV

Goed. Nabij Centraal Station en daarmeeop HOV niveau ontsloten.

Spoor

Goed. Nabij Centraal Station en daarmeeper spoor goed ontsloten.

Lokale bus

Goed. Nabij Centraal Station en daarmeeper bus goed ontsloten.

Weg

Goed. Gelegen nabijverschillende uitvalswegen.

Fiets

Goed. Vrijliggende fietspaden aanwezig.

Richtlijnen – parkeren

Parkeernorm

Kantoren zonder baliefunctie: 1,25 p.p. / 100 m2 bvo.

Kantoren met baliefunctie: 1,5 p.p. / 100 m2 bvo.

Aanbevelingen – werkfuncties

Bedrijfsactiviteiten

Voornamelijk niet-zakelijke dienstverlening

Aanbevelingen – bereikbaarheid

Voetgangers

Goed. Voetpaden aanwezig.

Aanbevelingen – ruimtegebruik

Minimum bebouwingspercentage Minimale FSI

Beeldkwaliteitsplan

Minimaal 35% vande kaveloppervlakte dientbebouwd te zijn. Streefwaarde is 1,4-1,8.

Is onderdeel vanstedenbouwkundig ontwerp.

Overige criteria (nietopgenomen in locatiebeleid Provincie Flevoland)

Parkmanagement

Afwezig

Functiemenging

Wonen

Nee

Voorzieningen

Locatieverzorgend

Kantoren

Ja

Overige bedrijvigheid

Nee

3.Kantorenlocatie Airport Garden City / Larserknoop

Algemeen

Terreintype Uitgegeven omvang Nog uit te geven

Omschrijving locatietype

Kantorenlocatie 0 m2 bvo.

60.000 m2 bvo

Specifieke locatie voor de vestiging van kantoren

Goedkeuringscriteria – werkfuncties

Doelgroepen

Uitgesloten functies

Maximale kantoorhoudendheid Milieuhindercategorie

Kantoorgebruikers in de sectoren die aangeduid kunnenworden als luchthaven- en snelweggerelateerd.

Wonen en niet-locatieverzorgende voorzieningen. 100%

Categorie 1 – 2

Goedkeuringscriteria – parkeren

Op eigen terrein

Ja, alle voertuigen dienen op eigen terrein geparkeerd te worden.

Richtlijnen – werkfuncties

Grootte individuele kantoorpanden

Geen eisen

Richtlijnen – bereikbaarheid

HOV

Lokale bus Weg

Fiets

Airport Garden Cityis niet op HOV niveauontsloten. Dit is op termijn wel wenselijk met de uitbreiding van het vliegveld.

Matig bereikbaar.

Goed. Terrein ligt op korteafstand van A6 en directaan hoofdverkeersweg Larserweg.

Op het terrein zijngeen fietspaden aanwezig.

Richtlijnen – parkeren

Parkeernorm

Kantoren zonderbaliefunctie: 1,8 p.p./ 100 m2 bvo

Aanbevelingen – werkfuncties

Bedrijfsactiviteiten

Snelweg- en luchthavengerelateerde kantoorgebruikers

Aanbevelingen – bereikbaarheid

Spoor Water

Voetgangers

Airport GardenCity is nietper spoor ontsloten. Het terrein is niet via water bereikbaar.

Er liggen geen voetpaden op het terrein.

Aanbevelingen – ruimtegebruik

Minimum bebouwingspercentage Minimale FSI

Beeldkwaliteitsplan

Minimaal 35% vande kaveloppervlakte dientbebouwd te zijn. Streefwaarde is 1

Aanwezig

Overige criteria (niet opgenomen in locatiebeleid Provincie Flevoland)

Parkmanagement

Afwezig

Functiemenging

Wonen Voorzieningen Kantoren

Overige bedrijvigheid

Nee Locatieverzorgend

Ja, mits luchthaven- en snelweggerelateerd. Nee

D.Voorzieningen

1.Palazzo

Algemeen

Terreintype Uitgegeven omvang Nog uit te geven

Voorzieningen locatie

34.458 m2 wvo 0 m2 wvo

Omschrijving locatietype

Specifieke locatie voor de vestiging van grootschalige, volumineuze detailhandel.

Goedkeuringscriteria – werkfuncties

Doelgroepen

Uitgesloten functies

Maximale kantoorhoudendheid Milieuhindercategorie

Detailhandelformules metrepresentatieve uitstraling diegerelateerd zijn aande branches woning (woninginrichting, keukens, sanitair, doe-het-zelf, tuincentra, installatiegerelateerd (zoals zonweringen e.d.), plant en dier, alsmede de ABC- branches; auto, botenen caravans). Alsookverlichting, outdoor en hengelsport, witgoed, rijwielen en babyartikelen (>70% volumineus).

Separatekantoren, wonen en overige bedrijvigheid. Niet van toepassing

Categorie 1-2

Goedkeuringscriteria – parkeren

Op eigen terrein

Bezoekers en personeel parkeren op gedeeld collectief parkeerterrein.

Richtlijnen – werkfuncties

Grootte individuele kantoorpanden

Niet van toepassing

Richtlijnen – bereikbaarheid

HOV

Matig. Niet goedop HOV niveauontsloten

Lokale bus

Goed bereikbaar per lokale bus.

Weg

Goed. Terrein is direct gelegenaan hoofdverkeersweg Larserdreef.

Fiets

Goed. Diverse fietspaden lopen naar het terrein toe.

Richtlijnen – parkeren

Parkeernorm

Perifere detailhandelslocatie (PDV):3 p.p. / 100 m2 bvo Bouwmarkt / Tuincentrum: 2,5 p.p. / 100 m2 bvo

Aanbevelingen – werkfuncties

Bedrijfsactiviteiten

Consumentgerichte bedrijfsactiviteiten (PDV) in beperkte branches, ruimte voor grootschalige sportformules (zoals Decathlon) met een minimum omvang van 4.500 m². Functieverbreding mogelijk naar specifieke sport- en leisurefuncties met een (boven)lokale verzorgingsfunctie, zoalseen grootschalig fitnesscentrum (>1.500 m²). Verruiming naar winkelgelieerde daghoreca max. 3 met een totale oppervlakte van 500 m². Koopkrachttoevloeiing vergroten door ruimte te bieden voor regionale

trekkers passend bij het profielvan Palazzo.

Aanbevelingen – bereikbaarheid

Spoor Water

Voetgangers

Palazzo is nietper spoor bereikbaar

Palazzo is nietvia water bereikbaar Voetpaden zijn aanwezig

Aanbevelingen – ruimtegebruik

Minimum bebouwingspercentage Minimale FSI

Beeldkwaliteitsplan

Minimaal 25% vande kaveloppervlakte dientbebouwd te zijn Streefwaarde is 0,25

Wenselijk

Overige criteria (nietopgenomen in locatiebeleid Provincie Flevoland)

Parkmanagement

Niet aanwezig

Functiemenging

Wonen

Nee

Voorzieningen

Ja

Kantoren

Nee

Overige bedrijvigheid

Nee

2.Westerdreef

Algemeen

Terreintype Uitgegeven omvang Nog uit te geven

Voorzieningen locatie 1,9 ha.

2,9 ha.

Omschrijving locatietype

Specifieke locatie voor beperkte perifere detailhandel als ondersteunde PDV-locatie aan Palazzo

Goedkeuringscriteria – werkfuncties

Doelgroepen

Uitgesloten functies

Maximale kantoorhoudendheid Milieuhindercategorie

Consumentgerichte bedrijfsactiviteiten (PDV) gericht op specifieke branches: installatiegerelateerd, badkamers, sanitair, rijwielen, ABC-branches en maximaal één bouwmarkt (3.000-3.500 m²) en één tuincentrum (max. 2.000 m² exclusief buitenruimte)

Separate kantoren, wonen en overige bedrijvigheid. Niet van toepassing

Categorie 1 - 2

Goedkeuringscriteria – parkeren

Op eigen terrein

Parkeren gebeurt op eigen terrein.

Richtlijnen – werkfuncties

Grootte individuele kantoorpanden

Niet van toepassing

Richtlijnen – bereikbaarheid

HOV

Westerdreef is nietop HOV niveauontsloten

Lokale bus

Matig tot slechtbereikbaar

Weg

Goed. Westerdreef is direct aangesloten op het hoofdwegennet.

Fiets

Goed. Er lopendiverse fietspaden directnaar Westerdreef toe.

Richtlijnen – parkeren

Parkeernorm

Perifere detailhandelslocatie (PDV):3 p.p. / 100 m2 bvo Bouwmarkt / Tuincentrum: 2,5 p.p. / 100 m2 bvo

Aanbevelingen – werkfuncties

Bedrijfsactiviteiten

Consumentgerichte bedrijfsactiviteiten (PDV) gericht op specifieke branches: installatiegerelateerd, badkamers, sanitair, rijwielen, ABC-branches en maximaal één bouwmarkt (3.000-3.500 m²) en één tuincentrum (max. 2.000 m² exclusief

buitenruimte)

Aanbevelingen – bereikbaarheid

Spoor Water

Voetgangers

Westerdreef is nietper spoor bereikbaar Westerdreef is niet via water bereikbaar Voetpaden zijn deels aanwezig

Aanbevelingen – ruimtegebruik

Minimum bebouwingspercentage Minimale FSI

Beeldkwaliteitsplan

Minimaal 25% van de kaveloppervlakte dientbebouwd te zijn. Streefwaarde is 0,25

Wenselijk

Functiemenging

Wonen

Nee

Voorzieningen

Ja

Kantoren

Nee

Overige bedrijvigheid

Nee

3.Batavia Stad

Algemeen

Terreintype Uitgegeven omvang Nog uit te geven

Voorzieningen locatie 18.753 m2 V.V.O

6.250 m² V.V.O

Omschrijving locatietype

Specifieke locatie voor detailhandel. Thematisch centrum volgens het outlet concept.

Goedkeuringscriteria – werkfuncties

Doelgroepen

Uitgesloten functies

Maximale kantoorhoudendheid Milieuhindercategorie

Fabriekswinkels. Fabrikanten worden in staat gesteld om producten direct aan de consumentte verkopen dieniet aan de kwaliteitseisen voldoen, die tot een oudere collectie behoren. Nadere criteria zijn in een privaatrechtelijke overeenkomst opgenomen

Separate kantoren, wonen en overige bedrijvigheid. Niet van toepassing

Categorie 1 - 2

Goedkeuringscriteria – parkeren

Op eigen terrein

Parkeren gebeurt collectief op eigen terrein. Dit is betaald parkeren.

Richtlijnen – werkfuncties

Grootte individuele kantoorpanden

Niet van toepassing

Richtlijnen – bereikbaarheid

HOV

Batavia Stad is niet op HOV niveau ontsloten

Lokale bus

Goed. Batavia Stadkent een eigenhalte.

Weg

Goed. Batavia Stadis direct aangesloten op het hoofdwegennet.

Fiets

Goed. Er lopendiverse fietspaden directnaar Batavia Stad toe.

Richtlijnen – parkeren

Parkeernorm

3,6 p.p. / 100 m2 bvo

Aanbevelingen – werkfuncties

Bedrijfsactiviteiten

Fabrikanten vanproducten die kunnenvoldoen aan de eisen diehet outlet concept stelt om producten op deze locatie te mogen aanbieden.

Aanbevelingen – bereikbaarheid

Spoor Water

Voetgangers

Batavia Stad is niet per spoor bereikbaar

Batavia Stad is via water(Bataviahaven) bereikbaar Batavia Stad is voetgangersgebied

Aanbevelingen – ruimtegebruik

Minimum bebouwingspercentage Minimale FSI

Beeldkwaliteitsplan

Minimaal 25% van de kaveloppervlakte dientbebouwd te zijn. Streefwaarde is 0,25

Wenselijk

Functiemenging

Wonen

Nee

Voorzieningen

Ja

Kantoren

Nee

Overige bedrijvigheid

Nee

Geldende tekst uit de Centrale Voorziening Decentrale Regelgeving (CVDR, open data van de overheid). Raadpleeg lokaleregelgeving.overheid.nl voor de officiële versie. Dit is geen juridisch advies.