Aanhef
Het college
Gelet op artikel 163 en 164 Wet geluidhinder
BESLUIT:
1De "Nota van beantwoording zienswijze ontwerp zonebeheerplan industrieterrein Flevokust" vast te stellen;
2Het zonebeheerplan voor industrieterrein Flevokust vast te stellen;
3Het zonebeheerplan industrieterrein Flevokust bekend te maken en ter inzage te leggen.
Bijlagen
1Definities
2Toelichting op wettelijk kader en beleid
3Beleidsregel vergunningverlening provincie Flevoland inzake zonebeheer
4Beleidsregel vergunningverlening gemeente Lelystad
5Overzicht geldende hogere grenswaarden
6Afschrift bekendmaking ontwerp-zonebeheerplan
7Ontvangen zienswijze
Bijlage 1. Definities
Zone
Een geluidzone rond een industrieterrein waarop de vestiging van zogenaamde grote lawaaimakers (genoemd in het Bor (besluit omgevingsrecht), bijlage 1 onderdeel D) niet is uitgesloten en waarbij de geluidsbelasting van alle bedrijven gezamenlijk op de zonegrens niet meer mag bedragen dan 50 dB(A) etmaalwaarde.
Zonebeheer
Het omgaan met de beschikbare geluidruimte.
Zonebeheerder
Instantie die op grond van de Wet geluidhinder verantwoordelijk is voor het te allen tijde geven van inzicht in het gebruik van de geluidzone. In de regel is de gemeente zonebeheerder; alleen voor aangewezen industrieterrein van regionaal belang (zoals industrieterrein Flevokust Lelystad) of met instemming van de gemeente is de provincie (Gedeputeerde Staten) zonebeheerder.
Zonebeheerplan
Een plan ex artikel 164 van de Wet geluidhinder waarmee in het gebruik van de beschikbare geluidzone kan worden gestuurd. Sinds 2007 is dit artikel in de Wet geluidhinder van kracht.
Zonebewaking
Het waken voor het overschrijden van grenswaarden.
Zonebewakingsmodel
Een akoestisch rekenmodel aan de hand waarvan de actuele geluidsbelasting op de zone en de woningen waarvoor een hogere grenswaarde geldt is te bepalen. In dit model zijn opgenomen de op en in de omgeving van het industrieterrein gelegen akoestisch relevante objecten, zoals gebouwen (van met enige omvang), wegen, parkeerterreinen en waterpartijen. Van de aanwezige bedrijven is in dit rekenmodel de geluidemissie conform de geldende vergunning opgenomen.
Zonegrens
De zone is een ring rond een industrieterrein. Met de zonegrens wordt de buitenkant van deze ring bedoeld. De binnenkant van de zone omhult de terreinen waarvan de geluidbelasting op de buitenkant wordt afgerekend.
Bijlage 2. Toelichting op wettelijk kader zonebeheerplan
Tekst ontleend aan website Infomil.nl
Toetsen aan grenswaarden
In artikel 2.14, lid 1, sub c, onder 2° Wabo is de verplichting opgenomen dat het bevoegd gezag bij de beslissing op de aanvraag voor een omgevingsvergunning de volgens de Wet geluidhinder geldende grenswaarde in acht moet nemen. Daarbij gaat het voor de Wet geluidhinder om grenswaarden gericht op de gecumuleerde geluidsbelasting van alle inrichtingen op een gezoneerd industrieterrein (een uitzondering daarop is het geluid van windturbines, artikel 1b, lid 2 Wet geluidhinder). Er wordt dus niet alleen gekeken naar de geluidsbelasting van het individuele bedrijf waarvoor een vergunning moet worden verleend. Op basis van de Wet geluidhinder zijn er twee type grenswaarden waaraan getoetst moet worden, de zone (50 dB(A) etmaalwaarde) en de hoogst toelaatbare geluidsbelasting op geluidsgevoelige bestemmingen in de zone.
Zonebeheer
Zoals hierboven al is aangegeven gaat het bij vergunningverlening om toetsing aan de grenswaarden van de geluidsbelasting (behorende bij de representatieve bedrijfssituatie) van de gezamenlijke inrichtingen op het gezoneerde industrieterrein. Om deze toetsing goed uit te voeren wordt veelal gebruik gemaakt van een zonebeheersmodel, waarin alle relevante gegevens betreffende bronnen, overdracht en beoordelingspunten zijn opgenomen.
Bevoegd gezag bij zonebeheer
Bij vergunningverlening zal het bevoegd gezag van vergunningverlening aan de zonebeheerder vragen of aan de zone kan worden voldaan. In eerste instantie is de gemeente waarin het industrieterrein geheel of hoofdzakelijk ligt het bevoegd gezag bij zoneheer (artikel 163 Wgh). Alleen als het industrieterrein in de provinciale milieuverordening als "van regionaal belang" is aangewezen of in het geval dat burgemeester en wethouder (in overleg met de provincie) daartoe besluiten, is de provincie de zonebeheerder.
Zonebeheerplan
Per 1 januari 2007 is er een wettelijke grondslag voor een zonebeheerplan (artikel 164 Wgh). Het zonebeheerplan is bedoeld als hulpmiddel bij de uitvoering van de zonebeheerstaken. Het zonebeheerplan kan niet gebruikt worden als toetsingskader bij vergunningverlening, artikel 2.14, lid 4 Wabo, (in plaats van de grenswaarden van de Wgh of een geluidsreductieplan) zo blijkt uit jurisprudentie (RvS 2 november 2011, nr. 201008546/1/M1).
Bijlage 3. Beleidsregel vergunningverlening milieuwetgeving 2011
1.4.2 Toetsing aan zonebeheerplan op een gezoneerd industrieterrein
Bij de uitoefening van de bevoegdheden ten aanzien van activiteiten als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder e, van de Wabo, die plaatsvinden op een krachtens de Wet geluidhinder gezoneerd industrieterrein, wordt het vigerende zonebeheerplan voor het betreffende industrieterrein als uitgangspunt genomen. De bij de omgevingsvergunning of verklaring van geen bedenking behorende voorschriften met betrekking tot geluid, zullen in beginsel worden gebaseerd op het zonebeheerplan en op het geluiduitgiftemodel dat onderdeel is van het zonebeheerplan.
Toelichting
1.4.2 Toetsing aan zonebeheerplan op een gezoneerd industrieterrein
Om geluidsoverlast ten gevolge van zogenaamde „grote lawaaimakers‟ te voorkomen of te bestrijden kent hoofdstuk V van de Wet geluidhinder een systeem van zonering voor industrieterreinen. Bij zonering van industrieterreinen wordt rond het industrieterrein een zone vastgesteld waarbij de geluidsbelasting vanwege het industrieterrein op de zonegrens gelijk of lager is dan 50 dB(A). Een geluidszone van een industrieterrein wordt bij nieuwe situaties vastgelegd in een bestemmingsplan. De gezamenlijke geluidsbelasting van de bedrijven die zijn gevestigd op een industrieterrein mag dus op de zonegrens niet meer zijn dan 50 dB(A). In de praktijk heeft elk bedrijventerrein een zonebeheerder. Dit is in de regel de gemeente. Deze zonebeheerder heeft vaak een zonebeheerplan vastgelegd. Deze praktijk is verankerd in de wet van 5 juli 2006, houdende wijzing Wet geluidhinder (modernisering instrumentarium geluidbeleid, eerste fase), Stb. 2006, 350. Deze wet is, met uitzondering van artikel V van deze wet, in werking getreden op 1 januari 2007.
In artikel 163 van de Wet geluidhinder is vastgelegd dat Burgemeester en Wethouders (in het geval van industrieterreinen van regionaal belang die bij provinciale milieuverordening zijn aangewezen: Gedeputeerde Staten) ervoor zorg dragen dat er voldoende informatie beschikbaar is over de geluidruimte binnen de zone van een gezoneerd industrieterrein. In artikel 164 van de Wet geluidhinder is vastgelegd dat ter vervulling van de in artikel 163 van de Wet geluidhinder bedoelde taak een zonebeheerplan kan worden opgesteld.
Artikel 165 van de Wet geluidhinder regelt dat het bevoegd gezag (Burgemeester en Wethouders, ingeval van industrieterreinen van regionaal belang die zijn aangewezen bij provinciale milieuverordening: Gedeputeerde Staten) gegevens betreffende de geluiduitstraling kunnen verlangen van de beheerders van inrichtingen, welke binnen de geluidszone werkzaam zijn. De gegevens kunnen onder meer worden geëist ten behoeve van de bepaling van binnen die geluidszones te nemen maatregelen ter beperking van de geluidhinder aldaar.
In de beleidsregel is vastgelegd dat Gedeputeerde Staten bij het opstellen van geluidvoorschriften voor bedrijven die zijn gelegen op een krachtens de Wet geluidhinder gezoneerd industrieterrein het vigerende zonebeheerplan als uitgangspunt nemen.
Een zonebeheerplan kan een geluiduitgiftemodel bevatten waarin per kavel de in beginsel beschikbaar geachte geluidruimte wordt vastgelegd. Doel hiervan is te voorkomen dat een of enkele bedrijven op een gezoneerd bedrijventerrein zoveel ruimte claimen dat andere bedrijven zich niet meer op dit bedrijventerrein kunnen vestigen (en er daarom nog beschikbare kavels op het bedrijventerrein niet kunnen worden uitgegeven) of andere reeds op het bedrijventerrein gevestigde bedrijven nooit meer kunnen uitbreiden en dus „op slot‟ zitten.
Met deze beleidsregel willen Gedeputeerde Staten zich aansluiten bij de uitgangspunten van de zonering, zoals die zijn vastgelegd in de vorm van principe geluidsvoorschriften per kavel in het geluiduitgiftemodel van de zonebeheerder.
Bijlage 4. Beleidsregel doorwerking zonebeheerplan Flevokust (gemeente Lelystad)
Met betrekking tot aanvragen om een omgevingsvergunning voor inrichtingen op het industrieterrein Flevokust wordt bij het opleggen van geluidsvoorschriften conform onderstaand beleid gehandeld.
Bij de vergunningverlening op grond van de WABO voor bedrijven die zich willen vestigen of bestaande bedrijven die hun werkzaamheden willen wijzigen wordt de hiervoor verlangde geluidemissie afgestemd op de geluidverdeling in het zonebeheerplan Flevokust.
Bijlage 5. Overzicht geldende hogere grenswaarden
Adres
Hogere
grenswaarden
Visvijverweg 49
54dB(A)
Visvijverweg 52
53dB(A)
Visvijverweg 57
55dB(A)
Visvijverweg 58
58dB(A)
Visvijverweg 64
55dB(A)
Plavuizenweg 1
52dB(A)
Bijlage 6. Afschrift publicatie ontwerp zonebeheerplan
Bijlage 7. Ontvangen zienswijzen
Lelystad, 13-2-2015
Aan: Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Lelystad,
Postbus 91,
8200 AB Lelystad.
Betreft: Zienswijze "ontwerp zonebeheerplan Flevokust"
Geacht college,
Bij het ter kennisnemen van het ontwerp zonebeheerpplan Flevokust, constateren we dat er nergens in het stuk gesproken wordt over de oppervlakte waar het plan zich over uitstrekt. Dit lijkt ons niet de bedoeling. Verwijzingen naar industrieterrein Flevokust zijn niet van een degelijke onderbouwing voorzien van waarop precies het ontwerp zonebeheerplan zou moeten slaan.
Verder constateren we dat er geen enkel inhoudelijke reden wordt aangedragen waarom Orgaworld en omgeving Karperweg 8 3Dmetal meer geluidsbelasting ruimte krijgen . De verhoging van 3 dB(A) kan gezien worden als een minieme verhoging, wij ervaren echter nu al geluidshinder van 3Dmetal en Orgaworld.
Lawaai overlast stijgt niet evenredig met de cijfermatige verhoging, maar kent een steilere curve.
Verder liggen Orgaworld en 3Dmetal buiten de 43 ha die genoemd wordt in het Inpassingsplan van de provincie. Er zijn aparte omgevingsvergunningen voor. En die dienen te blijven bestaan zoals ze zijn opgesteld.
Verder constateren we dat er nergens genoemd staat, waar vaak voor gepleit is, dat de meeste overlastgevende bedrijven het meest geconcentreerd zullen worden op de locaties binnen het plangebied, die het verst verwijderd zijn van bewoning, en dus daarmee rekening houdend met bewoning aan zowel de noordoostzijde als aan de zuidzijde.
We wonen en werken in de directe omgeving en ervaren nu al veel geluidshinder, dag en nacht!
In afwachting van uw reactie,
………
………
……….. Lelystad