Aanhef
Collegebesluit: B10-07475
Het college van de gemeente Lelystad
BESLUIT:
Het bomenbeleisplan, versie december 2008, vast te stellen als toetsingskader bij aanvraag omgevingsvergunning voor het kappen van een boom.
Inhoudsopgave
1Samenvatting 2
2Inleiding 3
2.1. Aanleiding 3
2.2. Doelen 3
2.3. Product 3
2.4. Plangebied 3
2.5. Status van het Bomenbeleidsplan in verhouding tot de APV (kapverordening 4
6Opzet beleidsplan 4
3De basis van het Bomenbeleid 5
1Inleiding 5
2Huidige regeling, de gevolgen daarvan en ontwikkelingen 5
3Bestuurlijk kader 6
4Wettelijk kader 7
1Boswet, Gemeentewet en APV 7
2Wabo, Omgevingsvergunning 8
3Provinciaal beleid inzake Bomenverordening buitengebied 8
5Tussenconclusie 9
6Ruimtelijke ontwikkelingsvisie 9
7Groenstructuurplan 10
8Ander beleid dat van invloed is 10
1De Burger centraal 10
2Het programma “Benutten en profileren van kernkwaliteiten” 11
3Het programma “Schoon, heel, Veilig en Duurzaam” 11
4Efficiënt 11
5Minder zware belasting ambtelijk apparaat 11
6Vertraging en schade in projecten en/of bestemmingswijzigingen voorkomen 11
4Het Bomenbeleid 12
1Inleiding 12
2Beleidsuitgangspunten 12
3Beleidsdoelen 15
1Behoud goed bomenbestand 15
2Kapvergunning of kapbeslissing 15
1Gewone bomen, die structuurbepalend zijn 16
2Gewone bomen, die niet structuurbepalend zijn 16
3Bijzondere bomen 17
3Kapbeslissing 18
4Bescherming in situaties dat niet gekapt gaat worden 20
5Beheer 21
6Belangenafweging 22
7Slotopmerkingen 23
1Tijdpad 23
2Communicatie 23
Bijlage 1: Beoordelingskader 25
Bijlage 2: Praktische aspecten bij beheer 31
Bijlage 3: stroomschema voorgenomen velling van een of meer bomen 37
Bijlage 4: Structuurbomenkaart 41
Bijlage 5: Bijzondere bomenkaart 43
Bijlage 6: Natuurwaardenkaart 45
Bijlage 7: Proces kapverzoeken 47
Bijlage 8: Verzoek bomenkap 51
1. Samenvatting
Tekst
Groen is een van de kernkwaliteiten van Lelystad. Allerlei rapporten en onderzoeken tonen aan dat groen en bomen van essentieel belang zijn voor de leefbaarheid van een stad. Het behouden van houtopstanden is daarom al jaren het uitgangspunt van de manier waarop Lelystad met haar bomen omging: alleen als het niet anders kan wordt een boom geveld.
Het Lelystadse bomenbeleid kenmerkte zich door een schijnbaar hoge mate van beïnvloedingsmogelijkheden via de bezwaarprocedure. Behalve dat dit slechts de schijn was, leidde het ook tot onverantwoorde hoge (financiële) risico’s voor de gemeente, die betrokken is bij de realisatie van allerlei projecten. Deze projecten dienen het algemeen belang en zijn doorgaans gericht op verkeer, vervoer, (volks-)huisvesting, economische ontwikkeling en dergelijke. Het gaat derhalve om projecten met een groot belang voor de verdere ontwikkeling van de stad.
Vaak wordt de kapvergunningsprocedure aangegrepen om bepaalde ontwikkelingen tegen te houden. Dat lukt doorgaans niet, maar het zorgt wel voor aanzienlijke vertraging in de realisatie van dit soort projecten, met alle financiële gevolgen (vertragingsschade, schadevergoeding wegens te late nakoming) van dien.
Het is zaak om deze negatieve effecten weg te nemen zonder dat het uitgangspunt van het Lelystadse bomenbeleid geweld wordt aangedaan. Dat betekent vooral dat de publiekrechtelijke kapvergunningplicht voor het overgrote deel wordt “ingewisseld” voor een interne procedure, die niet langer de weg openstelt naar de bestuursrechtelijke procedure van bezwaar en beroep. Wanneer een burger toch een probleem heeft met het vellen van één of meer bomen, zal hij dat in de toekomst alleen bij de burgerlijke rechter kunnen voorleggen op grond van de overweging dat die actie onrechtmatig zou zijn. Alleen voor bijzondere bomen verandert er niets.
Voor het nemen van beslissingen inzake het al dan niet vellen van bomen is een afwegingskader in deze nota opgenomen en zijn kaarten afgedrukt, die een beeld geven van de groenstructuren en de bijzondere bomen in de stad.
Heel kort gesteld vinden de volgende wijzigingen plaats:
•Bij het ontwerpen en realiseren van werken speelt de aanwezigheid van bomen nu of in de toekomst een belangrijke rol. Reeds bij het maken van het ontwerp moet daarmee rekening worden gehouden, een boom kan nimmer de sluitpost van het project vormen.
•Bomen worden voortaan onderscheiden in bijzonder, structuurboom of niet-structuurboom;
•Alleen voor bijzondere bomen geldt een kapvergunningplicht;
•Structuurbomen worden alleen gekapt bij zwaarwegende ontwikkelingen met een overheersend algemeen-belang karakter, dit gebeurt op basis van een privaatrechtelijke beslissing;
•Niet-structuurbomen worden geveld na een belangenafweging waarbij het belang van verwijdering het zwaarst blijkt te wegen, dit gebeurt eveneens op basis van een privaatrechtelijke beslissing.
•Bij het beheer van bomen en groenstructuren wordt zorgvuldig gewerkt, waarbij het boombelang voorop staat.
•Privaatrechtelijke besluiten worden – voor zover dat nodig is – bekend gemaakt via een bewonersbrief, de publiekrechtelijke besluiten (dus de besluiten inzake bijzondere bomen) worden ook in de Flevopost aangekondigd.
Het is de bedoeling dat de kaarten jaarlijks worden gescreend op hun actualiteit en worden aangepast, terwijl dit beleidsplan eens in de vijf jaar wordt geëvalueerd en eventueel wordt bijgesteld.
Figuur1.DegroenstestadvanNederland
Bijlage 1: Beoordelingskader
1Belangen voor behoud
A Ruimtelijke waarde
Is de houtopstand onderdeel van de vastgestelde groenstructuur (zie provinciaal landschapsbeleidsplan, kwaliteitstructuurplan, groenstructuurplan of bomenstructuurkaart)?
Bijzondere bomen, stadsniveau, stadsdeelniveau, wijkniveau, buurtniveau, bosvak, bosplantsoenvak
B. Omgevingsfactoren
Zijn andere wetten of beleidsplannen van toepassing?
C. Esthetische waarde (beeldkwaliteit, versterking sfeerbeeld, bijzondere groeivorm, zichtbaarheid van de openbare weg)
Heeft de boom zélf bijzondere visuele waarde of ruimtelijke betekenis?
•Groot (Zichtbaarheid vanaf openbaar terrein)
•Beperkt (Beeldbepalend voor de directe omgeving te zijn)
Heeft de boom op zijn plek bijzondere visuele waarde of ruimtelijke betekenis?
(De mate waarin het beeld van de plek wijzigt door het verwijderen van de boom beeldbepalend voor de wijk te zijn)
Heeft de boom voor de wijde omgeving bijzondere visuele waarde of ruimtelijke betekenis?
door:
•Samenhang met waarneembare elementen: de mate waarin lijnen, kruisende lijnen vlakken op punten worden geaccentueerd door de boom
•Visuele samenhang: de boom die de waarneming van de lijn interessanter maakt, doordat hij specifiek reageert op de lijn
•Beeldbepalend voor de gehele gemeente te zijn
D. Waarde van plantwijze
•Hoog (solitair of laanboom)
•Gemiddeld (onderdeel van kleine groep)
•Laag (onderdeel van bosplantsoen/bos)
E. Cultuurhistorische waarde (herdenkingsboom, gerechtsboom, markeringsboom, bijzondere snoeivorm, oude oprijlaan, park van bekend landschapsarchitect,)
F. Ecologische waarde (habitat beschermde flora of fauna, gebied met grote biodiversiteit, ecologische topwaarde, flora en faunawet)
Alle bomen die binnen de ecologische structuur vallen hebben ecologische waarde.
G. Natuurwaarde (inheemse soort, genetische moederboom.)
Alle bomen die binnen de ecologische structuur vallen en aangegeven bomen hebben natuurwaarde. Onder deze categorie vallen ook de bossen.
H. Milieu waarde (belangrijke bijdrage aan: luchtkwaliteit, fijnstoffiltering, waterberging,.))
I. Dendrologische waarde (zeldzame soort, bijzondere variëteit in Nederland / in deze streek)
J. Zeldzaamheidswaarde (oudste, dikste,hoogste, eerste of laatste van Lelystad, wijk of buurt)
K Educatieve waarde (speelwaarde, kastanjegroep bij school, eiken/beukenbos,.)
L. Recreatieve waarde (speelboom, picknickplaats, wandelgebied,.)
M. Waarde voor leefbaarheid van de houtopstand
2Overlast van bomen\ belang voor verwijdering
A. Relatie met andere plannen.
Is er sprake van een relatie tussen kapaanvraag en bouw- of aanlegplan? (integrale afweging andere vergunningen)
B. Maatschappelijk belang
Indien sprake is van bouw of aanleg, hoe groot is het maatschappelijk belang?
C. Individueel belang
Indien sprake is van bouw of aanleg, hoe groot is het individueel belang? Is de direct belanghebbende/betrokkene aan huis gebonden?
D. Schade andere belanghebbenden
Worden derdebelanghebbenden in hun belangen geschaad bij verwijdering van de boom?
E. Alternatieven
Zijn alternatieven voor kap onderzocht / overwogen (bijv. snoei, kandelaberen, knotten e.d.)? Indien alternatieven zijn overwogen, welke uitkomst en waarom?
F. Toekomstwaarde
Conditie boom
Stabiliteit boom
Levensverwachting boom
minder dan 5 jaar (boom heeft slechte stabiliteit of onomkeerbaar slechte conditie) tussen de 5 en de 15 jaar
meer dan 15 jaar (boom vertoont geen uiterlijke verzwakkingen)
G. Veiligheid
Is sprake van een gevaar voor (openbare) veiligheid?
Algemeen van toepassing zijn de bepalingen in de APV - 2.1.6.3. Uitzicht op verkeersinformatie en uitzicht voor de veiligheid zijn van belang. De uitzicht 3-hoek is voor stadshoofdwegen en wijkontsluitingswegen bepalend. In 30km gebieden wordt de situatie beoordeeld. Bomen in relatie met straatverlichting zijn ook van belang (Politie Keurmerk Veilig Wonen)
H. Omgevingsfactoren
Is de verhouding tussen de grootte van de boom en de beschikbare groeiplaats goed de boom wordt niet veel groter en heeft voldoende ruimte
de boom heeft de komende 10 jaar voldoende ruimte om uit te groeien de boom is te groot voor zijn standplaats
de boom wordt binnen 10 jaar te groot voor zijn standplaats
I. Schaduwoverlast
Is sprake van ernstige schaduwoverlast (in woning, achtertuin,..)?
J. Worteloverlast
Is sprake van ernstige wortelopdruk bij verharding?
K. Ongedierte
Is sprake van ernstige ‘plak’ door honingdauw en roetdauw?
L. Vruchten
Is sprake van ernstig geval van vruchtval/pluis?
M. Economisch nadeel/schade
Is sprake van ernstig economisch nadeel / schade bij handhaven boom? Rioolschade (omschrijven)
Ondermijning bouwwerk (omschrijven)
N. Boombeheer
Is sprake van een zorgvuldig boombeheer maatregel, volgens de gangbare inzichten in de boomverzorging?
Bijlage 2: Praktische aspecten bij beheer
Beleidsuitgangspunten in de praktijk.
Onderstaande maatregelen zijn bedoeld als een gedragslijn die vaak van toepassing is, maar die niet in alle gevallen opgevolgd kan worden. Dat is afhankelijk van de situatie steeds weer verschillend. Het is daarom heel goed mogelijk dat in een beschreven situatie een andere oplossing voor een probleem gekozen wordt.
Algemeen
1Overlastalgemeen.
Indien de overlast op een snelle en eenvoudige wijze kan worden weggenomen, de gevolgen van de ingreep voor de boom beperkt zijn, de uitvoeringskosten laag zijn en de consequentie van een eventuele precedentwerking beperkt blijven, zullen maatregelen genomen worden. Hierbij moet vooral gedacht worden aan het verwijderen van een enkele tak of een keer extra vegen van de straat (de burger kan zelf de bezem ook ter hand nemen). Als het hiermee niet lukt de overlast weg te nemen en de klager eist van de gemeente een oplossing dan wordt als volgt gehandeld.
Ingemeentelijkgebied
2Schadeaanverharding.
Als de boom schade aanbrengt aan de verharding en daarmee een normaal gebruik van de weg onmogelijk maakt of belemmerd, moeten de groeiplaatsomstandigheden verbeterd worden. Kleine wortels (wortels tot 4 cm diameter) verwijderen en de verharding opnieuw aanbrengen. Als er geen toekomst voor de boom is, na oordeel van de groenopzichter, wordt de kapprocedure gevolgd.
3Wortelsverstoppenofbeschadigenleidingen.
Indien na graafwerkzaamheden blijkt dat een boomwortel leidingen heeft verstopt of beschadigd, moet de wortel verwijderd worden. Wortels tot 4 cm diameter kunnen zonder problemen worden verwijderd. Als de wortels dikker zijn, moet de opzichter beoordelen of verwijderen gevolgen heeft voor de stabiliteit van de boom. Als de wortel vanwege de stabiliteit van de boom niet verwijderd kan worden, moet gezocht worden naar een andere plaats voor de leiding. Als dit niet mogelijk is, moet de boom worden verwijderd. Als de kans reëel is dat wortels weer schade aanrichten en de boom is waardevol, moet met wortelkerend materiaal getracht worden de wortels op enige afstand te houden van de kabels en leidingen. Wortels moeten worden afgezaagd. De snoeiwond moet zo klein mogelijk zijn.
4Boom staatoponlogischeplaats.
Als de plaats van een boom een normaal gebruik van de weg door een ervaren weggebruiker ernstig hindert, zal de gemeente maatregelen nemen in de inrichting. Als het mogelijk is hierbij de boom te sparen, heeft dat voorkeur.
5Boomenlichtmast.
Als een deel van de kroon het licht uit een lichtmast zodanig tegenhoudt dat dit ten koste gaat van de verkeersveiligheid en sociale veiligheid, zal dat deel van de kroon worden verwijderd. Als dit sterk ten koste gaat van de vorm of stabiliteit van de boom kan overwogen worden de boom geheel te verwijderen of de lichtmast te verplaatsen.
6Boom enziektes.
Als een boom een besmettingbron is van een fatale ziekte voor bomen in de omtrek (bijv. iepenziekte of de kastanjeziekte) worden takken of indien nodig de hele boom verwijderd. Het hout moet op een voldoende hygiënische wijze worden verwerkt (om besmetting van andere bomen te beperken).
Overigens wordt opgemerkt dat het “behandel-advies” voor de kastanjeziekte in beginsel luidt dat de boom met rust gelaten dient te worden.
Overlastinrelatiemetnormaalbeheer:
7Grootonderhoud.
Als een buurt of wijk wordt opgeknapt in het kader van het Groot Onderhoud kunnen bomen met een slechte toekomstverwachting (ziek,..) bij voorbaat worden verwijderd en eventueel vervangen.
8Andereinrichting.
Als de inrichting van de wijk gewijzigd moet worden vanwege andere eisen die gesteld worden aan de openbare ruimte (bijv. meer parkeerruimte, een bredere weg, aanleggen rotonde of bebouwing van een groenstrook) en een boom belemmert deze verbetering en een alternatief is niet voorhanden, kunnen bomen verwijderd en eventueel vervangen worden.
Invloedvanbomenopveiligheidengezondheid
9Boomisgevaarlijk.
Als de boom gevaarlijk is (er kan een zware tak uitbreken of de boom of een groot deel van de boom dreigt om te waaien), zal de gemeente dit gevaar wegnemen. Dit kan door een tak weg te nemen, de takken in te nemen of zelfs de hele boom te verwijderen.
10Ongedierte.
Als dieren, vooral insecten hinderlijk of schadelijk zijn voor de volksgezondheid en er sprake is van een meer dan normale overlastsituatie, kan de gemeente maatregelen nemen om de overlast weg te nemen. Voorbeelden hiervan zijn wespen en de eikenprocessierups.
11Bomenziekte.
Dodelijk zieke en dode bomen die gevaar op kunnen leveren voor omstanders, kunnen worden verwijderd. Dode bomen in bossen kunnen eventueel blijven staan. In deze bieden vormen ze vaak een leefplaats voor vele soorten insecten en vogels (bijv. spechten).
12Populierenvruchtpluis.
Populier produceert vruchtpluis. Als een volwassen, vrouwelijke populier die vruchtpluis produceert op minder dan 30 meter van een gevel van woningen, bedrijfspanden of scholen staat en de bewoner/gebruiker van een dergelijk pand geeft nadrukkelijk bij de gemeente aan last te hebben van het vruchtpluis, zal de gemeente de kapprocedure volgen om de boom te verwijderen of te knotten. Vooral het niveau van de boomstructuur zal beleid bepalend zijn voor eventuele vervanging van het bomenbestand. Als het verwijderen van één of enkele populieren die deel uitmaken van een grotere beplanting (groep of rij) grote gevolgen heeft op het voorkomen van deze beplantingsvorm, kan de hele rij of groep verwijderd of geknot worden.
Als het gebouw van de verzoeker op meer dan 30 meter uit de stam van de boom staat, zal niet op het verzoek worden ingegaan.
13Groteenzwarevruchten/zaden.
Grote en zware vruchten kunnen schade en letsel aanrichten. De gemeente moet de kans hierop beperken. De gemeente zal daarom maatregelen nemen bij dergelijke bomen als:
•vruchten daadwerkelijk aantoonbare schade in de vorm van een vervorming van materiaal of letsel aan personen hebben aangebracht of als de kans daarop zeer aannemelijk is, en
•de bomen op plaatsen staan waar de kans op schade en letsel groot is (bijv. parkeerplaatsen of (drukke) trottoirs of wegen).
In een park zullen grote vruchten minder snel aanleiding geven tot het nemen van maatregelen dan in een woon- of winkelstraat of drukke doorgaande weg. Te nemen maatregelen zijn fors snoeien of het starten van een kapprocedure.
Schadeaanenhinderopparticulierterrein
14Boomwortelsintuin
Indien boomwortels die vanuit het openbare gebied een particuliere tuin ingroeien, maar geen schade aanrichten aan verharding of bouwwerken, mogen de bewoners de wortels zelf weghalen. Op verzoek wil de gemeente wortels die dikker zijn dan 6 cm verwijderen op de erfgrens. Als dit gevolgen heeft voor de stabiliteit van de boom (te beoordelen door of via de gemeente), moet de boom worden verwijderd.
15Boomwortelschade.
Indien boomwortels van gemeentelijke bomen in een particuliere tuin aantoonbaar schade aanrichten aan verharding of bouwwerken en een medewerker van de gemeente heeft die ook geconstateerd, zal de gemeente de wortels op de erfgrens weghalen of snoeien. Als dit gevolgen heeft voor de stabiliteit van de boom (te beoordelen door of via de gemeente), moet de boom worden verwijderd. Voor eventuele schade aan privaat terrein moet de gemeente schriftelijk aansprakelijk worden gesteld. Als de kans op herhaling groot lijkt, kan de gemeente de wortels geleiden door wortelkerend materiaal aan te brengen. Als dit niet mogelijk is, kan overwogen worden een niet waardevolle boom te verwijderen.
16Uitzichtalgemeen.
Alleen indien de boom voor een woning staat die bestaat uit één woonlaag (bijvoorbeeld een appartement), er sprake is van een ernstige belemmering van het zicht en er daadwerkelijk sprake is van een waardevol uitzicht, zou een boom kunnen wijken voor het uitzicht. Op dat moment kunnen maatregelen worden genomen om het uitzicht te verbeteren. Dit laatste betekent niet dat er geen bomen meer staan tussen de woning en de omgeving. Alleen bomen op relatief korte afstand van de woningen kunnen worden beschouwd als bomen die hinderlijk in de weg staan en waartegen dus maatregelen genomen kunnen worden. Daarnaast moet er echter wel sprake zijn van enig uitzicht. Concreet gesteld zou het volgende criterium als richtlijn gebruikt kunnen worden bij het afhandelen van klachten over bomen en uitzicht. De boom moet meer dan normaal worden gesnoeid of verwijderd als er sprake is van alle hieronder genoemde punten:
a.de boom recht voor het raam van de woonkamer (of balkon) staat,
b.de boom of bomen een groot deel van het totale uitzicht wegnemen,
c.men vanuit de woonkamer (of balkon) in de kroon kijkt,
d.de woonkamer maar één raam heeft of als de woonkamer meer ramen heeft, de boom hinderlijk voor alle ramen staat,
e.de afstand tussen de boom en de gevel van het gebouw kleiner of gelijk is aan tweemaal de breedte van de kroon van de boom,
f.de boom geen deel uitmaakt van een rij of een laan beplanting (tenzij de boom weg moet ten behoeve van een dunning),
g.de boom geen bijzonder waarde heeft (bijv. hoge leeftijd, bijzondere boom of boomvorm, natuurlijke of cultuurhistorische waarde),
h.de boom in een groene omgeving staat waardoor het verwijderen of fors snoeien van een boom maar beperkte invloed heeft op de sfeer van de directe omgeving van de boom en
i.er daadwerkelijk sprake is langdurig vrij en waardevol uitzicht.
17Takkenhangenoverde tuin.
Op veel plaatsen hangt een deel van de kroon van de bomen over particuliere tuinen. Dit is eigenlijk niet te voorkomen zonder de vorm van de boom veel geweld aan te doen. Burgers zullen moeten accepteren dat een deel van de kroon over de tuin hangt. De mate waarin dit acceptabel is, is afhankelijk van de grootte van de tuin. Bij een brede of lange tuin kan mag een groter deel van de kroon overhangen dan bij een smalle tuin. Gemiddeld moet men 3 meter accepteren. Als de kroon breder wordt, zal de gemeente maatregelen moeten nemen. Dit kan variëren van snoeien tot verwijderen van de boom. Getracht moet worden in de reguliere snoeirondes al in te spelen op deze afstand en te voorkomen dat de kroon te veel over de tuinen heen gaat hangen.. Als dit sterk ten kosten gaat van de vorm of stabiliteit van de boom kan overwogen worden de boom geheel te verwijderen.
18Takkentegenennabijgevels.
Takken mogen de gevels van gebouwen niet raken. Takken kunnen immers schade aanrichten. Als hiervan sprake is, moet de tak worden verwijderd. Bij voorkeur direct. Tijdens het reguliere snoeionderhoud van bomen die dicht op gevels staan, moet zo gesnoeid worden dat de kans dat de takken de gevel raken zeer klein is.
19Takkennabijramen.
Als de kroon van een boom voor het raam aanwezig is moet de minimale afstand tussen het raam en de kroon 2 meter zijn. Als de afstand tussen een tak of de kroon enerzijds en de ramen anderzijds te klein wordt, zullen takken worden verwijderd. Bij voorkeur direct. Tijdens de reguliere snoei moet zo veel mogelijk voorkomen worden dat de kroon op minder dan 2 meter afstand van de ramen komt.
Bomen die problemen geven die zijn omschreven in 17, 18 en 19 blijven zo lang mogelijk staan. Problemen worden aanvankelijk met (extra) snoeiwerk opgelost. Als dit echter tot gevolg heeft dat de boom een onevenwichtige kroon krijgt of de kosten zijn hoog, kan de gemeente besluiten een boom te verwijderen.
20Boom houdthet zonlichttegenindetuin.
Niemand heeft recht op direct zonlicht in zijn tuin of huis. Het claimen van zonlicht ten koste van bomen wordt niet gehonoreerd. Echter, het is niet acceptabel dat de aanwezigheid van gemeentebomen een groot deel van de tuin het grootste deel van de dag in de -schaduw zet. Indien sprake is van deze situatie moet gezocht worden naar een compromis waarin zowel de groene aankleding van de wijk als het woongenot recht wordt gedaan. Het is niet mogelijk hier een concrete niet bediscussieerbare afspraak over te maken. Elke situatie is immers weer anders. Is er bijvoorbeeld sprake van een kleine of grote tuin, is er sprake van een grote of kleine boom, een smalle of een brede, is de afstand tussen de tuin en de boom groot of klein en zijn er bijvoorbeeld nog meer elementen in de directe omgeving van de tuin die schaduw geven. Bij klachten over schaduw kunnen als richtlijn de volgende criteria gehanteerd worden.
•Eén boom mag per dag, tussen 11.00 en 18.00 uur, niet meer dan 3 uur 50% van de tuin of meer beschaduwen. Dit moet worden gemeten in de periode mei tot en met augustus. Als de hoeveelheid schaduw deze norm overschrijdt, moeten maatregelen worden genomen. Dit kan variëren van snoeien tot het verwijderen van de boom.
•De ruimte tussen de kronen van 2 naast elkaar staande bomen in een rij of groep aan de zuidoost, zuid, zuidwest en westkant van de achtertuin* moet telkens minimaal één kroonbreedte bedragen. Deze extra grote afstand moet worden toegepast tot een afstand van ongeveer 10 meter van de erfgrens voor bomen van de eerste grootte en 5 meter voor bomen van de tweede grootte en twee meter voor bomen van de derde grootte.
•Omdat de meeste mensen vertoeven in de achtertuin, wordt dit beheer in principe alleen toegepast bij bomen naast en achter de achtertuin. Alleen als duidelijk en logisch is dat de voortuin gebruikt wordt als plaats waar men “in de zon zit” omdat de rest van de tuin die mogelijkheid niet biedt, is het mogelijk ook daar een aangepast beheer te voeren.
•Dit aangepaste beheer moet alleen gevoerd worden bij woningen. Voor bijv. bedrijven en scholen hoeft geen aangepast beheer toegepast te worden.
•Indien een aangepast beheer wordt gevoerd, moet getracht worden logische delen van de beplanting in zijn geheel op deze wijze te dunnen. Dus niet in een lange rij plaatselijk een boom verwijderen of anders beheren. Bij twijfelgevallen geldt het principe dat bij bomen die deel uitmaken van het straat- en buurtgroen eerder extra maatregelen kunnen worden genomen dan bij bomen die deel uitmaken van het structurerend groen, bijzonder groen en de (hoofd-)ontsluitingswegen.
21Wortelsverstorenofbeschadigenleidingen.
Indien na graafwerkzaamheden blijkt dat een boomwortel leidingen heeft verstopt of beschadigd, moet de wortel verwijderd worden. Wortels tot 4 cm diameter kunnen zonder problemen worden verwijderd. Als de wortels dikker zijn, moet de opzichter beoordelen of verwijderen gevolgen heeft voor de stabiliteit van de boom. Als de wortel vanwege de stabiliteit van de boom niet verwijderd kan worden, moet gezocht worden naar een andere plaats voor de leiding. Als dit niet mogelijk is, moet de boom worden verwijderd. Als de kans reëel is dat wortels weer schade aanrichten en de boom is waardevol, moet met wortelkerend materiaal getracht worden de wortels op enige afstand te houden van de kabels en leidingen. Wortels moeten worden afgezaagd. De snoeiwond moet zo klein mogelijk zijn.
22Economischnadeel
Bomen kunnen serieuze, zwaarwégende economische (inkomens)effecten hebben op de exploitatie van een bedrijf. Een terras kan bijvoorbeeld niet gebruikt worden vanwege luis of een grote vrachtwagen kan een fabriek niet bereiken vanwege een boom. In dergelijke gevallen neemt de gemeente maatregelen. In principe zullen deze echter niet leiden tot het verwijderen van de boom.
In bovenstaande criteria is regelmatig aangegeven dat “dan een boom zal of kan worden verwijderd”. Hiervan zal echter pas sprake zijn als de gemeente de hele kapprocedure op de juiste wijze heeft doorlopen. De gemeente zal een boom, tenzij een boom gevaarlijk is of tenzij sprake is van aan dunning, dus nooit zonder meer verwijderen.
Bijlage 8: Verzoek bomenkap
VerzoekBomenkap (gewijzigd d.d. 19 januari 2009)
Het verzoek voor bomenkap gebeurt door de projectleider/beheerder.
Het is de verantwoordelijkheid van de projectleider/beheerder om tijdig het verzoek voor bomenkap in tedienen,opdatde uitvoeringniet vertraagdwordt.
Het verlenen van de kapbeslissing of kapvergunning is de laatste formele stap om te kunnen kappen.
Voor die tijd moeten de belanghebbenden betrokken worden (volgens de vastgestelde procedures), medeombezwarente voorkomen.
Neem het kapverzoek standaard op in de procedure voor de uitvoering van werken en houd rekening metongeveer 3 maanden (bij kapbeslissing 7 weken), voordat de uitvoering kan starten, mits geen bezwarenvolgen.
Maak gebruik van onze deskundigen.
Administratie bomenkap:
Tessa Looper
8517
SB-Groen
Bomenbeleid
Jan Meijerink
8527
SB-Groen
Advies bomenkap Oost
Tessa Looper
8817
SB-Groen
Werkwijze:
Het verzoek om bomen te kappen gebeurt met het standaard kapverzoekformulier.
Bij het formulier dient een tekening toegevoegd te worden, waarop de te kappen boom of bomen (1:500, bij voorkeur A4 of A3) en tevens de plaats van de locatie in Lelystad staat aangegeven. Bij de aanvraag de nieuwe situatietekening voegen, zodat zichtbaar is waarom gekapt wordt en hoe de nieuwe situatie wordt.
Het kapverzoekformulier dient ingeleverd te worden bij T.Looper van SB cluster Groen.
SB beoordeelt met het bomenbeleidsplan of het een aanvraag voor een kapvergunning, dan wel verzoek om een kapbeslissing wordt en geeft advies aan het hoofd SB. Het hoofd SB neemt een kapbeslissing of verleent een kapvergunning, in mandaat namens B&W.
Een kapbeslissing is voldoende tenzij het bijzondere bomen of een andere uitzondering betreft (zie bomenbeleidsplan). Alleen de kapvergunningen worden gepubliceerd. Gedurende een termijn van 6 weken kan bezwaar worden ingediend op een kapvergunning.
De aanvrager krijgt bericht dat er een kapbeslissing is genomen of kapvergunning is verleend. Bij een kapbeslissing kan direct gekapt worden. Bij een kapvergunning wordt aangegeven vanaf welke datum gekapt mag worden als er geen bezwaren binnenkomen. Als er bezwaar binnenkomt (termijn 6 weken) wordt de aanvrager daarvan op de hoogte gebracht.
Na het kappen wordt het voorblad bij de kapbeslissing\kapvergunning teruggestuurd naar SB met vermelding van de datum van velling.