Gemeentelijke regelgeving

Besluit van het college van de gemeente Lelystad houdende regels inzake voorselectie en vergunning circus (Beleidsregel Procedure voorselectie en vergunning circus)

Gemeente Lelystad · geldt sinds 30 oktober 2014

Aanhef

Nummer: 141033181

Collegebesluit

Het college besluit

Gelet op de Algemene wet bestuursrecht en de Algemene plaatstelijke verordening 2010

Beleidsregel Procedure voorselectie en vergunning circus vast te stellen.

GEMEENTE LELYSTAD

PROCEDURE VOORSELECTIE EN VERGUNNING CIRCUS

Hoofstuk 1. Algemeen

-Waarom deze procedurebeschrijving? 2

-Voorselectie en vergunningverlening 2

-Aantal circussen per jaar 2

-Periode voor het houden van een circus 2

-Locaties 2

-Maximum aantal speeldagen 2

Hoofdstuk 2. De Voorselectie

-Wanneer vindt de voorselectie plaats? 3

-Indieningsvereisten 3

-Selectiecriteria 3-4

-Kosten 4

Hoofdstuk 3. De evenementenvergunning

-Wanneer moet de aanvraag worden ingediend? 5

-Indieningsvereisten 5

-Selectiecriteria 5

-Voorschriften 5

-Kosten 6

Hoofdstuk 4. Slotbepalingen

-Inwerkingtreding 7

-Overgangsrecht 7

Bijlage. Enkele toepasselijke artikelen uit de APV

Bijlage. Enkele toepasselijke artikelen uit de APV

ARTIKEL 1:2 BESLISTERMIJN

1Het bevoegde bestuursorgaan beslist op een aanvraag voor een vergunning of ontheffing binnen acht weken na de datum van ontvangst van de aanvraag.

2Het bestuursorgaan kan de termijn voor ten hoogste acht weken verlengen.

3In afwijking van het tweede lid is artikel 3.9 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht van toepassing indien beslist wordt op een aanvraag om een vergunning als bedoeld in artikel 2:11, 2:12 of artikel 4:11.

ARTIKEL 1:3 INDIENING AANVRAAG

1Indien een aanvraag voor een vergunning of ontheffing wordt ingediend minder dan drie weken vóór het tijdstip waarop de aanvrager de vergunning of ontheffing nodig heeft, kan het bestuursorgaan besluiten de aanvraag niet te behandelen.

2Voor bepaalde, door het bestuursorgaan aan te wijzen, vergunningen of ontheffingen kan de in het eerste lid genoemde termijn worden verlengd tot ten hoogste acht weken.

ARTIKEL 1:4 VOORSCHRIFTEN EN BEPERKINGEN

1Aan een vergunning of ontheffing kunnen voorschriften en beperkingen worden verbonden. Deze voorschriften en beperkingen strekken slechts tot bescherming van het belang of de belangen in verband waarmee de vergunning of ontheffing is vereist.

2Degene aan wie een vergunning of ontheffing is verleend, is verplicht de daaraan verbonden voorschriften en beperkingen na te komen.

ARTIKEL 1:5 PERSOONLIJK KARAKTER VAN VERGUNNING OF ONTHEFFING

De vergunning of ontheffing is persoonlijk, tenzij bij of krachtens deze verordening anders is bepaald.

ARTIKEL 1:6 INTREKKING OF WIJZIGING VAN VERGUNNING OF ONTHEFFING

De vergunning of ontheffing kan worden ingetrokken of gewijzigd:

a.indien ter verkrijging daarvan onjuiste of onvolledige gegevens zijn verstrekt;

b.indien op grond van een verandering van de omstandigheden of inzichten opgetreden na het verlenen van de ontheffing of vergunning, intrekking of wijziging noodzakelijk is vanwege het belang of de belangen ter bescherming waarvan de vergunning of ontheffing is vereist;

c.indien de aan de vergunning of ontheffing verbonden voorschriften en beperkingen niet zijn of worden nagekomen;

d.indien van de vergunning of ontheffing geen gebruik wordt gemaakt binnen een daarin gestelde termijn dan wel, bij het ontbreken van een gestelde termijn, binnen een redelijke termijn;

e.indien de houder dit verzoekt.

ARTIKEL 1:7 TERMIJNEN

De vergunning of ontheffing geldt voor onbepaalde tijd, tenzij bij de vergunning of ontheffing anders is bepaald of de aard van de vergunning of ontheffing zich daartegen verzet.

ARTIKEL 1:8 WEIGERINGSGRONDEN

De vergunning of ontheffing kan door het daartoe bevoegde gezag worden geweigerd in het belang van:

a.de openbare orde;

b.de openbare veiligheid;

c.de volksgezondheid;

d.de bescherming van het milieu.

ARTIKEL 2:24 BEGRIPSBEPALING

1In deze afdeling wordt onder evenement verstaan elke voor publiek toegankelijke verrichting van vermaak, met uitzondering van:

a.bioscoopvoorstellingen;

b.markten als bedoeld in artikel 160, eerste lid, onder h, van de Gemeentewet en artikel 5:22 van deze verordening;

c.kansspelen als bedoeld in de Wet op de kansspelen;

d.het in een inrichting in de zin van de Drank en Horecawet gelegenheid geven tot dansen;

e.betogingen, samenkomsten en vergaderingen als bedoeld in de Wet openbare manifestaties;

f.activiteiten als bedoeld in artikel 2:39 van deze verordening.

2Onder evenement wordt mede verstaan:

a.Een herdenkingsplechtigheid;

b.een braderie;

c.een optocht, niet zijnde een betoging als bedoeld in artikel 2:3 van deze verordening, op de weg;

d.een feest, muziekvoorstelling of wedstrijd op of aan de weg;

e.een straatfeest of buurtbarbecue op één dag (klein evenement).

3(vervallen)

ARTIKEL 2:25 EVENEMENT

1Het is verboden zonder vergunning van de burgemeester een evenement te organiseren.

2Geen vergunning is vereist voor een klein evenement, indien:

a.het aantal aanwezigen niet meer bedraagt dan 150 personen;

b.het evenement op één dag plaatsvindt;

c.geen muziek ten gehore wordt gebracht voor 07.00 uur of na 23.00 uur;

d.het evenement niet plaatsvindt op de rijbaan, (brom)fietspad of parkeerplaats of anderszins een belemmering vormt voor het verkeer en de hulpdiensten;

e.slechts kleine objecten worden geplaatst met een oppervlakte van minder dan 10 m2 per object;

f.er een organisator is;

g.de organisator binnen 8 werkdagen voorafgaand aan het evenement daarvan melding heeft gedaan aan de burgemeester.

3De burgemeester kan binnen 8 werkdagen na ontvangst van de melding besluiten het organiseren van een evenement als bedoeld in het tweede lid te verbieden, indien daardoor de openbare orde, de openbare veiligheid, de volksgezondheid of het milieu in gevaar komt.

4Het verbod van het eerste lid geldt niet voor een wedstrijd op of aan de weg, voorzover in het geregelde onderwerp wordt voorzien door artikel 10 juncto 148, van de Wegenverkeerswet 1994.

5Op de vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.

ARTIKEL 2:26 ORDEVERSTORING

Het is verboden bij een evenement de orde te verstoren.

Geldende tekst uit de Centrale Voorziening Decentrale Regelgeving (CVDR, open data van de overheid). Raadpleeg lokaleregelgeving.overheid.nl voor de officiële versie. Dit is geen juridisch advies.