Aanhef
Het college van de gemeente Lelystad;
gelet op:
•de doelstellingen en de bepalingen van de Wegenverkeerswet 1994, het Reglement Verkeersregels en Verkeerstekens 1990 (in het bijzonder de artikelen 24 en 26), het Besluit Administratieve Bepalingen inzake het Wegverkeer en de Regeling gehandicaptenparkeerkaart;
•artikel 4:81 van de Algemene wet bestuursrecht;
overwegende dat:
•in de artikelen 24 en 26 van het Reglement Verkeersregels en Verkeerstekens 1990 de wettelijke basis is gelegd voor het gebruik van gehandicaptenparkeerplaatsen;
•in deze regeling en ook in nadere regelgeving geen duidelijk kader is gegeven voor het beoordelen van aanvragen voor een gehandicaptenparkeerplaats op kenteken bij zowel het woon als het werkadres dan wel voor de aanleg van gehandicapten parkeerplaatsen voor algemeen gebruik in de openbare ruimte;
•het college als bevoegd gezag een grote mate van beleidsvrijheid heeft in de beoordeling van dit soort aanvragen en in het voorzien in de behoefte aan openbare parkeergelegenheid voor gehandicapten in de directe nabijheid van voorzieningen met een publieksfunctie;
•er wel een vaste gedragslijn wordt gehanteerd voor de beoordeling van aanvragen voor een gehandicaptenparkeerplaats;
•het Parkeerbeleidsplan in beperkte mate een kader geeft voor de aanleg van gehandicaptenparkeerplaatsen voor algemeen gebruik in de openbare ruimte;
•de aanleg van gehandicaptenparkeerplaatsen voor algemeen gebruik bij openbaar toegankelijke voorzieningen in Lelystad doorgaans willekeurig is en blijkens monitoring en reacties van de doelgroep nog wel eens tekortschiet;
•de bij de stichting Georganiseerd Overleg Lelystad (GOL) aanwezige expertise over het aantal en het gebruik van gehandicapten parkeerplaatsen voor algemeen gebruik bij openbaar toegankelijke voorzieningen beter benut kan worden bij de beoordeling van dit voorzieningenniveau;
•het uit het oogpunt van rechtszekerheid en efficiencyverbetering aanbeveling verdient om een en ander nu vast te leggen in een beleidsregel;
•deze beleidsregel past in de doelstelling die het bestuur van de gemeente Lelystad heeft om het project Agenda 22 in het beleid van de gemeente Lelystad te implementeren en tegemoet komt aan de aanbevelingen in dit verband van de commissie bezwaarschriften;
besluit:
vast te stellen
Beleidsregel gehandicaptenparkeerplaatsen Lelystad
(voor algemeen gebruik en op kenteken bij woon- en werkadres)
Toelichting op deze beleidsregel
Paragraaf 2 Het voorzien in parkeercapaciteit voor gehandicapten bij openbaar toegankelijke voorzieningen
Artikel 1
1Bij openbaar toegankelijke voorzieningen (zoals een overheidsgebouw, theater, bibliotheek, winkel, openbare parkeervoorziening) zijn, zo dicht mogelijk bij de ingangen van deze voorzieningen, voor zover de inrichting van de openbare ruimte dat toestaat, voldoende gehandicaptenparkeerplaatsen voor algemeen gebruik in de openbare ruimte.
2Voor de invulling van het begrip "voldoende" wordt aangesloten bij de uitgangspunten en doelstellingen van het Parkeerbeleidsplan Lelystad.
3Het aantal gehandicaptenparkeerplaatsen voor algemeen gebruik en de situering ervan bij openbaar toegankelijke voorzieningen kan - binnen de grenzen van het Parkeerbeleidsplan Lelystad - mede bepaald worden op gevraagd advies van de stichting Georganiseerd Overleg Lelystad te Lelystad.
4Als gehandicaptenparkeerplaatsen voor algemeen gebruik zijn gesitueerd op met slagbomen afgesloten parkeervoorzieningen dient de te bedienen parkeerapparatuur toegankelijk voor gehandicapten te zijn.
Artikel 2
1Een gehandicaptenparkeerplaats, als in artikel 1 van deze beleidsregel bedoeld, wordt op basis van een vastgesteld verkeersbesluit aangeduid met bord E6 van bijlage 1 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990.
2In dat verkeersbesluit of bij nader vast te stellen verkeersbesluit kan worden bepaald dat het gebruik van een gehandicaptenparkeerplaats, als in artikel 1 van deze beleidsregel bedoeld, beperkt is tot een bepaalde parkeerduur. In dat geval wordt de beperking van de parkeerduur aangeduid op of onder het in lid 1 vermelde verkeersbord en geschiedt het parkeren in combinatie met een achter de voorruit geplaatste, duidelijk zichtbare parkeerschijf.
3De gehandicaptenparkeerplaats voor algemeen gebruik wordt standaard in de afmetingen 5.00 meter lengte bij 3.50 meter breedte uitgevoerd.
4De begrenzing van een gehandicaptenparkeerplaats wordt met een duidelijk zichtbare witte markering aangegeven.
5Bij de gehandicaptenparkeerplaats wordt zo nodig een op- en afrit aangebracht met een minimum breedte van 1,2 meter en een maximum helling van 1:10
Paragraaf 3 Het verstrekken van een gehandicaptenparkeerplaats op kenteken bij het woonadres
Artikel 3
Op schriftelijke aanvraag wordt een gehandicaptenparkeerplaats op kenteken toegewezen en door de gemeente gerealiseerd in de directe nabijheid van het woonadres van de aanvrager als:
1de aanvrager blijkens de gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens (GBA) van Lelystad woonachtig is in Lelystad op het adres waar de plaats wordt aangevraagd, en;
2de aanvrager in het bezit is van een geldige gehandicaptenparkeerkaart voor een bestuurder (GPK-B) als bedoeld in de Regeling gehandicaptenparkeerkaart, met bijbehorend medisch advies dat nog minimaal 6 maanden geldig is op het moment waarop de gehandicaptenparkeerplaats op kenteken bij het woonadres wordt aangevraagd, en;
3de aanvrager in het bezit is van een motorvoertuig op meer dan twee wielen of van een brommobiel dan wel een huur- of leaseovereenkomst voor een dergelijk voertuig kan overleggen en de aanvrager zich daarin pleegt voort te bewegen, en;
4de aanvrager niet beschikt of niet kan beschikken over geschikte (inpandige) parkeergelegenheid die onderdeel vormt van het gebouw waar hij/zij woont en
5een medische deskundigenadvies daartoe aanleiding geeft, en;
6in de directe nabijheid van het woonadres van de aanvrager doorgaans geen vrije parkeerruimte beschikbaar is, zulks naar het oordeel van het college, en;
7de kosten van het realiseren van de gehandicaptenparkeerplaats door de aanvrager zijn voldaan.
Artikel 4
1In afwijking van artikel 3, lid 2., van deze beleidsregel, kan een gehandicaptenparkeerplaats op kenteken bij het woonadres ook worden aangevraagd door een houder van een geldige gehandicaptenparkeerkaart voor een passagier (GPK-P) als bedoeld in de Regeling gehandicaptenparkeerkaart, met bijbehorend medisch advies dat nog minimaal 6 maanden geldig is op het moment waarop de gehandicaptenparkeerplaats op kenteken bij het woonadres wordt aangevraagd, en deze aanvrager ten gevolge van een aandoening of gebrek permanent rolstoelgebonden is.
2De in lid 1 bedoelde aanvrager dient ook te voldoen aan de in artikel 3, leden 1., 3., 4., 5., 6. en 7., van deze beleidsregel gestelde voorwaarden.
Paragraaf 4 Het verstrekken van een gehandicaptenparkeerplaats op kenteken bij het werkadres
Artikel 5
Op schriftelijke aanvraag wordt een gehandicaptenparkeerplaats op kenteken in de directe nabijheid van het werkadres van de aanvrager toegewezen en door de gemeente gerealiseerd als:
1de werknemer die de plaats aanvraagt of voor wie de plaats wordt aangevraagd in dienst is bij het bedrijf dat blijkens een uittreksel van de Kamer van Koophandel gevestigd is in Lelystad op het adres waarvoor de plaats wordt aangevraagd, en;
2die werknemer in het bezit is van een geldige gehandicaptenparkeerkaart voor een bestuurder (GPK-B) als bedoeld in de Regeling gehandicaptenparkeerkaart, met bijbehorend medisch advies dat nog minimaal 6 maanden geldig is op het moment waarop de gehandicaptenparkeerplaats op kenteken bij het werkadres wordt aangevraagd, en;
3de werknemer voor vervoer van en naar het werkadres zich pleegt voort te bewegen in een motorvoertuig op meer dan twee wielen of in een brommobiel, en;
4een medisch deskundigenadvies daartoe aanleiding geeft, en;
5in de directe nabijheid van het werkadres van de aanvrager doorgaans geen vrije parkeerruimte beschikbaar is, zulks naar het oordeel van het college, en;
6de kosten van het realiseren van de gehandicaptenparkeerplaats door de aanvrager zijn voldaan.
Artikel 6
1De gehandicaptenparkeerplaats wordt in beginsel door de gemeente gerealiseerd op het eigen terrein van het bedrijf waar de aanvrager in dienst is.
2Als het bedrijf waar de aanvrager in dienst is niet beschikt over (voldoende) eigen parkeergelegenheid wordt de gehandicaptenparkeerplaats gerealiseerd in de openbare ruimte in de directe nabijheid van de ingang van het bedrijf.
3Als toepassing wordt gegeven aan het bepaalde in lid 2. van dit artikel kan de werkingsduur van de gehandicaptenparkeerplaats beperkt worden tot de werktijden van de betrokken werknemer.
Paragraaf 5 De aanvraag van een gehandicaptenparkeerplaats op kenteken bij het woon- of werkadres
Artikel 7
1Een gehandicaptenparkeerplaats, als in de paragrafen 3 en/of 4 van deze beleidsregel bedoeld, wordt schriftelijk via een daarvoor bestemd formulier aangevraagd bij de instantie die het medisch advies, als bedoeld in de artikel 3, lid 5., en artikel 5, lid 4., van deze beleidsregel over de aanvraag uitbrengt.
2Het medisch advies als bedoeld in lid 1 van dit artikel is bindend.
Paragraaf 6 Het aanduiden en markeren van de gehandicaptenparkeerplaats op kenteken bij het woon- en werkadres
Artikel 8
1Een gehandicaptenparkeerplaats, als in de paragrafen 3 en 4 van deze beleidsregel bedoeld, wordt op basis van een vastgesteld verkeersbesluit aangeduid met bord E6 van bijlage 1 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990,
2Onder het in 1. van dit artikel genoemde verkeersbord wordt een onderbord aangebracht waarop het kenteken van het voertuig is vermeld dat door de gehandicapte wordt bestuurd of waarmee de gehandicapte passagier pleegt te worden vervoerd (bij afwezigheid van een kenteken kan een andere, aan het voertuig verbonden registratie worden vermeld).
3De inrichting en uitvoering van een gehandicaptenparkeerplaats wordt zoveel mogelijk afgestemd op de aard van de handicap van de gebruiker (maatwerk)
4De begrenzing van een gehandicaptenparkeerplaats wordt met een duidelijk zichtbare witte markering aangegeven.
5Bij de gehandicaptenparkeerplaats wordt zo nodig een op- en afrit aangebracht met een minimum breedte van 1,2 meter en een maximum helling van 1:10.
6Als het gebruik van een gehandicaptenparkeerplaats beperkt wordt tot de werktijden van de betrokken werknemer, wordt dit op een onderbord bij het betreffende verkeersbord aangegeven.
Paragraaf 7 Het wijzigen van de omstandigheden met betrekking tot het gebruik van de gehandicaptenparkeerplaats op kenteken bij woon of werkadres
Artikel 9
De gebruiker van de gehandicaptenparkeerplaats op kenteken bij woon- of werkadres is verplicht een wijziging in de omstandigheden betreffende het gebruik van die parkeerplaats zo spoedig mogelijk nadat deze omstandigheden de aanvrager bekend zijn geworden schriftelijk door te geven aan het college.
Paragraaf 8 Verhuizing
Artikel 10
1In geval van verhuizing binnen Lelystad wordt op schriftelijke aanvraag van de gebruiker van de gehandicaptenparkeerplaats bij het nieuwe woonadres een gehandicaptenparkeerplaats op kenteken in de openbare ruimte toegewezen en door de gemeente gerealiseerd, voor zover de gebruiker op dat moment voldoet aan de voorwaarden, zoals genoemd in artikel 3 van deze beleidsregel.
2Indien de gebruiker van een gehandicaptenparkeerplaats op kenteken bij het werkadres verandert van werkgever binnen Lelystad, wordt op schriftelijke aanvraag van die gebruiker in beginsel een gehandicaptenparkeerplaats op kenteken op het eigen terrein van de nieuwe werkgever toegewezen en door de gemeente gerealiseerd, voor zover de gebruiker op dat moment voldoet aan de voorwaarden, zoals genoemd in artikel 5 van deze beleidsregel.
Paragraaf 9 Het intrekken en verwijderen van een gehandicaptenparkeerplaats op kenteken
Artikel 11
1Een gehandicaptenparkeerplaats op kenteken bij het woon- of werkadres wordt ambtshalve ingetrokken en verwijderd als:
a.de plaats is toegewezen op basis van door de aanvrager verstrekte onjuiste informatie en die plaats niet zou zijn toegewezen als de onjuistheid van die informatie in de aanvraagprocedure bekend zou zijn geweest;
b.niet meer wordt voldaan aan de criteria zoals vermeld in artikel 3 en in artikel 5 van deze beleidsregel;
c.geconstateerd wordt dat van de gehandicaptenparkeerplaats structureel geen gebruik meer wordt gemaakt, zulks naar het oordeel van het college.
2Een gehandicaptenparkeerplaats op kenteken bij het woon- of werkadres wordt ook ingetrokken en verwijderd als aan het college schriftelijk te kennen is gegeven dat daarvan geen gebruik meer zal worden gemaakt.
Paragraaf 10 Hardheidsclausule
Artikel 12
Indien naar het oordeel van het college in bijzondere individuele gevallen toepassing van een artikel van deze beleidsregel leidt tot een onbillijke situatie dan is het college bevoegd hiervan af te wijken.
Paragraaf 11 Kosten
Artikel 13
Voor het in behandeling nemen van een aanvraag voor een gehandicaptenparkeerplaats op kenteken bij het woon- en werkadres worden leges geheven overeenkomstig de vigerende Legesverordening van de gemeente Lelystad.