Aanhef
1Het Beleidsdocument kwaliteit BRP 2026-2029 vast te stellen;
2Het Beleidsdocument kwaliteit BRP 2022-2025 in te trekken.
4 Beleidsdoelstellingen
4.3 Adresgegevens
4.3.1 Algemeen
Wat betreft de betrouwbaarheid van de adresgegevens, worden de volgende algemene doelstellingen geformuleerd:
Doelstelling 4: Het uitgangspunt is dat het feitelijke verblijfadres van personen wordt geregistreerd, met uitzondering van de gevallen waarin de wetgeving of het gemeentelijk beleid zoals opgenomen in dit document anders bepaalt. Een onjuiste registratie van adresgegevens wordt zo mogelijk voorkomen. Bij gerezen twijfel over al geregistreerde gegevens wordt onderzoek gedaan.
1Inwoners worden in staat gesteld om op een toegankelijke wijze aangifte te doen van adreswijziging. Bij voorkeur wordt die aangifte digitaal gedaan, maar voor personen die niet digitaal vaardig zijn of om andere reden geen gebruik wensen te maken van het digitale kanaal, wordt de mogelijkheid gegeven om hun aangifte aan de balie op het Stadhuis te doen of per post te versturen.
2De informatiebeheerder verkent de mogelijkheden om samen te werken met de woningcorporatie(s), met als doel de adreskwaliteit te verbeteren. Deze verkenning omvat het aan de corporatie(s) ter beschikking stellen van gegevens uit de BRP. Daarnaast wordt de woningcorporatie door de gegevensverstrekking in staat gesteld beter onderzoek te doen naar mogelijke woonfraude. Onderdeel van de verkenning is het voldoen aan de privacy voorschriften uit de Wet BRP en de Algemene verordening gegevensbescherming (AVG)
16Zie Uitvoeringswet Algemene verordening gegevensbescherming
.
3Het aansluiten bij (gemeentelijke) samenwerkingsverbanden ten behoeve van het bestrijden van niet toegestane kamerverhuur, woonfraude, het signaleren van sociaal-maatschappelijk ongewenste situaties en het tegengaan van uitbuiting en ondermijning. Het benoemen van een gemeentebreed aanspreekpunt voor BRP-gerelateerde zaken door de informatiebeheerder maakt hiervan onderdeel uit. Waar mogelijk wordt signaaltoezicht toegepast en worden mogelijke wantoestanden gemeld aan de toezichthoudende instantie.
4Er wordt deelgenomen aan de Landelijke Aanpak Adreskwaliteit (LAA)
17Meer informatie, zie webpagina: Landelijke Aanpak Adreskwaliteit (LAA) | RvIG
. Met deelname aan het LAA wordt beoogd om samen met andere deelnemende partijen door middel van risicogericht adresonderzoek de kwaliteit van de adresgegevens te verhogen. Blijkt uit onderzoek na een signaal van LAA dat er mogelijk sprake is van misbruik van mensen of voorzieningen, dan wordt deze informatie gedeeld met de relevante contactpersonen binnen de gemeente.
Zoals hierboven toegelicht worden inwoners in beginsel geregistreerd op hun woonadres. In specifieke gevallen is registratie op een briefadres mogelijk. Soms is daarbij maatwerk gewenst. Hieronder wordt ingegaan op het woon- en briefadres. De mogelijkheid tot maatwerk is opgenomen in hoofdstuk 4.7 van dit document.
4.3.2 Woonadres
Wat betreft de betrouwbaarheid van de gegevens over het woonadres, worden de volgende doelstellingen geformuleerd:
Doelstelling 5: Minimaal 95% van de in de BRP ingeschreven personen, staan op het juiste adres ingeschreven. Op minimaal 95% van de adressen met een woonbestemming, komt het aantal geregistreerde bewoners overeen met de feitelijke situatie.
1Als iemand zich wenst in te schrijven op het adres waar al een ander staat ingeschreven dan wordt een verklaring van medebewoning gevraagd, tenzij op andere wijze de medebewoning blijkt.
2Als bij het verwerken van een verhuisaangifte blijkt dat de oude bewoners zijn vertrokken van het adres, dan wordt in 100% van de gevallen ambtshalve een adresonderzoek gestart.
3In 100% van de vestiging op een leegstaand adres van een persoon die als “vertrokken onbekend” stond geregistreerd, wordt het overleggen van een huur- of koopovereenkomst verplicht gesteld. Deze maatregel dient ter bestrijding van de situatie dat leegstaande adressen worden misbruikt door burgers, die uitgeschreven staan, om zich foutief in te schrijven. Bij ontbreken van een huur- of koopovereenkomst kan ook op andere wijze de feitelijke bewoning van het adres worden aangetoond, bijvoorbeeld door het overleggen van ander bewijsmateriaal of het afleggen van een huisbezoek.
4In 100% van de digitaal doorgegeven adreswijzigingen wordt gebruik gemaakt van voorzieningen om risico’s te signaleren. Bijvoorbeeld de signalering dat als gevolg van een adreswijziging minderjarige kinderen op het adres zouden ‘achterblijven’, doordat de ouder vergeet de kinderen in de aangifte te vermelden. Of een signalering dat een inwoner veelvuldig in korte periode adreswijzigingen doet, ook wel een ‘veelverhuizer’ genoemd.
Adreswijzigingen die worden gesignaleerd door de voorziening, worden niet geautomatiseerd verwerkt. Er is een visuele controle van een medewerker nodig. Waar nodig wordt een huisbezoek afgelegd.
5De werking en het resultaat van de risicoprofielen (de effectiviteit) wordt minimaal eenmaal per jaar geëvalueerd.
6Minimaal eenmaal per jaar worden bij 50 adressen steekproefsgewijs huisbezoeken afgelegd om de juistheid van de registratie te toetsen.
7Minimaal één keer per jaar worden er steekproefsgewijs 40 verwerkte aangifteformulieren achteraf feitelijk gecontroleerd. Hierbij wordt gecontroleerd of de personen daadwerkelijk zijn verhuisd en de nieuwe woonsituatie feitelijk overeenkomt met de in de BRP geregistreerde situatie.
8Bij verkiezingen zijn retour ontvangen stempassen, omdat deze per post niet kan worden bezorgd, een indicatie dat betrokkene niet op het adres woonachtig is. Bij 100% van de retour ontvangen stempassen wordt een adresonderzoek gestart.
Doelstelling 6: In minimaal 95% van de als onbewoond geregistreerde adressen met een woonbestemming, is daadwerkelijk sprake van leegstand (tenzij er op grond van enig wettelijk voorschrift geen inschrijving dient plaats te vinden).
1Minimaal eenmaal per jaar worden alle als onbewoond geregistreerde adressen met een woonbestemming gecontroleerd.
Doelstelling 7: Het primaire uitgangspunt is dat het feitelijke verblijfadres van personen wordt geregistreerd, met uitzondering van de gevallen waarin de wetgeving of het gemeentelijk beleid zoals opgenomen in dit document anders bepaalt. Normaliter moet er sprake zijn van een woonadres dat volgens de BAG geschikt is voor bewoning. In 100% van de gevallen waarin sprake is van bewoning van een adres dat volgens de BAG niet geschikt is voor bewoning vindt inschrijving slechts na controle plaats.
1Bij een aangifte van adreswijziging of verblijf en adres wordt het adres gecontroleerd in de BAG. Bij mogelijke bewoning van een pand dat volgens de BAG niet geschikt is voor bewoning kan dit leiden tot een terugmelding aan de BAG of een adresonderzoek. Waar nodig wordt een huisbezoek afgelegd.
2Als er bij feitelijke bewoning mogelijk sprake is van strijd met het bestemmingsplan, dan is dit geen belemmering voor een registratie in de BRP. Er wordt een melding gedaan aan het team dat is belast met de handhaving om te beoordelen of hier actie nodig is van de gemeente. De persoon wordt hiervan vooraf op de hoogte gesteld.
4.3.3 Briefadres
Wat betreft de betrouwbaarheid van de gegevens over het briefadres, worden de volgende doelstellingen geformuleerd:
Doelstelling 8: Van personen die geen recht hebben op een briefadres op grond van wetgeving of het gemeentelijk beleid zoals opgenomen in dit document, wordt de aangifte voor een briefadres geweigerd. Fraude wordt zo mogelijk bij de aangifte al voorkomen.
1In het geval dat de beoogd briefadresgever (natuurlijk persoon) al voor meerdere personen het briefadres verzorgt, wordt bij een nieuw verzoek om een briefadres de opgegeven reden nader onderzocht. Omdat de reden voor het houden van een briefadres persoonlijk is, wordt verwacht dat het verzoekformulier een reflectie is van deze persoonlijke situatie. Er kan daarbij niet worden volstaan met het gebruik van een standaardreden, al dan niet opgegeven door de briefadresgever. Er wordt gecontroleerd of verschillende verzoekformulieren bij deze briefadresgever niet steeds dezelfde motivatie bevatten.
2Een verzoek om een briefadres wordt in persoon op het Stadhuis ingediend en indien nodig toegelicht
18Tenzij dit om zwaarwegende redenen (zoals de gezondheidssituatie van betrokkene) niet wenselijk is of het verzoek zo evident is dat een persoonlijk bezoek geen toegevoegde waarde heeft.
. Door middel van een persoonlijk gesprek kan de situatie van de verzoeker goed worden beoordeeld en het recht op het briefadres beter worden vastgesteld. Bovendien kan onderliggende (sociale) problematiek worden gesignaleerd en betrokkene worden verwezen naar een medewerker uit het sociaal domein.
Doelstelling 9: Het doel van een briefadres bij een persoon die recht heeft op een briefadres, is dat deze persoon bereikbaar is.
1Wanneer een briefadreshouder niet langer via het briefadres bereikbaar is, geen nieuw adres doorgeeft en het adres na onderzoek niet kan worden vastgesteld, wordt de inschrijving op het briefadres beëindigd. De briefadreshouder wordt vervolgens uitgeschreven.
Doelstelling 10: De rol van de briefadresgever is van groot belang in de bereikbaarheid van een briefadreshouder. Een rechtspersoon die is gevestigd in deze gemeente kan pas als briefadresgever optreden als deze door of namens het college is aangewezen
19Zie artikel 2.42, aanhef en onder b, Wet BRP: Artikel 2.42 Wet basisregistratie personen
.
1Een rechtspersoon wordt slechts aangewezen na een schriftelijke aanvraag hiertoe, waarbij de vertegenwoordiger vooraf verklaart de verplichtingen die hij/zij heeft op grond van de Wet BRP in acht zal nemen.
2De aanwijzing van een rechtspersoon als briefadresgever wordt beëindigd als de briefadresgever zich, ondanks een oproep daartoe, bij herhaling niet houdt aan de verplichtingen op grond van de Wet BRP.
3De aanwijzing van een rechtspersoon als briefadresgever wordt beëindigd als de briefadresgever bewust medewerking verleent aan een onjuiste registratie van een persoon.
Doelstelling 11: Uit een adresonderzoek kan blijken dat een persoon, die wel bereikbaar is voor gemeentelijke communicatie, geen woonadres heeft. Gezien het feitelijk en rechtmatig verblijf zou deze persoon als ingezetene van Lelystad moeten worden geregistreerd, maar hij/zij is niet in staat of niet bereid een briefadres aan te geven.
1In dergelijke situaties wordt ambtshalve een briefadres toegekend. In het geval er geen (natuurlijk of rechts-)persoon bereid wordt gevonden om als briefadresgever op te treden, dan treedt de gemeente op als briefadresgever. Hiervoor wordt een gemeentelijk adres ter beschikking gesteld.
2Als meerdere gemeenten betrokken zijn bij een persoon, vindt de toekenning van het briefadres plaats in de gemeente waar betrokkene alle omstandigheden in acht genomen de meeste binding heeft. Waar nodig vindt overleg plaats met die gemeente(n). Er wordt te allen tijde voorkomen dat een persoon ‘tussen wal en schip’ terecht komt.
3Als een persoon weliswaar telefonisch of via e-mail bereikbaar is, doch weigert een adres te doen registreren of zelfs weigert enige verblijfplaats kenbaar te maken, is hij/zij in zoverre onbereikbaar
20Zie in dit verband onder meer de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 6 februari 2019: Raad van State 6 februari 2019, ECLI:NL:RVS:2019:354
. In een dergelijk geval wordt er in beginsel niet ambtshalve een briefadres toegekend, maar wordt het vertrek uit Nederland opgenomen
21Zie Artikel 2.22 Wet basisregistratie personen
.
Doelstelling 12: Bij personen die geen recht meer hebben op een briefadres, wordt de feitelijke situatie geregistreerd.
1Minimaal tweemaal per jaar wordt van alle personen die langer dan drie maanden briefadres houden vanwege het ontbreken van een woonadres, de actualiteit van de adresgegevens gecontroleerd.