Aanhef
De raad van de gemeente Leiderdorp;
gelezen het voorstel van het College van B&W ;
gezien het advies van commissie Bestuur en Maatschappij ;
gelet op het bepaalde in artikel 149 van de Gemeentewet;
overwegende dat het gewenst is in aanvulling op de Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen en
de Beleidsregels kwaliteit peuterspeelzalen nadere eisen te stellen aan de inrichting van peuterspeelzalen;
Artikel 1 Begripsbepaling
In deze verordening wordt verstaan onder peuterspeelzaal hetgeen daaronder wordt verstaan in de Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen en Beleidsregels kwaliteit kinderopvang en peuterspeelzalen (Stb. 2010/ 296, 297 ).
Artikel 2 Groepspeelruimte
1In een peuterspeelzaal is voor ieder kind minimaal 3,5 m2 bruto-oppervlakte aan groepsspeelruimte beschikbaar.
2Elke ruimte is ingericht in overeenstemming met het aantal en de leeftijd van de op te vangen kinderen.
Artikel 3 Buitenspeelruimte
1De peuterspeelzaal beschikt over buitenspeelruimte.
2De buitenspeelruimte voldoet aan de volgende eisen:
a.voor kinderen toegankelijk en veilig bereikbaar;
b.een oppervlakte van minimaal 3 m2 bruto-oppervlakte speelruimte per aanwezig kind;
c.ingericht in overeenstemming met de leeftijd van de op te vangen kinderen.
Artikel 4 Milieueisen
Zowel de binnen- als ook de buitenruimte van nieuwe peuterspeelzalen zijn duurzaam en ecologisch verantwoord ingericht. Voor bestaande peuterspeelzalen geldt dat dit bij vervanging en renovatie wordt gedaan. Hiervoor worden onder andere de rijksregels voor duurzaam inkopen gevolgd.
Artikel 5 Aanwijzing toezichthouders
1Burgemeester en wethouders zien toe op de naleving van de bij deze verordening gestelde regels.
2Burgemeester en wethouders wijzen de directeur van de RDOG Hollands Midden aan als toezichthouder.
Artikel 6 Onderzoek door de toezichthouder
1De toezichthouder onderzoekt na een aanvraag als bedoeld in artikel 2.2, eerste lid van de Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen of de instandhouding redelijkerwijs zal plaatsvinden in overeenstemming met de voorschriften uit deze verordening.
2Onverminderd het eerste lid onderzoekt de toezichthouder jaarlijks of de exploitatie van een peuterspeelzaal plaatsvindt in overeenstemming met de voorschriften uit deze verordening.
3Naast het onderzoek, bedoeld in het eerste en tweede lid, kan de toezichthouder incidenteel onderzoek verrichten naar de naleving van de bij deze verordening gestelde voorschriften.
Artikel 7 Vastleggen onderzoeksresultaten
1De toezichthouder legt zijn oordeel naar aanleiding van een onderzoek bij een peuterspeelzaal vast in een inspectierapport.
2Indien de toezichthouder oordeelt dat door de houder de bij of krachtens artikel 2 en 3 gegeven voorschriften niet zijn of zullen worden nageleefd, vermeldt hij dat in het rapport.
3Alvorens het rapport vast te stellen, stelt de toezichthouder de houder in de gelegenheid van het ontwerprapport kennis te nemen en daarover zijn zienswijze kenbaar te maken. De toezichthouder vermeldt de zienswijze van de houder in een bijlage bij het rapport.
4De toezichthouder zendt het inspectierapport onverwijld aan de houder, die een afschrift daarvan zo spoedig mogelijk ter inzage legt op een voor ouders en personeel toegankelijke plaats.
5De toezichthouder maakt het inspectierapport uiterlijk drie weken na de vaststelling daarvan openbaar.
6De toezichthouder stelt burgemeester en wethouders in kennis van de vaststelling van het rapport.
Artikel 8 Hardheidsclausule
Burgemeester en wethouders kunnen artikel 2 en 3 buiten toepassing laten of daarvan afwijken, voorzover toepassing gelet op het belang van kwalitatief verantwoorde opvang voor kinderen in een peuterspeelzaal leidt tot een onbillijkheid van overwegende aard.
Artikel 9 Overgangsbepaling
Binnen twaalf maanden na inwerkingtreding van deze verordening wordt de houder van een peuterspeelzaal geacht te voldoen aan de voorschriften van deze verordening.
Artikel 9 Overgangsbepaling
Binnen twaalf maanden na inwerkingtreding van deze verordening wordt de houder van een peuterspeelzaal geacht te voldoen aan de voorschriften van deze verordening.
Artikel 10 Inwerkingtreding en intrekking voorgaande regeling
Deze verordening treedt in werking met ingang van 1 juli 2011, onder gelijktijdige intrekking van de Verordening peuterspeelzaalwerk Leiderdorp 2007.
Artikel 11 Citeertitel
Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening ruimte- en inrichtingseisen peuterspeelzalen Leiderdorp 2011.