Gemeentelijke regelgeving

Verordening op de heffing en de invordering van marktgelden Leiderdorp 2026

Gemeente Leiderdorp · geldt sinds 24 december 2025

Aanhef

De raad van de gemeente Leiderdorp;

gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 28 oktober 2025, nr. Z/25/184934/426761;

gezien het advies van de Auditcommissie van 25 november 2025;

gelet op het bepaalde in artikel 229, eerste lid, aanhef en onderdelen a en b van de Gemeentewet;

b e s l u i t:

vast te stellen de volgende verordening:

Verordening op de heffing en de invordering van marktgelden Leiderdorp 2026

(Verordening marktgelden Leiderdorp 2026)

Artikel 1 Begripsomschrijvingen

1Deze verordening verstaat onder:

a.Dag : een periode van 00.00 uur tot 24.00 uur;

b.Maand : een kalendermaand;

c.Kwartaal : een kalenderkwartaal

d.Jaar : een kalenderjaar

2Voor de toepassing van het eerste lid wordt een gedeelte van een eenheid als een volle eenheid aangemerkt.

Artikel 2 Belastbaar feit

Onder de naam “marktgelden” wordt een directe belasting geheven voor het door de gemeente ter beschikking stellen van een standplaats op de weekmarkt, op het daarvoor aangewezen marktterrein, op de daarvoor aangewezen dag, als bedoeld in de Marktverordening Leiderdorp 2011.

Artikel 3 Belastingplicht

De marktgelden worden geheven van diegene aan wie de standplaats als bedoeld in artikel 2, is toegewezen dan wel degene aan wie de dienst wordt verleend.

Artikel 4 Tarieven

1De marktgelden worden geheven naar de maatstaven en tarieven, opgenomen in de bij deze verordening behorende Tarieventabel.

2Voor de berekening van de marktgelden wordt een gedeelte van een in de Tarieventabel genoemde eenheid als een volle eenheid aangemerkt.

Artikel 5 Wijze van heffing

De marktgelden worden geheven door middel van een mondelinge of een gedagtekende schriftelijke kennisgeving, waaronder mede wordt begrepen een stempelafdruk, zegel, nota of andere schriftuur.

Artikel 6 Termijnen van betaling

In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moeten de marktgelden worden betaald op het moment van uitreiken van de kennisgeving dan wel in geval van toezending daarvan, binnen 30 dagen na de dagtekening van de kennisgeving.

Artikel 7 Kwijtschelding

Bij de invordering van de marktgelden wordt geen kwijtschelding verleend.

Artikel 8 Overgangsrecht, inwerkingtreding en citeertitel

1De “Verordening marktgeld 2025” van 16 december 2024, wordt ingetrokken met ingang van de in het derde lid genoemde ingang van heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan.

2Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag na die van de bekendmaking.

3De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2026.

4Deze verordening wordt aangehaald als: “Verordening marktgelden Leiderdorp 2026”.

Tarieventabel marktgeld 2026

HOOFDSTUK 1: MAATSTAF EN TARIEF STANDPLAATSEN

1.1

Het recht bedraagt voor iedere hele strekkende meter grond of gedeelte daarvan waarover een standplaats wordt ingenomen, gemeten langs de frontbreedte van de standplaats:

1.1.1

per dag

€

0,46

1.1.2

per kalendermaand

€

14,10

1.1.3

per kalenderkwartaal

€

42,31

1.2

In afwijking van rubriek 1.1 bedraagt voor kooplieden die voor de eerste maal een standplaats innemen op een markt in Leiderdorp gedurende de eerste drie maanden het recht, voor iedere hele strekkende meter grond of gedeelte daarvan waarover een standplaats wordt ingenomen, gemeten langs de frontbreedte van de standplaats:

1.2.1

per dag

€

0,33

1.2.2

per kalendermaand

€

10,19

1.2.3

per kalenderkwartaal

€

30,59

1.3

In afwijking van rubriek 1.1 bedraagt voor standwerkers het recht, voor iedere hele strekkende meter grond of gedeelte daarvan waarover een standplaats wordt ingenomen, gemeten langs de frontbreedte van de standplaats, per dag

€

0,42

HOOFDSTUK 2: MAATSTAF EN TARIEF STROOMVOORZIENING

2.1

De belasting bedraagt, voor zover betrekking hebbend op de stroomvoorziening, per standplaats, bij een totale capaciteit van de aldaar aanwezige elektrische installaties van

2.1.1

500watt of minder

2.1.1.1

per dag

€

0,56

2.1.1.2

per kalendermaand

€

17,15

2.1.1.3

per jaar

€

205,80

2.1.2

501watt tot en met 1.000 watt,

2.1.2.1

per dag

€

1,13

2.1.2.2

per kalendermaand

€

34,39

2.1.2.3

per jaar

€

412,73

2.1.3

1.001 watt tot en met 1.500 watt,

2.1.3.1

per dag

€

1,70

2.1.3.2

per kalendermaand

€

51,71

2.1.3.3

per jaar

€

620,56

2.1.4

meer dan 1.500 watt,

2.1.4.1

per dag

€

2,27

2.1.4.2

per kalendermaand

€

68,95

2.1.4.3

per jaar

€

827,44

Behorende bij het raadsbesluit van 15 december 2025, nr. Z/25/184934/426761

de griffier,

mevrouw H.K.B. Fobler

de voorzitter,

mevrouw T.C.M. Struik

Geldende tekst uit de Centrale Voorziening Decentrale Regelgeving (CVDR, open data van de overheid). Raadpleeg lokaleregelgeving.overheid.nl voor de officiële versie. Dit is geen juridisch advies.