Aanhef
HET COLLEGE VAN BURGEMEESTER EN WETHOUDERS VAN LEIDERDORP,
Gelet op hoofdstuk 10d en in het bijzonder de artikelen 10d:28 en 10d:34 van de CAR-UWO
mede gelet op het bepaalde in artikel 125 van de Ambtenarenwet juncto 160 van de Gemeentewet;
met instemming van de commissie voor Gemeenschappelijk Georganiseerd Overleg.
Besluit:
vast te stellen de navolgende regeling:
REGELING SANCTIEBELEID BOVENWETTELIJKE UITKERINGEN
Artikel 1. Begripsbepalingen
Voor de toepassing van deze regeling wordt verstaan onder
a.ambtenaar: de (gewezen) ambtenaar in de zin van artikel 1:1, lid 1, onder a, van de CAR-UWO en aan wie ingevolge hoofdstuk 10d van de CAR-UWO een aanvullende en/of na-wettelijke uitkering is toegekend;
b.aanvullende uitkering: de uitkering tijdens de werkloosheidsuitkering als bedoeld in paragraaf 6 van Hoofdstuk 10d van de CAR-UWO;
c.na-wettelijke uitkering: de uitkering na afloop van de werkloosheidsuitkering als bedoeld in paragraaf 6 van Hoofdstuk 10d van de CAR-UWO;
d.college: het college van burgemeester en wethouders.
Artikel 2. Toepassing en werking
Het verplichtingen- en sanctieregime van de Werkloosheidswet is naast en tezamen met het gemeentelijk verplichtingen- en sanctieregime als opgenomen in Hoofdstuk 10d van de CAR-UWO, overeenkomstig van toepassing op de aanvullende en na-wettelijke uitkering.
Artikel 3. Hardheidsclausule
Het college kan op verzoek van de ambtenaar in positieve zin afwijken van deze regeling voor zover toepassing zou leiden tot een onbillijke uitkomst.
Artikel 4. Inwerkingtreding
Deze regeling treedt met ingang van 1 november 2014 in werking.