Aanhef
De raad van de gemeente Leiden;
Gezien het voorstel van het presidium (Raadsvoorstel RV 22.0010 van 11 februari 2022), mede gezien het advies van de commissie Leefbaarheid en Bereikbaarheid, gelet op artikel 16 van de Gemeentewet;
BESLUIT:
I. Vast te stellen de navolgende verordening;
Reglement van Orde voor de gemeenteraad Leiden
Hoofdstuk 1: Algemene bepalingen
Artikel 1 Begripsomschrijvingen
In dit reglement wordt verstaan onder:
-actualiteitsvraag:
vragen van niet technische aard over actuele onderwerpen met een zekere urgentie en waarvan bespreking niet is uit te stellen tot de eerstvolgende commissievergadering;
-agenda:
De door de raad aan het begin van de raadsvergadering vastgestelde agenda;
-voorlopige agenda
agenda opgesteld door het Presidium, die 10 dagen voor de vergadering wordt verzonden;
-amendement
voorstel tot wijziging van een ontwerpbesluit dat is opgenomen in een raadsvoorstel, naar de vorm geschikt om direct te worden opgenomen in het besluit, waarop het betrekking heeft;
-subamendement:
voorstel tot wijziging van een ingediend amendement, naar de vorm geschikt om direct te worden opgenomen in het amendement, waarop het betrekking heeft;
-burgemeester:
de burgemeester van Leiden als bestuursorgaan of als portefeuillehouder;
-college:
het college van B&W, te weten de wethouders en de burgemeester van de gemeente Leiden;
-collegeleden:
leden van het college van B&W, te weten de wethouders en de burgemeester van de gemeente Leiden;
-fractie:
De leden, die door het centraal stembureau op dezelfde kandidatenlijst verkozen zijn verklaard, worden bij de aanvang van de zitting als één fractie beschouwd. Is onder een lijstnummer slechts één lid verkozen, dan wordt dit lid als een afzonderlijke fractie beschouwd;
-fractievoorzitter
raadslid waarvan door de voorzitter op basis van artikel 5, lid 2 in de raad is vastgesteld dat dit lid fractievoorzitter is;
-griffier:
griffier van de raad of diens plaatsvervanger;
-initiatiefvoorstel:
voorstel van een raadslid voor een verordening of ander voorstel;
-interruptie:
korte onderbreking van een spreker ter verkrijging van duidelijkheid omtrent hetgeen aan de orde is door het stellen van een vraag;
-interpellatie:
vragen van inlichtingen aan het college of aan de burgemeester over een onderwerp dat niet vermeld staat op de agenda;
-lid:
raadslid;
-motie:
korte en gemotiveerde verklaring over een onderwerp (dat op de agenda van de raad staat) waarmee een oordeel, wens of verzoek wordt uitgesproken;
-Motie vreemd aan de orde van de dag (VOD):
korte, gemotiveerde verklaring over een onderwerp, dat niet op de agenda van de raad staat, waardoor een oordeel, wens of verzoek wordt uitgesproken;
-persoonlijk feit :
mededeling buiten de orde van de vergadering;
-voorstel van orde:
voorstel betreffende de orde van de vergadering;
-voorzitter:
voorzitter van de raad of diens plaatsvervanger;
-plaatsvervangend
voorzitter:
de door de raad aangewezen voorzitters van de raadscommissies;
-Presidium:
het Presidium voor de raad en raadscommissies bestaande uit de commissievoorzitters van de op grond van artikel 2 van de Verordening op de raadscommissies Leiden ingestelde raadscommissies en de voorzitter van de raad. Het Presidium wordt ondersteund door de griffier;
-regeling van werkwerkzaamheden
een planning van en de agendapunten voor de komende commissie- en raadsvergaderingen;
-Secretaris:
degene die optreedt als secretaris van de vergadering;
-volstrekte
meerderheid:
de helft + 1.
-Bespreekstuk:
een voorstel op de agenda van de besluitvormende raadsvergadering waarbij de bespreking zich zal richten op de inhoud van de moties en/of amendementen;
-Hamerstuk:
een voorstel op de agenda van de besluitvormende raadsvergadering waarover geen debat hoeft te worden gevoerd;
-Coalitie:
fracties die het beleidsakkoord hebben ondertekend;
-Oppositie:
de fracties die geen deel uitmaken van de coalitie;
-Duo-lid:
lid van een commissie als bedoeld in artikel 82 van de Gemeentewet, niet zijnde een raadslid, die als zodanig door de raad is benoemd overeenkomstig artikel 7 van de verordening op de raadscommissies Leiden;
-Gemeentesecretaris:
de door het college aangewezen secretaris als bedoeld in artikelen 102-106 van de Gemeentewet;
Artikel 2 De voorzitter van de raad
1De voorzitter is belast met:
a) het leiden van de vergadering van de raad en het Presidium;
b) het handhaven van de orde in de vergadering van de raad;
c) het doen naleven van het Reglement van Orde;
d) hetgeen de wet of dit reglement hem verder opdraagt.
2De voorzitter verleent het woord, formuleert de conclusies waarover wordt gestemd en deelt de uitslag mee.
3De raad benoemt de vier voorzitters van de raadscommissies als eerste, tweede, derde of vierde plaatsvervangend voorzitter van de raad.
Artikel 3 De griffier
1De griffier is in elke vergadering van de raad aanwezig.
2Bij zijn verhindering of afwezigheid wordt de griffier vervangen door een door de raad daartoe aangewezen ambtenaar (plv. griffier).
3De griffier kan, indien hij daartoe door de voorzitter wordt uitgenodigd, aan de beraadslagingen als bedoeld in dit reglement deelnemen.
Artikel 4A Onderzoek geloofsbrieven en beëdiging
1Er is een commissie voor:
a) het onderzoeken van de aan de raad ingezonden geloofsbrieven van een tot lid benoemde en van de overige door de Kieswet geëiste stukken, welke met de geloofsbrieven zijn overgelegd;
b) het onderzoeken van de benoembaarheid van de kandidaten die aan de raad worden voorgesteld om te worden benoemd tot wethouder, waarbij getoetst wordt of de kandidaat voldoet aan de eisen van de Gemeentewet en de door de raad voor wethouders vastgestelde gedragscode, en
c) het onderzoek van het proces-verbaal van het centraal stembureau van de gemeenteraadsverkiezingen.
2Deze commissie bestaat uit de voorzitters van de twee grootste coalitiefracties en van de twee grootste oppositiefracties, te benoemen door en uit de raad in de eerste vergadering na de vergadering van elke zittingsperiode waarin de leden worden geïnstalleerd. Als voorzitter van de commissie treedt op de voorzitter van de grootste fractie. Indien deze daar van afziet, beslist de commissie wie als voorzitter zal optreden.
3De benoeming geschiedt voor de duur van de zittingsperiode van de raad en gaat in op het tijdstip waarop deze wordt aanvaard.
4Degene aan wie op zijn verzoek ontslag wordt verleend, blijft als voorzitter of als lid deel uitmaken van de commissie totdat de opvolger de benoeming heeft aanvaard.
Artikel 4B
1Bij elke benoeming van nieuwe leden onderzoekt de commissie de geloofsbrieven en de daarop betrekking hebbende stukken van nieuw benoemde leden. Een commissielid onthoudt zich van het onderzoek geloofsbrieven van leden uit een fractie waar het commissielid deel van uitmaakt.
2Ieder lid ontvangt voor toelating tot de raad, de door de raad vastgestelde gedragscode raadsleden en duo-leden van de gemeente Leiden.
3De commissie doet na haar onderzoek mondeling verslag aan de raad en brengt vervolgens advies uit omtrent de toelaatbaarheid van de kandidaat. Indien van toepassing, wordt van een minderheidsstandpunt melding gemaakt in dit advies.
4De raad besluit daarna in dezelfde vergadering, behoudens in het geval voorzien in artikel 32, vierde lid, van de Gemeentewet, over de toelating van de benoemde of, indien uitstel nodig wordt geacht, op een daartoe door de raad op voorstel van de voorzitter te bepalen tijdstip.
5De voorzitter roept een toegelaten lid op om in de eerste vergadering, waarin hij zijn functie volgens de Kieswet kan aanvaarden, de voorgeschreven eed of verklaring en belofte, af te leggen.
6Bij de benoeming van een wethouder doet de commissie verslag aan de raad omtrent de benoembaarheid van de kandidaat overeenkomstig het derde lid.
7De burgemeester kan voor de aanvang van iedere ambtstermijn opdracht geven om de kandidaat-wethouders aan een risicoanalyse integriteit te onderwerpen. De burgemeester brengt over het eindresultaat daarvan verslag uit aan de raad.
8Het onderzoek van het proces-verbaal van het centraal stembureau gebeurt in de laatste samenkomst van de raad in de oude samenstelling na de verkiezingen.
Artikel 5 Fracties.
1Indien boven de kandidatenlijst een aanduiding was geplaatst, voert de fractie binnen de raad deze aanduiding als naam. Indien geen aanduiding boven de kandidatenlijst was geplaatst, deelt de fractie in de eerste vergadering van de raad aan de voorzitter mee welke naam deze fractie in de raad wil voeren.
2De namen van degenen die als voorzitter van de fractie en als diens plaatsvervanger optreden worden zo spoedig mogelijk schriftelijk aan de voorzitter ter kennis gebracht.
3Er wordt een schriftelijke mededeling gedaan aan de voorzitter indien:
-één of meer leden van een fractie als zelfstandige fractie gaan optreden;
-twee of meer fracties als één fractie gaan optreden;
-één of meer leden van een fractie zich aansluiten bij een andere fractie;
Met ingang van de eerstvolgende raadsvergadering van de raad wordt hiermee rekening gehouden.
4Indien één of meer leden van een fractie als zelfstandige fractie gaan optreden, blijft de naam van de fractie bij de leden die in de oorspronkelijke fractie blijven.
Artikel 6 Fractievoorzittersoverleg
1Het fractievoorzittersoverleg bestaat uit de voorzitter van de raad en de fractievoorzitters. De voorzitter van de raad treedt op als voorzitter van het overleg. De voorzitter kan zich laten vervangen door één van de plaatsvervangende voorzitters van de raad. De leden kunnen zich bij verhindering laten vervangen door een raadslid uit de eigen fractie.
2De griffier treedt op als secretaris en is elke vergadering in die hoedanigheid aanwezig.
3Het fractievoorzittersoverleg komt in beginsel eenmaal per kwartaal bij elkaar indien hiertoe aanleiding bestaat.
4De griffier stelt de agenda op in samenspraak met de voorzitter van het overleg. De agenda en de bijbehorende stukken worden uiterlijk 72 uur voor de vergadering onder de leden verspreid.
5Het fractievoorzittersoverleg kan besluiten om personen of groepen van personen uit te nodigen om deel te nemen aan het overleg.
Artikel 7 Presidium
1Er is een Presidium voor de raad en de raadscommissies.. De voorzitter van de Commissie voor de Rekeningen en de voorzitter van een raadscommissie bestaande uit raadsleden die is ingesteld op grond van een andere verordening dan de Verordening op de raadscommissies Leiden, worden voor advies gevraagd in aangelegenheden die de betreffende commissie aangaan.
2De griffier, zijn plaatsvervanger of een door de griffier aangewezen ambtenaar treedt op als secretaris en is elke vergadering in die hoedanigheid aanwezig.
3Het Presidium vergadert één keer per week of zo vaak als de voorzitter dit noodzakelijk acht.
4Het Presidium bereidt de raads- en commissievergaderingen voor. Hij bespreekt alle vergaderingen van raad en commissies voor, beoordeelt de kwaliteit van stukken, bepaalt of stukken ‘rijp’ zijn voor behandeling, stelt het vergaderschema vast, houdt overzicht over aanlevering en agendering van stukken en de wijze van behandeling van stukken in commissies en raad. Hij bewaakt de Regeling van Werkzaamheden van de commissies en de raad en draagt zorg voor de planning van de activiteiten voor raad en commissies.
5Het Presidium beoordeelt voor de commissievergaderingen op welke wijze een voorstel wordt geagendeerd, te weten: informatief, horen insprekers, bespreekstuk (debat), hamerstuk of directe besluitvorming in de raad.
6De griffier verstuurt de agenda en de adviezen van de griffie op de te agenderen voorstellen minimaal 48 uur voor de vergadering aan de Presidiumleden. Alle leden en duo-leden kunnen de vergadering van het Presidium bijwonen. De griffier draagt zorg voor het vastleggen van de besluiten van het Presidium in een besluitenlijst. Alle leden, duo-leden en collegeleden ontvangen zo spoedig mogelijk deze besluitenlijst.
7Ieder Presidiumlid kan bij de voorzitter verzoeken om een extra vergadering van het Presidium. Het Presidiumlid dient het verzoek met redenen te omkleden. De voorzitter beslist zo spoedig mogelijk over het verzoek na consultatie van de griffier.
Hoofdstuk 2: Orde van de vergaderingen
Artikel 8 Vergaderfrequentie en aanvangstijd
1De raad vergadert in een cyclus zoals door de raad – op voorstel van het Presidium – vastgesteld in de Regeling van Werkzaamheden.
2In beginsel vergadert de raad in een cyclus van vier weken. In de eerste twee weken vergaderen de commissies, steeds twee commissies per week op hetzelfde tijdstip. In de derde week is er ruimte voor beeldvormende bijeenkomsten. In de vierde week vindt de raadsvergadering plaats. De raad kan een afwijkende cyclus vaststellen.
3De vergaderingen vinden in de regel plaats op donderdagavond. Extra vergaderingen worden in principe op dinsdagavond gehouden. De vergaderingen beginnen om 20.00 uur en eindigen uiterlijk om 23.00 uur, tenzij de raad bij meerderheid van stemmen besluit dat een vergadering na 23.00 uur wordt voortgezet. Indien de vergadering niet na 23.00 uur wordt voortgezet, wordt de vergadering voortgezet op de daarop volgende dinsdagavond.
4De raadsvergadering waarin de planning- en control stukken worden behandeld, kan vanaf 16.00 uur plaatsvinden.
5Voorts vergadert de raad indien de voorzitter het nodig oordeelt of tenminste acht leden schriftelijk, met opgaaf van redenen, daarom verzoeken.
6De voorzitter kan de raad bij de schriftelijke oproep voor de vergadering (art. 9 lid 1) voorstellen de aanvangstijd te wijzingen.
7De voorzitter bepaalt in overleg met het Presidium tijdstip en plaats van de extra vergadering bedoeld in het vijfde lid, met dien verstande dat de raadsvergadering moet plaatvinden binnen 7 dagen gerekend vanaf de dag, dat het verzoek is gedaan. De termijn genoemd in artikel 9 eerste lid is niet van toepassing.
Artikel 9 Oproep
1De voorzitter zendt ten minste 10 dagen vóór een vergadering de leden, de griffier, de collegeleden, de gemeentesecretaris en genodigden digitaal een oproep onder vermelding van de dag, tijdstip en plaats van de vergadering.
2De voorlopige agenda en de daarbij behorende stukken, met uitzondering van de stukken waaromtrent op grond van hoofdstuk Va van de Gemeentewet geheimhouding is opgelegd, worden tegelijkertijd met de oproeping digitaal aan de leden verzonden.
3De openbare aankondiging van de vergadering vindt plaats in de Stadskrant en op de internetsite van de gemeente met de vermelding van de agendapunten die behandeld worden. De agenda en stukken die ter toelichting van de onderwerpen, of voorstellen op de agenda dienen, worden gelijktijdig met het verzenden van de oproep op de gemeentelijke website ontsloten en zijn digitaal in te zien op het stadhuis. Indien na het verzenden van de oproep stukken op de website worden toegevoegd, wordt hiervan mededeling gedaan aan de leden. Op verzoek kan op het stadhuis inzage worden gegeven in de papieren versie van deze stukken.
4Informatie van de raad of aan de raad verstrekte informatie waaromtrent op grond van hoofdstuk Va van de Gemeentewet geheimhouding is opgelegd, blijft in afwijking van het tweede lid onder berusting van de griffier.
Artikel 10 Agenda
1Voordat de oproep wordt verzonden, stelt het Presidium de voorlopige agenda van de vergadering vast. Indien de vergadering van de raad vóór 20.00 uur begint, worden de agendapunten waarvoor (veel) publiek valt te verwachten zoveel mogelijk na 20.00 uur geagendeerd.
2Ieder lid, de voorzitter of een raadscommissie, kan na het verschijnen van de voorlopige agenda het Presidium met redenen omkleed verzoeken een onderwerp aan de agenda toe te voegen of af te voeren. Het Presidium beslist zo spoedig mogelijk. Indien het Presidium positief beslist worden de aangepaste agenda en eventueel daarbij behorende stukken verspreid.
3In spoedeisende gevallen kan het Presidium na het verzenden van de oproep tot uiterlijk 48 uur voor de aanvang van een vergadering een herziene agenda opstellen. De herziene agenda en de daarop vermelde voorstellen worden zo spoedig mogelijk digitaal via het raadsinformatiesysteem ontsloten.
4Bij aanvang van de vergadering stelt de raad de agenda vast. Op voorstel van een lid of de voorzitter kan de raad bij de vaststelling van de agenda onderwerpen van de agenda afvoeren of de volgorde van behandeling van de agendapunten wijzigen.
Artikel 11 De wethouders en burgemeester
1De burgemeester heeft het recht in de vergadering aan de beraadslaging deel te nemen.
2Een wethouder kan al dan niet op zijn verzoek door de raad worden uitgenodigd om in de vergadering aanwezig te zijn en aan de beraadslaging deel te nemen. Indien een wethouder zich wil laten vervangen door een ander collegelid om het woord te voeren, meldt hij dit bij de voorzitter.
3Indien de burgemeester het woord wil voeren over voorstellen die tot zijn portefeuille behoren kan hij het voorzitterschap van de raadsvergadering overdragen aan een van de plaatsvervangende voorzitters.
Artikel 12 De gemeentesecretaris
De gemeentesecretaris kan indien de raad het college hierom verzoekt, aanwezig zijn bij de raadsvergadering en deelnemen aan de beraadslagingen als bedoeld in dit reglement.
Artikel 13 Presentielijst
1Bij binnenkomst tekent ieder lid onmiddellijk de presentielijst.
2De leden die voor de sluiting de vergadering verlaten, geven daarvan kennis aan de voorzitter dan wel de griffier.
Artikel 14 Zitplaatsen
1De voorzitter, de leden en de griffier hebben een vaste zitplaats, door de voorzitter na overleg met het Presidium bij iedere nieuwe zittingsperiode van de raad aangewezen.
2Indien daartoe aanleiding bestaat, kan de voorzitter de indeling herzien in overleg met het Presidium.
3De voorzitter draagt voor zover mogelijk zorg voor een zitplaats in de raadzaal voor de gemeentesecretaris, personen die voor de ondersteuning van de leden en collegeleden zijn uitgenodigd, personen met een fysieke of verstandelijke beperking die niet op de publieke tribune kunnen plaatsnemen en overige bij de voorzitter aangemelde genodigde personen.
4Tijdens de raadsvergadering worden in de raadzaal, naast de leden en genodigden als bedoeld in het derde lid, alleen diegenen die zijn beëdigd, toegelaten.
Artikel 15 Opening van de vergadering; quorum
1De vergadering van de raad wordt niet geopend voordat blijkens de presentielijst meer dan de helft van het aantal zitting hebbende leden tegenwoordig is.
2Indien ingevolge het eerste lid de vergadering niet kan worden geopend, belegt de voorzitter, onder verwijzing naar dit artikel, opnieuw een vergadering tegen een tijdstip dat ten minste vierentwintig uur na het bezorgen van de oproeping is gelegen.
3Op de vergadering, als bedoeld in het tweede lid, is het eerste lid niet van toepassing. De raad kan echter over andere aangelegenheden, dan die waarvoor de ingevolge het eerste lid niet geopende vergadering was belegd, alleen beraadslagen of besluiten, indien blijkens de presentielijst meer dan de helft van het aantal zitting hebbende leden tegenwoordig is.
Artikel 16 De actualiteit
1Na de opening van de vergadering geeft de voorzitter de leden gelegenheid om gedurende totaal dertig minuten actualiteitsvragen als bedoeld in artikel 1 te stellen.
2Het lid dat tijdens de actualiteit vragen wil stellen, meldt dit onder vermelding van het onderwerp en de concrete vra(a)g(en) uiterlijk om 10.00 uur op de dag van de vergadering bij de griffier via de email. Actualiteitsvragen worden kort en duidelijk geformuleerd. De vragen kunnen van een korte toelichting worden voorzien.
3De voorzitter kan weigeren een onderwerp tijdens de actualiteit aan de orde te stellen indien:
-het onderwerp niet voldoende nauwkeurig is omschreven;
-het onderwerp in de raadsvergadering van die dag aan de orde komt;
-het onderwerp reeds staat gepland voor behandeling in een raadscommissie;
-over het onderwerp reeds een actualiteitsvraag is aangekondigd in een raadscommissie;
-het een onderwerp betreft waarover nog een inspraak- of zienswijzenprocedure aanhangig is;
-het een onderwerp betreft waarover een juridische procedure aanhangig is;
-over het onderwerp reeds schriftelijke vragen zijn gesteld conform artikel 45;
-de actualiteitsvraag wordt gesteld aan het college en het onderwerp niet behoort tot de invloedssfeer of bevoegdheid van het college van B&W;
-het onderwerp naar het oordeel van de voorzitter niet kan worden aangemerkt als actualiteitsvraag.
-de kadernota, de begroting of de jaarrekening in de raadsvergadering wordt behandeld.
4De aangemelde onderwerpen worden op volgorde van aanmelding tijdens de actualiteit aan de orde gesteld.
5Het lid dat de actualiteitsvraag wil stellen geeft bij het aanmelden van de actualiteit aan hoeveel spreektijd voor dit punt wordt gereserveerd. De voorzitter deelt het collegelid dat de actualiteitsvraag gaat beantwoorden een spreektijd toe voor de beantwoording.
6Per actualiteitsvraag wordt aan de vragensteller het woord verleend om één of meer vragen aan het college of aan de burgemeester te stellen en een toelichting daarop te geven.
7Na de beantwoording door het college of door de burgemeester krijgt de vragensteller desgewenst nog éénmaal het woord om aanvullende vragen te stellen.
8Tijdens de actualiteit kunnen geen moties worden ingediend.
Artikel 17 Regeling van Werkzaamheden
1Na het agendapunt ‘Actualiteit’ wordt het punt ‘Regeling van werkzaamheden’ geagendeerd. De Regeling van Werkzaamheden bevat de voorstellen van het Presidium voor de komende vergadercycli.
2Elk lid kan bij dit agendapunt het woord vragen en voorstellen een stuk op een andere wijze te behandelen dan het Presidium heeft voorgesteld. Een voorstel van een lid wordt overgenomen indien de raad hierbij in meerderheid instemt.
3Een lid dat een wijziging in de Regeling van Werkzaamheden wil voorstellen conform het tweede lid meldt dit voor 10.00 uur op de dag van de raadsvergadering bij de griffier.
Artikel 18 (Vervallen)
Artikel 19 (Vervallen)
Artikel 20 Besluitenlijst
1De raadsvergadering wordt rechtstreeks via het raadsinformatiesysteem uitgezonden en beschikbaar gehouden.
2Van hetgeen wordt besloten in een raadsvergadering wordt een besluitenlijst gemaakt.
3De besluitenlijst bevat in ieder geval:
a) de namen van de voorzitter, de griffier, de gemeentesecretaris, de wethouders, de ter vergadering aanwezig leden en de namen van de leden die afwezig waren;
b) de namen van de overige personen die in de vergadering het woord gevoerd hebben;
c) een vermelding van de zaken die aan de orde zijn geweest;
d) een overzicht van het verloop van elke stemming, met vermelding bij hoofdelijke stemming van de namen van de leden die voor of tegen stemden, onder aantekening van de namen van de leden die zich overeenkomstig de Gemeentewet van stemming hebben onthouden;
e) een verwijzing naar de tekst van de ter vergadering ingediende initiatiefvoorstellen, moties, amendementen en subamendementen;
f) bij het desbetreffende agendapunt de naam en de hoedanigheid van die personen aan wie het op grond van het bepaalde in artikel 29 door de raad is toegestaan deel te nemen aan de beraadslagingen;
g) toezeggingen.
4De concept- besluitenlijst wordt, zo mogelijk gelijktijdig met de oproeping voor de volgende raadsvergadering, aan de leden en het college gestuurd.
5De leden, de leden van het college, de voorzitter van de raad en de griffier hebben het recht, een voorstel tot verandering aan de raad te doen, indien de besluitenlijst onjuistheden bevat of niet duidelijk weergeeft hetgeen besloten is.
6Een voorstel tot verandering wordt uiterlijk om 10.00 uur op de dag van de vergadering bij de griffier ingediend.
7De besluitenlijst wordt vastgesteld door de gemeenteraad in de eerstvolgende raadsvergadering. De besluitenlijst wordt op de agenda na het agendapunt ‘Ingekomen Stukken’, zoals bedoeld in artikel 21 geagendeerd.
Artikel 21 Ingekomen stukken
1Uiterlijk de vrijdag voor de vergadering van de raad, wordt door de griffier voor de leden een lijst met de ingekomen stukken (LIS) digitaal via het raadsinformatiesysteem ontsloten. De lijst met ingekomen stukken bevat alle correspondentie gericht aan de raad en de raadscommissies die ontvangen zijn bij de griffie.
2Op de lijst wordt aangegeven wie de afzender van het bericht is, een korte omschrijving van de inhoud van de mededelingen en de door het Presidium voorgestelde wijze van afdoening van het ingekomen stuk. Er worden geen ingekomen stukken zonder afzender geplaatst op de Lijst ingekomen stukken. Het Presidium bepaalt vervolgens of deze brieven op de LIS komen.
3Een voorstel tot wijziging van de wijze van afhandeling van een ingekomen stuk kan tot uiterlijk 10.00 uur op de dag van de vergadering doorgegeven worden aan de griffier .
4De ingekomen stukken worden geagendeerd na het agendapunt ‘Regeling van Werkzaamheden’. De raad stelt de wijze van afdoening van de ingekomen stukken vast.
5Indien een of meer leden over de ingekomen stukken het woord vraagt, kan de voorzitter hiertoe onmiddellijk gelegenheid geven, echter uitsluitend met betrekking tot de wijze van afhandeling.
6Wanneer de raad door vaststelling van de lijst met ingekomen stukken conform het vierde lid heeft ingestemd met een verzoek van een lid een ingekomen stuk separaat te bespreken in een raadscommissie en een lid niet kiest voor het indienen van een Motie-VOD als bedoeld in artikel 40B, dient dat lid voor de volgende raadsvergadering een behandelvoorstel in bij de griffie. Indien het behandelvoorstel niet tijdig wordt ingediend, wordt het betreffende ingekomen stuk voor kennisgeving aangenomen.
Artikel 22 Spreekregels
1De leden en de collegeleden spreken vanaf hun plaats indien het een stemverklaring of een voorstel van orde betreft, en voor het overige vanaf het spreekgestoelte of een interruptiemicrofoon.
2Bij bijzondere gelegenheden kan de voorzitter bepalen dat de leden en het college vanaf een andere plaats spreken.
Artikel 23 Volgorde sprekers
1Leden en collegeleden voeren het woord alleen na het aan de voorzitter gevraagd en van hem verkregen te hebben.
2Sprekers krijgen het woord op volgorde van het aantal zetels van de fracties waarbij wordt begonnen met de spreker van de grootste oppositiefractie, vervolgens van de grootste coalitiefractie, vervolgens van de één na grootste oppositiefractie, daarna van de één na grootste coalitiefractie tot alle sprekers zijn geweest en wordt geëindigd met de spreker van de kleinste fractie. Sprekers die vooraf amendementen en/of moties hebben aangekondigd, krijgen daarbij eerder het woord dan sprekers die geen amendementen en/of moties hebben aangekondigd..
3De volgorde van sprekers kan worden gewijzigd, wanneer een lid het woord vraagt over de orde van de vergadering, of over een persoonlijk feit. Een voorstel van orde kan door de voorzitter of een lid worden gedaan. Over een voorstel van orde beslist de raad terstond.
4De collegeleden voeren indien nodig het woord nadat alle leden die dat wensen het woord hebben gevoerd.
Artikel 24 Aantal spreektermijnen
1De beraadslaging over een onderwerp of voorstel geschiedt in ten hoogste twee termijnen, tenzij de raad anders beslist.
2Elke spreektermijn wordt door de voorzitter afgesloten.
3Een lid mag in een termijn niet meer dan éénmaal het woord voeren over hetzelfde onderwerp of voorstel.
4Het derde lid is niet van toepassing op:
-de voorzitter van een raadscommissie in geval van informatieverstrekking uit de raadscommissie;
-leden die een initiatiefvoorstel (art. 43) hebben ingediend of een interpellatiedebat (art. 44) hebben aangevraagd.
5Bij de bepaling hoeveel malen een lid over hetzelfde onderwerp of voorstel het woord heeft gevoerd, wordt niet meegerekend het spreken over een voorstel van orde.
Artikel 25 Spreektijd
1Het Presidium bepaalt het aantal minuten dat beschikbaar is voor de behandeling van alle agendapunten per fractie. De fracties krijgen gezamenlijk 66% van de beschikbare spreektijd en het college 33%.
2In afwijking van het eerste lid kan het Presidium ook bepalen dat een debattijd per onderwerp wordt ingevoerd. De beschikbare debattijd wordt over de agendapunten verdeeld. De fracties en het college hebben per agendapunt recht op 66% respectievelijk 33% van de debattijd. Indien de totale debattijd is verstreken wordt het onderwerp afgesloten en indien nadere beraadslaging of stemmingen nodig zijn, in een volgende vergadering voortgezet.
3De fracties en het college geven uiterlijk 48 uur voor de raadsvergadering bij de griffier aan hoe zij de hun toebedeelde spreektijden verdelen over de verschillende onderwerpen, tenzij de vergadering op dinsdagavond plaatsvindt. Het aanlevertijdstip is in dat geval dinsdagochtend 10.00 uur.
4Het lid dat namens zijn fractie het woord voert dient zich aan de vooraf opgegeven spreektijd te houden. Het is niet toegestaan om niet gebruikte spreektijd bij een onderwerp op de agenda mee te nemen naar een volgend agendapunt. Ook mag het lid dat het woord voert en door zijn spreektijd heen is, geen (deel van de) spreektijd overhevelen van een later geagendeerd onderwerp naar het agendapunt waar het lid het woord over voert, tenzij dat door de voorzitter wordt toegestaan.
Artikel 26 Orde der vergaderingen
1De voorzitter zorgt voor de handhaving van de orde in de vergadering en is bevoegd, wanneer die orde op enigerlei wijze door toehoorders wordt verstoord, deze en zo nodig andere toehoorders te doen vertrekken.
2De voorzitter kan de raad voorstellen aan een lid dat door zijn gedragingen de geregelde gang van zaken belemmert, het verdere verblijf in de vergadering te ontzeggen. Over het voorstel wordt niet beraadslaagd. Na aanneming van het voorstel verlaat het lid onmiddellijk de vergadering. Zo nodig doet de voorzitter hem verwijderen. Bij herhaling van zijn gedrag kan het lid bovendien voor ten hoogste drie maanden de toegang tot de vergadering worden ontzegd.
3Indien een spreker zich beledigende of onbetamelijke uitdrukkingen veroorlooft, afwijkt van het in behandeling zijnde onderwerp, een spreker herhaaldelijk interrumpeert, dan wel anderszins de orde verstoort, wordt hij door de voorzitter tot de orde geroepen. Indien de spreker hieraan geen gevolg geeft kan de voorzitter hem gedurende de vergadering, waarin zulks plaats heeft over het aanhangige onderwerp het woord ontzeggen.
4De voorzitter kan ter handhaving van de orde de vergadering voor een door hem te bepalen tijd schorsen en indien na de heropening de orde opnieuw wordt verstoord, de vergadering sluiten.
Artikel 27 Advisering aan raad
Een voorstel kan op twee verschillende wijzen door de raadscommissie aan de raad worden gezonden ter besluitvorming. Voorstellen kunnen worden besproken als hamerstuk of inhoudelijk bespreekstuk. Bij een bespreekstuk wordt vermeld welke amendementen en moties zijn aangekondigd.
Artikel 28 Beraadslaging
1De raad kan op voorstel van de voorzitter of een lid besluiten over één of meer onderdelen van een onderwerp of voorstel afzonderlijk te beraadslagen.
2Op verzoek van een lid of op voorstel van de voorzitter kan de raad besluiten de beraadslaging voor een door hem te bepalen tijd te schorsen teneinde het college of de leden de gelegenheid te geven tot onderling nader beraad. Het verzoek om schorsing dient door de helft van de aanwezige leden te worden ondersteund. De beraadslagingen worden hervat nadat de schorsingsperiode verstreken is.
Artikel 29 Deelname aan de beraadslaging door anderen
1De raad kan bepalen dat anderen dan de in de vergadering aanwezige leden en het college, de gemeentesecretaris, de griffier of de voorzitter mogen deelnemen aan de beraadslaging.
2De raad beslist daartoe op voorstel van de voorzitter of één van de leden voordat met de beraadslaging ten aanzien van het aan de orde zijnde agendapunt wordt begonnen.
Artikel 30 Stemverklaring
Na het sluiten van de beraadslaging en voordat de raad tot stemming overgaat, heeft ieder lid het recht zijn uit te brengen stem kort te motiveren.
Artikel 31 Beslissing
1Wanneer de voorzitter vaststelt, dat een onderwerp of voorstel voldoende is toegelicht, sluit hij de beraadslaging, tenzij de raad anders beslist.
2Nadat de beraadslaging is gesloten, vindt na een stemming over eventuele amendementen en moties, de stemming plaats over het voorstel in zijn geheel, zoals het dan luidt. Artikel 32 is van toepassing.
3Voordat de stemming over het voorstel in zijn geheel plaatsvindt, formuleert de voorzitter het voorstel over de te nemen eindbeslissing.
4Bij een raadsvoorstel waarbij twee of meer scenario’s zijn opgenomen wordt, voordat het voorstel in stemming wordt gebracht, bepaald door middel van een peiling in twee of meer stemrondes welk scenario een meerderheid van de uitgebrachte stemmen in de raad heeft. Vervolgens wordt het voorstel met dit meerderheidsscenario in stemming gebracht.
Artikel 32 Algemene bepalingen over stemmingen
A. Algemeen
1Indien geen van de leden om stemming vraagt, stelt de voorzitter vast dat het voorstel zonder stemming is aangenomen.
Indien in de vergadering aanwezige leden om stemming vragen, dan geschiedt de stemming met het digitale stemsysteem. Mocht dit systeem tijdelijk niet functioneren dan brengen de leden hun stem uit door het opsteken van een hand of, indien de voorzitter of een van de leden dat verlangt, bij hoofdelijke oproeping. Voorafgaand aan de stemming roept de voorzitter, indien nodig, de leden op tot stemming door middel van een geluidssignaal.
2Als een voorstel zonder stemming wordt aangenomen, kunnen de in de raadsvergadering aanwezige leden aantekening in het verslag vragen, dat zij geacht willen worden te hebben tegengestemd of overeenkomstig artikel 33 niet aan de stemming te hebben deelgenomen.
3De voorzitter deelt de uitslag na afloop van de stemming mee, met vermelding van het aantal voor en tegen uitgebrachte stemmen. Hij doet tevens mededeling of het voorliggende besluit, voorstel, motie, amendement of verzoek is aangenomen of verworpen.
4Een stemming is alleen geldig, indien meer dan de helft van het aantal leden dat zitting heeft en zich niet van deelneming aan de stemming moet onthouden, daaraan heeft deelgenomen.
5Het vierde lid is niet van toepassing:
a.ingeval opnieuw wordt gestemd over een voorstel of over een benoeming, voordracht of aanbeveling van een of meer personen ten aanzien van wie in een vorige vergadering een stemming op grond van dat niet geldig was.
b.in een vergadering als bedoeld in artikel 15, tweede lid, voor zover het betreft onderwerpen die in de daaraan voorafgaande, ingevolge artikel 15, eerste lid, niet geopende vergadering aan de orde waren gesteld.
6Tenzij de vergadering voltallig is, wordt bij staking van stemmen het nemen van een beslissing uitgesteld tot een volgende vergadering, waarin de beraadslagingen kunnen worden heropend.
7Indien de stemmen staken in een voltallige vergadering of ingevolge het zesde lid opnieuw belegde vergadering, is het voorstel niet aangenomen.
8Onder een voltallige vergadering wordt verstaan een vergadering waarin alle leden waaruit de raad bestaat, voor zover zij zich niet van deelneming aan de stemming moesten onthouden, een stem hebben uitgebracht.
9Indien een raadsvergadering op grond van artikel 8, derde of vijfde lid eerder dan 20.00 uur begint, vinden stemmingen over de voorstellen die voor 20.00 uur worden behandeld na 20.00 uur plaats. De raad kan besluiten tot stemming voor 20.00 uur indien bij de stemming de voltallige raad aanwezig is of uit persoonlijke afmeldingen blijkt dat de afwezige leden de raadsvergadering niet bij zullen wonen.
10Ook kan hij voorstellen, het voorgestelde besluit in een of meer onderdelen te splitsen, waarover afzonderlijke stemming zal plaatsvinden. Dit splitsingsvoorstel brengt de voorzitter in stemming.
B. Hoofdelijke stemming
11Stemmingen bij hoofdelijke oproeping geschieden mondeling.
12Voorafgaand aan de hoofdelijke stemming bepaalt de voorzitter bij welk lid een hoofdelijke stemming zal beginnen. Daartoe wordt bij loting een volgnummer van de presentielijst aangewezen; bij het daar genoemde lid begint de hoofdelijke stemming.
13De griffier roept de leden bij naam op hun stem uit te brengen. Vervolgens geschiedt de oproeping naar de volgorde van de presentielijst. Stemming vindt plaats door het woord ‘voor’ of ‘tegen’ uit te spreken, zonder enige toevoeging.
14Bij hoofdelijke stemming is ieder ter vergadering aanwezig lid dat zich niet van deelneming aan de stemming moet onthouden verplicht zijn stem uit te brengen.
15Indien hoofdelijk wordt gestemd kan een lid dat zich bij het uitbrengen van zijn stem heeft vergist, deze vergissing nog herstellen voordat het volgende lid gestemd heeft. Bemerkt het lid zijn vergissing pas later, dan kan hij nadat de voorzitter de uitslag van de stemming bekend heeft gemaakt wel aantekening vragen dat hij zich heeft vergist; in de uitslag van de stemming brengt dit echter geen verandering.
Artikel 33 Deelneming aan stemming
1Een lid neemt niet deel aan de stemming over:
a.een aangelegenheid die hem rechtstreeks of middellijk persoonlijk aangaat of waarbij hij als vertegenwoordiger is betrokken;
b.de vaststelling of goedkeuring der rekening van een lichaam waaraan hij rekenplichtig is of tot welk bestuur hij behoort.
2Bij een schriftelijke stemming wordt onder het deelnemen aan de stemming verstaan: het inleveren van een stembriefje.
3Een benoeming gaat iemand persoonlijk aan, wanneer hij behoort tot de personen tot wie de keuze door een voordracht of bij een herstemming is beperkt.
4Het eerste lid is niet van toepassing bij het besluit betreffende de toelating van de na periodieke verkiezing benoemde leden.
Artikel 34 Besluitquorum
1Voor het tot stand komen van een beslissing bij stemming wordt de volstrekte meerderheid vereist van hen die een stem hebben uitgebracht.
2Bij een schriftelijke stemming wordt onder het uitbrengen van een stem verstaan het inleveren van een behoorlijk ingevuld stembriefje.
Artikel 35 Stemming over amendementen en moties
1Indien zowel een amendement als een motie op een aanhangig voorstel is ingediend, wordt eerst over dat amendement gestemd, vervolgens over de motie en daarna over het voorstel.
2Indien op een amendement een subamendement is ingediend, wordt eerst over het subamendement gestemd en vervolgens over het amendement.
3Indien twee of meer amendementen of subamendementen op een aanhangig voorstel zijn ingediend, bepaalt de voorzitter de volgorde waarin hierover zal worden gestemd. Daarbij geldt de regel, dat het meest verstrekkende amendement of subamendement het eerst in stemming wordt gebracht.
4Indien bij een voorstel slechts een of meer moties zijn ingediend, wordt eerst over de motie gestemd en vervolgens over het voorstel. Daarbij geldt de regel, dat de meest verstrekkende motie het eerst in stemming wordt gebracht.
Artikel 36 Stemming over personen
1Wanneer een stemming over personen voor het doen van een voordracht of het opstellen van een voordracht of aanbeveling moet plaatshebben, benoemt de voorzitter vier leden in het stembureau.
2De stemming over personen voor het doen van benoemingen, voordrachten of aanbevelingen is geheim.
3Ieder ter vergadering aanwezig lid dat zich niet op grond van de Gemeentewet van stemming moet onthouden is verplicht een stembriefje in te leveren. De stembriefjes zijn identiek.
4Er hebben zoveel stemmingen plaats als er personen zijn te benoemen, voor te dragen of aan te bevelen. De vergadering kan op voorstel van de voorzitter beslissen dat bepaalde stemmingen worden samengevat op één briefje.
5Het stembureau onderzoekt of het aantal ingeleverde stembriefjes gelijk is aan het aantal leden dat ingevolge het derde lid verplicht is een stembriefje in te leveren. Wanneer de aantallen niet gelijk zijn worden de stembriefjes vernietigd zonder deze te openen en wordt een nieuwe stemming gehouden.
6Voor het bepalen van de volstrekte meerderheid als hiervoor bedoeld worden geacht geen stem te hebben uitgebracht die leden die geen behoorlijk stembriefje hebben ingeleverd. Onder een niet behoorlijk ingevuld stembriefje wordt verstaan:
a) een blanco ingevuld stembriefje;
b) een ondertekend stembriefje;
c) een stembriefje waarop meer dan één naam is vermeld, tenzij de stemming verschillende vacatures betreft;
d) een stembriefje waarbij, indien het een benoeming op voordracht betreft, op een persoon wordt gestemd die niet is voorgedragen;
e) een stembriefje waarbij op een andere persoon wordt gestemd dan die waartoe de stemming is beperkt.
7In geval van twijfel over de inhoud van een stembriefje beslist de raad, op voorstel van de voorzitter.
8De griffier draagt ervoor zorg dat de stembriefjes onmiddellijk na vaststelling van de uitslag worden vernietigd.
9Dit artikel is niet van toepassing indien de benoeming in een bepaald ambt of een bepaalde functie beperkt is tot één persoon. De voorgestelde kandidaten kunnen in die gevallen bij hamerslag worden benoemd.
Artikel 37 Herstemming over personen
1Indien de stemmen staken over personen tot wie de keuze door een voordracht of bij een herstemming is beperkt, wordt in dezelfde vergadering een herstemming gehouden.
2Staken bij deze stemming de stemmen opnieuw, dan beslist terstond het lot.
Artikel 38 Beslissing door het lot
1Wanneer het lot moet beslissen, worden de namen van hen tussen wie de beslissing moet plaatshebben, door de voorzitter op afzonderlijke, geheel gelijke, briefjes geschreven.
2Deze briefjes worden, nadat zij door het stembureau zijn gecontroleerd, op gelijke wijze gevouwen, in een stembokaal gedeponeerd en omgeschud.
3Vervolgens neemt de voorzitter een van de briefjes uit de stembokaal. Degene wiens naam op dit briefje voorkomt, is gekozen.
Hoofdstuk 3: Rechten van leden
Artikel 39 Amendementen
1Ieder lid is bevoegd tijdens de beraadslagingen wijzigingen voor te stellen op het voorgestelde besluit. Alleen beraadslaagd kan worden over amendementen die ingediend zijn door leden, die de presentielijst getekend hebben en in de vergadering aanwezig zijn.
2Ieder lid dat in de vergadering aanwezig is, is bevoegd op het amendement dat door een lid is ingediend, een wijziging voor te stellen (subamendement).
3De behandeling van een (sub)amendement op een aanhangig voorstel vindt tegelijk met de beraadslaging over dat voorstel plaats.
4Elk (sub)amendement en elk voorstel moet om in behandeling genomen te kunnen worden schriftelijk bij de voorzitter worden ingediend, tenzij de voorzitter - met het oog op het eenvoudige karakter van het voorgestelde - oordeelt, dat met een mondelinge indiening kan worden volstaan. Het amendement dient voorzien te zijn van de naam van de indiener en van de namen van mede-indieners.
5Intrekking, door de indiener, van het (sub)amendement is mogelijk, tot het moment dat de besluitvorming door de raad plaatsvindt.
6Een amendement is ontoelaatbaar, indien het een strekking heeft, tegengesteld aan die van het voorstel, of indien er tussen de materie van het amendement en die van het voorstel geen rechtstreeks verband bestaat, zulks ter beoordeling van de voorzitter.
Artikel 40A Moties
1Ieder lid is bevoegd tijdens de beraadslagingen een motie in te dienen. Alleen beraadslaagd kan worden over moties die ingediend zijn door leden, die de presentielijst getekend hebben en in de vergadering aanwezig zijn.
2Een motie moet om in behandeling genomen te kunnen worden schriftelijk bij de voorzitter worden ingediend, voorzien van de naam van de indiener en van de namen van mede-indieners.
3De behandeling van een motie over een aanhangig onderwerp of voorstel vindt tegelijk met de beraadslaging over dat onderwerp of voorstel plaats.
Artikel 40B Motie VOD
1Een lid dat voornemens is een motie over een niet op de agenda opgenomen onderwerp, (motie vreemd aan de orde van de dag) te gaan indienen, dient deze ten minste 48 uur voor aanvang van de Presidiumvergadering in bij het Presidium. Het Presidium doet een voorstel waar en op welke wijze de motie behandeld wordt. Deze moties worden inhoudelijk besproken in een commissievergadering. In de raadsvergadering kan de indiener van de motie een korte toelichting geven van maximaal één minuut. Indien er meerdere indieners zijn, dan voert alleen de eerste indiener het woord. Daarna krijgt het college één minuut de tijd een stemadvies te geven en vervolgens vindt uitsluitend stemming plaats.
2De behandeling van een motie over een niet op de agenda opgenomen onderwerp vindt plaats nadat alle op de agenda voorkomende onderwerpen zijn behandeld.
Artikel 41 Voorstellen van orde
1De voorzitter en ieder lid kunnen tijdens de vergadering mondeling een voorstel van orde doen, dat kort kan worden toegelicht.
2Een voorstel van orde kan uitsluitend de orde van de vergadering betreffen.
3Over een voorstel van orde beslist de raad bij gewone meerderheid.
Artikel 42 Collegevoorstel
Een voorstel van het college aan de raad, dat vermeld staat op de voorlopige agenda van de raad (art.10 lid 2), kan niet van de agenda worden afgehaald zonder toestemming van de raad.
Artikel 43 Initiatiefvoorstellen
1Elk lid kan een initiatiefvoorstel aanbieden ter besluitvorming in de raad. Een initiatiefvoorstel wordt in behandeling genomen, indien het schriftelijk bij het Presidium is ingediend.
2Het Presidium plaatst het voorstel op de lijst van ingekomen stukken van de eerstvolgende raadsvergadering met een behandelingsadvies.
3Het behandelingsadvies genoemd in het tweede lid geeft aan wanneer van het college eventuele schriftelijke wensen en bedenkingen met betrekking tot het voorstel ter kennis van de raad worden gebracht en wanneer en in welke commissie het initiatief wordt behandeld. De wensen en bedenkingen van het college moet uiterlijk tien dagen voor de commissievergadering bij de griffie worden aangeleverd.
4Na behandeling in de raadscommissie vindt besluitvorming in de eerstvolgende raadsvergadering plaats.
5Indien het initiatiefvoorstel op grond van de Inspraak- en participatieverordening inspraakplichtig is, dient de raadscommissie te bepalen of het initiatiefvoorstel op een meerderheid in de raad zou kunnen rekenen. Na instemming van een meerderheid van de raadscommissie wordt het voorstel voor inspraak vrijgegeven.
6De initiatiefnemers handelen de inspraakprocedure af en beantwoorden de ingediende zienswijzen. Na de beantwoording van de zienswijzen wordt het initiatiefvoorstel in twee instanties door de commissie behandeld, waarna besluitvorming in de raad volgt.
7De raad kan nadere voorwaarden stellen aan de indiening en behandeling van een initiatiefvoorstel. Het Presidium kan de raad hierbij adviseren.
8Indien het initiatiefvoorstel vermeld staat op de agenda van de raad en de indiener het voorstel wil intrekken is het bepaalde in artikel 10 van overeenkomstige toepassing.
Artikel 44 Interpellatie
1Een verzoek tot het houden van een interpellatie wordt, behoudens in naar het oordeel van het Presidium spoedeisende gevallen, tenminste 48 uur voor de aanvang van de raadsvergadering schriftelijk bij het Presidium ingediend. Het verzoek bevat een duidelijke omschrijving van het onderwerp waarover inlichtingen worden verlangd en indien mogelijk de concrete vragen.
2De voorzitter van het Presidium brengt de inhoud van het verzoek zo spoedig mogelijk ter kennis van de overige leden en het college. Het verzoek wordt in stemming gebracht op de eerstvolgende vergadering na indiening van het verzoek bij het agendapunt ‘vaststellen agenda’. Bij aanvaarding van het verzoek door tenminste 8 leden bepaalt de raad op welk tijdstip tijdens de vergadering de interpellatie zal worden gehouden, met dien verstande dat uiterlijk om 22.00 uur met de interpellatie moet worden aangevangen.
3De interpellant(en) voert (voeren) niet meer dan driemaal het woord, het college maximaal twee maal en de overige fracties voeren niet meer dan eenmaal het woord, tenzij de raad anders besluit. De interpellant(en) krijgen in de eerste termijn het woord. Daarna volgt de reactie van het college. In de tweede termijn krijgen de interpellant(en) opnieuw het woord. Vervolgens krijgen de andere fracties het woord en daarna nogmaals het college. Tot slot krijgen de interpellant(en) de gelegenheid tot het geven van een conclusie.
4Interrupties zijn alleen toegestaan in de tweede en derde termijn van de interpellant(en) indien dit noodzakelijk is voor het verhelderen van standpunten. In de eerste termijn zijn interrupties niet toegestaan.
Artikel 45 Schriftelijke vragen
1Ieder lid kan aan het college of aan de burgemeester schriftelijke vragen stellen.
2Een lid wacht met het indienen van een schriftelijke vraag totdat het college antwoord heeft gegeven op een eerder in de raad of in de commissie gestelde actualiteitsvraag over hetzelfde onderwerp.
3Schriftelijke vragen worden kort en duidelijk geformuleerd. De vragen kunnen van een toelichting worden voorzien.
4De vragen worden bij de griffier ingediend. Daarvoor wordt een formulier door de griffier beschikbaar gesteld. Deze draagt er na advisering aan de indiener zorg voor dat de vragen ter kennis van de overige leden, het college en de pers worden gebracht.
5Schriftelijke beantwoording vindt zo spoedig mogelijk plaats, doch in ieder geval binnen zes weken nadat de vragen zijn binnengekomen. Indien beantwoording niet binnen deze termijn kan plaatsvinden, stelt het college de raad hiervan voor het einde van de termijn gemotiveerd in kennis. Het college dient aan te geven binnen welke termijn wel beantwoording zal plaatsvinden.
6Indien binnen de (uit)gestelde termijn in het vierde lid, geen beantwoording volgt, worden op verzoek van de indieners de schriftelijke vragen op de agenda geplaatst van de eerstvolgende raadsvergadering ter behandeling.
7De antwoorden worden digitaal door of namens de griffier aan alle leden gestuurd.
8De vragensteller kan in geval van schriftelijke beantwoording in de eerstvolgende raadsvergadering en in het geval van mondelinge beantwoording in dezelfde raadsvergadering, na de behandeling van de op de agenda voorkomende onderwerpen nadere inlichtingen vragen omtrent het door het college of de burgemeester gegeven antwoord, tenzij de raad anders beslist.
9Aan de vragensteller wordt het woord verleend om de nadere inlichtingen te vragen aan het college of aan de burgemeester en een toelichting daarop te geven.
10Na de beantwoording door het college of door de burgemeester krijgt de vragensteller desgewenst nog éénmaal het woord om nadere inlichtingen te vragen.
11Het is niet mogelijk om moties in te dienen naar aanleiding van de beantwoording van de vragen om nadere inlichtingen.
12Ook duo-leden kunnen schriftelijke vragen stellen aan het college of aan de burgemeester. Het tweede tot en met het zevende lid zijn hierop van overeenkomstige toepassing. Als het duo-lid nadere inlichtingen wenst als bedoeld in het achtste tot en met het elfde lid, kan het duo-lid een lid van de raad verzoeken om in de raadsvergadering de nadere inlichtingen te vragen.
Hoofdstuk 4: Begroting en Rekening
Artikel 46 Procedure begroting
Onverminderd het bepaalde in de Gemeentewet geschiedt de voorbereiding en het onderzoek en behandeling van de begroting volgens een procedure die de raad elk jaar voor 15 november vaststelt.
Artikel 47 Procedure jaarrekening
Onverminderd het bepaalde in de Gemeentewet geschiedt de voorbereiding en het onderzoek en behandeling van de jaarrekening en jaarverslag volgens een procedure die de raad elk jaar voor 15 juli vaststelt.
Artikel 48 Informatie en verantwoording
1Een lid of een collegelid, dat door de gemeenteraad is aangewezen tot lid van het algemeen bestuur van een openbaar lichaam of van een ander gemeenschappelijk orgaan, ingesteld op grond van de Wet gemeenschappelijke regelingen, heeft het recht in de raadsvergadering verslag te doen over zaken die in het algemeen bestuur als bedoeld aan de orde zijn.
2De voorzitter kan bepalen dat de bespreking van dit verslag plaatsvindt in de desbetreffende raadscommissie.
3Wanneer een lid een persoon als bedoeld in het eerste lid ter verantwoording wenst te roepen over zijn wijze van functioneren als zodanig, besluit de raad over het toestaan daarvan.
4Indien een door de raad aangewezen lid niet meer het vertrouwen van de raad heeft als lid van het algemeen bestuur van een in het eerste lid bedoeld orgaan, kan de raad het voorstel doen dat lid te ontslaan als lid van dat algemeen bestuur.
5Dit artikel is van overeenkomstige toepassing op andere organisaties of instituties, waarin de raad één van zijn leden of andere in het eerste lid bedoelde personen, heeft benoemd.
Hoofdstuk 5: Besloten Vergaderingen
Artikel 49 Algemeen
1De vergadering van de raad wordt in het openbaar gehouden.
2De deuren worden gesloten, wanneer ten minste een vijfde van het aantal leden dat de presentielijst heeft getekend daarom verzoekt of de voorzitter het nodig oordeelt.
3De raad beslist vervolgens of met gesloten deuren zal worden vergaderd.
4Van een vergadering met gesloten deuren wordt een afzonderlijk verslag opgemaakt, dat niet openbaar wordt gemaakt, tenzij de raad anders beslist.
5De raad maakt een besluitenlijst van zijn vergaderingen op de in de gemeente gebruikelijke wijze openbaar. De raad laat de openbaarmaking achterwege voor zover het aangelegenheden betreft waarvoor een verplichting tot geheimhouding is opgelegd als bedoeld in artikel 87 van de Gemeentewet of ten aanzien waarvan openbaarmaking in strijd is met het openbaar belang.
Artikel 50 Het verslag
1Het conceptverslag van een besloten raadsvergadering wordt niet verspreid, maar uitsluitend voor de raadsleden ter inzage gelegd bij de griffier.
2Het verslag wordt zo spoedig mogelijk in een besloten vergadering ter vaststelling aangeboden. Tijdens de vergadering waarin het verslag van de besloten vergadering wordt vastgesteld neemt de raad een beslissing over het al dan niet openbaar maken van het verslag. Het vastgestelde verslag wordt door de voorzitter en de griffier ondertekend.
Artikel 51 Besloten vergadering
In een besloten vergadering kan niet worden beraadslaagd of besloten over:
a.de toelating van nieuw benoemde leden;
b.de vaststelling en wijziging van de begroting en de vaststelling van de jaarrekening;
c.de invoering, wijziging en afschaffing van gemeentelijke belastingen;
d.de benoeming en het ontslag van wethouders.
Artikel 52 Geheimhouding
1Hoofdstuk Va (artikelen 87-94) van de Gemeentewet is van toepassing.
Hoofdstuk 6: Toehoorders en Pers
Artikel 53 Toehoorders en pers
1De toehoorders en belangstellenden kunnen de openbare vergadering vanaf de Publieke tribune en via de website volgen. Vertegenwoordigers van de pers kunnen op de perstribune de openbare vergaderingen bijwonen.
2Het geven van tekenen van goed- of afkeuring of het op andere wijze verstoren van de orde is verboden.
Artikel 54 Geluid- en beeldregistraties
Degenen die in de vergaderzaal tijdens de raadsvergadering geluid- dan wel beeldregistraties willen maken vragen hiervoor toestemming aan de voorzitter en gedragen zich naar zijn aanwijzingen.
Artikel 55 Richtlijnen gebruik mobiele telefoons en andere communicatiemiddelen
Het is in de vergaderzaal, met inbegrip van de publieke tribune en perstribune, niet toegestaan om tijdens de vergadering mobiele telefoons of andere communicatiemiddelen zodanig te gebruiken dat zij inbreuk maken op de orde van de vergadering (of de orde van de vergadering verstoren).
Hoofdstuk 7: Slotbepalingen
Artikel 56 Uitleg reglement
In de gevallen waarin dit reglement niet voorziet of bij twijfel omtrent de toepassing van het reglement, beslist de raad op voorstel van de voorzitter.
Artikel 57. Intrekken oude reglement
Het Reglement van orde voor de gemeenteraad 2018 (RV.18.0050) wordt ingetrokken.
Artikel 58 Inwerkingtreding en citeertitel
1Dit reglement treedt in werking met onmiddellijke ingang.
2Reglement van Orde voor de gemeenteraad Leiden.