Aanhef
De Destructieverordening 2025 vast te stellen, onder gelijktijdige intrekking van de Destructieverordening 1996, als volgt:
Artikel 1 Begripsomschrijvingen
In deze verordening wordt verstaan onder:
a.wet: de Wet dieren;
b.aangifteplichtige: degene die als houder of eigenaar van destructiemateriaal ingevolge de wet verplicht is daarvan aangifte te doen;
c.destructiemateriaal: dode honden, dode katten en het krachtens artikel 3.3, eerste lid, van de wet aangewezen dierlijk afval.
Artikel 2 Verzamelplaats
Het college van Burgermeester en Wethouders wijzen een verzamelplaats aan, waar het destructiemateriaal in ontvangst wordt genomen.
Artikel 3 Verplichting aangifteplichtige
De aangifteplichtige is gehouden uiterlijk op de eerste werkdag, die volgt op de dag waarop het destructiemateriaal is ontstaan, het materiaal te vervoeren naar de verzamelplaats en het daar aan te geven en af te staan.
Artikel 4 Bewaren destructiemateriaal
Tot het tijdstip van afgifte is de aangifteplichtige gehouden het destructiemateriaal zodanig te bewaren dat vermenging met ander materiaal wordt voorkomen.
Artikel 5 Slotbepaling
1Deze verordening kan worden aangehaald als Destructieverordening 2025.
2Deze verordening treedt in werking op de dag na bekendmaking.
3Op dat tijdstip vervalt de Destructieverordening 1996, met inbegrip van latere besluiten tot wijziging van die verordening.