Aanhef
Burgemeester en wethouders van gemeente Leeuwarden;
gelet op het bepaalde in artikel 5.31.1. van de Algemene plaatselijke verordening Leeuwarden;
besluiten de volgende nadere regeling vast te stellen:
Hoofdstuk 6 Algemene Criteria
Artikel 1 Gebruik van criteria
1Er moet zorgvuldig worden omgegaan met stijlen, materialen, licht, kleur, verhoudingen en detaillering. Ook moet zorgvuldig worden omgegaan met alles wat hierdoor beïnvloed wordt: de gebruiker, de omgeving en de sociaal-culturele context met in begrip van de cultuurhistorische waarden. Pas als de zorgvuldigheid op al deze vlakken is af te lezen, voldoet het aan redelijke eisen van welstand.
2Ook proportionaliteit, terughoudendheid en bescheidenheid zijn van belang. Proportionaliteit houdt in dat de toegepaste stijlen, materialen, verhoudingen, licht, kleur en detaillering in een redelijke verhouding moeten staan met het schip. Terughoudendheid is het vermijden van buitensporigheden en pretenties. Dit begrip hangt samen met bescheidenheid. Van een schip mag worden verwacht, dat het niet op de voorgrond dringt en in zijn verschijningsvorm rekening houdt met andere gebruikers van de leefomgeving.
Artikel 2 Relatie tussen gebruik, vorm en constructie
De verschijningsvorm moet samenhangen met het gebruik en de constructie van het oorspronkelijke schip. Hierbij mag de vorm wel leidend zijn, maar er moet altijd een duidelijke relatie zijn. Dit kan niet los van elkaar gedacht worden. Elk type schip heeft zijn eigen geschiedenis en stijl. Veranderingen aan schepen moeten op samenhangende en logische wijze worden of zijn gedaan. De verhouding mag hierdoor niet worden verstoord. Voor schepen geldt verder dat indeling en detaillering van historische exterieur (en indien aanwezig historische waardevol interieur) behoudens waardig zijn.
Artikel 3 Romp, casco en opbouw
1Voor de romp geldt dat de vorm in beginsel niet aangetast mag worden, waarbij het oorspronkelijke materiaal zoveel mogelijk moet worden behouden. De romp of het casco is het gedeelte van het schip, dat voor een deel in het water ligt. Ramen en sparingen passen niet in de romp. Een eventuele patrijspoort/lichtrand die past bij het gebruik en het oorspronkelijke type schip moet mogelijk zijn, afhankelijk van het gebied.
2Aanpassingen in de opbouw van het schip zijn vaak goed zichtbaar. Vormgeving en materiaalgebruik zijn hierbij van groot belang. In beginsel geldt dat de daklijn de zeeg van de romp of het casco volgt. Op een gezeegd schip staat dus een gezeegde opbouw. Toevoegingen aan het schip moeten passen bij het type en de maat. Maat en schaal van het geheel spelen een rol bij de keuze voor de uitvoering van onderdelen.
Artikel 4 Hoofdvorm
De historische hoofdvorm en massaopbouw zijn het behouden waard. Hierbij is in ieder geval de relatie tussen de romp (eventueel casco) en de opbouw van belang. De opbouw heeft een bescheiden hoogte en breedte, blijft binnen de gangboorden en laat het voor- en achterdek vrij. Toevoegingen ten behoeve van het gebruik (zoals ramen, deuren of relingen etc.) zijn ondergeschikt aan de hoofdvorm en het totaalbeeld.
Artikel 5 Relatie met de omgeving
Een schip moet passen binnen de omgeving en een positieve bijdrage leveren aan de kwaliteit van zijn omgeving. Daarbij worden hogere eisen gesteld naarmate de openbare betekenis van het schip of van de omgeving groter is. Het schip moet niet alleen dienstbaar zijn aan zijn gebruikers, maar ook aan de omgeving waar het zich bevindt. In ruil voor het gebruik van de ruimte, mag worden verwacht dat het schip ook iets teruggeeft aan de omgeving. Met andere woorden: het bestaansrecht ligt niet alleen in het eigen functioneren, maar ook in de betekenis die het schip heeft in zijn omgeving.
Artikel 6 Behoud cultuurhistorische waarde
1Associatieve betekenissen zijn van groot belang om een ontwerp te begrijpen als beeld van de tijd waarin zij is ontstaan, als verhaal van de geschiedenis, als representant van een stijl of een type schip. Voor historische schepen is dan ook het behoud van cultuurhistorische belangwekkende vormen en onderdelen van belang, zoals een uitdrukking van een historische ontwikkeling, historisch gebruik of herinnering aan een gebeurtenis.
2Er moet zorgvuldig worden omgegaan met stijlvormen, historisch gebruik, herinneringen aan gebeurtenissen etc.
3Behoud van historische materialen en eigenschappen weegt daarbij zwaarder dan reconstructie. Bij renovatie of restauratie van historische schepen worden de bestaande kenmerken en detaillering behouden. Dit geldt met name voor traditionele scheepsbouwkundige eigenschappen en onderdelen. Het zijn de representanten van de ambachtelijke scheepsbouw.
Artikel 7 Uitwerking
Voor de uitwerking geldt dat de scheepsbouwkundige uitwerking en detaillering zorgvuldig, evenwichtig en passend bij het type schip zijn. Het karakteristieke beeld van het historische schip gaat voor op de herkenbaarheid van de nieuwe functie van het schip.
Daarbij wordt extra zorg gevraagd voor de uitwerking en detaillering van toevoegingen voor nieuwe functies, zoals ramen, lichtluiken, toegangsdeuren en tussendekken. Aanpassingen zijn ondergeschikt aan het historisch beeld.
Artikel 8 Schaal en maatverhoudingen
Van een schip mag worden verwacht dat het een samenhangend stelsel van maatverhoudingen heeft dat beheerst wordt toegepast. Maatverhoudingen zijn van groot belang voor de belevingswaarde. Als toegevoegde elementen dominant zijn ten opzichte van de hoofdmassa of de vlakverdeling, verstoren zij niet alleen het beeld van het schip, maar ook dat van de omgeving.
Duidelijk is dat de kracht van een compositie groter is naarmate de maatverhoudingen een sterkere samenhang vertonen. De afmetingen en verhoudingen van elementen vormen samen de compositie van een schip. Dit geldt voor de verhoudingen van de scheepsromp met inbegrip van de zeeg, maar ook voor de daarmee samenhangende maten van de opbouw zoals de maatvoering van de stuurhut, roef, achter- en voordek. De bestaande oorspronkelijke schaal en maatverhoudingen moeten bij aanpassingen worden gerespecteerd.
Artikel 9 Materiaal, kleur en licht
1Door middel van materiaal, kleur en lichttoetreding wordt het schip zichtbaar en voelbaar. Als materiaal en kleur te veel los staan van het ontwerp en daarin geen ondersteunende functie hebben, maar slechts worden gekozen op grond van decoratieve werking, wordt de betekenis ervan toevallig en kan het afbreuk doen aan de zeggingskracht van het schip. Voor historische schepen is het behoud van materiaal en het gebruik van historische kleuren het uitgangspunt. Daarbij gaat het om materialen zoals hout, en staal geschilderd in traditionele scheepskleuren zoals zwart, bruin en wit. Ook zeildoeken, touwwerk en transparant glas komen van oudsher vaak voor. In dit verband is het bij aanpassingen aan te sluiten op de detaillering en het materiaal- en kleurgebruik van het historische schip.
2Oorspronkelijke materialen, texturen en kleuren moeten worden behouden. Uitgangspunt is dat ze bij vervanging terugkeren. Materialen moeten zoveel mogelijk bestand zijn tegen slijtage en veroudering. Dit betekent dat het schip goed moet worden onderhouden.
Artikel 10 Ligplaatsen
1De ligplaatsen aan de Snekertrekweg en Harlingertrekweg zijn, in verband met de bereikbaarheid te water en de locatie specifieke kenmerken, bestemd voor de grotere schepen en voormalige zeeschepen. Aangezien voormalige zeeschepen over het algemeen groter/forser zijn dan voormalige binnenvaart is de toegestane maatvoering bij zeeschepen ruimer.
2Voor de overige ligplaatsen geldt dat deze bestemd zijn voor historische en/of museale (woon)schepen.
Artikel 11 Afmetingen
1In onderstaand schema wordt aangegeven welke maatvoering voor de verschillende categorieën schepen gelden. Hierop bestaat een uitzondering: een binnenvaartschip met een originele Friese maat van 31,5 meter lang en maximaal 6,20 meter breed voor zover dit passend is binnen de regels van het bestemmingsplan.
Historisch (woon-)schip (binnenvaart)/Museale schepen
Historisch (woon-)schip (zeevaart)
Afmeerrichting
Parallel aan de kade
Parallel aan de kade
Afstand tot kademuur
Zie bestemmingsplan
Zie bestemmingsplan
Onderlinge afstand
2meter
3meter
Lengte
15tot 30 meter
1
20tot 35 meter
Breedte
Maximaal 6 meter
Maximaal 6,20 meter
Dakhoogte/Hoogte stuurhut vanaf de waterlijn
Maximaal 4,5 meter
Maximaal 5 meter
Nokhoogte/Hoogte van de den
Maximaal 0,9 meter boven gangboord
Maximaal 1,5 meter boven gangboord
Voor binnenvaartschepen aan de Harlinger- en of Snekertrekweg geldt dat ze minimaal 20 meter moeten zijn en maximaal 35 meter mogen zijn
2De afmetingen in de tabel geven de maximale reikwijdte aan voor de verschillende schepen die toegestaan zijn binnen de gemeente Leeuwarden. Binnen de Museumhaven geldt dat er ruimere lengte maten van schepen toegestaan zijn, als het om originele historische maten gaat.
3Voor de nokhoogte en de hoogte van de den geldt in beginsel de maatvoering zoals opgenomen in bovenstaande tabel. In uitzonderlijke gevallen kan hiervan afgeweken worden zoals weergegeven in de afbeelding hieronder. Dit geldt voor het gebied B en C. Dit is ter beoordeling aan de welstandscommissie.
Artikel 12 Welstandscriteria bij excessen
1Er mag geen sprake zijn van strijd met de redelijke eisen van welstand. Er is in ieder geval sprake van strijdigheid als:
a.het schip inbreuk maakt op de omgeving;
b.er felle of sterk contrasterende kleuren zijn toepast (tenzij dit traditioneel/nautisch bij het schip hoort);
c.door beschadiging, achterstallig onderhoud, sterke veroudering, materiaalgebruik, afbraak, instorting, verwaarlozing het uiterlijk sterk is aangetast;
d.vormgeving en detaillering wordt verstoord;
e.graffiti is aangebracht of is beklad;
f.het aanzien van het schip wordt bepaald door objecten die op het schip zijn geplaatst;
g.verflagen aan de buitenzijde voor tenminste 10% van het oppervlak zijn afgebladderd;
h.de detaillering van de wanden van het vaartuig in ernstige mate wordt verstoord door (onderdelen van) installaties of door andere toevoegingen.
2Bij toepassing van deze criteria is eerder sprake van een exces:
a.naarmate een schip zich meer in het zicht bevindt en de openbare ruimte van groter belang is voor het aanzicht van de stad;
b.naarmate een gebied een hoger welstandsniveau of een hoger cultuurhistorische waarde heeft;
c.naarmate er meer van de genoemde criteria van toepassing zijn.
Hoofdstuk 7 Objectcriteria
Artikel 1 Objectcriteria gebied A
Voor gebied A gelden de volgende objectcriteria:
1.1. Algemeen
a.Schepen zijn museaal of historisch van een type kenmerkend voor de Nederlandse binnenwateren en geschikt om te varen of hebben een belangrijke cultuurhistorische betekenis voor Nederland gehad.
b.Het schip past in de maat en schaal van de omgeving.
c.De vormgeving past in de traditie van de Nederlandse scheepsbouw en is zorgvuldig met oog voor detail.
d.De vormgeving is evenwichtig, met aandacht voor verhoudingen en symmetrie in de lengterichting.
e.Aanpassingen en voor de vaart noodzakelijke toevoegingen in vorm, maat en schaal zijn afgestemd op het oorspronkelijke type schip.
1.2. Romp
a.De uiterlijke verschijningsvorm van de romp is origineel zoals het oorspronkelijk type schip, met daarbij passende verhoudingen tussen lengte, breedte en hoogte.
b.De romp heeft een herkenbaar voor- en achterschip, is gezeegd en heeft doorgaande lijnen zonder onderbrekingen.
c.De romp is gesloten van karakter en de oorspronkelijke vorm mag niet worden aangetast. Ook niet door er delen uit te zagen voor bijvoorbeeld ramen, patrijspoorten of toegangen.
d.De romp mag uitsluitend van metaal/en of hout zijn.
1.3. Opbouw
a.Onder opbouw wordt verstaan: de luikenkap, roef, de kampanje en de stuurhut. Deze moeten in hun vormgeving, volume, materiaal en kleur passen bij het totaalontwerp van het oorspronkelijke schip.
b.Voor de luikenkap geldt dat deze in de breedterichting licht gebogen of licht hellend moet zijn. De hellingshoek is maximaal 15 graden.
c.Het gebruik van ramen in de zijwanden van de opbouw zijn toegestaan als deze ramen ook aanwezig waren op het oorspronkelijk historische schip in de actieve beroepsperiode van het schip van voor 1940. In de den van het schip zijn uitsluitend patrijspoorten toegestaan, bescheiden van formaat en passend bij het totaalontwerp van het schip.
d.Eventuele dakramen moeten plat in het dak worden aangebracht. De maximale hoogte van het raam inclusief kozijn boven het dakvlak is 10 centimeter.
e.In het dak van de roef mogen een of meerdere koekoeken worden aan gebracht. Deze mogen maximaal 25 centimeter boven het dakvlak uitsteken. Afwijkende maten van een koekoek zijn uitsluitend toegestaan als deze in overeenstemming is met de overige maten en het uiterlijk van het (oorspronkelijke) schip.
1.4. Materiaal en kleur
a.De wanden van de opbouw en de kozijnen mogen uitsluitend van metaal en/of hout worden opgetrokken.
b.Het dak moet van hout, metaal of zeildoek zijn.
c.Het glas is doorzichtig (uitgezonderd beloopbaar glas).
d.Schilderwerk is uitgevoerd in gedekte kleuren (voor de opbouw mogen eventueel wittinten worden toegepast), met als dit gewenst is, kleuraccenten passend bij het oorspronkelijke schip.
e.De romp en de opbouw kunnen verschillen van kleur of zijn gescheiden door een kleuraccent, als dit past bij de oorspronkelijke kleuren van het schip.
1.5. Criteria installaties
Voor zonnecollectoren en zonnepanelen geldt:
a.Plaatsing op het dak van stuurhut is toegestaan, als:
I. Deze vlak aangebracht worden en daarbij de randen van het dak rondom tenminste 0,30 meter worden vrijgehouden;
II. Het oppervlak van de collector of het paneel en de verdere afwerking terughoudend is van kleur.
b.Voor schotelantennes of andere installaties geldt:
I. Schotelantennes zijn niet toegestaan.
II. Overige installaties zijn alleen toegestaan als deze uit het zicht zijn geplaatst en qua vormgeving en kleur terughoudend zijn.
1.6. Overig
De binnenstad wordt gekenmerkt door een duidelijke scheiding tussen het openbaar gebruik van de openbare ruimte en het privégebruik. Deze scheiding moet zoveel mogelijk behouden blijven. Om deze karakteristiek te behouden zijn terrassen op schepen onder voorwaarden toegestaan.
a.De detaillering en vormgeving van de schepen is zorgvuldig en duurzaam. De gebruikte materialen, vormgeving en toepassingen moet historisch verantwoord zijn.
b.Een terras voor de stuurhut, theehut en/of roef is toegestaan als deze;
I. in de luikenkap geïntegreerd is;
II. maximaal 25 % van de totale den lengte bedraagt. Daarbij loopt de den ononderbroken door over de volle lengte van de luikenkap tot de roef/stuurhut;
III. geïntegreerde toegangsdeurtjes in de den heeft zodat de den weer een ononderbroken geheel vormt als de deuren gesloten zijn.
IV. na gebruik visueel afgedekt wordt met een dekkleed of met luiken, zodat de luikenkap weer één geheel vormt.
c.(Terras)hekken, permanent aanwezige palen en buizen voor zonnetenten (of iets vergelijkbaars), permanent aanwezige zonneschermen, kooien en dergelijke zijn niet toegestaan, met uitzondering van een reling die nodig is voor veiligheid tijdens de vaart. Deze reling mag uitsluitend bestaan uit staven en/of buismateriaal of hout en mag het aanzien van het schip niet verstoren. Vanzelfsprekend zijn alle toegevoegde elementen die van ouds op een schip aanwezig waren, zoals lieren, luiken of bolders, mast, boegspriet, zwaarden en dergelijke wel toegestaan.
d.Andere noodzakelijke toevoegingen, zoals schoorstenen, moeten door hun maatvoering, vormgeving en kleurstelling passen in het totaalbeeld van het (oorspronkelijke) schip. Deze toevoegingen mogen het beeld niet domineren.
Artikel 2 Objectcriteria gebied B en C voor historische woonschepen (binnenvaart)
Voor gebied B en C (binnenvaart) gelden de volgende objectcriteria:
2.1. Algemeen
a.Schepen zijn van een type kenmerkend voor de Nederlandse binnenwateren en geschikt om te varen.
b.Het schip past in de maat en schaal van de omgeving.
c.De vormgeving past in de traditie van de Nederlandse scheepsbouw en is zorgvuldig met oog voor detail.
d.De vormgeving is evenwichtig, met aandacht voor verhoudingen en symmetrie in de lengterichting.
e.Aanpassingen en voor de vaart noodzakelijke toevoegingen in vorm, maat en schaal zijn afgestemd op het (oorspronkelijke) type schip.
2.2. Romp
a.De romp heeft een verhouding tussen lengte, breedte en hoogte passend bij het type schip.
b.De oorspronkelijke vorm van de romp mag niet worden aangetast.
c.De romp mag uitsluitend van metaal zijn.
d.De romp heeft een herkenbaar voor- en achterschip, is gezeegd en heeft doorgaande lijnen zonder onderbrekingen.
e.De gangboorden moeten rondom vrijgehouden worden.
f.De romp is gesloten van karakter en eventuele openingen voor daglicht zijn uit te voeren als patrijspoorten of lichtranden, welke verzonken in de romp aangebracht moeten zijn, met bescheiden afmetingen afgestemd op de maten en lijnen van het schip.
g.Het gebruik van patrijspoorten/lichtranden moet worden beperkt tot maximaal 5% voor gebied B en 10% voor gebied C van de oppervlakte van de romp.
h.Er mogen geen ramen in de romp aanwezig zijn.
i.De romp is het gedeelte van het schip dat voor een deel in het water ligt en is nog meer dan de opbouw een sterk gesloten deel.
2.3. Opbouw
a.Onder opbouw wordt verstaan: de luikenkap dan wel een aangepaste versie daarvan met een dicht dak, de stuurhut, kampanje, de roef en theehut. Deze moeten in hun vormgeving, volume, materiaal en kleur passen bij het totaalontwerp van het schip.
b.De kap of het dak moet in de breedterichting licht gebogen of licht hellend zijn. De hellingshoek is maximaal 15 graden. Een lessenaarsdak is niet toegestaan.
c.De vorm en plaatsing van de ramen moet in onderlinge verhouding en passend zijn in de compositie van het schip. De ramen hebben bijvoorbeeld dezelfde vorm en liggen in één lijn, parallel met de zeeg en/of het dak van het schip. De ramen van de opbouw, behalve voor zover dit de stuurhut betreft, moeten in de wand worden aangebracht en mogen niet direct aansluiten op het dak of het gangboord (minimaal 5cm vrij).
d.Eventuele dakramen zijn plat aangebracht met een hoogte inclusief kozijn van niet meer dan 15 centimeter.
e.Het gebruik van ramen moet worden beperkt tot 33% van de oppervlakte van de zijwanden van de opbouw. Voor de stuurhut geldt deze beperking niet.
f.Een stuurhut heeft een gesloten onderkant en is daarboven voorzien van transparante ramen.
g.Schepen hebben een stuurhut die hoger is dan de roef. De roef is doorgaans hoger dan de luikenkap, dan wel de vervanger van de luikenkap. Voor gebied B geldt dat de stuurhut maximaal 20% van de lengte van het schip mag beslaan. Voor gebied C geldt dat dit 25 % mag zijn. In gebied B mag de roef en/of en de stuurhut samen maximaal 30% van de lengte van het schip beslaan. Voor gebied c geldt dat dit 35% mag zijn.
h.In het dak van de luikenkap dan wel een aangepaste versie daarvan met een dicht dak en de roef en/of theehut mogen een of meerdere koekoeken worden aangebracht. Deze mogen maximaal 25 centimeter boven het dakvlak uitsteken. Afwijkende maten van een koekoek zijn uitsluitend toegestaan als deze in overeenstemming is met de overige maten en het uiterlijk van het schip.
i.De gemiddelde hoogte van de opbouw, uitgezonderd de stuurhut, mag niet meer bedragen dan 2.70 meter boven de waterlijn.
j.Voor gebied C geldt nog dat de opbouw, behalve voor zover dit de stuurhut betreft, voor maximaal 50% van de oppervlakte van de zijwanden voorzien mag worden van ramen. Voor de stuurhut geldt deze beperking niet.
2.4. Materiaal en kleur
a.De opbouw en kozijnen mogen van metaal of hout zijn (geen golfplaat).
b.Het dak moet van hout, metaal of zeildoek zijn.
c.Schilderwerk is uitgevoerd in gedekte kleuren (voor de opbouw eventueel wittinten), met als dit gewenst is, kleuraccenten passend bij het schip.
d.De romp en de opbouw kunnen verschillend van kleur zijn of worden gescheiden door een kleuraccent. De romp heeft een zeer gedekte, terughoudende, kleur.
e.Het glas is doorzichtig (uitgezonder beloopbaar glas).
2.5. Criteria installaties
a.Voor zonnecollectoren en zonnepanelen geldt dat plaatsing toegestaan is, als:
I. Deze vlak aangebracht worden en daarbij de randen van het dak rondom tenminste 0,30 meter worden vrijgehouden;
II. Het oppervlak van de collector of het paneel en de verdere afwerking terughoudend is van kleur.
b.Voor schotelantennes of andere installaties geldt:
I. Schotelantennes zijn in beginsel aan de achterzijde van de stuurhut toegestaan.
II. Overige installaties zijn alleen toegestaan als deze uit het zicht zijn geplaatst en qua vormgeving en kleur terughoudend zijn.
2.6. Overig
De binnenstad wordt gekenmerkt door een duidelijke scheiding tussen het openbaar gebruik van de openbare ruimte en het privégebruik. Deze scheiding moet zoveel mogelijk behouden blijven. Om deze karakteristiek te behouden zijn terrassen op schepen onder voorwaarden toegestaan.
a.De detaillering en vormgeving van de schepen is zorgvuldig en duurzaam. De gebruikte materialen, vormgeving en toepassingen moet historisch verantwoord zijn.
b.Een terras voor de stuurhut/roef/theehut is toegestaan als deze;
I. in de luikenkap geïntegreerd is.
II. maximaal 25 % van de totale den lengte bedraagt. Daarbij loopt de den ononderbroken door over de volle lengte van de luikenkap tot aan de roef/stuurhut/theehut.
III. eventuele geïntegreerde toegangsdeurtjes in de den zijn toegestaan zodat de den weer een ononderbroken geheel vormt als de deuren gesloten zijn.
c.(Terras)hekken, kooien en dergelijke zijn niet toegestaan, met uitzondering van een reling die nodig is voor veiligheid tijdens de vaart. Deze reling mag uitsluitend bestaan uit staven en/of buismateriaal of hout en mag het aanzien van het schip niet verstoren. Vanzelfsprekend zijn alle toegevoegde elementen die van ouds op een schip aanwezig waren, zoals lieren, luiken, bolders, mast, boegspriet, zwaarden en dergelijke wel toegestaan.
d.Andere noodzakelijke toevoegingen, zoals schoorstenen, moeten door hun maatvoering, vormgeving en kleurstelling passen in het totaalbeeld van het schip. Deze toevoegingen mogen het beeld niet domineren.
Artikel 3 Objectcriteria gebied C voor historische (woon-) schepen (zeevaart)
Voor gebied C (zeevaart) gelden de volgende objectcriteria:
3.1. Algemeen
a.Schepen zijn van een type kenmerkend voor de Nederlandse zeevaart en geschikt om te varen.
b.Het schip past in de maat en schaal van de omgeving.
c.De vormgeving past in de traditie van de Nederlandse scheepsbouw en is zorgvuldig met oog voor detail.
d.De vormgeving is evenwichtig, met aandacht voor verhoudingen en symmetrie in de lengterichting.
e.Aanpassingen en voor de vaart noodzakelijke toevoegingen in vorm, maat en schaal zijn afgestemd op het (oorspronkelijke) type schip.
3.2. Romp
a.De romp heeft een herkenbaar voor- en achterschip, is gezeegd en heeft doorgaande lijnen zonder onderbrekingen.
b.De oorspronkelijke vorm van de romp mag niet worden aangetast.
c.De romp heeft een verhouding tussen lengte, breedte en hoogte passend bij het type schip.
d.De romp is gesloten van karakter en eventuele openingen voor daglicht zijn uit te voeren als patrijspoorten/lichtranden welke verzonken in de romp aangebracht zijn met bescheiden afmetingen afgestemd op de maten en lijnen van het schip.
e.Het gebruik van patrijspoorten/lichtranden moet worden beperkt tot maximaal 10% van de oppervlakte van de romp.
f.Er mogen geen ramen in de romp aanwezig zijn.
g.De romp is het gedeelte van het schip dat in het water ligt en is nog meer dan de opbouw een sterk gesloten deel. De romp mag uitsluitend van metaal zijn.
3.3. Opbouw
a.Onder opbouw wordt verstaan: de luikenkap dan wel een aangepaste versie daarvan met een dicht dak, de stuurhut, kampanje en de roef/dekhuis. Deze moeten in hun vormgeving, volume, materiaal en kleur passen bij het totaalontwerp van het schip.
b.Zeeschepen hebben een stuurhut die hoger is dan de roef/dekhuis. De roef/dekhuis is doorgaans hoger dan de luikenkap, dan wel de vervanger van de luikenkap. De stuurhut mag maximaal 25% van de lengte van het schip beslaan; de roef/dekhuis/kampanje en de stuurhut samen mogen maximaal 35% van de lengte van het schip beslaan.
c.De luikenkap/roef/dekhuis mag de lijn/vorm van het onderschip niet verstoren en moet zoveel mogelijk aansluiten bij de zeeg en de vorm van de romp.
d.Het dak moet in de breedterichting licht gebogen of licht hellend zijn. De hellingshoek is maximaal 15 graden, daarbij is een lessenaarsdak niet toegestaan.
e.De vorm en plaatsing van de ramen moet in onderlinge verhouding en passend zijn in de compositie van het schip. De ramen hebben bijvoorbeeld dezelfde vorm en liggen in één lijn, parallel met de zeeg en/of het dak van het schip. De ramen van de opbouw, behalve voor zover dit de stuurhut betreft, moeten in de wand worden aangebracht en mogen niet direct aansluiten op het dak of het gangboord (minimaal 5cm vrij).
f.Eventuele dakramen zijn plat aangebracht met een hoogte inclusief kozijn van niet meer dan 15 centimeter.
g.Een stuurhut heeft een gesloten onderkant en is daarboven voorzien van transparante ramen.
h.In het dak van de luikenkap dan wel een aangepaste versie daarvan met een dicht dak, de kampanje en de roef/dekhuis mogen een of meerdere koekoeken worden aangebracht. Deze mogen maximaal 25 centimeter boven het dakvlak uitsteken. Afwijkende maten van een koekoek zijn uitsluitend toegestaan als deze in overeenstemming is met de overige maten en het uiterlijk van het schip.
i.Er zijn gangboorden aanwezig tenzij deze niet passend zijn bij het scheepstype. Voor zover er gangboorden aanwezig zijn moeten deze rondom vrijgehouden worden.
j.Omloop/gangboorden moeten functioneel, bruikbaar en veilig zijn. Deze mogen niet als opslagruimte of berging gebruikt worden. Minimaal 10% van de oppervlakte van het schip mag gebruikt worden als buitenruimte.
k.Het gebruik van ramen, behalve voor zover dit de stuurhut betreft, moet worden beperkt tot 33% van de oppervlakte van de zijwanden van de opbouw.
l.Ramen mogen niet direct aansluiten op het dak en het gangboord.
m.Ramen moeten op één lijn, in dezelfde vorm en afmeting worden aangebracht.
n.De gemiddelde hoogte van de opbouw, uitgezonderd de stuurhut, mag niet meer bedragen dan 2.70 meter boven de waterlijn.
3.4. Materiaal en kleur
a.De romp mag alleen van metaal zijn. De opbouw mag van metaal of hout zijn (geen golfplaat).
b.Het dak mag van hout, metaal of zeildoek zijn.
c.Schilderwerk is uitgevoerd in gedekte kleuren (voor de opbouw eventueel wittinten) met als dit gewenst is, kleuraccenten passend bij het schip. De romp en de opbouw kunnen verschillend van kleur zijn of worden gescheiden door een kleuraccent. De romp heeft een zeer gedekte, terughoudende, kleur.
d.De wanden van de opbouw en kozijnen mogen alleen van metaal en/ of hout worden opgetrokken.
e.Het glas is helder en doorzichtig (uitgezonder beloopbaar glas).
3.5. Criteria installaties
a.Voor zonnecollectoren en zonnepanelen geldt:
Plaatsing op het dak van stuurhut is toegestaan, als:
I. Ze vlak aangebracht worden en daarbij de randen van het dak rondom tenminste 0,30 meter worden vrijgehouden;
II. Het oppervlak van de collector of het paneel is en de verdere afwerking terughoudend is van kleur.
b.Voor schotelantennes of andere installaties geldt:
I. Schotelantennes zijn in beginsel aan de achterzijde van de stuurhut toegestaan.
II. Overige installaties alleen toegestaan als deze uit het zicht zijn geplaatst en qua vormgeving en kleur terughoudend zijn.
3.6. Overig
De binnenstad wordt gekenmerkt door een duidelijke scheiding tussen het openbaar gebruik van de openbare ruimte en het privégebruik. Om deze karakteristiek te behouden zijn terrassen op schepen onder voorwaarden toegestaan.
a.De detaillering en vormgeving van de schepen is zorgvuldig en duurzaam.
b.Een terras voor de stuurhut, theehut en/of roef is toegestaan als het schip oorspronkelijk een luikenkap had wat tot de roef of stuurhut doorliep. Hiervoor gelden de volgende regels:
I. het terras moet in de luikenkap geïntegreerd worden;
II. het terras mag maximaal 25 % van de totale den lengte bedragen. Daarbij loopt de den ononderbroken door over de volle lengte van de luikenkap tot de roef/stuurhut;
III. het terras moet geïntegreerde toegangsdeurtjes in de den hebben, zodat de den weer een ononderbroken geheel vormt als de deuren gesloten zijn.
IV. Het terras moet na gebruik visueel afgedekt wordt met een dekkleed of met luiken, zodat de luikenkap weer één geheel vormt.
c.(Terras)hekken, kooien en dergelijke zijn niet toegestaan, met uitzondering van een reling die nodig is voor veiligheid tijdens de vaart. Deze reling mag uitsluitend bestaan uit staven en/of buismateriaal en mag het aanzien van het schip niet verstoren. Vanzelfsprekend zijn alle toegevoegde elementen die van ouds op een schip aanwezig waren, zoals lieren, luiken, bolders, mast, boegspriet, zwaarden en dergelijke wel toegestaan.
d.Andere noodzakelijke toevoegingen, zoals schoorstenen, moeten door hun maatvoering, vormgeving en kleurstelling passen in het totaalbeeld van het schip. Deze toevoegingen mogen het beeld niet domineren.
Hoofdstuk 8 Straf, overgangs- en slotbepalingen
Artikel 1 Overgangsbepalingen
1Op het moment van inwerkingtreding van de nota Ligplaatsen op 1 december 2019 lagen in de gemeente Leeuwarden historische binnenvaartschepen die niet (meer) voldoen aan de gestelde welstandscriteria. Voor deze schepen geldt dat zij onder het overgangsrecht kunnen vallen. Dit gaat om schepen waarbij de afmetingen van de opbouw van het schip niet voldoen aan de huidige welstandscriteria. Of waarvan de lengte van het schip langer is dan 30 meter (lengte beperking van 35 meter blijft van toepassing).
Bij een aanvraag door de nieuwe eigenaar kan er een ligplaats worden ingenomen in gebied C voor zover er een ligplaats beschikbaar is. Om een ligplaats in te mogen nemen moeten de schepen wel voldoen aan de overige bepalingen uit deze nota. Alleen als voor de overige punten een positief welstandsadvies kan worden afgegeven is het innemen van een ligplaats door de nieuwe eigenaar mogelijk. Is er geen ligplaats beschikbaar dan kan het schip op de wachtlijst geplaatst worden.
Dit overgangsrecht kan éénmalig toegepast worden bij de verkoop van het schip of voor verhuizing binnen gebied C. Dit betekent dat het schip dus nog éénmaal een (andere) ligplaats kan innemen in Leeuwarden. Na het opnieuw innemen van een ligplaats in Leeuwarden is deze regeling niet meer van toepassing op de nieuwe eigenaar voor zover het om verkoop van het schip gaat. Dit schip kan daarna geen ligplaats meer innemen in Leeuwarden.
2Voor de schepen zoals bedoeld in lid 1 geldt dat de nieuwe eigenaar de geconstateerde afwijking niet mag vergroten. Kortom er mogen alleen aanpassingen aan het schip worden gedaan als dit betekent dat het schip daarmee in overeenstemming wordt gebracht met de regels genoemd in deze nota.
3Op een aanvraag die is ingediend vóór het tijdstip waarop dit besluit van kracht wordt en waarop op genoemd tijdstip nog niet is beschikt, zijn de bepalingen van dit besluit van toepassing, zoals deze luidden vóór het onderhavige beleid, tenzij de aanvrager de wens te kennen geeft dat de gewijzigde bepalingen worden toegepast.
Artikel 2 Inwerkingtreding
1Dit besluit treedt één dag na publicatie in werking.
2Bij inwerkingtreding van dit besluit vervalt de Welstandsnota ligplaatsen welke op 15 oktober 2019 is vastgesteld en op 1 december 2019 in werking is getreden.
3Dit besluit wordt aangehaald als: Welstandsnota ligplaatsen schepen.