Aanhef
MH406232
BURGEMEESTER EN WETHOUDERS VAN LEEUWARDEN;
gelet op artikel 2:10, lid 2, onder a., van de Algemene Plaatselijke Verordening Leeuwarden;
dat op grond hiervan nadere regels moeten worden vastgesteld voor het plaatsen van voorwerpen of voertuigen op of aan de weg;
BESLUITEN:
de volgende nadere regels vast te stellen:
Een vergunning als genoemd in lid 1 van art. 2.10 is niet nodig voor:
1Alle wegen, niet zijnde de hoofdwegen zoals aangegeven op bijgevoegde kaart, indien:
1De plaatsing minimaal 150 m van een kruising met verkeerslichten is gelegen en;
2Gewerkt wordt volgens CROW 96 b en;
3Een minimale doorgang over blijft van 4,00 m.(excl. evt. aanwezige fietsstroken) en;
4De plaatsing buiten de spitsen plaatsvindt (op werkdagen: ochtendspits 07-09 uur en avondspits 16-18 uur) en;
5Bij de aanwezigheid van een doorgangsregeling en fietsstroken een afgeschermde fietsroute aan de zijde van de plaatsing wordt gecreëerd.
2Brom/fietspaden indien:
1Gewerkt wordt volgens CROW 96 b en;
2Fietsverkeer doorgang kan vinden en;
3De plaatsing buiten de spitsen plaatsvindt (op werkdagen: ochtendspits 07-09 uur en avondspits 16-18 uur);
3Trottoirs indien:
1Gewerkt wordt volgens CROW 96 b en;
2Een minimale doorgang over blijft van 1,00 m. of;
3Het een trottoir betreft, niet gelegen naast een hoofdweg of een ontsluitingsweg zoals aangegeven op bijgevoegde kaart, en niet gelegen is in het centrum binnen de stadsgrachten.
Leeuwarden, 29 maart 2016
Burgemeester en wethouders voornoemd,
burgemeester,
secretaris.
Hoofd- en ontsluitingswegen