Aanhef
Besluit:
1De beleidsregel Parkeernormen 2025 vast te stellen en in werking te laten treden nadat de gemeenteraad de Parkeerbeleidsplan gemeente Leeuwarden 2015, incl. de Parkeernormen 2015, heeft ingetrokken;
2De gemeenteraad besluit om het Parkeerbeleidsplan gemeente Leeuwarden 2015 in te trekken.
Bijlage B – Achtergrond bij parkeernormering
Bij het formuleren van de parkeernormen is het belangrijk dat deze recht doen aan de plaatselijke situatie. In deze bijlage is de achtergrond opgenomen die is meegenomen bij het opstellen van de parkeernormen.
B.1 Stedelijkheidsgraad
De stedelijkheid van een gemeente blijkt van invloed te zijn op het autobezit en autogebruik in die gemeente. De mate van stedelijkheid wordt uitgedrukt in de ‘omgevingsadressendichtheid’, het aantal adressen per vierkante kilometer. CBS onderscheidt hierin vijf klassen, zoals weergegeven in onderstaande tabel. In 2024 kent de gemeente Leeuwarden een gemiddelde dichtheid van 2.238 adressen per vierkante kilometer
7Bron: StatLine – Gebieden in Nederland 2024 (CBS.nl)
. De gemeente valt daarmee in de categorie ‘sterk stedelijk’. Binnen de gemeente Leeuwarden zijn er echter verschillen in stedelijkheidsgraad, zo ligt deze in de het centrum hoger dan in de buitenwijken of andere dorpskernen. Daarom wordt om recht te doen aan deze verschillen, in de Beleidsregel Parkeernormen rekening gehouden met de gebiedsindeling waarin vier verschillende gebieden onderscheiden worden.
stedelijkheidsgraad
omgevingsadressendichtheid
zeer sterk stedelijk
meer dan 2.500 per km²
sterk stedelijk
1.500-2.500 per km²
matig stedelijk
1.000-1.500 per km²
weinig stedelijk
500-1.000 per km²
niet stedelijk
minder dan 500 per km²
Tabel B.1: Stedelijkheidsgraden
B.2 Autogebruik en fietsgebruik
Als onderbouwing voor de hoogte van de parkeernorm is een analyse uitgevoerd naar het autobezit en auto- en fietsgebruik binnen de gemeente Leeuwarden. Voor niet-woonfuncties is het gebruik van vervoersmiddelen leidend voor het aantal benodigde parkeerplaatsen bij de functie. Het gebruik geeft namelijk inzicht of de auto of juist de fiets bij de bestemming geparkeerd moet worden. Het autobezit is geanalyseerd op basis van CBS-gegevens. Het auto- en fietsgebruik is onderzocht op basis van een analyse van de data uit het ODiN (Onderweg in Nederland).
Het auto- en fietsgebruik is geanalyseerd op basis van ODiN-data
8ODiN is het Verplaatsingsonderzoek Onderweg in Nederland, waarin het verplaatsingsgedrag van de Nederlandse bevolking is beschreven naar plaats van herkomst en bestemming, tijdstip waarop het vervoer plaatsvindt, gebruikte vervoermiddelen en reismotieven voor de verplaatsingen. Daarnaast is aandacht geschonken aan de achtergrondvariabelen voor een bepaald verplaatsingspatroon en de keuze van een vervoermiddel.
. Aan de hand van ODiN data is per vervoerswijze het aandeel verplaatsingen op alle verplaatsingen inzichtelijk gemaakt. In Figuur B.1 op de volgende pagina is het aandeel autoverplaatsingen weergegeven, inclusief een uitsplitsing naar bestuurders en passagiers van personenauto’s.
Figuur B.1: Aandeel autoverplaatsingen (bron: ODiN)
Uit Figuur B.1 blijkt dat het autogebruik in Leeuwarden goed aansluit bij het gemiddelde autogebruik van een sterk stedelijke gemeente. 36% van het totale aantal verplaatsingen in Leeuwarden wordt uitgevoerd met de auto (als bestuurder). Voor alle sterk stedelijke gemeentes gecombineerd is het aantal verplaatsingen dat wordt uitgevoerd met de auto (als bestuurder) 38% ten opzichte van alle verplaatsingen.
Het gemiddelde fietsgebruik in de gemeente Leeuwarden is ook vergeleken met het gemiddelde fietsgebruik in andere sterk stedelijk gemeenten. Deze vergelijking is weergegeven in figuur B.2.
Figuur B.2: Aandeel fietsverplaatsingen (bron: ODiN)
Uit figuur B.2 blijkt dat het aandeel fietsverplaatsingen in Leeuwarden iets achterblijft vergeleken met het gemiddelde fietsgebruik in andere sterk stedelijke gemeenten.
B.2 Analyse autobezit per woningtype in Leeuwarden
Voor het opstellen van de Beleidsregel parkeernormen voor de gemeente Leeuwarden is op basis van data een analyse gemaakt van het autobezit in deze gemeente, waaruit een parkeernorm is afgeleid. In deze bijlage is de betreffende analyse opgenomen.
Onderzoeksverantwoording
Aanpak
Goudappel heeft de laatste jaren veel onderzoek gedaan naar parkeernormen in Nederland in relatie tot het autobezit. Om dit verder te onderzoeken heeft Goudappel de beschikking over niet-openbare microdata op basis van CBS-gegevens over autobezit, die gekoppeld zijn aan woningtypen. Zo kan voor heel Nederland op gemeente-, wijk- en buurtniveau het autobezit gericht geanalyseerd worden. Daarbij kan onderscheid gemaakt worden naar autobezit per categorie zoals:
•eigendomssituatie (koop, particuliere huur en sociale huur);
•woningtype (vrijstaand huis, twee-onder-een-kap, rijwoning en appartement);
•leeftijd (0-30 jaar, 30-65 jaar en 65+ jaar);
•oppervlakte (tot 50 m², 50-75 m², 75-100 m², 100-125 m² en groter dan 125 m²).
Deze categorieën kunnen ook ‘gestapeld’ worden en zo inzichtelijk maken wat het autobezit is onder bijvoorbeeld kleine sociale huurappartementen (tot 50 m2 gbo) in buurt X in gemeente Y (bij voldoende waarnemingen). De analyse naar autobezit zorgt zodoende voor een cijfermatige onderbouwing om parkeernormen op te stellen die aansluiten bij het autobezit in een gemeente.
Inhoud van de data
De resultaten uit de data zijn gebaseerd op niet-openbare microdata van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) aangevuld met onderzoeksgegevens van Goudappel. De data gaan over autobezit, woningvoorraad, type woningen, eigendomssituatie en inkomen. Voor de duidelijkheid wordt vermeld dat CBS-microdata altijd binnen de volledig afgesloten netwerkomgeving van het CBS blijft, en alleen resultaten van bewerkingen/statistische gegevens die niet naar personen te herleiden is, worden geëxporteerd. En om in deze gegevens de laatste mogelijke vorm van onthullingsgevaar naar huishoudens te voorkomen, zijn alle gegevens die betrekking hebben op minder dan tien huishoudens verwijderd. Ook zijn de aantallen huishoudens afgerond op vijftallen en het gemiddelde aantal auto’s per huishouden is afgerond op twee decimalen.
De gebruikte indeling van gemeente, wijk en buurt is conform de CBS-indeling van 2023. De stedelijkheidsgraad (omgevingsadressendichtheid) van gemeenten, wijken en buurten komt uit ‘Kerncijfers wijken en buurten 2023’. De in de analyse gebruikte gegevens betreffende woningvoorraad, eigendomssituatie en RDW-gegevens hebben betrekking op het jaar 2022. Het ‘bezit’/gebruik van een leaseauto heeft betrekking op het jaar 2022 en is ook inbegrepen in de data.
Grijze en buitenlandse kentekens
Er zijn auto’s die niet staan geregistreerd bij het CBS. Dit zijn voornamelijk auto’s met een buitenlands kenteken en bedrijfswagens. Voor laatstgenoemde geldt dat deze kentekens meestal beginnen met een B of V. Uit ervaringscijfers van Goudappel blijkt dat het aandeel grijze en buitenlandse kentekens circa 8% is. Deze 8% dient daarom opgeteld te worden bij het autobezit van bewoners zoals blijkt uit de data. Tevens is de data op één decimaal naar boven afgerond om rekening te houden met verschillen tussen individuele woningen en toekomstige ontwikkelingen.
Autobezit per type woning
Wanneer naar de data wordt gekeken, blijkt dat het autobezit tussen buurten verschilt. Om recht te doen aan deze verschillen is op buurtniveau onderscheid gemaakt naar de vier gedefinieerde deelgebieden in Leeuwarden. De parkeernormen voor bewoners passend bij het autobezit zijn opgenomen in onderstaande tabel.
centrum
schil centrum
rest bebouwde kom
buitengebied
grondgebonden
koop
<75 m² bvo
1,0
1,1
1,3
1,5
75-100 m² bvo
1,1
1,2
1,4
1,6
100-125 m² bvo
1,2
1,3
1,5
1,7
125-150 m² bvo
1,3
1,4
1,6
1,8
>150 m² bvo
1,4
1,5
1,7
1,9
vrije sector huur
<75 m² bvo
0,7
0,8
1,0
1,2
75-100 m² bvo
0,8
0,9
1,1
1,3
>100 m² bvo
0,9
1,0
1,2
1,4
sociale huur
<75 m² bvo
0,5
0,6
0,8
1,0
75-100 m² bvo
0,6
0,7
0,9
1,1
>100 m² bvo
0,7
0,8
1,0
1,2
appartementen
koop
<50 m² bvo
0,7
0,8
0,9
1,1
50-75 m² bvo
0,8
0,9
1,0
1,2
75-100 m² bvo
0,9
1,0
1,1
1,3
100-125 m² bvo
1,0
1,1
1,2
1,4
>125 m² bvo
1,1
1,2
1,3
1,5
vrije sector huur
<50 m² bvo
0,5
0,6
0,7
0,9
50-75 m² bvo
0,6
0,7
0,8
1,0
75-100 m² bvo
0,7
0,8
0,9
1,1
100-125 m² bvo
0,8
0,9
1,0
1,2
>125 m² bvo
0,9
1,0
1,1
1,3
sociale huur
<50 m² bvo
0,4
0,5
0,6
0,8
50-75 m² bvo
0,5
0,6
0,7
0,9
>75 m² bvo
0,6
0,7
0,8
1,0
Bijlage C – Uitgangspunten parkeerdrukmeting
Parkeeronderzoeken die worden uitgevoerd in verband met de inzet van openbare parkeercapaciteit moeten een representatief beeld geven van de parkeerdruk in de omgeving van een plan. Daarbij moet rekening worden gehouden met het volgende:
•Het onderzoek moet in een representatieve periode worden uitgevoerd (geen vakantie en/of feestdagen).
•Het onderzoek moet de parkeerdruk op maatgevende momenten in beeld brengen (op basis van de aanwezigheidspercentages). De functies binnen de loopafstand van het gebied zijn bepalend voor de maatgevende momenten. Voor een woonomgeving heeft de werkdagnacht doorgaans de hoogste parkeerdruk, bij werklocaties is dat een werkdag overdag en bij winkelfuncties is dat meestal het weekend. Als richtlijn voor een meting kan worden aangehouden: werkdagnacht 23:00-01:00 uur, werkdag tussen 10:00 en 16:00 uur en weekenddag 10:00-16:00 uur.
•Het gebied waarin het onderzoek moet plaatsvinden, wordt bepaald op basis van de acceptabele loopafstanden, gerekend vanaf de entree(s) (zie hoofdstuk 4.2).
•Voor een compleet beeld moet er verspreid over twee weken, op verschillende dagen en op meerdere tijdstippen worden gemeten. Het minimumaantal metingen is vijf dagen, waarvan één weekenddag.
•Een parkeeronderzoek mag niet langer dan twee jaar geleden zijn uitgevoerd.
Indien de gemeente beschikt over recente parkeerdrukmetingen kunnen deze ter beschikking worden gesteld. Een nieuw uit te voeren parkeerdrukmeting dient te worden uitgevoerd door een deskundig bureau en de kosten zijn voor rekening van de initiatiefnemer. De parkeerdrukmeting kan uitgevoerd worden nadat de gemeente goedkeuring heeft gegeven op het plan van aanpak (de meetmomenten en onderzoeksgebied).
Bijlage D – Lijst met parkeernormen auto
De parkeernormen voor niet-woonfuncties zijn gebaseerd op de meest recente CROW-parkeerkencijfers voor ‘sterk stedelijke’ gemeente. Daarbij kiest de gemeente ervoor om de gemiddelde CROW-parkeerkencijfers als minimumwaarde te hanteren.
De parkeernormen zijn uitgedrukt in aantal parkeerplaatsen per eenheid functie. Bij iedere functie is de eenheid weergegeven.
De afkorting ‘bvo’ staat voor het Bruto-vloeroppervlak. Het Bruto-vloeroppervlakte is het vloeroppervlak van de buitenomtrek van een ruimte of gebouw incl. gevels, bouwmuren, ramen etc. Inpandig gebouwde parkeervoorzieningen maken geen deel uit van het bvo. Zie NEN 2580 voor verdere informatie.
winkelfuncties
centrum
schil centrum
rest bebouwde kom
buitengebied
aandeel
bezoekers
eenheid
bouwmarkt
n.v.t.
1,75
2,25
2,45
87%
pp per 100 m² bvo
tuincentrum
n.v.t.
2,25
2,55
2,85
89%
pp per 100 m² bvo
groencentrum (1)
n.v.t.
2,25
2,55
2,85
89%
pp per 100 m² bvo
bruin- en witgoedzaken
3,65
5,55
7,35
9,25
92%
pp per 100 m² bvo
woonwarenhuis (zeer groot)
n.v.t.
n.v.t.
4,75
5,15
95%
pp per 100 m² bvo
kringloopwinkel
n.v.t.
1,15
1,65
2,25
89%
pp per 100 m² bvo
woonwarenhuis/woonwinkel
1,15
1,55
1,65
1,95
91%
pp per 100 m² bvo
meubelboulevard/woonboulevard
n.v.t.
1,85
2,25
n.v.t.
93%
pp per 100 m² bvo
winkelboulevard
n.v.t.
3,45
3,95
n.v.t.
94%
pp per 100 m² bvo
outletcentrum
n.v.t.
9,20
9,60
10,40
94%
pp per 100 m² bvo
buurtwinkelcentrum en dorps(winkel)centrum
n.v.t.
3,10
3,70
n.v.t.
72%
pp per 100 m² bvo
buurtsupermarkt
1,90
2,70
3,40
n.v.t.
89%
pp per 100 m² bvo
fullservice supermarkt (2)
3,30
4,30
5,15
n.v.t.
93%
pp per 100 m² bvo
grote supermarkt (XL)
5,90
6,80
7,70
n.v.t.
84%
pp per 100 m² bvo
groothandel specialist (bijvoorbeeld levensmiddelen, kantoorartikelen)
n.v.t.
5,65
5,90
n.v.t.
80%
pp per 100 m² bvo
groothandel algemeen
n.v.t.
6,40
6,40
n.v.t.
80%
pp per 100 m² bvo
weekmarkt (3)
0,20
0,20
0,20
n.v.t.
85%
pp per 100 m² bvo
werkfuncties
centrum
schil centrum
rest bebouwde kom
buitengebied
aandeel bezoekers
eenheid
kantoren (zonder baliefunctie)
1,15
1,55
1,65
2,55
5%
pp per 100 m² bvo
commerciële dienstverlening (kantoren met baliefunctie) (4)
1,55
1,85
2,25
3,55
20%
pp per 100 m² bvo
bedrijf arbeidsintensief/
bezoekersextensief (industrie, laboratorium, werkplaats) (5)
1,35
1,75
2,15
2,35
5%
pp per 100 m² bvo
bedrijf arbeidsextensief/
bezoekersextensief (loods, opslag, transportbedrijf) (6)
0,65
0,75
0,95
1,05
5%
pp per 100 m² bvo
bedrijfsverzamelgebouw
1,05
1,35
1,55
1,95
5%
pp per 100 m² bvo
cultuur en ontspanning
centrum
schil centrum
rest bebouwde kom
buitengebied
aandeel bezoekers
eenheid
bowlingcentrum
1,60
2,20
2,80
2,80
89%
pp per baan
biljart-/snookercentrum
0,85
1,05
1,35
1,75
87%
pp per tafel
fitnessstudio/sportschool
1,40
3,40
4,70
6,50
87%
pp per 100 m² bvo
fitnesscentrum
1,70
4,40
6,20
7,40
90%
pp per 100 m² bvo
dansstudio
1,50
3,80
5,40
7,40
93%
pp per 100 m² bvo
golfbaan (18 holes) (7)
n.v.t.
n.v.t.
95,60
118,30
98%
pp per 18 holes
golfoefencentrum (pitch and putt) (8)
n.v.t.
n.v.t.
50,70
56,20
93%
pp per centrum
sporthal
1,45
2,05
2,65
3,45
96%
pp per 100 m² bvo
sportzaal (9)
1,05
1,85
2,65
3,55
94%
pp per 100 m² bvo
sportveld (10)
20,0
20,0
20,00
20,00
95%
pp per ha netto terrein
stadion
0,12
0,12
0,12
n.v.t.
99%
pp per zitplaats
kunstijsbaan (kleiner dan 400 meter)
1,05
1,35
1,65
2,05
98%
pp per 100 m² bvo
kunstijsbaan (400 meter)
n.v.t.
2,05
2,35
2,75
98%
pp per 100 m² bvo
ski- en snowboardhal
n.v.t.
n.v.t.
2,35
n.v.t.
98%
pp per 100 m² bvo
indoorspeeltuin (kinderspeelhal), gemiddeld en kleiner
2,90
3,70
4,40
5,10
97%
pp per 100 m² bvo
indoorspeeltuin (kinderspeelhal), groot
3,50
4,30
5,30
6,10
98%
pp per 100 m² bvo
indoorspeeltuin (kinderspeelhal), zeer groot
3,70
4,60
5,50
6,40
98%
pp per 100 m² bvo
tennishal
0,30
0,40
0,50
0,50
87%
pp per 100 m² bvo
padelhal
0,35
0,45
0,65
0,65
87%
pp per 100 m² bvo
squashhal
1,60
2,40
2,70
3,20
84%
pp per 100 m² bvo
zwembad overdekt (11)
n.v.t.
10,70
11,50
13,30
97%
pp per 100 m² bassin
zwembad openlucht (11)
n.v.t.
10,10
12,90
15,80
99%
pp per 100 m² bassin
zwemparadijs (12)
n.v.t.
n.v.t.
4,00
4,00
99%
pp per 100 m² bvo
wellnesscentrum (thermen, kuurcentrum, beautycentrum)
n.v.t.
n.v.t.
9,30
10,30
99%
pp per 100 m² bvo
sauna, hammam
2,50
4,60
6,60
7,30
99%
pp per 100 m² bvo
bibliotheek
0,45
0,75
1,05
1,35
97%
pp per 100 m² bvo
museum
0,40
0,60
0,95
n.v.t.
95%
pp per 100 m² bvo
bioscoop (13)
3,20
7,90
11,00
13,70
94%
pp per 100 m² bvo
filmtheater/filmhuis
2,60
5,20
7,70
9,90
97%
pp per 100 m² bvo
theater/schouwburg
7,10
7,90
9,80
12,00
87%
pp per 100 m² bvo
Musicaltheater
2,90
3,40
3,90
5,10
86%
pp per 100 m² bvo
Casino
5,70
7,10
6,50
8,00
86%
pp per 100 m² bvo
Volkstuin
n.v.t.
1,25
1,35
1,45
100%
pp per 10 tuinen
attractie- en pretpark
n.v.t.
n.v.t.
8,00
8,00
99%
pp per ha netto terrein
Dierenpark
8,00
8,00
8,00
8,00
99%
pp per ha netto terrein
Jachthaven
0,60
0,60
0,60
0,60
nb
pp per ligplaats
manege (paardenhouderij)
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
0,40
90%
pp per box
kinderboerderij (stadsboerderij)
2,90
3,70
4,40
5,10
97%
pp per boerderij
plantentuin (botanische tuin)
n.v.t.
7,50
10,50
13,50
99%
pp per tuin
horeca en (verblijfs)recreatie
centrum
schil centrum
rest bebouwde kom
buitengebied
aandeel bezoek
eenheid
bungalowpark (huisjescomplex)
n.v.t.
n.v.t.
1,60
2,10
91%
pp per bungalow
camping (kampeerterrein) (14)
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
1,20
90%
pp per standplaats
1* hotel (15)
0,40
0,80
2,30
4,50
77%
pp per 10 kamers
2* hotel (15)
1,35
2,15
3,85
6,25
80%
pp per 10 kamers
3* hotel (15)
2,00
3,10
4,70
6,80
77%
pp per 10 kamers
4* hotel (15)
3,20
4,90
6,80
9,00
73%
pp per 10 kamers
5* hotel (15)
5,00
7,20
10,10
12,60
65%
pp per 10 kamers
discotheek
6,10
12,30
18,40
20,80
99%
pp per 100 m² bvo
café/bar/cafetaria (15)
5,00
5,00
6,00
n.v.t.
90%
pp per 100 m² bvo
restaurant (inclusief fastfoodrestaurant) (15)
5,00
5,00
6,00
8,00
80%
pp per 100 m² bvo
evenementenhal/beursgebouw/
congresgebouw
4,00
5,50
7,50
n.v.t.
99%
pp per 100 m² bvo
gezondheidszorg en (sociale) voorzieningen
centrum
schil centrum
rest bebouwde kom
buitengebied
aandeel bezoek
eenheid
huisartsenpraktijk (-centrum)
2,05
2,45
2,95
3,25
57%
pp per behandelkamer
fysiotherapiepraktijk (-centrum)
1,25
1,45
1,75
1,95
57%
pp per behandelkamer
consultatiebureau
1,25
1,55
1,85
2,15
50%
pp per behandelkamer
gezondheidscentrum
1,55
1,85
2,15
2,45
55%
pp per behandelkamer
consultatiebureau voor ouderen
1,30
1,60
1,90
2,20
38%
pp per behandelkamer
tandartsenpraktijk (-centrum)
1,55
1,95
2,35
2,65
47%
pp per behandelkamer
apotheek
2,25
2,75
3,15
n.v.t.
45%
pp per apotheek
ziekenhuis
1,40
1,60
1,70
2,00
29%
pp per 100 m² bvo
crematorium
n.v.t.
n.v.t.
30,10
30,10
99%
pp per gelijktijdige plechtigheid
begraafplaats
n.v.t.
n.v.t.
31,60
31,60
97%
pp per gelijktijdige plechtigheid
penitentiaire inrichting
1,65
2,15
3,25
3,65
37%
pp per 10 cellen
religiegebouw
0,15
0,15
0,15
n.v.t.
nb
pp per zitplaats
verpleeg/verzorgingstehuis (16)
0,60
0,60
0,60
n.v.t.
60%
pp per wooneenheid
functie
onderwijs
centrum
schil centrum
rest bebouwde kom
buitengebied
aandeel bezoek
eenheid
kinderdagverblijf (crèche) (17)
0,90
1,10
1,20
1,50
0%
pp per 100 m² bvo
basisonderwijs (18)
0,75
0,75
0,75
0,75
48%
pp per lokaal
middelbare school
3,30
4,00
4,30
4,90
11%
pp per 100 leerlingen
ROC
4,20
4,80
5,20
5,90
7%
pp per 100 leerlingen
HBO
8,30
8,90
9,50
10,90
72%
pp per 100 studenten
universiteit
11,70
13,50
14,70
16,80
48%
pp per 100 studenten
avondonderwijs of vrijetijdsonderwijs(19)
4,00
5,00
6,00
10,50
95%
pp per 10 studenten
1) tuin- en groencentrum: wanneer in de buitenruimte producten worden verkocht (verkoopruimte) dient deze ruimte te worden meegenomen bij de omvang van de functie.
2) fullservice-supermarkt: vloeroppervlakte is meestal tussen de 1.000 en 2.000 m2 wvo.
3) weekmarkt (bij klein wijk-, buurt- en dorpscentrum: Van deze functie kunnen alleen globale parkeernormen gegeven worden. Bij het toepassen van deze cijfers moet een forse marge in acht worden genomen. 1 m1 kraam = 6 m2 bvo (indien geen parkeren achter kraam dan + 1,0 pp per standhouder).
4) commerciële dienstverlening (kantoor met baliefunctie): hier worden ook functies als een makelaar, hypotheekverstrekker, kapper of zonnebankstudie onder beschouwd.
5) bedrijf arbeidsintensief/bezoekersextensief: bijvoorbeeld industrie, een garagebedrijf, een laboratorium of werkplaatsen. Bij deze bedrijven geldt globaal 1 arbeidsplaats per 25-35 m2 bvo. De parkeernorm is exclusief vrachtwagen parkeren en andere bedrijfsgerelateerde voertuigen.
6) bedrijf arbeidsextensief/bezoekersextensief: bedrijven zoals een loods, opslag of transportbedrijf. Bij deze bedrijven geldt globaal 1 arbeidsplaats per 30-50 m2 bvo. De parkeernorm is exclusief vrachtwagen parkeren.
7) golfbaan (18 holes): een 18-holes golfbaan is gemiddeld 60 – 70 ha groot.
8) golfoefencentrum (pitch and putt): uitgaande van een omvang van circa 6 ha.
9) sporthal en sportzaal: let op bij grotere aantallen bezoekers zijn de kencijfers te laag.
10) sportveld: normen zijn exclusief kantine, kleedruimte, oefenveldje en toiletten. Van deze functie kunnen alleen globale normen worden opgenomen. Bij het toepassen van deze cijfers moet een forse marge in acht worden genomen.
11) zwembad overdekt & openlucht: bij combinatie zwembad overdekt en openlucht berekenen via verhouding bassin overdekt en openlucht aan de hand van normen overdekt per 100 m2 bassin en normen openlucht per 100 m2 bassin.
12) zwemparadijs: een zwemparadijs is vaak onderdeel van een andere voorziening, zoals een vakantiepark. Van deze functie kunnen alleen globale normen worden opgenomen. Bij het toepassen van deze cijfers moet een forse marge in acht worden genomen.
13) bioscoop: 1 zitplaats is circa 3 m bvo. Bij bioscopen moet voor parkeren rekening worden gehouden met een eventuele overlap tussen twee voorstellingen (+ 40%). Gegeven kengetallen betreffen de drukste voorstelling op de drukste dag van de drukste maand.
14) camping: exclusief 10% voor gasten van bezoekers.
15) hotel, café/bar/cafetaria en restaurant: terrasruimte dient te worden meegenomen bij de omvang van de functie. De parkeerbehoefte van deze functie is namelijk in sterke mate afhankelijk van het aantal zitplaatsen en van het autogebruik van de bezoekers.
16) verpleeg- en verzorgingstehuis: normen zijn inclusief parkeren voor personeel.
17) K&R kinderdagverblijven: exclusief Kiss & Ride. Berekening Kiss & Ride parkeerplaatsen = aantal kinderen x % kinderen dat met de auto wordt gebracht x 0,2. (indicatief: 50% - 80% wordt met de auto gebracht)
18) K&R basisschool: exclusief Kiss & Ride. Berekening Kiss & Ride parkeerplaatsen = aantal kinderen x % kinderen dat met de auto wordt gebracht x 0,3 (indicatief: 20% – 60% wordt met de auto gebracht).
19) Avondonderwijs of vrijetijdsonderwijs: bezoekers zijn studenten en overig is personeel.
Bijlage E - Lijst met parkeernormen fiets
De parkeernormen zijn gebaseerd op het gemiddelde van de bandbreedte in de CROW- fietsparkeerkencijfers uit de publicatie ‘Fietsparkeerkencijfers 2025’. Indien CROW nieuwe fietsparkeerkencijfers publiceert, gelden deze kencijfers als basis voor de fietsparkeernormen.
Functies met een verwijzing hebben onder de tabel een aanvullende toelichting staan.
Bij eenheid staat de afkorting ‘pp’ voor een fietsparkeerplaats / stallingsplaats. De afkorting ‘bvo’ staat voor het Bruto-vloeroppervlak. Het Bruto-vloeroppervlakte is het vloeroppervlak van de buitenomtrek van een ruimte of gebouw incl. gevels, bouwmuren, ramen etc. Inpandig gebouwde parkeervoorzieningen maken geen deel uit van het bvo. Voor winkels is het bruto-vloeroppervlak gemiddeld 1,25 maal het winkelvloeroppervlak. Zie NEN 2580 voor verdere informatie.
winkelfuncties
centrum
schil centrum
rest bebouwde kom
buitengebied
aandeel
bezoekers
eenheid
bouwmarkt
n.v.t.
0,5
0,4
0,3
87%
fpp per 100 m² bvo
tuincentrum
n.v.t.
0,5
0,4
0,3
89%
fpp per 100 m² bvo
groencentrum
n.v.t.
0,5
0,4
0,3
89%
fpp per 100 m² bvo
bruin- en witgoedzaken
0,4
0,4
0,3
0,3
92%
fpp per 100 m² bvo
woonwarenhuis (zeer groot)
n.v.t.
n.v.t.
0,3
0,3
95%
fpp per 100 m² bvo
kringloopwinkel
n.v.t.
2,5
1,6
1,3
89%
fpp per 100 m² bvo
woonwarenhuis/woonwinkel
0,4
0,4
0,3
0,3
91%
fpp per 100 m² bvo
meubelboulevard/woonboulevard
n.v.t.
0,5
0,4
n.v.t.
93%
fpp per 100 m² bvo
winkelboulevard
n.v.t.
0,5
0,4
n.v.t.
94%
fpp per 100 m² bvo
outletcentrum
n.v.t.
0,5
0,4
0,2
94%
fpp per 100 m² bvo
buurtwinkelcentrum en dorps(winkel)centrum
3,4
3,6
3,0
n.v.t.
72%
fpp per 100 m² bvo
buurtsupermarkt
3,7
2,7
2,1
n.v.t.
89%
fpp per 100 m² bvo
fullservice supermarkt
5,4
4,1
3,5
n.v.t.
93%
fpp per 100 m² bvo
grote supermarkt (XL)
5,4
4,1
3,5
n.v.t.
84%
fpp per 100 m² bvo
groothandel specialist (bijvoorbeeld levensmiddelen, kantoorartikelen)
n.v.t.
1,7
1,4
n.v.t.
80%
fpp per 100 m² bvo
groothandel algemeen
n.v.t.
1,7
1,4
n.v.t.
80%
fpp per 100 m² bvo
weekmarkt
3,6
3,4
3,0
n.v.t.
85%
fpp per 100 m² bvo
werkfuncties
centrum
schil centrum
rest bebouwde kom
buitengebied
aandeel bezoekers
eenheid
kantoren (zonder baliefunctie)
1,7
1,2
1,1
0,8
5%
fpp per 100 m² bvo
commerciële dienstverlening (kantoren met baliefunctie)
3,0
2,1
1,4
1,1
20%
fpp per 100 m² bvo
bedrijf arbeidsintensief/
bezoekersextensief (industrie, laboratorium, werkplaats)
1,4
1,1
0,9
0,9
5%
fpp per 100 m² bvo
bedrijf arbeidsextensief/
bezoekersextensief (loods, opslag, transportbedrijf)
0,6
0,5
0,4
0,3
5%
fpp per 100 m² bvo
bedrijfsverzamelgebouw
1,2
0,9
0,8
0,7
5%
fpp per 100 m² bvo
cultuur en ontspanning
centrum
schil centrum
rest bebouwde kom
buitengebied
aandeel bezoekers
eenheid
bowlingcentrum
4,5
3,2
2,6
2,5
89%
fpp per baan
biljart-/snookercentrum
2,5
1,9
1,6
1,2
87%
fpp per tafel
fitnessstudio/sportschool
5,9
3,7
3,0
2,0
87%
fpp per 100 m² bvo
fitnesscentrum
5,9
3,7
3,0
2,0
90%
fpp per 100 m² bvo
dansstudio
5,9
3,7
3,0
2,0
93%
fpp per 100 m² bvo
golfbaan (18 holes)
n.v.t.
n.v.t.
17,5
17,5
98%
fpp per 18 holes
golfoefencentrum (pitch and putt)
n.v.t.
n.v.t.
17,5
17,5
93%
fpp per centrum
sporthal
5,5
3,9
3,0
2,5
96%
fpp per 100 m² bvo
sportzaal
6,7
3,9
2,7
2,1
94%
fpp per 100 m² bvo
sportveld
57,5
57,5
57,5
57,5
95%
fpp per ha netto terrein
stadion
0,2
0,2
0,2
n.v.t.
99%
fpp per zitplaats
kunstijsbaan (kleiner dan 400 meter)
3,1
2,5
2,1
1,8
98%
fpp per 100 m² bvo
kunstijsbaan (400 meter)
n.v.t.
3,9
3,4
3,1
98%
fpp per 100 m² bvo
ski- en snowboardhal
n.v.t.
n.v.t.
3,5
n.v.t.
98%
fpp per 100 m² bvo
indoorspeeltuin (kinderspeelhal), gemiddeld en kleiner
1,5
1,5
1,0
0,6
97%
fpp per 100 m² bvo
indoorspeeltuin (kinderspeelhal), groot
1,5
1,5
1,0
0,6
98%
fpp per 100 m² bvo
indoorspeeltuin (kinderspeelhal), zeer groot
1,5
1,5
1,0
0,6
98%
fpp per 100 m² bvo
tennishal
0,8
0,6
0,5
0,5
87%
fpp per 100 m² bvo
padelhal
1,6
1,2
1,0
1,0
87%
fpp per 100 m² bvo
squashhal
5,1
3,4
3,0
2,5
84%
fpp per 100 m² bvo
zwembad overdekt
n.v.t.
26,0
20,0
12,5
97%
fpp per 100 m² bassin
zwembad openlucht
n.v.t.
34,0
28,0
20,5
99%
fpp per 100 m² bassin
zwemparadijs
n.v.t.
n.v.t.
9,5
9,5
99%
fpp per 100 m² bvo
wellnesscentrum (thermen, kuurcentrum, beautycentrum)
n.v.t.
n.v.t.
4,0
4,0
99%
fpp per 100 m² bvo
sauna, hammam
5,5
4,0
4,0
4,0
99%
fpp per 100 m² bvo
bibliotheek
4,0
4,0
3,3
2,6
97%
fpp per 100 m² bvo
museum
1,7
1,3
0,9
n.v.t.
95%
fpp per 100 m² bvo
bioscoop
9,0
7,5
3,5
1,7
94%
fpp per 100 m² bvo
filmtheater/filmhuis
9,0
7,5
3,5
1,7
97%
fpp per 100 m² bvo
theater/schouwburg
26,0
20,5
17,5
12,0
87%
fpp per 100 m² bvo
Musicaltheater
26,0
20,5
17,5
12,0
86%
fpp per 100 m² bvo
Casino
2,0
2,0
1,7
1,7
86%
fpp per 100 m² bvo
Volkstuin
n.v.t.
1,9
1,8
1,6
100%
fpp per 10 tuinen
attractie- en pretpark
n.v.t.
n.v.t.
10,8
10,8
99%
fpp per ha netto terrein
Dierenpark
10,8
10,8
10,8
10,8
99%
fpp per ha netto terrein
Jachthaven
0,2
0,2
0,2
0,2
nb
fpp per ligplaats
manege (paardenhouderij)
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
0,6
90%
fpp per box
kinderboerderij (stadsboerderij)
12,5
12,5
12,5
12,5
97%
fpp per boerderij
plantentuin (botanische tuin)
n.v.t.
19,7
14,1
11,0
99%
fpp per tuin
horeca en (verblijfs)recreatie
centrum
schil centrum
rest bebouwde kom
buitengebied
aandeel bezoek
eenheid
bungalowpark (huisjescomplex)
n.v.t.
n.v.t.
0,2
0,2
91%
fpp per bungalow
camping (kampeerterrein)
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
0,2
90%
fpp per standplaats
1* hotel
2,0
2,0
2,0
2,0
77%
fpp per 10 kamers
2* hotel
2,0
2,0
2,0
2,0
80%
fpp per 10 kamers
3* hotel
2,0
2,0
2,0
2,0
77%
fpp per 10 kamers
4* hotel
2,0
2,0
2,0
2,0
73%
fpp per 10 kamers
5* hotel
2,0
2,0
2,0
2,0
65%
fpp per 10 kamers
discotheek
12,5
12,5
10,0
5,5
99%
fpp per 100 m² bvo
café/bar/cafetaria
11,5
11,5
11,5
n.v.t.
90%
fpp per 100 m² bvo
restaurant (inclusief fastfoodrestaurant)
11,5
11,5
6,5
n.v.t.
80%
fpp per 100 m² bvo
evenementenhal/beursgebouw/
congresgebouw
1,0
1,0
1,0
99%
fpp per 100 m² bvo
gezondheidszorg en (sociale) voorzieningen
centrum
schil centrum
rest bebouwde kom
buitengebied
aandeel bezoek
eenheid
huisartsenpraktijk (-centrum)
1,4
1,4
1,1
0,5
57%
fpp per behandelkamer
fysiotherapiepraktijk (-centrum)
1,4
1,4
1,1
0,5
57%
fpp per behandelkamer
consultatiebureau
1,4
1,4
1,1
0,5
50%
fpp per behandelkamer
gezondheidscentrum
1,4
1,4
1,1
0,5
55%
fpp per behandelkamer
consultatiebureau voor ouderen
1,4
1,4
1,1
0,5
38%
fpp per behandelkamer
tandartsenpraktijk (-centrum)
2,7
2,7
2,4
1,9
47%
fpp per behandelkamer
apotheek
7,0
7,0
7,0
n.v.t.
45%
fpp per apotheek
ziekenhuis
1,1
1,0
1,0
0,8
29%
fpp per 100 m² bvo
crematorium
n.v.t.
n.v.t.
6,5
6,5
99%
fpp per gelijktijdige plechtigheid
begraafplaats
n.v.t.
n.v.t.
6,5
6,5
97%
fpp per gelijktijdige plechtigheid
penitentiaire inrichting
0,5
0,5
0,5
0,5
37%
fpp per 10 cellen
religiegebouw
0,4
0,4
0,4
n.v.t.
nb
fpp per zitplaats
verpleeg/verzorgingstehuis
0,6
0,6
0,8
0,8
60%
fpp per wooneenheid
functie
onderwijs
centrum
schil centrum
rest bebouwde kom
buitengebied
aandeel bezoek
eenheid
kinderdagverblijf (crèche)
1,0
1,0
0,8
0,8
0%
fpp per 100 m² bvo
basisonderwijs
11,5
11,5
11,5
11,5
48%
fpp per lokaal
middelbare school
80,0
80,0
80,0
80,0
11%
fpp per 100 leerlingen
ROC
48,0
48,0
48,0
48,0
7%
fpp per 100 leerlingen
HBO
64,0
64,0
64,0
64,0
72%
fpp per 100 studenten
universiteit
64,0
64,0
64,0
64,0
48%
fpp per 100 studenten
avondonderwijs of vrijetijdsonderwijs
3,8
3,8
3,8
3,8
95%
fpp per 10 studenten
Bijlage F – Kwaliteitsrichtlijnen stallingen fiets en scooter
Het gebruik van een stalling hangt sterk af van de kwaliteit, de bruikbaarheid en het comfort. Ook de routing binnen de stalling, de sociale veiligheid en de afmeting van de fietsparkeerplaatsen en de stabiliteit van de fiets in de aangeboden voorzieningen beïnvloeden het gebruik, evenals de (on)mogelijkheid om fietsen met bijzondere afmetingen te stallen. De Leidraad Fietsparkeren (CROW-publicatie 741), het Besluit Bouwwerken Leefomgeving (artikel 4.171 – 4.173) en Fietsparkeur gaan uitgebreid in op de kwaliteitsrichtlijnen voor fietsenstallingen. Hierna zijn de belangrijkste kwaliteitsrichtlijnen voor het ontwerpen van een stalling opgenomen.
De fiets staat op de best mogelijke locatie
Om actieve mobiliteit te stimuleren moet de fiets de eerste vervoerskeuze zijn die gebruikers tegenkomen bij vertrek en kan de fiets ten opzichte van andere vervoersmiddelen op de beste plek staan bij aankomst. In de situatie dat de fietsparkeervoorziening niet direct bij de entree geplaatst kan worden, is de voorziening eenvoudig vindbaar en bereikbaar voor alle gebruikers.
Dit kan worden bereikt door fietsparkeervoorzieningen dichter bij de entree van de functie te plaatsen dan parkeervoorzieningen voor andere voertuigen. Het is belangrijk dat de fietsparkeervoorziening op een logische locatie ligt ten opzichte van de aanrijroute(s) voor fietsers. Dat betekent ook dat fietsers zo min mogelijk moeten omlopen om van- en naar de fietsparkeervoorziening te komen. Met name bij bezoekersfuncties draagt een goede zichtbaarheid en herkenbaarheid van de voorziening bij aan het gebruik. Ook kan met duidelijke bewegwijzering op de loop- en fietsroutes van- en naar de voorziening het gebruik worden gestimuleerd.
Een eenvoudig toegankelijke voorziening voor alle doelgroepen
Fietsparkeervoorzieningen zijn voor alle mogelijke gebruikers zeer eenvoudig en veilig toegankelijk. Fietsparkeervoorzieningen voor bezoekers en voor bakfietsen of aangepaste fietsen (voor mindervaliden) zijn altijd op maaiveldniveau. Ook voor vaste gebruikers zijn fietsparkeervoorzieningen in principe op maaiveldniveau, zeker als de specifieke doelgroep anders geen of weinig gebruik zal maken van de voorziening (bijvoorbeeld ouderen). Waar het overbruggen van een hoogteverschil met een fiets onvermijdelijk is, is het belangrijk dat dit zo comfortabel mogelijk wordt ingericht.
In de praktijk is het overbruggen van een hoogteverschil altijd oncomfortabel met de fiets. Daarom is het belangrijk dat een eventuele hellingbaan of fietstrap voldoende breed is en niet te steil. Bij een fietstrap zijn fietsgoten met de juiste afmetingen aanwezig, eventueel voorzien van elektrische ondersteuning om het gebruik van de fietstrap te vereenvoudigen. Leidraad fietsparkeren van CROW bevat uitgebreide informatie over maatvoering en ontwerprichtlijnen voor fietsparkeervoorzieningen. In de opsomming hierna zijn de belangrijkste opgenomen.
Een ander aandachtspunt voor ontwerp is het aantal deuren, de draairichting en het type deur dat wordt toegepast bij afgesloten fietsparkeervoorzieningen. Deuren zorgen namelijk voor een drempel en vertragen het stallingsproces. Deze vertraging kan worden verminderd door zo min mogelijk deuren toe te passen, deuren met de juiste draairichting te plaatsen of gebruik te maken van een automatische toegangsdeur. Deuren zijn met name een aandachtspunt onder- en bovenaan een fietstrap of hellingbaan.
Verder is het voor een veilige toegang van belang dat bij alle fietsparkeervoorzieningen een veilige plek is om op- en af te kunnen stappen.
De belangrijkste richtlijnen voor een goed toegankelijke en bruikbare fietsenstalling zijn:
1Vanuit de openbare ruimte is de toegang van de stalling duidelijk zichtbaar en herkenbaar, gezien vanaf de aanrijroute richting bestemming(en).
2De stalling heeft bij voorkeur een voetgangersuitgang in de richting van de eindbestemming.
3De afstand mag maximaal ca. 75 meter zijn van de stalling tot de hoofd-/ neven-/personeelsingang van de bestemmingen en/of functies waarvoor de stalling is bestemd.
4De toegang vanaf de weg naar een stalling op lager of hoger niveau is goed en comfortabel te gebruiken voor alle fietsen en scooters; dus ook voor zware fietsen, elektrische fietsen en fietsen met afwijkende maten (kratten, brede sturen, brede banden, lange fietsen, etc.).
5Het hellingspercentage van een hellingbaan is maximaal 22%; een trap heeft ideaal een hellingspercentage van 18%, met een aantrede van 500 mm en een optrede van 90 mm of met een aantrede van 600 mm en een optrede van 100 mm. Naast een trap horen fietsgoten, bij voorkeur aan beide zijden.
6Voor een stalling waar ook scooters, bakfietsen en andere zware fietsen in gestald worden kan geen trap worden toegepast. Het hellingpercentage moet zodanig zijn dat het hoogteverschil door bakfietsen, elektrische fietsen en scooters zonder ondersteuning overbrugd kan worden. Voor de hellingspercentages wordt verwezen naar CROW Leidraad fietsparkeren 2023.
7Een gebruiker moet de toegang van een stalling gemakkelijk kunnen openen: automatisch, met een eenvoudig te bedienen drukknop of chipkaartlezer.
Passende, kwalitatieve fietsparkeervoorzieningen voor iedereen
De fietsparkeervoorziening is passend bij de doelgroepen die gebruik maken van de fietsparkeervoorziening en het type fiets dat deze doelgroep gebruikt. Dat betekent in de eerste plaats dat de fietsparkeervoorzieningen voldoen aan het kwaliteitsniveau gesteld door Fietsparkeur. Ook is het type fietsparkeervoorziening afgestemd op de doelgroep en worden indien nodig meerdere soorten voorzieningen toegepast. Zodat bijvoorbeeld rekening wordt gehouden met voldoende, passende voorzieningen voor buitenmodelfietsen.
Bij het ontwerpen van de fietsparkeervoorzieningen op de doelgroepen is het belangrijk om twee vragen te stellen: wie gaat hier mogelijk stallen en is het realistisch dat zij met genoegen gebruik gaan maken van deze fietsparkeervoorziening. Voor ouderen, kinderen en gebruikers van zware fietsen is een etagerek bijvoorbeeld geen optie. En bij gezinnen, scholen of winkels is de kans groot dat er plek nodig is voor fietsen met krat voorop of een bakfiets. Daar moeten passende voorzieningen voor worden gerealiseerd. Indien bij gezamenlijke fietsparkeervoorzieningen voor bewoners etagerekken worden toegepast, is het wenselijk om de plekken te nummeren en te koppelen aan een woning. Zo worden de gunstige plekken onderin eerlijk verdeeld. Hierbij is per woning tenminste één van de plekken onderin beschikbaar. Naast de etagerekken dient er ook ruimte te zijn voor fietsen met andere maten.
In sommige situaties zijn aanvullende voorzieningen nodig om fietsgebruik goed te faciliteren, zoals stroompunten of kluisjes voor het opladen van accu’s van elektrische fietsen (en scooters) in een gemeenschappelijke fietsparkeervoorziening. Bij zakelijke functies neemt de aanwezigheid van omkleedmogelijkheid en/of douches een drempel weg voor werknemers om met de fiets van en naar werk te gaan.
Een ander belangrijk aandachtspunt bij het ontwerp van de fietsparkeervoorziening is de verwachte parkeerduur van de doelgroep. Met name voor kortparkeerders (< 60 minuten) mag de actie van de fiets in het rek plaatsen hooguit enkele seconden in beslag nemen, voordat zij het hinderlijk vinden. Voor veel bezoekers is bovenin een etagerek parkeren dus geen (aantrekkelijke) optie. Op de website van Stichting Fietsparkeur staat de laatste versie van het normstellende document met geschikte systemen. Deze website bevat een keuzewijzer waarmee de juiste fietsparkeervoorziening geselecteerd kan worden voor een specifieke situatie en doelgroep.
De belangrijkste richtlijnen voor een goede inrichting en goed bruikbare fietsenstalling zijn:
1De stalling moet logisch en overzichtelijk zijn ingedeeld.
2Binnen en vanuit de fietsenstalling naar de bijbehorende bestemming is een logische, snelle en eenvoudige routing. Bij voorkeur kan men vanuit de stalling rechtstreeks (liefst binnendoor) doorlopen naar de bestemming, zonder terug te hoeven lopen door de stalling.
3De sociale veiligheid wordt gewaarborgd door een overzichtelijke inrichting, goede verlichting en bij voorkeur daglichttoetreding. Als een stalling openbaar toegankelijk is kan (camera)toezicht of bewaking overwogen worden.
4Gebruikers moeten elkaar in de verkeersruimtes van de stalling kunnen passeren.
5Stallingssystemen voor fietsen moeten voldoen aan de eisen van Fietsparkeur of zijn gelijkwaardig daaraan, met een hart op hart afstand van minimaal 400 mm.
6De minimale vrije hoogte in een gebouwde stalling is 2900 mm om dubbellaags rekken te kunnen plaatsen. Bij gebouwen voor kinderen kan dit 2300 mm zijn, want dubbellaags rekken zijn ongeschikt voor kinderen.
7De hart-op-hart afstand tussen twee fietsparkeerplaatsen bij een stallingssysteem op gelijk niveau is minimaal 800 mm breed;
8De hart-op-hart-afstand tussen twee fietsparkeerplaatsen bij een hoog/laag fietsparkeersysteem is minimaal 400 mm breed voor zowel onder- als bovenlaag; De gangpaden in de stalling zijn minimaal 2100 mm breed en een hoofdgang is minimaal 3000 mm breed, zowel voor fiets als scooter;
9Een parkeersysteem waarin naast standaardfietsen ook fietsen passen met veel voorkomende afwijkende maten, heeft de voorkeur. Dan passen nagenoeg alle fietsen probleemloos op elke stallingsplek, ook die met een krat, bagagedrager vóór, breed stuur, brede banden, etc. Een andere mogelijkheid is een apart parkeervak, waarin afwijkende maten fietsen op hun standaard kunnen worden gestald.
10De stalling biedt oplaadmogelijkheden voor elektrische tweewielers.
11De netto-afmetingen van een scooterparkeerplek in een gebouwde stalling zijn minimaal 750 mm breed x 1800 mm lang.
Een aantrekkelijke en sociaal veilige fietsparkeervoorziening
De inrichting en locatie van fietsparkeervoorzieningen is zodanig dat de sociale veiligheid van stallers is gewaarborgd. De sociale veiligheid kan worden bevorderd door te zorgen voor een goed overzichtelijke, verlichte, schone en onderhouden fietsparkeervoorziening.
Een aantrekkelijke en sociaal veilige fietsparkeervoorziening komt niet alleen voort uit een kwalitatief hoogstaand ontwerp. Even belangrijk zijn adequate afspraken over schoonmaak, beheer en onderhoud. Kapotte verlichting dient snel te worden vervangen en een defecte automatische toegangsdeur moet zo snel mogelijk worden gerepareerd.
Of een fietsparkeervoorziening aantrekkelijk en sociaal veilig wordt gevonden, hangt ook af van de locatie en de doelgroep. Voor bezoekers die lang op een plek stallen heeft een afgesloten, of ten minste een overdekte voorziening vaak de voorkeur. Ook is het van belang dat de route in de stalling logisch en prettig is, bijvoorbeeld door doodlopende paden en verborgen hoeken te voorkomen. Evengoed speelt de route van en naar de fietsparkeervoorziening een rol bij hoe gebruikers de voorziening ervaren. Daarom is ook de directe omgeving van de fietsparkeervoorziening bij voorkeur goed verlicht, overzichtelijk en schoon.
Indien de fietsparkeervoorziening enige vorm van toezicht of bewaking geniet, kan het bevorderlijk werken voor het veiligheidsgevoel om dit buiten de fietsparkeervoorziening zichtbaar en duidelijk aan te gegeven.
Bijlage G – Begrippenlijst
Aanwezigheidspercentages: aan de hand van de aanwezigheidspercentages kan worden bepaald welk aandeel van de parkeerplaatsen op verschillende momenten door verschillende doelgroepen kan worden benut.
Bruto-vloeroppervlakte (BVO): Het Bruto-vloeroppervlakte is het vloeroppervlak van de buitenomtrek van een ruimte of gebouw incl. gevels, bouwmuren, ramen etc. Inpandig gebouwde parkeervoorzieningen maken geen deel uit van het bvo. Zie NEN 2580 voor verdere informatie. Het bruto vloeroppervlak (BVO) is het totale bruto vloeroppervlak achter de voordeur wat nodig is voor de functie.
Dubbelgebruik: het beoordelen of parkeerplaatsen door meer dan één doelgroep op verschillende momenten kunnen worden gebruikt. Bijvoorbeeld gebruik door kantoorbezoekers overdag en 's avonds door bewoners.
Initiatiefnemer: de bouwer, ontwikkelaar en/of eigenaar van de grond of opstallen door wie of namens wie de aanvraag om een omgevingsvergunning voor een bouwontwikkeling is ingediend.
Ontwikkeling: een ontwikkeling waarvoor een aanvraag om een omgevingsvergunning ingediend moet worden. Het kan gaan over het plaatsen, geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen, veranderen of vergroten van een gebouw.
Openbare parkeerplaats: een parkeerplaats die openbaar zich in de openbare ruimte bevindt is en voor een ieder vrij toegankelijk is.
Openbaar toegankelijke parkeerplaats: een parkeerplaats die niet per definitie openbaar is, maar wel voor een ieder vrij toegankelijk is.
Parkeerbehoefte: de vraag naar het aantal parkeerplaatsen dat een bepaalde functie met een bepaalde omvang heeft.
Parkeerdruk: de parkeerdruk betreft de bezetting van de parkeerplaatsen afgezet tegen het totaal aantal beschikbare parkeerplaatsen. In Leeuwarden wordt gesproken van een hoge parkeerdruk indien deze in het openbaar gebied op straat 90% of meer bedraagt.
Parkeereis: het aantal parkeerplaatsen dat conform de parkeerbehoefte, na de toets dubbelgebruik, in het plangebied gerealiseerd moet worden.
Parkeerkencijfers: ontwerpcijfers (vaak afkomstig uit CROW-publicaties) die verkeerskundigen gebruiken bij het berekenen van de parkeervraag.
Parkeernormen: Parkeernormen (auto en fiets) zijn vastgesteld gemeentelijk beleid dat aangeeft hoeveel parkeerplaatsen bij een ontwikkeling, met een verandering in de parkeerbehoefte, gerealiseerd moeten worden. De parkeernormen zijn gerelateerd aan de gebruiksfuncties van deze ontwikkelingen.
Restcapaciteit: het aantal parkeerplaatsen dat op het maatgevende moment onbezet is. Er is sprake van restcapaciteit indien de parkeerdruk in het openbaar gebied voor straat parkeren onder de 90% is.