Aanhef
De raad van de gemeente Lansingerland;
gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van de gemeente Lansingerland 17 december 2025, BR2500072;
gelet artikelen 147 lid 1, 216, 219, 229 eerste lid, onderdeel a en b van de Gemeentewet en artikel 15.33 van de Wet Milieubeheer;
besluit de volgende verordening vast te stellen de:
Verordening op de heffing en invordering van afvalstoffenheffing gemeente Lansingerland 2026
Artikel 1 Begripsomschrijving
Deze verordening verstaat onder:
a.gebruik maken: gebruik maken in de zin van artikel 15.33 Wet milieubeheer.
b.onvermijdbaar medisch afval: incontinentiemateriaal, materiaal gebruikt door nierdialyse patiënten of stoma materiaal als gevolg van een chronische ziekte of handicap.
c.reductieregeling: Reductieregeling onvermijdbaar medisch afval gemeente Lansingerland
Artikel 2 Aard van de belasting en belastbaar feit
1Onder de naam ‘afvalstoffenheffing’ wordt een directe belasting geheven als bedoeld in artikel 15.33 van de Wet milieubeheer.
2De afvalstoffenheffing bedoeld in deze verordening wordt geheven ter zake van het gebruik maken van een perceel ten aanzien waarvan krachtens de artikelen 10.21 en 10.22 van de Wet milieubeheer een verplichting tot het inzamelen van huishoudelijke afvalstoffen geldt.
3Onverminderd het bepaalde in het tweede lid wordt de belasting ook geheven voor het aanbieden ter lediging van een 140-liter of een 240-liter minicontainer voor restafval.
4Onverminderd het bepaalde in het tweede en derde lid wordt de belasting ook geheven voor het ontgrendelen van een inzamelcontainer met behulp van een aan de woning toegewezen middel voor het aanbieden van een afvalzak.
5Onverminderd het bepaalde in het tweede, derde of vierde lid wordt de belasting ook geheven voor het op verzoek op een afgesproken plaats ophalen van afvalstoffen, afkomstig van huishoudens in de gemeente Lansingerland.
6Onverminderd het bepaalde in het tweede, derde, vierde of vijfde lid, wordt de belasting ook geheven voor het vervangen van een afvalpas.
Artikel 3 Voorwerp van de belasting
1Voorwerp van de belasting is een perceel.
2Als perceel wordt aangemerkt:
a.de onroerende zaak, bedoeld in artikel 16, onder a, c, d en f, van de Wet waardering onroerende zaken;
b.de roerende zaak, welke duurzaam een aan plaats gebonden is;
c.een gedeelte van een in onderdeel b bedoelde roerende zaak dat blijkens zijn indeling is bestemd om als afzonderlijk geheel te worden gebruikt;
d.een samenstel van twee of meer in onderdeel b bedoelde roerende zaken of in onderdeel c bedoelde gedeelten daarvan die bij dezelfde belastingplichtige in gebruik zijn en die, naar de omstandigheden beoordeeld, bij elkaar behoren;
e.het binnen de gemeente gelegen deel van de in onderdeel b bedoelde roerende zaak, van een in onderdeel c bedoeld gedeelte daarvan of van een in onderdeel d bedoeld samenstel.
Artikel 4 Belastingplicht
De belasting wordt geheven van degene die al dan niet krachtens eigendom, bezit, beperkt recht of persoonlijk recht gebruik maakt van een perceel.
Artikel 5 Maatstaf van heffing en belastingtarief
De belasting wordt geheven naar de maatstaven en tarieven opgenomen in de bij deze verordening behorende tarieventabel.
Artikel 6 Belastingjaar
Voor de belastingen, bedoeld in artikel 2, tweede derde en vierde lid is het belastingjaar is gelijk aan het kalenderjaar.
Artikel 7 Wijze van heffing
De belasting wordt bij wege van aanslag geheven.
Artikel 8 Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar tijdsgelang
1De belasting bedoeld in hoofdstuk 1.1 van de tarieventabel is verschuldigd bij het begin van het belastingjaar of, zo dit later is, bij de aanvang van de belastingplicht.
2Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar aanvangt, is de belasting bedoeld in hoofdstuk 1.1 van de tarieventabel verschuldigd voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde belasting als er in dat jaar, na de aanvang van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven.
3Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar eindigt, bestaat aanspraak op ontheffing van de belasting bedoeld in hoofdstuk 1.1 van de tarieventabel voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde belasting als er in dat jaar, na het einde van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven.
4Het tweede en derde lid zijn niet van toepassing indien de belastingplichtige binnen de gemeente verhuist en aldaar een ander perceel in gebruik neemt.
5De belastingen bedoeld in hoofdstuk 1.2 en 1.3 van de tarieventabel zijn verschuldigd na het einde van het belastingjaar.
6De belasting, als bedoeld in artikel 2, vijfde lid, is verschuldigd bij de aanvang van de dienstverlening.
7De belasting bedoeld in artikel 2, zesde lid is verschuldigd bij de vervanging van de milieupas.
8Voor de toepassing van de bepalingen in het derde lid, wordt het totaal van op één aanslagbiljet verenigde verschuldigde bedragen aangemerkt als één belastingbedrag.
Artikel 9 Termijnen van betaling
1In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moet de aanslag worden betaald uiterlijk drie maanden na de dagtekening van het aanslagbiljet.
2In afwijking van het eerste lid geldt dat, zolang de verschuldigde bedragen door middel van automatische incasso kunnen worden afgeschreven de aanslagen moeten worden betaald in tien gelijke termijnen. De eerste termijn vervalt één maand na de dagtekening van het aanslagbiljet en elk van de volgende termijnen telkens een maand later.
3De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in lid 1 en 2 van dit artikel gestelde termijnen.
Artikel 10 Inwerkingtreding
1De Verordening afvalstoffenheffing 2025 wordt ingetrokken met ingang van de in het derde lid genoemde datum van ingang van heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan.
2Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag na die van bekendmaking.
3De datum van ingang van heffing is 1 januari 2026.
Artikel 11 Citeertitel
Deze verordening kan worden aangehaald als "Verordening afvalstoffenheffing Lansingerland 2026".
Tarieventabel behorende bij de Verordening afvalstoffenheffing 2026.
Hoofdstuk 1.1 Maatstaf en tarief afvalstoffenheffing
1.1
De belasting bedraagt per perceel, per belastingjaar
€ 281,99
Hoofdstuk 1.2 Maatstaven en overige tarieven afvalstoffenheffing voor een minicontainer
1.2
Onverminderd het bepaalde in hoofdstuk 1.1 bedraagt de belasting per lediging van:
1.2.1
een minicontainer van 140 liter, bestemd voor restafval
€ 4,88
1.2.2
een minicontainer van 240 liter, bestemd voor restafval
€ 8,36
1.2.3
indien er sprake is van onvermijdbaar medisch afval wordt op verzoek, overeenkomstig de reductieregeling, het aantal ledigingen van een minicontainer dat aan het perceel wordt toegekend, gereduceerd tot maximaal 11 ledigingen
Hoofdstuk 1.3 Maatstaven en overige tarieven afvalstoffenheffing voor een verzamelcontainer
1.3
Onverminderd het bepaalde in hoofdstuk 1.1 bedraagt de belasting per ontgrendeling van een verzamelcontainer:
1.3.1
met behulp van een afvalpas
€ 2,09
1.3.2
indien er sprake is van onvermijdbaar medisch afval wordt op verzoek, overeenkomstig de reductieregeling, het aantal ontgrendeling dat aan het perceel wordt toegerekend, gereduceerd tot maximaal 38 ontgrendelingen
Hoofdstuk 2 Maatstaven en overige tarieven afvalstoffenheffing
2.1
De belasting voor het op aanvraag inzamelen van grove huishoudelijke afvalstoffen bedraagt per aanvraag.
€ 30,00
2.2
De belasting voor het vervangen van een milieupas bedraagt per vervanging.
€ 12,50
2.3
Artikel 2.2 van deze tarieventabel is niet van toepassing binnen 2 maanden na ingebruikname van een perceel.