Gemeentelijke regelgeving

Uitvoerings- en handhavingsbeleid 2024-2027 gemeente Lansingerland

Gemeente Lansingerland · geldt sinds 30 april 2024

3 Doelstellingen en uitgangspunten

3.5 Matrix met toezichtstaken

3.5.1 Prioritering vergunninggericht toezicht

Toezicht op de omgevingsvergunningen met de activiteit bouwen kent geen grote afwijkingen tussen de risicoanalyse en de prioritering vanuit de sessies met de gemeenteraad en de ambtelijke organisatie. Waar het gaat om grote bouwwerken met een maatschappelijke functie of bouwwerken waar veel mensen in samen komen hebben deze een hoge prioriteit. De Omgevingswet en de Wkb brengen hierin de komende jaren nog weinig verandering, aangezien het hier voornamelijk gevolgklasse 2 bouwwerken zijn.

Wkb: technische toets gevolgklasse 1

De invoering van de Wkb zorgt ervoor dat een deel van de controles in het onderstaande overzicht niet meer bij de gemeente ligt. Zoals al eerder aangehaald in dit beleidsdocument wordt een onderscheid (“knip”) gemaakt tussen de technische toetsing en de ruimtelijke toetsing. De technische toets van bouwwerken die vallen onder gevolgklasse 1 gaan over naar de marktpartijen en zal de kwaliteitsborger toezien op deze kwaliteit.

De ruimtelijke toets vindt voornamelijk aan de voorkant van het proces plaats door de vergunningverleners.

Bij gevolgklasse 2 en 3 bouwwerken blijft de gemeente wel de volledige toetsing (technisch en ruimtelijk) uitvoeren.

Uit de impactanalyse Wkb bleek dat de toezichtactiviteiten van de gemeente voor dit type bouwwerken in het verleden al beperkt waren op basis van de eerder vastgestelde prioritering. Ook vraagt het om andere taken van de medewerkers, waardoor er sprake is van een verschuiving van taken en niet zozeer een vermindering qua personele inzet.

Toezicht op meldingsplichtige bouwactiviteiten waarbij een kwaliteitsborger is ingeschakeld zijn beperkt en zullen zich vooral richten op de locatiespecifieke aspecten. Reguliere controles op een bouwproject zullen plaatsvinden op basis van de voor dat project afgegeven omgevingsplanactiviteiten vergunning.

De gemeente kan op afspraak, maar ook onaangekondigd, bezoeken afleggen tijdens de bouw. Daarbij wordt vooral gelet op de uitvoering van het (controle)systeem dat is toegepast en indien nodig wordt ook controle van de daadwerkelijke uitvoering van de bouw uitgevoerd. Ook dit zal vooral plaatsvinden waar er locatie-specifieke risico’s spelen, of waar op basis van een formulier strijdigheid Bbl het bevoegd gezag wordt gevraagd een afwijking te gaan handhaven of te gaan gedogen.

Vergunningvrije bouwwerken c.q. Omgevingsplanactiviteiten

De gemeente bepaalt in het Omgevingsplan welke activiteiten omgevingsvergunningvrij zijn. Daarnaast zorgen de Omgevingswet en de Wkb voor wijzigingen ten aanzien van het aantal vergunningvrije bouwactiviteiten. Ook hier moeten we eerst kijken naar de knip tussen bouwtechnische en ruimtelijke toets. Bij beide activiteiten is een aantal activiteiten vrijgesteld van de vergunningplicht.

De vergunningplicht voor de technische bouwactiviteit is gebaseerd op artikel 5.1 lid 2 Omgevingswet. De vergunningplichtige bouwactiviteiten worden aangewezen in het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl). In artikel 2.27 Bbl staan de uitzonderingen van deze vergunningplicht. Hierin staan de bouwactiviteiten waarvoor die vergunningplicht voor de technische toets niet geldt, bijvoorbeeld voor een dakkapel.

In het Bbl staat ook bijvoorbeeld dat een bouwwerk niet vergunningvrij is, als het hoger wordt dan 5 meter, is voorzien van een tweede bouwlaag en niet op de grond staat. Dat betekent dat een bouwwerk lager dan 5 meter, zonder tweede bouwlaag, op de grond, dus wel vergunningvrij is. Of vervolgens voor die bouwactiviteit een vergunning nodig is, hangt weer af of die activiteit valt onder gevolgklasse 1 (art. 2.27 lid 1a)

Een vergunningvrije bouwactiviteit betekent niet dat de overige technische voorschriften uit het Bbl niet van toepassing zijn. De initiatiefnemer, de aannemer of ontwikkelaar moet daar bij de bouw dus nog wel degelijk rekening mee houden. En bij geconstateerde strijdigheden houdt de gemeente hier ook de bevoegdheid om handhavend op te treden bij overtreding van deze wettelijke voorschriften uit het Bbl.

Ruimtelijke toetsing

Aan de andere kant van de knip bevindt zich de ruimtelijke toetsing voor de gevolgklasse 1 bouwwerken op basis van de vergunning voor de omgevingsplanactiviteit (art 5.1. lid 1 Ow). Voor dit onderdeel geldt ook dat er enkele ruimtelijke bouwmogelijkheden zijn die door het Rijk als vergunningsvrij zijn bestempeld. Dit is opgenomen in paragraaf 2.3.3 van het Bbl. De overige vergunningvrije ruimtelijke bouwmogelijkheden zijn via de bruidsschat in het Omgevingsplan van de gemeente Lansingerland terecht gekomen. Dit betreft het voormalige artikel 2 lid 3 en artikel 3 van bijlage II Bor.

Bruidsschat

De van het Rijk overgedragen taken worden vooralsnog rechtstreeks overgenomen. Het gaat bij deze bruidsschat om regels die vooral een lokaal effect hebben (bijvoorbeeld geluid of het eisen van een opstelplaats voor een blusvoertuig). Aangezien dit een beleidsarm document is en de huidige toezicht- en handhavingstaken als uitgangspunt worden genomen, is er geen aanleiding om nu grote wijzigingen door te voeren. Al eerder is aangegeven dat het dynamische uitgangspunt van dit document ertoe kan leiden dat dit op een later moment aangepast wordt, bijvoorbeeld met de aanpassing van het Omgevingsplan.

Voor zover nog controle van toepassing is (als ze niet vergunningvrij zijn) hebben de kleine verbouwingen zoals dakkapellen, bijbehorende bouwwerken en dakopbouwen gelet op hun lage risico een lage prioriteit. Het gaat hierbij nog voornamelijk om de controle van de ruimtelijke uitvoering conform eisen van welstand en locatie in het omgevingsplan. Maar ook hier zijn er soms weer specifieke aspecten zoals de geluidsoverlast die warmtepompen veroorzaken, waardoor alertheid gevraagd wordt.

Ruimtelijke Omgevingsplanactiviteiten

Deze activiteit is onder de Omgevingswet belangrijk, omdat in heel veel gevallen de Omgevingsplanactiviteit aan de orde is bij initiatieven die bouwtechnisch vergunningvrij of meldingsplichtig zijn. Buitenplanse Omgevingsplanactiviteiten hebben daarbij een hogere prioriteit dan binnenplanse omgevingsplanactiviteiten.

Slopen en asbest

Bij sloopwerkzaamheden houden we steekproefsgewijs toezicht als wordt opgegeven dat geen sprake is van asbest. Hierbij geven we prioriteit aan de grotere sloopwerkzaamheden in de kernen. Dit in verband met omgevingsveiligheid en mogelijke hinder.

Controle op sloop(meldingen) en het verwijderen van asbest heeft gelet op het risico op de omgeving en het risico op de volksgezondheid een hoog risico.

Deze taak is al sinds 2019 gemandateerd aan de DCMR. De DCMR doet dit eveneens risicogericht. Dit is een wettelijke verplichting en valt onder het basistakenpakket van de Omgevingsdienst op basis van de Omgevingswet.

Aanleggen

Dit betreft het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde. Veel aanlegvergunningen in Lansingerland hebben te maken met het leggen van kabels en (communicatie)leidingen. Toezicht op aanleggen heeft een lage prioriteit en baseren we op de zwaarte van de gestelde voorwaarden in de vergunning. Waar mogelijk controleren we dit periodiek/geclusterd, waarbij we letten op grote afwijkingen van de in de vergunning gestelde voorwaarden (met name in geval van mogelijk ernstige natuurschade).

Monumenten

De gemeente Lansingerland kent een beperkt aantal monumenten. Juist daarom is de gemeente zuinig op het binnen de gemeente aanwezige cultureel erfgoed. Daar waar in eerdere jaren is gekozen voor een gemiddelde prioriteit, hebben we ervoor gekozen om dit aan te passen naar een hoge prioriteit. De meeste eigenaren van monumenten zijn zich goed bewust van de monumentale waarde van hun pand en zij streven naar het behoud daarvan. In de gevallen waarin het toch mis zou gaan, ontstaat er een onomkeerbare situatie en is bijvoorbeeld bij sloop van een monumentaal deel, dit ook echt weg en kan het niet meer worden teruggebracht in oude staat. We controleren vergunningplichtige bouwactiviteiten bij Monumenten met een gemiddelde tot hoge prioriteit. Hierbij ligt de nadruk bij de controle op het toezien of de toegepaste materialen (naast de uitvoering) conform de vergunning zijn.

Kappen

Deze toezichtstaak bestaat uit het nagaan of de vergunning juist is uitgevoerd en of voldaan is aan de eventuele opgelegde vergunningvoorwaarden zoals een herplantplicht. We prioriteren deze activiteit echter laag. We houden geen regulier toezicht, maar beperken ons tot gevoelige zaken of reactief na een klacht of bestuurlijke wens.

Flora en Fauna

Periodiek toezicht op Flora en Fauna vindt plaats door de Omgevingsdienst Zuid-Holland Zuid (vanuit de taakstelling van uitvoeringsdiensten is dit wettelijk zo bepaald). Als gemeente hebben we op basis van de Wet natuurbescherming wel een handhavende plicht. De uitvoering hiervan vullen we nog nader in. Vooralsnog hanteren we alleen reactief toezicht.

Uitritten

Deze activiteit controleren we gezien de lage prioritering alleen in combinatie met Ruimtelijke Omgevingsplanactiviteiten.

Deze aanpassingen leiden tot het volgende overzichten van prioriteiten.

Vergunningsgericht handhaven (Bouw- sloopfase)

uitvoering door

Omgevingsplanactiviteit (ruimtelijke kwaliteit)

Omgevinglanactiviteit (cat I) dakkapel, uitbouw, dakopbouw, optrekken achtergevel, bijbehorende bouwwerken

laag

LL

Omgevingsplanactiviteit Wonen (cat II) Woningen vrijstaand, geschakeld, recreatiewoningen (m.n. Omgevingsplanactiviteit)

gemiddeld

LL

Omgevingsplanactiviteit Wonen (cat III) woongebouwen

hoog

LL

Omgevingsplanactiviteit Bedrijf (cat I) bijbehorende bouwwerken, agrarisch

gemiddeld

LL

Omgevingsplanactiviteit Bedrijf winkel, kantoor, bedrijf, stal, manege

hoog

LL

Omgevingsplanactiviteit Publiek (maatschappelijke gebouwen, (kinder)dagverblijven, scholen, zorginstellingen, logiesgebouwen, sportcomplex e.d.)

hoog

LL

Omgevingsplanactiviteit Bouwwerken geen gebouw zijnde

gemiddeld

LL

Technische bouwactiviteit (gevolgklasse 2)

Bouwtechnische regels Wonen (cat III) woongebouwen, appartementen (gevolgklasse 2)

hoog

LL

Bouwtechnische regels Bedrijf, winkel, kantoor, bedrijf, stal, manege (gevolgklasse 2)

hoog

LL

Bouwtechnische regels Publiek: maatschappelijke gebouwen, (kinder)dagverblijven, scholen, zorginstellingen, sportcomplex, logiesgebouwen e.d. (gevolgklasse 2)

hoog

LL

Bouwtechnische regels Bouwwerken geen gebouw zijnde

gemiddeld

LL

Overige activiteiten

Wijziging monument in afwijking vergunning

hoog

LL

Aanleggen in afwijking vergunning (sloten, paden, wegen)

gemiddeld

LL

Kappen in afwijking vergunning (vellen houtopstanden)

laag

LL

Controle sloop inclusief veiligheid sloopterrein/omgeving

hoog

LL

Evenementen (integrale handhaving door specialisten)

Geluid / brandveiligheid / naleving vergunningvoorwaarden evenementen; categorie B & C

gemiddeld

VRR/LL

Geluid / brandveiligheid / naleving vergunningvoorwaarden evenementen;(buurt/straatfeesten) categorie A.

gemiddeld

VRR/LL

3.5.2 Prioritering Objectgericht toezicht

Het niet naleven van milieuvoorschriften heeft op basis van de risicoanalyse een hoge prioriteit. Het niet naleven van deze voorschriften kan grote gevolgen hebben, die kunnen leiden tot milieuschade en/of overlast voor de omgeving. Het toezicht op de naleving van deze milieuvoorschriften wordt uitgevoerd door de DCMR. Binnen de gemeente Lansingerland zijn er ruim 1800 bedrijven die in meer of mindere mate milieuvoorschriften dienen na te leven. Met name de zwaardere bedrijven, als het gaat om milieubelasting, dienen jaarlijks te worden gecontroleerd. Deze taak heeft dan ook een hoge prioriteit gekregen. In het jaarlijkse werkprogramma van DCMR is vastgelegd welke type bedrijven meer en welke bedrijven minder intensief worden gecontroleerd.

Milieu: Bal en lokaal maatwerk in Omgevingsplan

De invoering van de Omgevingswet en de bijbehorende AMvB’s leidt ook tot wijzigingen van de milieuwetgeving. Daar waar eerder de Wet Milieubeheer en het Activiteitenbesluit golden, zijn nu voornamelijk de Omgevingswet en het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) van toepassing. Hierin zijn landelijke regels opgenomen. Dit zijn vooral ondergrenzen voor bepaalde milieubelastende activiteiten die landelijk gelden. Dit wordt ook wel het mengpaneel genoemd, want een deel van de zaken kan lokaal geregeld worden in het Omgevingsplan. Zo kan waar nodig maatwerk worden toegepast en kan rekening gehouden worden met de activiteiten van het betreffende bedrijf. Met het mengpaneel kunnen voor diverse milieubelastende activiteiten zwaardere of lichtere eisen worden gesteld.

Verder wordt het begrip “inrichting” losgelaten en wordt nu puur gekeken naar “activiteiten”. Dit sluit ook aan bij de termen die elders in de Omgevingswet worden gebruikt. Voor de bestaande bedrijven zal er op dit moment niet veel veranderen, maar in geval van nieuwe bedrijven of nieuwe activiteiten zullen de nieuwe regels van toepassing worden.

De regels die moeten worden opgenomen in het Omgevingsplan worden voorbereid met DCMR als uitvoerende organisatie. De DCMR houdt toezicht op milieugerelateerde werkzaamheden en zij heeft hiervoor beleid opgesteld dat jaarlijks vertaald wordt in een werkplan. Hierdoor zijn deze taken met hun prioritering ook buiten dit beleid gelaten.

Bij bouwwerkzaamheden houden we integraal toezicht met de DCMR. Zij beschikken over de meeste informatie ten aanzien van melding, toezicht en handhaving van de bedrijven en hun milieubelastende activiteiten. De milieubelastende activiteiten waarop toezicht wordt gehouden door met name de DCMR zullen niet veranderen. Alleen de wettelijk grondslag is veranderd.

Brandveiligheid

De VRR houdt toezicht op brandveilig gebruik. Jaarlijks stellen we samen met de VRR een integraal handhavingsprogramma op van categorieën waar hetzij de VRR, hetzij we gezamenlijk integraal toezicht houden. Door het vervallen van de vergunningplicht voor brandveilig gebruik, komt het onder de Omgevingswet nog meer aan op de controle van het daadwerkelijke gebruik, in plaats van vooraf in een vergunning eisen te stellen over dit gebruik. Het handhavingsbeleid op het gebied van brandveiligheid ziet met name op het voorkomen van slachtoffers, en minder op het voorkomen van schade. Dit laatste is meer een rol voor de verzekeraars. Het niet hebben van een brandblusser bijvoorbeeld kan meer schade veroorzaken, maar heeft weinig effect op slachtoffers. Deze taak heeft dan ook een lage prioriteit. Anders is het als het gaat om het blokkeren van vluchtwegen en nooduitgangen. Hierdoor heeft deze taak ook een hoge prioriteit. Ook een hoge prioriteit heeft het overschrijden van het maximaal aantal toegestane personen. Vluchtwegen en deuren zijn in een gebouw afgestemd op het aantal personen dat in dat gebouw aanwezig mogen zijn. Het overschrijden van het aantal personen in een gebouw betekent bij een calamiteit een langere ontruimingstijd. Dit kan veel slachtoffers tot gevolg hebben. De VRR voert met name objectgerichte controles uit (in mandaat) en stelt hiervoor in afstemming met de gemeente separaat een jaarlijks werkprogramma op (IHP).

Objectgericht handhaven (gebruiksfase)

Bouwen en Woning

Overtreden voorschriften duurzaam gebruik Bbl

Laag

LL

Brandweer

Ontbreken melding brandveilig gebruik

hoog

VRR

Overtreden voorschriften melding brandveilig gebruik

hoog

VRR

Ontbreken vereiste documenten, logboeken en certificaten

gemiddeld

VRR

Defecte transparant en noodverlichting

gemiddeld

VRR

Ontbreken of defecte blusmiddelen

laag

VRR

Blokkeren, afsluiten of defecte vluchtroutes/NU

hoog

VRR

Defecte rook-/brandscheidingen/sprinkler/ontruiming/BMI/RWA

hoog

VRR

Overschrijden maximaal aantal personen

hoog

VRR

Horeca-inrichtingen & evenementen

Naleving geluidsnormen Bal of Omgevingsplan

hoog

DCMR

Geluid/ brandveiligheid / naleving algemene regels evenementen; (buurt/straatfeesten) meldingsplichting

gemiddeld

LL/DCMR/VRR

3.5.3 Prioritering Themagericht toezicht

Het themagericht toezicht kent in totaal 20 te onderscheiden taken binnen het omgevingsrecht. Hiervan zijn er 6 hoog geprioriteerd. Voor het team Omgevingsrecht betreft dit de taken: Het in strijd gebruiken van een woonbestemming, overbevolking van woningen (eventueel door arbeidsmigranten), ondermijning en het illegaal wijzigen van een monument.

Gebiedsgericht handhaven

Bouwen en Wonen

Strijdig gebruik woonbestemming (illegale activiteiten)

hoog

LL

Strijd met kantoor/detailhandel/bedrijf/ horeca/maatschappelijke bestemming

gemiddeld

LL

Strijd met verkeers-/groen/bestemming en aanleggen

gemiddeld

LL

Strijd met voorschriften bouwen/gebruik oeverzone

gemiddeld

LL

Strijdig gebruik kassen

gemiddeld

LL

Staat van bestaande gebouwen en bouwwerken

gemiddeld

LL

Illegaal aan-/uit-/bijgebouw, dakkapel, gevelwijziging voorzijde

gemiddeld

LL

Illegaal aan-/uit-/bijgebouw, dakkapel, gevelwijziging achter-/zijkant

laag

LL

Illegale appartementen, woningsplitsing en kamerbewoning

hoog

LL

Zonder melding activiteit bouwen van bouwwerk in gevolgklasse 1

hoog

LL

Overbevolking van woningen en illegaal bewonen gebouwen

hoog

LL

Illegaal wijzigen monument

hoog

LL

Illegale bouwwerken geen gebouw zijnde (airco's, schotels, reclame)

laag

LL

Geluidsoverlast door warmtepompen en installaties

gemiddeld

LL

Strijd met welstandseisen

gemiddeld

LL

Ondermijning, criminaliteit in relatie tot ruimtelijke aspecten

hoog

LL

afkortingen: LL = Lansingerland, VRR = Veiligheidsregio Rotterdam Rijnmond.

Bijlage 1 Toezichtmatrix

Origineel Excel-bestand, zie T22.05569.

Origineel Excel-bestand, zie T22.05569.

Bijlage 2 Erfgoed: bevoegd gezag en regels

Erfgoed: bevoegd gezag en regels

Bevoegd gezag

In de meeste gevallen is het college van burgemeester en wethouders bevoegd gezag als het gaat om erfgoed onder de Omgevingswet. Bij overtredingen van de Erfgoed regelgeving wordt er gehandhaafd conform de Handreiking Monument en overtreding.

De minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap is bevoegd tot het handhaven van overtredingen bij rijksmonumenten. Dit is het geval bij een overtreding van een (deel van) de omgevingsvergunning die de minister als bevoegd gezag heeft verleend of waarmee de minister heeft ingestemd, of wanneer er gewerkt wordt zonder de vereiste vergunning.

De minister van Infrastructuur en Waterstaat, een andere minister of Gedeputeerde Staten kunnen ook bevoegd gezag zijn. Het gaat dan om een overtreding bij een omgevingsvergunning voor een ontgrondingsactiviteit en waarin voorschriften staan voor archeologische monumentenzorg.

De boetebevoegdheid geldt voor de algemene regels op gemeentelijk, provinciaal en rijksniveau voor cultureel erfgoed. Deze regels zijn vooral in het omgevingsplan terug te vinden.

Regels over erfgoed

In het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) staan regels ter bescherming van rijksmonumenten en werelderfgoed.

De boetebevoegdheid wordt toegekend voor het zonder of in strijd met de omgevingsvergunning verrichten van een rijksmonumentenactiviteit of voor een omgevingsplanactiviteit met betrekking tot cultureel erfgoed of werelderfgoed. Ook kan het gaan om het overtreden van de zorgplicht.

Deze regels staan in artikel 18.13 van de Omgevingswet.

De maximale strafmaat is de 5e categorie. Binnen de bandbreedte van het boetetarief tot een maximum van € 82.000 kan het bevoegd gezag zelf voorzien in beleidsregels over tarieven voor overtredingen.

Geldende tekst uit de Centrale Voorziening Decentrale Regelgeving (CVDR, open data van de overheid). Raadpleeg lokaleregelgeving.overheid.nl voor de officiële versie. Dit is geen juridisch advies.