Aanhef
Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Lansingerland;
gelet op:
-artikel 3 van de Algemene subsidieverordening Lansingerland 2018;
-titel 4.2 van de Algemene wet bestuursrecht;
gelezen het voorstel BW2600048 van team Strategie en Samenleving, domein Samenleving;
gezien de Samenlevingsvisie zoals is vastgesteld door de gemeenteraad van Lansingerland op 23 februari 2023;
overwegende dat:
-het college het wenselijk vindt om bij nadere regeling vast te stellen welke activiteiten in aanmerking komen voor subsidie in het kader van de thema’s Bestaanszekerheid, Gezondheid, Kansengelijkheid en Leefbaarheid en veilige wijken;
besluit:
Vast te stellen de Subsidieregeling Samenleving 2027-2030 gemeente Lansingerland.
Besloten is:
1De Subsidieregeling Samenleving 2027-2030 gemeente Lansingerland (T26.00271) vast te stellen en per 1 mei 2026 in werking te laten treden.
2De Subsidieregeling Sociaal Domein en Cultuur 2024 (T23.01205) per direct in te trekken.
3De Subsidieregeling Samenleving 2025 (T24.01804) per 1 januari 2027 in te trekken.
Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen
Artikel 1. Doel van de subsidieregeling
De Subsidieregeling Samenleving 2027-2030 gemeente Lansingerland is een nadere regeling op de Algemene subsidieverordening Lansingerland 2018 (ASV). Organisaties kunnen op basis van deze regeling subsidie aanvragen voor het uitvoeren van activiteiten die bijdragen aan de doelen die in de Samenlevingsvisie zijn opgenomen. Op basis van de Samenlevingsvisie draagt de gemeente bij aan vier thema’s in de samenleving: bestaanszekerheid, gezondheid, kansengelijkheid en leefbare & veilige wijken.
Artikel 2. Subsidiabele activiteiten
1Er kan subsidie worden aangevraagd voor activiteiten die bijdragen aan de vier thema’s uit de Samenlevingsvisie. Het college heeft dit vertaald naar de volgende hoofddoelen:
1Krachtige en Vitale Samenleving
2Kansrijk Opgroeien
3Grip op het leven
4Vitaal en waardig ouder worden
2Elk hoofddoel kent een aantal prioriteiten. In de hoofdstukken 2 tot en met 5 staan welke prioriteiten dit zijn, voor welke activiteiten subsidie kan worden aangevraagd en welke voorwaarden het college daaraan stelt.
3Het college vindt het belangrijk dat een aanvrager:
-de activiteiten - zeker voor jongeren - laat plaatsvinden in een rookvrije omgeving; en
-bij activiteiten zoveel mogelijk gezonde keuzes voor voeding en beweging stimuleert; en
-de zichtbaarheid en sociale acceptatie van groepen inwoners verhoogt en bijdraagt aan een inclusieve deelname aan de activiteiten.
Artikel 3. Voorwaarden voor meerjarensubsidie
1Het college kan een meerjarensubsidie verlenen voor:
-voortdurende activiteiten waarvoor het college twee of meer achtereenvolgende jaren subsidie heeft verleend; en
-waarbij bij de uitvoering van deze activiteiten minimaal 80% van de prestatieafspraken is behaald.
2Uit de aanvraag voor een meerjarensubsidie moet blijken dat deze is voor:
-activiteiten die zich richten op een wettelijke taak; en/of
-activiteiten die gekoppeld zijn aan één of meerdere prioriteiten uit de beleidsplannen; en/of
-activiteiten die gekoppeld zijn aan een ambitie/doel uit de Cultuurhuizennota.
3Een meerjarige subsidie wordt niet verleend indien:
-de subsidie voor een activiteit direct wordt vastgesteld;
-de organisatorische en/of financiële continuïteit van de aanvrager en/of de activiteiten waarvoor subsidie wordt aangevraagd onvoldoende is gewaarborgd;
-indien niet wordt voldaan aan de voorwaarden uit lid 1 en 2.
4Het college verleent een meerjarensubsidie onder de voorwaarde dat de gemeenteraad voldoende subsidiebudget ter beschikking stelt. Indien dit budget tussentijds dwingt tot (onvoorziene) bezuinigingen, kan het college bij voortzetting van de subsidie een korting toepassen.
Artikel 4. Beoordelingskader
Op deze subsidieregeling zijn de volgende kaders van toepassing:
a.het juridisch kader: de Algemene subsidieverordening Lansingerland 2018 (ASV) en de Algemene wet bestuursrecht (Awb);
b.het inhoudelijk kader: de Samenlevingsvisie met de daarbij behorende beleidsplannen Kansrijk opgroeien, Vitaal en Waardig ouder worden, Grip op het Leven, het Integraal Veiligheidsbeleid, het werkprogramma Vitaliteit, het werkprogramma tegen Huiselijk Geweld & Kindermishandeling en de Cultuurnota ‘Bruisen-binden-boeien’.
c.het financiële kader: de begroting van de jaren 2027 t/m 2030. De gemeenteraad stelt elk najaar het maximaal beschikbare subsidiebudget voor het daaropvolgende jaar vast.
Artikel 5. Algemene en specifieke voorwaarden
1Doelmatigheid en rechtmatigheid zijn twee belangrijke uitgangspunten die het college hanteert in het subsidieproces. Een subsidie is doelmatig én rechtmatig als de aanvrager én de aanvraag voldoen aan zowel de algemene, specifieke als aanvullende voorwaarden die het college stelt. Wanneer niet of onvoldoende aan de voorwaarden is voldaan, vormt dit een grond om de subsidieaanvraag (gedeeltelijk) af te wijzen.
2De algemene voorwaarden zijn:
-de aanvrager is een organisatie die rechtspersoonlijkheid bezit; en
-het doel van de organisatie is om zonder winstoogmerk producten of prestaties te leveren of activiteiten te verrichten; en
-de producten, prestaties en activiteiten zijn ten behoeve van de inwoners van de gemeente Lansingerland.
3De specifieke voorwaarden zijn:
-het moeten kunnen overleggen van een VOG: dit geldt voor zowel professionals als vrijwilligers die activiteiten uitvoeren voor (en/of betrokken zijn bij) kinderen tot 18 jaar of volwassenen met een verstandelijke beperking;
-organisaties die werken met beroepskrachten hebben de Meldcode HGKM (Huiselijk Geweld en Kindermishandeling) ingevoerd voor hun organisatie. Organisaties die werken met vrijwilligers zijn op de hoogte van deze meldcode. Zij weten hoe zij moeten handelen bij signalen van huiselijk geweld of kindermishandeling;
-indien er zorgen zijn omtrent een ongezonde en/of onveilige ontwikkeling bij kinderen tot 18 jaar, maken professionals die activiteiten uitvoeren gebruik van de verwijsindex SISA (Samenwerkings- instrument Sluitende Aanpak);
-de activiteiten van een professionele organisatie voldoen aan wet- en regelgeving die passend is bij de betreffende branche;
-de activiteiten betreffen bij voorkeur evidence-based of goed onderbouwde activiteiten;
-alle professionals en vrijwilligers beschikken over deskundigheid die gebruikelijk is in het vakgebied, met eventueel aanvullende scholingen;
-de organisatie voldoet aan de Wet normering topinkomens;
-de organisatie voldoet aan de eisen van de AVG (Algemene Verordening Gegevensbescherming) en zet zich in voor een veilige uitwisseling en verwerking van persoonsgegevens (zie bijlage 1 Dataprotocol);
-organisaties die een subsidie ontvangen melden calamiteiten bij de betreffende toezichthouder (zie bijlage 2 Calamiteitenprotocol).
4De aanvullende voorwaarden zijn gekoppeld aan de activiteiten waarvoor subsidie kan worden aangevraagd. Zie hiervoor hoofdstuk 2 t/m 5.
Artikel 6. Aanvraagtermijn
1Een aanvraag voor subsidie wordt uiterlijk 1 juli voorafgaand aan het jaar of de jaren waarop de aanvraag betrekking heeft ingediend via de website van de gemeente Lansingerland.
2Aanvragen die na 1 juli worden ingediend kan het college buiten behandeling stellen.
3Het college kan in uitzonderlijke gevallen uitstel verlenen voor het indienen van de aanvraag, nadat een aanvrager hier vóór 1 juli schriftelijk om heeft verzocht.
Artikel 7. Vereisten aan de subsidieaanvraag
In aanvulling op de ASV moet de aanvraag voldoen aan de volgende vereisten:
1Een volledig ingevuld aanvraagformulier.
2Een activiteitenplan waarin de volgende onderdelen aan bod komen:
a.Aanleiding
-Aan welke vraag vanuit de samenleving komt de activiteit tegemoet.
b.Doelgroep
-Kwalitatieve omschrijving van de beoogde doelgroep.
-Kwantitatieve omschrijving van de beoogde doelgroep.
-De wijze waarop u de beoogde doelgroep bereikt.
c.Impact
-Het beoogde resultaat van de activiteit.
-Toelichting waarom deze activiteit een effectieve wijze is om het resultaat te bereiken.
-Toelichting waarom deze activiteit een efficiënte wijze is om het resultaat te bereiken.
-De impact op de samenleving die u met uw activiteit beoogt te bereiken.
d.Toelichting hoe u invulling geeft aan de aanvullende voorwaarden behorende bij de activiteit.
e.Beschrijving van de samenwerking met andere partijen in de gemeente.
f.Beschrijving van de wijze waarop uw organisatie omgaat met klachten.
g.Beschrijving van de wijze waarop u de mate van tevredenheid meet.
3Een begroting die voldoet aan onderstaande vereisten:
-Uit de begroting is op te maken uit welke componenten de kostprijs per activiteit bestaat en hoe de verdeling van deze elementen over de kostenprijs is (personele kosten, training/scholing, PR, huisvesting, etc.);
-Organisaties die meer dan € 7.500 subsidie per jaar aanvragen, voegen daarnaast een kosten- en dekkingsoverzicht van de organisatie toe.
4Voor een aanvraag voor een meerjarensubsidie ontvangt het college aanvullende documenten:
-Een meerjarenvisie met bijbehorend meerjarenplan (opgedeeld in jaren) welke aansluiten bij de doelen vanuit het gemeentelijk beleid; en
-Een sluitende meerjarenbegroting; en
-Een onderbouwing van wat de toegevoegde waarde is van een meerjarensubsidie, gekoppeld aan de te behalen impact en de doelen van het gemeentelijk beleid.
Artikel 8. Beoordeling van de subsidieaanvraag
1Het college beoordeelt de subsidieaanvraag als volgt:
a.Toets op compleetheid en juistheid
Het college toetst eerst of de subsidieaanvraag compleet en juist is ingediend. Mochten er stukken ontbreken, dan stelt het college eenmaal een termijn om de ontbrekende of juiste stukken alsnog aan te leveren. Indien het college na afloop van de termijn de gevraagde stukken niet heeft ontvangen, beoordeelt hij de aanvraag op basis van de ingeleverde stukken.
b.Inhoudelijke toets
Het college beoordeelt daarna of de aangevraagde subsidie bijdraagt aan de vier thema’s uit de Samenlevingsvisie aan de hand van de aanvraag, het ingediende activiteitenplan en het afwegingskader zoals opgenomen in artikel 10. Daarbij beoordeelt het college ook of uw aanvraag voldoet aan de algemene en specifieke voorwaarden uit artikel 5 en de aanvullende voorwaarden die horen bij de activiteit.
c.Financiële beoordeling
Voldoet de aanvraag aan de inhoudelijke toets, dan bepaalt het college de hoogte van het subsidiebedrag. Dit is mede afhankelijk van de mate waarin de aanvraag aan de gestelde voorwaarden voldoet, de uitkomst van het afwegingskader en het beschikbare subsidiebudget.
2Bij de beoordeling van de aanvragen houdt het college rekening met de diversiteit in vraag en aanbod.
Artikel 9. Beschikbaar subsidiebudget
1De gemeenteraad stelt elk jaar het beschikbare subsidiebudget per beleidsveld vast.
2Voor meerjarensubsidies geldt dat deze jaarlijks maximaal geïndexeerd kunnen worden met het door de gemeenteraad vastgestelde indexatiepercentage.
Artikel 10. Verdeling van de subsidiemiddelen
1De activiteiten uit hoofdstuk 2 tot en met 5 waarvoor subsidie is aangevraagd, worden beoordeeld op maatschappelijke en/of culturele impact en efficiëntie. Deze beoordeling gebeurt per activiteit aan de hand van een afwegingskader.
2Het afwegingskader kent de volgende functies:
-het kader bepaalt in welke mate de aanvraag bijdraagt aan het gemeentelijk beleid zoals bedoeld in artikel 4, onder b, en het realiseren van de bijbehorende doelen. Dit kan invloed hebben op de hoogte van de subsidie;
-het kader wordt gebruikt als afweging wanneer meerdere partijen een aanvraag doen voor dezelfde activiteit, maar waarvoor slechts één partij voor subsidie in aanmerking komt;
-als afweging indien er bij een bepaald hoofddoel te weinig financiële middelen beschikbaar zijn om alle aangevraagde subsidies toe te kennen.
3Het afwegingskader bestaat uit de volgende elementen:
a.De mate waarin de activiteit een bijdrage levert aan minimaal één van de maatschappelijke en/of culturele doelen uit het gemeentelijk beleid en de resultaten hiervan ook zichtbaar worden gemaakt.
b.De mate van samenwerking met lokale organisaties, inwoners en andere maatschappelijke en/of culturele partners in Lansingerland waarbij er gestreefd wordt naar een samenhangende aanpak.
c.De mate waarin de activiteiten een duurzame preventieve werking hebben en/of inzet van maatwerk voorkomen.
d.De mate van bereik van de activiteit (verschillende doelgroepen, spreiding over kernen en aantal deelnemers, nieuwe deelnemers etc.).
e.De mate waarin rekening wordt gehouden met diversiteit, inclusie en cultuursensitiviteit.
4Op elk element kan maximaal 10 punten gescoord worden, in totaal maximaal 50 punten.
De verdeling van punten is als volgt:
Maatschappelijke en/of culturele impact en efficiëntie van de activiteit
Score in punten
Voldoet uitstekend aan het beschreven element, heeft verrassend veel meerwaarde voor de gemeente en is onderscheidend
10
Voldoet goed aan het beschreven element en heeft veel meerwaarde voor de gemeente
7
De activiteit voldoet voldoende aan het beschreven element en heeft voldoende meerwaarde voor de gemeente
5
De activiteit voldoet matig aan het beschreven element en heeft beperkte meerwaarde voor de gemeente
3
De activiteit voldoet niet aan het beschreven element en heeft geen meerwaarde
0
5Bij activiteiten waarvoor slechts één organisatie in aanmerking kan komen voor subsidie, kent het college de subsidie toe aan de aanvrager met de hoogste score.
6Wanneer de puntenverdeling tot gevolg heeft dat meerdere aanvragers voor eenzelfde activiteit een gelijk aantal punten scoren, past het college deze volgorde toe om te bepalen welke aanvrager voor subsidie in aanmerking komt:
-De hoogste score op element c telt het zwaarst;
-Vervolgens telt de hoogste score op element a het zwaarst;
-Dan telt de hoogste score op element d het zwaarst;
-Daarna telt de hoogste score op element b het zwaarst;
-Tot slot telt de hoogste score op element e het zwaarst.
7Indien na toepassing van het vorige lid nog steeds een gelijke rangschikking bestaat, dan wordt door loting bepaald welke aanvrager voor de subsidie in aanmerking komt.
Artikel 11. Weigering van de (meerjaren)subsidie
In aanvulling op artikel 11 van de ASV kan het college de subsidie (deels) weigeren als:
a.de verstrekte gegevens en bescheiden onvoldoende zijn om de aanvraag te kunnen beoordelen;
b.deze wordt aangevraagd voor een activiteit die op grond van deze regeling niet subsidiabel is;
c.de activiteit onder een andere specifieke subsidieregeling van de gemeente Lansingerland hoort;
d.naar het oordeel van het college sprake is van een activiteit waarin al op andere financiële wijze is of wordt voorzien;
e.de activiteit in totaal nul punten scoort op maatschappelijke en/of culturele impact en efficiëntie, zoals bedoeld in artikel 10 lid 4;
f.er naar oordeel van het college in de gemeente Lansingerland al voldoende aanbod is dat in de vraag voorziet;
g.er sprake is van belangenverstrengeling en/of commercieel belang;
h.uit de financiële beoordeling van de aanvraag blijkt dat de aangevraagde subsidie hoger is dan hetgeen noodzakelijk is voor de uitvoering van de activiteit;
i.er naar oordeel van het college onvoldoende aangetoond is dat het verlenen van een meerjarensubsidie van toegevoegde waarde is;
j.voor dezelfde activiteit al een meerjarensubsidie is verleend;
k.het door de gemeenteraad beschikbaar gestelde subsidiebudget volledig benut is.
Artikel 12. Beslistermijn
1Het college neemt binnen 13 weken nadat de gemeenteraad de begroting heeft vastgesteld een besluit op de aanvraag.
2Het college kan deze termijn met maximaal acht weken verlengen en stelt de aanvrager hiervan op de hoogte.
3Het college neemt op een aanvraag voor subsidie tot en met € 7.500 direct een besluit tot vaststelling van de subsidie.
Artikel 13. Betaling
De betaling van de subsidie is als volgt ingedeeld:
-een subsidie tot en met € 7.500: in één keer;
-een subsidie van € 7.501 tot en met € 50.000: in twee termijnen per jaar;
-een subsidie van meer dan € 50.000: in vier termijnen per jaar.
Artikel 14. Inlichtingenplicht en tussentijds verantwoorden
1De subsidieontvanger informeert het college gedurende het subsidiejaar over relevante ontwikkelingen die invloed (kunnen) hebben op de uitvoering van de activiteit(en).
2Subsidieontvangers die een subsidie tussen € 7.500 en € 50.000 dienen twee keer per jaar een tussentijdse verantwoording in.
3Subsidieontvangers die meer dan € 50.000 ontvangen dienen maximaal vier keer per jaar een tussentijdse verantwoording in. Bij de verleningsbeschikking wordt bepaald welke frequentie van toepassing is.
Artikel 15. Aanvraag tot vaststelling
1Een aanvraag tot vaststelling van de subsidie wordt uiterlijk 1 juni van het jaar na het jaar waarin de gesubsidieerde activiteiten zijn verricht ingediend via de website van de gemeente Lansingerland.
2In aanvulling op artikel 17 van de ASV, bestaat de aanvraag tot vaststelling ook uit:
-een rapportage over de uitvoering, resultaten, effecten en impact van de activiteit(en); en
-een verslag waaruit blijkt hoe de subsidieontvanger terugkijkt op de uitvoering van de activiteit(en) en (eventueel) aanleiding ziet om verbeteringen door te voeren.
3In afwijking van artikel 18, lid 3, van de ASV dient de subsidieontvanger een controleverklaring in over de besteding van de subsidie.
4Subsidieontvangers die een subsidie tot en met € 7.500 hebben ontvangen, hoeven geen aanvraag in te dienen. Die subsidie is met de verlening direct vastgesteld conform artikel 12, lid 3. De subsidieontvangers dienen vóór 1 juni van het jaar na het jaar waarin de gesubsidieerde activiteit is verricht wel een verslag in te dienen. Uit dit verslag blijkt in ieder geval dat de activiteit is verricht en of de beoogde doelgroep (zowel kwantitatief als kwalitatief) aanwezig was.
5In afwijking van artikel 19, lid 1 van de ASV, stelt het college de subsidie binnen 20 weken na 1 juni vast.
Artikel 16. Toepassing van de Wet Bibob
1Het college kan bij de behandeling van een aanvraag of bij een reeds genomen besluit een onderzoek starten in het kader van de Wet Bibob, wanneer sprake is van een omstandigheid als bedoeld in die wet en de Beleidsregels Bibob 2025 Lansingerland.
2Het onderzoek vindt plaats op de wijze zoals beschreven in de Beleidsregel Bibob 2025 Lansingerland en kan een opschortende werking hebben op de beslistermijnen genoemd in deze subsidieregeling.
3Het onderzoek kan leiden tot (gedeeltelijke) weigering van de aanvraag en/of de intrekking of wijziging van het reeds genomen subsidiebesluit.
Artikel 17. Hardheidsclausule
1Het college kan van de bepalingen uit deze subsidieregeling afwijken als daaraan vasthouden voor een subsidieaanvrager of -ontvanger gevolgen zou hebben die wegens bijzondere omstandigheden onevenredig zouden zijn tot de daarmee te dienen belangen.
2In de gevallen waarin deze regeling niet voorziet besluit het college.
Artikel 18. Inwerkingtreding en citeertitel
1Deze subsidieregeling treedt in werking op 1 mei 2026 en vervalt op 1 januari 2031.
2Deze subsidieregeling wordt aangehaald als de Subsidieregeling Samenleving 2027-2030 gemeente Lansingerland.
Bijlage 1 Dataprotocol
Overwegingen
a.De gemeente Lansingerland verstrekt aan maatschappelijke en culturele organisaties een subsidie op grond van de Subsidieregeling Samenleving 2027-2030 gemeente Lansingerland;
b.Deze subsidie zal door deze organisaties besteed worden aan het uitvoeren van de activiteit(en) waarvoor het college aan hun subsidie verleend heeft.
Afspraken
1Indien organisaties bij de uitvoering van de activiteit(en) persoonsgegevens verwerken doen zij dit in overeenstemming met de geldende privacyregelgeving, waaronder de AVG en de Uitvoeringswet AVG (UAVG).
2De organisatie is verantwoordelijk voor alle eigen verwerkingen van de persoonsgegevens tot en met de verstrekking van de persoonsgegevens aan de gemeente, indien dat nodig is in het kader van de uitvoering van de Subsidieregeling Samenleving 2027-2030 gemeente Lansingerland en titel 4.2 van de Algemene wet bestuursrecht. De organisatie is tevens verantwoordelijk ten aanzien van de verwerkingen die in zijn opdracht worden verricht.
3De organisatie houdt de persoonsgegevens geheim en zal alle nodige maatregelen treffen om geheimhouding van de persoonsgegevens te verzekeren. De organisatie zal de verplichting tot het voldoen aan de geldende privacyregelgeving en de geheimhouding tevens opleggen aan alle door haar ingeschakelde Derden en de personen die voor haar werkzaam zijn en toegang krijgen tot de persoonsgegevens.
4De organisatie zal de persoonsgegevens uitsluitend verwerken in het kader van de uitvoering van de Subsidieregeling Samenleving 2027-2030 gemeente Lansingerland en titel 4.2 van de Algemene wet bestuursrecht. De organisatie zal de persoonsgegevens in geen geval en op geen enkele wijze, verwerken of verstrekken aan Derden voor commerciële doeleinden.
5De organisatie draagt er zorg voor dat de persoonsgegevens op geen enkele wijze buiten de EER worden verwerkt, zoals via opslag in de cloud, of door verwerking door ingeschakelde Derden vanuit een locatie buiten de EER, tenzij de gemeente daar vooraf schriftelijke toestemming voor heeft gegeven. Aan deze toestemming kan de gemeente aanvullende eisen stellen.
6De organisatie zal de persoonsgegevens passend beveiligen in overeenstemming met de geldende privacyregelgeving, waaronder artikel 32 AVG en alle toepasselijke regels en normen met betrekking tot informatiebeveiliging.
7In geval van een Beveiligingsincident waarbij persoonsgegevens zijn getroffen, informeert de organisatie de gemeente zo spoedig mogelijk en in ieder geval binnen 24 uur na ontdekking daarvan. De organisatie zal alle maatregelen treffen om de gevolgen van het Beveiligingsincident te beperken en/of een nieuw incident te voorkomen. De organisatie zal het Beveiligingsincident conform de geldende privacyregelgeving, waaronder artikel 33 en 34 AVG in overleg met de gemeente afhandelen.
8Indien de organisatie niet in overeenstemming handelt met de geldende privacyregelgeving, waaronder de AVG en UAVG of met deze bepaling, vrijwaart de organisatie de gemeente voor alle schade en kosten, inclusief mogelijke boetes, door aanspraken van Derden of handhaving door de Autoriteit Persoonsgegevens of een andere bevoegde toezichthouder.
Bijlage 2 Calamiteitenprotocol
Alle organisaties die taken uitvoeren die onder de Wmo 2015 en Jeugdwet vallen hebben de wettelijke plicht om calamiteiten te melden. De hoogte van de verstrekte subsidie en de locatie van de activiteiten spelen geen rol.
Organisaties die een subsidie ontvangen, melden de calamiteiten bij de betreffende toezichthouder
•Calamiteiten die betrekking hebben op de kwaliteit van jeugdhulp worden gemeld aan de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd via het Meldformulier Meldingen Jeugd op de website van de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd.
•Calamiteiten die betrekking hebben op de kwaliteit van overige algemene voorzieningen worden gemeld aan de GGD Haaglanden via het Meldingsformulier Wmo Toezicht op de website van de GGD Haaglanden.
Wanneer er sprake is van een verhoogd risico op agressie worden er voldoende maatregelen genomen om de risico’s zo objectief mogelijk in te schatten en de veiligheid van andere jeugdigen, personeel en de maatschappij zo goed mogelijk te waarborgen.
Calamiteiten die betrekking hebben op de kwaliteit van jeugdhulp
1Het vermoeden dat er een onnatuurlijke dood heeft plaatsgevonden.
2Ernstige mishandeling of zwaar (blijvend) letsel van een kind of jongere in de gezinssituatie waardoor acuut ingrijpen van buiten nodig is.
3Ernstige mishandeling of zwaar (blijvend) letsel van een jeugdige in een instelling door een medewerker van de instelling of een andere jeugdige.
4Ernstig geweld (zwaar letsel) tegen medewerkers van een instelling, die met jeugdigen en hun ouders/verzorgers werken, door de jeugdige of ouder/verzorger.
5Overige situaties met mogelijk grote maatschappelijke impact of onrust tot gevolg: ernstig grensoverschrijdend gedrag: fysiek, psychisch en/of seksueel grensoverschrijdend gedrag door jeugdigen, ouders, professionals of verzorgers.
6Overige situaties rond een jeugdige tot 23 jaar die (kunnen) leiden tot (landelijke/ regionale/ stedelijke) media-aandacht.
7Vermissing:
a.Jeugdige is niet binnen 24 uur teruggekeerd in de gesloten instelling en een gevaar voor zichzelf en zijn omgeving.
b.Er heeft zich een incident voorgedaan tijdens de vermissing (jeugdige is betrokken bij of slachtoffer van een (seksueel) misdrijf.
c.De jeugdige is jonger dan 13 jaar.
Calamiteiten die betrekking hebben op de kwaliteit van overige algemene voorzieningen
1Het overlijden van een cliënt.
2Het overlijden van een ander als gevolg van het handelen van een cliënt.
3Ernstig en/of blijvend lichamelijk en psychisch letsel van een cliënt of van een ander als gevolg van het handelen van een cliënt.
4Ernstig grensoverschrijdend gedrag: fysiek, psychisch en/of seksueel door en jegens cliënten, door hulpverleners, ouders of verzorgers.
5Vermissing van een cliënt:
a.Volwassene is niet binnen 24 uur teruggekeerd in een instelling en een gevaar voor zichzelf en zijn omgeving.
b.Volwassene is onverwacht verdwenen en het is onbekend waar hij/zij nu is, waarbij de afwezigheid afwijkend is ten opzichte van het normale gedrag en het in het belang van de vermiste persoon is dat deze wordt gevonden.
Fysiek, psychisch en/of seksueel grensoverschrijdend gedrag bij verstrekking van een voorziening (jegens een cliënt door een beroepskracht of een andere cliënt).