Gemeentelijke regelgeving

Standplaatsenbeleid gemeente Lansingerland 2022

Gemeente Lansingerland · geldt sinds 1 januari 2022

Deze nadere regels worden aangehaald als: Standplaatsenbeleid Lansingerland 2022.

1. Overzicht aangewezen standplaatslocaties en uitsterflocaties 2. Criteria standplaatslocaties

Bijlage 1 Overzicht standplaatslocaties en standplaatsen 2021

Locaties

Vaste plaats of anders

Afmetingen maxi-maal mogelijk

Bakken/

braden toege-

staan?

Platte-grond nr.

Uitsterf locatie

Actie

Bergschenhoek

Centrum:

Vlashoeckplein I (op de ‘brug’)

Vast

4bij 6 meter

Ja

T16.11315

Nee

Vlashoeckplein II

Vast

4bij 6 meter

Nee

T16.11315

Nee

Vlashoeckplein III

Vast

-

Nee

Uitsterf

De vaste standplaats wordt opgegeven. Er maakt al een langere tijd niemand gebruik van.

Vlashoeckplein IV

Vast

4bij 6 meter

Ja

T16.11315

Nee

Op basis van besluit college om 32 m² toe te staan zo lang huidige ondernemer er staat (zie besluit U16.14674).

Bij het stoppen van huidige ondernemer wordt het aantal m² bij een nieuwe vergunning teruggebracht tot 24 m².

Kerkstraat – Smitshoek (op het plein – bij Hervormde Kerk)

Periodiek

Oliebollen

4x 7 meter

Ja

T16.08094

Nee

Periodiek: januari tot en met oktober

Oliebollen: november en december

Berkel en Rodenrijs

Centrum:

Herenstraat I

Vast

4bij 6 meter

Ja

T19.01671

Nee

Herenstraat II

Vast

8bij 5 meter

Ja

K053-191125

Uitsterf

Wanneer huidige standplaatshouder aangeeft geen gebruik meer gaat maken/kan maken van de standplaats wordt deze standplaats opgeheven en dus niet meer vergund.

Herenstraat II wordt dan Herenstraat V waarbij de afmeting max 9 m² wordt.

Herenstraat III

Vast

8bij 3 meter

T19.01671

Uitsterf

Wanneer standplaatshouder aangeeft geen gebruik meer gaat maken/kan maken van de standplaats wordt deze standplaats opgeheven en dus niet meer vergund.

Herenstraat IV

Olie-bollen

4,5 bij 6 meter

Ja

T19.01671

Uitsterf

Het advies is om een nieuwe locatie in de nabijheid van huidige locatie te vinden die aan de gestelde voorwaarden voldoet en waarbij de standplaats een langdurig karakter krijgt.

Vanwege de herinrichting voldoet de standplaatslocatie Herenstraat IV niet meer aan de benodigde vierkante meters voor een oliebollen standplaats.

Herenstraat V

Vast

3bij 3 meter

(9 vierkante meter)

Ja

Nee

Na het vervallen van Herenstraat II wijst het college op dat moment op de plek van Herenstraat II de locatie Herenstraat V aan voor 9 vierkante meter.

Kerksingel I

vast

10bij 5 meter

Nee

T19.12041

Nee

Kerksingel II

vast

-

Nvt

T19.12041

Vervalt

De vaste standplaats wordt opgegeven. Er maakt al een langere tijd niemand gebruik van.

Westerwater II

Vast

-

Uitsterf

Wanneer standplaatshouder aangeeft geen gebruik meer gaat maken/kan maken van de standplaats wordt deze standplaats opgeheven en dus niet meer vergund

Esdoornlaan (nabij winkels)

Vast

7bij 5 meter

Ja

T13.15353

Nee

Industrieterrein Berkelse Poort (gemeentegrond)

Vast

12bij 12 meter

Ja

T13.15281

Uitsterf

Wanneer standplaatshouder aangeeft geen gebruik meer gaat maken/kan maken van de standplaats wordt deze standplaats opgeheven en dus niet meer vergund.

Randstadrail halte Rodenrijs

Vast

4bij 4,5 meter

Ja

T13.15278

Uitsterf

De vaste standplaats wordt opgegeven. Er maakt al een langere tijd niemand gebruik van.

Industrieterrein Rodenrijs (gemeentegrond)

Vast

4,5 bij 5 meter

Ja

T13.15351

Uitsterf

De vaste standplaats wordt opgegeven. Er maakt al een langere tijd niemand gebruik van.

Bleiswijk

Centrum:

Kranenburgplein 1 (lange zijde plein)

Vast

4bij 8 meter

Nee

T13.15449

Nee

Kranenburgplein 2 (lange zijde plein)

Vast

4bij 8 meter

Nee

T13.15448

Uitsterflocatie

Wanneer standplaatshouder aangeeft geen gebruik meer gaat maken/kan maken van de standplaats wordt deze standplaats opgeheven en dus niet meer vergund

Kranenburgplein 3 (korte zijde ingang plein)

Periodiek

4bij 7 meter

Ja

T13.15447

Nee

Zodra de standplaatshouder op de vaste plek aan geeft geen gebruik meer te maken/kan maken van deze vaste plek wordt er geen vergunning meer verleend voor een vaste plek. Alleen een vergunning voor een periodieke plek is dan nog mogelijk.

Wilhelminastraat - Plaats

Vast

4,5 bij 12,5 meter

Ja

T13.15451

Nee

Let op deze vergunning kan alleen afgegeven worden voor de donderdag en zaterdag.

Industrieterrein De Hoefslag - Marconistraat

Vast

4,5 bij 7,5 meter

Ja

T13.15450

Nee

Bijlage 2 Criteria standplaatslocaties

Of een locatie geschikt is als standplaatslocatie bepalen we aan de hand van een aantal criteria. Deze criteria hebben betrekking op de openbare orde en veiligheid, de bescherming van het milieu, het bestemmingsplan, redelijke eisen van welstand en overige aspecten.

Openbare orde en veiligheid

Verkeersveiligheid

Op het gebied van verkeersveiligheid kunnen standplaatsen een verkeer aantrekkende werking hebben met als gevolg een toename van de parkeerdruk en ongewenste oversteekbewegingen van voetgangers. Standplaatsen situeren we daarom zoveel mogelijk op plekken waar al voldoende parkeerruimte aanwezig is. Daarnaast kunnen standplaatsen de vrije doorgang belemmeren. Hierdoor staan we standplaatsen alleen toe wanneer een vrije en onbelemmerde doorgang van ten minste 3,5 meter (bij éénrichtingsverkeer) resp. 4,5 meter (bij tweerichtingsverkeer) gewaarborgd is.

Bij een standplaats op voetpaden/trottoirs moet een vrije doorgang van ten minste 1,5 meter vrije ruimte gewaarborgd zijn. Bovenstaande vrije doorgang geldt overigens niet voor gebieden aangeduid als ‘erf’ of ‘voetgangersgebied’; omdat op een erf voetgangers voorrang hebben en overal mogen lopen is het niet nodig om twee extra stroken van 1,5 meter te reserveren voor voetgangers/gehandicapten zoals dat in een normale straat met trottoir nodig is.

Ook moeten we voorkomen dat standplaatsen het (over)zicht voor verkeersdeelnemers belemmeren. Daarom staan we standplaatslocaties op bijvoorbeeld een hoek of kruispunt in principe niet toe. Of sprake is van dergelijke hinder beoordelen we per standplaatslocatie.

Tot slot dienen kabels, leidingen, rioolputten e.d. bereikbaar te zijn ten behoeve van onderhoud of reparatie.

Brandveiligheid

Op het gebied van Brandveiligheid moeten de locaties en kramen voldoen aan de brandveiligheids-eisen die zijn opgenomen in de vergunning. Hierbij kan gedacht worden aan een minimale afstand tot bebouwing, de aanwezigheid van blusmiddelen, het gebruik van brandbare vloeistoffen en de aanwezigheid van brandkranen en waterwinplaatsen in de omgeving van een standplaats.

Het voorkomen en/of beperken van overlast

We willen overlast van standplaatsen zoveel mogelijk voorkomen of beperken. Dat betekent concreet dat voor standplaatshouders die voorzieningen als elektra en water voor hun standplaats gebruiken, deze op een zodanige manier beschikbaar moeten zijn dat ze geen overlast veroorzaken.

Bovendien nemen we in de standplaatsvergunning voorwaarden op over het schoonhouden van de standplaats en het opruimen van afval in een straal van een aantal (minimaal 5) meter vanaf de standplaats. De standplaatshouder is zelf verantwoordelijk voor het (laten) afvoeren van bedrijfsafval. Voor het ophalen van bedrijfsmatig afval moet hij een apart contract met een afvalverwerker te sluiten.

Bescherming van het milieu

Op grond van de Wet Milieubeheer stellen we ook aan standplaatsen met bak- en braadactiviteiten milieueisen. Deze eisen betreffen in hoofdzaak de gevolgen van het bakken. Vanuit de Wet milieubeheer stellen we eisen aan de uitoefening van deze activiteiten, zoals de afstand tot bebouwing, het treffen van voorzieningen voor de vetafscheiding van het afvalwater en voor het voorkomen van stankoverlast. Dit beoordelen we van geval tot geval afhankelijk van de situatie ter plaatse.

Bestemmingsplan

Bij de beoordeling van een aanvraag voor een standplaats kijken we altijd naar de regels uit het bestemmingsplan dat ter plaatse van kracht is. Ingeval van strijd met de bestemming kunnen we de standplaatsvergunning weigeren.

In Lansingerland hebben we aan de meeste bestaande standplaatslocaties in het bestemmingsplan de bestemming ”Verkeer” toegekend. Bij de actualisatie van de bestemmingsplannen bestemmen we alle locaties (mede) voor het innemen van standplaatsen. Op de bestemmingsplankaarten geven we dan aan in welke gebieden met de bestemming “Verkeer” we standplaatsen toestaan. Voor standplaatsen die op dit moment überhaupt niet in het bestemmingsplan zijn benoemd, stellen we een overgangsregeling vast.

Redelijke eisen van welstand

Op grond van paragraaf 5.7 van de Welstandsnota van Lansingerland krijgen standplaatsen een licht welstandsniveau wanneer zij aan het eind van de dag niet geheel ontruimd worden.

De standplaatsen die aan het eind van de dag wel geheel ontruimd worden zijn welstandsvrij met excessenregeling.

Overig

Locaties met een winkel- of commerciële inrichting.

We streven ernaar om standplaatsen zo veel mogelijk te beperken tot locaties met een winkel- of commerciële inrichting en zo veel mogelijk uit woonwijken te weren.

In een rustige woonomgeving ervaren bewoners hoogstwaarschijnlijk meer overlast (zoals bijvoorbeeld geur- of geluidsoverlast en verhoging van de parkeerdruk) van een standplaats dan in een winkelstraat. Daarnaast kan een standplaats in een woonwijk het uitzicht van bewoners belemmeren en daarmee de leefbaarheid van de woonomgeving negatief beïnvloeden. Ook verkeersveiligheid speelt een belangrijke rol in een woonwijk. In woonwijken waar we standplaatsen wel toestaan, staan we deze uitsluitend toe in de directe nabijheid van een winkelgebied of –centrum. Dit aspect nemen we mee in de afweging die we in het kader van de aanpassing van de bestemmingsplannen op dit punt maken.

Parkeerlocaties

We streven ernaar om in de centra van de kernen Berkel en Rodenrijs, Bergschenhoek en Bleiswijk standplaatsen zo min mogelijk op parkeervoorzieningen te plaatsen. Reden hiervoor is dat de parkeerdruk in de centra met name in de weekenden al behoorlijk hoog is; we willen dan ook zo min mogelijk parkeerplaatsen opofferen voor de inname van standplaatsen.

Bedrijventerreinen

Gelet op het hierboven genoemde uitgangspunt is een bedrijventerrein in beginsel een geschikte locatie om een standplaats in te nemen. Bij het actualiseren van de bestemmingsplannen wijzen we deze nieuwe locaties aan. We hebben de mogelijkheid om zowel op bedrijfsterreinen in eigendom van de gemeente (openbare ruimte) als bedrijfsterreinen in eigendom van derden standplaats-vergunningen te verlenen. Voor beide soorten bedrijfsterreinen heeft een standplaatshouder namelijk een vergunning nodig. Wanneer sprake is van een bedrijventerrein in eigendom van derden, dan heeft de standplaatshouder ook een ondertekende instemming van de eigenaar nodig voordat hij standplaats kan innemen. Bij het innemen van een standplaats op particulier terrein kunnen wij geen precario heffen.

Wanneer iemand verzoekt om een standplaats in te nemen op een niet aangewezen locatie op een bedrijventerrein, dan overlegt de afdeling Vergunningverlening en Handhaving (V&H) eerst met de parkmanager, de omliggende bedrijven (onder andere over mogelijke overlast als geur, aanzien e.d.), met de afdelingen Economische en Maatschappelijke Ontwikkeling (E&MO) en Beheer en Onderhoud (B&O). Dit kan leiden tot:

-verlening van de standplaatsvergunning;

-verlening van de standplaatsvergunning, maar dan op een andere locatie dan gewenst door de aanvrager;

-weigering van de standplaatsvergunning bij overwegende bezwaren.

Omvang van de standplaats en de wijze van meten

Per standplaats bepalen we de maximale oppervlakte. Hierbij betrekken we aspecten van openbare orde en veiligheid, zoals een vrije en onbelemmerde doorgang en voldoende (over)zicht voor de verkeersdeelnemers. Ook redelijke eisen van welstand komen hierbij aan bod.

Bij het innemen van een standplaats maken we onderscheid tussen standplaatsplaatsen zonder en standplaatsen met attributen. Onder attributen verstaan we:

-een luifel;

-vlaggen;

-parasols;

-het plaatsen van (sta)tafels en stoelen binnen de contour van de standplaats;

-bak- en braadapparatuur;

-koelapparatuur;

-reclameborden;

-afvalbakken;

-aggregaat;

-ruimte voor het kopend publiek.

Deze attributen behoren tot de standplaats en nemen we mee in de meting van de oppervlakte van de standplaats. Om een standplaats met attributen trekken we dan ook een denkbeeldig vierkant of rechthoekig contour. Deze contour bepaalt de oppervlakte van de in te nemen standplaats. Uiteraard mag de maximale oppervlakte van de standplaatslocatie niet worden overschreden. Dat geldt voor zowel bestaande standplaatsen als voor nieuw aan te vragen standplaatsen.

Voor een standplaats zonder attributen baseren we de oppervlakte van de standplaats op de oppervlakte van de kraam, tafel of verkoopwagen. Deze oppervlakte vermeerderen we met een diepte van 1 meter over de volle breedte van de kraam of verkoopwagen als verkoopruimte voor de klanten van de standplaatshouder.

Luifels

Sommige standplaatshouders hebben luifels aan hun standplaats aangebracht. Uit hoofde van veiligheid moet het laagste punt van de luifels een hoogte te hebben van minimaal 2,20 meter.

Voorzieningen

Veel standplaatshouders hebben behoefte aan een elektriciteitsvoorziening op de standplaats om hun activiteiten te kunnen uitoefenen. Wij hebben een aantal standplaatsen voorzien van een aansluiting op het elektriciteitsnetwerk. De desbetreffende standplaatshouder kan tegen vergoeding van de kosten gebruik maken van deze voorziening. Wij spannen ons zo goed mogelijk in om, in het geval van bijvoorbeeld werkzaamheden aan de stroomkasten (waardoor de stroomkasten niet te gebruiken zijn), vervangende stroomvoorziening te regelen. Dit is echter geen resultaats-verplichting. De stroomvoorziening is namelijk additioneel en in beginsel is een standplaatshouder zelf verantwoordelijk voor zijn energievoorziening.

We onderscheiden drie soorten gebruik:

a.licht gebruik;

b.zwaar gebruik;

c.Krachtstroom.

Voor elke categorie geldt een apart tarief. De standplaatshouder is kosten voor het gebruik van elektra aan de gemeente verschuldigd. Deze kosten innen we gelijktijdig met de precario. Voor de hoogte van de stroomkosten haken we aan bij de indeling naar verbruik en tarieven die we ook voor de weekmarkt gebruiken.

Wanneer een standplaatshouder elektra nodig heeft om zijn activiteiten uit te kunnen oefenen en op de betreffende locatie geen voorziening aanwezig is, moet de standplaatshouder hier zelf voor zorgen. Hiertoe kunnen standplaatshouders afspraken maken met particulieren of bedrijven in de directe nabijheid. Vanzelfsprekend moet hierbij de veiligheid te worden gewaarborgd. Zo moeten stroomkabels (vanuit een winkel of woning) over straat worden afgedekt. Aggregaten om stroom op te wekken mogen worden gebruikt, tenzij er op de standplaats gemeentelijke energievoorzieningen voor handen zijn. De standplaatshouder is dan verplicht daar gebruik van te maken. Wanneer een aggregaat wordt gebruikt, zien we op grond van de Wet milieubeheer toe op de naleving van de geluidsvoorschriften ter voorkoming van overlast voor omwonenden. Een aggregaat moet fluisterstil zijn. Deze eis kan strenger zijn dan de Wet Milieubeheer of het activiteitenbesluit.

Standplaatshouders mogen niet zonder toestemming van de gemeente zelf een stroomkast plaatsen.

Wanneer een standplaatshouder voor eigen rekening en met toestemming van de gemeente een stroomvoorziening of een andere voorziening aanlegt bij zijn standplaats, gebeurt dit altijd voor zijn eigen risico en rekening. De standplaatshouder blijft verantwoordelijk voor de door hem aangelegde voorziening. In het geval een standplaats, al dan niet gedwongen, verplaatst naar een andere locatie, zijn wij niet aansprakelijk voor de door de standplaatshouder geleden schade in de vorm van verplaatsings- of vervangingskosten of restitutie van de aanlegkosten van de stroomvoorziening.

Geldende tekst uit de Centrale Voorziening Decentrale Regelgeving (CVDR, open data van de overheid). Raadpleeg lokaleregelgeving.overheid.nl voor de officiële versie. Dit is geen juridisch advies.