Gemeentelijke regelgeving

Nota verbonden partijen 2025 – 2028

Gemeente Lansingerland · geldt sinds 8 februari 2025

Aanhef

Inleiding

Aanleiding

De nota verbonden partijen 2025-2028 is een actualisatie van de nota 2021-2024. De belangrijkste veranderingen hebben betrekking op de gewijzigde Wet gemeenschappelijke regelingen. Dit gaat met name om de planning & control cyclus, de mogelijkheid tot instelling van een regionale raadsadviescommissie, de actieve informatieplicht van het bestuur van een gemeenschappelijke regeling aan gemeenteraden en zienswijzen voor het treffen van een gemeenschappelijke regeling, alsook zienswijzen voor inhoudelijke dossiers. Daarnaast bevat de bijlage een aangepaste versie van het format van de factsheets.

Beleidskader

Verbonden partijen zijn alle vennootschappen, stichtingen, verenigingen, coöperaties en gemeenschappelijke regelingen waarin de gemeente Lansingerland een bestuurlijk én een financieel belang heeft om (beleids)doelen van de gemeente te realiseren.

Als de gemeente de uitvoering van een publieke taak op afstand zet, is (volledige) directe invloed en sturing door de gemeente niet meer van toepassing. Aan de andere kant zijn verbonden partijen samenwerkingsverbanden die institutioneel en beleidsmatig geworteld zijn in de (deelnemende) gemeenten en daaraan hun taakopdracht en hun democratische legitimatie ontlenen. Dit maakt het omgaan met verbonden partijen complex. Het is een andere manier van besturen. Daarom hebben we in de nota een hoofdstuk governance opgenomen waarin we de beschikbare mogelijkheden en (extra) instrumenten beschrijven.

We houden in de nota rekening met de verschillen in verbonden partijen die gevolgen hebben voor de mate van beïnvloeding vanuit de gemeente (stemverhoudingen/verschillende type partners). Ook kan het financiële of maatschappelijke belang van een gemeente (de uitvoering is van directe invloed op inwoners en bedrijven) vragen om sterkere betrokkenheid bij de uitvoering en realisatie van de doelstellingen van een verbonden partij. Dit vraagt om maatwerk bij de inrichting van de governance van elke afzonderlijke verbonden partij.

Leeswijzer

Deze nota geeft in de eerste plaats inzicht in het (wettelijk) kader. Vervolgens geeft het afwegingskader een handvat voor het toe- en uittreden bij verbonden partijen. Daarna gaat de nota in op de vertegenwoordiging in verbonden partijen. Vervolgens besteedt de nota aandacht aan de spelregels voor governance en het uitvoeren van risicomanagement met de bestaande (wettelijke) instrumenten van informatievoorziening en aanvullende mogelijkheden om bij te dragen aan de kaderstellende, toezichthoudende en controlerende rol van de raad.

Hoofdstuk 1 Wettelijk kader

1.2 Wet gemeenschappelijke regelingen

1.2.1 Zienswijze ontwerpregeling

Naast de vereiste toestemming van de raad, maakt de nieuwe Wet gemeenschappelijke regelingen het mogelijk voor de raad om een zienswijze over het ontwerp van de regeling in te dienen. De nieuwe Wgr schrijft voor dat het college van burgemeester en wethouders het ontwerp van de regeling eerst toestuurt aan de gemeenteraad. De verplichting geldt niet voor een raadsregeling (artikel 1 lid 2). Binnen acht weken kan de gemeenteraad een zienswijze over het ontwerp van de regeling naar voren brengen. Op voorstel van de raad bereidt het college van B&W een concept-zienswijze voor, of er wordt besloten om geen zienswijze vast te stellen.

1.3 Besluit Begroting en Verantwoording (BBV)

1.3.1 Diversiteit in verbonden partijen

Verbonden partijen zijn dus alle vennootschappen, stichtingen, verenigingen, coöperaties en gemeenschappelijke regelingen waarin de gemeente Lansingerland een bestuurlijk en een financieel belang heeft. De diversiteit (aan maatschappelijke doelstellingen) en daarmee de intensiteit van sturen, beheersen, verantwoorden en toezichthouden verschilt echter sterk. Een vennootschap heeft bijvoorbeeld een andere wijze van besturen (“governance”) dan een gemeenschappelijke regeling tussen gemeenten. Ook binnen de soort verbonden partij bestaan er verschillen. Een vennootschap als Dunea richt zich op een uitvoeringstaak; de nutsvoorzieningen. De statutaire verhouding met iedere vennootschap is per definitie uniek.

De meeste verbonden partijen van de gemeente Lansingerland zijn gemeenschappelijke regelingen. Ook deze verschillen sterk in taken, uitgangspunten en vormgeving. Zo bestaat er de verplichte samenwerking voor veiligheid (VRR) en openbare gezondheid (GGD), zijn er uitvoerende taken (SVHW) belegd en vindt er op moment van schrijven gebiedsontwikkeling plaats (Bleizo) en regionale ontwikkeling (MRDH en recreatieschap Rottemeren). Ook kan een gemeenschappelijke regeling generieke taken (zoals milieu bij de DCMR) voor alle gemeenten uitvoeren en tegelijkertijd specifieke taken voor één gemeente uitvoeren. Deze worden dan bijvoorbeeld in een aparte dienstverleningsovereenkomst afgesproken.

Een overzicht van de verschillende verbonden partijen in Lansingerland is te vinden in de factsheets verbonden partijen, die de raad 3x per jaar ontvangt (zie paragraaf 4.6.1).

De vertegenwoordiging is afhankelijk van het type verbonden partij (zie 1.3).

Hoofdstuk 3 Vertegenwoordiging

3.4 Vertegenwoordiging in privaatrechtelijke verbonden partijen

3.4.1. Risico’s

Deelname aan privaatrechtelijke participaties brengt risico met zich mee. In de besluitvorming (college- en raadsvoorstellen) neemt de gemeente deze risico’s mee in haar afweging bij de keuze van een vertegenwoordiging. Deze besluitvorming vindt plaats wanneer de gemeente deelneemt aan een nieuwe verbonden partij of wanneer de bestuurlijke vertegenwoordiging in een verbonden partij wisselt na bijvoorbeeld de gemeenteraadsverkiezingen en een nieuw college van B&W plaatsneemt.

•Ongewenste belangenverstrengeling of dubbele pettenproblematiek:

Belangenverstrengeling kan optreden wanneer een gemeentelijke vertegenwoordiger in meerdere gemeentelijke rollen met een private onderneming te maken heeft. Hierbij kan gedacht worden aan de rol van vergunningverlener, van handhaver van wet- en regelgeving, van subsidieverlener of van opdrachtgever. In één of meerdere van deze relaties kunnen de wederzijdse rollen gemakkelijk door elkaar heen lopen. De eventueel hieruit voortvloeiende (schijn van) belangenverstrengeling kan negatieve consequenties hebben, niet alleen voor de persoon van de gemeentelijke vertegenwoordiger maar ook voor het bestuurlijk imago van de gemeente.

•Onheldere positie van de gemeentelijke vertegenwoordiger:

Een gemeentelijke vertegenwoordiger, tevens collegelid, heeft een eigen verantwoordelijkheid voor wat betreft het dienen van de vennootschap of de stichting als geheel, terwijl anderzijds artikel 169 Gemeentewet bepaalt dat de leden van het college tezamen en ieder afzonderlijk aan de raad verantwoording schuldig zijn (is) voor het door het college gevoerde bestuur.

•Rolconflict of belangentegenstelling:

Bij publiekrechtelijke of privaatrechtelijke deelnemingen kan sprake zijn van een belang dat strijdig kan zijn met het publieke belang dat de gemeente beoogt te dienen. Er kan dus sprake zijn van spanning of strijdigheid tussen een commissarisfunctie met zijn vennootschapsrechtelijke verplichtingen en de openbare bestuursfunctie met zijn publiekrechtelijke verplichtingen. Commissarissen zullen, ongeacht hun herkomst en ongeacht op wiens aanbeveling zij zijn benoemd, pas tot besluitvorming mogen overgaan, na een belangenafweging met uiteindelijk het belang van de onderneming als geheel voor ogen (artikel 140, 2e lid, Boek 2 BW). Hieruit volgt dat de gemeentelijke commissaris bij strijd tussen het gemeentelijk belang en het belang van de onderneming zijn besluit moet richten op het belang van de onderneming. In dat geval is het niet denkbeeldig dat hij in een politiek conflict terechtkomt met zowel zijn collega’s in het college als met de raad.

•Professionaliteit en aansprakelijkheid:

In het verleden had de functie van gemeentelijk commissaris meer een representatief karakter met weinig inhoudelijk toezicht, tegenwoordig stellen we aan de uitoefening van toezicht op en advisering aan het ondernemingsbestuur (directie) steeds hogere eisen. De commissaris (of de bestuurder) kan naast of in plaats van de vennootschap of de stichting aansprakelijk gesteld worden voor de gemaakte schulden. Commissarissen kunnen daarbij geconfronteerd worden met verschillende vormen van aansprakelijkheid. Een dergelijke aansprakelijkstelling kan enerzijds te maken hebben met het niet naar behoren vervullen van de taak van commissaris (onbehoorlijke taakvervulling) en kan anderzijds ontstaan uit onrechtmatige daad of wanprestatie door de vennootschap of de stichting. Er kan zelfs sprake zijn van hoofdelijke aansprakelijkheid voor het geheel van de door de rechtspersoon of derden geleden schade. De taak van de commissaris is dus complex en niet zonder politiek en persoonlijk risico.

•Ambtelijk vertegenwoordiger:

Oefent een ambtenaar de functie van gemeentelijk vertegenwoordiger uit, dan kan ook sprake zijn van een rolconflict in diens relatie tot enerzijds de particuliere onderneming en anderzijds de bestuurder waaraan hij ondergeschikt is en verantwoording moet afleggen. De eventuele verzekering van de aansprakelijkheid van de gemeente en de verzekering van rechtsbijstand voor de ambtenaar dient eveneens in de besluitvorming een rol te spelen.

De AVA benoemt de leden van de raad van commissarissen. Het beleid in Lansingerland is dat de AVA-vertegenwoordiger van de gemeente Lansingerland ervoor zorgt dat een commissaris een extern persoon is die geen functie binnen het gemeentelijk overheidsapparaat van de betrokken partners uitoefent en geen lid is van college of gemeenteraad. Lansingerland heeft op ambtelijk niveau de afspraak dat een ambtenaar die werkt doet voor de uitvoeringsorganisatie van een gemeenschappelijke regeling, niet de ambtenaar is die het college adviseert over deze GR.

3.4.2 Stichtingen en uitvoeringstaken

De gemeente staat bij het doorlopen van het afwegingskader voor de vraag of bestuurlijke of ambtelijke vertegenwoordiging in een stichtingsbestuur wenselijk is. Hier is niet één antwoord op te geven en er dient een afweging te zijn waarbij de gemeente rekening houdt met:

•hoe kunnen we doelen en resultaten borgen van de stichting, bijvoorbeeld in de statuten of met een (beheers)overeenkomst.

•In welke mate willen we bepaalde taken op afstand plaatsen en in welke mate is (politieke) verantwoording wenselijk.

•Welke afspraken maken we over informatievoorziening

•Wat is de toegevoegde waarde van een bestuurlijke vertegenwoordiging in stichtingsbestuur

•Ontstaat er mogelijke belangenverstrengeling bij ambtelijke vertegenwoordiging door dubbelrol van ambtenaar als lid van stichtingsbestuur en vertegenwoordiger van de gemeente

Hoofdstuk 4 Governance en risicomanagement

4.1 Governance in de praktijk

4.1.1 Betrokkenheid gemeenteraad

Gemeenteraden hebben een kaderstellende en controlerende rol bij verbonden partijen. Om de raad bij de gemeenschappelijke regelingen te betrekken, werkt de raad met raadsrapporteurs. Het doel van deze raadsrapporteurs is om de raad beter aan te haken bij deze verbonden partijen, zodat de informatievoorziening naar de raad beter loopt en de raad beter in positie is om invloed uit te oefenen. Jaarlijks evalueert de raad de rolomschrijving van de raadsrapporteur en stelt de raad de rol vast. In bijlage drie staat de rolomschrijving die op 20 juni 2024 is vastgesteld door de raad. Deze bijlage beschrijft de taken en mogelijkheden van de rapporteur. Raadsrapporteurs kunnen onder andere vooraf input bij het (ambtelijk) opstellen van zienswijzen van verbonden partijen, overleggen met de bestuurlijk portefeuillehouder en een terugkoppeling geven aan de raad bij het agendapunt actualiteiten in de commissie.

4.2 Planning- en controlcyclus

4.2.1 Begroting en jaarrekening

De nieuwe Wgr per 1 juli 2022 beoogt de invloed van de raad op de samenwerkingsverbanden te versterken en daarom zijn er in de planning- en controlcyclus van gemeenschappelijke regelingen wijzigingen doorgevoerd. De planning is als volgt :

•Het dagelijks bestuur van de gemeenschappelijke regeling dient de algemene en financiële kaders voor het begrotingsjaar uiterlijk voor 30 april aan te bieden aan de raden.

•De (concept)jaarrekening, met verslag van de accountant, moet de GR eveneens uiterlijk voor 30 april aanbieden aan de raden.

•De termijn waarbinnen de gemeenteraad een zienswijze kan indienen op de ontwerpbegroting van een samenwerkingsverband is verlengd naar 12 weken. De vastgestelde begroting van het samenwerkingsverband moet uiterlijk op 15 september toegezonden zijn aan de provincie.

4Voor een zienswijze die niet over de ontwerpbegroting gaat, geldt nog steeds een termijn van 8 weken. Artikel 1 lid 3 Wgr.

•Het Algemeen Bestuur stelt de begroting vast, nadat de deelnemende partijen (op het niveau van de gemeenteraad) een zienswijze hebben kunnen geven op de inhoud van de begroting. Het algemeen bestuur van de gemeenschappelijke regeling is niet verplicht de zienswijze over te nemen.

•Een nieuw onderdeel in de begrotingscyclus is dat het dagelijks bestuur van een gemeenschappelijke regeling de gemeenteraad schriftelijk en gemotiveerd in kennis stelt van het oordeel over de begrotingszienswijze (artikel 35 lid 4 Wgr).

Het beleid in Lansingerland is dat de gemeenteraad altijd een zienswijze indient op een begroting van een gemeenschappelijke regeling, tenzij de raad gemotiveerd besluit dit niet te doen.

In samenspraak met de griffie is jaarlijks één raadsvergadering in juni gereserveerd voor het bespreken van en besluitvorming over alle begrotingszienswijzen van verbonden partijen, zonder commissiebesprekingen vooraf.

Indexeringsbrief

Een aantal gemeenten uit de Rotterdamse regio stellen jaarlijks gezamenlijk een indexeringsbrief op voor gemeenschappelijke regelingen in de regio Rijnmond. Vanuit de (concept) Macro Economische Verkenningen worden de prijsindexen overgenomen en verwerkt in de berekening van de indexering.

Eén gemeente is penvoerder en stelt de conceptbrief op. De brief bevat een indexeringspercentage en is een advies aan de colleges van de deelnemende gemeenten. De bedoeling is dat alle gemeenten tezamen één geluid laten horen waarmee de boodschap van de brief aan kracht wint. Natuurlijk staat het elk college vrij om een eigen afwijkend inzicht te hebben en af te willen wijken van de centrale indexering. De colleges besluiten hierover. Het is vervolgens aan de gemeenschappelijke regelingen zelf of ze de voorgestelde indexering hanteren bij het opstellen van de begroting. Tot slot heeft de gemeenteraad de mogelijkheid om een zienswijze op te stellen; dit is het instrument voor de raad om kaders mee te geven over de financiën (waaronder de indexering).

Eén gemeente is penvoeder en zendt namens alle regiogemeenten deze brief aan de VRR, GGD Rotterdam-Rijnmond, Jeugdhulp Rijnmond en DCMR. Daarnaast is onder de deelnemers van het Recreatieschap Rottemeren afgesproken om aan te sluiten bij de indexeringsbrief van de gemeenten in de regio Rijnmond. Gemeente Lansingerland stuurt de indexeringsbrief zelf naar het Recreatieschap Rottemeren. Voor de MRDH wordt de indexering gevolgd uit de Kaderbrief van de gemeenten in de regio Haaglanden.

Voor private verbonden partijen is geen werkwijze voor de begroting voorgeschreven. Het beleid in Lansingerland is dat voor (nieuwe) private verbonden partijen het college zich inzet om in de statuten dan wel in een aandeelhoudersovereenkomst (of andere te sluiten overeenkomsten met de verbonden partij) vast te leggen dat de verbonden partij een begroting opmaakt, goed te keuren door de Algemene Vergadering van Aandeelhouders en uiterlijk 15 september (vergelijkbaar met de nieuwe regeling voor gemeenschappelijke regelingen) voorafgaande aan het begrotingsjaar voor te leggen aan de aandeelhouders. Ook voor verenigingen en stichtingen die zijn te kwalificeren als verbonden partij nemen we een dergelijke bepaling op. De zienswijze procedure zoals bij gemeenschappelijke regelingen geldt hier echter niet voor.

4.2.2 Rechtmatigheidsverantwoording verbonden partij

De rechtmatigheidsverantwoording is de verantwoording dat budgetten rechtmatig besteed worden, ofwel dat de organisatie handelt in lijn met (financiële) wet- en regelgeving. De verbonden partijen hebben met betrekking tot rechtmatigheid een eigenstandige verantwoordingsplicht aan de gemeente. Middels de rechtmatigheidsverantwoording in de jaarrekening verantwoorden de verbonden partijen hun uitgaven en handelen. Dit geeft inzicht voor deelnemende gemeenten in wel of niet rechtmatig handelen van de verbonden partij. Het kan voorkomen dat de rechtmatigheidsverantwoording van de gemeente beïnvloed wordt door het niet-rechtmatig handelen van een verbonden partij. Het is om die reden van belang dat gemeente monitort of er mogelijk sprake kan zijn van onrechtmatig handelen van de verbonden partij. Indien dit het geval is neemt de gemeente passende maatregelen, zodat voorkomen wordt dat (eventueel) niet-rechtmatig handelen de gemeentelijke rechtmatigheid beïnvloedt. Daarnaast is het van belang dat voor iedere verbonden partij de controlerend accountant van die verbonden partij een oordeel geeft over de getrouwheid van de rechtmatigheidsverantwoording van de verbonden partij. In bijlage vier is eenbeslisboom opgenomen; de beslisboom geeft inzicht of er sprake is van een rechtmatigheidsprobleem voor de gemeente Lansingerland.

4.2.3 Paragraaf verbonden partijen

Het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) schrijft voor dat elke jaarrekening en begroting van een gemeente een verplichte paragraaf verbonden partijen bevat die tenminste bestaat uit de volgende onderdelen:

•de visie op deze partijen in relatie tot de realisatie van doelstellingen die zijn opgenomen in het programmadeel.

•de informatie over de verbonden partij omvat in overeenstemming met het bepaalde in de BBV ten minste:

•de naam en de vestigingsplaats;

•het publiek belang dat op deze wijze wordt behartigd;

•de omvang van het belang en recente veranderingen die zich hebben voorgedaan in het belang dat de gemeente in de verbonden partij heeft;

•het eigen vermogen en het vreemd vermogen van de verbonden partij aan het begin en aan het eind van het begrotingsjaar;

•het resultaat van de verbonden partij.

In de factsheets staat uitgebreidere informatie over alle verbonden partijen (zie bijlage 2 voor het format).

4.2.4 Rekenkamers en accountantscontrole

Op grond van de Wgr kan het algemeen bestuur van een gemeenschappelijke regeling commissies van advies instellen. Het instellen van een rekeningencommissie van de MRDH is daar een voorbeeld van. Ook GR Bleizo heeft een rekeningencommissie waar raadsleden deel van uitmaken. Het algemeen bestuur van de GR stelt vervolgens een verordening op met daarin de samenstelling, taken en bevoegdheden.

Het algemeen bestuur van een GR benoemt een accountant. Het algemeen bestuur kan een controleprotocol vaststellen met nadere regels voor de uitvoering van de jaarlijkse accountants-controle. De inhoudelijke uitvoering van de accountantscontrole wordt bepaald vanuit de geldende richtlijnen voor de accountant. Dat betekent ook dat door de controlerend accountant een oordeel moet worden gegeven over de getrouwheid van de rechtmatigheidsverantwoording van de verbonden partij. Indien de gemeenschappelijke regeling in mandaat handelt in plaats van via een deelnemersbijdrage, zal het college de activiteiten verantwoorden in de rechtmatigheidsverantwoording van de gemeente.

4.3 Informatie- en verantwoordingsplicht

4.3.1 Publieke verbonden partijen: gemeenschappelijke regelingen

Het college heeft een actieve informatieplicht aan de raad. De leden van het algemeen bestuur van een gemeenschappelijke regeling vertegenwoordigen de gemeente en leggen in de beleidsvorming en uitvoering verantwoording af aan de gemeenteraad die hen heeft aangewezen. Dit geldt zowel bij raadsregelingen, gemengde regelingen als ook bij college- of burgemeestersregelingen.

In de Wgr is expliciet vastgelegd (artikel 19a Wgr) een algemene informatieplicht van het dagelijks bestuur aan het algemeen bestuur. Deze informatie is openbaar en ook voor gemeenteraden opvraagbaar, eventueel onder oplegging van geheimhouding door de raad (zie artikel 16, lid 5 Wgr). De raad kan met de vertegenwoordiger in het AB afspreken dat deze informatie, indien relevant, ook beschikbaar komt voor de raad.

De nieuwe Wgr geeft daarnaast aan dat er een actieve informatieplicht is van het bestuur van de gemeenschappelijke regeling aan gemeenteraden van de deelnemende gemeenten (artikel 17 lid 2 en 3). Per gemeenschappelijke regeling kunnen kaders worden vastgesteld welke informatie actief kan worden gedeeld.

Een lid van het Algemeen Bestuur van een gemeenschappelijke regeling moet uiteindelijk verantwoording afleggen over het uitgevoerde beleid in de gemeenteraad van zijn of haar deel-nemende gemeente. Die gemeenteraad kan consequenties verbinden aan die verantwoording; tot en met het opzeggen van het vertrouwen in het lid van het college dat zitting heeft in het Algemeen Bestuur (voor een raadslid dat zitting heeft in het Algemeen Bestuur geldt dat betrokkene als lid van het algemeen bestuur ontslagen kan worden; dat geldt uiteraard niet voor de positie als raadslid).

De bestuurder van een verbonden partij kan in het geval van majeure besluiten zelf overwegen om eerst de zienswijze te willen weten van de bestuursorganen van de deelnemers. Dit is een interne afspraak binnen de bestuursorganen van de deelnemende gemeente en is niet verplichtend voor de gemeenschappelijke regeling zelf (geen externe werking).

5In de GR van de MRDH is bijvoorbeeld opgenomen dat voor belangrijke besluiten (o.a. strategische agenda, werkplan) een zienswijzenprocedure moet worden gevoerd. Omdat de wet het toekennen aan de gemeenteraden van toestemmingsrecht of goedkeuringsrecht niet mogelijk maakt, is de zienswijzenprocedure de juridisch zwaarst mogelijke variant van het vooraf betrekken van de gemeenteraden bij de metropoolsamenwerking. De gemeenteraden worden dus via de bepalingen in de GR verplicht vooraf betrokken bij de besluiten.

Het beleid in Lansingerland is dat het lid van het algemeen bestuur de raad actief informeert over belangrijke (nieuwe) ontwikkelingen die van invloed zijn op het beleid en/of de financiële positie, zoals bijvoorbeeld belangrijke investeringen. In de praktijk betekent dit dat de reguliere terugkoppeling van AB-leden plaatsvindt via de betreffende commissies onder het vaste agendapunt ‘verbonden partijen”.

WOO (Wet Open Overheid)

Naast de informatieplicht zoals opgenomen in de Wgr, is ook de Wet open overheid van toepassing op de bestuursorganen van de publieke gemeenschappelijke regelingen. Dit houdt in dat er sprake is van zowel openbaarmaking van publieke informatie uit eigen beweging (Hoofdstuk 3 van de Woo) als openbaarmaking van publieke informatie op verzoek (Hoofdstuk 4 van de Woo).

GR-register

Ingevolge artikel 136 van de Wgr is het verplicht om een gemeenschappelijke regeling in het GR-register te vermelden. Dit is een digitaal overzicht met alle bestaande gemeenschappelijke regelingen in Nederland. Gemeenschappelijke regelingen zijn ingevolge artikel 26, tweede lid, van de Wgr zelf verantwoordelijk voor het aanmelden van hun gemeenschappelijke regeling bij het GR-register en ook voor het bijhouden en de kwaliteit van de gegevens over hun gemeenschappelijke regeling in het GR-register.

4.3.2 private verbonden partijen

De gemeente heeft geen formele instrumenten voor de sturing op private verbonden partijen. De inhoud van de stem wordt bepaald door het beleidskader van de gemeente of door een individueel collegebesluit dan wel raadsbesluit aangaande de inhoud van het voorstel waarover gestemd wordt. Dat geldt ook voor de vaststelling van de jaarrekening. De vertegenwoordiging in private verbonden partijen vanuit gemeenten is divers van aard. Zowel de bestuurdersrol, de toezichthoudende rol als de aandeelhoudersrol kan van toepassing zijn. Voor de bestuurdersrol geldt ook hier de eigenstandige verantwoordelijkheid, gebaseerd op de bepalingen in het Burgerlijk Wetboek en in de statuten (handelen in belang vennootschap en de daarmee verbonden onderneming en rekening houdend met de bepalingen die gelden voor bestuurdersaansprakelijkheid). Het belang van de rechtspersoon is leidend, maar de bestuurder zal het beleidskader van de organisatie namens wie hij in het bestuur zit mede als leidraad kiezen. Ook hier geldt dat hij daarvoor verantwoording aflegt aan de eigen organen (zoals college en raad). In deze situatie legt de bestuurder daarnaast verantwoording af aan de toezichthoudende organen van de verbonden partij en, in geval van een vennootschap, aan de Algemene Vergadering van Aandeelhouders.

4.5 Aanvullende instrumenten

4.5.1 Regionale onderzoekscommissie

De regionale onderzoekscommissie komt bovenop de bestaande mogelijkheid van een gemeentelijke onderzoekscommissie. De nieuwe regionale onderzoekscommissie kan onderzoek doen naar het bestuur van het samenwerkingsverband. Er kan onderzoek worden gedaan naar het handelen van het algemeen bestuur, het dagelijks bestuur, de voorzitter of een adviescommissie of bestuurscommissie bij een gemeenschappelijk openbaar lichaam. De deelnemende gemeenteraden dienen unaniem te beslissen over een regionale onderzoekscommissie. Een onderzoekscommissie kan géén onderzoek doen naar het handelen van een ingesteld bestuur, indien de gemeenteraad (mede-) deelnemer is aan de betreffende gemeenschappelijke regeling.

4.5.2 Regionale raadsadviescommissie

De nieuwe Wgr schrijft voor dat op voorstel van gemeenteraden het algemeen bestuur van een gemeenschappelijke regeling een raadsadviescommissie instelt. Alle gemeenteraden moeten instemmen met het instellen van een raadsadviescommissie; het algemeen bestuur is dan verplicht om de adviescommissie in te stellen. Een raadsadviescommissie bestaat uit leden van de deelnemende gemeenten; een gemeente kan beslissen om geen leden aan te wijzen. Het doel van de adviescommissie is om raden met elkaar te overleggen; er vindt geen besluitvorming in de adviescommissie plaats.

Afhankelijk van de raadsadviescommissie geldt een eigen geheimhoudingsplicht van informatie en bestuurlijke stukken. Deze geheimhoudingsplicht kan in bepaalde mate verschillen met de geheimhoudingsplicht van de eigen gemeenteraad. Het raadsadviescommissielid dient hier rekening mee te houden, onder andere in de terugkoppeling naar andere gemeenteraadsleden.

4.5.3 Zienswijzen

De nieuwe Wgr beschrijft de mogelijkheid om bij alle soorten onderwerpen zienswijzen op te stellen. Dit kan bijvoorbeeld gaan over kadernota’s, strategische agenda’s of meerjarenplannen. Elke gemeenschappelijke regeling dient hier een afweging in te maken en dit met bepalingen vast te leggen.

4.5.4 Evaluatie

Elke gemeenschappelijke regeling dient een aantal bepalingen te hebben over de mogelijkheid tot evaluatie van de gemeenschappelijke regeling. Er kan gekozen worden om geen periodieke evaluatie te houden, maar dan moet dit expliciet worden benoemd.

4.6 Lokale instrumenten

4.6.1 Factsheets

De factsheet is een lokaal instrument. Drie keer per jaar biedt het college de factsheets van alle verbonden partijen aan de raad ter informatie aan. Dit is tijdens de begroting, de jaarrekening en de bijzondere raadsvergadering verbonden partijen (doorgaans in juni). In de factsheets staan naast de algemene gegevens ook informatie over veranderingen die mogelijk van invloed zijn op Lansingerland. Het format van de factsheets omvat een risicoprofiel (via financiële en bestuurlijke analyse) en doelmatigheidsanalyse (hebben de verbonden partijen bijgedragen aan de realisatie van de gemeentelijke doelstellingen). In bijlage 2 is het format van de factsheet opgenomen.

4.6.2 Risicomanagement door financiële en bestuurlijke analyse

Risicomanagement is een instrument om gebruikmakend van een financiële en bestuurlijke analyse te komen tot een bepaald risicoprofiel voor een verbonden partij. Op basis van dit risicoprofiel kunnen extra kaderstellende of controlerende acties ondernomen worden of afspraken worden gemaakt over informatievoorziening. De in het schema genoemde middelen zijn niet limitatief.

In onderstaand schema is een aantal vragen gesteld voor het uitvoeren van een financiële analyse. De vragen richten zich voor dit onderdeel met name op de begrippen control en governance en daarmee op sturing, beheersing en toezicht. In het tweede schema staan vragen over de uitvoering bestuurlijke analyse waarbij ook de begrippen welwillendheid, leiderschap en vertrouwen een onderdeel zijn. De vragen zijn nadrukkelijk bedoeld als hulpmiddel voor het doen van een analyse. Het overwegend scoren van ‘laag’ leidt tot de conclusie dat de financiële analyse ook laag scoort. Omdat niet alle vragen geheel kwantificeerbaar zijn, is discussie over de scores mogelijk.

Richtlijnen

Laag

Gemiddeld

Hoog

Is het weerstandsvermogen in de verbonden partij toereikend?

Volledig

Deels

Niet

In hoeverre is de gemeente financieel aansprakelijk?

Niet

Gedeeltelijk

Volledig

Is de organisatie in staat om financieel bij te sturen?

Volledig

Deels

Niet

Is de bedrijfsvoering van de organisatie op de orde?

Ja

Gedeeltelijk

Nee

Is de kwaliteit van het risicomanagement van de organisatie op orde?

Ja

Gedeeltelijk

Nee

Omvang jaarlijkse financiële bijdrage

•Inclusief aantal onvoorziene nacalculaties

Afhankelijk van de verbonden partij, beoordeling door de business controller

Benodigd gemeentelijk weerstandsvermogen op basis van de risico’s bij de verbonden partij

Afhankelijk van de verbonden partij (zie de nota risicomanagement 2025 – 2028)

Tabel 2. Financiële analyse verbonden partijen.

Richtlijnen

Laag

Gemiddeld

Hoog

In hoeverre komt het Lansingerlandse belang overeen met het belang van de organisatie?

Volledig

Gedeeltelijk

Minimaal

Is er invloed op de samenstelling van het bestuur?

Ja

Nee

Is Lansingerland vertegenwoordigd in het bestuur?

Dagelijks bestuur

Algemeen bestuur / overig

Nee

Zijn er duidelijke afspraken over doelen te leveren prestaties en worden deze afspraken nagekomen?

Ja

Gedeeltelijk

Nee

In welke mate is er vertrouwen in het bestuur en/of directie van de verbonden partij?

Volledig

Gemiddeld

Minimaal

Zijn er duidelijke afspraken over informatievoorziening?

Ja

Gedeeltelijk

Nee

In hoeverre zijn de te leveren prestaties van invloed op de realisatie van gemeentelijke beleidsdoelstellingen?

Minimaal

Gemiddeld

Volledig

Tabel 3. Bestuurlijke analyse verbonden partijen

Tabel 4. Overzicht bestuurlijke en financiële risico’s

Bestuurlijk risico

Laag

Gemiddeld

Hoog

Financieel risico

Laag

Basispakket

Basispakket

Pluspakket

Gemiddeld

Basispakket

Basispakket

Pluspakket

Hoog

Pluspakket

Pluspakket

Risicopakket

4.6.3 Overzicht van (aanvullende) instrumenten afhankelijk van het risicoprofiel

Basispakket (laag)

Pluspakket(gemiddeld)

Risicopakket(hoog)

Kaderstellend

Zienswijze begroting

Paragraaf VP

Kaderbrief

Afspraken over aanleveren begroting niet zijnde gemeenschappelijke regelingen

Jaarlijks vaststellen aanvullende kaders en prestatie- en effect indicatoren bijvoorbeeld via kengetallen. Aanwezigheid van meerjaren-begrotingen en –doelstellingen.

Indien van toepassing: het opstellen van een dienstverleningsovereenkomst met prestaties en prijzen.

Afspraken over indexering van inwonersbijdrage.

Controlerend

Jaarstukken VP

Paragraaf VP in jaarrekening

Informatieplicht college bij GR

Extra tussentijds informatieverzoek

Bestuursrapportage

Rekeningencommissie van gemeenschappelijke regeling

Het periodiek volgen van benchmarken vergelijkbare verbonden partijen;

Een periodieke externe audit van de kwaliteit van diensten, organisatie en kostenniveau;

Certificering van werkprocessen (wordt de kwaliteit duurzaam geleverd?)

Mogelijkheid tot verzoek onderzoek doelmatigheid en doeltreffendheid VP (artikel 213a GW)

Mogelijkheid tot verzoek rekenkamer onderzoek.

Toepassen van afwegingskader of de VP nog voldoet aan de huidige eisen/omstandigheden.

Informatie-

voorziening

Factsheets

Presentatie avond (facultatief)

Standaard terugkoppeling bij agendapunt verbonden partijen op commissie vergaderingen.

Raad vooraf informeren (via lid AB) bij belangrijke besluiten van en ontwikkelingen bij verbonden partijen.

Op verzoek ambtelijke ondersteuning aan AB-raadslid of lid adviescommissie

Vooraf afgesproken rapportagemodel en overlegstructuur met verbonden partij, het toesturen van de (kwartaal)rapportages aan de raad.

Periodieke gesprekken met verbonden partij over ambities, kwaliteit, planning, projecten en inspanningen en relatiebeheer (governance). Zowel op ambtelijk als bestuurlijk niveau.

Organiseren, indien nodig, van regionaal overleg en eventueel afstemming.

Periodieke toelichting op verbonden partij van contactpersoon aan portefeuillehouder tijdens stafoverleg

Bijlage 1 Uitvoeringsdocument

Het uitvoeringsdocument bevat de werkafspraken van de ambtelijke organisatie. Lansingerland heeft een coördinator verbonden partijen en een vast contactpersoon per verbonden partij.

Rol van de coördinator verbonden partijen: advisering, coördinatie en overzicht

•Is aanspreekpunt voor de contactpersonen en de ambtelijke organisatie indien er vragen zijn van algemeen bestuurlijke aard (denk hierbij ook aan mogelijke belangenverstrengeling, geheimhoudingsplicht, advisering over toepassen afwegingskader en uittreding/liquidatie).

•De coördinator verbonden partijen stimuleert de betrokken ambtelijke contactpersonen op hun taakverantwoordelijkheid richting raad en de tijdige en volledige advisering aan bestuurders en geeft gevraagd en ongevraagd advies over verbonden partijen aan bestuur en ambtelijke organisatie. De betrokken ambtenaren weten wat er van hen wordt verwacht.

•Adviseert de coördinerend portefeuillehouder

•Heeft een overzicht van ambtelijke contactpersonen per verbonden partij.

•Informeert alle verbonden partijen over bestuurlijke vertegenwoordiging.

•Draagt zorg voor het zaakdossier in Corsa zodat informatie over verbonden partijen voor betrokken collega’s goed toegankelijk is.

•Zorgt voor actueel overzicht op de internetsite van het register verbonden partijen.

•Werkt nauw samen met de griffie.

•Coördineert het inwerkprogramma voor de nieuwe raad met betrekking tot verbonden partijen

•Houdt overzicht in het totale proces van begrotings-zienswijzen

•Stuurt aan op een eenduidige implementatie van de financiële en bestuurlijke analyse bij verbonden partijen

Rol van de ambtelijke contactpersoon verbonden partijen (accounthouder)

•De contactpersoon onderhoudt regelmatig op ambtelijk niveau contact met de verbonden partij.

•Contactpersoon is verantwoordelijk voor de verbonden partij. Hij werkt nauw samen met de business controller.

•Bieden van inhoudelijke en beleidsmatige ondersteuning aan de portefeuillehouder en in voorkomende gevallen aan college en/of raad. Regelmatig overleg met de portefeuille-houder (in stafoverleg) over de verbonden partij.

•Het in gang zetten van de noodzakelijk procedures bij de ontvangst van stukken. De contactpersoon hanteert hierbij –indien nodig en in nauwe afstemming met de griffie- het proces zienswijze verbonden partijen uit het handboek bestuurlijke processen (T24.02814).

•Indienen zienswijze op de begroting van een gemeenschappelijke regeling.

•Vult het zakendossier in corsa voor de eigen verbonden partij.

•Verantwoordelijk voor het schriftelijk kenbaar maken van de besluiten van college en/of raad aan het (algemeen) bestuur van de verbonden partij.

•Het mede opstellen van de paragraaf verbonden partijen voor de (verantwoording van de) jaarrekening en begroting.

•Het invullen van de jaarlijkse factsheets inclusief financiële en bestuurlijke analyse.

•Het invullen van de Lange Termijn Agenda voor verbonden partijen.

Taken van de portefeuillehouder van de verbonden partij

•Vertegenwoordigt de gemeente in het bestuur van de verbonden partij

•Vertegenwoordigt het gemeentelijk belang van de gemeente in het (algemeen) bestuur van de verbonden partij

•Onderhoudt op bestuurlijk niveau contacten met andere deelnemende gemeenten in de verbonden partij

•Representeert de gemeente bij (openbare) bijeenkomsten van de verbonden partij

•Onderhoudt contact met de ambtelijk contactpersoon over de lopende ontwikkelingen van de verbonden partij, bijvoorbeeld concept-zienswijzen van de verbonden partij

•Onderhoudt contact met de raadsrapporteur van de verbonden partij

•Voert het woord in commissie- en raadsvergaderingen over de verbonden partij

Werkafspraken over de informatievoorziening aan de raad

•De raad ontvangt drie keer per jaar de geactualiseerde factsheets; dit is bij de begroting, de jaarrekening en de bijzondere raadsvergadering verbonden partijen.

•Op basis van de factsheet kan de raad om een informatieavond verzoeken waarin de betrokken verbonden partij nader toegelicht wordt. Zo een informatieavond wordt door de contactpersoon georganiseerd.

•De ambtelijke contactpersoon is verantwoordelijk voor actieve informatieverstrekking van ‘zijn’ verbonden partij via college aan raad. Dit vindt plaats via terugkoppeling in de commissievergaderingen en het actief (laten) plaatsen van informatie op het RIS. Hij houdt de tijdige levering van de ontwerpbegroting, jaarrekening en andere relevante stukken in de gaten en informeert de griffie daarover.

•Het format van de factsheets wordt gebruikt om zowel de raad jaarlijks te informeren als om de input te leveren voor de gemeentelijke jaarstukken.

•Bij de instelling van een nieuwe gemeenteraad wordt door de griffie een inwerkprogramma opgesteld voor kennismaking met verbonden partijen van de gemeente.

Taken griffie

•Draagt zorg indien nodig van de vergaderingen van verbonden partijen

•Hanteert in overleg met de ambtelijk contactpersoon de aangepaste werkwijze voor het indienen van een zienswijze en/of maakt afspraken over het tijdig aanleveren van de stukken.

•Draagt zorg voor een speciale raadsvergadering in juni voor het behandelingen van de zienswijzen op begroting van de gemeenschappelijke regelingen.

•Informeert coördinator verbonden partijen over stukken die rechtstreeks bij de griffie binnen komen.

•Ondersteunen van de raadsrapporteurs

Bijlage 2 Format factsheet

Factsheet ten behoeve van de begroting Lansingerland en GR-raad (Kijkt vooruit)

Naam verbonden partij

Type regeling

Collegeregeling/raadsregeling/burgemeestersregeling/ gemengde regeling*

Vestigingsplaats

Deelnemende partijen

Visie en beleidsvoornemens

Publiek belang van Lansingerland in Verbonden Partij (waarom nemen we deel?)

Financieel belang van Lansingerland in de Verbonden Partij (hoeveel betalen we?)

Instructie: deelnemersbijdrage dan wel aandeelhouderspercentage

Eigen vermogen

Uit: Begroting volgend kalenderjaar

Vreemd vermogen

Uit: Begroting volgend kalenderjaar

Financieel resultaat

Uit: Begroting volgend kalenderjaar

Specifieke financiële risico’s (welke risico’s bestaan er, specifiek voor deze GR, die niet in de weerstandsparagraaf zijn opgenomen?)

Bestuurlijke risico’s

Relevante informatie

-Voeg hier een hyperlink toe van de meest recente zienswijze

-Voeg andere informatie toe

Aanvullende gegevens (invullen bij GR-raad)

Naam verbonden partij

Wat zijn de belangrijkste beleidsvoornemens van de verbonden partij voor het komende jaar?

Wat zijn de belangrijkste aandachtspunten of mogelijke knelpunten voor de gemeente Lansingerland voor het komende jaar?

Zijn er aandachtspunten beschreven in de rechtmatigheidsverantwoording van de jaarrekening?

Factsheets t.b.v. Jaarrekening Lansingerland (Kijkt terug)

Naam verbonden partij

Type regeling

Collegeregeling/raadsregeling/burgemeestersregeling/ gemengde regeling*

Vestigingsplaats

Deelnemende partijen

Visie en beleidsvoornemens

Publiek belang van Lansingerland in Verbonden Partij (waarom nemen we deel?)

Behaalde resultaten in het afgelopen kalenderjaar

Financieel belang van Lansingerland in de Verbonden Partij (hoeveel betalen we?)

Instructie: deelnemersbijdrage dan wel aandeelhouderspercentage

Eigen vermogen

Uit: Jaarrekening afgelopen kalenderjaar

Vreemd vermogen

Uit: Jaarrekening afgelopen kalenderjaar

Financieel resultaat

Uit: Jaarrekening afgelopen kalenderjaar

Specifieke financiële risico’s (welke risico’s bestaan er, specifiek voor deze GR, die niet in de weerstandsparagraaf zijn opgenomen?)

Bestuurlijke risico’s

Heeft de accountant onrechtmatigheden geconstateerd die effect hebben op de begrotingscriteria, voorwaardencriteria, Misbruik & Oneigenlijk gebruik? Geef een toelichting.

(Voor definities zie het interne Controleplan)

Relevante informatie

-Voeg hier een hyperlink toe van de meest recente zienswijze

Voeg andere informatie toe

Bijlage 3 Rol raadsrapporteur

Opdracht raadsrapporteurs 2024

Doel is om de raad beter aan te haken bij de verbonden partijen. Informatievoorziening aan de raad te verbeteren en de positie van de raad te versterken. De raad beter in positie is om invloed uit te oefenen.

Op de volgende manieren kunnen raadsrapporteurs hier invulling aan geven:

•Vooraf input geven en betrokken worden bij het (ambtelijk) opstellen van zienswijzen met betrekking tot de verbonden partijen

•Overleggen met bestuurlijke portefeuillehouder

•Pro-actief ophalen van informatie bij ambtelijk contactpersoon, portefeuillehouder/AB-lid, verbonden partij al dan niet middels een (gezamenlijk) overleg of via de website van de verbonden partij (AB- stukken)

•Delen van informatie met raads- en commissieleden bv door terugkoppeling bij het agendapunt actualiteiten in de commissie (schriftelijk of mondeling)

•Het uitvragen bij de raad/woordvoerders bij de inhoudelijke invulling van hun raadsrapporteurschap

•Zo nodig samenwerking zoeken met andere deelnemende gemeenten door:

a.Contact op te nemen met collega raadsleden van die deelnemende gemeenten

b.Het benaderen via de griffie van andere gemeenteraden

Geldende tekst uit de Centrale Voorziening Decentrale Regelgeving (CVDR, open data van de overheid). Raadpleeg lokaleregelgeving.overheid.nl voor de officiële versie. Dit is geen juridisch advies.