2 Reserves
2.4 Mutaties reserves
2.4.1 Beleid omtrent het inzetten van de kapitaallasten dekkingsreserve
In het kader van structureel begrotingsevenwicht worden reservemutaties in de gemeentebegroting in principe buiten beschouwing gelaten. Uitgangspunt is dat tegenover structurele (kapitaal-)lasten structurele inkomsten staan. Uitzondering hierop binnen de verslaggevingsregels is de reserve ter dekking van kapitaallasten. De reden hiervoor ligt in het feit dat met het inzetten van de kapitaal-lastendekkingsreserve structureel, in ieder geval voor de looptijd (afschrijvingstermijn) van het betreffende actief, de voortvloeiende kapitaallasten worden afgedekt binnen de begroting. Voorwaarde die in het BBV is gesteld is dat een dekking uit de reserve kapitaallasten enkel mag plaatsvinden wanneer de reserveomvang gelijk is aan de totale kapitaallasten die voortvloeien uit de investering. Wanneer dit niet het geval is, mag slechts naar rato dekking worden toegerekend, waardoor de lasten voor de volledige looptijd van het actief gelijk blijven. Aan het einde van de looptijd heeft de raad opnieuw de keuzemogelijkheid om het actief te blijven exploiteren en op dat moment de dekking van de lasten te bepalen.
Door het inzetten van de kapitaallastendekkingsreserve wordt echter niet via de afschrijvingen gespaard voor de eventuele vervanging of levensduurverlenging van een actief. Hierdoor is het van belang spelregels op te stellen voor welke activa we de dekking via kapitaal dekkingsreserves vormgeven en van welke activa de kapitaallasten ten laste van de exploitatie worden gedekt. Doordat reeds bestaande activa worden gedekt uit de reserve kapitaallasten worden deze activa buiten de hierna genoemde spelregels gehouden. Voor de dekking van kapitaallasten uit een reserve moet in ieder geval voldaan worden aan de volgende criteria:
–Het weerstandsvermogen van de gemeente blijft ook met de inzet van de reserve kapitaallasten boven de 1,4;
–De investering wordt gefinancierd met eigen vermogen.
–Indien de investering wordt gefinancierd met vreemd vermogen, dienen de rentelasten structureel te worden gedekt.
Hiernaast moet ten minste nog aan een van de onderstaande criteria worden voldaan:
–Het actief is tijdelijk en zal na de looptijd van het actief, naar beste inschatting, niet meer benodigd zijn of na einde van de looptijd kan worden door geëxploiteerd met een beperkte (aanvullende) investering in of aan het actief. Het betreft dus geen vervangingsinvestering;
–Het betreft een bijdrage in een activum van een derde;
–De investering vloeit voort uit gewijzigde wettelijke verplichtingen die niet konden worden voorzien;
–De investering draagt bij aan impulsen voor maatschappelijk belangrijke thema’s (bijvoorbeeld duurzaamheid).
Aanvullend nemen we de jaarlijkse onttrekking aan de reserve kapitaallasten mee in de risico-analyses die ten grondslag liggen aan de bepaling van de benodigde weerstandscapaciteit. Hiermee kwantificeren wij dan ook het risico op incidentele dan wel structurele tegenvallers.
Van de bovenstaande criteria kan alleen met instemming van de raad worden afgeweken.
2.6 Overige spelregels reserves
2.6.1 Herziening reserves
Bij de reguliere rapportagemomenten in de P&C-cyclus kunnen de bestemmingsreserves inclusief claims op voorstel van het college worden herzien. Nagegaan wordt of het doel nog steeds bestaat en of de hoogte van de bestemmingsreserve nog in overeenstemming is met de te verwachten uitgaven.
2.6.2 Rentetoerekening
Aan reserves wordt geen rente toegerekend.
2.6.3 Tussentijdse prognoses algemene reserve en bestemmingsreserves
Een actualisatie van het verwachte verloop en de prognose van de stand van de algemene reserve en de bestemmingsreserves vindt plaats bij de begroting. Voor zover noodzakelijk kan deze actualisatie ook in de tussenrapportage plaatsvinden.
3 Voorzieningen
3.3 Soorten voorzieningen
3.3.1 Voor verplichtingen, verliezen en risico’s
Voor de verplichtingen, verliezen en risico’s welke vanuit bedrijfseconomisch oogpunt noodzakelijk zijn en waarvan de omvang redelijkerwijs is in te schatten (bijvoorbeeld voorziening wethouders-pensioenen, reorganisatievoorziening en risico’s op juridische claims) wordt een voorziening gevormd. Een dergelijke voorziening wordt ook gevormd in geval van achterstallig onderhoud, waarbij sprake is van kapitaalvernietiging en/of onveilige situaties.
3.3.2 Ter egalisatie van kosten
Voor werkzaamheden met een structureel karakter en jaarlijks sterk wisselende uitgaven wordt zo veel mogelijk een egalisatievoorziening ingesteld. Met een egalisatievoorziening wordt transparantie en een stabiel financieel meerjarenbeleid bevorderd. Momenteel hebben wij geen egalisatievoorziening.
3.3.3 Voor middelen van derden waarvan de bestemming gebonden is
Door derden verkregen middelen met een specifiek bestedingsdoel worden door het BBV op twee verschillende wijzen gerubriceerd in de balans. Dit onderscheid is voor de juiste besluitvorming en rechtmatigheid van belang. In artikel 44 lid 2 staat vermeld dat door derden verkregen middelen, die specifiek besteed moeten worden, gerekend worden tot de voorzieningen. Voor deze middelen geldt het beschikkingsrecht zoals vermeld onder de voorzieningen. Dit zijn bijdragen (niet zijnde EU- of Nederlandse overheidsbijdragen), waarvan de besteding over een aantal jaren wordt uitgesmeerd en waarvan de bestemming gebonden is.
Uitgezonderd hierop zijn voorschotbedragen nader geduid in artikel 49 lid 1b BBV. De voorziening afvalstoffenheffing en de voorziening rioolheffing worden onder deze categorie gerubriceerd.
3.6 Overige spelregels voorzieningen
3.6.1 Beoordeling voorzieningen
Jaarlijks wordt bij het opstellen van de jaarrekening beoordeeld of de verplichting of het risico nog bestaat. Omdat voorzieningen zijn gevormd om onder meer (mogelijke) toekomstige verplichtingen te kunnen afdekken, is het van belang periodiek te beoordelen of de omvang van de voorziening op termijn de gewenste dekking kan bieden. Afwijkingen worden gemeld in de tussenrapportage en uiteindelijk via de vaststelling van de jaarrekening door de raad geautoriseerd.
3.6.2 Rentetoerekening
Aan voorzieningen wordt geen rente toegerekend, tenzij de waardering van de voorziening tegen contante waarde plaatsvindt of bij voorzieningen als gevolg van bijdragen van derden dit als voorwaarde is gesteld.
4 Relatie reserves en weerstandsvermogen
4.2 Omvang algemene reserve
4.2.1 De algemene reserve en Enecoreserve als buffer
De algemene reserve en de Enecoreserve (buffervermogen) worden gerekend tot de vrij besteed-bare reserves en kunnen daarom tot de beschikbare weerstandscapaciteit worden gerekend. Op basis van een periodieke risicoanalyse blijkt welk deel van de beschikbare weerstandscapaciteit noodzakelijk is voor het afdekken van de geïnventariseerde risico’s (gekwantificeerde risico-analyse). Dit deel is niet toe te rekenen aan het vrije deel van de algemene reserve en kan niet ingezet worden voor nieuwe beleidsimpulsen. Dit betekent dat voor dit deel van de algemene reserve of de Enecoreserve de raad niet kan besluiten tot het vormen van of aanvullen van een bestemmingsreserve.
De gemeente Lansingerland heeft als uitgangspunt dat de gewenste omvang van de minimumpositie van de algemene reserve en het weerstandsvermogen wordt gekoppeld aan een gekwantificeerde risicoanalyse. Incidentele risico’s zijn risico’s die een eenmalige last tot gevolg kunnen hebben. Ter dekking van deze risico’s kan een beroep worden gedaan op de algemene reserve of de Eneco-reserve. Structurele risico’s kunnen leiden tot meerjarige lasten en raken daarmee het begrotings-evenwicht. De verhouding tussen de beschikbare en de benodigde weerstandscapaciteit geeft inzicht in het gemeentelijk weerstandsvermogen.
Buffer ter dekking algemene risico’s
Voor de bepaling van de minimum omvang van de algemene reserve en de Enecoreserve worden tenminste bij het opstellen van de begroting en de jaarrekening de risico’s geïnventariseerd en gekwantificeerd. Op deze wijze wordt bepaald welk deel van de beschikbare weerstandscapaciteit nodig is om de risico’s af te dekken. Deze analyse wordt toegelicht in de paragraaf Weerstands-vermogen en Risicobeheersing in de begroting en in de jaarrekening.
4.2.2 Minimumpositie algemene reserve en Enecoreserve in relatie tot weerstandsvermogen
Het BBV kent een aantal verplichte ratio’s en kengetallen. Deze getallen geven een goed inzicht in (het verloop van) de financiële positie. De gemeente is zelf verantwoordelijk voor het bepalen van de minimum norm m.b.t. het weerstandsniveau en de overige financiële ratio’s.
De gemeente Lansingerland stelt voor het weerstandsvermogen de kwalificatie “ruim voldoende” als norm vast.
Dit wil zeggen een ratio groter dan 1,4. Er wordt op lange termijn gestreefd naar een gemiddeld ratio van 1,7
De solvabiliteitsratio heeft een sterke relatie met de reservepositie en het weerstandsvermogen. Deze ratio wordt daarom betrokken bij het bepalen van het minimumniveau van de weerstands-capaciteit. Het eigen vermogen omvat de algemene reserve en de bestemmingsreserves (waaronder de kapitaallastenreserve). De bestemmingsreserves zijn reserveringen met vastgestelde doelen die door de inzet ervan jaarlijks afnemen.
De algemene reserve en de Enecoreserve(weerstandscapaciteit) moeten gerelateerd worden aan de geïnventariseerde risico’s om inzicht te verkrijgen in het weerstandsvermogen.
Samenvattend betekent dit dat voor het bepalen van het weerstandsvermogen en de minimum-positie van de algemene reserve en de Enecoreserve de volgende uitgangspunten door de gemeente Lansingerland worden gehanteerd:
–koppeling aan een gekwantificeerde risicoanalyse,
–weerstandsratio van minimaal 1,4. Op lange termijn wordt gestreefd naar een gemiddeld ratio van 1,7),
–solvabiliteitsratio van minimaal 20%.
De analyse van het weerstandsvermogen en de minimumpositie van de algemene reserve en de Enecoreserve wordt opgenomen in de paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing in de begroting en jaarrekening.
Bijlage: Specificatieblad Algemene Reserve
Algemene Reserve
1Doel
Het doel van de Algemene Reserve is:
* Het opvangen van onvoorziene uitgaven voortvloeiende uit opkomende verplichtingen die niet rechtstreeks verband houden met de lopende exploitatie en uit calamiteiten;
* Het opvangen van rekeningtekorten;
* Het afdekken van begrotingstekorten, voor zover op basis van een meerjaren-begroting blijkt dat deze niet van structurele aard zijn.
Door de resultaten van de grondexploitaties te betrekken in de resultaat-bestemming vertroebelt het zicht op de resultaten van de gemeente als geheel. Dit maakt sturen op resultaat erg lastig. Om ervoor te zorgen dat het resultaat bij resultaatbestemming niet wordt vertroebeld door de resultaten op de grondexploitaties worden deze (onttrekkingen uit en dotaties aan de Algemene Reserve) voor resultaatbestemming verrekend met de Algemene Reserve.
2Voeding
* Rekeningoverschotten indien niet anders bestemd;
* Saldo van opgeheven reserves (voor zover niet anders bestemd);
* Resultaten grondexploitaties.
3Max. hoogte
Er is geen maximale hoogte.
4Omvang
De Algemene Reserve rekenen wij tot de beschikbare weerstandscapaciteit. Het totale weerstandsvermogen wordt beoordeeld in de ratio van de weerstands-capaciteit. Maximale of minimale omvang van de Algemene Reserve is niet te bepalen omdat het om het geheel gaat van het weerstandsvermogen. Onze doelstelling is een ratio van minimaal 1,4. Op lange termijn wordt gestreefd naar een gemiddeld ratio van 1,7
5Looptijd
Deze reserve heeft een onbepaalde levensduur.
6Weerstand
Deze reserve vormt onderdeel van het weerstandsvermogen.
Het benodigde weerstandsvermogen voor de Algemene Reserve blijkt uit de paragraaf weerstandsvermogen in de begroting en de jaarrekening. Daar wordt onderscheid gemaakt tussen het benodigde weerstandsvermogen voor de grondexploitaties en het benodigde weerstandsvermogen voor de overige taken.
Bijlage: Specificatieblad Bestemmingsreserves
Bestemmingsreserve
Doel
Voeding
Maximale hoogte
Omvang
Looptijd
Onderdeel van het weerstandsvermogen
Reserve Rekenkamer
Deze reserve is ingesteld als onderzoek reserve voor de Rekenkamer Lansingerland
In de verordening Rekenkamer Lansingerland is opgenomen in artikel 6 lid 6 dat de Rekenkamer tot maximaal 40% van het budget mag reserveren. De huidige omvang is overeenkomstig de verordening Rekenkamer Lansingerland.
Dotatie vindt plaats op grond van de verordening Rekenkamer Lansingerland.
De maximale hoogte is gelijk aan 40% van het jaarlijks budget voor onderzoek
De omvang is in principe constant van aard, omdat het maximum van 40% onderzoekskosten gereserveerd wordt ofwel € 1,50 per inwoner.
Eigenlijk mogen reserves onder de € 50.000 niet bestaan. Hierop wordt voor deze reserve een uitzondering gemaakt vanwege diens specifieke karakter voor de Raad en de onderliggende verordening Rekenkamer.
Onbepaald
Nee
Reserve Baggeren
Deze reserve is gevormd om de onderhoudslasten ten behoeve van baggerwerkzaamheden evenredig over de tijd te kunnen verdelen.
Jaarlijks vindt op basis van een beheerplan een dotatie plaats aan deze reserve.
Onttrekkingen vinden plaats op basis van de werkelijk gemaakte kosten ten behoeve van baggerwerkzaamheden.
De maximale hoogte is afhankelijk van de beheerplannen.
De omvang van de reserve is wisselend van aard, omdat zowel dotaties als onttrek-kingen plaats vinden.
De reserve is gekoppeld aan de beheerplannen. De looptijd wordt op onbepaald gezet zolang de systematiek van beheerplannen bestaat.
Nee
Bestemmingsreserve
Doel
Voeding
Maximale hoogte
Omvang
Looptijd
Onderdeel van het weerstandsvermogen
Reserve Tijdelijke huisvesting primair onderwijs
Dekking van kosten gerelateerd aan de tijdelijke huisvesting en realisatie van scholen voor primair onderwijs.
Bij vaststelling van de jaarrekening 2013 heeft een eenmalige storting plaatsgevonden. Onttrekkingen vinden plaats op basis van de werkelijk gemaakte kosten voor tijdelijke huisvesting primair onderwijs.
De maximale hoogte is het bedrag van de oorspronkelijke dotatie.
De omvang is afnemend van aard, omdat nu enkel nog onttrekkingen plaats gaan vinden.
De komende jaren worden nog dotaties en onttrekkingen verwacht. Voorlopig wordt de einddatum 31 december 2029 gehanteerd.
Nee
Reserve Overdracht schoolgebouwen
Dekking van kosten gerelateerd aan het onderhoud van de schoolgebouwen om deze in goede staat over te kunnen dragen aan de schoolbesturen.
Bij vaststelling van de jaarstukken 2017 heeft een eenmalige storting plaatsgevonden. De onttrekkingen vinden plaats op basis van de werkelijk gemaakte kosten van het onderhoud aan deze schoolgebouwen.
De maximale hoogte is het bedrag van de oorspronkelijke dotatie.
De omvang is afnemend van aard, omdat nu enkel nog onttrekkingen plaats gaan vinden.
De komende jaren worden nog dotaties en onttrekkingen verwacht. Voorlopig wordt de einddatum 31 december 2026 gehanteerd.
Nee
Reserve Sociaal Domein
Dekking van de kosten voor ombuiging van jeugdhulp en de opvang van eventuele tekorten op deze taak.
Middels twee stortingen is de hoogte van de reserve bepaald. Naar de toekomst toe zullen enkel onttrekkingen plaatsvinden ter grootte van de werkelijk gemaakte kosten voor Jeugdhulp en de daardoor ontstane tekorten op deze taak.
De maximale hoogte is het bedrag van de oorspronkelijke dotatie.
De omvang is afnemend van aard, omdat nu enkel nog onttrekkingen plaats gaan vinden.
De komende jaren worden enkel onttrekkingen verwacht. Voorlopig wordt de einddatum 31 december 2026 gehanteerd.
Nee
Bestemmingsreserve
Doel
Voeding
Maximale hoogte
Omvang
Looptijd
Onderdeel van het weerstandsvermogen
Reserve Actieplan Omgevingswet
Deze reserve is gevormd voor de bekostiging van de uitgaven die gedaan worden in het kader van de implementatie van de omgevingswet.
De voeding heeft plaatsgevonden op basis van de ontvangen bijdragen van het rijk voor de implementatie van de omgevingswet. De onttrekkingen vinden plaats op basis van de werkelijk gemaakte kosten voor de implementatie van de omgevingswet.
De maximale hoogte is overeenkomstig de reeds gedane stortingen. De reserve zal enkel nog aflopen op basis van de onttrekkingen die zijn begroot.
De omvang van de reserve neemt jaarlijks af op basis van de werkelijk gemaakte kosten voor de omgevingswet.
Wordt opgeheven per 31 december 2024.
Nee
Reserve Groot Onderhoud Gemeentelijke gebouwen
Dekking van cyclische onderhoudslasten van de gemeentelijke gebouwen.
Jaarlijks vinden de gebruikelijke dotaties per gebouw plaats op basis van het onderhoudsplan. Onttrekking vindt plaats op basis van de werkelijk gemaakte kosten voor de uitvoering van het onderhoud.
Er is geen maximale hoogte.
De omvang van de reserve is gebaseerd op het beheerplan groot onderhoud gemeentelijke gebouwen.
De looptijd van de reserve is onbepaald, omdat een beheer-plan continue geactualiseerd en vervangen wordt.
Nee
Reserve Onderzoekskosten
Het dekken van incidentele onderzoekskosten naar de veranderopgaven binnen de gemeente.
Eenmalige storting bij de Kadernota 2020. De onttrekking aan deze reserve bestaat uit de werkelijk gemaakte kosten voor de uitgevoerde onderzoeken.
De maximale hoogte is gesteld op het eenmalig gestorte bedrag bij de kadernota 2020.
De omvang is gebaseerd op de verwachte onderzoekskosten
De looptijd van de reserve is gesteld op 31 december 2026
Nee
Reserve Eneco gelden
Het separaat verantwoorden van de opbrengst welke voortvloeit uit de verkoop van de aandelen Eneco voor latere besluitvorming.
De voeding heeft plaatsgevonden op basis van het ontvangen bedrag vanuit de verkoop van Eneco.
De maximumhoogte is gesteld op het ontvangen bedrag met betrekking tot de verkoop.
De omvang is gelijk aan het ontvangen bedrag met betrekking tot de verkoop. Inzet van deze gelden is onderhevig aan latere besluitvorming.
De looptijd van de reserve is gesteld op 31 december 2029.
Ja
Bestemmingsreserve
Doel
Voeding
Maximale hoogte
Omvang
Looptijd
Onderdeel van het weerstandsvermogen
Reserve Kapitaallasten
Dekking van de afschrijvingskosten van specifiek aangewezen investeringen
Eenmalige storting plaatsgevonden door omzetting van bestemmings-reserve. Onttrekking uit reserve vindt plaats overeenkomstig de afschrij-vingslasten van de specifiek benoemde investeringen. Wanneer de totale reserve niet voldoende dekkend is, zal conform het BBV, naar rato van dekkendheid onttrokken worden of additionele storting in de reserve plaatsvinden.
Er is geen maximale hoogte.
De omvang van de reserve is gebaseerd op het afschrijvingsbeleid van de gemeente.
De looptijd van de reserve is onbeperkt, omdat middelen voor het dekken van afschrijvingen van nieuwe investeringen kunnen worden toegevoegd.
Nee
Reserve Kapitaallasten Verduurzaming Primair Onderwijs
Dekking van de afschrijvingskosten die voortvloeien uit de investeringen van
duurzaamheidsmaatregelen voor bestaande schoolgebouwen voor de komende 15 jaar.
In de begroting 2021 heeft een eenmalige storting plaatsgevonden. Onttrekking uit reserve vindt plaats overeenkomstig de afschrijvingslasten van de specifiek benoemde investeringen. Wanneer de totale reserve niet voldoende dekkend is, zal conform het BBV, naar rato van dekkendheid onttrokken worden of additionele storting in de reserve plaatsvinden.
De maximale hoogte is gelijk aan de incidentele storting bij de begroting 2021.
De omvang van de reserve is gebaseerd op het afschrijvingsbeleid van de gemeente.
De reserve heeft een looptijd gelijk aan de afschrijvingsduur van de investeringen.
Nee
Reserve Warmtevisie
Uitgaven te dekken voor het opstellen van de Warmtevisie Lansingerland inclusief energiestrategie.
De voeding van de reserve heeft plaatsgevonden middels de eenmalig ontvangen gelden vanuit het gemeentefonds ter dekking van deze kosten. Eventuele toekomstige ontvangsten met betrekking tot dit doel worden ook toegevoegd aan deze reserve. Onttrekking vindt plaats op basis van de werkelijk gemaakte kosten voor de warmtevisie.
De maximumhoogte is gesteld op het ontvangen bedragen met betrekking tot de warmtevisie.
De omvang is gelijk aan het ontvangen bedrag met betrekking tot de warmtevisie vermindert met de werkelijke gemaakte kosten.
Wordt opgeheven per 31 december 2024.
Nee
Bestemmingsreserve
Doel
Voeding
Maximale hoogte
Omvang
Looptijd
Onderdeel van het weerstandsvermogen
Reserve Ombuiging
Het dekken van de incidentele kosten in de aankomende 3 jaar voor het herinrichten van de werkprocessen ter verbetering van onze procedures.
Eenmalige storting bij de Kadernota 2020. De onttrekking vindt plaats op basis van de werkelijke gemaakte kosten die samenhangen met de herinrichting en verbetering van de procedures.
De maximale hoogte is gelijk aan de incidentele storting bij de kadernota 2020
De omvang is gebaseerd op de verwachte kosten voor het verbeteren van de procedures.
De maximale looptijd is gesteld op 31 december 2026.
Nee
Reserve Aanloopfase Cultuurhuis
Het dekken van onvoorziene tekorten van het Cultuurhuis
Overschotten op budgetten gerelateerd aan het Cultuurhuis
De omvang is gebaseerd op de te verwachten kosten
De maximale looptijd van de reserve is gesteld op 31 december 2028.
Nee
Reserve 1e inrichting en Onderwijs Leermiddelen pakket
Het dekken van de uitgaven 1e inrichting en onderwijs-leerpakket voor de komende 15 jaar.
Eenmalige storting bij de vaststelling van het Integraal Huisvestingsplan Primair Onderwijs 2020-2024
De maximale hoogte is gelijk aan de incidentele storting bij de vaststelling van het Integraal Huisvestingsplan Primair Onderwijs 2020-2024
De omvang is gebaseerd op de verwachte kosten voor de uitgaven 1e inrichting en onderwijs-leerpakket voor de komende 15 jaar.
De maximale looptijd is gesteld op 31 december 2026.
Nee
Kapitaallasten Dekkingsreserve Groenzoom
Het dekken van de afschrijvingslasten die voortvloeien uit de investeringen in het natuurgebied De Groenzoom.
De reserve wordt gevormd uit nog te realiseren winsten uit het project Ruimte voor Ruimte De Groenzoom.
Onttrekkingen aan de reserve vinden plaats op basis van werkelijke afschrijvingslasten of tegenvallers die zijn opgetreden in de grond-exploitatie.
De omvang is gebaseerd op verwachte winsten en verliezen uit grond-exploitaties en werkelijke afschrijvings-lasten die voortvloeien uit investeringen in het natuurgebied De Groenzoom.
De looptijd van de reserve onbekend.
Nee
Bestemmingsreserve
Doel
Voeding
Maximale hoogte
Omvang
Looptijd
Onderdeel van het Weerstandsvermogen
Reserve Herstelwerkzaamheden Meerpolder
Het dekken van de incidentele kosten voor de herstelwerk-zaamheden Meerpolder. Door de verkregen schadeclaim te reserveren in een separate bestemmingsreserve herstel-werkzaamheden blijven de gelden zichtbaar en beschik-baar voor het doel waarvoor de gelden zijn verkregen.
Eenmalige storting bij vaststelling ter hoogte van de verkregen schadeclaim.
De maximale hoogte is gelijk aan de incidentele storting bij vaststelling van de jaarstukken 2020.
De omvang is gebaseerd op de verwachte kosten voor de herstelwerk-zaamheden Meerpolder.
De maximale looptijd is gesteld op 31 december 2026.
Nee
Reserve Opgave Opvang Nieuwkomers (voorheen Opvang Vluchtelingen Oekraïne)
De opgave Langdurige opvang Oekraïense Ontheemden is opgegaan in de opgave Opvang Nieuwkomers waarbij de doelgroep Oekraïense ontheemden een onderdeel is van de integrale opgave.
De reserve is gevoed vanuit de exploitatieoverschotten voor de opvang van vluchtelingen uit Oekraïne.
Deze middelen zijn bestemd voor de integrale aanpak van opgave Nieuwkomers, waaronder de Oekraïense Ontheemden.
De maximale looptijd is gesteld op 31 december 2026.
Nee
Reserve Opruimkosten Sporthoeklaan
Het vormen van een reserve is uitvoering van de business case Sporthoeklaan
Bij vaststelling van de jaarstukken 2013 heeft een eenmalige storting plaatsgevonden.
De maximale hoogte is gelijk aan de incidentele storting bij de jaarstukken 2023.
De omvang is gebaseerd op de verwachte kosten.
De maximale looptijd is gesteld op 31 december 2034.
Nee
Reserve Opruimkosten Tijdelijke woonlocatie Noordpolder
De reserve dient voor het dekken van de kosten voor het opruimen van de locatie. De Eigenaar van de locatie verwacht de grond terug te ontvangen in de huidige staat (BR2400061)
Eenmalige storting uit de algemene reserve en een bijdrage vanuit het Rijk.
De maximale hoogte is gelijk aan de storting op basis van het raadsbesluit BR2400061.
De omvang is gebaseerd op de verwachte kosten.
De maximale looptijd is gesteld op 31 december 20240.
Nee