Aanhef
De raad van de gemeente Lansingerland;
Overwegende dat
De Groenstructuur Lansingerland 2016-2026
–Een kompas is voor de (her-)inrichting, behoud en beheer van groenstructuren.
–Het duurzaam groenbeheer ondersteunt.
–Kaders geeft voor burgerparticipatie en zelfbeheer.
Gelet op
–De structuurvisie 2010-2025
–Visiedocument ‘Op weg naar 2040’
Besluit(en)
De Groenstructuur Lansingerland 2016-2026 (Deel A) en de Bomenstructuur (Deel B) vast te stellen.
4. HOOFDSTRUCTUUR
4.1 ANALYSE
4.1.1 OPBOUW VAN HET LANDSCHAP
Ontstaan van het landschap
De ondergrond van de gemeente Lansingerland laat zich het best vergelijken met de bodem van de Waddenzee. Op het pleistocene zand is vanaf het jaar 9500 voor Christus de opbouw in lagen onder invloed van de zee ontstaan. Dit landschap van getij en geulen vormt de ondergrond van het huidige Lansingerland. Deze geulen zijn op de bodemkaart goed terug te zien, maar ook in de hoogtekaart is een microreliëf waarneembaar dat deze ontstaansgeschiedenis aantoont.
Op deze laag heeft zich honderden jaren voor Christus een meters dikke laag veen gevormd. Deze veenkoepel was groot en besloeg een gebied van de Oude Rijn tot ver voorbij Amsterdam. Het water dat vanaf de veenkoepel afstroomde vormde veenrivieren, de Rotte is hier een mooi voorbeeld van. Op deze laag veen heeft zich 30 jaar voor Christus de zogenoemde Gantellaag afgezet. Deze laag gevormd door een inbreuk van de zee heeft veel sediment in het gebied gebracht en kende in het grondgebied van Lansingerland zijn uiterste bereik. Tot ruim 1000 jaar na Christus is de veengroei in dit gebied doorgegaan. Een royale veenlaag bedekte alle bodemlagen en vormde één grote veenkoepel.
Occupatie
In de hiervoor beschreven tijdsperiode heeft de mens zich meerdere malen gevestigd. Definitieve vestiging die in het maaiveld nog waarneembaar is, vindt plaats vanaf 1000 jaar na Christus. De mens vestigde zich op diverse plekken. Routes door het veengebied hebben zich noord zuidwaarts door het gebied ontwikkeld. Deze routes zijn veelal als lijnen gebruikt om het achterliggende gebied te gaan ontginnen. Het veengebied is in gebruik genomen als akkerland en later weidegebied. Het gebied is door de ontginning onderhevig geraakt aan bodemdaling, hierdoor werden de landbouwgebieden steeds natter en meer onbruikbaar. Dit in combinatie met de groeiende vraag naar energie (lees: brandstof dus turf). Het gebied werd totaal afgegraven.
De kaart van 1750 laat mooi zien hoe waterrijk dit gebied was. Vanaf ongeveer 1800 zijn de waterplassen drooggemalen en ingepolderd, zoals bijvoorbeeld de Noordpolder bij Berkel en Rodenrijs.
De hoger gelegen gebieden vanuit de Gantellaag, Kleihoogt en Oudeland, zijn ook vroeg geoccupeerd. Het proces van bemalen en inpolderen heeft zich langzaam uitgerold over het hele gebied en het hele gebied is ingepolderd geraakt.
De oorspronkelijke ontginningslijnen zijn tot op de dag van vandaag aanwezig als hooggelegen linten in het landschap. Dit zijn de oorspronkelijke routes, met de oorspronkelijke watergang en een grondlichaam van de oorspronkelijke veenlaag. Op de kaart van 1900 is mooi te zien hoe de occupatielijnen in het landschap liggen. Tot op de dag van vandaag zijn dit de ruimtelijke dragers van het gebied. De gebieden tussen die ruimtelijke dragers waren in die periode weids en open en veelal in gebruik als weidegebied. Op de kaart van 1950 is goed te zien dat in de flanken van de linten tuinbouwontwikkelingen plaatsvinden. De ontwikkelingen strekken zich de open polder in.
Vanaf de midden jaren 1980 is begonnen met de ontwikkeling van grootschalige uitbreidingen. De gevolgen zijn goed zichtbaar in de kaart van 2000. De lijnen van het oorspronkelijke landschap dienden als kader voor nieuwe dorpsuitbreidingen. Binnen dit kader werd deze structuur echter losgelaten. De stedenbouwkundige structuur, architectuur zijn opgezet volgens het gedachtengoed van die tijd.
Huidig beeld
Het huidige landschap laat een sterk bebouwd landschap zien. De drie kernen zijn sterk uitgebreid en het tussenliggende open landschap is grotendeels verglaasd met glastuinbouw. Daarnaast is het gebied doorsneden met vele infrastructurele lijnen: A12, HSL, ZoRo- busverbinding, diverse provinciale wegen, metro, toekomstige A13- A16, hoogspanningstracé, spoorlijn Den Haag-Gouda. Al deze lijnen zorgen voor een versneden landschap. Tezamen met de stedelijke bebouwingsdruk maakt dat de groene kwaliteiten behoorlijk onder druk staan. De afgelopen jaren zijn er forse investeringen gedaan in het groenblauwe netwerk binnen en buiten de gemeente (Vlinderstrik en Groenzoom) om deze groene kwaliteiten te behouden, te verbinden en te versterken.
◀ Kaartvergelijkingen
4.1.2 HOOFDGROENSTRUCTUUR
In één zin bestaat de hoofdgroenstructuur van Lansingerland uit grote aaneengesloten groengebieden in de flanken van de gemeente en een raster van verbindingen in het hart van de gemeente met af en toe een markant puntelement.
Het landschap van Lansingerland laat zich goed beschrijven aan de hand van de “vlakken, lijnen en punten systematiek”.
•De vlakken in de groenstructuur worden gevormd door groengebieden. Deze vlakken zijn van belang voor de afwisseling en verbinding tussen bebouwd en onbebouwd gebied en voor de ruimtelijke en functionele kwaliteit van woon- en leefomgeving. De vlakken met groen worden gevormd door de grote aaneengesloten groen- en recreatiegebieden aan de flanken van de gemeente en het Annie M.G. Schmidtpark in het midden van de gemeente.
•De lijnen in de groenstructuur omvatten de groenvoorzieningen gekoppeld aan lineaire elementen als wegen, linten, steilranden en waterlijnen. Deze lijnen vormen een raamwerk en vormen de hoofdgroenstructuur. De lijnen zijn onderverdeeld in infrastructuur en landschappelijke lijnen. De landschappelijke lijnen zijn geënt op de oorspronkelijk lijnen van het landschap, zoals de boezemwateren, kleiplateaus en de Landscheiding. De infrastructurele lijnen zijn de veelal recentelijk aangelegd. Zij hebben geen relatie met het onderliggende landschap. Uitzondering hierop vormt de N209, deze is gedeeltelijk op het boezemlint aangelegd.
•De punten in de groenstructuur zijn op zichzelf staande (groen) elementen op bijzondere plaatsen, altijd gekoppeld aan het raamwerk.
Lagenbenadering hoofdgroenstructuur ▶
DE VLAKKEN
De grote aaneengesloten groengebieden kunnen onderverdeeld worden in twee gebieden, enerzijds het recreatiegebied langs de Rotte en anderzijds het westelijke deel, de Groenblauwe slinger, dat ingericht is als een agrarisch natuur- en recreatiegebied met hoofdzakelijk extensief beheerde graslanden en water/moeraspartijen.
Groen- en recreatiegebieden
Langs de Rotte
Op de flanken van de Rotte ligt een omvangrijk gebied met een aaneenschakeling van recreatie- en agrarische gebieden. Aan de oostkant van Bleiswijk liggen de Bleiswijkse Zoom en Bleiswijkse Fles. Zuidelijk hiervan liggen de meer intensieve recreatiegebieden.
In het noorden boven Bleiswijk vormt de Bleiswijkse Fles de ‘groene’ verbinding tussen de Rottemeren en Zoetermeer.
De gebieden laten zich kenmerken door een sterke afwisseling tussen beplanting en openheid. Bosschages, graslanden en waterpartijen wisselen elkaar af. Markant in het gebied is de Rotte en de wegen die, deels met bebouwing, aanzienlijk hoger liggen in het landschap. De verschillende watergangen hebben gedeeltelijk ook een tussenniveau. Dit alles maakt dat het watersysteem van het Nederlandse polderlandschap mooi zichtbaar is. In dit landschap hebben diverse recreatieve voorzieningen een plek gekregen.
Groenblauwe slinger
De Groenblauwe slinger is een aaneenschakeling van (vijf deelgebieden) natuur- en recreatiegebieden tussen de stedelijke gebieden rond Den Haag en Rotterdam en sluit aan op de EHS (Ecologische Hoofdstructuur). Elk deelgebied heeft zijn een eigen kenmerken en karakteristieken, met natuur, water en ruimte voor recreatie en landbouw.
Het deelgebied op de westelijke flank van de gemeente Lansingerland omvat de Bergboezem en de Groenzoom. Het huidige beeld wordt gekenmerkt door open landerijen, afgewisseld met kassen en tuinbouw. Het gebied grenst aan de nieuwbouwwijken van Pijnacker, Berkel en Rodenrijs en de werkgebieden van Berkel en Rodenrijs.
De Groenblauwe slinger wordt binnen de gemeente verder begrenst en/of doorsneden door diverse N-wegen en door de metro (Randstadrail). In het gebied liggen een aantal cultuurhistorische, ecologische en recreatief zeer interessante elementen. Zo grenst de Groenzoom in het noorden en in het zuiden aan het boezemlint van Berkel en Rodenrijs en liggen er een aantal oude kades, zoals de Strikkade. Ook liggen er in dit gebied een tweetal bijzondere verhogingen, de Kleihoogt en het Oude Land. Verder vormen delen van zeven verschillende polders de Groenblauwe slinger.
De Groenzoom (Groenblauwe slinger) is onlangs heringericht en ingebruik genomen. Het gebied is een afwisseling van water, rietlanden en graslanden en af en toe beplanting. Met fietspaden, kanoroutes, voetpaden en ruiterpaden wordt het gebied ook toegankelijk gemaakt voor recreatie.
Parken
In Lansingerland is in de hoofdstructuur één park aanwezig: het Annie
M.G. Schmidtpark. Het park onderscheidt zich van de andere aanwezige parken binnen de gemeente door de schaal en de ligging langs de hoofdstructuren HSL en Landscheiding.
Het Annie M.G. Schmidtpark is in 2015 opgeleverd. Dit park is ter compensatie aangelegd voor de aanleg van de HSL. Het park is langgerekt en is opgespannen tussen de HSL en de Landscheiding. De inrichting is landschappelijk vormgegeven met veel openheid richting de Landscheiding en een meer besloten beplanting richting de HSL. De inrichting bestaat hoofdzakelijk uit boomgroepen en boomgaarden, natuurlijke borders, grasvelden en speelplekken. De open velden kunnen gebruikt worden voor evenementen. In het noordelijk deel van het park is er gelegenheid voor sport en spel, zoals een cooperbaan en een voetbalveld en er zijn speelplekken met speeltoestellen. Op het centrale deel ligt het zwembad ‘De Windas’. In het zuidelijk deel is er ruimte voor natuurlijk spelen.
Open plekken
Een relatief groot oppervlak van Lansingerland is bebouwd. Op enkele plekken in het buitengebied zijn (nog) open stukken waar mooie vergezichten te vinden zijn. De meeste open gebieden in het landschap zijn echter bestemd voor woningbouw, bedrijven en/of glastuinbouw. Deze zullen in de toekomst bebouwd gaan worden. Een andere deel is bestemd als natuur- en/of recreatiegebied. De openheid zal hier in de toekomst ook (gedeeltelijk) verdwijnen.
Uitzonderingen hierop zijn onder andere de bergboezem ter plaatse van het Westmeer, de Molenplas en Oude Leesche plas en enkele agrarische gebieden, vooral ten oosten van Kruisweg.
De bergboezem is een bijzonder gebied dat diende als extra waterretentie. De boezem werd benut als het overtollig water uit de omgeving niet op de boezem uitgemalen kon worden. De langgerekte ovale droogmakerij bleef daarom onbewoond en is daardoor open en relatief kleinschalig verkaveld met verschillende kavelrichtingen.
Kleiplateau
Kenmerkend voor de westkant is het samenstel van droogmakerijen en kleiplateau’s met verschillende kavelrichtingen. Er is een hoogteverschil van enkele meters tussen het maaiveld van de eigenlijke droogmakerij en de omringende dijken en het bovenland. Opvallend is het hoogteverschil binnen de droogmakerij tussen het kleiplateau en de omgeving. Het hoogteverschil is duidelijk zichtbaar door een steilrand.
DE LIJNEN
De lijnen in Lansingerland zijn onder te verdelen in noord-zuid georiënteerde lijnen en oost-west georiënteerde lijnen. Noord-zuid liggende historische lijnen: de boezemlinten van Kruiswijk en Berkel en Rodenrijs, Bleiswijk en Bergschenhoek, de Landscheiding en de Rotte. Die laatste maakt deel uit van een groter recreatiegebied (zie vorige paragraaf).
Oost-west verbindingen zijn in Lansingerland historisch gezien spaarzamer. De Hoeksekade, het dwarsverband van Kruisweg en de Lange Vaart zijn historische voorbeelden hiervan. Met de doorontwikkeling van de polder zijn er diverse dwarsverbanden bij gekomen, zoals de Groendalseweg en de Merenweg.
Boezemlinten
De linten van Kruisweg, Bleiswijk, Bergschenhoek en Berkel en Rodenrijs liggen enkele meters verheven boven het maaiveld van de aanpalende polders. Het ruimtelijke kenmerk van het lint wordt vooral gevormd door de boezemwatergang, de doorgaande wegenstructuur en de doorgaande bebouwingsstructuur op het talud met riante tuinen en grote bomen op privéterrein. Naar de historische kern toe verdicht de bebouwing, richting het landschap wordt de structuur opener en liggen er soms ook open graslanden aan het lint.
Boezemlinten Bleiswijk en Bergschenhoek
De boezemlinten van Bleiswijk en Bergschenhoek hebben nog gedeelten in het agrarisch en open landschap liggen. Dat maakt dat er vanaf het lint riante vergezichten zijn. Typisch voor de linten van Bleiswijk en Bergschenhoek is de verstrengeling tussen de N209 en het historisch lint, soms ligt de N209 op het lint (dus hoog in het landschap), soms er net naast en soms op afstand (zie ook kaartbeeld op pagina 24). Als de N209 dichtbij het boezemlint ligt speelt de groenstructuur van de doorgaande weg een belangrijke rol in het beeld.
Nabij het centrum van Bleiswijk en Bergschenhoek ligt de boezem om het historische centrum, hier is de bebouwing steviger aangezet. In de kern van Bleiswijk staat een bomenrij langs de boezem. Het groen- blauwe beeld wordt bepaald door de boezemvaart, de groene oevers, de privétuinen en daar waar de ruimte is het zicht op het landschap.
Boezemlint Berkel en Rodenrijs
Het ruimtelijke beeld van het lint van Berkel en Rodenrijs wordt gevormd door de hoge ligging van de boezemwatergang, de doorgaande wegenstructuur en de doorgaande bebouwingsstructuur met riante tuinen. Langs het lint van Berkel en Rodenrijs zijn op een paar plekken ‘onderwegen’ ontstaan; de Noordersingel en Zuidersingel. Hier ligt aan de westzijde van de boezem een met bomenrijen aangeplante parallelweg op ongeveer honderd meter afstand. Het tussenliggend gebied was, is soms nog, tuinderij. Thans worden deze zones veelal verkaveld met woningen.
In de hoofdstructuur is de oostelijke zijde van de boezem dichter bebouwd dan de westelijke zijde. Nabij het centrum is ook de westzijde bebouwd. In het centrum ligt de boezemvaart om het historisch centrum. Het groenblauwe beeld van het boezemlint wordt vooral bepaald door de boezemvaart, de groene oevers en de privétuinen.
Landscheiding
De Landscheiding is een belangrijke groenstructuur die de gemeente doorsnijdt. Historisch gezien was de Landscheiding geen sterk, ruimtelijk markant element. Het was een kade in het landschap en het markeerde de grens tussen twee watersystemen, en daarmee tussen twee waterschappen. In de huidige tijd is de omgeving van de Landscheiding sterk verstedelijkt en de structuur van de Landscheiding gefragmenteerd. Het landschap en de Landscheiding zijn soms krachtig en zichtbaar aanwezig en op andere delen is deze nauwelijks nog herkenbaar.
Het deel van de Landscheiding van het Annie M.G. Schmidtpark tot aan de rand van Zoetermeer is als lijn in het landschap nog goed herkenbaar. Hier markeren de aanwezige bomen de lijn. Wel is het historisch karakter van de lijn marginaal, door een ligging tussen de kassen en de recentelijke toevoeging van een busbaan. Al met al staat de continuïteit van de Landscheiding onder druk.
Dwarsverbanden
Thans zijn er enkele dwarsverbanden in het landschap aanwezig, maar deze hebben vaak geen sterke groenstructuur of recreatieve betekenis. De dwarsverbanden vormen veelal lange lijnen in het landschap.
Een aantal dwarsverbanden is goed herkanbaar door een zichtbare watergang of een stevige boomstructuur, andere dwarsverbanden zijn nauwelijks herkenbaar en liggen verscholen tussen de kassen. De Boterdorpseweg is een voorbeeld van een herkenbaar dwarsverband met een driedubbele bomenrij met doorgaande weg en fietspaden. Het dwarsverband van de Limiettocht heeft een verschijning van een brede watergang zonder bomen of infrastructuur. Door beplantingen op de kop van de watergang is dit dwarsverband minder herkenbaar.
In diverse beleidsdocumenten, bijvoorbeeld in de structuurvisie, is de ambitie opgenomen om meer dwarsrelaties te leggen. Deze dwarsverbanden zijn essentieel voor de blauwgroene, ecologische en recreatieve dooradering van het stedelijk weefsel van Lansingerland.
De structuurvisie geeft aan dat dwarsverbanden essentieel zijn voor het totale groene netwerk van Lansingerland. De groene flanken kunnen pas optimaal ecologisch en recreatief functioneren als ze goed verbonden zijn met het stedelijk weefsel van Lansingerland.
De dwarsverbanden worden op drie niveaus beschouwd, ruimtelijk (landschappelijk, groen), ecologisch en recreatief.
Autonome infrastructuur
Op de gemeentegrond van Lansingerland is de laatste jaren veel infrastructuur aangelegd. De HSL, de metro (Randstadrail) en diverse N-wegen. Deze lijnen liggen autonoom in het landschap (een gedeelte van de N-wegen vormt hierop een uitzondering en ligt op historische lijnen). Met andere woorden ze negeren het landschap. De visie is wellicht geweest om zoveel mogelijk van het bestaande landschap te sparen. Op delen is dat goed gelukt, maar op andere delen kan men zich afvragen of met de aanleg van nieuwe infrastructuur ook een nieuw landschap aangelegd had moeten worden. Bij de aanleg van deze infrastructuur is veel aandacht geschonken aan de passeerbaarheid van de nieuwe lijnen: er liggen relatief veel tunnels waardoor de bestaande landschappelijke lijnen kunnen doorlopen.
▲ Thema punten
DE PUNTEN
De laatste laag in de groenstructuur wordt gevormd door de punten, de bijzondere plekken in de gemeente. Dit zijn veelal historische plekken die iets vertellen over het ontstaan van Lansingerland.
Historische dorpskernen
De gemeente kent drie historische dorpskernen: Bleiswijk, Bergschenhoek en Berkel en Rodenrijs en twee buurtschappen: Kruisweg en Noordeinde. De dorpskernen zijn zeer herkenbaar in het totale stedelijke weefsel, de buurtschappen liggen aan het boezemlint en zijn minder direct herkenbaar.
Bleiswijk, Bergschenhoek en Berkel en Rodenrijs hebben allemaal een sterk baken in de vorm van de kerk met een toren. Hier omheen liggen diverse historische panden, straatjes en pleinen. De kernen liggen allemaal hoog in het landschap, op boezemniveau. De dorpskernen worden omringd door de boezem, dit is een sterke historische begrenzing van de kern. In de huidige situatie is deze boezem bij alle dorpskernen slecht herkenbaar en zichtbaar. Vaak staan er glasbakken of containers, beplantingen en zijn de watergangen overbouwd. De bebouwing in de kern is zeer divers en oogt vaak rommelig. De groenstructuur is veelal afwezig of ondersteunt de bebouwde structuur nauwelijks. Recentelijk is in het centrum van Bleiswijk een doorgaande beplanting van leilinden aangebracht die een positieve uitzondering vormt hierop.
Het buurtschap Kruisweg heeft geen echte kern. Het bestaat uit een aantal straten aangesloten op het oude lint. De boezem is beperkt zichtbaar doordat deze veelal verborgen ligt achter bebouwing. Ten westen van Kruisweg wordt industriepark Prisma ontwikkeld, aan de oostkant ligt een agrarisch open landschap van akker- en weilanden. De ontwikkeling van het industriepark en de herinrichting van de N209 heeft gevolgen gehad voor de ontsluiting en uitstraling van het buurtschap. Het ligt nu wat verloren te midden van de grootschalige ontwikkelingen. Het buurtschap Noordeinde ligt op het boezemlint van Berkel en Rodenrijs. Ook dit buurtschap heeft geen echte kern. Het buurtschap bestaat uit een lintbebouwing langs de boezemvaart.
Dorpentrees vanaf de provinciale weg
Van oudsher waren de boezemlinten de belangrijkste ontsluitingsroutes voor Bleiswijk, Bergschenhoek en Berkel en Rodenrijs. De N- wegen zijn aangelegd om de kernen beter te ontsluiten. De N209 is deels op het boezemlint gelegd. Ter plaatse van Bleiswijk en Bergschenhoek ligt de weg om de dorpen heen. Hierdoor zijn belangrijke dorpentrees ontstaan. Berkel en Rodenrijs wordt voornamelijk ontsloten vanaf de N471. Aan deze weg liggen twee belangrijke dorpentrees voor deze kern. Voor alle dorpentrees geldt dat zij een sterke identiteit missen. Hierin ligt een ontwikkelkans voor verbetering van de identiteit en herkenbaarheid van de dorpsentrees.
Cultuurhistorische elementen
De cultuurhistorische elementen zijn herinneringen aan de ontstaansgeschiedenis van dit landschap. De molens en molengangen wijzen op de ontwatering van het gebied en dus de ligging beneden NAP. De Valk is een markante molen op een markante plek, aan de rand van de polder met het Ackerdijkse plassengebied in de rug. Het hele ensemble met de boerderij is waardevol.
Aan de limiettocht ligt een molengang die goed herkenbaar is in het landschap met molenstompen en bijbehorende beplanting.
BIJLAGEN BEHOREND BIJ MODULE A INTRODUCTIE EN GROENSTRUCTUREN
BIJLAGE 1 BRONVERMELDING, BELEID EN ONTWIKKELINGEN
Voor de opbouw en inhoud van Groenstructuur Lansingerland 2016-2026 zijn de volgende (beleids)documenten gebruikt:
Rapporten
•Beek & Kooiman Cultuurhistorie e.a., Nota Cultuurhistorie Plus, maart 2011
•Bekke, M. ter, Integraal beleidskader beheer openbare ruimte, 11 september 2012
•Beleidsnota snippergroen Gemeente Lansingerland 2013
•Bureau Waardenburg, Beheervisie bermbeheer gemeente Lansingerland, 4 oktober 2012
•Bureau Waardenburg, Beschermde soorten gemeente Lansingerland, rapportnummer 12-195, 12 juni 2013
•DG Groep bv, Beheerplan Groen 2013-2016, gemeente Lansingerland, augustus 2012
•DLG, Groenblauwe Slinger,
•Gemeente Lansingerland, afdeling strategische Ontwikkeling, Op weg naar 2040, februari 2009
•Gemeente Lansingerland, Bomenverordening 2012
•Gemeente Lansingerland, Welstandsnota, april 2012
•Hop, M., Vaste planten in het openbaar groen, Wageningen UR
•Jansen, J. e.a., Structuurvisie, deel a, deel b, deel c, 18-02-2010
•Kerkhof, M., Lansingerland, een archeologische verwachtings- en beleidsadvieskaart, 2009
•Nelen & Schuurmans, Waterplan Lansingerland, visie deel Ontwerp, 21 oktober 2009
•Verkade, P., Groen en recreatie Lansingerland, 28 april 2008
•Voorstel inpassing nieuwe Rijksweg A13/A16, stadsregio Rotterdam
Burgerpanel
•Resultaten burgerpanel Lansingerland, corsanummer T14.10706, mei 2014
Plankaarten
•De Groenzoom, plandeel 1, definitief ontwerp, 19 oktober 2010
•De Groenzoom, plandeel 2, 30 maart 2011
•De Groenzoom, plandeel 3
•De Groenzoom, plandeel 5, definitief ontwerp, 13 maart 2012
•Eendragtspolder
•Groenzoom, definitief ontwerp, 16 mei 2012
•GZH, Definitief ontwerp, Bleiswijkse Zoom Noord, mei 2010
•Voorlopig ontwerp Vlinderstrik
BIJLAGE 2DEFINITIES ENTITEITEN
BIJLAGE 3KAARTEN GROENSTRUCTUREN LANSINGERLAND
BIJLAGEN BEHOREND BIJ MODULE B BOMENSTRUCTUUR
BIJLAGE 1BRONVERMELDING
•Gemeente Leusden, Bomenplan 2012 -2021, september 2011
•Gemeente Lansingerland, Bomenverordening 2012
•Gemeente Lansingerland, concept LIOR, 13 april 2012
•Notitie hinderlijke bomen, gemeente onbekend, afd. Groen en gebouwen, november 2003
•Norminstituut Bomen, Handboek bomen 2014
BIJLAGE 2DEFINITIES ENTITEITEN
BIJLAGE 3KAARTEN GROENSTRUCTUREN LANSINGERLAND
BIJLAGE 4BEGRIPPENLIJST
Aanplantmaat
Stamomtrek van een boom op 1 m hoogte, in centimeters
Accentboom
Solitaire boom die zich door zijn opvallende vorm en verschijning onderscheidt van andere toepaste bomen binnen de gemeente. Voorbeelden van accentbomen zijn de rode beuk of treurwilg
APV
Algemene Plaatselijke Verordening
Bebouwde kom
Een voor de Boswet vastgestelde bebouwde kom, zoals gepubliceerd op 28 maart 2012 door de gemeente Lansingerland
Bomen Effect Analyse (BEA)
Een beoordeling van mogelijke gevolgen van bouw en aanleg voor bestaande bomen
Bomenfonds Lansingerland
Fonds ten behoeve van de uitbreiding en het behoud van de gemeentelijke en private houtopstanden
Boom 1e orde
> 15m hoog
Boom 2e orde
10-15m hoog
Boom 3e orde
< 10m hoog
CROW
Kennisorganisatie op het gebied van infrastructuur, openbare ruimte, verkeer en vervoer en werk en veiligheid
Duurzame boom
Duurzame bomen zijn bomen die: vitaal zijn én een lange levenscyclus hebben, traaggroeiend zijn ( >60 jaar) én een levensverwachting hebben van nog minimaal 10 jaar én kunnen uitgroeien tot het eindbeeld (juiste boven- en ondergrondse groeiplaatsomstandigheden)
Handboek Bomen
(voorheen KBB) omvat gestandaardiseerde kwaliteitseisen, richtlijnen en normen die van toepassing zijn bij de uitvoering van werkzaamheden in, rond en met bomen, uitgave Norm instituut Bomen
Inheemse soorten
Soorten die van oorsprong thuishoren in Lansingerland
KBB
Zie Handboek Bomen
LIOR
Leidraad Inrichting Openbare Ruimte, de LIOR bevat alle wettelijke eisen, beleidsregels en richtlijnen die van toepassing zijn voor de inrichting en het beheer van de leefomgeving en de openbare ruimte
Monumentale boom
Boom opgenomen in het Landelijk Register van Monumentale Bomen, heeft een minimale leeftijd van 80 jaar, is voldoende gezond en heeft een levensverwachting van minimaal 10 jaar, voldoet aan één van de volgende criteria: is beeldbepalend voor de omgeving, is cultuurhistorisch waardevol, is dendrologisch waardevol, is natuurwetenschappelijk of ecologisch waardevol, heeft zeldzaamheidswaarde
Naktuinbouw Plussysteem
Verplicht keuringssysteem volgens de voorschriften van de Europese richtlijnen voor teeltmateriaal van bloemisterij-, boomkwekerij- en groentegewassen
Standaard RAW bepalingen
Een uitgebreide set juridische, administratieve en technische bepalingen. Deze bepalingen zijn automatisch van toepassing op alle RAW-bestekken, uitgave CROW
Vormboom
Bomen die al op jonge leeftijd worden geleid en gesnoeid tot een bepaalde vorm, zoals leilinden en knotwilgen. De beheersintensiteit van deze bomen is hoog
VTA
Visual tree assessment (boomveiligheidscontrole). Volgens deze methode kunnen (interne) gebreken ontdekt worden aan de hand van een visuele controle van de boom