Aanhef
Inleiding
Op grond van artikel 5 lid 8 van de Verordening bekostiging leerlingenvervoer Lansingerland 2024 (verder te noemen: Verordening) heeft het college de bevoegdheid om nadere regels op te stellen. Deze regels zijn een nadere uitwerking met betrekking tot de uitvoering van de Verordening en de bevoegdheden van het college.
Uitgangspunten
De volgende uitgangspunten worden gehanteerd bij de uitvoering van de Verordening:
a.De verantwoordelijkheid voor het schoolbezoek van kinderen is de primaire verantwoordelijkheid van de ouder(s) en/of verzorger(s). Zij zorgen in de eerste plaats zelf voor het vervoer van en naar school, eventueel met inzet van hun netwerk. Deze verantwoordelijkheid kunnen de ouders niet op- of overdragen aan het college.
b.De verantwoordelijkheid van het college ligt in de verplichting een regeling vast te stellen op basis waarvan ouders van kinderen onder bepaalde voorwaarden aanspraak kunnen maken op bekostiging van de vervoerskosten van en naar school (verordening).
c.Het bevorderen van de zelfredzaamheid en zelfstandigheid wordt breed in de gemeente Lansingerland belangrijk geacht, waardoor op de zelfredzaamheid en zelfstandigheid van de kinderen, ouder(s)/verzorger(s) en het netwerk wordt ingezet.
d.Het leerlingenvervoer kent meerdere voorzieningsmogelijkheden. In het kader van het stimuleren van zelfredzaamheid en zelfstandigheid wordt eerst getoetst of een kind, die voldoet aan de algemene criteria, zelfstandig of onder begeleiding met de fiets of een ander vervoermiddel naar school kan. Als dat niet kan, wordt gekeken of het kind met openbaar vervoer kan reizen. Als ook dit niet mogelijk is, kan pas dan mogelijk aangepast vervoer worden ingezet.
2.1 Bepaling
Gemeente Lansingerland participeert in een samenwerkingsverband voor primair onderwijs en een samenwerkingsverband voor voortgezet onderwijs. Met beide samenwerkingsverbanden zijn afspraken gemaakt over de advisering ten aanzien van het type school. Voor de bekostiging leerlingenvervoer betekent dat bekostiging naar de dichtstbijzijnde toegankelijke school, die past bij de ondersteuningsvraag van het kind. Als het Samenwerkingsverband niet verwijst naar de dichtstbijzijnde voor het kind toegankelijke school toont het samenwerkingsverband gemotiveerd aan waarom de dichtstbijzijnde toegankelijke school en/of onderwijsaanbod onvoldoende toegankelijk is voor het kind. Zo nodig vragen wij aanvullend advies op bij het Samenwerkingsverband.
2.2 Wachtlijst
Wanneer een kind wegens een wachtlijst niet op de dichtstbijzijnde toegankelijke school geplaatst kan worden, wordt aan ouders voorgesteld dat het kind de volgende dichtstbijzijnde toegankelijke school bezoekt. Wanneer het in het belang van het kind is om op deze laatstgenoemde school te blijven, ook als het kind een plek aangewezen krijgt op de eerste school, dan beschouwt het college de laatstgenoemde school als de dichtstbijzijnde toegankelijke school ook al is dit feitelijk gezien niet de dichtstbijzijnde toegankelijke school.
8.1 Voorwaarden
Vervoer van school naar een opvangadres na schooltijd is mogelijk als voldaan wordt aan alle volgende voorwaarden:
1Het kind maakt gebruik van taxivervoer.
2Er is één opvangadres naast het huisadres toegestaan.
3Er is sprake van een vast patroon, dat wil zeggen één vast adres op vaste dagen per week.
4Een volwassene is ter plekke aanwezig om het kind op te vangen. De chauffeur draagt het kind over aan een volwassene bij de taxibus. Het college draagt geen verantwoordelijkheid vanaf het moment dat het kind de taxi heeft verlaten.
5Het vervoer vindt plaats in aansluiting op de reguliere eindtijd van de school volgens de schoolgids.
6Het vervoer naar een opvangadres leidt niet tot langere reistijd voor de overige leerlingen in de taxi.
7Het vervoer naar het opvangadres leidt niet tot individueel vervoer of om andere redenen tot hogere kosten voor de gemeente dan het vervoer naar het woonadres.
8Vervoer vanaf het opvangadres naar het thuisadres behoort in geen enkel geval tot de mogelijkheden.
10.1 Stappen bij klachten
1Bij kinderen en/of ouder(s)/verzorger(s), die in of rondom het taxivervoer ontoelaatbaar gedrag vertonen, vindt er eerst een gesprek plaats tussen de ouder(s)/verzorger(s) en de chauffeur. Het doel van dit gesprek is tot verbetering van het gedrag van het kind en/of ouder(s)/verzorger(s) te komen. Als dit niet leidt tot vermindering van het probleem dan stuurt de vervoerder een officiële klacht van het kind en/of de ouder(s)/verzorger(s) naar het college.
2Het college onderzoekt de officiële klacht en bespreekt de inhoud van de klacht met de vervoerder, de ouder(s)/verzorger(s) en de school van het kind.
2.1 Als na het onderzoek blijkt dat het voorval is terug te voeren op de ernstige verstandelijke handicap van het kind - en het voorval dus niet aan het kind kan worden toegerekend - dan wordt met de vervoerder, de ouder(s)/verzorger(s) en eventueel school een passende oplossing gezocht (bijvoorbeeld begeleiding in het taxivervoer of eigen vervoer).
2.2 Als na het onderzoek blijkt dat het voorval een gevolg is van verwijtbaar gedrag van het kind en/of ouder(s)/verzorger(s), volgt een officiële brief aan de ouder(s)/verzorger(s) over het ongewenste verwijtbare gedrag. Afhankelijk van de ernst van het incident staat in deze brief ook vermeld:
-uitleg over gevolgen van herhaling van het ongewenste verwijtbaar gedrag, of
-per direct tijdelijke uitsluiting van het taxivervoer met uitleg van de tijdsduur.
3Als de vervoerder binnen 12 maanden een tweede officiële klacht indient bij het college, dan onderzoekt het college opnieuw de klacht. Het college bespreekt opnieuw de inhoud van de klacht met de vervoerder, de ouder(s)/verzorger(s) en de school van het kind. Als er sprake is van herhaling van dezelfde eerste klacht dan ontvangen ouder(s)/verzorgers een tweede officiële brief, onderbouwd met een verwijzing naar de eerste brief. Afhankelijk van de ernst van het incident staat in deze brief ook vermeld:
-opnieuw per direct tijdelijke uitsluiting van het taxivervoer met uitleg van de tijdsduur, of
-per direct permanente uitsluiting.
4Als de vervoerder binnen twaalf maanden na de tweede tijdelijke uitsluiting een derde officiële klacht indient bij het college, dan onderzoekt het college opnieuw de klacht. Het college bespreekt opnieuw de inhoud van de klacht met de vervoerder, de ouder(s)/verzorger(s) en de school van de leerling. Als er sprake is van herhaling van dezelfde eerste twee klachten, dan ontvangen ouder(s)/verzorger(s) een derde officiële brief met permanente uitsluiting van taxivervoer, onderbouwd met een verwijzing naar de eerste en tweede brief.
5Er volgt een gesprek tussen ouder(s)/verzorger(s) en college over beëindiging van de huidige vervoersvoorziening van het bestaande besluit. Eventueel kan het besluit worden herzien in andere vorm van bekostiging leerlingenvervoer. In alle gevallen houden ouder(s)/verzorger(s) altijd de verantwoordelijkheid voor het schoolbezoek van hun kinderen. Deze verantwoordelijkheid kan niet aan het college worden overgedragen.
11.1 Eigen bijdrage regulier onderwijs en speciaal basisonderwijs
Ouder(s) van kinderen op het regulier basisonderwijs en speciaal basisonderwijs, die een beschikking voor een bekostiging leerlingenvervoer ontvangen, betalen een eigen bijdrage.
a.Bij een toekenning voor een vergoeding voor openbaar vervoer of een kilometervergoeding wordt de eigen bijdrage verrekend met het totaal toegekende bedrag.
b.Bij een bekostiging van de kosten van openbaar vervoer ten behoeve van een begeleider (Verordening artikel 17), wordt bij de ouder(s) van het kind ook een eigen bijdrage voor de begeleider in rekening gebracht. De hoogte van de eigen bijdrage voor een begeleider wordt berekend aan de hand van het OV-tarief voor volwassenen.
c.Als ouders een beschikking voor taxivervoer ontvangen, dan ontvangen zij apart een nota voor de eigen bijdrage voor de geldende periode zoals vermeld in de beschikking. Deze nota dient in één keer te worden voldaan. Het niet voldoen van deze betaling kan leiden tot intrekking van de beschikking.
Uitzonderingen:
d.Aan pleegouders, gezinshuizen, voogdijinstellingen en gezinnen die een bekostiging leerlingenvervoer ontvangen, wordt geen eigen bijdrage in rekening gebracht.
e.Aan ouder(s) van kinderen die een bekostiging op basis van een fietsvergoeding ontvangen, wordt geen eigen bijdrage in rekening gebracht.
11.2 Berekening eigen bijdrage
De hoogte van de eigen bijdrage bij een bekostiging leerlingenvervoer is gelijk aan de hoogte van een 1* jaarabonnement. Dit staat gelijk aan een afstand tot 6 kilometer. Het college baseert de hoogte van de eigen bijdrage op de informatie van de lokale openbaar vervoerder. Het tarief geldt op het moment van aanvraag en geldt voor (de rest van) het schooljaar waarvoor de ouder bekostiging vraagt.
11.3 Carpoolvergoeding (Verordening 2024, artikel 20)
De carpoolregeling is er voor kinderen die een reguliere basisschool bezoeken > 6 km.
•Voor ouders van kinderen die een reguliere basisschool bezoeken geldt dat zij – voor de afstand vanaf 6 kilometer - voor de leerlingen tot en met groep 8 een carpoolvergoeding ontvangen, op basis van het ingeleverde rijrooster door de rij-coördinator.
De berekening en financiële vergoeding aan de ouders gaat als volgt:
•De ouder/verzorger vraagt voor elk kind dat meerijdt in het rijrooster, een bekostiging leerlingenvervoer aan;
•Berekening afstand: route centrum woonplaats naar de betreffende school en terug. Per gereden kilometer wordt € 0,23 gerekend.
•Aantal auto’s: het getelde aantal auto’s in het aangeleverde rijrooster, gedeeld door 10 ritten per week;
•Aantal gezinnen: het totaalbedrag wordt verdeeld over het aantal gezinnen die rijden. Elk gezin krijgt hetzelfde bedrag vergoed.
•Ouders hebben ten allen tijde de mogelijkheid om afspraken te maken met de gemeente over carpoolen. Ouders hoeven geen eigen bijdrage te betalen als zij carpoolafspraken maken met andere gezinnen.