Gemeentelijke regelgeving

Verordening op het onderzoeksrecht van de raad

Gemeente Landsmeer · geldt sinds 21 maart 2023

Aanhef

De raad van de gemeente Landsmeer;

gelet op de artikelen 155a tot en met 155f Gemeentewet;

gezien het voorstel van het presidium;

besluit: vast te stellen de volgende verordening:

Verordening op het onderzoeksrecht van de raad

Artikel 1 Begripsbepalingen

In deze verordening wordt verstaan onder:

a.onderzoek: een onderzoek als bedoeld in artikel 155a, eerste lid, van de Gemeentewet;

b.onderzoekscommissie: een commissie als bedoeld in artikel 155a, derde lid, van de Gemeentewet.

Artikel 2 Instellen van het onderzoek/onderzoekscommissie

1Op voorstel van een of meer van zijn leden kan de raad besluiten een onderzoek (raadsenquête) in te stellen.

2Nadat het onder 1 bedoelde besluit genomen is stelt de raad uit zijn midden een onderzoekscommissie in van tenminste drie leden.

3De raad wijst een genoegzaam aantal plaatsvervangende leden aan.

4De onderzoekscommissie bepaalt welk lid tevens als voorzitter fungeert en welk lid tevens als plaatsvervangend voorzitter binnen de commissie.

5Bij de instelling van de onderzoekscommissie stelt de raad nadere regels vast met betrekking tot de rapportage van de onderzoekscommissie aan de raad.

Artikel 3 Voorzitter/plaatsvervangend voorzitter

1De, binnen de onderzoekscommissie aangewezen (plaatsvervangend) voorzitter, is belast met het voorzitterschap, en heeft tevens dezelfde taken en bevoegdheden als de leden van de onderzoekscommissie.

2Het voorzitterschap houdt in:

a.het leiden van de beraadslaging en zitting;

b.het handhaven van de orde;

c.het doen naleven van bij of krachtens deze verordening gestelde regels;

d.hetgeen deze verordening hem verder opdraagt.

Artikel 4 Beëindiging van het lidmaatschap

1Het lidmaatschap van de onderzoekscommissie eindigt indien:

a.de raad besluit tot opheffing van de onderzoekscommissie;

b.een lid ophoudt lid te zijn van de raad;

c.de onderzoekscommissie besluit een lid van zijn commissie te horen;

d.een lid ontslag neemt.

2Een lid van de onderzoekscommissie kan op elk moment ontslag nemen. Hiervan brengt hij de raad en de voorzitter van de onderzoekscommissie zo spoedig mogelijk schriftelijk op de hoogte.

3In openstaande vacatures wordt zo spoedig mogelijk voorzien.

4De leden 1 tot en met 3 zijn van overeenkomstige toepassing op de plaatsvervangende leden.

Artikel 5 Bevoegdheden van de onderzoekscommissie

1De onderzoekscommissie besluit alvorens het eerste getuigenverhoor plaats vindt of getuigen uitsluitend verhoord worden na het afleggen van de eed of belofte.

2De onderzoekscommissie kan buiten de in artikel 155b, eerste lid, van de Gemeentewet genoemde personen tevens anderen verzoeken om medewerking aan het onderzoek te verlenen. Laatstgenoemde medewerking geschiedt slechts op vrijwillige basis.

3De onderzoekscommissie kan, binnen het door de gemeenteraad gevoteerde krediet, besluiten externen in te schakelen voor het uitvoeren van opdrachten die zij in het kader van de onderzoeksopdracht en de uitoefening van haar taak nodig acht.

4De onderzoekscommissie kan in het belang van het onderzoek in beslotenheid met een ieder informatieve gesprekken voeren, welke als zodanig geen onderdeel van het onderzoek uitmaken. Er bestaat hiertoe geen plicht tot medewerking. Van deze gesprekken worden geen verslagen gemaakt.

5De onderzoekscommissie kan de in deze verordening genoemde bevoegdheden, met uitzondering van de bevoegdheden genoemd in lid d, uitsluitend uitoefenen indien ten minste drie van haar leden aanwezig zijn.

6De onderzoekscommissie besluit met meerderheid van stemmen; als de stemmen staken worden de beraadslagingen heropend tot er een meerderheid is.

Artikel 6 Ambtelijke bijstand

1De griffier ondersteunt de onderzoekscommissie. De griffier kan daarbij een beroep doen op hulp binnen de griffie of externe professionals en de ambtelijke organisatie. Voor zover de onderzoekscommissie behoefte heeft aan externe ondersteuning regelt de griffier dat binnen het door de raad gevoteerde krediet.

2De griffier is bij iedere zitting aanwezig.

3Bij haar of zijn verhindering of afwezigheid wordt haar of zijn plaats ingenomen door een door de raad aangewezen vervanger.

4De verordening ambtelijke bijstand is niet van toepassing.

Artikel 7 Zittingen

1De voorzitter van de commissie bepaalt plaats en tijdstip van de zitting en brengt die ter openbare kennis.

2De voorzitter roept de leden van de onderzoekscommissie, getuigen en deskundigen ten minste twee weken voor de zitting op.

3Binnen drie werkdagen na verzending van de oproep kunnen de getuigen en deskundigen onder opgaaf van redenen de voorzitter verzoeken het tijdstip van de zitting te wijzigen.

4De beslissing van de voorzitter op dit verzoek wordt uiterlijk één week voor het tijdstip van de zitting aan de betrokken getuige of deskundige medegedeeld.

Artikel 8 Toehoorders en de pers

1De toehoorders en vertegenwoordigers van de pers kunnen uitsluitend op de voor hen bestemde plaatsen openbare zittingen bijwonen.

2Het geven van tekenen van goed- of afkeuring of het op andere wijze verstoren van de orde is verboden.

3De voorzitter is bevoegd, toehoorders die op enigerlei wijze de orde van de vergadering verstoren, te doen vertrekken.

Artikel 9 Geluid- en beeldregistraties

Degenen die tijdens de zitting geluid- dan wel beeldregistraties willen maken, doen hiervan mededeling aan de voorzitter en gedragen zich naar haar of zijn aanwijzingen.

Artikel 10 Verslaglegging zitting

1De griffier draagt zorg voor de verslaglegging van de zitting.

2Het verslag vermeldt:

a.de namen van de aanwezigen en hun hoedanigheid voor zover van belang;

b.het verloop van de zitting, waaronder een verwijzing naar de op de zitting overgelegde en aan het verslag (al dan niet digitaal) te hechten bescheiden;

c.de digitale link waarop de geluids- beeldregistratie van de zitting is te beluisteren op de website van de gemeente Landsmeer, zulks voor zover het een openbare zitting betreft;

d.Het verslag wordt ondertekend door de voorzitter en de griffier.

Artikel 11 Beraadslagingen

1De onderzoekscommissie beraadslaagt indien de voorzitter of een lid dat nodig acht.

2De onderzoekscommissie beraadslaagt achter gesloten deuren.

3Van de beraadslagingen worden niet-openbare afsprakenlijsten gemaakt die berusten bij de griffier.

Artikel 12 Afronding onderzoek

Na afronding van het onderzoek door de onderzoekscommissie worden haar bevindingen, conclusies en aanbevelingen voorgelegd aan de raad.

Artikel 13 Inwerkingtreding

Deze verordening treedt in werking op de dag na bekendmaking.

Artikel 14 Citeertitel

Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening op het onderzoeksrecht van de raad.

Geldende tekst uit de Centrale Voorziening Decentrale Regelgeving (CVDR, open data van de overheid). Raadpleeg lokaleregelgeving.overheid.nl voor de officiële versie. Dit is geen juridisch advies.