Gemeentelijke regelgeving

Verordening op de heffing en de invordering van liggelden gemeente Landsmeer 2026

Gemeente Landsmeer · geldt sinds 30 december 2025

Aanhef

De raad van de gemeente Landsmeer;

gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 18 november 2025;

gelet op artikel 229, eerste lid, aanhef en onderdeel a en b, van de Gemeentewet;

besluit vast te stellen de volgende verordening:

Verordening op de heffing en de invordering van liggelden gemeente Landsmeer 2026.

Artikel 1 Definities

In deze verordening en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:

1woonschip: elk vaartuig dat uitsluitend of in hoofdzaak wordt gebezigd als, te oordelen naar zijn constructie of inrichting uitsluitend of in hoofdzaak bestemd is tot, dag- of nachtverblijf van een of meer personen;

2ligplaats: een gedeelte van het openbaar water, bestemd of geschikt om door een woonschip in de woonschepenhaven Gortesloot te worden ingenomen;

3dag: een etmaal of gedeelte daarvan;

4week: een kalenderweek;

5maand: een kalendermaand;

6jaar: een kalenderjaar.

Artikel 2 Belastbaar feit

Onder de naam 'liggeld woonschepen' wordt een recht geheven voor het hebben van een ligplaats voor een woonschip in de woonschepenhaven Gortesloot.

Artikel 3 Ingangstijdstip belastbaar feit

Het liggeld wordt geheven vanaf de dag waarop het verblijf binnen de gemeente met een woonschip een termijn van veertien, al dan niet achtereenvolgende dagen, binnen hetzelfde kalenderjaar te boven gaat.

Artikel 4 Belastingplicht

1Het recht als bedoeld in artikel 2 wordt geheven van degene die de ligplaats heeft. Als degene die de ligplaats heeft wordt aangemerkt de houder van de ligplaats-vergunning, bedoeld in artikel 5 van de Woonschepenverordening Landsmeer.

2Bij gebreke van de in het eerste lid bedoelde vergunninghouder, wordt het recht als bedoeld in artikel 2 geheven van de hoofdbewoner. Wie als hoofdbewoner wordt aangemerkt wordt naar omstandigheden beoordeeld.

Artikel 5 Belastingtarieven

Het recht als bedoeld in artikel 2 bedraagt per strekkende meter:

1per dag: € 0,30

2per week: € 0,90

3per maand: € 3,55

4per jaar: € 41,85

Artikel 6 Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar tijdsgelang

1Het recht als bedoeld in artikel 2 is verschuldigd bij het begin van het belastingtijdvak of, zo dit later is, bij de aanvang van de belastingplicht.

2Indien de belastingplicht in de loop van het belastingtijdvak aanvangt, worden de in artikel 5 vermelde tarieven naar evenredigheid van tijdsduur aangepast.

3Indien de belastingplicht in de loop van het belastingtijdvak eindigt, bestaat aanspraak op ontheffing voor de resterende periode van dat tijdvak naar evenredigheid van tijdsduur.

4Belastingbedragen van minder dan € 10,00 worden niet geheven.

Artikel 7 Wijze van heffing

Het liggeld als bedoeld in artikel 2 wordt geheven:

1bij wege van aanslag indien het een liggeld per jaar betreft;

2door middel van een gedagtekende, schriftelijke kennisgeving waarop het gevorderde bedrag is vermeld, indien het een liggeld per dag, week of maand betreft.

Artikel 8 Termijnen van betaling

1De aanslagen als bedoeld in artikel 7 onder 1 moeten worden betaald binnen twee maanden na dagtekening van het aanslagbiljet.

2In afwijking van het eerste lid geldt dat, ingeval het totaalbedrag van de op een aanslagbiljet verenigde bedragen, of als het aanslagbiljet een aanslag bevat, het bedrag daarvan meer is dan € 100,00 en minder dan € 10.000,00 en zolang de verschuldigde bedragen door middel van automatische betalingsincasso kunnen worden afgeschreven, de aanslagen moeten worden betaald in negen gelijke termijnen. De eerste termijn vervalt op de laatste dag van de tweede maand volgend op die welke in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en elk van de volgende termijnen telkens een maand later.

3De rechten als bedoeld in artikel 7, onder 2 moet worden betaald binnen een maand na dagtekening van de kennisgeving.

Artikel 9 Kwijtschelding

Bij de invordering van het liggeld wordt geen kwijtschelding verleend.

Artikel 10 Overgangsrecht

1De ‘Verordening liggelden 2025’, zoals laatstelijk gewijzigd bij raadsbesluit van 19 december 2024, wordt ingetrokken met ingang van de in artikel 11, tweede lid, genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan.

2Indien de datum van inwerkingtreding van deze verordening ligt na de in artikel 11, tweede lid, opgenomen datum van ingang van de heffing, blijft de in het eerste lid genoemde verordening gelden voor de in de tussenliggende periode plaatsvindende belastbare feiten voor zover de heffing van de leges hiervoor in die periode plaatsvindt.

Artikel 11 Inwerkingtreding

1Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag na die van de bekendmaking.

2De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2026.

Artikel 12 Citeertitel

Deze verordening wordt aangehaald als: ‘Verordening op de heffing en de invordering van liggelden gemeente Landsmeer 2026’.

Geldende tekst uit de Centrale Voorziening Decentrale Regelgeving (CVDR, open data van de overheid). Raadpleeg lokaleregelgeving.overheid.nl voor de officiële versie. Dit is geen juridisch advies.