Aanhef
De raad, het college en de burgemeester van de gemeente Landsmeer;
ieder voor zoveel het hun bevoegdheden betreft;
gezien het voorstel van het college;
gelet op de bepalingen van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) en de Gemeentewet;
besluiten vast te stellen de volgende
Verordening inzake de behandeling van bezwaarschriften 2023
HOOFDSTUK 1 BEGRIPSBEPALINGEN
Artikel 1
In deze verordening wordt verstaan onder:
a.verwerend orgaan: bestuursorgaan dat het bestreden besluit heeft genomen;
b.commissie: vaste commissie van advies voor de bezwaarschriften;
c.wet: de Algemene wet bestuursrecht.
HOOFDSTUK 2 BEHANDELING VAN DE BEZWAARSCHRIFTEN
Paragraaf 1 De commissie
Artikel 2 Inleidende bepaling
1Er is een onafhankelijke commissie die tot taak heeft: het voorbereiden door het horen en het geven van advies ten behoeve van de beslissing op gemaakte bezwaren als bedoeld in artikel 1:5 van de wet.
2De commissie is niet bevoegd ten aanzien van bezwaarschriften die zijn ingediend tegen besluiten op grond van de gemeentelijke belastingverordeningen, zoek- en situatiepunten conform de vigerende Huisvestingsverordening Landsmeer, de Algemene Wet inzake Rijksbelastingen en de Wet waardering onroerende zaken.
Artikel 3 Samenstelling van de commissie
1De commissie bestaat uit een voorzitter en ten minste twee leden en maximaal vier leden, die worden benoemd, geschorst en ontslagen door het college.
2Het college benoemt een aantal plaatsvervangende leden.
3De voorzitter en de leden van de commissie kunnen geen deel uitmaken van of werkzaam zijn onder verantwoordelijkheid van het bestuursorgaan.
4De commissie regelt de vervanging van de voorzitter.
Artikel 4 Secretaris
1De secretaris van de commissie is een door het college aangewezen ambtenaar.
2Het college wijst tevens één of meer plaatsvervangers van de secretaris aan.
Artikel 5 Zittingsduur
1De voorzitter en de leden van de commissie worden benoemd voor een termijn van vier jaar. Het is mogelijk herbenoemd te worden.
2De voorzitter en de leden van de commissie kunnen op elk moment ontslag nemen. Zij doen daarvan schriftelijk mededeling aan het college.
3De aftredende of ontslag nemende voorzitter of leden van de commissie blijven hun functie vervullen totdat in de opvolging is voorzien.
Paragraaf 2 Procedure
Artikel 6 Ingediend bezwaarschrift
1Op het ingediende bezwaarschrift wordt de datum van ontvangst aangetekend.
2Bij het bericht van ontvangst als bedoeld in artikel 6:14 van de wet wordt vermeld dat een commissie over het bezwaar zal adviseren.
3Het bezwaarschrift met de daarbij overgelegde stukken wordt zo spoedig mogelijk in handen van de commissie gesteld.
Artikel 7 Uitoefening bevoegdheden
De bevoegdheden ingevolge de hierna genoemde artikelen van de wet worden voor de toepassing van deze verordening uitgeoefend door de voorzitter van de commissie:
-2:1, tweede lid;
-6:6, voor wat betreft het de indiener stellen van een termijn;
-6:17, voor zover het betreft de verzending van stukken tijdens de behandeling door de commissie;
-7:4, tweede lid;
-7:6, vierde lid.
Artikel 8 Vooronderzoek
1De voorzitter van de commissie is in verband met de voorbereiding van de behandeling van het bezwaarschrift bevoegd rechtstreeks alle gewenste inlichtingen in te winnen of te doen inwinnen.
2De voorzitter kan uit eigen beweging of op verlangen van de commissie bij deskundigen advies of inlichtingen inwinnen en dezen zo nodig uitnodigen daartoe in de zitting te verschijnen. Indien daaraan kosten zijn verbonden, is vooraf machtiging van het college vereist.
3De voorzitter stelt partijen in staat om schriftelijk te reageren op door of namens hen aan de commissie overgelegde stukken tot tien dagen voor de dag bedoeld in artikel 9, eerste lid van de wet.
Artikel 9 Hoorzitting
1De voorzitter van de commissie bepaalt plaats en tijdstip van de zitting waarin de belanghebbenden en het verwerend orgaan in de gelegenheid worden gesteld zich door de commissie te doen horen.
2De voorzitter beslist over de toepassing van artikel 7:3 van de wet.
3Indien de voorzitter op grond van het tweede lid besluit af te zien van het horen, doet hij daarvan mededeling aan:
a de belanghebbenden;
b het verwerend orgaan.
Artikel 10 Uitnodiging zitting
1De voorzitter deelt de belanghebbenden en het verwerend orgaan ten minste drie weken voor de zitting schriftelijk mee, dat zij in de gelegenheid worden gesteld zich te doen horen tijdens de zitting.
2Binnen drie dagen na de in het eerste lid bedoelde mededeling kunnen de belanghebbenden of het verwerend orgaan, onder opgaaf van redenen de voorzitter verzoeken het tijdstip van de zitting te wijzigen.
3De beslissing van de voorzitter op een verzoek als bedoeld in het tweede lid wordt zo spoedig mogelijk, doch in ieder geval twee weken voor het tijdstip van de zitting aan de belanghebbenden en het verwerend orgaan meegedeeld.
4De voorzitter is bevoegd in bijzondere omstandigheden af te wijken of afwijking toe te staan van de termijnen als genoemd in het eerste, tweede en derde lid.
Artikel 11 Quorum
Voor het houden van een zitting is vereist dat de meerderheid van het aantal leden, waaronder in ieder geval de voorzitter, dan wel zijn plaatsvervanger, aanwezig is.
Artikel 12 Niet-deelneming aan de behandeling
De voorzitter en de leden van de commissie nemen niet deel aan de behandeling van een bezwaarschrift, indien daarbij hun onpartijdigheid in het geding kan zijn. Zij laten zich zonodig vervangen.
Artikel 13 Openbaarheid zitting
1De zitting van de commissie is openbaar.
2De deuren kunnen worden gesloten indien de voorzitter van de commissie of een van de aanwezige leden het nodig oordeelt of indien een belanghebbende daartoe een verzoek doet.
3Indien de commissie vervolgens beslist dat gewichtige redenen aanwezig zijn die zich tegen openbaarheid van de zitting verzetten, vindt de zitting plaats achter gesloten deuren.
Artikel 14 Schriftelijke verslaglegging
1Het verslag als bedoeld in artikel 7:7 van de wet vermeldt de namen van de aanwezigen en hun hoedanigheid.
2Het verslag houdt een korte vermelding in van hetgeen over en weer is gezegd en wat verder ter zitting is voorgevallen.
3Indien de zitting geheel of gedeeltelijk achter gesloten deuren plaatsvond, of indien belanghebbenden, respectievelijk hun gemachtigden, niet in elkaars tegenwoordigheid zijn gehoord, maakt het verslag hiervan melding.
4Het verslag verwijst naar de op de zitting overgelegde bescheiden, die aan het verslag kunnen worden gehecht.
5Het verslag wordt ondertekend door de voorzitter en de secretaris van de commissie.
Artikel 15 Nader onderzoek
1Indien na afloop van de zitting maar voordat het advies wordt opgesteld, nader onderzoek wenselijk blijkt te zijn, kan de voorzitter uit eigen beweging of op verlangen van de commissie dit onderzoek houden.
2De uit het nader onderzoek verkregen informatie wordt in afschrift aan de leden van de commissie, het verwerend orgaan en de belanghebbenden toegezonden.
3De leden van de commissie, het verwerend orgaan en de belanghebbenden kunnen binnen een week na verzending van nadere informatie aan de voorzitter van de commissie een verzoek richten tot het beleggen van een nieuwe hoorzitting. De voorzitter beslist omtrent een dergelijk verzoek.
4Op een nieuwe hoorzitting, als bedoeld in het derde lid, zijn de bepalingen in deze verordening, die betrekking hebben op de hoorzitting zoveel mogelijk van overeenkomstige toepassing.
Artikel 16 Raadkamer en advies
1De commissie beraadslaagt en beslist achter gesloten deuren over het door haar uit te brengen advies.
a De commissie beslist bij meerderheid van stemmen over het uit te brengen advies.
b Indien bij een stemming de stemmen staken, beslist de stem van de voorzitter.
c Van een minderheidsstandpunt wordt bij het advies melding gemaakt, indien die minderheid dat verlangt.
3Het advies is gemotiveerd en omvat een voorstel voor de te nemen beslissing op het bezwaarschrift.
4Het advies wordt door de voorzitter en de secretaris van de commissie ondertekend.
Artikel 17 Uitbrengen advies
1Het advies wordt, onder medezending van het verslag als bedoeld in artikel 14 en eventueel door de commissie ontvangen nadere informatie en nader verslag, tijdig uitgebracht aan het bestuursorgaan dat op het bezwaarschrift dient te beslissen en in afschrift gezonden aan de indiener van het bezwaar.
2Indien naar het oordeel van de voorzitter van de commissie de termijn van twaalf weken, als genoemd in artikel 7:10, eerste lid, van de wet, ontoereikend is voor achtereenvolgens het uitbrengen van een advies en het nemen van een beslissing, verzoekt hij het verwerend orgaan tijdig de beslissing te verdagen.
3Van een besluit tot verdaging ontvangen de commissie en de belanghebbenden een afschrift.
HOOFDSTUK 3 SLOTBEPALINGEN
Artikel 18 Verslaglegging
De commissie brengt jaarlijks vóór 1 juli aan de bestuursorganen van de gemeente verslag uit van haar werkzaamheden in het voorafgaande kalenderjaar.
Artikel 19. Intrekking oude regeling
De Verordening inzake de behandeling van bezwaarschriften 2010 wordt ingetrokken.
Artikel 20. Inwerkingtreding
Deze verordening treedt met terugwerkende kracht in werking op 16 januari 2023.
Artikel 21. Citeertitel
Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening inzake de behandeling van bezwaarschriften 2023.