Gemeentelijke regelgeving

Regeling inrichting thuiswerkplek

Gemeente Landsmeer · geldt sinds 13 juni 2020

Aanhef

Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Landsmeer

besluit vast te stellen de volgende regeling:

Regeling inrichting thuiswerkplek.

Artikel 1. Definitiebepalingen

In deze regeling wordt verstaan onder:

a.Werkgever: de gemeente Landsmeer.

b.Medewerker: hij die met de werkgever een arbeidsovereenkomst is overeengekomen.

c.Leidinggevende: de medewerker die, volgens de hiërarchische organisatiestructuur, aansturing geeft aan de medewerker.

d.Medewerker HR: de medewerker die taken uitvoert op het gebied van arbo.

e.Thuiswerkplek: de plek waar de medewerker thuis zijn werk uitvoert.

Artikel 2. Doel van de regeling

Werkgever stelt medewerker in staat een ergonomisch verantwoord ingerichte thuiswerkplek te hebben.

Artikel 3. Inrichting thuiswerkplek

1Werkgever informeert, middels een handleiding (zie bijlage 1), medewerker hoe medewerker zijn thuiswerkplek het beste kan inrichten.

2Medewerker richt zelfstandig zijn thuiswerkplek in aan de hand van de in lid 1 van dit artikel genoemde handleiding.

3Werkgever zorgt voor doorlopende aandacht voor de juiste inrichting van de thuiswerkplek voor de periode dat het merendeel van de medewerkers vanuit huis werkt. Werkgever doet dit door berichten op intranet te plaatsen.

Artikel 4. Controle thuiswerkplek

1Werkgever informeert, middels een checklist (zie bijlage 2), medewerker hoe medewerker zijn thuiswerkplek kan controleren.

2Medewerker controleert zelfstandig zijn thuiswerkplek aan de hand van de in lid 1 van dit artikel genoemde checklist.

3Werkgever biedt medewerker de mogelijkheid om de thuiswerkplek op afstand te laten controleren.

4Medewerker die gebruik wil maken van de mogelijkheid genoemd in lid 3 van dit artikel neemt contact op met medewerker HR. Medewerker HR geeft contactgegevens van ergonoom door aan medewerker. Medewerker neemt zelf contact op met ergonoom. Het advies van de ergonoom gaat naar de medewerker en wordt niet gedeeld met de werkgever.

Artikel 5. Middelen voor thuiswerkplek

1Indien medewerker, na het zelf inrichting van de thuiswerkplek zoals genoemd in artikel 3, lid 2, en na eigen controle zoals genoemd in artikel 4, lid 2 en eventueel lid 3, niet beschikt over een geschikte thuiswerkplek, stelt werkgever aan medewerker ter beschikking een toetsenbord, een bureaustoel en een muis van kantoor.

2Medewerker dient zelf de middelen genoemd in lid 1 van dit artikel op te halen van kantoor.

3Medewerker levert de geleende middelen genoemd in lid 1 van dit artikel in op kantoor indien dit wordt gevraagd door werkgever.

Artikel 6. Thuiswerken en gezondheidsklachten

1Indien medewerker gezondheidsklachten heeft die veroorzaakt of verergerd worden door de aangenomen houding op de thuiswerkplek, en het aanschaffen van middelen voor de thuiswerkplek deze gezondheidsklachten kan verhelpen of verminderen, kan medewerker maximaal €500,- declareren aan aangeschafte middelen. Medewerker dient een declaratie in via Motion en voegt het aankoopbewijs toe aan de declaratie.

2Het in lid 1 van dit artikel genoemde maximaal te declareren bedrag geldt voor een periode van 4 jaar. Medewerker kan na deze termijn opnieuw aangeschafte middelen declareren.

3De in lid 1 van dit artikel opgenomen mogelijkheid tot declareren is enkel mogelijk voor medewerkers die minimaal 8 uur per week thuis werken voor een, in redelijkheid te verwachten, periode van minimaal drie aaneengesloten maanden.

4Medewerker kan alleen aanspraak maken op de mogelijkheid tot declareren zoals genoemd in lid 1 van dit artikel, indien de medewerker zijn thuiswerkplek heeft ingericht met behulp van de handleiding genoemd in artikel 3, lid 1.

5Medewerker kan alleen aanspraak maken op de mogelijkheid tot declareren zoals genoemd in lid 1 van dit artikel, indien de gezondheidsklachten van de medewerker niet verholpen of verminderd worden door de aangeboden middelen in artikel 5, lid 1.

6Onder de in lid 1 van dit artikel genoemde middelen mogen niet de middelen vallen die beschikbaar worden gesteld vanuit werkgever, zoals genoemd in artikel 5, lid 1.

7Medewerker die gebruik wil maken van de mogelijkheid genoemd in lid 1 van dit artikel doet een aanvraag bij leidinggevende en HR.

8Leidinggevende en HR beoordelen samen de aanvraag.

9Indien de aanvraag geaccordeerd wordt, schaft medewerker zelf de middelen, genoemd in lid 1 van dit artikel, aan.

Artikel 7. Citeertitel en inwerktreding

Deze regeling wordt aangehaald als: “Regeling inrichting thuiswerkplek” en treedt in werking op 27 mei 2020.

Geldende tekst uit de Centrale Voorziening Decentrale Regelgeving (CVDR, open data van de overheid). Raadpleeg lokaleregelgeving.overheid.nl voor de officiële versie. Dit is geen juridisch advies.