Aanhef
Bijtincidenten/ agressief gedrag/ hinderlijk gedrag van honden
1. Juridisch kader
Artikel 1. Begripsbepalingen
Licht bijtincident
Van een licht bijtincident is sprake wanneer een hond een mens of een ander dier bijt, maar daarbij geen sprake is van ernstig letsel of ernstige gevolgen, dat gezien de context van de situatie verklaarbaar is.
Ernstig bijtincident
Van een ernstig bijtincident is sprake:
1wanneer het bijtincident ernstige gevolgen heeft, doordat een persoon, hond of ander dier overlijdt als direct gevolg van het bijtincident;
2wanneer een hond ernstig letsel toebrengt aan een persoon, hond of een ander dier en/ of;
3wanneer meer dan één keer binnen een periode van twee jaar een bijtincident zonder ernstig letsel of ernstige gevolgen plaatsvindt door dezelfde hond en/ of;
4in ieder ander geval dat door de burgemeester als ernstig wordt aangemerkt mede gelet op de ernstige gevolgen van het bijtincident.
Ernstig letsel
Van ernstig letsel is sprake als bij een persoon, hond of ander dier ingrijpende medische behandeling noodzakelijk is als gevolg van het bijtincident.
Zeer ernstig bijtincident
Van zeer ernstige gevolgen is sprake als een persoon, hond of een ander dier overlijdt als gevolg van een bijtincident of als er sprake is van blijvende invaliditeit of blijvende beperktheid van lichaamsfuncties.
Gevaarlijke hond
Een hond die niet voldoet aan de afwijkingscriteria zoals beschreven in paragraaf 3.2 van dit protocol en betrokken is geweest bij een ernstig bijtincident of ernstig letsel heeft veroorzaakt en door de burgemeester als 'gevaarlijk' is aangemerkt.
Hinderlijke hond
Een hond, die een licht bijtincident heeft veroorzaakt.
Kort aanlijnen
Aanlijnen van een hond met een deugdelijke lijn met een lengte, die gemeten van hand tot halsband, niet langer is dan 1.50 meter.
Muilkorf
Een muilkorf vervaardigd van stevige kunststof of van stevig leer, of van beide stoffen, die door middel van een stevige leren riem rond de hals zodanig is aangebracht dat verwijdering zonder toedoen van een mens niet mogelijk is en die zodanig is ingericht dat de drager geen mens of dier kan bijten, dat de afgesloten ruimte binnen de korf een geringe opening van de bek van de hond toelaat en dat geen scherpe delen binnen de korf aanwezig zijn.
Artikel 2. Hinderlijke hond
1Indien de burgemeester een hond hinderlijk acht, maakt hij dat aan de eigenaar of houder van de hond bekend en legt hij aan de eigenaar of houder van de hond een schriftelijke waarschuwing op voor de wijze van houden van de hond. Deze waarschuwing geldt zolang de hond in leven is en zal afhankelijk van de ernst van het incident, of bij een herhaling van een bijtincident binnen een periode van 2 jaar, leiden tot de start van een bestuurlijk traject.
2De burgemeester kan naast de waarschuwing een aanlijngebod opleggen of een andere passende maatregel voor het houden van de hond gedurende een periode van tenminste 2 jaren. Het aanlijngebod geldt voor onbepaalde tijd. De eigenaar kan vanaf 2 jaar na het opgelegde gebod gemotiveerd en schriftelijk verzoeken om de opgelegde maatregel op te heffen conform artikel 5 lid 3 van dit protocol.
Artikel 3. Gevaarlijke hond
1De burgemeester geeft de eigenaar of houder van een gevaarlijke hond een aanlijn- en muilkorfgebod.
2Het aanlijn- en muilkorfgebod geldt voor onbepaalde tijd. De eigenaar kan vanaf twee jaar na opleggen van het gebod gemotiveerd en schriftelijk verzoeken om de opgelegde maatregel op te heffen conform artikel 5 lid 3 van dit protocol.
Artikel 4. Last onder dwangsom
Wanneer besloten wordt tot het opleggen van een aanlijngebod en/ of een muilkorfgebod, wordt tevens in dit besluit aangegeven dat op het niet voldoen aan het gebod een last onder dwangsom staat van € 500,-- per overtreding, tot een maximum van € 1.500,--. Na drie overtredingen wordt de situatie beschouwd als acute openbare ordeverstoring.
Artikel 5. Gedragstest
1In opdracht van de eigenaar of houder kan aan de hond een gedragstest worden afgenomen om aan te tonen dat de hond niet hinderlijk of gevaarlijk is. Dit zogenaamde risico-assessment dient altijd te worden afgenomen door een door de Raad van Beheer op Kynologisch Gebied benoemde gedragskeurmeester dan wel door een andere erkende onderzoeker of faculteit.
2De kosten voor het laten uitvoeren van een risico-assessment zijn voor rekening van eigenaar of houder van de hond.
3De burgemeester kan op schriftelijk verzoek van de eigenaar of houder van de hond de opgelegde maatregel opheffen, wanneer de eigenaar of houder van de hond door middel van de in lid 1 genoemde gedragstest aannemelijk heeft gemaakt dat de hond niet hinderlijk of gevaarlijk is.
Artikel 6. Afstand doen of inbeslagname van een gevaarlijke hond
1Als de eigenaar of houder van een hond, welke op grond van artikel 3 van dit protocol door de burgemeester is aangewezen als gevaarlijk, in strijd met de bepalingen in artikel 2:59, 2:59a of 2:60 (APV) handelt én vervolgens de hond een nieuw bijtincident veroorzaakt waarbij sprake is van (ernstig) letsel of (ernstige) gevolgen, wordt de eigenaar of houder gevraagd om vrijwillig afstand te doen van zijn hond.
2De burgemeester kan besluiten tot onvrijwillige inbeslagname van een hond op grond van artikel 5:31, lid 2 van de Algemene wet bestuursrecht als de in lid 1 genoemde situatie zich heeft voorgedaan en de houder hierop niet vrijwillig afstand doet van de hond en de burgemeester vreest dat de kans op bijtrecidive aanwezig is of blijft;
3Bij het in lid 2 omschreven in beslag nemen van de hond kan in opdracht van de eigenaar of houder een risico-assessment worden afgenomen, conform hetgeen is bepaald onder artikel 5 van dit protocol.
4Wanneer uit het uitgevoerde risico-assessment, als bedoeld in lid 3, blijkt dat de hond niet kan worden terug geplaatst, resocialiseerbaar, elders herplaatsbaar, of anderszins het risico op bijtincidenten kan worden voorkomen of weggenomen, wordt door de burgemeester besloten de betreffende hond te (doen laten) euthanaseren door een daartoe bevoegde dierenarts.
5De kosten van vervoer, verblijf, risico-assessment en eventueel de kosten voor het laten uitvoeren van euthanasie komen in redelijkheid voor rekening van de eigenaar of houder van de hond.
Artikel 7. Inbeslagname op grond van de Gemeentewet
In uitzonderlijke gevallen of zeer ernstige acute situaties die vrees voor verstoring van de openbare orde opleveren, is het mogelijk om van dit protocol af te wijken en kan de burgemeester op grond van artikel 172, derde lid, van de Gemeentewet het bevel geven om per direct over te gaan tot onvrijwillige inbeslagname van een hond.
Artikel 8. Slotbepalingen
1Dit beleidsstuk kan worden aangehaald als ‘Protocol bijtincidenten honden gemeente Landsmeer’.
2Dit besluit treedt in werking op de eerste dag na bekendmaking.
Bijlage 1: Verzoek politie aan gemeente om kort aanlijngebod (en/of muilkorfgebod)
Geachte heer, mevrouw,
Hierbij verzoek ik de burgemeester en wethouders van Landsmeer een kort aanlijngebod en / of een muilkorfgebod op te leggen voor de hond [zo mogelijk benoemen van naam en omschrijving van ras van betreffende hond].
De hond is eigendom van [invullen] geboren op [datum] te [geboorteplaats], wonende [invullen NAW-gegevens].
In het kort weergegeven staan de volgende meldingen in het Bedrijfsprocessen Systeem van de politie geregistreerd [invullen:
•personalia eigenaar/houder;
•personalia benadeelde partij;
•personalia getuige(n);
•gegevens van bijtende hond inclusief vermelding van ras, chipnummer, roepnaam hond, kopie van paspoort en/of stamboomgegevens;
•indien van toepassing gegevens slachtoffer;
•indien van toepassing gegevens van gebeten hond of inclusief vermelding van ras, chipnummer, roepnaam hond, kopie paspoort en/of stamboomgegevens;
•indien van toepassing gegevens van gebeten dier of object;
•aard en omvang van letsel en schade;
•omstandigheden en aanleiding waaronder de hond heeft gebeten;
•of de hond mee naar huis is of in beslag is genomen en op welke grond (straf‐ of bestuursrecht);
•of er andere of ‘oudere’ meldingen (tot 2 jaar terug) over desbetreffende hond in het systeem aanwezig zijn.]
Tot slot kan aanvullend nog informatie over de eigenaar/houder en het hondenras worden vermeld terondersteuning van het verzoek.
Hoogachtend,
Politie
Bijlage 2: Eerste waarschuwing gemeente
Geachte heer, mevrouw,
Op [datum invullen] is uw hond betrokken geweest bij een bijtincident [eventuele aanvulling].
Eerste bijtincident
Bij nader onderzoek is gebleken dat dit het eerste incident is dat bij ons is geregistreerd.
Gevolgen na een tweede bijtincident
Zoals aan u is meegedeeld, zal [de politie en/of handhaving] bij een eventueel volgend bijtincident aan de burgemeester van de gemeente Landsmeer een kort aanlijn- en/of muilkorfgebod aanvragen voor uw hond. De gemeente kan dit gebod opleggen op grond van artikel 2:59, eerste lid van de Algemene Plaatselijke Verordening Landsmeer (hierna: APV).
Tevens kan er een proces-verbaal worden opgemaakt op grond van artikel 425 van het Wetboek van Strafrecht.
Op grond van het ‘Protocol Bijtincidenten Honden gemeente Landsmeer’ volgt, afhankelijk van de ernst van het bijtincident een kort aanlijngebod of kort aanlijn- en muilkorfgebod van de hond, zo mogelijk een muilkorfgebod, dan wel directe inbeslagname van uw hond.
Ingeval van een kort aanlijn- en muilkorfgebod mag uw hond alleen nog aan een deugdelijke korte lijn (maximaal 1,50 gemeten van hand tot halsband) en voorzien van een muilkorf op openbare plaatsen komen. Bij het niet naleven van dit gebod wordt verbaliserend opgetreden en kan inbeslagname van uw hond volgen.
Waarschuwing
Wij gaan er van uit dat u na het lezen van deze waarschuwing er alles aan zult doen om te voorkomen dat er een nieuw bijtincident plaatsvindt. Bijvoorbeeld door uit voorzorg uw hond kort aan te lijnen aan een deugdelijke lijn en een muilkorf aan te schaffen en te gebruiken. Wij adviseren u tevens om een gehoorzaamheidstraining met uw hond te volgen.
Tot slot treft u in de bijlage de omschrijving aan van de wetsartikelen en regelingen, die in deze brief zijn genoemd.
Wij verwachten u hiermee voldoende te hebben geïnformeerd.
Hoogachtend,
……
Bijlage 3: Voornemen opleggen kort aanlijngebod van de hond en/of een muilkorfgebod voor de hond
Geachte heer, mevrouw,
Op [datum] hebben wij van [de politie en/of handhaving] een aanvraag ontvangen om in verband met het gedrag van uw hond [naam en/of ras] een kort aanlijngebod van de hond en of een muilkorfgebod voor de hond op te leggen.
Besluit
Met deze brief wil ik u hierbij bekend maken dat ik uw hond op grond van artikel 2:59 van de Algemene Plaatselijke Verordening (hierna: APV) gemeente Landsmeer heb aangewezen als gevaarlijke hond. Op basis van de door politie ingediende stukken achten wij de hond als gevaarlijk en het hebben wij het voornemen om aan u als eigenaar van de hond, [naam en/of ras van de hond] een kort aanlijngebod van de hond en/of een muilkorfgebod voor uw hond op te leggen.
Kort samengevat bevat de aanvraag van de politie
[Invullen]
Zienswijze
Voordat we een besluit nemen stellen wij u als belanghebbende op grond van artikel 4:9 van de Algemene wet bestuursrecht in de gelegenheid om een afspraak te maken voor inzage van de stukken van politie en uw zienswijze naar voren te brengen.
U heeft tot uiterlijk (maximaal 10 dagen na de verzenddatum van de brief) de gelegenheid om uw zienswijze over dit voornemen bij voorkeur schriftelijk aan ons kenbaar te maken. Na deze reactietermijn nemen wij een definitief besluit.
Indien u de stukken wilt inzien, neemt u dan contact op met Team Handhaving, telefoonnummer 020 4877 11.
Ik vertrouw erop u hiermee voldoende te hebben geïnformeerd.
Hoogachtend,
Burgemeester,
Bijlage 4: Besluit opleggen kort aanlijngebod van de hond en/of een muilkorfgebod
Geachte heer, mevrouw,
Aanvraag [politie en/of handhaving] en voornemen tot kort aanlijn- en muilkorfgebod
Op basis van een aanvraag d.d. [datum] van [de politie en/of handhaving] de navolgende documenten ter onderbouwing van de aanvraag:
•Mutatierapport [datum]
•Toelichting bij incident [datum]
•Verklaring van eigenaar van de gebeten hond [datum]
•Foto’s van de gebeten hond
•Verklaring van de dierenarts
hebben wij u op [datum]een brief gezonden met het voornemen om u een kort aanlijngebod van de hond en of een muilkorfgebod op te leggen voor uw hond [naam en/of ras van de hond].
Zienswijze
Voorafgaande aan dit besluit hebben wij u tot [datum] in de gelegenheid gesteld om op grond van artikel 4:9 van de Algemene wet bestuursrecht uw zienswijze naar voren te brengen. U heeft uw zienswijze kenbaar gemaakt aan [naam] ……. [datum]. Uw zienswijze komt er kort samengevat op neer dat [invullen]
Besluit
•U krijgt met ingang van heden een kort aanlijngebod opgelegd voor uw hond op grond van artikel 2:59, lid 1 van de APV.
•U krijgt met ingang van heden een kort aanlijn- en muilkorfgebod opgelegd voor uw hond op grond van artikel 2:59, lid 1 van de APV.
•U dient binnen een week na ontvangst van dit besluit een muilkorf aan te schaffen (niet zijnde een snuitje) en te gebruiken conform de aanwijzingen.
•U dient binnen een week na ontvangst van dit besluit een U-lead (anti-trek-tuig) aan te schaffen en te gebruiken.
•U dient te voorkomen dat uw hond kan loslopen zonder muilkorf buiten uw eigen terrein en adviseren u het ontsnappen van de hond uit eigen huis en tuin onmogelijk te maken.
•Wij adviseren u samen met uw hond een gehoorzaamheidscursus te volgen.
•Dit besluit en de voorwaarden gelden ook voor degene die, in geval van afwezigheid, uw hond uitlaat.
Naleving
Wij verwachten dat u aan het opgelegde kort aanlijngebod van de hond en het muilkorfgebod voor uw hond en de overige aanvullende voorwaarden gehoor zult geven.
Overtreding van dit besluit
Overtreding van dit besluit kan op grond van het bepaalde in artikel 6:1 van de APV worden bestraft met hechtenis van ten hoogste drie maanden of een geldboete van de tweede categorie als bedoeld in het Wetboek van Strafrecht. Daarnaast zal bij een nieuw bijtincident door ons worden overwogen of uw hond [naam] in beslag moet worden genomen, vanwege de risico’s die de hond met zich meebrengt.
Hoogachtend,
Burgemeester,
Bezwaarmogelijkheid
Op grond van artikel 7:1 van de Algemene wet bestuursrecht kunt u tegen dit besluit binnen 6 weken na de dag van toezending een gemotiveerd bezwaarschrift indienen bij de Burgemeester, Postbus 1, 1120 AA Landsmeer.
Het bezwaarschrift moet worden ondertekend en moet tenminste bevatten:
•de naam en het adres van de indiener
•de dagtekening
•een omschrijving van het besluit waartegen het bezwaar is gericht
•de gronden van het bezwaar
Dit bezwaarschrift schorst de werking van het besluit niet.
Op grond van artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht kunt u de voorzieningenrechter van de rechtbank te Haarlem, sector bestuursrecht, Postbus 1621, 2003 BR Haarlem, verzoeken een voorlopige voorziening te treffen indien onverwijlde spoed, gelet op de betrokken belangen, dat vereist. Voorwaarde is wel dat u ook bezwaar hebt gemaakt.
U kunt het verzoek voorlopige voorziening ook digitaal indienen bij genoemde rechtbank via http://loket.rechtspraak.nl/bestuursrecht. Daarvoor moet u wel beschikken over een elektronische handtekening (DigiD). Kijk op de genoemde site voor de precieze voorwaarden.
Bijlage 5: Dwangsomaanschrijving na overtreding APV
Geachte heer, mevrouw,
Besluit
Op [datum] hebben wij u op grond van artikel [2:59, 2:59a, 2:60] van de Algemene Plaatselijke Verordening gemeente Landsmeer (hierna: APV) voor onbepaalde tijd een [kort aanlijngebod of een aanlijn- en muilkorfgebod] opgelegd voor uw hond [ras en/of naam]. Kort aanlijnen betekent het aanlijnen van een hond met een deugdelijke lijn, die niet langer is dan 1,50 meter, gemeten van hand tot halsband.
Overtreding
Wij hebben [geconstateerd of van de politie een rapport ontvangen], waarin staat vermeld dat u op [datum] ons besluit heeft overtreden [eventueel extra toelichting].
Belangenafweging
Voordat tot het opleggen van een bestuursrechtelijke maatregel wordt overgegaan, is het noodzakelijk dat de belangen van alle betrokkenen tegen elkaar worden afgewogen. Dit zijn uw belang tegenover het algemeen belang. Uw belang ligt in het laten voortduren van de huidige situatie. Het algemeen belang, dat door de gemeente wordt behartigd, ligt in de naleving van het aanlijngebod en de leefbaarheid en veiligheid van buurtbewoners en passanten. Wij achten hier het algemeen belang zwaarder wegen dan uw belang. Hierbij is mede in overweging genomen dat u op de hoogte bent van het feit dat buurtbewoners zich niet veilig voelen, omdat uw hond betrokken is geweest bij [een of meer] bijtincident[en]. Door [het gebruik van een flexibele lijn, het overtreden van de het besluit] is door u onvoldoende rekening gehouden met de veiligheid van uw buurtbewoners en passanten tijdens het uitlaten van uw hond.
Handhaving
Op grond van artikel 125 Gemeentewet en artikel 5:21 e.v. van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb) staat ook onze bevoegdheid vast om daartegen met bestuursrechtelijke handhaving op te treden.
Last onder dwangsom
Op grond van de overtreding van artikel [2:59, 2:59a of 2:60] van de APV en op grond van artikel 5:32 van de Awb gelasten wij u om binnen één week na verzenddatum van deze brief uw hond met een deugdelijke lijn, die niet langer is dan 1,50 meter, gemeten van hand tot halsband uit te laten. Indien u niet voor de gestelde datum het gebruik van een flexibele lijn heeft gestaakt, verbeurt u een dwangsom van € 500 per constatering tot een maximum van € 1.500 als niet wordt voldaan aan voornoemde verplichting.
Wij geven de voorkeur aan het opleggen van een last onder dwangsom boven toepassing van een last onder bestuursdwang, omdat wij van mening zijn dat in beginsel de overtreder zelf een einde dient te maken aan de strijdige situatie. Dit middel is voor u het minst ingrijpend, nu u zelf in de hand heeft of u de dwangsom verbeurt.
Hoogte van de dwangsom
Bij het bepalen van de hoogte van de dwangsom hebben wij de ernst van de overtreding in aanmerking genomen en het feit dat er een voldoende prikkel moet uitgaan van de dwangsom om de overtreding te beëindigen. De hoogte van deze dwangsom is gebaseerd op een strafrechtelijke boete om de hond te laten lopen, terwijl deze niet kort is aangelijnd na schriftelijke aanzegging van de burgemeester.
Hoogachtend,
Burgemeester,
Bezwaarmogelijkheid
Op grond van artikel 7:1 van de Algemene wet bestuursrecht kunt u tegen dit besluit binnen 6 weken na de dag van toezending een gemotiveerd bezwaarschrift indienen bij de Burgemeester, Postbus 1, 1120 AA Landsmeer.
Het bezwaarschrift moet worden ondertekend en moet tenminste bevatten:
•de naam en het adres van de indiener
•de dagtekening
•een omschrijving van het besluit waartegen het bezwaar is gericht
•de gronden van het bezwaar
Dit bezwaarschrift schorst de werking van het besluit niet.
Op grond van artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht kunt u de voorzieningenrechter van de rechtbank te Haarlem, sector bestuursrecht, Postbus 1621, 2003 BR Haarlem, verzoeken een voorlopige voorziening te treffen indien onverwijlde spoed, gelet op de betrokken belangen, dat vereist. Voorwaarde is wel dat u ook bezwaar hebt gemaakt.
U kunt het verzoek voorlopige voorziening ook digitaal indienen bij genoemde rechtbank via http://loket.rechtspraak.nl/bestuursrecht. Daarvoor moet u wel beschikken over een elektronische handtekening (DigiD). Kijk op de genoemde site voor de precieze voorwaarden.