Aanhef
Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Landsmeer;
Overwegende dat het wenselijk is een heffings- en invorderingsambtenaar aan te wijzen;
Gelet op de Wet normalisering rechtspositie ambtenaren, de Ambtenarenwet 2017, de Algemene wet inzake rijksbelastingen, de Kostenwet invordering rijksbelastingen, de Invorderingswet 1990 en de Wet waardering onroerende zaken (WOZ);
Gelet op de artikelen 160, eerste lid, 231, 232 van de Gemeentewet, artikel 2 van het Uitvoeringsbesluit Ambtenarenwet 2017 en artikel 1, tweede lid, van de Wet waardering onroerende zaken;
Besluit vast te stellen:
Aanwijzingsbesluit heffings- en invorderingsambtenaar gemeente Landsmeer
Artikel 1 Heffings- en invorderingsambtenaar
1Als degene die is belast met de heffing van gemeentelijke belastingen 2025 en alle bijbehorende wettelijke bevoegdheden, als bedoeld in artikel 231, tweede lid, onderdeel b, van de Gemeentewet (heffingsambtenaar) wordt aangewezen de directeur van de gemeenschappelijke regeling Cocensus.
2Als degene die is belast met de invordering van de gemeentelijke belastingen en alle bijbehorende wettelijke bevoegdheden, als bedoeld in artikel 231, tweede lid onder c, van de Gemeentewet (invorderingsambtenaar) wordt aangewezen de adjunct directeur van de gemeenschappelijke regeling Cocensus.
3De heffings- en invorderingsambtenaar zijn bevoegd ten aanzien van alle gemeentelijke belastingen, waaronder onder meer dienen te worden verstaan:
a.Onroerendezaakbelasting (WOZ);
b.Roerende woon- en bedrijfsruimten;
c.Rioolheffing;
d.Precariobelasting;
e.Lijkbezorgingsrechten;
f.Afvalstoffenheffing;
g.Toeristenbelasting;
h.Liggelden;
i.BIZ-heffing.
Artikel 2 WOZ-ambtenaar
De in artikel 1, eerste lid, aangewezen heffingsambtenaar is tevens WOZ-ambtenaar als bedoeld in artikel 1, tweede lid, van de Wet waardering onroerende zaken.
Artikel 3 Mandatering bevoegdheden
1Mandatering van de bevoegdheden van de heffings-/invorderingsambtenaar is mogelijk bij afzonderlijk mandaatbesluit.
2Onder ‘mandaat’ wordt in dit besluit verstaan: de bevoegdheid om in naam en onder verantwoordelijkheid van de heffings-/invorderingsambtenaar besluiten te nemen, zulks met inbegrip van de ondertekeningsbevoegdheid.
Artikel 4 Bekendmaking
Dit besluit wordt bekendgemaakt op de wijze, zoals voorgeschreven in artikel 3:42 van de Algemene wet bestuursrecht.
Artikel 5 Inwerkingtreding en citeertitel
1Dit besluit treedt met terugwerkende kracht in werking op 1 januari 2025.
2Dit besluit wordt aangehaald als: ‘Aanwijzingsbesluit heffings- en invorderingsambtenaar gemeente Landsmeer’.
3Dit besluit geldt tot het moment van de inwerkingtreding van de gewijzigde gemeenschappelijke regeling Cocensus waarbij de gemeente Landsmeer is toegetreden.