Aanhef
De raad van de gemeente Landgraaf;
Kennisgenomen van de evaluatie d.d. 30 november 2023;
gelet op de artikelen 149 en 82, eerste lid, van de Gemeentewet;
gelet op het besluit d.d. 14 december 2023 van de gemeenteraad van Landgraaf tot het instellen van twee raadscommissies:
de raadscommissie Ruimtelijke Ontwikkeling & Economie;
de raadscommissie Burgers, Maatschappij, Financiën & Algemeen Bestuurlijke Zaken
B E S L U I T:
De verordening op de Raadscommissies van de gemeente Landgraaf 2022, 2e wijziging vast te stellen.
Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen
Artikel 1. Begripsbepalingen
In deze verordening wordt verstaan onder:
•commissielid: het raads- of burgercommissielid dat als commissielid door de raad is benoemd of diens plaatsvervanger.
•commissievoorzitter: een door de raad benoemde voorzitter van een raadscommissie of diens plaatsvervanger;
•griffier: griffier van de raad of diens plaatsvervanger.;
•wet: Gemeentewet.
Artikel 2 Instellen raadscommissies.
1Er is een:
A. raadscommissie Ruimtelijke Ontwikkeling, & Economie die overlegt over de volgende onderwerpen:
1ruimtelijke ontwikkeling & volkshuisvesting;
2openbare werken;
3verkeerszaken;
4duurzaamheid, milieu, afval en reiniging;
5toerisme, recreatie en economie.
B. raadscommissie Burgers, Maatschappij, Financiën & Algemeen Bestuurlijke Zaken die overlegt over de volgende onderwerpen:
1financiën & belastingen;
2sociaal domein en welzijn;
3cultuur en sport;
4Volksgezondheid en onderwijs.
5algemeen bestuurlijke en juridische zaken;
6openbare orde en veiligheid;
7regionale en internationale samenwerkingsverbanden;
8HR en organisatie.
2Bij onduidelijkheid omtrent de vraag welke raadscommissie bevoegd is beslissen de commissievoorzitters bij meerderheid van stemmen.
3De raadscommissies vergaderen apart, doch in voorkomend geval omwille van de doelmatigheid, gezamenlijk met een gecombineerde agenda.
4In het seniorenconvent vindt de afstemming plaats omtrent het houden van een gezamenlijke commissievergadering.
Artikel 3. Taken
Een raadscommissie:
1brengt advies uit aan de raad over die onderwerpen waarop haar werkzaamheden betrekking hebben;
2kan advies uitbrengen aan de raad over andere onderwerpen dan bedoeld onder 1; en
3voert overleg met het college of de burgemeester over de door hen verstrekte inlichtingen en het gevoerde bestuur ten aanzien van de onderwerpen, bedoeld onder 1.
Artikel 4 Benoeming commissie leden en benoeming commissievoorzitter.
1Fracties mogen per commissie het volgende aantal commissieleden afvaardigen: de helft van het aantal leden in de raad dat de fractie heeft (afgerond naar boven) met een minimum van twee commissieleden. De benoemingsstructuur voor de twee commissies gezamenlijk is als volgt:
•indien een fractie bestaat uit één lid in de raad: maximaal 5 commissieleden; (raadslid plus 4 burgercommissielieden);
•indien een fractie bestaat uit twee leden in de raad: maximaal 6 commissieleden; ( twee raadsleden plus 4 burgercommissielieden);
•indien een fractie bestaat uit drie leden in de raad: maximaal 7 commissieleden; (drie raadsleden plus 4 burgercommissielieden);
•indien een fractie bestaat uit vier leden in de raad: maximaal 8 commissieleden; (vier raadsleden plus 4 burgercommissielieden);
•indien een fractie bestaat uit vijf leden in de raad: maximaal 10 commissieleden; (vijf raadsleden plus 5 burgercommissielieden);
•indien een fractie bestaat uit zes of meer leden in de raad maximaal 6 burgercommissielieden plus het aantal raadsleden vertegenwoordigd in de raad.
2Indien een vast benoemd commissielid een vergadering niet kan bijwonen, kan deze zich laten vervangen door een onder 1 benoemd commissielid. Van de vervanging wordt mededeling gedaan aan de griffier.
3De commissieleden worden door de raad op voordracht van de fracties per commissie benoemd.
4De raad kan zowel raadsleden als burgercommissielieden benoemen tot commissielid.
5De artikelen 10, 11, 12, 13 en 15 van de Gemeentewet zijn van toepassing op commissieleden die geen raadslid zijn.
6De raad benoemt voor iedere raadscommissie als bedoeld in artikel 2 een commissievoorzitter en een of meerdere plaatsvervangende commissievoorzitters.
7De commissievoorzitter is geen lid van de commissie
Artikel 5 Zittingsduur en vacatures
1De zittingsperiode van een commissielid en commissievoorzitter eindigt in ieder geval met het einde van de zittingsperiode van de raad.
2De raad kan een commissielid ontslaan.
3De raad kan de commissievoorzitter ontslaan.
4Een commissielid en commissievoorzitter kunnen te allen tijde ontslag nemen. Zij doen daarvan schriftelijk mededeling aan de raad. Het ontslag gaat een maand na de schriftelijke mededeling in of zoveel eerder als hun opvolger is benoemd.
5Als door overlijden of ontslag een vacature ontstaat, beslist de raad zo spoedig mogelijk over de vervulling daarvan.
6Het lidmaatschap van commissieleden, benoemd op voordracht van een fractie die niet langer vertegenwoordigd is in de raad, vervalt van rechtswege.
Artikel 6. De griffier
1De griffier is aanwezig in de vergaderingen.
2Bij verhindering of afwezigheid wordt de griffier vervangen door diens plaatsvervanger. In voorkomende gevallen kan de griffier een andere medewerker van de griffie afvaardigen.
3De griffier of diens plaatsvervanger kan op uitnodiging van de commissievoorzitter aan beraadslagingen in vergaderingen deelnemen.
Hoofdstuk 2. Vergaderingen
Paragraaf 1. Voorbereiding
Artikel 7. Oproep en voorlopige agenda
1De commissievoorzitter zendt ten minste 7 dagen voor een vergadering de commissieleden een schriftelijke oproep en de voorlopige agenda met de daarbij behorende stukken.
2De voorlopige-agenda wordt door de betreffende commissievoorzitter in overleg met de griffier vastgesteld.
3In spoedeisende gevallen kan de commissievoorzitter na het verzenden van een schriftelijke oproep een aanvullende agenda opstellen. Zo spoedig mogelijk, maar uiterlijk 48 uur voor aanvang van de vergadering, wordt deze met de daarbij behorende stukken aan de leden gezonden.
4Op de stukken, bedoeld in het eerste en tweede lid, is artikel 8, derde lid, van toepassing.
5De agenda wordt bij aanvang van een vergadering door de raadscommissie vastgesteld.
Artikel 8. Ter inzage leggen van stukken
1Stukken die ter toelichting van de onderwerpen of voorstellen op een agenda dienen, worden gelijktijdig met het verzenden van de schriftelijke oproep op het gemeentehuis ter inzage gelegd. Als na het verzenden van de schriftelijke oproep stukken ter inzage worden gelegd, wordt hiervan mededeling gedaan aan de leden van de raadscommissie en zo mogelijk door middel van openbare kennisgeving.
2Elektronisch beschikbare stukken worden op de website van de gemeente geplaatst.
3Informatie van de raadscommissie of aan de raadscommissie verstrekte informatie waaromtrent op grond van hoofdstuk Va van de wet geheimhouding is opgelegd, blijft in afwijking van het eerste en tweede lid onder berusting van de griffier en verleent deze de commissieleden op verzoek inzage.
Artikel 9. Openbare kennisgeving
Commissievergaderingen worden ter openbare kennis gebracht door aankondiging op de gemeentelijke website.
Artikel 10. Presentielijst
1De griffier draagt zorg voor het bijhouden van presentielijsten van vergaderingen.
2Bij binnenkomst in de vergaderzaal tekenen commissieleden de presentielijst.
Artikel 11. Opening vergadering en quorum
1Een vergadering wordt niet geopend voordat blijkens de presentielijst meer dan de helft van het aantal fracties -vertegenwoordigd in de raad- aanwezig is.
2Als op grond van het eerste lid de vergadering niet kan worden geopend, belegt de commissievoorzitter opnieuw een vergadering op een tijdstip dat ten minste vierentwintig uur na het bezorgen van de oproeping is gelegen.
3Op een vergadering als bedoeld in het tweede lid is het eerste lid niet van toepassing. Een raadscommissie kan echter over andere aangelegenheden dan die waarvoor de ingevolge het eerste lid niet geopende vergadering was belegd alleen beraadslagen of besluiten, als blijkens de presentielijst meer dan de helft van het aantal fracties tegenwoordig is.
Artikel 12. Advies;
1De commissie adviseert bij meerderheid van stemmen -waarbij iedere fractie één adviserende stem heeft- of een voorstel in de raad geagendeerd wordt. Bij het staken van de adviserende stemmen worden de verschillende adviezen ter kennis van de raad gebracht.
2Indien één of meerdere fracties dit wenselijk achten wordt het voorstel als bespreekstuk in de raad geagendeerd.
3Een voorstel voor een verordening of ander voorstel van het college aan de raad, dat ter agendering aan de commissie is aangeboden en geagendeerd, kan niet worden ingetrokken zonder toestemming van de commissie.
Artikel 13. Aantal spreektermijnen
1Beraadslaging over onderwerpen of voorstellen geschiedt in ten hoogste twee termijnen, tenzij de raadscommissie anders beslist. In de eerste termijn vinden er geen interrupties plaats.
2Spreektermijnen worden door de commissievoorzitter afgesloten.
3Commissieleden voeren in een termijn niet meer dan éénmaal het woord over hetzelfde onderwerp of voorstel.
4Bij de bepaling hoeveel keer een commissielid over hetzelfde onderwerp of voorstel het woord heeft gevoerd, wordt niet meegerekend het spreken over een voorstel van orde.
5Technische vragen dienen zo veel mogelijk in de aan de commissievergadering voorafgaande schriftelijke ronde te worden gesteld. De commissievoorzitter kan omwille van de voortgang van de vergadering bepalen dat vragen schriftelijk worden afgedaan.
Artikel 14. Deelname aan de beraadslaging door anderen
Een raadscommissie kan besluiten dat anderen mogen deelnemen aan de beraadslaging.
Artikel 15. Spreekrecht burgers
1Burgers kunnen in een vergadering het woord voeren over onderwerpen die geagendeerd zijn.
2Degene die van het spreekrecht gebruik wil maken, meldt dit binnen 48 uur voor aanvang van de vergadering aan de griffier onder vermelding van zijn naam, adres en telefoonnummer en het onderwerp waarover hij het woord wenst te voeren.
3De commissievoorzitter geeft het woord op volgorde van aanmelding tenzij afwijking van die volgorde in het belang is van de orde van de vergadering.
4De inspreker voert maximaal 5 minuten het woord, nadat de commissievoorzitter hem dit heeft verleend. De commissievoorzitter kan de deelnemers aan de vergadering toestaan aan insprekers een korte, verhelderende vraag te stellen. Er vindt geen discussie plaats tussen een inspreker en deelnemers van de vergadering.
5De commissievoorzitter of een commissielid kan een voorstel doen over de wijze van de behandeling van de inbreng van de inspreker.
Artikel 16 Handhaving orde en schorsing
1De commissievoorzitter handhaaft de orde in de vergadering.
2De commissievoorzitter kan de raadscommissie voorstellen aan een commissielid dat door zijn gedragingen de geregelde gang van zaken belemmert, het verdere verblijf in de vergadering te ontzeggen. Over het voorstel wordt niet beraadslaagd. Na aanneming daarvan verlaat het commissielid de vergadering onmiddellijk. Zo nodig doet de commissievoorzitter hem verwijderen. Bij herhaling van zijn gedrag kan het commissielid bovendien voor ten hoogste drie maanden de toegang tot de vergadering worden ontzegd.
3De commissievoorzitter kan ter handhaving van de orde de vergadering voor een door hem te bepalen tijd schorsen en, als na de heropening de orde opnieuw wordt verstoord, de vergadering sluiten.
4De commissievoorzitter roept sprekers tot de orde als deze zich in beledigende of onbetamelijke uitdrukkingen uitlaten, afwijken van het in behandeling zijnde onderwerp, andere sprekers herhaaldelijk interrumperen, dan wel anderszins de orde verstoren. Sprekers die hieraan geen gevolg geven, kunnen door hem het woord ontnomen worden over het aanhangige onderwerp.
Artikel 17. Voorstellen van orde
Commissieleden kunnen tijdens een vergadering mondeling een voorstel van orde betreffende de vergadering doen. De raadscommissie beslist hier terstond over.
Artikel 18. Verslag
De griffier draagt zorg voor korte zakelijke verslagen omtrent de gedane adviezen in de vergaderingen. Van de commissievergaderingen worden alleen geluidsopname gemaakt.
Paragraaf 3. Besloten vergaderingen
Artikel 19. Toepassing verordening op besloten vergaderingen
Op besloten vergaderingen is deze verordening van overeenkomstige toepassing voor zover dat niet strijdig is met het besloten karakter van de vergadering.
Artikel 20. Verslag besloten vergadering
1Conceptverslagen van besloten vergaderingen worden niet verspreid, maar uitsluitend voor de commissieleden ter inzage gelegd bij de griffier.
2Deze verslagen worden zo spoedig mogelijk in een besloten vergadering ter vaststelling aangeboden. Tijdens deze vergadering neemt de raadscommissie een besluit over het al dan opheffen van de geheimhouding op het verslag.
3De vastgestelde verslagen worden door de commissievoorzitter en de griffier ondertekend.
Artikel 21 Opheffing geheimhouding
Als de raad op grond van artikel 89, vierde lid, van de wet voornemens is de geheimhouding van aan de raad verstrekte informatie op te heffen, wordt, als de raadscommissie die geheimhouding heeft opgelegd daarom verzoekt, daarover in een besloten vergadering met de raadscommissie overleg gevoerd.
Artikel 22. Toehoorders en pers
1Toehoorders en vertegenwoordigers van de pers wonen openbare vergaderingen uitsluitend bij op de voor hen bestemde plaatsen.
2Het blijkgeven van tekenen van goed- of afkeuring of het op andere wijze verstoren van de orde is hen verboden.
3De commissievoorzitter is bevoegd, wanneer de orde in de vergadering op enigerlei wijze door toehoorders wordt verstoord, deze en zo nodig andere toehoorders te doen vertrekken.
4De commissievoorzitter is bevoegd toehoorders die bij herhaling de orde in de vergadering verstoren voor ten hoogste drie maanden de toegang tot de vergadering te ontzeggen.
Artikel 23. Geluid- en beeldregistraties
1Van de commissievergaderingen worden alleen geluidsopnamen gemaakt.
2Degenen die van een openbare vergadering geluid- of beeldregistraties willen maken, dienen hiervoor toestemming te verkrijgen van de commissievoorzitter en gedragen zich naar diens aanwijzingen.
Hoofdstuk 3. Slotbepalingen
Artikel 24. Inwerkingtreding en citeertitel
1Deze verordening treedt in werking met ingang 1 januari 2024 onder gelijktijdige intrekking, onder gelijktijdige intrekking van De verordening op de Raadscommissies van de gemeente Landgraaf 2022, 1e wijziging.
2Deze verordening wordt aangehaald als: De verordening op de Raadscommissies van de gemeente Landgraaf 2022, 2e wijziging.