Gemeentelijke regelgeving

Verordening ambtelijke bijstand en fractieondersteuning Land van Cuijk 2024

Gemeente Land van Cuijk · geldt sinds 19 april 2024

Aanhef

De raad van de gemeente Land van Cuijk;

gelezen het voorstel van het presidium d.d. 14 maart 2024;

gelet op artikel 33, derde lid, van de Gemeentewet;

besluit:

1in te trekken de Verordening ambtelijke bijstand en fractieondersteuning gemeente Land van Cuijk 2022;

2vast te stellen de navolgende verordening overeenkomstig de volgende bepalingen:

Verordening ambtelijke bijstand en fractieondersteuning Land van Cuijk 2024

Artikel 1. Definities

In deze verordening wordt verstaan onder:

-ambtelijke bijstand: bijstand, verleend door onder het gezag van het college werkzame ambtenaren;

-bijstand: ondersteuning bij het opstellen van voorstellen, amendementen en moties of andere ondersteuning niet zijnde een verzoek om informatie;

-commissielid: raadslid en een door de raad, op voordracht van een fractie, als zodanig benoemd niet-raadslid;

-presidium: het overleg van de voorzitter en de fractievoorzitters van de raad.

Artikel 2. Verzoek om informatie

1Een raadslid kan de griffier verzoeken om feitelijke informatie van geringe omvang of om inzage in of afschrift van bij de raad, burgemeester en wethouders of de burgemeester berustende schriftelijke stukken en ander materiaal dat gegevens bevat. Een verzoek kan namens een raadslid gedaan worden door een burgerlid.

2De griffier verstrekt zo spoedig mogelijk de verzochte informatie, voor zover deze daarover kan beschikken. Voor zover daarmee niet aan het verzoek voldaan is, verzoekt de griffier de secretaris één of meer ambtenaren aan te wijzen die voor zover mogelijk de resterende informatie zo spoedig mogelijk verstrekken.

Artikel 3. Verzoek om bijstand

1Een raadslid kan de griffier verzoeken om bijstand. Een verzoek kan namens een raadslid gedaan worden door een commissielid.

2De verzochte bijstand wordt zo spoedig mogelijk verleend, voor zover dit naar het oordeel van de griffier in redelijkheid kan worden gevergd. Als de griffier de verzochte bijstand niet kan verlenen, verzoekt hij de secretaris om een of meer ambtenaren aan te wijzen die ambtelijke bijstand verlenen.

3De secretaris weigert het verzoek om ambtelijke bijstand als:

a.naar zijn oordeel niet aannemelijk is gemaakt dat de ambtelijke bijstand betrekking heeft op raadswerkzaamheden, of

b.dit naar zijn oordeel het belang van de gemeente kan schaden, of

c.het verlenen van de verzochte ambtelijke bijstand naar zijn oordeel in redelijkheid niet kan worden gevergd.

4Als de secretaris het verzoek om ambtelijke bijstand weigert, deelt hij dit met redenen omkleed mee aan de griffier. De griffier kan de burgemeester verzoeken met de griffier en de secretaris en zo nodig het raadslid in overleg te treden over het alsnog laten verlenen van de ambtelijke bijstand. De burgemeester geeft zo spoedig mogelijk gehoor aan dit verzoek.

Artikel 4. Geschil over verleende ambtelijke bijstand

1Een raadslid dat niet tevreden is over de aan hem verleende ambtelijke bijstand, kan de griffier verzoeken hierover in overleg te treden met de secretaris.

2Als overleg met de secretaris niet leidt tot een ook voor het raadslid bevredigende oplossing, kan deze de burgemeester verzoeken met de griffier en de secretaris en zo nodig het raadslid in overleg te treden over de aan hem verleende ambtelijke bijstand. De burgemeester geeft zo spoedig mogelijk gehoor aan dit verzoek.

3Wanneer overleg bedoeld in lid 2 of in artikel 3 lid 4 geen oplossing biedt, beslist de burgemeester.

Artikel 5. Verstrekking informatie over verzoeken om informatie en ambtelijke bijstand

1Als het college of een of meer leden van het college informatie wensen over een verzoek om informatie en ambtelijke bijstand of over de inhoud van verleende ambtelijke bijstand, wenden zij zich daartoe rechtstreeks tot het betrokken raadslid.

2De informatie of informatie met betrekking tot de ambtelijke bijstand wordt alleen aan andere raadsleden of de raad verstrekt wanneer de verzoeker daarom verzoekt of toestemming voor verleent.

Artikel 6. Recht op financiële bijdrage

1De raad verstrekt een in de raad vertegenwoordigde fractie voor de duur van de zittingsperiode een financiële bijdrage ter ondersteuning van het functioneren van de fractie.

2De financiële bijdrage per jaar bestaat uit een basisbedrag van € 5.000,- per fractie en een variabel deel van € 1.000,- per raadszetel van de fractie.

Artikel 7. Besteding financiële bijdrage

1De financiële bijdrage wordt uitsluitend besteed aan ondersteuning die ertoe strekt de volksvertegenwoordigende, kaderstellende of controlerende rol van de fractie te versterken.

2De financiële bijdrage wordt in ieder geval niet gebruikt ter bekostiging van:

a.betalingen, inclusief die ter voldoening van contributie, aan politieke partijen, met politieke partijen verbonden instellingen of natuurlijke personen anders dan ter vergoeding van diensten of goederen geleverd ten behoeve van de versterking van de ondersteuning van de fractie op basis van een gespecificeerde, reële declaratie of arbeidsovereenkomst;

b.giften, leningen, beleggingen en voorschotten of

c.uitgaven die op grond van enige andere wettelijke regeling in aanmerking komen voor vergoeding van overheidswege, inclusief uitgaven in verband met verkiezingsactiviteiten.

3Het presidium kan een lijst vaststellen met zaken die in ieder geval wel voor bekostiging uit de financiële bijdrage in aanmerking komen.

Artikel 8. Voorschot financiële bijdrage

1Jaarlijks vóór 15 februari wordt een voorschot verleend ter hoogte van de financiële bijdrage als bedoeld in artikel 6, lid 2, verrekend met nog niet verrekende teveel ontvangen voorschotten in periodes waarvoor de financiële bijdrage overeenkomstig artikel 11 is vastgesteld.

2Wanneer het presidium de vaststelling niet tijdig afrondt, kan de griffier besluiten een voorlopig voorschot te verlenen op basis van de door de fractie aangeleverde verantwoording.

3In een jaar waarin de raadsleden aftreden na reguliere raadsverkiezingen wordt, in afwijking van het eerste lid, een voorschot verleend voor de periode tot en met de dag waarop de oude raad in functie is en een voorschot voor de periode omvattende de resterende periode. Het eerste voorschot wordt voor 15 februari van dat jaar verstrekt; het tweede voorschot vóór 1 mei.

Artikel 9. Gevolgen splitsen en einde bestaan fractie

1Als één of meer raadsleden van één of meer fracties als zelfstandige fractie gaan optreden of zich aansluiten bij een andere fractie, wordt het voor elk van deze zetels beschikbaar gestelde variabele deel van de financiële bijdrage ter ondersteuning van de fractie waar zij uittreden, toebedeeld aan de nieuw gevormde fractie of aan de fractie waarbij aangesloten wordt.

2Als zich een situatie als bedoeld in het eerste lid voordoet, worden de verleende voorschotten naar evenredigheid van het nog resterende aantal maanden van het jaar waarvoor het voorschot is verleend onverwijld bijgesteld overeenkomstig de uit het eerste lid voortvloeiende verdeling.

3Als een fractie tijdens een zittingsperiode ophoudt te bestaan, vervalt de aanspraak op de financiële bijdrage ter ondersteuning van die fractie met ingang van de maand volgend op de maand waarin hiervan kennisgeving is gedaan aan de raad.

Artikel 10. Administratieve verplichtingen

1De financiële administratie wordt gevoerd op basis van het stelsel van baten en lasten. Deze administratie wordt op een zodanige wijze gevoerd dat deze steeds een volledig en juist inzicht geeft in alle bezittingen en schulden, verplichtingen, reserves, baten en lasten, alsmede overige gegevens die voor de financiële verantwoording van belang zijn.

2Andere inkomensbronnen dan de financiële bijdrage worden afzonderlijk geadministreerd.

3De administratie wordt zodanig ingericht dat op eerste aanvraag van de accountant of raad nadere informatie kan worden gegeven en bescheiden of bewijsstukken met betrekking tot de uitgaven kunnen worden overgelegd.

4Bij uitgaven worden de onderliggende bescheiden door ten minste twee personen geautoriseerd.

Artikel 11. Verantwoording, controle en vaststelling bijdrage

1De fractie legt uiterlijk 1 februari in het opvolgende kalenderjaar aan de raad verantwoording af over de besteding van de financiële bijdrage gedurende het vorige kalenderjaar, onder overlegging van een financieel verslag.

2Het presidium stelt op basis van de verantwoording het voorschot en de voorlopige verrekening, zoals bedoeld in artikel 8 lid 1 vast.

3De accountant die belast is met de controle van de jaarrekening van de raad controleert het financieel verslag en de voorlopige verrekening door het presidium, en biedt een verslag van feitelijke bevindingen aan aan de raad.

4De raad stelt na ontvangst van het verslag van de accountant de hoogte vast van:

a.de financiële bijdrage;

b.het te verrekenen verschil tussen de vastgestelde financiële bijdrage en het ontvangen voorschot.

5Indien de door het presidium vastgestelde voorlopige verrekening conform lid 2 niet gelijk is aan de door de raad vastgestelde verrekening in lid 4 vindt er een correctie plaats.

6Het presidium kan een model vaststellen voor de verantwoording.

Artikel 12. Onvoorziene omstandigheden

In gevallen waarin deze verordening niet voorziet of bij twijfel van de toepassing ervan, beslist de raad, op voorstel van het presidium, voor zover nodig in overleg met de voorzitter van de raad en de griffier.

Artikel 13. Inwerkingtreding en citeertitel

1Deze verordening treedt in werking op de dag na datum bekendmaking.

2Deze verordening wordt aangehaald als ‘Verordening ambtelijke bijstand en fractieondersteuning Land van Cuijk 2024’.

Geldende tekst uit de Centrale Voorziening Decentrale Regelgeving (CVDR, open data van de overheid). Raadpleeg lokaleregelgeving.overheid.nl voor de officiële versie. Dit is geen juridisch advies.