Aanhef
De raad van de gemeente Land van Cuijk;
gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 5 september 2023;
gelet op de RES-NOB, Wet arhi, de omgevingsverordening van de provincie Noord-Brabant en het Klimaatakkoord;
besluit:
1vervallen te verklaren de bestaande beleidsstukken windenergie van de voormalige gemeenten, te weten:
-Energieverkenning gemeente Boxmeer;
-Beleidskader windenergie gemeente Boxmeer;
-Energieverkenning en -visie gemeente Cuijk;
-Energieverkenning en -visie gemeente Grave;
-Energieverkenning en -visie gemeente Mill en St Hubert;
2vast te stellen het Beleidskader windenergie gemeente Land van Cuijk, met inachtneming van de volgende wijzigingen:
a.De laatste zin op pagina 24 van het beleidskader (doorlopend op pagina 25 van het beleidskader) wordt vervangen door de volgende zin: ‘Op deze locaties is enkel een uitzondering mogelijk wanneer een initiatiefnemer, op basis van een ecologische verkenning, alle ecologische waarden in dat betreffende NNB-gebied in kaart heeft gebracht en heeft aangetoond hoe deze gecompenseerd kunnen worden.’;
b.In hoofdstuk 5.3.1 (pagina 35) de volgende zin:
Voor het uitvoeren van de ruimtelijke analyse is als harde belemmering uitgegaan van de vuistregel met een afstand van 350 m. Voor een concreet project zal door initiatiefnemer altijd een gedetailleerde berekening van de optredende geluidsniveaus en slagschaduwduur ter plaatse van omliggende woningen moeten worden gemaakt.
Te wijzigen in:
Voor het uitvoeren van de ruimtelijke analyse is als harde belemmering uitgegaan van de vuistregel met een minimale afstand van 2x de tiphoogte tussen woningen en andere gevoelige objecten en windparken. Voor een concreet project zal door initiatiefnemer altijd een gedetailleerde berekening van de optredende geluidsniveaus en slagschaduwduur ter plaatse van omliggende woningen moeten worden gemaakt.
c.In hoofdstuk 5.3.1 (pagina 35) de volgende zin:
Deze nieuwe landelijke normen windenergie kunnen leiden tot andere benodigde afstanden of maatregelen tot woningen en ander objecten. Het resultaat hiervan kan zijn dat dan (delen van) voorkeursgebieden afvallen. Afhankelijk van de nieuwe landelijke normen zal dan bekend worden of de kaart in Figuur 4.6 moet worden aangepast.
Hieraan toe te voegen:
Vooruitlopend op het nieuwe landelijke beleid de volgende minimale uitgangspunten vast te stellen:
-minimale afstand van 2x de tiphoogte tussen woningen en andere gevoelige objecten en windparken.
-de geluidsnorm standaard naar 45 dB Lden en 39 dB Lnight, met maatwerk tot een grenswaarde tot 47 dB Lden en 41 dB Lnight.
-slagschaduw naar nagenoeg nul te reduceren (om praktische redenen wordt het maximum 30 minuten per jaar).
d.In hoofdstuk 5.3.2 (pagina 35) de volgende zin:
De gemeente is van mening dat op voorhand geen minimale vaste afstandseis tussen woningen en andere gevoelige objecten en windparken is vast te stellen. Het aantal omwonenden en de mate van hinder moet per project goed in kaart worden gebracht en worden beoordeeld.
Te wijzigen in:
De gemeente stelt vooruitlopend op het nieuwe landelijke beleid als minimale afstand 2x de tiphoogte tussen woningen en andere gevoelige objecten en windparken vast. Het aantal omwonenden en de mate van hinder moet per project goed in kaart worden gebracht en worden beoordeeld.
e.In hoofdstuk 5.3.2 (pagina 35) de volgende zin:
Gezien de voorkeursgebieden langs de A73 zal cumulatie bij concrete initiatieven van windturbines met infra in ieder geval meegewogen moeten worden. Maar voor bepaalde voorkeursgebieden kan ook sprake zijn van cumulatie met ander geluidbronnen. Ook de grootte van de windturbines en het gebruik van gronden tussen het windpark en de woningen, is van invloed op het geluid.
Hieraan toe te voegen:
Vooruitlopende op het nieuwe landelijke beleid het uitgangspunt om de geluidsnorm standaard naar 45 dB Lden en 39 dB Lnight vast te stellen, met maatwerk tot een grenswaarde tot 47 dB Lden en 41 dB Lnight. Tevens een nulmeting qua geluid uit te voeren bij start van de realisatie.
f.In hoofdstuk 5.3.2 (pagina 35) de volgende zin:
Bij het bepalen van mogelijke slagschaduw is betrokkenheid van de directe omgeving van belang. Om hinder van slagschaduw te beperken zijn verschillende maatregelen denkbaar. Het betrekken van omwonenden en eventueel andere mogelijke gehinderden, zoals kantoormedewerkers, is hierbij van belang.
Hieraan toe te voegen:
Het uitgangspunt is de slagschaduw naar nagenoeg nul te reduceren (om praktische redenen wordt het maximum 30 minuten per jaar).
g.In hoofdstuk 5.4.2 (pagina 36) de volgende zin:
Omwonenden
Voor het bepalen wie direct omwonenden zijn, wordt in dit beleidskader een straal van 1.000 meter gehanteerd. Van een initiatiefnemer wordt verwacht dat ze vooral kijkt naar de specifieke situatie en daarbij een passende selectie maken van direct omwonenden/belanghebbenden. Uitganspunt is dat de omwonenden/belanghebbenden in de directe omgeving (binnen een straal van 1.000 m) van het beoogde windpark proactief door initiatiefnemer worden benaderd en geïnformeerd.
Te wijzigen in:
Omwonenden
Voor het bepalen wie direct omwonenden zijn, wordt in dit beleidskader een straal van 3x de tiphoogte (tot aan de gevel) van een gevoelig verblijfsobject gehanteerd. Uitgangspunt is dat met deze omwonenden tot overeenstemming moet worden gekomen, dit schriftelijk wordt vastgelegd en door omwonenden akkoord worden bevonden. Van de initiatiefnemers wordt verwacht dat ze daarnaast kijken naar de specifieke situatie en waar mogelijk een ruimere straal hanteren. Indien niet met alle omwonenden binnen 3x de tiphoogte tot overeenstemming wordt gekomen, dan wordt de afweging en beoordeling door de gemeenteraad gedaan.
h.In bijlage B 350 meter te vervangen door 2 x de tiphoogte.
i.In hoofdstuk 4.3.1 (pagina 24) de volgende zin:
Gevoelige verblijfsobjecten); een vaste afstand van 350 meter tot gebouwen
waar mensen (lange tijd) kunnen zijn, zoals woningen, zorg- en onderwijsinstellingen.
Te wijzigen in:
Gevoelige verblijfsobjecten); een afstand van 2 x de tiphoogte tot gebouwen waar mensen (lange tijd) kunnen zijn, zoals woningen, zorg- en onderwijsinstellingen.
j.In hoofdstuk 4.4 (pagina 25) de volgende zin:
Figuur 4.2 geeft het overzicht van het totaal in kaart gebrachte harde belemmeringen.
Te wijzigen in:
Figuur 4.2 geeft het overzicht van het totaal in kaart gebrachte harde belemmeringen. De gehanteerde afstand van 350 meter tot woningen is indicatief omdat hier 2 x de tiphoogte geldt.
Bijlage A Participatietraject Windbeleid
A.1Inleiding
Bij het tot stand komen van dit windbeleid is met vele partijen informatie gedeeld en zijn ideeën en zorgen bij die partijen opgehaald. Dit traject startte met de thema-avond voor de raad op 13 april 2023. Daarna is tijdens het participatietraject op verschillende momenten gesproken met diverse betrokken stakeholders, andere overheden en is een digitale poll onder de inwoners gehouden. In dit hoofdstuk wordt beschreven hoe bij de verschillende partijen informatie is gedeeld en opgehaald, en wat de resultaten van hun inbreng was. De inbreng van de betrokkenen tijdens het participatietraject was richtinggevend voor dit beleidskader. De raad is eindverantwoordelijk voor de vastgestelde beleidskeuzes.
A.2Thema-avond duurzame energie – openbare raadsavond
Op de thema-avond Beleidskaders zon op land en windenergie is met de raad gesproken over het opwekken van duurzame energie binnen Land van Cuijk
19Deze openbare thema-avond vond plaats op 13 april 2023 in het gemeentehuis te Cuijk.
. Uitgangspunt is dat Land van Cuijk zijn doelstellingen voor het opwekken van duurzame energie wil halen en dat zonne- en windenergie daar een belangrijke bijdrage aan leveren.
Tijdens deze avond is een presentatie gegeven over de uitkomsten van de ruimtelijke analyse voor windparken. Voor de windparken is toegelicht waar binnen de gemeente op basis van de ruimtelijke analyse (waarbij enkel naar juridische en ruimtelijke belemmeringen is gekeken) de kansen liggen om windparken te realiseren. Deze kansenkaart is het uitgangpunt op basis waarvan het beleid verder vorm wordt gegeven.
De raadsleden en het aanwezig publiek konden vragen stellen. Vervolgens is onder de raadleden en het aanwezige publiek via een Mentimeter gevraagd naar de kaders voor de opwek van windenergie. De input van de aanwezig burgers is bij de input uit de inwonerspoll meegenomen (zie bijlage A, paragraaf A.3.2).
De aanwezige raadsleden geven aan dat zij veel waarde hechten aan participatie van inwoners bij het opstellen van het windbeleid. Inwoners kunnen wat hen betreft meebeslissen en co-creëren. Gestreefd moet worden naar een aandeel lokaal eigendom van minimaal 50%. Daarnaast moet in het windbeleid duidelijk aandacht zijn voor bescherming van de leefomgeving en inpassing in het landschap. In het Maasheggen Unesco gebied zouden turbines (groot en klein) uitgesloten moeten worden. Ook het Natuurnetwerk Brabant wordt genoemd voor het uitsluiten van windturbines. Tot slot geven de aanwezige raadsleden aan dat er voorwaarden gesteld moeten worden aan kleine turbines bij bedrijven.
Deze kaders zijn meegenomen in het beleidskader dat in hoofdstuk 5 is uitgewerkt.
A.3Inwoners Land van Cuijk
Inwoners van Land van Cuijk konden op twee manieren hun wensen voor het windbeleid kenbaar maken.
Ten eerste konden aanwezigen bij de Thema-avond duurzame energie van 13 april 2023 vragen stellen over het op te stellen windbeleid en konden zij hun voorkeur en kaders aangeven via een Mentimeter.
Ten tweede hebben, vanaf eind mei 2023 alle inwoners drie weken de tijd gehad om via een digitale raadpleging (inwonerspoll) input te leveren.
A.3.1Inbreng inwoners thema-avond
Tijdens de thema-avond Beleidskaders zon op land en windenergie is aangegeven dat Land van Cuijk de opgave heeft om 0,28 TWh grootschalige duurzame opwek in 2030 te realiseren. Om dat mogelijk te maken is beleid nodig waarin staat aan welke voorwaarden de opwek van windenergie moet voldoen. Het doel van deze avond was het proces om tot het zon- en windbeleid te komen toe te lichten en om kaders bij de Raad op te halen waarbinnen dit beleid vorm gegeven kan worden. Bewoner hadden ook de mogelijkheid om vragen te stellen en om de Mentimeter in te vullen.
Veel vragen van de aanwezig bewoners gingen over de effecten van windturbines op hun woningen. Ze stelden vragen over geluid, cumulatie van geluid met bijvoorbeeld infrastructuur en over laagfrequent geluid. Ook de aantasting van het landschap, slagschaduw en bijvoorbeeld het vrijkomen van schadelijke stoffen uit windturbines zijn onderwerpen waarover inwoners zich zorgen maken.
Uit de antwoorden van de Mentimeter blijkt dat 41 bewoners deze hebben ingevuld. Hiervan gaven in het vrije veld 6 bewoners aan tegen het opwekken van elektriciteit met windenergie te zijn. De terechte opmerking werd gemaakt dat geen vraag was in de digitale inwoners poll. Daarom is deze vraag later toegevoegd aan de digitale inwoners poll.
Het merendeel geeft aan dat er strengere normen gehanteerd moeten worden voor windenergie dan de (voorheen geldende) landelijke normen. Bewoners vinden de invloed van turbines op hun leefomgeving het belangrijkste, gevolgd door de invloed op natuur en landschap. Een grote meerderheid geeft aan dat ze hierbij stengere eisen willen voor de afstand tussen de turbines en woningen dan de landelijke normen (zoals die nu gelden). Het is duidelijk dat ook inwoners het streven voor 50% lokaal eigendom belangrijk vinden.
A.3.2Digitale inwoners poll
In totaal is de poll 794 maal ingevuld. Hiervan is 786 ingevulde data nuttig bruikbaar (postcodes buiten Land van Cuijk zijn buiten beschouwing gelaten). De poll heeft gedurende drie weken opengestaan. Via sociale media (LinkedIn, Facebook) en meerdere keren via de gemeenterubriek in de lokale kranten is aandacht voor de poll gevraagd.
Gevraagd is naar welke vorm van opwek de voorkeur uitgaat. Van de respondenten wil 37% geen zonneveld(en) en geen windenergie. De rest wil beide (31,3%) of alleen zonneveld(en) (2,6%). Een kleiner deel (9%) wil alleen windenergie. Circa de helft van de respondenten geeft aan dat Land van Cuijk géén ruimte moet bieden aan grote windturbines of deze niet in hun eigen omgeving wensen. Daarentegen vindt 10-15% juist wel dat de gemeente ruimte aan windenergie moet bieden.
Als uit te sluiten gebieden worden met name natuurgebieden genoemd. Daarnaast wordt veelal door respondenten aangegeven dat zij geen windturbines in de buurt van (eigen) woningen en kernen wensen. 13 Respondenten gaven aan dat indien er wel windturbines komen er minimaal een afstand van 1000 meter tot kernen en woningen aangehouden zou moeten worden. Daarnaast worden (in mindere mate) ook minimale afstanden van 500 meter of zelf 1500 meter genoemd.
Op de vraag of de Maasheggen uitgesloten moet worden voor grote windturbines geeft circa 30% van de respondenten aan dit gebied uit te willen sluiten. Als specifieke andere uit te sluiten gebieden worden naast natuurgebieden ook recreatiegebieden genoemd. Met name de Kraaijenbergse plassen (11x) is specifiek benoemd als uit te sluiten gebied.
Respondenten geven als suggesties dat windturbines wel kunnen op industrie- en bedrijfsterreinen of langs infrastructuur. Ook de combinatie van zon en wind wordt meerdere malen genoemd. Daarnaast geven enkele (circa 5%) respondenten aan dat voortgang geboekt moet worden met de realisatie van wind bij Haps en het plaatsen van windturbines in het algemeen.
Uit de poll komt ook naar voren dat het aspect leefomgeving het belangrijkste wordt gevonden bij grote windturbines. Inwoners maken zich duidelijk zorgen over de hinder die turbines kunnen veroorzaken, zoals geluidhinder en hinder door laagfrequent geluid. Ook slagschaduw en recycling van materialen wordt genoemd. De voorkeur gaat uit naar het plaatsen van turbines langs infrastructuur. Verandering van het landschap wordt als minder wenselijk ervaren.
Omwonenden willen graag tijdig betrokken worden bij de concrete ontwikkelingen van duurzame energie projecten. Veel respondenten geven aan (minimaal) verder geïnformeerd te willen worden over het vervolg. In de toelichting geven meerdere respondenten aan dat ze willen meedenken over het omgevingsfonds en (financiële) participatie. Daarnaast geven een aantal respondenten aan dat de dorpsraden tijdig bij alle ontwikkelingen betrokken moeten worden en niet op het laatst geïnformeerd.
Respondenten geven het opwekken van elektriciteit door middel van kernenergie als alternatief mee. Daarnaast zijn turbines in het stromende water van de Maas als optie genoemd.
Bij de vraag of kleine windmolens in bepaalde gebieden moeten worden uitgesloten geeft bijna de helft van de respondenten (die deze vraag invulden) aan dat dit voor heel Land van Cuijk moet gelden. Van de respondenten geeft twee-derde aan dat kleine turbines bij agrarische bedrijven (dus in het buitengebied) kunnen komen en driekwart bij bedrijfsterreinen. Circa 30 % geeft aan dat de Maasheggen uitgesloten moeten worden voor kleine windmolens.
De reacties op de uit te sluiten gebieden komen overeen met die van de grote turbines. Enkele respondenten geven aan dat dat ze wel graag willen weten waar ze terecht kunnen met klachten. Een suggestie wordt gedaan dan de kleine windmolens binnen 50 meter bij het bijbehorende bedrijf moet staan.
Iets meer dan 10% van de respondenten geeft aan dat er geen hoogte beperkingen aan kleine windmolens gesteld hoeven te worden. Meer dan de helft geeft aan dat de hoogte beperkt moet worden tot maximaal 25 meter.
A.3.3Stakeholdergesprekken
De stakeholder gesprekken hebben plaats gevonden met de medewerkers van verschillende afdelingen binnen de gemeente op 1 mei 2023. Hierbij waren medewerkers aanwezig vanuit afdelingen die gaan over natuur, landschap, duurzaamheid, openbare ruimte, strategie, ruimtelijke ordening en landelijk gebied.
Daarnaast waren verschillende externe partijen uitgenodigd voor de energietafel op 25 mei 2023; Industriële Kring Land van Cuijk en Noord Limburg, ZLTO Land van Cuijk, het Waterschap, IVN en milieuvereniging Land van Cuijk. Tot slot is een apart gesprek gevoerd met de Provincie Noord-Brabant.
Voor windparken met grote windturbines is gesproken over landschappelijke inpassing, bescherming van de leefomgeving en participatie.
Over landschappelijk inpassing werd het uitgangspunt van meervoudig ruimtegebruik, nadrukkelijk benoemd. Combineren van duurzame energie opwek met grote afnemers en nabij industrie, eventueel in combinatie met het opladen van vrachtwagens. Windturbines bij voorkeur langs grote bestaande infrastructurele lijnen. Sowieso provinciale, rijkswegen en spoorwegen, zoals langs de A73. Het uitgangspunt moet zijn dat er ruimte blijft voor nieuwe en innovatieve technieken. Daarnaast werd gevraag om rekening te houden met de transitie landelijk gebied en met de Woonvisie en toekomstige woningbouw. Ook al komt de Woonvisie later dan dit beleid.
Over het plaatsen van windturbines langs de Maas wordt verschillend gedacht. Voorgesteld wordt dat deze als bakens kunnen dienen, in plaats van de ‘voormalige’ bakenbomen
20Bakenbomen staan in de uitwaarden aan de rand van de ‘diepere’ Maas. Bij overstromingen baken ze het bevaarbare gedeelte van de Maas af.
.
Het uitsluiten van De Maasheggen tot 2030 werd door meeste partijen aangegeven. Dit daarna eventueel herijken. Daarnaast de natuurgebieden met rust laten of minimaal een ‘nee, mits’ in natuurgebied. Sluit geen andere gebieden op voorhand uit.
In verband met bescherming van de leefomgeving bleek dat hier geen eenduidige mening over geluidnormen was. Voorgesteld wordt extra aandacht voor geluidsluwe windturbines, zodat we niet afhankelijk van de landelijke norm zijn die nog ontwikkeld moet worden. Dus strengere voorwaarden. Hier strenger dan in de rest van het land. Bijvoorbeeld een afstandseis van minimaal 500 meter tot woningen. Een andere mening is juist aansluiten bij landelijke normen.
Over participatie is aangegeven dat gestreefd moet worden naar mimimaal 50% lokaal eigendom, bij voorkeur via (energie)coöperaties. Houdt connectie via de RES en leg connecties met buurgemeentes, zoals Maashorst / Gemert Bakel. Bijvoorbeeld: Wat kan in en nabij energielandschap Peelweg?
Met de stakeholders (intern en extern) is ook over kleine windmolens gesproken die energie rechtstreeks aan bedrijven kunnen leveren. Over locatie, natuur en landschap werd aangegeven dat kleine windmolen moeten worden toegestaan bij agrarische en andere bedrijven. Ook dorpsmolens moeten mogelijk zijn (via energie coöperaties). Stel hierbij geen beperking aan het aantal windmolens, deze kunnen ook in clusters en rijen.
De voorkeur gaat dan uit naar combinatie tussen zonneparken en kleine windturbines. Ook in het westelijke deel van de gemeente. Als mogelijke andere locaties worden genoemd; onderzoek of kleine windmolens mogelijk zijn in de uiterwaarden (via Rijkswaterstaat) en bij de geboortebossen.
Kleine windmolens moeten achter de meter. En denk na over vertrekkende bedrijven? Moeten de kleine windmolens dan weg of kunnen die blijven staan?
Voorgesteld wordt dat de Commissie Ruimtelijke Kwaliteit de inpassing van windmolens beoordeelt. Inpassen van de voet in het landschap en kleurstelling groen, wordt genoemd.
In verband met de bescherming van de leefomgeving wordt aangegeven:
Sluit aan bij de landelijke normen, geen strengere eisen. Besteed wel aandacht aan windmolens nabij bedrijventerrein en overlast op werknemers die hier werken.
Over participatie in relatie met kleine windturbines is aangegeven:
Overleg met je buren over plannen is noodzakelijk. Mag je stroom opwekken voor/ samen met de buren? Hoe moet je dat dan regelen. Kan smart-grid gestimuleerd worden?
A.3.4Netbeheerder
Opgewekte duurzame elektriciteit wordt via het elektriciteitsnetwerk getransporteerd. De beheerders van dit elektriciteitsnetwerk in het Land van Cuijk zijn TenneT (landelijk, hoogspanningsnetwerk) en Enexis (regionaal, midden- en laagspanningsnetwerk). De huidige (2023) capaciteit op het elektriciteits-netwerk is zeer beperkt en dit zal voorlopig ook zo blijven. Uitbreiding is kostbaar en kent lange doorlooptijden maar is zeer noodzakelijk. TenneT en Enexis hebben hiervoor ook plannen, maar die zijn op korte termijn (lees de komende 5-10 jaar) nog niet gereed. Dit houdt in dat voorlopig nog niet gerekend hoeft te worden op nieuwe aansluitcapaciteit.
De netbeheerder Enexis ziet graag projecten voor de opwek van duurzame elektriciteit op die locaties die daarvoor meest geschikt zijn. De voorkeur gaat uit naar concentratiegebieden nabij onderstations en dicht bij de bebouwde omgeving, waar de afnemers zitten. Daarnaast ziet Enexis voordelen bij ‘cable pooling’, waarbij zon- en wind gecombineerd worden, eventueel met (tijdelijke) opslag. Ook in het opzetten van lokale netten zien zij niet direct een probleem. Voor dergelijke initiatieven is wel toestemming van de ACM nodig.
Enexis geeft de voorkeur aan initiatieven voor wind en zon in de nabijheid van de afnemers, zodat combinaties gemaakt kunnen worden. Zij heeft aangegeven dat opwek en afname zoveel als kan gecombineerd moeten worden met verduurzaming en andere technieken/processen. Enexis ziet ook graag innovatieve projecten waarbij de aansluiting kleiner kan zijn dan de mogelijke opwek van duurzame elektriciteit. Denk aan opwek op en in de buurt van bedrijventerreinen voor eigen gebruik. Hierbij kan dan eventueel gebruik gemaakt worden van bestaande aansluitingen.
Bijlage B Belemmeringenstudie
Alleen de belemmeringen die daadwerkelijk in (en tot 2 km rondom de gemeente) Land van Cuijk aanwezig zijn, staan in de onderstaande tabel.
Belemmering
Toelichting (As: 150m, RD: 150m)
Harde buffer (m)
Zachte buffer (m)
Leefomgeving
De leefomgeving van inwoners van de gemeente Land van Cuijk worden beschermd tegen de mogelijke impact van windturbines op het gebied van geluid, slagschaduw en veiligheid
Gevoelige verblijfsobjecten (gebouwen met een woon-, zorg- of onderwijsfunctie)
Wettelijk gezien gelden voor windturbines geen minimale afstandseisen tot verblijfsobjecten met een woon-, zorg- of onderwijsfunctie. Met betrekking tot deze gevoelige objecten gelden wel normen wat betreft geluid-, externe veiligheid en slagschaduwbelasting. Om aan de oude norm van 47 dB Lden te kunnen voldoen is een vuistregelafstand van 500 meter als zachte belemmering aangehouden. Dit is ruim voldoende voor een windturbinetype met een gemiddelde geluidsproductie. Een afstand van 350 meter is de minimale vuistregelafstand is om aan deze norm te kunnen voldoen. Deze afstand is als harde belemmering aangehouden.
2xtiphoogte
500
meter
Overige verblijfs-
objecten
Gebouwen anders dan hierboven genoemde verblijfsobjecten wordt een wieklengte afstand gehanteerd. Het gaat bijvoorbeeld om kantoren of recreatiewoningen.
75meter
75meter
Luchtvaart
Rond de gemeente Land van Cuijk liggen drie luchthavens die van invloed zijn voor het windbeleid: Luchthaven Volkel, luchthaven Luitenant-generaal Bestkazerne Vredepeel en de Duitse luchthaven Weeze.
Luchtvaart restrictievlak
In luchtvaart restrictievlakken is het verboden het luchtruim te beïnvloeden. Daarom is het restrictievlak een harde belemmering.
x
Luchtvaart toetsingsvlak
In een luchtvaart toetsingsvlak moet er getoetst worden wat de impact van een mogelijke windturbine is op de luchtvaart. Windturbines zijn dus niet op voorhand uitgesloten, maar aangezien er getoetst moet worden, wordt het toetsingsvlak beschouwd als zachte belemmering
-
x
Radar 500-voetzone
Binnen de radar 500-voetzsone gelden strenge richtwaarden voor radarverstoringtoetsing, die mogelijk de realisatie van windparken belemmeren. Op voorhand staat echter niet vast dat deze strenge richtwaarden voor radarverstoring-toetsing ook daadwerkelijk belemmerend werken voor realisatie van een windpark. Derhalve is de 500-voet toetsingszone meegenomen als zachte belemmering.
-
x
Infrastructuur
Bestaande infrastructuur is ruimtelijk belemmerend voor windturbines
Rijkswegen
Langs rijkswegen wordt plaatsing van windturbines toegestaan bij een afstand van ten minste 30m uit de rand van de verharding of, bij een rotordiameter groter dan 60m, ten minste de halve diameter.
75meter
75meter
Overige wegen
Tot provinciale en gemeentelijke wegen gelden geen voorgeschreven minimumafstanden zoals bij rijkswegen het geval is. Om genoeg ruimte voor het plaatsen van windturbines vrij te houden wordt toch een korte afstand tot overige wegen ingetekend.
20meter
20meter
Spoorwegen
ProRail hanteert een afstandseis van 11m + ½ x rotordiameter (met een minimum van 30m) vanaf het hart van het buitenste spoor.
86meter
86meter
Vaarwegen
De beleidsregel van Rijkswaterstaat staat windturbines toe langs kanalen, rivieren en havens bij een afstand van ten minste 50 meter uit de rand van de vaarweg. De minimale afstand tot de rand van de vaarweg is altijd ten minste de helft van de rotordiameter.
75meter
75meter
Overige
vaarwegen
Voor overige vaarwegen gelden geen minimale afstanden voor het plaatsen van windturbines. Om deze reden is enkel de vaarweg (zonder bufferafstand) als belemmering aangehouden.
-
-
Hoogspannings-
infrastructuur
TenneT houdt voor hoogspanningslijnen als risicoafstand de grootste waarde aan van:
-De tiphoogte
-De maximale werpafstand bij nominaal toerental
Voor de windturbine in dit onderzoek is de tiphoogte als hoogste waarde aangehouden.
Omdat er een nieuwe ondergrondse hoogspanningslijn tussen Boxmeer en Venray wordt aangelegd, is dit tracé ook meegenomen.
225meter
225
meter
Aardgasleidingen
Handreiking Risicozonering Windturbines houdt voor ondergrondse gasleidingen als risicoafstand de grootste waarde aan van:
-De tiphoogte
-De maximale werpafstand bij nominaal toerental
Voor de windturbines in dit onderzoek is de tiphoogte als hoogste waarde aangehouden.
175meter
225
meter
Dijktrajecten
In het kader van de externe veiligheid is het gangbaar om afstand te bewaren tot vitale dijktrajecten.
75meter
225
meter
Ecologie
De effecten van windturbines op flora en fauna spelen een rol in het bepalen van de mogelijke ruimte voor windturbines.
Natuurnetwerk Brabant (NNB)
In de Intern Omgevingsverordening Noord Brabant staat dat windturbines binnen het NNB niet zijn toegestaan en dat ook overdraai niet wenselijk is. Als uitzondering wordt een zone langs hoofdinfrastructuur genoemd. Om deze rede hebben we een zone van 300 meter langs rijkswegen, spoorwegen en provinciale wegen als zachte belemmering geclassificeerd.
75meter
300
meter langs hoofdinfrastructuur
Natura 2000
Ondanks dat het niet expliciet verboden is om een windturbine te plaatsen binnen een Natura 2000 gebied, blijkt dit in de praktijk niet realistisch. Daarom hebben we Natura 2000 aangemerkt als harde belemmering, inclusief een wieklengte afstand
75meter
75meter