Gemeentelijke regelgeving

Verordening Tegenprestatie Participatiewet, IOAW en IOAZ Laarbeek 2015

Gemeente Laarbeek · geldt sinds 8 juli 2015

Aanhef

VERORDENING TEGENPRESTATIE PARTICIPATIEWET, IOAW en IOAZ LAARBEEK 2015

De raad van de gemeente Laarbeek,

gezien het voorstel van Burgemeester en Wethouders van 2 juni 2015

gelet op artikel 8a, eerste lid, onderdeel b, van de Participatiewet, artikel 35, onderdeel d, van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers (IOAW) en artikel 35, onderdeel d, van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen (IOAZ)

Besluit:

Vast te stellen de Verordening tegenprestatie Participatiewet, IOAW en IOAZ Laarbeek 2015

Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen

Artikel 1 Begrippen

In deze verordening wordt verstaan onder:

1uitkeringsgerechtigde: een persoon die een gemeentelijke uitkering ontvangt;

2gemeentelijke uitkering: een uitkering op grond van de Participatiewet, de IOAW of de IOAZ;

3tegenprestatie: maatschappelijk nuttige werkzaamheden (onbeloond) die door het college aan een uitkeringsgerechtigde met een gemeentelijke uitkering kunnen worden opgelegd en die niet leiden tot verdringing op de arbeidsmarkt;

4vrijwilligerswerk: werk dat in enig verband onverplicht en onbetaald wordt verricht, voor anderen of voor de samenleving;

5mantelzorg: hulp ten behoeve van zelfredzaamheid, participatie, beschermd wonen, opvang, jeugdhulp, het opvoeden en opgroeien van jeugdigen en zorg en overige diensten als bedoeld in de zorgverzekeringswet, die rechtstreeks voortvloeit uit een tussen personen bestaande sociale relatie en die niet wordt verleend in het kader van een hulpverlenend beroep.

1Hoofdstuk 2 Beleid tegenprestatie

Artikel 2 Verslag over beleid

1Het college stelt ter nadere uitvoering van deze verordening een beleidsplan vast waarin kan worden vastgelegd hoe nadere invulling aan de tegenprestatie wordt gegeven.

2Het college zendt middels de reguliere verantwoordingsverslagen aan de gemeenteraad en de Cliëntenvertegenwoordiging Participatiewet een verslag over de uitvoering en resultaten van het beleid ten aanzien van de tegenprestatie.

Hoofdstuk 3 Tegenprestatie naar vermogen Artikel 3 Doel tegenprestatie Doel van de tegenprestatie is het bevorderen van de maatschappelijke participatie door het leveren van een bijdrage aan de samenleving door uitkeringsgerechtigden op basis van wederkerigheid. Het verrichten van een tegenprestatie kan bijdragen aan vergroting van kansen op de arbeidsmarkt.

Artikel 4 Inhoud tegenprestatie

1Het college kan aan een uitkeringsgerechtigde met een gemeentelijke uitkering een tegenprestatie opleggen, waarbij het moet gaan om maatschappelijk nuttige werkzaamheden die onbeloond plaatsvinden. De werkzaamheden zijn additioneel van aard.

2Van een uitkeringsgerechtigde wordt verwacht dat hij zelf invulling geeft aan de tegenprestatie en daarvoor met voorstellen komt. Indien nodig kan daarbij ondersteuning worden geboden. Het college beoordeelt deze voorstellen.

3De tegenprestatie kan als volgt worden ingevuld:

4overige maatschappelijk nuttige werkzaamheden;

5het volgen van taal- of beweegtraining;

6activeringsprogramma’s;

7het met een tijdsbeslag van tenminste 8 uur per week werken aan persoonlijke problemen met als doel het invulling kunnen geven aan één van de hiervoor genoemde vormen van tegenprestatie. Dit kan worden gezien als een eerste fase in het doen van een tegenprestatie.

8De tegenprestatie is niet bedoeld als re-integratie-instrument en mag toeleiding naar de arbeidsmarkt of het verkrijgen van betaald werk niet in de weg staan.

9De tegenprestatie mag niet leiden tot verdringing van regulier werk op de arbeidsmarkt.

Artikel 5 Duur en omvang tegenprestatie

1De tegenprestatie wordt naar vermogen opgedragen voor minimaal 8 uur per week gedurende een periode van minimaal 6 maanden per jaar.

2Bij het opdragen van de omvang en inhoud van een tegenprestatie houdt het college rekening met de volgende factoren:

1de tegenprestatie moet naar vermogen kunnen worden verricht door een uitkeringsgerechtigde;

2de persoonlijke situatie en individuele omstandigheden van een uitkeringsgerechtigde

3de persoonlijke wensen en competenties van een uitkeringsgerechtigde

4de tegenprestatie is gericht op de persoonlijke ontwikkeling van de uitkeringsgerechtigde

5het al verrichten door de uitkeringsgerechtigde van maatschappelijke activiteiten of vrijwilligerswerk

Artikel 6 Ontheffingen

1Ontheven van de plicht tot het verrichten van een tegenprestatie is:

2De uitkeringsgerechtigde die duurzaam en volledig arbeidsongeschikt is.

3De alleenstaande ouder die vrijstelling van de arbeidsplicht heeft in verband met de zorg voor (een) kind(eren) in de leeftijd tot vijf jaar

4De uitkeringsgerechtigde die zorgtaken verricht als mantelzorger voor tenminste 8 uur per week;

5De uitkeringsgerechtigde die voor tenminste 8 uur per week vrijwilligerswerk verricht;

6De uitkeringsgerechtigde die in het kader van de Wet maatschappelijke ondersteuning gebruik maakt van een voorziening gericht op individuele begeleiding of groepsbegeleiding voor tenminste 8 uur per week;

7De uitkeringsgerechtigde die deelneemt aan activiteiten in het kader van een re-integratietraject.

8Het college kan afwijken van het minimale uren gesteld in lid a, c en d als toepassing ervan tot onbillijkheden van overwegende aard leidt.

9Het college bepaalt op welke wijze dient te worden aangetoond dat sprake is van een vrijstellingsgrond als bedoeld in het eerste lid.

Hoofdstuk 4 Slotbepalingen

Artikel 7 Inwerkingtreding

Deze verordening treedt in werking op de eerste dag na die waarop zij is bekendgemaakt.

Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 8 juli 2015.

De raad van de gemeente Laarbeek,

de griffier, de voorzitter,

M.L.M. van Heijnsbergen F.H.G.M. Ronnes

Geldende tekst uit de Centrale Voorziening Decentrale Regelgeving (CVDR, open data van de overheid). Raadpleeg lokaleregelgeving.overheid.nl voor de officiële versie. Dit is geen juridisch advies.