Gemeentelijke regelgeving

Nota investeren, waarderen en afschrijven 2025

Gemeente Laarbeek · geldt sinds 20 oktober 2026

Aanhef

De raad van de gemeente Laarbeek;

gelezen het voorstel van de burgemeester en wethouders d.d. 7 oktober 2025, aangaande de nota Investeren, waarderen en afschrijven 2025.

gehoord het advies van de auditcommissie d.d. 27 oktober 2025 om het voorstel hamerstuk te behandelen;

gelet op de bepalingen van de Gemeentewet en het Besluit Begroting en Verantwoording;

besluit:

1Het vaststellen van de nota Investeren, waarderen en afschrijven 2025.

2Het intrekken van de nota Investeren, waarderen en afschrijven 2019.

3. Vaste activa

3.1 Soorten vaste activa

3.1.1 Immateriële vaste activa

Onder immateriële vaste activa worden investeringen verstaan waar geen tastbare bezittingen tegenover staan. Het BBV kent de volgende immateriële activa:

a.Kosten verbonden aan het sluiten van geldleningen en het saldo van (dis)agio;

b.Kosten van onderzoek en ontwikkeling voor een bepaald actief en;

c.Bijdragen aan activa in eigendom van derden.

Ad a. Kosten verbonden aan het sluiten van geldleningen en het saldo van agio en disagio

Het (dis)agio is het verschil tussen het bedrag waarvoor een lening wordt aangegaan en het bedrag dat aan de geldnemer wordt uitgekeerd. Hoewel het BBV toestaat om kosten voor het afsluiten van geldleningen en het saldo van agio/disagio te activeren en over de looptijd af te schrijven, kiest onze organisatie ervoor om deze kosten direct ten laste van het resultaat te brengen in het jaar waarin ze zich voordoen, conform het voorzichtigheidsprincipe.

Beleidskeuze:

Vanwege het voorzichtigheidsprincipe wordt verlies genomen in het jaar waarin het verlies zich daadwerkelijk voordoet.

Ad b. Kosten van onderzoek en ontwikkeling voor een bepaald actief

Kosten van onderzoek en ontwikkeling (voorbereidingskosten) kunnen volgens artikel 60 van het BBV alleen worden geactiveerd wanneer aan de volgende voorwaarden is voldaan:

•Het voornemen bestaat het actief te gebruiken of te verkopen;

•De technische uitvoerbaarheid om het actief te voltooien vaststaat;

•Het actief in de toekomst economisch of maatschappelijk nut zal genereren en;

•De uitgaven die aan het actief zijn toe te rekenen betrouwbaar kunnen worden vastgesteld.

Beleidskeuze:

Indien de kosten van onderzoek en ontwikkeling voldoen aan de gestelde voorwaarden en leiden tot de totstandkoming van een actief, dan worden deze kosten geactiveerd.

Ad c. Bijdragen aan activa in eigendom van derden

Artikel 61 van het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) bepaalt dat bijdragen aan activa in eigendom van derden onder voorwaarden mogen worden geactiveerd. Hiervoor moet aan de volgende criteria worden voldaan:

•Er is sprake van een investering door een derde partij;

•De investering draagt bij aan de publieke taak van de gemeente Laarbeek;

•De derde heeft zich verplicht tot het daadwerkelijk investeren, op een wijze zoals is overeengekomen;

•Door de gemeente Laarbeek kan de bijdrage worden teruggevorderd, indien de derde in gebreke blijft of recht kan doen gelden op de activa die samenhangen met de investering.

Vanwege het voorzichtigheidsprincipe worden de lasten van bijdragen aan activa in eigendom van derden, direct ten laste van de exploitatie gebracht en niet geactiveerd. Een andere reden om niet te activeren is omdat het gaat om bezittingen van derden en niet ons eigendom zijn.

Beleidskeuze:

Bijdragen aan activa in eigendom van derden worden niet geactiveerd.

3.1.2 Materiële vaste activa

Materiele vaste activa zijn investeringen in tastbare bezittingen die over meerdere jaren van nut zijn voor de gemeente. Artikel 35 BBV schrijft dat in de balans onder de materiële vaste activa afzonderlijk worden opgenomen:

•Investeringen met een economisch nut: Deze investeringen zijn verhandelbaar en kunnen bijdragen aan het genereren van middelen. Voorbeelden zijn gebouwen, vervoermiddelen, ICT-hardware en -software.

•Investeringen met een economisch nut waarvoor ter bestrijding van de kosten een heffing kan worden geheven: Deze investeringen dragen bij aan het genereren van middelen door het heffen van rechten, leges of tarieven ter dekking van de kosten. Conform artikel 59 BBV dienen deze investeringen te worden geactiveerd.

•Investeringen in de openbare ruimte met een maatschappelijk nut: Deze investeringen zijn niet verhandelbaar en genereren geen directe middelen, maar vervullen wel duidelijk een publieke taak. Voorbeelden zijn wegen, bruggen, openbaar groen en rioleringen. Sinds 2017 schrijft het BBV voor dat deze investeringen geactiveerd moeten worden.

In bijlage 7.3 vindt u een overzicht van de meest voorkomende investeringscategorieën binnen gemeente Laarbeek, onderverdeeld naar economisch nut, economisch nut met gekoppelde heffing en maatschappelijk nut.

3.1.3 Financiële vaste activa

Financiële vaste activa zijn bezittingen die een financiële waarde vertegenwoordigen en bijdragen aan het vermogen van een gemeente. Het betreft onder andere verstrekte geldleningen en deelnemingen, bijvoorbeeld in de vorm van aandelen. Financiële vaste activa worden altijd geactiveerd, maar worden - gelet op de aard - niet afgeschreven.

Deze activa worden beschouwd als langlopende financiële belangen van de gemeente en zijn van belang voor het inzicht in de financiële positie en verbonden partijen. In bijlage 1 artikel 36 van het BBV staat precies aangegeven welke onderdelen afzonderlijk in de balans moeten worden opgenomen onder de financiële vaste activa.

3.2 Activeren van vaste activa

3.2.1 Omvangscriteria

Volgens BBV moeten alle investeringsuitgaven in principe worden geactiveerd. Tegelijkertijd biedt de Notitie Materiële vaste activa van de commissie BBV gemeenten de ruimte om, vanuit het oogpunt van beheersbaarheid van administratieve lasten, een ondergrens voor activering te hanteren.

De gemeente Laarbeek hanteert een activeringsgrens van € 50.000 exclusief btw. Indien de btw niet verrekenbaar is, geldt de grens inclusief kostenverhogende btw. Investeringen onder deze grens worden direct ten laste van de exploitatie gebracht. Deze keuze is gebaseerd op de overweging dat kleinere investeringen een beperkte invloed hebben op het exploitatiesaldo, terwijl activering ervan onevenredige administratieve lasten met zich meebrengt.

Het is niet toegestaan om investeringen op te splitsen met als doel onder de activeringsgrens van € 50.000 te blijven. Identieke activa die individueel onder deze grens blijven, maar als productgroep gezamenlijk de grens van € 50.000 overschrijden én een minimale gebruiksduur van drie jaar hebben, worden wel geactiveerd. Voorbeelden hiervan zijn vervangings-investeringen in laptops, telefoons of meubilair. Hoewel deze objecten afzonderlijk een lage aanschafwaarde hebben, vertegenwoordigen zij gezamenlijk een substantieel bedrag en leveren zij meerjarig economisch nut. Niet activeren zou kunnen leiden tot ongewenste schommelingen in de jaarlijkse lasten.

Voor alle te activeren investeringen geldt een minimale gebruiksduur van drie jaar.

Beleidskeuze:

Investeringen met een aanschafwaarde van minimaal € 50.000 (en indien van toepassing: inclusief kostenverhogende btw) worden geactiveerd, mits zij een minimale gebruiksduur van drie jaar hebben. Identieke activa die individueel onder deze grens blijven, maar als productgroep gezamenlijk € 50.000 of meer bedragen én een gebruiksduur van ten minste drie jaar hebben, worden eveneens geactiveerd.

3.2.2 Gronden en terreinen

De gemeente Laarbeek kan gronden aan- en verkopen, ruilen, pachten en verpachten. Daarnaast beschikt de gemeente over een eigen grondportefeuille. Alle vormen van grond-activiteiten brengen financiële consequenties met zich mee. Voor de uitvoering van deze activiteiten worden kosten gemaakt zoals apparaatskosten, taxatiekosten, bodemonderzoek, notaris- en advocaatkosten.

Gronden worden volgens het BBV op twee plekken op de balans verantwoord, maar wel altijd aan de activa-zijde (= onze bezittingen):

•Onder de materiële vaste activa

Dit betreft gronden waarvan de intentie is deze langdurig in eigendom te houden. Voorbeeld: de grond onder het gemeentehuis.

•Onder de vlottende activa (voorraden)

Dit zijn gronden waarvan de intentie is om die (op termijn) te gaan verkopen.

Voorbeeld: ruilgronden of gronden die worden omgezet naar natuur.

Een overzichtelijke beslisboom voor de classificatie van gronden is opgenomen in bijlage 7.2.

3.2.3 Software

Investeringen in software worden als materiële vaste activa geactiveerd. Software kan ook in gebruik worden genomen als SaaS (Software as a Service) oplossing. In dat geval is sprake van een abonnementsvorm waarbij de gemeente toegang krijgt tot software die eigendom blijft van de dienstverlener. Zowel het economische als juridische eigendom van de software blijft bij de aanbieder. Omdat er in dit geval geen sprake is van een actief dat eigendom wordt van de gemeente, activeren wij geen SaaS-diensten.

De commissie BBV doet hierover twee stellige uitspraken, die door de gemeente Laarbeek worden gevolgd:

➢ Software als afzonderlijk actief valt onder de materiële vaste activa, als bedoeld in artikel 35, lid 1a BBV (investeringen met een economisch nut);

➢ Licenties op software voor onbepaalde duur, die in één keer in rekening worden gebracht, vallen eveneens onder de materiële vaste activa als bedoeld in artikel 35, lid 1a BBV 1.

Dit houdt ook in dat wanneer de kosten voor SaaS-diensten niet in één keer, maar periodiek (bijvoorbeeld maandelijks of jaarlijks) in rekening worden gebracht, deze ten laste van de exploitatie worden gebracht in het jaar waarin zij worden gemaakt.

4. Waardering van vaste activa

4.2 Materiële vaste activa

4.2.1 Verkrijgingsprijs

De verkrijgingsprijs omvat de inkoopprijs van het actief, vermeerderd met bijkomende kosten zoals notariskosten en overdrachtsbelasting. Indien de btw niet verrekenbaar of niet compensabel is, maakt deze deel uit van de verkrijgingsprijs.

4.2.2 Vervaardigingsprijs

De vervaardigingsprijs bestaat uit:

•De aanschafkosten van gebruikte grond- en hulpstoffen en de overige kosten die rechtstreeks aan de vervaardiging kunnen worden toegerekend; dit zijn de directe kosten;

•De uitvoeringskosten, waaronder voorbereiding en toezicht;

•Het is toegestaan volgens het BBV om een redelijk deel van de overheadkosten toe te rekenen aan investeringen. Het betreft programmaoverhead (specifieke overhead) en de generieke overhead (PIOFACH).

4.2.3 Specifieke bepalingen bij waardering

Bij de bepaling van de verkrijgings- of vervaardigingsprijs gelden de volgende regels:

•Reserves mogen niet in mindering worden gebracht op de verkrijgings- of vervaardigings-prijs (boekwaarde). Onder bepaalde voorwaarden mogen reserves wel worden aangewend ter dekking van de jaarlijkse kapitaallasten; dit worden afschrijvingsreserves genoemd.

•Voorzieningen mogen uitsluitend in mindering worden gebracht op de boekwaarde van een actief als de kapitaallasten van dat actief worden gedekt uit een heffing of leges, waarvoor een egalisatievoorziening is ingesteld.

•Bijdragen van derden: Subsidies of andere bijdragen van derden die direct verband houden met het actief, moeten in mindering worden gebracht op de verkrijgings- of vervaardigings-prijs.

4.2.4 Waardeveranderingen

De boekwaarde van een bezitting op de balans kan in de loop der tijd veranderen. Om deze waardevermindering verantwoord te verwerken, schrijven we af op onze activa. Tijdens het gebruik neemt de waarde van activa geleidelijk af. In het volgende hoofdstuk wordt toegelicht hoe gemeente Laarbeek haar afschrijvingsbeleid toepast.

Het komt ook voor dat de boekwaarde niet meer overeenkomt met de werkelijke waarde (marktwaarde) van een bezit, bijvoorbeeld door (on)voorziene omstandigheden of externe factoren die leiden tot duurzame waardevermindering. Ook het buitengebruik stellen van een bezitting kan aanleiding geven tot een waardeverandering. In dergelijke gevallen gelden de volgende uitgangspunten:

•Als een actief buiten gebruik wordt gesteld, dan wordt het afgewaardeerd op het moment van buitengebruikstelling.

•De afwaardering van activa gebeurt op basis van de werkelijke waardevermindering en niet op basis van het rekeningresultaat.

•Waardevermeerderingen mogen niet worden verwerkt in de boekwaarde.

5. Afschrijving op vaste activa

5.4 Restwaarde

5.4.1 Toepassing per activaklasse

•Nieuwbouw gemeentelijk vastgoed: bij nieuwbouwprojecten wordt een restwaarde gehanteerd van 15% tot 30% van de aanschafwaarde, afhankelijk van de aard en duurzaamheid van het gebouw.

•Bestaande gebouwen (aankoop): er wordt geen restwaarde toegepast, vanwege de onzekerheid over toekomstige waardeontwikkeling en renovatiekosten.

•Voertuigen: er wordt een standaard restwaarde van 10% van de aanschafwaarde gehanteerd, met een minimum van € 10.000, rekening houdend met doorverkoop-mogelijkheden.

•Technische installaties: in beginsel wordt uitgegaan van een restwaarde van nihil, tenzij hergebruik aannemelijk is. In dat geval kan een restwaarde van maximaal 15% worden toegepast.

•Grond-, weg- en waterbouwkundige werken: er wordt geen restwaarde toegepast, tenzij specifieke onderdelen aantoonbaar herbruikbaar zijn.

•Kunstvoorwerpen: geen restwaarde, tenzij verkoop mogelijk is. In dat geval kan een restwaarde worden vastgesteld.

•Gronden: Hierop wordt niet afgeschreven; de restwaarde is gelijk aan de historische aanschafwaarde.

Beleidskeuze:

De gemeente hanteert als uitgangspunt een restwaarde van nihil. Uitzonderingen worden uitsluitend gemaakt indien aantoonbaar sprake is van restwaarde, conform de hierboven beschreven uitgangspunten.

7.1 Begrippenlijst

Activeren

Het opnemen van uitgaven op de balans als activa, waarbij de lasten over meerdere jaren ten laste van de exploitatie worden gebracht. Dit in tegenstelling tot uitgaven die direct in het jaar van besteding als last worden verantwoord. De volgende activa worden onderscheiden:

•Immateriële activa: kapitaaluitgaven waar geen bezittingen tegenover staan.

•Materiële activa: kapitaaluitgaven waar tegenover een actief staat met een nuttigheids-duur over meerdere jaren.

•Financiële activa: activa die een financiële waarde of bezit vertegenwoordigen.

Afschrijving

Het jaarlijks tot uitdrukking brengen van de waardevermindering van de investering ten gevolge van (economische) veroudering. Afschrijving vindt plaats op basis van de historische kostprijs of aanschafwaarde.

Afschrijvingsmethode

Bij de overheid worden hoofdzakelijk twee verschillende afschrijvingsmethoden gebruikt, te weten lineair en annuïtair. Gemeente Laarbeek hanteert als hoofdregel de lineaire afschrijvingsmethode. De lineaire afschrijvingsmethode houdt in: afschrijven volgens een vast percentage van de aanschafprijs. Uitsluitend het tijdsverloop is bepalend voor de waardevermindering van het actief. Het jaarlijkse afschrijvingsbedrag is gelijk, terwijl de rentelasten jaarlijks afnemen. Dit laatste betekent dat de kapitaallasten (afschrijving + rente) jaarlijks een dalend verloop laten zien.

De annuïtaire afschrijvingsmethode is erop gericht dat de kapitaallasten (afschrijving en rente) jaarlijks gelijk zijn. Daarbij neemt, in meerjarig perspectief, de afschrijvingscomponent toe en de rentecomponent af. De methode komt erop neer dat de afschrijvingsbedragen in de eerste jaren van de gebruiksduur lager zijn dan in de latere jaren. De boekwaarde daalt daardoor in vergelijking met de lineaire methode in een langzamer tempo. De rentelasten vallen daardoor hoger uit. Deze methode wordt vooral toegepast bij kostprijs- en tariefberekeningen om een gelijkmatig verloop daarvan te bevorderen.

Boekwaarde

De historische kostprijs of aanschafwaarde minus de reeds afgeschreven termijnen.

Investering

Een uitgave van enige omvang, waarvan het nut zich over meerdere jaren uitstrekt. Daarom worden de lasten niet in één keer ten laste van de begroting (exploitatie) gebracht, maar verspreid over meerdere jaren. Hoeveel jaren is afhankelijk van de verwachte economische en/of technische levensduur van het aangeschafte goed. Er is onderscheid in o.a. vervangings- en uitbreidingsinvesteringen. Een vervangingsinvestering is een vervanging van een eerdere (inmiddels afgeschreven) investering. Een uitbreidingsinvestering is een nieuwe investering, die past binnen het hier beschreven beleid.

Kapitaalgoederen

Kapitaalgoederen zijn objecten met een meerjarig nut. Een relatief groot deel van het vermogen van gemeenten zit besloten in kapitaalgoederen.

Kapitaallasten

De som van afschrijvingslasten en toegerekende rentekosten aan vaste activa.

Omslagrente

De rente die wordt toegerekend aan de nog niet afgeschreven activa. Deze rente wordt berekend over de boekwaarde van de activa en vormt onderdeel van de kapitaallasten.

Rente

De kredietvergoeding die jaarlijks over investeringen wordt berekend. Het gaat daarbij om een vergoeding voor het beslag dat gelegd wordt op het vermogen.

Verkrijgings- en vervaardigingsprijs

De verkrijgingsprijs wordt gedefinieerd als zijnde inkoopprijs en de bijkomende kosten. De vervaardigingsprijs wordt gedefinieerd als zijnde de aanschaffingskosten van de gebruikte grond- en hulpstoffen en de overige kosten die rechtstreeks aan de vervaardiging kunnen worden toegerekend.

Voorzichtigheidsprincipe

Dit principe houdt in dat verliezen en kosten genomen moeten worden zodra deze te voorzien zijn en winsten pas als deze daadwerkelijk gerealiseerd zijn.

7.3 Afschrijvingstabel

Activasoort/categorie

Afschrijvingstermijn in jaren

Toelichting

Immateriële vaste activa

Kosten verbonden aan het sluiten van geldleningen

Niet activeren

Afsluitprovisie, advieskosten, notariskosten of bemiddelingskosten worden niet geactiveerd, maar direct ten laste van de exploitatie gebracht

Agio en disagio van geldleningen > € 10.000

Looptijd lening

Kosten van onderzoek en ontwikkeling

5

In geval van verkenning, onderzoek naar haalbaarheid en voorbereiding zonder krediet/projectbesluit: immaterieel actief. Na kredietbesluit overboeking naar materieel vast actief. Bij niet-doorgaan: afschrijven in max. 5 jaar of ineens afboeken (apart te besluiten)

Materiele vaste activa

Gronden en terreinen

Gronden en terreinen (incl. sportvelden, woonwagen-terreinen/standplaatsen)

Niet afschrijven

Duurzame bezittingen zonder beperkte gebruiksduur

Begraafplaatsen, aankoop grond en aanleg

30

Inclusief aanleg en inrichting

Gebouwen en installaties

Nieuwbouw gemeentelijk vastgoed

50

Gemeentehuis, gemeentewerf, sporthallen, schoolgebouwen, ontmoetingscentra, kleedlokalen sportparken (mits onderdeel van een sportaccommodatie en een duurzame gebruiksfunctie invullen)

Renovatie/ingrijpende verbouwingen (levensduur verlengend)

Max. 40

Levensduur verlengend; gekoppeld aan restlevensduur gebouw

Semipermanente lokalen (onderwijs)/noodlokalen/tijdelijke huisvesting

10

Tijdelijke aard

Milieustraat – civieltechnisch werk

40

Betreft grondwerk, fundering, verharding, riolering, keerwanden en overige civiele voorzieningen. Deze hebben een lange technische levensduur en zijn duurzaam van aard

Milieustraat – inrichting

20

Vaste inrichting zoals weegbruggen, beveiligingsinstallaties, terreinverlichting, hekwerken en afvalscheidingsvoorzieningen. De gebruiksduur is technisch en functioneel beperkter dan de onderliggende infrastructuur.

Milieustraat – modulaire deel

60

Onder meer prefab constructies of verplaatsbare units die vanwege hoogwaardige uitvoering en duurzame materialen voor lange termijn worden ingezet. Ondanks het modulaire karakter > afschrijving op basis van verwachte lange gebruiksduur.

Verduurzaming – zonnepanelen

25

Bestemd voor duurzaam gebruik op gemeentelijk vastgoed. De afschrijvingstermijn is afgestemd op de verwachte gebruiksduur en opbrengst.

Verduurzaming – overig

Max. 40

Sprake van levensduur verlengende verbetering of duidelijke waardevermeerdering. Gekoppeld aan restlevensduur gebouw.

Inrichting sporthal/kantine/gymlokalen

10

Inrichting en interieuraanpassingen

Vaste sportinstallaties

20

Installaties die structureel onderdeel zijn van sportvelden of sporthallen

Woningen

Nieuwbouw woningen

50

Renovatie/ingrijpende verbouwingen (levensduur verlengend)

Max. 40

Levensduur verlengend; gekoppeld aan restlevensduur gebouw

Aankoop opstallen

Max. 50

Wordt als een investering beschouwd. De afschrijvingstermijn is gelijk aan die van nieuwbouw, tenzij het gebouw een kortere resterende levensduur heeft. In dat geval wordt de afschrijving aangepast.

Woonwagens/chalets

40

Kortere levensduur i.v.m. mobiel gebruik en lichtere constructie.

Monumenten

Restauratie

40

Enkel activeren als sprake is van duurzame verbetering of het gebouw functioneel inzetbaar wordt gemaakt voor (maatschappelijke) exploitatie

Sportvelden

Sportvelden eerste aanleg

30

Initieel aanleggen van het veld en basisvoorzieningen

Renovatie sportvelden

15

Ingrijpende renovaties met kortere resterende levensduur

Tractiemiddelen

Rollend materieel

15

Vrachtauto's, bestelwagens, veegwagens, aanhangers, strooiwagens, tractoren, etc.

Rolbezem

15

Kort gebruik, intensieve slijtage

Zoutstrooier, sneeuwploeg, hulpwerktuigen

15

Seizoensgebonden gebruik

Overige materiele vaste activa

Meubilair/inventaris

40

Duurzaam kantoormeubilair

Speeltoestellen en overige sport- en speelvoorzieningen

17

Slijtage en veiligheid

Hekwerken e.d.

20

Buiteninrichting

Huisvestingsvoorziening onderwijs

10

Inrichting onderwijsruimtes zoals meubilair en andere voorzieningen die specifiek zijn voor onderwijs.

Beveiligingscamera’s/veiligheidsvoorzieningen gebouwen

15

Camera’s, toegangscontrolesystemen, brandmeldinstallaties en andere (gebouw gebonden) veiligheidsvoorzieningen

ICT hardware, printers, servers etc.

4

ICT-apparatuur zoals computers, laptops, printers, servers en randapparatuur

ICT-software

5

Mits lokaal op eigen servers geïnstalleerd. SaaS: niet activeren

ICT-netwerkbekabeling

15

Fysieke bekabeling voor datanetwerken binnen gebouwen

ICT-telefooncentrales

10

Vaste telefooninstallaties en centrale systemen voor interne en externe communicatie

Verkiezingsborden

10

Evenementenkasten

20

Woonwagenterreininrichting

25

Voorzieningen op woonwagenterreinen zoals bestrating, nutsvoorzieningen, verlichting en andere infrastructuur

Riolering en waterbeheer

Riolen, putten en kolken (vrij vervalriolering)

70

Persleidingen riolering

60

Rioolgemalen, drukriolering en randvoorzieningen – bouwkundig

60

Bouwkundige onderdelen van rioolgemalen, zoals funderingen, pompkelders en behuizingen

Rioolgemalen, drukriolering en randvoorzieningen – mechanisch/elektrisch

15

Pompen, motoren, elektrische installaties en besturingssystemen

Wegen en terreininrichting

Aanleg/reconstructie wegen/terreinverhardingen (infrastructurele werkzaamheden incl. ondergronden etc.)

40

Openbare verlichting – armaturen

20

Openbare verlichting – masten

40

Aanleg/reconstructie groenvoorziening

30

Aanleg speelplaatsen en -terreinen

10

Verkeers- en veiligheidsmaatregelen

25

O.a. verkeersdrempels, markeringen, borden en andere maatregelen die bijdragen aan de verkeersveiligheid

Verkeersregelinstallaties (elektrische component)

20

Straatmeubilair

15

Bankjes, afvalbakken, fietsenrekken en andere voorzieningen in de openbare ruimte

Bushaltes

20

Infrastructuur openbaar vervoer

Aanleg visvijvers

40

Bruggen, stijgers en keerwanden

Bruggen, steigers etc. met een (draag)constructie van hout

35

Bruggen, steigers etc. met een (draag)constructie van composietmateriaal

60

Bruggen, viaducten etc. met een (draag)constructie van staal of beton

80

Keerwanden, damwanden etc. van staal

50

Keerwanden van beton

60

Financiële vaste activa

Niet afschrijven

Bovenstaand overzicht is niet limitatief. Afwijkingen zijn mogelijk op basis van technische levensduur of beleidskeuzes.

Geldende tekst uit de Centrale Voorziening Decentrale Regelgeving (CVDR, open data van de overheid). Raadpleeg lokaleregelgeving.overheid.nl voor de officiële versie. Dit is geen juridisch advies.