Aanhef
Samenvatting
In veel Brabantse gemeenten wordt een deel van het ongeschoold en laaggeschoold werk ingevuld door buitenlandse werknemers uit de EU, zogenaamde arbeidsmigranten. In de gemeente Laarbeek zijn deze zeer beperkt in beeld. Naar schatting zijn er op dit moment 800 tot 1.000 arbeidsmigranten werkzaam in de gemeente Laarbeek. In praktijk blijken ze op zeer diverse plaatsen te verblijven, binnen en buiten de gemeente Laarbeek. Er is een tekort aan huisvesting binnen de gemeente. Hierdoor hebben ondernemers moeite met het invullen van vacatures en moeten arbeidsmigranten soms ver reizen. Slechts een enkele locatie heeft een geldige vergunning.
Alle gemeenten in de Peelregio hebben ingestemd met een regionaal afsprakenkader, waarin uitgangspunten staan voor goede huisvesting, scholing, zelfbeschikking, gezondheid en integratie. Deze beleidsnota vertaalt het regionale kader naar de gemeente Laarbeek. In het kader van een brede welvaart is het belangrijk dat we arbeidsmigranten zien als volwaardige deelnemers aan de maatschappij. Naast economische belangen (werkgevers hebben arbeidsmigranten hard nodig) en omgevingsbelangen (leefbaarheid voor alle inwoners) spelen ook sociaal-maatschappelijke belangen (integratie en participatie) een rol.
De gemeente vindt het belangrijk goed zicht te krijgen en houden in aantallen, omstandigheden en locaties waar arbeidsmigranten zijn gehuisvest. Met het juiste ruimtelijk en juridisch kader kan de gemeente zorgen voor voldoende en kwalitatieve huisvesting en hier ook adequaat op handhaven. Dit biedt echter ook kansen om de registratie te verbeteren. Daarnaast is een zachte landing bij komst naar Nederland van belang voor integratie en participatie. Hierbij trekt de gemeente vooral samen op met regio en provincie, bijvoorbeeld door een Brabants migratie informatiepunt te onderzoeken.
De nota legt prioriteit bij huisvesting omdat daar de grootste druk zit. Het beleidskader huisvesting arbeidsmigranten Laarbeek zet in op een verruiming van mogelijkheden voor huisvesting van arbeidsmigranten die in de regio werkzaam zijn. Uiteraard mogen hierbij omgevingsbelangen niet onevenredig aangetast worden. Met een bovengrens van 150 slaapplaatsen en een vergunningsduur van 10 jaar (met verlengingsmogelijkheid) maakt dit huisvestingsinitiatieven financieel haalbaar.
Primair beoogt het beleidskader meer ruimte te bieden in en rondom het stedelijk gebied en in het buitengebied op werklocaties. Het zal echter lastig worden om de grote kwantitatieve opgave binnen deze kaders te realiseren. Daarom wordt onder voorwaarden ruimte geboden voor maatwerk op andere locaties, zoals leegstaande gebouwen (niet-woningen) en vrijkomende agrarische bebouwing (VAB-locaties). Als laatste mogelijkheid voor maatwerk wordt gekeken naar locaties in de groenblauwe mantel, indien er aantoonbaar geen andere geschikte locatie is. Het beleidskader maakt een goede belangenafweging en inspraak mogelijk. Ook verkleint het kader de kans op overlast door bijvoorbeeld uitgebreid aandacht te besteden aan goed beheer en toezicht en een proces voor te schrijven waarin de dialoog met omwonenden moet plaatsvinden. Het beleidskader biedt het college van burgemeester en wethouders verder ruimte om te sturen op kwaliteit.
In het laatste hoofdstuk wordt een aantal specifieke activiteiten opgesomd waaraan de gemeente uitvoering gaat geven. Allereerst het op orde brengen van de vergunningen, met in achtneming van een overgangstermijn. Ten tweede gaat de gemeente actief huisvestingsinitiatieven aanjagen. Omdat initiatieven vaak sneuvelen door gebrek aan draagvlak biedt de gemeente ten derde een externe handreiking aan initiatiefnemers om de omgevingsdialoog te versterken. Als vierde onderdeel worden locatie registers onderwerp van toezicht. Ook wordt gekeken of toezicht en handhaving geïntensiveerd kan worden. Als laatste worden met een brede regionale aanpak verdere misstanden voorkomen en integratie en participatie gestimuleerd. Vanuit de regio vindt ook het gesprek plaats met de provincie en regiogemeenten over het Brabants Migratie en Informatiepunt (BMIP) waaraan de gemeente actief een bijdrage wil leveren.
Bijlage 1 Beleidskader Huisvesting Arbeidsmigranten Gemeente Laarbeek 2022.
Dit kader wordt toegepast bij het toetsen van aanvragen voor huisvesting van arbeidsmigranten. Dit kan gaan om nieuw te realiseren huisvesting of formalisatie van gedoogsituaties. De kwaliteitsnormeringen in dit kader zijn ook basis voor de (periodieke) controle van huisvesting na realisatie.
Naast deze eisen moet voor de huisvesting van arbeidsmigranten ook voldaan worden aan de kwaliteitsnorm Stichting Normering Flexwonen (SNF) en het Bouwbesluit 2012, welke voor de volledigheid als afzonderlijke eisen zijn opgenomen.
Het beleidskader wordt toegepast als het gaat om huisvesting van personen die tijdelijk in Nederland verblijven om hier betaalde werkzaamheden te verrichten (arbeidsmigranten), daaronder begrepen ‘short stay’ (0 tot 12 maanden) en ‘midstay’ (1 tot 3 jaar). ‘Longstay’ arbeidsmigranten (langer dan 3 jaar) en arbeidsmigranten die zich permanent vestigen hebben eenzelfde positie op de woningmarkt (zowel huur als koop) als andere inwoners en huisvesting daarvan valt niet onder regelgeving van dit beleidskader. Er wordt van geclusterde huisvesting gesproken indien er meer dan 8 slaapplaatsen worden gerealiseerd.
Het beleidskader wordt toegepast als de gevraagde huisvesting in strijd is met regels van het geldende bestemmingsplan of beheerverordening. Artikel 4, negende lid bijlage II van het Besluit omgevingsrecht biedt mogelijkheden om af te wijken van het bestemmingsplan, mits het gaat om bestaande gebouwen zonder uitbreiding van het bouwvolume en bouwoppervlak.
Hieronder worden in paragraaf 1 eerst de algemene eisen voor de huisvesting aangegeven en vervolgens in paragraaf 2, 3 en 4 specifieke voorwaarden op het gebied locatie, beheer en omgevingsdialoog en kwaliteit van de woonvoorzieningen.
In paragraaf 5 is de afwijkingsbevoegdheid van het college opgenomen. In paragraaf 6 de slotbepalingen.
§ 1 Algemene beleidskader
Alle vormen van huisvesting en inzet van arbeidsmigranten moeten voldoen aan de volgende voorwaarden:
1De huisvesting moet zijn voor arbeidsmigranten die nodig zijn voor een goede bedrijfsvoering van initiatiefnemer/ondernemer in de gemeente Laarbeek dan wel in andere gemeenten van de Peelregio.
2De initiatiefnemer dient SNF gecertificeerd te zijn.
3Indien de initiatiefnemer een uitzend- of detacheringsbureau betreft moet de huisvesting bestemd zijn voor arbeidsmigranten die zijn ingeschreven bij een ABU (Algemene Branchevereniging voor Uitzendondernemingen) of VIA (Vereniging van Internationale Arbeidsbemiddelaars), gecertificeerd uitzend- en/of detacheringsbureau.
4Er moet een onderbouwing met de werkzaamheden van de te huisvesten arbeidsmigranten worden ingediend, waaruit de arbeidsbehoefte over de gevraagde periode naar voren komt. Indien meer dan 30 arbeidsmigranten worden gehuisvest kan een aanvullend advies worden gevraagd van een instantie die de betreffende bedrijfstak daartoe adviseert. De kosten zijn voor de initiatiefnemer. Voor agrarische ondernemers is hiervoor bijvoorbeeld de Adviescommissie Agrarische Bouwaanvragen.
5Er dient voor arbeidsmigranten een aantoonbaar gezond leefklimaat te kunnen worden gegarandeerd.
6De huisvesting mag niet leiden tot onevenredige aantasting van belangen van omliggende bedrijven (niet zijnde concurrentiebelangen).
7De huisvesting mag niet leiden tot onevenredige aantasting van belangen van omwonenden. Er dient een goede ontsluiting van de locatie te zijn en geen toename van andere onveilige situaties of andere overlast.
8Er mogen geen zelfstandige woonfuncties of wooneenheden gecreëerd worden als deze invloed hebben op het woningbouwcontingent van de gemeente Laarbeek en voor het buitengebied geldt dat plannen moeten passen binnen de beleidsuitgangspunten van artikel 3.68 van de Interim Omgevingsverordening Noord-Brabant. Van zelfstandige woonfuncties is sprake als een wooneenheid een eigen (zelfstandige) keuken en eigen (zelfstandig) sanitair heeft (douche/bad én toilet).
9Indien de huisvester tevens werkgever of uitzender is dient de arbeidsmigrant minimaal vier weken te mogen blijven wonen in dezelfde slaapruimte/locatie na beëindiging van het dienstverband, mits de arbeidsmigrant zich houdt aan de huisregels
10De initiatiefnemer dient rekening te houden met de wettelijke kosten voor gemeentelijke medewerking/ dienstverlening welke worden doorberekend in geval van planologische besluitvorming, zoals een wijziging van het bestemmingsplan of een aanvraag van een omgevingsvergunning.
11Vergunningen worden verstrekt voor 10 jaar met een verlengingsmogelijkheid van telkens 5 jaar.
12Er mogen geen aanvullende dagelijkse voorzieningen zoals een winkel of horeca bij de locatie worden gerealiseerd.
13Het realiseren van huisvesting voor arbeidsmigranten in de groenblauwe mantel
1Interim Omgevingsverordening Groenblauwe mantel, Provincie Noord-Brabant 2021
is uitgesloten.
14Er mogen maximaal 150 slaapplaatsen op één locatie gerealiseerd worden, passend bij het dorpse karakter van Laarbeek. Als maatwerk kunnen slaapplaatsen worden toegevoegd indien een locatie gedurende 2 jaar goed functioneert. Dit tot een maximum van 300 slaapplaatsen per locatie en enkel als op dat moment er nog kwantitatieve uitbreiding noodzakelijk is.
§ 2 Specifieke eisen t.a.v. locaties
1Binnen stedelijk
2Woongebieden en bedrijventerreinen binnen de bebouwde kom, niet zijnde buitengebied.
gebied mag huisvesting alleen plaatsvinden:
•op bedrijventerreinen waar wonen al wordt toegestaan, ‘Bemmer IV’ en ‘De Stater’ zijn uitgesloten.
•Op locaties die in de Interim Omgevingsverordening van de provincie Noord-Brabant aangeduid zijn als “Verstedelijking afweegbaar”.
Voorwaarde voor de locaties binnen stedelijk gebied is dat voorzieningen zoals een supermarkt op acceptabele loopafstand liggen (maximaal 1500 meter). Als voorzieningen op meer dan 1500 meter afstand liggen moet de initiatiefnemer een werkbare oplossing hebben om de bewoners in de dagelijkse behoefte te voorzien, bijvoorbeeld door te werken met bezorging of vervoer.
2Buiten de bebouwde kom mag huisvesting plaatsvinden:
•in bestaande bedrijfsbestemmingen (waaronder agrarische bestemmingen) op het terrein van de werkgever waar de arbeidsmigrant werkzaam is of aanpalende terreinen. Ook vrijkomende agrarische bebouwing (VAB-locaties) en bedrijfswoningen mogen hiervoor worden gebruikt. De huisvesting dient binnen het bebouwingsvlak te worden gecreëerd. Samenwerking tussen werkgevers en/of werkgevers en huisvesters is daarbij mogelijk. Zo kunnen ze bijvoorbeeld ook huisvesting bieden aan collega-ondernemers.
3Maatwerk is mogelijk:
a.Binnen stedelijk gebied in leegstaande bedrijfswoningen, bedrijfsgebouwen en andere niet-woningen op locaties waar wonen niet de dominante functie is en waar niet ingezet wordt op behoud van de publiek aantrekkende centrumfunctie
3Zie Afwegingskader woningsplitsing en transformatie in kernen, Gemeente Laarbeek 2021.
. Kamerbewoning
4Kamerverhuur is de verhuur van onzelfstandige woonruimte. Onzelfstandige woonruimte is een woonruimte die geen eigen toegang heeft (geen eigen voordeur) of die niet op zichzelf kan functioneren als woning.
in bestaande gebouwen die voor reguliere bewoning bestemd zijn is niet toegestaan.
b.In het buitengebied in VAB-locaties, in bedrijfswoningen, bedrijfsgebouwen en andere niet-woningen los van de werklocatie, mits voorzieningen zoals een supermarkt op acceptabele loopafstand liggen (maximaal 1500 meter). De huisvesting dient binnen het bestemmingsvlak te worden gecreëerd.
c.Onder voorbehoud van instemming door de Provincie Noord-Brabant op locaties in de groenblauwe mantel indien er aantoonbaar geen geschikte locatie buiten de groenblauwe mantel is.
Voorwaarde voor de maatwerklocaties is dat voorzieningen zoals een supermarkt op acceptabele loopafstand liggen (maximaal 1500 meter). Als voorzieningen op meer dan 1500 meter afstand liggen moet de initiatiefnemer een werkbare oplossing hebben om de bewoners in de dagelijkse behoefte te voorzien, bijvoorbeeld door te werken met bezorging of vervoer.
§ 3 Specifieke eisen t.a.v. beheer en omgeving
1De initiatiefnemer/eigenaar is verantwoordelijk voor het beheer. Hij/zij dient een beheerplan op te stellen, waarin inzichtelijk wordt gemaakt hoe hij of zij de huisvestingslocaties adequaat denkt te kunnen beheren en onderhouden. Hiertoe dient te worden voorzien in een bewonershandboek en/of huisvestingsreglement, uitleg van wijze van informatievoorziening aan bewoners en werkwijze bij beëindiging van dienstverband van huurder.
2Bij huisvestingslocaties met meer dan 10 slaapplekken dient er toezicht te zijn door middel van een conciërge/beheerder die binnen 10 minuten op de locatie aanwezig kan zijn. Bewoners en omwonenden moeten bij calamiteiten bij geclusterde voorzieningen 24/7 beroep kunnen doen op een beheerder. Ook dient te worden aangegeven op welke wijze de toezichthouder bereikbaar is voor bewoners, omwonenden en andere belanghebbenden.
3Bij huisvestingslocaties met meer dan 60 slaapplekken dient er toezicht te zijn door middel van een conciërge/beheerder die permanent aanwezig is op de locatie. Ook dient te worden aangegeven op welke wijze de toezichthouder bereikbaar is voor bewoners, omwonenden en andere belanghebbenden.
4Het college dient in te stemmen met de wijze waarop het beheer wordt geregeld.
5Voorafgaand aan de realisatie van geclusterde huisvesting moet een omgevingsdialoog worden uitgevoerd, waarin de initiatiefnemer uitlegt hoe op de huisvestingslocatie de belangen van omwonenden gewaarborgd blijven en de woonvoorziening en het beheerplan worden toegelicht. De initiatiefnemer is verantwoordelijk voor deze omgevingsdialoog. De initiatiefnemer dient omwonenden en andere belanghebbenden te informeren over het initiatief en uit te nodigen voor een dialoog. Van deze bijeenkomst dient een verslag te worden gemaakt. Dit verslag dient bij de aanvraag te worden toegevoegd. De uitslag hiervan kan worden meegewogen in de gemeentelijke besluitvorming.
6De beheerder dient een actueel locatieregister dan wel nachtregister bij te houden, conform de Algemene Plaatselijke Verordening artikel 2.38 en de SNF-norm. Bij verblijf langer dan 3 maanden dient de beheerder de bewoner te wijzen op de plicht zich te registeren in het BRP. Indien de gemeente Laarbeek overgaat tot het innen van verblijfsbelasting zal huisvester verblijfsbelasting moeten afdragen voor de arbeidsmigranten die niet ingeschreven staan in het BRP.
§ 4 Specifieke eisen t.a.v. kwaliteit woonvoorzieningen
Alle huisvesting voor arbeidsmigranten dient minimaal te voldoen aan de kwaliteitsnorm Stichting Normering Flexwonen (SNF) dan wel een nieuwe landelijke vastgestelde normering ter vervanging van de SNF-norm.
1De huisvesting moet voldoen aan eisen uit het Bouwbesluit 2012 (onder meer brandveilig gebruik).
2Huisvesting van arbeidsmigranten mag niet plaatsvinden in caravans of andere tijdelijke mobiele huisvestingsvoorzieningen. Units/modulaire bouw zijn onder voorwaarde van een degelijke kwalitatieve uitstraling wel toegestaan. Het college beoordeelt de kwalitatieve uitstraling.
3Slaapplaatsen mogen niet per etmaal aan twee verschillende huurders worden verhuurd (dag- en nachtploeg).
4Alle nieuwe huisvesting voor arbeidsmigranten kennen een ondergrens van 15m2 gebruiksoppervlak
5Het gebruiksoppervlak is de oppervlakte waarvoor wordt ingeschat dat deze nuttig gebruikt kan worden. De beleidsregel volgt de definitie en meetwijze van SNF.
per persoon met minimaal 3,5 m2 vloeroppervlakte in het slaapvertrek per persoon en voldoen aan de norm van maximaal 2 personen per slaapkamer. Er dient enige vorm van privacy te zijn rondom elk bed. Het streven is 1 persoon per slaapkamer.
5Per 8 personen dient er minimaal één toilet en douche te zijn.
6Parkeren moet worden opgelost op eigen terrein conform de geldende parkeernormen. Als parkeren op eigen terrein niet mogelijk is, moet in overleg met de gemeente binnen de geldende regelgeving (bestemmingsplan) worden gekeken of er een andere oplossing kan worden gevonden voor parkeren. Daarover kunnen aanvullende afspraken worden gemaakt.
7De locatie moet stedenbouwkundig en landschappelijk kwalitatief ingepast zijn in de omgeving. De uitstraling dient hoogwaardig te zijn, de bouwlagen (bij nieuwbouw) niet in afwijking van de omgeving. Naar gelang de verhouding tussen het aantal inwoners in de directe omgeving en het aantal slaapplaatsen dient de projectlocatie fysiek afgescheiden te zijn van de omliggende percelen.
§ 5 Afwijkingsbevoegdheid college/ hardheidsclausule
Het college kan afwijken van dit beleidskader, als strikte toepassing hiervan tot onevenredige benadeling leidt van degene die huisvesting van arbeidsmigranten aanvraagt.
Hierbij moeten de belangen van omwonenden en omliggende bedrijven in ieder geval in voldoende mate gewaarborgd worden. Hierbij moet ook worden voldaan aan de voorwaarden t.a.v. beheer en omgeving en kwaliteitseisen aan de woonvoorzieningen die in dit beleidskader zijn gesteld.
Indien het maatwerkmogelijkheden met betrekking tot het aantal slaapplekken of de locatie betreft, zoals beschreven in paragraaf 1 en 2, zal het college dit ter besluitvorming voorleggen aan de gemeenteraad. Initiatieven met meer dan 30 slaapplaatsen per locatie worden altijd voorgelegd aan de gemeenteraad ter besluitvorming.
§ 6 Slotbepalingen
1Inwerkingtreding en intrekking oude beleidsregel
Het ‘Beleidskader Huisvesting Arbeidsmigranten 2022’ treedt in werking daags na de bekendmaking.
2Overgangsbepalingen
Voor aanvragen omgevingsvergunningen die (mede) betrekking hebben op het huisvesten van arbeidsmigranten, die zijn ingediend voor de inwerkingtreding van het ‘Beleidskader huisvesting arbeidsmigranten 2022’ en waar nog niet op is beslist worden op voorhand getoetst aan dit beleidskader (ex nunc).
3Citeertitel
Dit beleid wordt aangehaald als het ‘Beleidskader huisvesting arbeidsmigranten Laarbeek 2022’.