I. ALGEMENE BEPALINGEN
1. Algemeen
1Onder politieke ambtsdrager wordt verstaan: de burgemeester, de leden van het college, de leden van de gemeenteraad en raadscommissies.
2Het Protocol voorziet in richtlijnen voor de handelswijze van de burgemeester bij vermoedens van integriteitschendingen waarbij een politieke ambtsdrager betrokken is. Het Protocol heeft tevens ten doel het blijvend activeren van de bewustwording van integriteit en het integer handelen van politieke ambtsdragers in de gemeente Krimpenerwaard.
3Erkend wordt dat elk vermoeden van integriteitsschending een eigen aard en achtergrond heeft en de burgemeester derhalve gemotiveerd en in overleg met het presidium en/of het college van burgemeester en wethouders kan besluiten af te wijken van dit Protocol.
4Doordat elk vermoeden van integriteitschending een eigen aard en achtergrond heeft is de doorlooptijd van de verschillende fases afhankelijk van de specifieke omstandigheden. De burgemeester draagt zorg voor een juiste balans tussen zorgvuldigheid enerzijds en een snelle doorlooptijd anderzijds.
5De ‘Gedragscode Integriteit raads- en commissieleden gemeente Krimpenerwaard 2021 en de ‘Gedragscode Integriteit college van burgemeester en wethouders gemeente Krimpenerwaard 2021 vormen de basis voor de afspraken over integriteit die met politieke ambtsdragers in de gemeente Krimpenerwaard zijn gemaakt.
6Het Protocol is openbaar en door derden te raadplegen.
7De burgemeester, de leden van het college, de leden van de gemeenteraad en raadscommissies ontvangen bij hun aantreden een exemplaar van dit Protocol.
II. DE MELDINGSFASE
2. Melding
1Een melding van een vermoeden van een geschonden integriteitsnorm door een politieke ambtsdrager kan door een ieder worden ingediend bij de burgemeester.
2Anonieme meldingen worden in beginsel niet behandeld. De burgemeester zal hier alleen bij zwaarwegende omstandigheden, die blijken uit de duiding van de anonieme melding, van afwijken.
3De burgemeester bevestigt schriftelijk de ontvangst van de melding en verzoekt de melder om in deze fase discretie ten aanzien van de melding te betrachten.
4De burgemeester maakt een melding die vertrouwelijk aan de burgemeester gedaan is, in de meldingsfase niet actief openbaar. Indien de melder de melding in het openbaar gedaan heeft of openbaarheid aan de melding gegeven heeft, zal de burgemeester primair terughoudend maar naar bevind van zaken met de informatieverstrekking rond de melding handelen.
5De burgemeester informeert de betrokken politieke ambtsdrager over de aanhangige melding, tenzij de omstandigheden van de melding zich hiertegen verzetten.
6Een melding van een vermoeden van een geschonden integriteitsnorm door de burgemeester wordt ingediend bij de griffier. Het presidium wijst in dat geval één van zijn leden aan die in de plaats treedt van de burgemeester bij het behandelen van de melding en stelt de commissaris van de Koning in de provincie Zuid-Holland in kennis van de aanhangige melding. De commissaris van de Koning kan de behandeling van een dergelijke melding overnemen.
3. Duiding van de melding
1De burgemeester toetst ambtshalve de melding om te beoordelen of het instellen van een onderzoek noodzakelijk is.
2De burgemeester kan zich bij de duiding van de melding laten bijstaan door onafhankelijke interne of externe deskundigen, bijvoorbeeld door het door het Ministerie van Binnenlandse Zaken ingestelde Steunpunt Integriteitsonderzoek Politieke Ambtsdragers.
3De duiding van de melding vindt onder andere plaats langs de volgende toetsingscriteria:
a.de ontvankelijkheid van het bestuursorgaan;
b.de aard en de concreetheid van de melding (gericht op een expliciete gedraging door een politieke ambtsdrager);
c.de ernst van de zaak;
d.de valideerbaarheid van de feiten en omstandigheden;
e.de positie van de melder, van de betrokken ambtsdrager en hun onderlinge betrokkenheid;
f.de geloofwaardigheid/ waarschijnlijkheid van de melding.
4De burgemeester kan bij de duiding van de melding het voorhanden zijnde feitenmateriaal analyseren en eventueel de melder, de betrokken politieke ambtsdrager of andere betrokkenen bevragen.
5De burgemeester besluit, gehoord het presidium, op grond van zijn bevindingen of een onderzoek wordt ingesteld.
6Indien de burgemeester besluit dat er geen onderzoek nodig is worden de melder, de betrokken politieke ambtsdrager en de gemeenteraad hierover actief geïnformeerd en wordt de melding afgesloten.
7Uit een oogpunt van verantwoording en transparantie kan de burgemeester besluiten de melding te publiceren. Dit gebeurt geanonimiseerd waarbij de namen van melders en politieke ambtsdragers niet worden gepubliceerd.
III. DE ONDERZOEKSFASE
4. Onderzoek
1Het onderzoek vindt plaats op een door de burgemeester te bepalen wijze, waarbij voor de betreffende melding de meest geëigende onderzoeksmethode wordt gekozen.
2Het onderzoek kan worden uitgevoerd in opdracht van de burgemeester door een onafhankelijk gecertificeerd onderzoeksbureau.
3De commissaris van de Koning in de provincie Zuid-Holland wordt door de burgemeester geïnformeerd over het instellen van een onderzoek.
5. Onderzoeksopdracht
1Indien de burgemeester besluit tot het laten verrichten van een onderzoek door een onafhankelijk gecertificeerd onderzoeksbureau, komt de burgemeester - na overleg met het presidium - een schriftelijke onderzoeksopdracht met de onafhankelijke onderzoeker(s) overeen.
2In de opdracht is in ieder geval opgenomen:
-de aanleiding van het onderzoek;
-de onderzoeksopdracht met duidelijk omschreven onderzoeksvragen en -methoden;
-afspraken over het onderzoeksrapport en de mogelijkheid van wederhoor door de betrokken politieke ambtsdrager;
-de verwachte duur van het onderzoek;
-de overeengekomen kosten van het onderzoek;
-de bevoegdheden waarvan de onderzoeker gebruik mag maken;
-dat de onderzoeker werkt conform de richtlijnen van dit Protocol.
6. Kennisgeving aan betrokken politieke ambtsdrager
1De betrokken politieke ambtsdrager wordt over het besluit tot het instellen van een onderzoek met voorrang mondeling en in een brief geïnformeerd.
2In de brief is in ieder geval opgenomen:
a.een omschrijving van het handelen of nalaten dat aanleiding is tot het instellen van het onderzoek;
b.wie het onderzoek gaat uitvoeren;
c.dat betrokkenen en getuigen kunnen worden gehoord;
d.dat als andere feiten en omstandigheden bekend worden die van belang zijn voor het bepalen van de omvang, aard en ernst van de vermeende integriteitsschending, het onderzoek zich kan uitstrekken tot die feiten en omstandigheden;
e.dat de betrokken politieke ambtsdrager zich intern en/of extern kan laten ondersteunen, mits de onafhankelijkheid van het onderzoek gewaarborgd blijft;
f.de afspraken over het vertrouwelijk behandelen van het gehele onderzoek;
g.een verwijzing naar dit Protocol en de vigerende gedragscode.
7. Horen in de onderzoeksfase
1De betrokken politieke ambtsdrager en getuigen kunnen in de onderzoeksfase worden gehoord.
2Van alle politieke ambtsdragers wordt verwacht dat zij meewerken aan een onderzoek, zij kunnen hiertoe echter niet worden verplicht.
3Betrokken politieke ambtsdrager en getuigen worden minimaal vijf dagen voor het gesprek uitgenodigd en vooraf op de hoogte gesteld van de aard en de mogelijke duur van het gesprek en hen wordt meegedeeld dat zij zich bij het gesprek kunnen laten bijstaan door een raadsman/raadsvrouw.
4Er wordt een gespreksverslag opgemaakt en de gehoorde krijgt de mogelijkheid om binnen een afgesproken korte termijn schriftelijk te reageren op het gespreksverslag.
5Het gespreksverslag wordt ondertekend door de onderzoeker(s) en door de gehoorde.
6Als de gehoorde weigert het gespreksverslag te ondertekenen wordt daarvan melding gemaakt in het gespreksverslag. Als gehoorde dat wenst wordt een schriftelijke weergave van diens afwijkende mening bij het gespreksverslag gevoegd.
8. Onderzoeksrapport
1De bevindingen van het onderzoek worden vastgelegd in een onderzoeksrapport.
2Het onderzoeksrapport bevat in ieder geval de volgende onderdelen:
a.de onderzoeksopdracht met eventuele latere uitbreidingen;
b.een beschrijving van de ingezette onderzoeksmiddelen;
c.een weergave van alle feiten, omstandigheden, verklaringen en beweegredenen die betrekking hebben op de vermoedelijke integriteitsschending;
d.de bevindingen op grond van het onderzoek;
e.eventuele reacties op het onderzoek van degenen die bij het onderzoek zijn betrokken;
f.alle schriftelijke (achterliggende) documenten.
3Het onderzoeksrapport is een persoonlijk advies gericht aan de burgemeester.
IV. POLITIEK-BESTUURLIJKE BEHANDELINGSFASE
9. Politiek-bestuurlijke behandeling
1Na afronding van het onderzoek wordt het onderzoeksrapport door de burgemeester aangeboden aan de betrokken politieke ambtsdrager, het college en de gemeenteraad.
2Indien het onderzoeksrapport betrekking heeft op één of meerdere leden van het college deelt het college haar (meerderheids) standpunt ten aanzien van de onderzoekrapportage mede aan de gemeenteraad.
3Het onderzoeksrapport wordt aan de gemeenteraad aangeboden.
V. SLOTBEPALINGEN
10. Communicatie, vertrouwelijkheid, geheimhouding en transparantie
1De burgemeester zorgt voor de interne en externe communicatie. Voor de interne en externe communicatie worden de verschillende belangen, waaronder het belang van het onderzoek, het belang van het beschermen van de persoonlijke levenssfeer van de betrokkenen en het belang van transparantie, nauwkeurig tegen elkaar afgewogen.
2In de meldings- en onderzoeksfase is vertrouwelijkheid van stukken en informatie inzake de melding en het onderzoek het uitgangspunt.
3De burgemeester kan in de meldings- en onderzoeksfase besluiten om op grond van de Gemeentewet geheimhouding op te leggen op stukken die de burgemeester aanbiedt aan het college, het presidium, de gemeenteraad of interne en externe adviseurs.
4Na afronding van de meldings- en onderzoeksfase is het van belang dat de burgemeester verantwoording aflegt over zijn handelen. Daarbij past transparantie met inachtneming van de belangen onder artikel 10.1 genoemd.
11. Aangifte
1Als er op enig moment een vermoeden is van een strafbaar feit of vermoeden van een opzettelijke valse beschuldiging bespreekt de burgemeester in het presidium de eventuele aangifte bij de politie. Uitgangspunt hierbij is dat aangifte wordt gedaan, tenzij zeer bijzondere omstandigheden zich voordoen waardoor dit niet opportuun is.
2Indien aangifte wordt gedaan, wordt vanaf dat moment alle beschikbare informatie voorgelegd aan de politie, eventueel na overleg met de officier van justitie.
3Indien sprake is van aangifte doet de burgemeester, na zorgvuldige afweging van belangen, al dan niet melding van het feit dat aangifte is gedaan. Over de inhoud van de aangifte doet de burgemeester geen mededelingen; communicatie over de aangifte en het vervolg verloopt via politie en/of justitie.
12. Rapporteren en actualiseren
1Jaarlijks informeert de burgemeester het college en de gemeenteraad schriftelijk over de bestuurlijke integriteit waaronder de meldingen.