3. Uitwerking speerpunten Omgevingsvisie
3.1 Een gezond en veilig woon- en leefklimaat
3.1.1 Inzameling en transport van afvalwater
Als gemeente hebben we een zorgplicht voor de inzameling en het transport van stedelijk afvalwater ter bescherming van de volksgezondheid, natuur en milieu. Stedelijk afvalwater is huishoudelijk afvalwater of een mengsel daarvan met bedrijfsafvalwater, afvloeiend hemelwater, grondwater of ander afvalwater.
Gemeentelijke zorgplicht stedelijk afvalwater (taak onder de Omgevingswet, resultaatsverplichting)
Stedelijk afvalwater wordt ingezameld en getransporteerd naar een zuiveringtechnisch werk als dat vrijkomt:
● op de percelen, gelegen binnen een bebouwde kom van waaruit stedelijk afvalwater met een vervuilingswaarde van ten minste tweeduizend inwonerequivalenten stedelijk afvalwater wordt geloosd, door middel van een openbaar vuilwaterriool;
● op andere percelen, voor zover dit doelmatig kan worden uitgevoerd door middel van een openbaarvuilwaterriool
In plaats van een openbaar vuilwaterriool en een zuiveringtechnisch werk kunnen andere passende systemen in beheer bij een gemeente, een waterschap of een rechtspersoon die door een gemeente of waterschap met het beheer is belast, worden toegepast, als daarmee hetzelfde niveau van het beschermen van het milieu wordt bereikt.
Om goed invulling te geven aan de afvalwatertaak richten we ons op het volgende:
a) Het ontstaan en de verontreiniging van afvalwater beperken we zoveel mogelijk.
b) Afvalwaterlozingen sluiten we zoveel mogelijk aan op het gemeentelijk riool.
c) Ons riool is geschikt voor de hoeveelheid afvalwater en de samenstelling daarvan.
a) Het ontstaan en de verontreiniging van afvalwater beperken we zoveel mogelijk
De hoeveelheid stedelijk afvalwater wordt groter door bijvoorbeeld de lozing van hemelwater in het riool. Lozing van schoon of licht verontreinigd afvalwater, zogenaamd ‘dun’ water, op een gemengd of vuilwaterriool heeft een aantal nadelige effecten:
•Bij flinke regenbuien kan het rioolsysteem niet alle afvalwater en hemelwater naar de rioolwaterzuiverings- installatie (RWZI) transporteren. Om overlast te voorkomen, stort een gemengd rioolsysteem dan het overtollige water over op het oppervlaktewater. Dit kan leiden tot (tijdelijke) waterkwaliteitsproblemen, vooral na een warme periode, wat vaker voorkomt ten gevolge van de klimaatverandering.
•Verlaging van het zuiveringsrendement van de RWZI. Lagere vuilconcentraties leiden tot een lager zuiveringsrendement.
•Zowel bij transport als zuivering zijn de maatschappelijke kosten hoger. Bijvoorbeeld als men kijkt naar de benodigde capaciteit en het energieverbruik van het transport- en zuiveringssysteem.
We willen daarom via ons vuilwaterriool zo min mogelijk water inzamelen en transporteren dat er eigenlijk niet in thuis hoort, zoals hemelwater en grondwater. Dit doen we door bijvoorbeeld lekke riolen waterdicht te vervangen of waterdicht te maken en riooloverstorten op hoogte te houden zodat geen inloop van oppervlaktewater plaatsvindt. Daarnaast zorgen we door voorlichting en handhaving ervoor dat in het afvalwater dat wel in het riool thuis hoort, zo min mogelijk stoffen zitten die daar niet in thuis horen. We volgen hiermee de voorkeursvolgorde voor omgang met afvalwater uit de Wet Milieubeheer, die ook ten grondslag ligt aan het Besluit Activiteiten Leefomgeving onder
de Omgevingswet.
Op dit moment is ongeveer 54% van de totale lengte van ons vrijvervalstelsel van het type gemengd stelsel (zie afbeelding 3-1), waarin zowel afvalwater als hemelwater ingezameld wordt. De overige 46% van het vrijvervalstelsel is in principe bedoeld voor de gescheiden inzameling van afval- en hemelwater. Daarnaast beheren we nog circa
25kilometer drainage voor grondwater en 205 km mechanische riolering (drukriolering en persleidingen). In bijlage 6 is per kern een kaart met de typen riolering opgenomen.
Afbeelding 3-1. Verdeling over de verschillende typen riolering met lengte [m]
b)Percelen waar afvalwater vrijkomt, sluiten we zoveel mogelijk aan op het gemeentelijk riool
Binnen de bebouwde kom dienen alle percelen waar stedelijk afvalwater vrijkomt op het openbaar vuilwaterriool aangesloten te zijn. Het riool voert het afvalwater af naar de RWZI of een overnamepunt van het waterschap, waar een gemaal het afvalwater afvoert naar de RWZI. Ook buiten de bebouwde kom proberen we zoveel mogelijk percelen waar afvalwater vrijkomt aan te sluiten op het riool. Bij de doelmatigheidsafweging betrekken we het betreffende waterschap. Als richtlijn voor de doelmatigheidsafweging hanteren we een omslagpunt van € 20.000 exclusief BTW voor het wel of niet aansluiten van een ongerioleerd perceel. Een aansluiting kan bij hogere kosten ook nog doelmatig zijn, afhankelijk van het milieubeschermingsbelang, bijvoorbeeld indien het een grotere lozing en/of een lozing op kwetsbaar oppervlaktewater betreft.
De perceeleigenaar hoeft geen eigen bijdrage te betalen voor de aanleg van extra gemeentelijke riolering ten behoeve van de aansluiting van een bestaande ongerioleerde lozing op ons riool. Wel dient de perceeleigenaar zelf de kosten te betalen voor aanleg van de particuliere riolering tot het aansluitpunt op de openbare riolering. Het aansluitpunt komt op de perceelgrens of net daar binnen.
Indien aanleg van gemeentelijke riolering in het buitengebied niet doelmatig is, dient de lozer zelf een adequate voorziening aan te leggen en te beheren, bijvoorbeeld een zogenaamde IBA (Individuele Behandeling Afvalwater). Als gemeente faciliteren wij niet in de aanleg en/of het beheer van dergelijke systemen. Het waterschap is bevoegd gezag voor het lozen op oppervlaktewater via een voorziening.
Voor afvalwater van bedrijfsmatige activiteiten, dat qua samenstelling niet overeenkomt met huishoudelijk afvalwater, en voor “schoon” afvalwater hebben gemeenten geen zorgplicht. Voorbeelden hiervan zijn lozingen van grondwater en bronneringen, koelwater en afvalwater vanuit bodemsaneringen. Tenzij de lozer dit water niet redelijkerwijs zelf kan zuiveren en terug kan brengen in het milieu staan we lozing op het gemeentelijk vuilwater- riool toe, maar dan onder voorwaarden en mits het ontvangend systeem het afvalwater kan verwerken.
Voorwaarden worden opgenomen in het Omgevingsplan en/of maatwerkvoorschriften.
Voor nieuwe lozingen van stedelijk afvalwater zijn de kosten voor aanleg en aansluiting, ongeacht de oplossing, altijd volledig voor de initiatiefnemer. Dit geldt ook voor eventueel benodigde aanpassingen aan het bestaande gemeentelijk riool. Indien een aansluiting onder vrijverval mogelijk is, mag de initiatiefnemer zelf de aansluiting op het gemeentelijk riool verzorgen, met toezicht door onze buitendienst. Indien een aansluiting gerealiseerd moet worden door middel van drukriolering, realiseren we als gemeente de aansluiting na betaling van de kosten door de initiatiefnemer.
Bij een verstopte huisaansluiting dient de perceeleigenaar op de perceelgrens te controleren of er sprake is van een verstopping op gemeentegrond of op particuliere grond. Indien aanwezig kan hiervoor gebruik gemaakt worden van de erfscheidingsput. Als de verstopping zich op gemeentegrond bevindt, dan betaalt de gemeente de kosten van het oplossen van de verstopping. Als de verstopping zich op particuliere grond bevindt, dient de perceeleigenaar deze zelf op te (laten) lossen. Dit geldt ook voor een defecte aansluiting op particuliere grond. Bij een drukrioleringspomp- put beheert de gemeente de pompput en is het beheer van de huisaansluiting tot de pompput de verantwoordelijk- heid van de perceeleigenaar.
c)Ons vuilwaterriool is geschikt voor de hoeveelheid en samenstelling van het afvalwater
Het is belangrijk dat ons vuilwaterriool het ingezamelde afvalwater goed kan verwerken om problemen in de afvoer of overstortingen naar oppervlaktewater te voorkomen. We zorgen er voor dat de capaciteit en kwalitatieve toestand van de verschillende onderdelen van ons rioolstelsel op orde zijn. In sommige kernen is deels oude riolering aanwezig. In afbeelding 3-2 is een voorbeeld opgenomen van de kern Schoonhoven. In bijlage 7 is per kern een kaart opgenomen met de leeftijd van de riolering.
Om voldoende responstijd te hebben in geval van een pompstoring, streven we naar 24 uur bergingscapaciteit tijdens droog weer in het gemengde en vuilwaterriool. Vuilwaterstelsels (uitgezonderd drukriolering en kleinschalige stelsels) krijgen een gemaal met twee pompen die elkaars reserve zijn en ieder voldoende capaciteit hebben voor de te verwachten maximale afvalwaterbelasting.
Afbeelding 3-2. Leeftijd riolering Schoonhoven
3.1.2 Inzameling en verwerking van hemelwater
Als gemeente hebben we een zorgplicht voor afvloeiend hemelwater om overlast te beperken en/of voorkomen.
Gemeentelijke zorgplicht hemelwater (taak onder de Omgevingswet, inspanningsverplichting)
De doelmatige inzameling van afvloeiend hemelwater, voor zover de houder het afvloeiend hemelwater redelijkerwijs niet op of in de bodem of een oppervlaktewaterlichaam kan brengen, en het transport en de verwerking daarvan.
Om goed invulling te kunnen geven aan de hemelwatertaak richten we ons op het volgende:
a) Hemelwater zamelen we in als dat doelmatig is.
b) Bij transport en verwerking van hemelwater proberen we overlast te voorkomen.
a)Hemelwater zamelen we in als dat doelmatig is
De voorkeursvolgorde die we bij hanteren bij de verwerking van hemelwater is:
vasthouden, infiltreren en bergen, afvoeren. Zo willen we beter aansluiten bij de natuurlijke kringloop van het water. Bovendien helpt dit om onze gemeente meer klimaatadaptief te maken. We kunnen op deze manier extreme buien beter opvangen en droogte tegengaan.
Tot voor kort zamelden we met riolering veelal al het hemelwater in dat vanaf verhard oppervlak tot afstroming komt; van zowel openbaar als van particulier terrein. Dit heeft echter als nadeel dat dit bij hevige regen kan leiden tot overbelasting van het riool. Daarnaast wordt met riolering hemelwater versneld afgevoerd uit de omgeving waardoor in droge periodes minder hemelwater beschikbaar is om droogte tegen te gaan.
Bij reconstructies en nieuwbouw gaan we de openbare ruimte zo inrichten dat hemelwater zoveel mogelijk kan worden vastgehouden daar waar het valt (meer groen) en de bodem kan inzijgen. Door de bodemgesteldheid en hoge grondwaterstanden in onze gemeente moeten we echter wel accepteren dat we geen grote hoeveelheden hemelwater kunnen infiltreren in de bodem. Hemelwater wat we niet kunnen vasthouden en infiltreren voeren we met openbare hemelwaterriolering, indien mogelijk vertraagd, af naar oppervlaktewater. We leggen geen nieuwe gemengde riolering meer aan.
Bij bedrijventerreinen of andere locaties waar verontreiniging van het hemelwater een risico vormt voor de waterkwaliteit, overleggen we met het waterschap of het hemelwater ongezuiverd in het oppervlaktewater geloosd kan worden, of dat een deel van het hemelwater naar de RWZI verpompt moet worden.
Met een andere manier van omgang met hemelwater in het openbare gebied, maar ook met hemelwater van ons gemeentelijk vastgoed, willen we een goed voorbeeld geven voor onze inwoners.
Wat betreft de inzameling van hemelwater van particulieren volgen we de landelijke wetgeving. De verantwoordelijk- heid voor de verwerking van hemelwater van particuliere percelen, alsmede het voorkomen van overlast en schade, ligt primair bij de eigenaar van het terrein waarop het hemelwater valt. Pas als deze het hemelwater niet redelijker- wijs zelf kan afvoeren, mag het hemelwater geloosd worden op het openbare gebied of in het openbare riool.
De perceeleigenaar moet daarvoor zelf de benodigde voorzieningen op het eigen terrein aanleggen (bijvoorbeeld een pomp indien afvoer onder vrijverval niet mogelijk is door een lage ligging van het perceel/pand). Daarnaast moeten eigenaren van lager gelegen erven volgens het Burgerlijk Wetboek het water ontvangen dat van nature van hoger gelegen erven afloopt.
Daar waar we het hemelwater van particulieren nu nog inzamelen, blijven we dit doen. Afhankelijk van de situatie (bestaande bouw, herbouw, nieuwbouw) gaan we wel stimuleren of verplichten om hemelwater af te koppelen
en/of te vergroenen. In de basis gaan we uit van stimuleren en vrijwilligheid. Indien dit niet voldoende resultaat oplevert, kunnen we overwegen door middel van regels in het Omgevingsplan voor specifieke gebieden te verplichten hemelwater op particulier terrein op te vangen en niet langer in te zamelen met riolering. Hierbij kijken we altijd of dit redelijkerwijs mogelijk is. Stimuleren en verplichten komt nader aan bod in paragraaf 3.3 “Klimaat- adaptieve inrichting in de kernen”.
b)Bij transport en verwerking van hemelwater proberen we overlast te voorkomen
Als we hemelwater inzamelen, hebben we ook de zorgplicht voor verdere verwerking, inclusief de lozing in de bodem of op het oppervlaktewater. Het is niet te voorkomen dat soms water op straat optreedt ten gevolge van hevige regen, vooral niet met de verandering van het klimaat en de toename van het aantal zware buien. Ten aanzien van water op straat maken we onderscheid in hinder, overlast en schade:
•hinder: kortdurend water op straat van enige omvang;
•overlast: forse hoeveelheden water op straat en stremming van verkeer;
•schade: water op straat van een dusdanige omvang dat er schade aan eigendommen optreedt en/of essentiële gebruiksfuncties uitvallen.
We accepteren dat er soms hinder optreedt, beperken overlast en proberen schade te voorkomen. De frequentie en mate van de overlast en eventuele schade bepaalt of en welke maatregelen we nemen.
Van oudsher accepteren we niet vaker dan eens per twee jaar hinder door water op straat vanuit het riool. In het GRP 2017-2021 was dit vertaald in de eis dat het rioolstelsel voldoende afvoercapaciteit heeft om een hoeveelheid neerslag van 20 mm in 1 uur te kunnen verwerken zonder dat dit leidt tot water op straat. Dit betreft bui08 uit de Kennisbank Stedelijk Water. Bui08 is eind 20e eeuw gebaseerd op neerslagstatistieken van het klimaat van destijds. Door klimaatverandering valt bij een bui met een herhalingstijd van twee jaar tegenwoordig meer neerslag. In de Kennisbank stedelijk water van Stichting Rioned zijn daarom sinds kort nieuwe buien opgenomen, zogenaamde composietbuien. Deze zijn gebaseerd op het hedendaagse klimaat. Een toelichting hierop staat in bijlage 2. Het streven is ons veiligheidsniveau, de kans op hinder door water op straat, te handhaven op eens per twee jaar (T=2). Dit betekent dat we onze riolering moeten gaan dimensioneren op de nieuwe, zwaardere, composietbuien.
Hieronder is beschreven hoe we hier rekening mee houden. Deze normen zijn van toepassing op de capaciteit van ons ondergrondse systeem om de kans op hinder onder normale omstandigheden te bepalen. Bij zwaardere buien proberen we overlast en schade te beperken door het klimaatadaptief inrichten van de bovengrondse openbare ruimte. Hierover meer onder paragraaf 3.3 “Klimaatadaptieve inrichting in de kernen”.
Bestaande rioolstelsels moeten bui08 kunnen verwerken
Voor bestaande gemengde rioolstelsels en hemelwaterstelsels handhaven we de eis dat het rioolstelsel voldoende afvoercapaciteit heeft om een hoeveelheid neerslag van 20 mm in 1 uur te kunnen verwerken zonder dat dit leidt tot water op straat, uitgaande van het aanlegpeil van de weg. Onze huidige riolering voldoet op de meeste
plekken aan deze norm. Dit blijkt ook uit de evaluatie van de afgelopen planperiode, er was weinig hinder door water op straat.
Daar waar wel hinder optreedt door water op straat, komt dit vaak door een verzakt openbaar gebied. Daarom wordt verzakt openbaar gebied periodiek opgehoogd op basis van de herstraatcyclus.
Ter plaatse van laag gelegen niet-onderheide panden vergt het maatwerk om te proberen overlast te beperken, zowel in openbaar gebied als op particulier terrein. Maatregelen op particulier terrein zijn de verantwoordelijkheid van de perceeleigenaar, zoals het op hoogte houden van het perceel en/of pand.
Nieuwe rioolstelsels moeten composietbui T=2, klimaatscenario 2030 hoog, kunnen verwerken
Nieuwe riolering die wordt aangelegd bij rioolvervanging of nieuwbouw moet composietbui T=2, klimaatscenario 2030 Hoog kunnen verwerken zonder dat dit leidt tot water op straat, uitgaande van het aanlegpeil van de weg.
Dit is een bui die volgens de statistiek in 2030 eens in de twee jaar optreedt bij het scenario met de grootste klimaatverandering. Het is niet mogelijk om door de reconstructie van enkele rioolstrengen in een bestaand stelsel ineens voor het volledige stelsel te voldoen aan de nieuwe norm. Daarom zal dit stapsgewijs gaan en streven we er naar om door middel van aanpassingen bij reconstructies toe te werken naar het voldoen aan deze norm in de toekomst.
Afbeelding 3-3. Laag gelegen woningen in Schoonhoven
De Kennisbank van Stichting Rioned bevat ook al composietbuien voor 2050 voor de klimaatscenario’s Laag en Hoog. Het doel is in 2050 klimaatadaptief ingericht te zijn, waarom kiezen we dan voor de composietbui T=2 voor het klimaatscenario 2030 Hoog? Deze bui is iets zwaarder dan de buien voor de klimaatscenario’s 2050 Laag T=2 en 2050 Hoog T=1. Als het scenario Laag uitkomt in 2050, voldoen we met onze huidige keuze dus nog steeds aan het huidige veiligheidsniveau van eens per twee jaar hinder door water op straat. Als het scenario Hoog uitkomt in 2050, wordt de kans op hinder door water op straat groter en neemt toe naar eens per één tot twee jaar.
Het klimaat verandert ook nog na 2050. Riolen die de komende jaren vervangen worden, gaan tot ver na 2050 mee. Daarom is het van belang om nu ook al verder te kijken dan 2050. Ook de composietbui T=2, klimaatscenario 2085 Laag, is iets minder zwaar dan de gekozen nieuwe normbui. Als het klimaatscenario Laag uitkomt in 2085, blijft ons veiligheidsniveau dus ook gehandhaafd op eens per twee jaar water op straat in 2085. Als het ongunstigste scenario uitkomt in 2085, neemt de kans op hinder door water op straat toe naar circa eens per jaar.
Als we in de loop van de jaren de regenwaterbelasting op de riolering lager maken (vergroenen, water meer vasthou- den) dan waar de riolering op is gedimensioneerd, ontstaat overcapaciteit ten opzichte van de norm gestoeld op het scenario 2030 Hoog. Het is dan mogelijk dat de riolering ook in 2050 en 2080 bij het klimaatscenario Hoog in staat is om een bui T=2 te verwerken zonder dat hinder ontstaat door water op straat.
Om er bij uitbreidingsplannen voor te zorgen dat de systemen niet te krap gedimensioneerd wordt, hanteren we bij het ontwerp van uitbreidingsplannen de volgende percentages verhard oppervlak (dak plus overige verharding) voor uitgeefbare grond:
Woonwijken:
•80% verhard bij percelen tot 250 m²;
•65% verhard bij percelen tussen 250 en 600 m²;
•werkelijk verhard oppervlak met een minimum van 400 m² voor percelen groter dan 600 m².
Bedrijventerreinen:
•100% verhard ongeacht kavelgrootte.
Deze uitgangspunten borgen we in de overeenkomst met de ontwikkelende partij.
3.1.3 Beperken nadelige gevolgen van de grondwaterstand
Als gemeente hebben we een zorgplicht voor grondwater. Een te hoge grondwaterstand kan onder andere
gevolgen hebben voor de volksgezondheid (te vochtige verblijfsruimten), maar ook leiden tot te natte tuinen, groen- voorzieningen en wegfunderingen. Een te lage grondwaterstand kan leiden tot:
•inklinking van de bodem met als risico schade aan openbare infrastructuur en niet-onderheide gebouwen;
•verzakking van percelen/tuinen;
•droogstand van houten paalfunderingen met risico op funderingsschade;
•uitdroging en afsterven van (openbaar) groen;
•verdroging van veen met als gevolg extra uitstoot van broeikasgassen CO2, N2O (lachgas) en CH4 (methaan)
Gemeentelijke zorgplicht grondwater (taak onder de Omgevingswet, inspanningsverplichting)
Het treffen van maatregelen in het openbaar gemeentelijke gebied om structureel nadelige gevolgen van de grondwaterstand voor aan de fysieke leefomgeving toegedeelde functies zoveel mogelijk te voorkomen of te beperken, voor zover het treffen van die maatregelen doelmatig is en niet tot de taak van een waterschap, een provincie of het Rijk behoort.
Indien het waterschap, de provincie of het Rijk geen verantwoordelijkheid hebben om maatregelen te nemen tegen grondwateroverlast of -onderlast op een bepaalde locatie, dan zijn wij aan zet om te bepalen of er sprake is van structureel nadelige gevolgen die met doelmatige maatregelen in openbaar gebied voorkomen kunnen worden.
We hanteren de volgende definities:
•nadelige gevolgen: aantasting van de gebruiksfunctie van het openbare gebied of particuliere percelen;
•structureel: de grondwaterstand zoals gemeten in het gemeentelijke grondwatermeetnet is:
○ structureel te hoog als deze tenminste drie opeenvolgende jaren, langer dan vier opeenvolgende weken per jaar, hoger is dan:
•0,70 m onder de openbare weg en woningen met kruipruimte en 0,50 m onder tuinen en plantsoenen, in gebieden met een drooglegging van meer dan 1,0 m;
•0,25 m boven het streefpeil van het oppervlaktewater, in het openbare gebied in gebieden met een geringe drooglegging;
○ structureel te laag als deze tenminste drie opeenvolgende jaren, langer dan vier weken (cumulatief ) per jaar, lager is dan het bovenste funderingshout in de directe omgeving. Het criterium kan aangepast worden als informatie over de actuele staat van de funderingen bekend is. Als de funderingsniveaus niet bekend zijn, wordt een ontwateringsdiepte van 1,5 meter als signaleringswaarde gebruikt;
•doelmatig: dit bezien we per locatie afhankelijk van de omvang van de problemen, de kosten en de effecten van de maatregel, waarbij zoveel mogelijk werk met werk gemaakt wordt om kosteneffectiever te kunnen werken.
Afbeelding 3-4. Voorbeeld verloop grondwaterstanden
Bij een melding over grondwateroverlast of -onderlast vullen we onze regierol in. We gaan na of er sprake is van structureel nadelige gevolgen en of er maatregelen nodig zijn in het openbare gebied, of dat het waterschap of provincie aan zet is. We delen onze gegevens en kennis met de melder. Bij geconstateerde overlast geven we aan waar de particulier het overtollig grondwater op kan lozen, bijvoorbeeld een gemeentelijk DT/IT-riool, indien de particulier het zelf niet redelijkerwijs kan verwerken. Indien maatregelen op particulier terrein nodig zijn informeren we de perceeleigenaar over mogelijke oplossingsrichtingen of geven we aan waar hij/zij kennis of advies op kan zoeken of vragen, bijvoorbeeld bij de Stichting Kennis Centrum Aanpak Funderingsproblematiek (KCAF). Op ons waterloket www.krimpenerwaard.nl/waterloket staat informatie voor inwoners over grondwater. Ontwerp en aanleg van maatregelen op particulier terrein zijn de verantwoordelijkheid van de perceeleigenaar zelf.
Als we als gemeente aan zet zijn om maatregelen te nemen, dan hanteren we de volgende voorkeursvolgorde:
•vergroten drooglegging en ontwatering door ophoging van openbaar gebied, hierbij streven we een minimale drooglegging van 0,60 m na;
•aanleggen van extra oppervlaktewater (vaak alleen mogelijk bij herinrichting of nieuwbouw).
•aanleg van drainage of DT/IT-riool in openbaar gebied met afvoer naar oppervlaktewater, eventueel via een hemelwaterriool zonder afvoer naar de RWZI;
•pas indien niet anders mogelijk een aansluiting op een bemalen hemelwaterstelsel of in het uiterste geval een gemengd of vuilwaterstelsel.
Onze zorgplicht beperkt zich tot het treffen van maatregelen in openbaar gebied. Belangrijk is dat het een inspanningsverplichting is, geen resultaatsverplichting. We nemen alleen maatregelen als er een structureel te hoge of te lage grondwaterstand in het openbare gebied is én er sprake is van nadelige gevolgen. Zonder nadelige gevolgen nemen we in principe geen maatregelen.
Eventuele maatregelen nemen we zoveel mogelijk in combinatie met andere ingrepen in de openbare ruimte zodat we doelmatig te werk gaan. De verantwoordelijkheid voor het grondwater op particuliere perceel en het waterdicht en vochtvrij houden van het pand ligt primair bij de perceeleigenaar. Vochtoverlast binnenshuis kan bijvoorbeeld ontstaan door bouwkundige gebreken, de inrichting van percelen, slechte ventilatie, alsmede kapotte regenpijpen, waterleidingen of rioolaansluitingen van gebouwen.
Bij nieuwbouw dient de ontwikkelaar te zorgen dat het gebied voldoet aan de geldende droogleggingseisen en ontwateringsnormen, zodat grondwaterproblemen in de beheerfase worden voorkomen.
3.2 Samenwerken aan een goede waterkwaliteit
3.2.1 Samenwerking met de waterschappen
Binnen onze gemeente werken we samen met drie waterschappen:
•hoogheemraadschap van Schieland en de Krimpenerwaard (HHSK)
•hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden (HDSR)
•hoogheemraadschap van Rijnland (Rijnland)
Bijna onze gehele gemeente behoort tot het beheergebied van HHSK. In afbeelding 3-5 is de gemeente Krimpenerwaard uitgelicht met de grenzen van de beheergebieden van de waterschappen.
Afbeelding 3-5. Gemeente Krimpenerwaard met beheergrenzen waterschappen
Goede afstemming met de waterschappen is belangrijk in het kader van waterkwaliteit en het functioneren van de afvalwaterketen. Samen kunnen we andere partijen stimuleren om mede zorg te dragen voor de kwaliteit van de afvalwaterketen en het watersysteem. Bijvoorbeeld door met elkaar samen te werken bij de beoordeling van ruimtelijke plannen. In de praktijk vindt regulier overleg plaats met HHSK en is er goed contact met de andere waterschappen.
In samenwerking met HHSK optimaliseren we de werking van de afvalwaterketen, zodat de vuilemissie op oppervlaktewater vanuit riooloverstorten en de RWZI zoveel mogelijk wordt beperkt en voldoet aan de normen. Dit doen we door samen invulling te geven aan de conclusies en aanbevelingen uit de in de afgelopen planperiode uitgevoerde verkennende optimalisatiestudies voor de zuiveringskringen binnen onze gemeente. Afspraken over afvoer van afvalwater naar het transport- en zuiveringssysteem van het hoogheemraadschap leggen we vast in afvalwaterakkoorden.
Door samen de werking van de afvalwaterketen te monitoren, ontstaat inzicht in het functioneren wat van belang is voor het uitvoeren van betrouwbare optimalisatiestudies. Daarnaast kunnen we afwijkingen van het verwachte functioneren tijdig constateren en indien nodig maatregelen nemen.
Een overstorting kan leiden tot (tijdelijke) waterkwaliteitsproblemen, vooral na een warme periode, wat vaker voorkomt ten gevolge van de klimaatverandering. Door eerder genomen maatregelen conform de landelijke basisinspanning voor gemengde stelsels stort onze riolering niet te vaak en niet te veel over. Overstorten sluiten doen we niet zomaar, omdat dit de kans op wateroverlast vergroot. Als er problemen ervaren worden met de waterkwaliteit, bekijken we in overleg met het waterschap welke maatregelen mogelijk zijn om het effect op de waterkwaliteit te beperken zonder dat het leidt tot ontoelaatbare toename van de kans op wateroverlast. Zo zijn er in het verleden op meerdere plekken maatregelen genomen in het kader van het waterkwaliteitsspoor, zoals het realiseren van doorspoelsystemen. In bijlage 8 is per kern een kaart opgenomen met de locaties van de overstorten en hoogtes conform het GRP 2017-2021. De overstorten worden opnieuw ingemeten in de komende planperiode en door middel van metingen en modelberekeningen willen we actueel inzicht krijgen in de overstortvolumes en -frequenties.
Met de waterschappen willen we in een algemene beleidslijn uitwerken onder welke omstandigheden rechtstreekse lozing van hemelwater op oppervlaktewater vanuit oogpunt van waterkwaliteit- en kwantiteit kan en mag.
Eerste uitgangspunt hiervoor is het afkoppelschema van HDSR, dat is opgenomen in bijlage 3.
Ook stemmen we met de waterschappen af bij de aanpak van de resterende ongerioleerde lozingen en bij de opstelling van lozingsregels voor het Omgevingsplan.
3.2.2 Samenwerking met inwoners, bedrijven, ontwikkelaars en woningbouwcorporaties
Met afvalwaterlozingen kunnen ongewenste stoffen in het riool terecht komen die de doelmatige werking van het riool kunnen belemmeren, bijvoorbeeld vet. Daarnaast kan hemelwater en grondwater verontreinigd raken door bewust of onbewust verkeerd gebruik van riolering en materialen.
Afbeelding 3-6. Verstopping van een pomp door doekjes
We zorgen voor een goede communicatie over afval-, hemel- en grondwater en het functioneren van onze en particuliere systemen. Dit beperkt bijvoorbeeld de lozing van vet, doekjes en medicijnresten, maar ook van hemelwater en grondwater op ons riool en zorgt er voor dat het gehele systeem zo goed mogelijk blijft functioneren en bijdraagt aan een goede waterkwaliteit.
In het kader van reconstructies hebben we afstemming met bewoners en bedrijven over aanpassingen aan de riolering en over het nemen van maatregelen om een gebied, inclusief particuliere percelen, klimaatbestendiger te maken. Bij woningbouwprojecten toetsen we de plannen ten aanzien van afvalwater, hemelwater en grondwater, zowel in de plan-, ontwerp- als realisatiefase. Dit beperkt verkeerde lozingen van bijvoorbeeld afvalwater op hemelwaterstelsels en andersom. Door op tijd af te stemmen met de ontwikkelaar en het waterschap worden onze zorgtaken voor afval-, hemel- en grondwater geborgd.
Met woningbouwcorporaties wordt afgestemd welke riool en klimaatadaptatie gerelateerde zaken moeten worden vastgelegd in de prestatieafspraken. Ambtelijk hebben we met hen periodiek afstemming over de invulling van wijkreconstructies en nieuwbouwprojecten. We stimuleren het gebruik van niet-uitlogende materialen om verontreiniging van hemelwater, door bijvoorbeeld zink, lood en koper, te voorkomen.
3.2.3 Samenwerking in de werkregio
We continueren de samenwerking met (professionele) gebiedspartners om kennis te delen en te vergroten, onder andere via de Werkregio Midden Holland (De werkregio Midden-Holland bestaat uit de gemeenten Bodegraven- Reeuwijk, Gouda, Krimpenerwaard, Waddinxveen, Zuidplas, Capelle aan den IJssel en Krimpen aan den IJssel, waterschappen, provincie, omgevingsdienst, GGD en Veiligheidsregio). Ook zal worden ingezet op het vergroten en delen van kennis, door bijvoorbeeld de inzet van experts, het opleiden van eigen personeel en deelname in netwerken.
Een mooi resultaat van samenwerking in de regio is de Samenwerkingsovereenkomst Reversed Osmose Schuwacht. In deze overeenkomst zijn afspraken vastgelegd tussen het Hoogheemraadschap van Schieland en de Krimpener- waard, Oasen, gemeente Krimpenerwaard en gemeente Krimpen aan den IJssel om bij het drinkwaterbereidings- proces van Oasen, ter plaatse van productielocatie Schuwacht bij Krimpen aan de Lek, het vrijkomende concentraat op de RWZI “De Groote Zaag” te kunnen zuiveren. Dit concentraat mag niet zonder zuivering worden geloosd op het oppervlaktewater. Door de concentraatstroom via het afvalwatertransportsysteem van Lekkerkerk en Krimpen aan de Lek af te voeren naar de RWZI wordt gebruik gemaakt van nog beschikbare overcapaciteit bij de RWZI.
3.2.4 Samenwerking met de Omgevingsdienst
De Omgevingsdienst Midden-Holland (ODMH) voert voor ons controles uit op bedrijfsmatige lozingen. Zij is bevoegd tot handhaving en kan direct optreden bij onregelmatigheden. Het is belangrijk om samen met HHSK goede afspraken met hen te hebben, zodat de controles doelmatig uitgevoerd worden. Met ODMH en HHSK stemmen we de regels af omtrent de lozingen op ons rioolsysteem. Daarnaast voert ODMH voor ons advieswerkzaamheden uit op het gebied van klimaatadaptatie en bodemdaling.
3.2.5 Samenwerking met het Ingenieursbureau Krimpenerwaard
Het Ingenieursbureau Krimpenerwaard (IBKW), is al 75 jaar een Gemeenschappelijke Regeling van de gemeenten Krimpenerwaard en Krimpen aan den IJssel. Het is dus een bureau ván en vóór de gemeenten. Als gemeente werken we nauw samen met het IBKW. Zij doen voor de gemeente de civieltechnische voorbereiding van reconstructie- projecten. Daaronder valt ook het opstellen van de riolerings- en waterhuishoudingsplannen en het adviseren ten aanzien van klimaatadaptatie binnen deze projecten. Ook bij nieuwbouwprojecten ondersteunt het IBKW de gemeente in de planbeoordeling. Daarnaast ondersteunt het IBKW de gemeente zowel in het rioleringsbeheer als bij het uitvoeren van studies en het opstellen van beleid ten aanzien van de watertaken. Tijdens uitvoering van projecten voert het IBKW namens de gemeente toezicht en directie.
4. Maatregelen
4.1 Maatregelen riolering
4.1.1 Opstellen beheerplan en projectenboek
Op basis van het Integraal Beleidsplan Openbare Ruimte (IBOR) stellen we tweejaarlijks, samen met de andere taakvelden, het integrale projectenboek van Openbare Werken op. Daarin bepalen we waar en wanneer we in combinatie met wegbeheer rioolvervanging/renovatie uitvoeren en middelgroot onderhoud plegen of verbeter- maatregelen uitvoeren.
In de komende planperiode gaan we onze aanpak veranderen en gaan we verder vooruitkijken. Het streven is om voor een periode van 10 jaar al globaal in beeld te brengen in welke gebieden maatregelen aan de riolering worden verwacht. Dat geeft meer ruimte om vooronderzoeken uit te voeren om de noodzaak tot maatregelen en de omvang daarvan nader te bepalen. Daarmee kan de uiteindelijke projectvoorbereiding efficiënter verlopen.
4.1.2 Ongerioleerde lozingen aansluiten mits doelmatig
Het huidige aansluitpercentage is minimaal 99,5%. Er zijn 159 objecten waar mogelijk een afvalwaterlozing plaatsvindt en die niet zijn aangesloten op het riool. Bij 71 objecten is het vanaf de buitenkant niet met zekerheid te zeggen of er wel of geen afvalwaterlozing plaatsvindt. In tabel 4-2 is een totaaloverzicht opgenomen. In bijlage 5 is een overzichtskaart opgenomen van de locaties van de ongerioleerde lozingen. In principe zijn deze lozingen voorzien van een individuele zuiveringsvoorziening, dit is een verantwoordelijkheid van de lozer.
Tabel 4-2. Overzicht ongerioleerde lozingen
Activiteit
Afvalwaterlozing
Lozing nietzeker
Binnen de bebouwde kom
5
18
Buiten de bebouwde kom
83
53
In de planperiode onderzoeken we bij welke niet op riolering aangesloten percelen daadwerkelijk een lozing van stedelijk afvalwater plaatsvindt. De prioriteit ligt hier bij de percelen binnen de bebouwde kom, hier moeten alle percelen waar stedelijk afvalwater vrijkomt op het openbaar vuilwaterriool aangesloten worden. Voor de betreffende percelen buiten de bebouwde kom maken we een doelmatigheidsafweging en sluiten we deze aan indien doelmatig.
4.1.3 Verharding afkoppelen
Bij reconstructie van de openbare ruimte vervangen we waar mogelijk verharding door groen. Daarnaast richten we de openbare ruimte zo in dat hemelwater zoveel mogelijk rechtstreeks naar oppervlaktewater of naar daarvoor geschikt groen kan afstromen. Gelijktijdig met vervanging van bestaande gemengde riolering leggen we een afzonderlijk hemelwaterriool of een DT/IT-riool aan, mits doelmatig. Daarmee zamelen we het regenwater in dat niet rechtstreeks naar oppervlaktewater of groen kan afvloeien en voeren dat af naar oppervlaktewater. Met de waterschappen willen we in een algemene beleidslijn uitwerken onder welke omstandigheden rechtstreekse l ozing van hemelwater op oppervlaktewater vanuit oogpunt van waterkwaliteit- en kwantiteit kan en mag, of welke zuiverings- of buffertechniek vereist is. Eerst uitgangspunt hiervoor is het afkoppelschema van HDSR, dat is opgenomen in bijlage 3. Aan de hand hiervan bekijken we ook of nog resterende lamellenfilters gehandhaafd moeten blijven.
4.1.4 Verbeterd gescheiden stelsels ombouwen naar gescheiden stelsels
In het verleden zijn diverse verbeterd gescheiden stelsels aangelegd waarmee op jaarbasis circa 70% van het ingezamelde hemelwater naar de RWZI wordt afgevoerd. We bouwen deze stelsels om tot volledig gescheiden stelsel, zodat geen schoon hemelwater meer naar de zuivering verpompt wordt, mits dit niet leidt tot plaatselijke water- kwaliteitsproblemen. Dit gebeurt in overleg en afstemming met het waterschap. Vooruitlopend op het ombouwen onderzoeken we of er sprake is van foutaansluitingen en lossen we deze op. Ook wegen we eerst de kosten tegen de baten af. In bijlage 10 is een overzicht opgenomen van de huidige verbeterd gescheiden stelsels.
4.1.5 Reinigen van kolken en straten
Eénmaal per jaar laten we de kolken reinigen om te voorkomen dat de zandvang vol raakt en het vuil in het riool terecht komt. Op sommige locaties gebeurt dit vaker op basis van ervaring, bijvoorbeeld ten aanzien van de hoeveelheid bladval. Daarnaast vegen we de straten zes keer per jaar om er voor te zorgen dat er minder vuil naar de kolken afspoelt. Het vegen van de straten betalen we daarom voor 25% uit de rioolheffing.
4.1.6 Foutaansluitingen beperken
Bij gescheiden stelsels bestaat een risico op foutaansluitingen van hemelwater op het vuilwaterriool en andersom. Dit kan alsnog leiden tot vervuiling van het oppervlaktewater door afvalwater, of andere overlast. Op drukriolering mag geen hemelwater aangesloten zijn. Indien op basis van meldingen, metingen of eigen waarnemingen een vermoeden bestaat op foutaansluitingen, voeren we daar onderzoek naar uit. Opgespoorde lozingen van afvalwater op hemelwaterriolering (ongezuiverde lozing) herstellen we. Foute hemelwateraansluitingen op vuilwaterstelsels herstellen we mits doelmatig en redelijkerwijs uitvoerbaar.
Bij (ver)bouwplannen is het streven verkeerde aansluitingen te voorkomen door het voorschrijven van verschillend kleurgebruik voor afval- en hemelwaterriolen. In de realisatiefase houdt onze buitendienst toezicht op de aansluitingen. Bij projecten verzorgt het IBKW dit. Indien er toch een foutaansluiting is, heeft de perceeleigenaar hier ook een eigen verantwoordelijkheid in.
4.1.7 Beheren van de rioolgemalen
We hebben circa 2500 gemalen en drukrioleringspompen. Alle hoofdgemalen laten we 1x per jaar reinigen en onder- houden. De drukrioleringspompen onderhoudt onze buitendienst zelf. Dit wordt efficiënt gedaan door dit gedurende het jaar mee te nemen in het lopende werk. Storingen aan gemalen worden binnen 24 uur verholpen. We zorgen ervoor dat onze gemalen en drukrioleringspompen zijn aangesloten op ons telemetriesysteem, zodat we storingen direct kunnen signaleren. Door onze buitendienst wordt het functioneren van de gemalen dagelijks beoordeeld, zodat we afwijkend gedrag tijdig in beeld hebben en problemen kunnen voorkomen. Voor 2025 dient de communicatie overgeschakeld te worden op 5G, hier is reeds mee gestart. Voor storingen aan gemalen die we zelf niet op kunnen lossen, hebben we nog geen meerjarig contract met een onderhoudsaannemer. In de planperiode wordt dit afgesloten.
Op enkele plekken bestaan problemen met de kwaliteit van de voedingskabels van de drukrioleringspompen, waardoor de stroomlevering en daarmee de pompen en alarmering dreigen uit te vallen. In de planperiode doen we hier nader onderzoek naar en stellen een vervangingsplanning inclusief kostenraming op.
Grote gemalen renoveren we indien dit op basis van inspectie noodzakelijk blijkt. Bij renovatie vervangen we de elektrisch- en mechanische installatie. De bouwkundige onderdelen (pompput) worden indien mogelijk gehandhaafd of gerenoveerd. Verzakking van het riool vereist soms vervanging van de bouwkundige onderdelen. Drukriolering renoveren we per cluster. Veel drukriolering is in de afgelopen jaren voor de eerste keer sinds aanleg gerenoveerd.
Een aantal drukioolgemalen is nog niet gerenoveerd. Deze worden in de komende planperiode aangepakt.
Bij rioolvervangingsprojecten plaatsen we wanneer nodig nieuwe gemalen ter verbetering van de afstroming.
4.1.8 Reinigen en inspecteren van het riool
Door middel van de rioolinspecties controleren we of onze vrijvervalriolen nog in goede staat zijn qua waterdichtheid, stabiliteit en afstroming en indien nodig ondernemen of plannen we daar actie op. Zoals bij de evaluatie aangegeven, reinigden en inspecteerden we minder dan gepland conform de strategie in het GRP 2017-2021. We stellen een nieuwe strategie op die rekening houdt met gebieden waarvan nog weinig inspectiegegevens beschikbaar zijn en rekening houdt met de zettingsgevoeligheid van gebieden. Een onderdeel van de strategie is ook het opnieuw bepalen van de waarschuwings- en ingrijpmaaststaven ten aanzien van geconstateerde schadebeelden.
4.1.9 Beheren van de hoofdpersleidingen
De afgelopen planperiode is een eerste onderzoek gedaan naar de risico’s van onze persleidingen. Dit betreft alleen de persleidingen van de gemalen, niet de drukriolering. Hiermee is een eerste beeld verkregen van het risico op persleidingbreuk, bijvoorbeeld ten aanzien van leeftijd, achterliggend gebied en ligging ten opzichte van waterkeringen, natuur, hoofdwatergangen en provinciale wegen. Dit eerste beeld willen we in de planperiode verder detailleren, zodat we een goede beheer- en vervangingsplanning per persleiding kunnen opstellen. Daarbij wordt ook gekeken naar de optimalisatiemogelijkheden per persleiding.
Afbeelding 4-1. Overlast door persleidingbreuk
4.1.10 Vervangen en renoveren van het riool
Op basis van de leeftijd van onze vrijvervalriolen en de zettingsgevoeligheid van het gebied waar de riolering ligt, is een theoretische vervangingsplanning opgesteld. Deze is opgenomen in bijlage 9. De komende planperiode verwachten we ongeveer 5 km riool per jaar te vervangen of te renoveren door middel van relinen. Relinen betekent dat het bestaande riool blijft liggen, maar wel een nieuwe binnenwand krijgt. Afhankelijk van de situatie kan relinen doel- matiger zijn dan vervanging. Uitgangspunt in het GRP 2017-2021 was om 15% van de riolen te relinen in plaats van
te vervangen. Op basis van de ervaringen van de afgelopen jaren is dit verminderd naar 5 tot 10%. De theoretische vervangingsplanning wordt op basis van gerichte inspecties uitgewerkt tot een operationele vervangingsplanning wat onderdeel is van het projectenboek (zie paragraaf 4.1.1)
Bij de reconstructie van de riolering werken we toe naar geen hinder door water op straat bij composietbui T=2, klimaatscenario 2030 Hoog bij het aanlegpeil van de weg.
Afbeelding 4-2. Vervanging van het riool
4.1.11 Vervangen van huisaansluitingen
Bij vervanging van het hoofdriool, vervangen we op onze kosten ook de huisaansluiting op het particulier terrein tot een maximale lengte van circa 7 meter vanaf de erfgrens. Daarbij komt er een erfscheidingsput op de erfgrens, die de beheergrens aangeeft. De bewoners/eigenaren worden hiermee ontzorgd. Tevens beperkt dit de kans op verstoppingen en lekkage van afvalwater naar de bodem. Maar deze werkwijze maakt rioolvervanging duurder en kost ook veel tijd voor afstemming met de bewoners. In de planperiode evalueren we deze werkwijze en bekijken we of aanpassing van de werkwijze wenselijk is.
4.1.12 Beheerdata goed in beeld brengen
De gegevens (ligging, afmetingen, aanlegjaren, inspectiegegevens etc) van onze riolering leggen we vast in een beheersysteem (Obsurv) conform het Gegevenswoordenboek Stedelijk Water (GWSW), onder andere om te voldoen aan de WIBON. De maximale termijn ter verwerking van een wijziging in de ligging van het riool bedraagt volgens de WIBON 30 dagen. In de planperiode willen we er voor zorgen dat de gegevens GWSW-proof zijn en digitaal ontsloten worden via de GWSW-server, zodat de gegevens inzichtelijk zijn voor anderen.
Indien daar aanleiding toe is, meten we de (hoogte)ligging van het riool in. Dit geeft inzicht in het verzakken van het riool en deze gegevens zijn nodig om het functioneren van het riool te beoordelen.
Op basis van de beheergegevens is in afbeelding 4-3 een overzicht gegeven van de leeftijd van onze riolering.
Afbeelding 4-3. Verdeling leeftijd per type riolering
Te zien is dat de oudere riolering vooral gemengde riolering is, omdat tegenwoordig in uitbreidingswijken en vaak ook bij rioolvervanging een gescheiden stelsel aangelegd wordt. Mechanische riolering legden we vooral vanaf de jaren ’80 aan om het buitengebied ook op de riolering aan te sluiten. De laatste jaren leggen we veel IT/DT-riolering aan om onze grondwaterstand beter te beheersen.
Ook de gegevens van de gemalen moeten goed in beeld zijn en centraal opgeslagen worden en toegankelijk zijn. Deze gegevens zijn nu nog verspreid over verschillende bestanden. In de planperiode leggen we deze gegevens vast in een assetmanagementsysteem, waarschijnlijk
gecombineerd met het bestaande telemetriesysteem.
4.1.13 Oefenen en actualiseren incidentenplan
We hebben een incidentenplan, riolering. Om goed gesteld te staan bij een incident is het nodig periodiek te oefenen en indien nodig het incidentenplan te actualiseren.
4.1.14 Monitoring van het systeem
Zoals aangegeven bij de evaluatie is tot en met 2019 een meetplan uitgevoerd, maar daarna niet meer. We stellen een realistisch en doelmatig meetplan op om meer inzicht te verkrijgen in het functioneren van het systeem en het systeem te toetsen aan de theorie. Op basis hiervan wordt een meetnet ingericht. We pakken hierbij één
grotere of een paar kleinere kernen gelijktijdig op, zodat de ervaring daarvan voor de volgende kernen te gebruiken is. Het streven is om in de planperiode in alle kernen te monitoren. In het meetplan is aandacht voor:
•uitwisseling van meetdata met het waterschap.
•meetdata van de gemalen. Alle gemalen, inclusief drukrioolpompen, zijn aangesloten op een telemetriesysteem. Dit systeem geeft niet alleen een melding in geval van pompuitval, maar registreert ook opgetreden waterstanden bij de rioolgemalen en bergbezinkvoorzieningen;
•analyse van meldingen uit het meldingensysteem, bijvoorbeeld over wateroverlast;
•doelmatige analyse en opstellen relevante rapportages op basis van de meetdata.
4.1.15 Uitvoeren van modelberekeningen
Modelberekeningen (zogenaamde SSW’s, Systeemoverzicht Stedelijk Water) geven meer inzicht in de werking van onze stelsels. De meetdata van de monitoring dient om het model te toetsen aan de praktijk. De planning van de SSW’s volgt dan ook de planning van het monitoren door steeds één grotere of een paar kleinere kernen gelijktijdig op te pakken. De verspreiding van water op straat over het maaiveld en de gevolgen voor overlast en schade maken onderdeel uit van de SSW’s. Tevens wordt de interactie met het oppervlaktewatersysteem meegenomen. De SSW’s brengen in beeld waar het functioneren van de systemen niet voldoet aan gestelde eisen en geven oplossings- richtingen voor de geconstateerde knelpunten.
In 2019 is reeds een herberekening uitgevoerd van de riolering van Gouderak, IJssellaan, Lageweg en Ouderkerk. In de planperiode stellen we SSW’s op van de andere kernen. Vooruitlopend op het opstellen een SSW worden indien nodig inmetingen uitgevoerd, bijvoorbeeld van de overstorten. Uit de nieuwe modelberekeningen volgen dan ook de overstortvolumes en -frequenties van de overstorten.
We doen onderzoek naar de restcapaciteit van onze drukrioleringssystemen in het buitengebied. Indien mogelijk combineren we dit met de SSW’s. Door bouwplannen worden deze zwaarder belast. Op enkele locaties zijn problemen met de capaciteit, wat mede veroorzaakt kan worden door aangesloten hemelwater, waar drukriolering niet voor bedoeld is.
4.1.16 Optimaliseren van het systeem
We geven samen met de waterschappen invulling aan de conclusies en aanbevelingen uit de uitgevoerde verkenning optimalisatiestudies van de afvalwatersystemen:
•onderzoek naar reductie hoeveelheid rioolvreemd water. Rioolvreemd water is bijvoorbeeld intredend grondwater door lekke riolen en oppervlaktewater dat het riool inloopt via riooloverstorten. Zoals aangegeven bij de evaluatie zijn de hoeveelheden rioolvreemd water in beeld gebracht. In de planperiode gaan we onderzoek doen naar de mogelijke bronnen en een doelmatigheidsafweging maken voor het reduceren van de hoeveelheid rioolvreemd water;
•onderzoek naar optimale verdeling capaciteiten rioolgemalen. Op sommige plekken is er een overschot aan capaciteit en op andere plaatsen een tekort. Een andere verdeling en/of slimme sturing kan zorgen voor een hoger rendement bij sommige zuiveringen en/of minder riooloverstortingen, bijvoorbeeld op kwetsbaar oppervlaktewater;
•afstemmen over schakelpeilen van de eindgemalen van HHSK. Momenteel ingestelde schakelpeilen van de gemalen wijken af van de in de Afvalwaterakkoorden opgenomen waarden. Hierover gaan we in overleg.
4.1.17 Vervullen van de grondwaterzorgplicht
Voor het openbaar gebied vullen we onze zorgplicht als volgt in:
•We houden ons extern beheerd gemeentebreed grondwatermeetnet (sinds september 2020) in stand. De data van de grondwatermetingen zijn openbaar inzichtelijk via https://grondwater.krimpenerwaard.nl/kaart.
•In de komende planperiode zullen we de meetdata analyseren om meer inzicht te hebben in de grondwaterstanden in onze gemeente.
•Indien nodig, bijvoorbeeld naar aanleiding van meldingen of in het kader van een rioolreconstructie, plaatsen we extra peilbuizen om meer informatie te verzamelen.
•Bij rioolvervanging leggen we daar waar doelmatig een DT/IT-riool of drainage aan. In natte perioden voert dit het overtollige grondwater af naar het oppervlaktewater. In droge perioden kan dit andersom oppervlaktewater het gebied invoeren en laten infiltreren in de bodem om zettingen tegen te gaan. Op de grens van twee particuliere percelen realiseren we een uitlegger waar de perceeleigenaren indien gewenst overtollig grondwater op kunnen lozen.
•Bij ingrepen in openbaar gebied, bijvoorbeeld een rioolvervanging, informeren we inwoners en bedrijven over de mogelijke gevolgen voor de grondwaterstand.
4.1.18 Afvalwaterakkoord afsluiten
Samen met het Hoogheemraadschap van Schieland en de Krimpenerwaard willen we op basis van het vervolg op de verkenning OAS (4.1.16) een nieuw afvalwaterakkoord sluiten. Eén van de onderdelen in het afvalwater- akkoord is de verdeling van de exploitatiekosten van en investeringen in het transportsysteem tussen de gemeente en HHSK.
Met HDSR is in 2014 voor het betreffende deel van Schoonhoven een afvalwaterakkoord gesloten. Actualisatie is vooralsnog niet nodig.
4.1.19 Heroverwegen overeenkomst Reversed Osmose Schuwacht
We heroverwegen de samenwerkingsovereenkomst Reversed Osmose Schuwacht met de betrokken stakeholders. Daarbij gaan we na of er nog voldoende restcapaciteit is om deze afspraken voort te zetten.
4.1.20 Opstellen van communicatieplannen
In de komende planperiode stellen we een communicatieplan voor riolering op. Onderdelen van het plan zijn:
•het waterloket, https://www.krimpenerwaard.nl/waterloket;
•communicatie op scholen;
•berichten in de plaatselijke media en op sociale media;
•informatie rondom rioolprojecten en bijbehorende inwonersavonden;
•deelname aan landelijke campagnes zoals www.nietinhetriool.nl
Communicatie beperkt lozingen van bijvoorbeeld vet, doekjes en medicijnresten en stimuleert het gebruik van niet-uitlogende materialen om verontreiniging van hemelwater, door bijvoorbeeld zink, lood en koper, te voorkomen. Ook stimuleren we hiermee bijvoorbeeld het niet lozen van hemelwater op drukriolering.
Voor klimaatadaptatie stellen we een afzonderlijk communicatieplan op om inwoners en bedrijven te stimuleren om bijvoorbeeld anders om te gaan met hemelwater en de leefomgeving te vergroenen.
4.1.21 Toetsen van ruimtelijke plannen
Ruimtelijke plannen toetsen we ten aanzien van afvalwater, hemelwater, grondwater en klimaatadaptatie. Hierbij is aandacht voor:
•compensatie van eventuele toename verhard oppervlak;
•wijze van verwerking van hemelwater;
•klmaatadaptatie;
•aansluiting van de juiste waterstromen op het juiste stelsel;
•capaciteit van het bestaande stelsel;
•drooglegging en ontwatering;
•gebruik van niet-uitlogende materialen om verontreiniging van hemelwater, door bijvoorbeeld zink, lood en koper, te voorkomen.
In ons Civiel technisch handboek Openbare Werken staan de eisen die we als gemeente stellen aan de civieltechnische uitwerking van ruimtelijke plannen. Dit handboek wordt de komende periode geactualiseerd.
4.1.22 Evalueren van de samenwerking met ODMH
In de planperiode evalueren we samen met HHSK en ODMH de samenwerking op het gebied van controles op indirecte lozingen, zoals bedrijfsmatige afvalwaterlozingen. Het is belangrijk om de krachten te bundelen om elkaar te versterken en samen te zorgen voor een optimaal functionerende afvalwaterketen. Waar nodig leidt de evaluatie tot een aanpassing van de bestaande afspraken en werkwijzen.
4.1.23 Opstellen van lozingsregels voor het Omgevingsplan
Op het moment dat de Omgevingswet in werking treedt, vervallen de landelijke lozingsbesluiten (AMvB’s) en de aansluitregels uit het Bouwbesluit. De regels hieruit worden van rechtswege dan automatisch per direct onderdeel van het gemeentelijke Omgevingsplan en de Waterschapsverordening. Dit is de zogenaamde bruidsschat. Wij en de waterschappen kunnen vervolgens besluiten of en hoe we deze regels willen aanpassen in het Omgevingsplan en de Waterschapsverordeningen. Met de betreffende waterschappen en de ODMH willen we in de planperiode in overleg gaan over de op te nemen regels in het Omgevingsplan en de Waterschapverordening. Deze regels gaan niet alleen over wat aangesloten moet en mag worden op het riool (afval-, hemel- en grondwater/bronneringen) en bij welke afstand tot het bestaande riool, maar ook hoe. Met de ingang van de Omgevingswet is het als gemeente niet meer mogelijk om een afzonderlijke Hemelwaterverordening te hebben. In 2029 vervalt volgens de huidige planning van de Omgevingswet ook de mogelijkheid voor het hebben van een Aansluitverordening. Regels hieromtrent dienen in het Omgevingsplan te worden opgenomen.
4.2 Maatregelen klimaatadaptatiestrategie
4.2.1 Informeren
Door te informeren willen we bij inwoners en bedrijven het bewustzijn van de effecten van een veranderend klimaat vergroten. Een belangrijk deel van de mogelijkheden om klimaatadaptieve maatregelen te realiseren ligt op particulier terrein. Daarom vraagt een groot deel van de knelpunten en uitdagingen, naast inzet vanuit de gemeente, om samenwerking met of inzet van anderen. Het streven is dat zij weten wat ze zelf kunnen doen om de effecten te beperken en verzachten. De gemeente zorgt door communicatie en goede voorlichting er voor dat inwoners en organisaties hun verantwoordelijkheid kunnen en willen nemen.
Voor klimaatadaptatie communiceren we specifiek via:
•deelname aan operatie Steenbreek www.steenbreek.nl waarmee we informatie aanbieden aan inwoners over onderwerpen als groene tuinen, leefgebieden voor vogels en insecten en het aanleggen en beheren van ecologische oevers;
•via https://www.duurzaambouwloket.nl/gemeente/krimpenerwaard wijzen we inwoners en bedrijven op bestaande subsidieregelingen, zoals de regeling van de provincie voor het verduurzamen van bedrijventerreinen en de subsidieregeling van het Hoogheemraadschap Schieland en de Krimpenerwaard voor het treffen van klimaatadaptieve maatregelen op particuliere terreinen;
•informatie op www.duurzaamkrimpenerwaard.nl.
4.2.2 Stimuleren
Zoals hierboven aangegeven liggen veel kansen voor het klimaatadaptief inrichten van een gebied op particulier terrein. Naast informeren gaan we grondeigenaren ook stimuleren in het nemen van maatregelen. Het gaat dan om ontwikkelaars, woningbouwcorporaties, bedrijven en bewoners maar ook ambtenaren van de gemeente.
Voorbeelden van eigen initiatief kunnen talrijk zijn. Deze kunnen gaan over het langer vasthouden van water op eigen terrein of bovenop gebouwen, het meewerken aan afkoppelen van hemelwater, het toepassen van minder stenen en meer groen. Een subsidie opstellen of het aanbieden van ontzorging zijn voorbeelden van manieren waarop de gemeente klimaatadaptief inrichten van particuliere percelen kan stimuleren. Ook kan de gemeente zelf het goede voorbeeld geven in het openbare ruimte, bij de plannen voor herbouw/nieuwbouw van het kantoorpand of door het aanleggen van een groen dak.
We kunnen als gemeente bij een rioolvervangingsproject, waar we ook een hemelwaterriool aanleggen, de perceeleigenaren stimuleren door hen aan te bieden op kosten van de gemeente de regenpijp aan de voorzijde af te koppelen. Enerzijds heeft dit het voordeel dat er meer afgekoppeld wordt. Zonder afkoppelen van de regenpijp aan de voorzijde van de woning is circa 60% van het totale afvoerend verhard oppervlak in een woonstraat af te koppelen, waarbij oppervlakkig afstromend particulier verhard oppervlak, zoals opritten en verharding in voortuinen, zijn meegerekend. Met afkoppelen van de regenpijp aan de voorzijde neemt dit toe tot circa 75%. Anderzijds is het beter om hemelwater vast te houden daar waar het valt en perceeleigenaren te stimuleren om anders om te gaan met hemelwater. Als we de regenpijp aan de voorzijde van alle panden die nog niet zijn afgekoppeld willen afkoppelen, dan bedragen de kosten hiervoor naar schatting circa 10 miljoen Euro voor de komende tientallen jaren.
Dit betekent op langere termijn een verhoging van de rioolheffing met circa 10 tot 15 Euro. Een andere optie is om een deel van dit geld in te zetten voor het stimuleren van inwoners en bedrijven om anders om te gaan met hemelwater op eigen terrein, bijvoorbeeld door middel van een subsidieregeling. We nemen de keuze voor de wijze van stimuleren mee in de verdere uitwerking van scenario 3. Tot die tijd zetten we in op het stimuleren van inwoners en bedrijven om af te koppelen of te vergroenen en dus niet op het afkoppelen van de regenpijpen.
4.2.3 Verankeren
Om de opgave van de gemeente Krimpenerwaard, klimaatbestendig en waterrobuust in 2050, bijtijds te realiseren moet het beleid wat hiervoor nodig is tijdig worden vastgesteld. Kortom, het klimaatbestendig ontwikkelen en inrichten van de gemeente zal worden verankerd in het gemeentelijk beleid zoals het Integraal Beleidsplan Openbare Ruimte (IBOR), dit omgevingsprogramma, het omgevingsplan en in (bestuurlijke) afspraken met partners in de regio. De uitgangspunten uit het door het college omarmde, Convenant Klimaatadaptief Bouwen worden op- en vastgesteld in beleidsregels voor toekomstige (her)ontwikkelingen.
4.2.4 Verplichten
Klimaatadaptatie is niet altijd vrijwillig en vrijblijvend. De gemeente kan klimaatadaptatie verankeren in beleidsdocumenten en ook handelingen afdwingen via regelgeving. Dit doen we door:
•voorwaarden voor klimaatadaptieve inrichting op te nemen in het omgevingsplan;
•met woningcorporaties prestatieafspraken te maken over het realiseren van klimaatbestendige bouw. Deze prestatieafspraken willen we baseren op de eisen uit het Convenant Klimaatadaptief Bouwen;
•het uitvoeren van een ‘klimaattoets’ bij de ontwikkeling van ruimtelijke plannen;
•klimaatadaptatie onderdeel te laten zijn van de ontwikkelovereenkomst met ontwikkelaars. Waarbij we gebruik maken van de eisen uit het Convenant Klimaatadaptief Bouwen.
4.2.5 Meekoppelen
In de reguliere werkzaamheden van overheden, bedrijven en particulieren liggen kansen om klimaatopgaven slim te integreren. Zoals werkzaamheden aan wegen, het riool, de aanleg van nieuwe kabels en leidingen, onderhoud aan (maatschappelijk) vastgoed en nieuwbouwprojecten. Voor alle geplande en toekomstige projecten nemen we klimaatadaptatie mee in het ontwerpproces. Dit wordt meekoppelen of werk-met-werk-maken genoemd. Zo hoeven er minder aparte projecten opgestart te worden om de gemeente Krimpenerwaard klimaatadaptief te maken.
Daarmee worden de kosten beheersbaar gehouden en is er minder overlast voor omwonenden als gevolg van werk- zaamheden in het openbare gebied. Waar mogelijk worden maatregelen gekoppeld aan andere thema’s, zoals energietransitie, biodiversiteit, landbouwtransitie, woningbouw, leefomgeving en circulariteit.
4.2.6 Onderzoeken
De stresstesten die zijn uitgevoerd voor de klimaatadaptatiestrategie geven een eerste globaal inzicht in de gevolgen van klimaatverandering (zie Klimaatadaptatie in de Krimpenerwaard : stresstesten, risicodialogen en bewoners- enquête. (arcgis.com)). Nader onderzoek, bijvoorbeeld door middel van de modelberekeningen (4.1.15) is nodig om meer in detail te kunnen vaststellen hoe groot de risico’s op bepaalde locaties en in bepaalde gebieden zijn en om na te gaan welke maatregelen meest effectief zijn. De kosten van maatregelen zullen hierbij ook worden meegenomen. De samenwerking met (professionele) gebiedspartners (zoals de waterschappen, provincie en veiligheidsregio) om kennis te delen en te vergroten wordt gecontinueerd, onder andere via de Werkregio Midden Holland. Ook zal worden ingezet op het vergroten en delen van kennis, door bijvoorbeeld de inzet van experts, het opleiden van eigen personeel en deelname in netwerken. Bijvoorbeeld door samen met de waterschappen te onderzoeken of de klimaattoets kan worden gecombineerd met de watertoets.
5. Personeel en financiën
5.1 Personele capaciteit
5.1.1 Riolering
In de huidige situatie wordt in totaal 12,8 FTE toegerekend aan het tarief van riolering.
Bij team UOR (Uitvoering Openbare Ruimte) merken we dat de personele capaciteit op het gebied van riolering nu al krap is. Deze krapte neemt naar verwachting door vergrijzing verder toe omdat in de komende planperiode meerdere vakmensen met pensioen gaan. Dit vormt een risico voor het behoud van de gebiedskennis die aanwezig is bij team UOR. Dit team heeft een belangrijke rol in het invullen van de ambities uit dit Programma. Ze handelen alle meldingen af, houden toezicht op onderhouds- en reparatiewerkzaamheden door aannemers, controleren de
aanleg van nieuwe huisaansluitingen, voeren zelf onderhoud uit aan onze ruim 2.000 drukrioolpompen en controle- ren de werking daarvan met behulp van het telemetriesysteem. Onze buitendienst heeft steeds meer administratieve taken, bijvoorbeeld om alle meldingen goed vast te leggen inclusief de afhandeling ervan. Daarnaast is een ambitie uit het programma om de data van onze gemalen centraal en uniform vast te leggen, een taak die ook bij team UOR belegd wordt. Het is ook belangrijk om gebiedskennis niet verloren te laten gaan bij pensionering van werknemers. Om deze redenen willen we een extra FTE aanstellen voor team UOR.
5.1.2 Klimaatadaptatie
In de klimaatadaptatiestrategie is reeds aangegeven dat we een klimaatadviseur (1 FTE) aan willen stellen om uitvoe- ring te geven aan de door de raad vastgestelde ambities van scenario 3 uit de klimaatadaptatiestrategie.De kosten voor deze FTE rekenen we voor 50% toe aan riolering, omdat deze een belangrijke bijdrage levert aan onze taken voor hemel- en grondwater.
5.2 Exploitatiekosten
5.2.1 Riolering
De gestegen brandstof- en energieprijzen leiden naar verwachting reeds in 2022 tot € 70.000 extra jaarlijkse exploitatiekosten voor riolering.
De kosten van vegen van wegen en baggeren van gemeentelijke watergangen rekenen we beide voor 25% toe aan de riolering. Vegen van wegen draagt bij aan het beperken van de instroom van vuil in kolken en riolen en daarmee ook aan onze taken voor afval- en hemelwater. Baggeren is mede nodig voor de goede afvoer van hemelwater en bagger wordt mede veroorzaakt door slib uit riooloverstorten en hemelwateruitlaten.
5.2.2 Klimaatadaptatie
In de klimaatadaptatiestrategie zijn reeds de verwachte extra kosten aangegeven om uitvoering te geven aan de door de raad vastgestelde ambities van scenario 3 uit de klimaatadaptatiestrategie. Deze zijn afzonderlijk benoemd in bijlage 11.
De kosten voor het opstellen van het hitteplan worden in de algemene begroting meegenomen. De overige extra kosten rekenen we voor 100% toe aan riolering, omdat deze bijna geheel betrekking hebben op onze taken voor hemelwater- en grondwater, bijvoorbeeld het voorkomen van wateroverlast bij hevige regen en te lage grondwater- standen in droge perioden.
Aangezien het doel is om in 2050 klimaatbestendig te zijn, houden we rekening met deze jaarlijkse extra kosten tot en met 2050. Wel is de extra ondersteuning door ODMH na 2027 beperkt tot € 10.000 per jaar.
5.2.3 Totaal
De totale jaarlijkse exploitatiekosten vanaf 2024 zijn weergegeven in afbeelding 5-1.
Afbeelding 5-1. Jaarlijkse exploitatiekosten
5.3 Investeringen
5.3.1 Riolering
Voor de periode 2023 tot en met 2026 gaan we uit van de investeringen zoals opgenomen in de bestaande Projectenboeken van Openbare Werken.
De theoretische vervangingskosten op basis van de verwachte levensduur van de objecten zijn het uitgangspunt voor de jaren na 2026. Dit betreft vervangingskosten voor vrijvervalriolen, persleidingen en mechanisch-elektrische en bouwkundige onderdelen van gemalen en pompunits.
Om invulling te geven aan de ambitie om af te koppelen door middel van de aanleg van DT-riolen bij rioolvervanging, is € 300,- extra gerekend per meter te vervangen gemengd riool.
De investering voor nieuwe aanleg van riolering in in-/uitbreidingsplannen komt ten laste van de grondexploitatie en/of de ontwikkelaar.
5.3.2 Klimaatadaptatie
In de klimaatadaptatiestrategie is reeds de verwachte extra investering aangegeven om uitvoering te geven aan de door de raad vastgestelde ambities van scenario 3 uit de klimaatadaptatiestrategie. Dit betreft een extra investering van € 500.000 voor een cyclusperiode van 5 jaar voor het meekoppelen van klimaatadaptatie bij gemeentelijke pro- jecten. De verwachting is dat deze extra jaarlijkse investering ook na de planperiode doorloopt tot en met 2050, om dan klimaatbestendig te zijn. De kapitaallasten van deze jaarlijkse € 100.000 rekenen we voor 80% toe aan riolering vanwege de grote verbondenheid met onze taken voor hemel- en grondwater.
We verwachten in 2023 ook nog subsidie te verkrijgen voor het nemen van klimaatadaptatiemaatregelen. Dit leidt niet tot een besparing van de kosten, maar zorgt er voor dat we extra en/of versneld maatregelen kunnen nemen. Het aanvragen van de subsidie wordt in samenwerking met de Regio Midden-Holland opgepakt. Over het algemeen zullen we waar mogelijk zoveel mogelijk Europese en Rijksmiddelen voor deze doelen inzetten.
5.3.3 Totaal
In afbeelding 5-2 is de totale geraamde jaarlijkse investeringsverwachting weergegeven. De jaarlijkse investering voor klimaatadaptieve maatregelen maakt maar een klein deel uit van het totale investeringsbedrag per jaar.
In de praktijk neemt de voorbereiding en uitvoering van een project meerdere jaren in beslag. Het kapitaliseren (afschrijven en rente) start echter pas in het jaar na gereed komen van het project. Daarom zijn de investeringen van projecten uit het Projectenboek weergegeven in het jaar van gereedkomen. De verwachte vervangingsinvesteringen in de jaren daarna hebben we per periode van 10 jaar gemiddeld weergegeven.
Afbeelding 5-2. Jaarlijkse investeringsverwachting
In afbeelding 5-3 is het totaal weergegeven.
Afbeelding 5-3. Totale investering in 15 jaar
Bijlage 1. Begrippenlijst
AFKORTINGEN
AMvB
Algemene Maatregel van Bestuur
BBV
bergbezinkvoorziening
BBL
bergbezinkleiding
BBT
best beschikbare techniek
BRP
basisrioleringsplan
Bob
binnen onderkant buis
GRP
gemeentelijk rioleringsplan
DPRA
Deltaprogramma ruimtelijke adaptatie
DWA
droogweerafvoer
HDSR
Hoogheemraadschap de StichtseRijnlanden
HHSK
Hoogheemraadschap van Schieland en de Krimpenerwaard
HWA
hemelwaterafvoer
IBA
installatie voor individuele behandeling van afvalwater
IBKW
Ingenieursbureau Krimpenerwaard
NEN
Nederlandse norm
NPR
Nederlandse praktijkrichtlijn
OAS
Optimalisatiestudie afvalwatersysteem
OMDH
Omgevingsdienst Midden-Holland
Rijnland
Hoogheemraadschap van Rijnland
RWA
regenwaterafvoer
RWZI
rioolwaterzuiveringsinstallatie
SSW
Systeemoverzicht Stedelijk Water
Team AOR
Team Advies Openbare Ruimte
Team UOR
Team Uitvoering Openbare Ruimte
Wm
Wet milieubeheer
Wvo
Wet Verontreiniging oppervlaktewater
TERMEN EN DEFINITIES stedelijk afvalwater en hemelwater
Aangroei
verzameling van organismen die zich op de buiswand hebben vastgehecht of in slierten aan de buiswand hangen
Aansluitvergunning
vergunning op grond van de aansluitverordening en de Wvo die wordt
afgegeven door het zuiveringsschap voor de aansluiting op de rioolwater zuiveringsinstallatie (RWZI)
Aantasting
een wijziging van de structuur van de buiswand als gevolg van (bio)chemische of mechanische processen
Afkoppelen
het actief scheiden van vuilwater en regenwater met als doel om het regenwater niet meer naar de RWZI te transporteren
Afvalwater
alle water waarvan de houder zich met het oog op de verwijdering daar van ontdoet, voornemens is zich te ontdoen of zich moet ontdoen (opmerking: hieronder wordt dus ook afvloeiend regenwater begrepen)
Afvoerend oppervlak
het naar de riolering afwaterende oppervlak
Afzetting
aankoeking van slib, vet en kalk op de buiswand; tevens afzetting van bodemmateriaal anders dan zand ter plaatse van een buisverbinding of scheur
Aquathermie
warmte gewonnen uit (oppervlakte)water of proceswater
Basisinspanning
term die de waterkwaliteitsbeheerders gebruiken voor het aanduiden van de inspanningen die elke gemeente moet uitvoeren of uitgevoerd hebben om de vuiluitworp uit de riolering tot een bepaald niveau te reduceren
Basisrioleringsplan
document (tekening + toelichting en berekeningen) met de huidige situatie van de riolering en de uit te voeren verbeteringsmaatregelen
Beheer
zie rioleringsbeheer
Bemalingsgebied
een rioleringsgebied waaruit het afvalwater door een gemaal wordt verwijderd
Beoordelen
het toetsen van een parameter aan de bijbehorende maatstaf en het geven van een oordeel over de uitkomsten van de toetsing
Bergbezinkvoorziening
reservoir voor de tijdelijke opslag van afvalwater waarin tevens slibafzetting plaatsvindt met een voorziening om het slib te kunnen verwijderen en waaruit overstortingen kunnen plaatsvinden
Berging
de inhoud van de riolering uitgedrukt in m³ of mm
Bergingsverlies
de vermindering van berging door permanente vulling in de riolering als gevolg van verzakkingen
Beslisboom aan- en afkoppelen verhard oppervlak
hulpmiddel voor gemeenten en particulieren om verantwoorde beslissingen te nemen bij het aan- en afkoppelen van verhard oppervlak op wijk- en straatniveau
Classificatie
de indeling van toestandsaspecten in klassen
Controleren
controle, toezicht houden op (bijvoorbeeld op de naleving van voorschriften, op het beheer van een zaak, op de werking van een machine
Doorlatendheid
het vermogen van de grond om water en/of lucht door te laten
Drainage
de afvoer van water over en door de grond en door het waterlopenstelsel
Drooglegging
de afstand tussen het oppervlaktewaterpeil en het maaiveld
Droogweerafvoer (dwa)
de hoeveelheid afvalwater die per tijdseenheid in een droogweersituatie via het rioolstelsel wordt afgevoerd
DWA-rioolstelsel
zie vuilwaterrioolstelsel
DT / IT-riool
rioolbuis die ontworpen en aangelegd is in droge tijden hemelwater in de bodem te brengen, waarna het in de bodem kan infiltreren en in natte tijden overtollig grondwater af te voeren naar het oppervlaktewater
Emissiespoor
onderdeel van het tweesporenbeleid van waterkwaliteitsbeheerders gericht op het tot een bepaald niveau terugbrengen van de emissies (vuiluitworp) uit een rioolstelsel, ongeacht de werkelijke waterkwaliteit
Effluent
gezuiverd (riool)water dat de zuivering verlaat
Effluentleiding
leiding waarmee het effluent de zuivering verlaat
Externe overstort
rioolput voorzien van een overstortdrempel die loost buiten het in beschouwing genomen rioolstelsel, meestal op oppervlaktewater
Freatisch grondwater
het grondwater in de bovenste bodemlaag, dat (indirect) in contact staat met de atmosfeer. De freatische grondwaterstand is een andere term voor grondwaterspiegel
Gemengd rioolstelsel
rioolstelsel, waarbij afvalwater inclusief ingezamelde neerslag door 1 leidingstelsel wordtgetransporteerd
Gescheiden rioolstelsel
rioolstelsel, waarbij afvalwater exclusief neerslag door een leidingstelsel wordt getransporteerd en neerslag door een afzonderlijk leidingstelsel rechtstreeks naar oppervlaktewater wordt afgevoerd
GHG
gemiddeld hoogste grondwaterstand. Dit is het gemiddelde van de drie hoogste grondwaterstanden van de afgelopen 8 jaren, gebaseerd op maandelijkse metingen.
Grondwater
water beneden het grondoppervlak, meestal beperkt tot het water beneden de Grondwaterspiegel
Grondwateronderlast
problemen die zich voordoen als gevolg van lage grondwaterstanden.
Bijvoorbeeld aantasting van houten funderingen als gevolg van droogstand
Grondwateroverlast
wateroverlast door hoge grondwaterstanden. Bijvoorbeeld plasvorming op binnenterreinen of vocht in kruipruimten
Hydraulische berekening
het door rekenen van het functioneren van een rioolstelsel tijdens droog weer en/of neerslag
HWA-riool
zie regenwaterrioolstelsel
Infiltratie
intreding van water in de bodem, sponswerking van de bodem
Ingrijpmaatstaf
grenstoestand waarbij ingrijpen in de actuele toestand noodzakelijk is en waarbij maatregelen moeten worden opgesteld
Inspectie
het waarnemen, herkennen en beschrijven van de toestand
Kruipruimte
ruimte onder de beganegrondvloer in gebruik voor het bereiken van leidingen voor inspectie, onderhoud of reparatie, en voor ventilatie van de vloer en eventuele houten constructiedelen onder de woning
Kwel
het uittreden van grondwater
Lamellenfilter
een lamellenfilter is een compacte bezinker. Het doel van bezinken is de verwijdering van onopgeloste deeltjes uit het water.
Maatstaf
grenswaarde (getalsmatig) op basis waarvan geconcludeerd wordt of aan een functionele eis wordt voldaan
Onderhoud
herstel van het oorspronkelijke functioneren, waarbij de toestand van objecten ongewijzigd gehandhaafd wordt
Onderzoek
het verzamelen, ordenen, analyseren en verwerken van gegevens, zodanig dat informatie kan worden afgeleid over de toestand en het functioneren van de buitenriolering
Ontwatering
de afvoer van water uit percelen over en door de grond en eventueel door drains, kleine sloten en greppels naar een stelsel van grote waterlopen, met als functie afwatering
Ontwateringsdiepte
de afstand tussen de hoogste grondwaterstand tussen twee ontwaterings middelen (sloot, drain) en het maaiveld.
Overstorting
de lozing van afvalwater via een overstortdrempel naar oppervlaktewater
Overstortput
rioolput voorzien van een overstortdrempel
Peilbuis
een buis of soortgelijke constructie met een kleine diameter waarin een grondwaterstand c.q. stijghoogte kan worden gemeten
Randvoorziening
vloeistofdichte voorziening als onderdeel van het rioolstelsel die als doel heeft de lozing van vuil uit het rioolstelsel op oppervlaktewater te verminderen
Regenwaterriool
riool alleen bestemd voor de inzameling en het transport van neerslag
Regenwaterrioolstelsel
rioolstelsel alleen bestemd voor de inzameling en het transport van neerslag
Relinen
het inbrengen van een met kunsthars geïmpregneerde kous in het riool, waarmee na uitharding van de kous het riool van een nieuwe binnenwand voorzien is
Renovatie
herstel van het oorspronkelijke functioneren, waarbij een ingrijpende toestandswijziging wordt doorgevoerd/evenaren technische staat van nieuwaanleg
Reparatie
herstel van het oorspronkelijke functioneren, waarbij een beperkte toestandswijziging wordt doorgevoerd
Riolering
het samenstel van riolen, rioolputten en bijbehorende voorzieningen voor de inzameling en het transport van afvalwater
Rioleringsbeheer
zorg voor het functioneren van de buitenriolering
Riool
samenstel van buizen tussen twee putten bestemd voor de inzameling en/of het transport van afvalwater
Rioolput
constructie toegang gevend tot het rioolstelsel (te herkennen aan gietijzeren deksels in de weg)
Riothermie
warmte gewonnen uit de warmte van rioolwater in het rioolstelsel of de influentleiding op de zuivering
Rioolwaterzuiveringsinrichting
het totaal van de grond, gebouwen en apparatuur voor de zuivering van fvalwater (RWZI)
Stijghoogte
hoogte boven een referentievlak tot waar het water in een peilbuisstijgt.
Deze stijghoogte is afhankelijk van de druk van het grondwater ter plaatse van de opening onder in de peilbuis.
Verbeterd gescheiden rioolstelsel (VGS)
gescheiden rioolstelsel met voorzieningen waardoor de neerslag slechts bij wat grotere regenbuien naar oppervlaktewater wordt afgevoerd. Het meest vervuilde deel van de neerslag wordt ‘geborgen’ in de riolering en naar de zuivering afgevoerd.
Verbeteren
het aanpassen van het oorspronkelijke functioneren
Vervangen
herstel van het oorspronkelijke functioneren, waarbij het bestaande object wordt verwijderd en een nieuw gelijkwaardig object wordt teruggeplaatst
Visuele inspectie
het op directe wijze dan wel op indirecte wijze via optischehulpmiddelen inspecteren van de toestand
Vrijvervalriool
riool waardoor afvalwater door middel van de zwaartekracht wordt getransporteerd
Vuilemissie/-uitworp
het totaal aan stoffen (niet zijnde water) geloosd uit een rioolstelsel op het ,oppervlaktewater via overstorten. Hierbij kan gedacht worden aan biologisch afbreekbare stoffen die bij afbraak in het water zuurstof verbruiken (BZV), aan stikstof en fosfaten en aan zware metalen
Vuilwaterriool
riool alleen bestemd voor de inzameling en het transport van huishoudelijk en bedrijfsafvalwater, niet zijnde neerslag
Waarschuwingsmaatstaf
grenstoestand waarbij de actuele toestand discutabel is en nader onderzoek nodig is
Wadisysteem
voor hemelwater berging en afvoer door infiltratie en/of drainage
Water op straat
het optreden van waterstanden boven maaiveldniveau
Wateroverlast
het optreden van waterstanden boven maaiveldniveau waarbij hinder of schade wordt ondervonden
WIBON
Wet Informatie-uitwisseling Bovengrondse en Ondergrondse Netwerken
Wortelingroei
de wortels van bomen of planten, die door voegen, scheuren of via gebouw- of kolkaansluitingen het riool zijn ingegroeid
Zandinloop
het intreden van zand via buisverbindingen of scheuren
Zetting
bodemdaling als gevolg van inklinking, van krimp, door de bouw van kunstwerken, het ophogen van ,de grond of het aanbrengen van andere materialen.
Bijlage 2. Toelichting composietbuien
Vanwege klimaatverandering komen zware buien steeds vaker voor. Een nieuw te ontwerpen stedelijk watersysteem willen we kunnen toetsen aan de te verwachten neerslag in de toekomst. Het KNMI heeft in 2015 scenario’s gepresenteerd met prognoses van de ontwikkeling van het klimaat in de toekomst. In alle scenario’s wordt een toename van extreme neerslag voorzien.
Het maximale scenario gaat uit van een toename tot 25% van de maximale hoeveelheid neerslag in een uur in 2050. Van de vier klimaatscenario’s is dit het scenario met de grootste toename van de extreme neerslag. Het minimale scenario is qua toename van extreme neerslag het meest gematigd; in dit scenario is de toename van de maximale uursom 5,5 % in 2050. Deze twee scenario’s geven daarmee samen de bandbreedte aan waarbinnen de extreme neerslag zich naar verwachting zal ontwikkelen.
Voor de jaren 2030, 2050 en 2085 zijn in het rapport “Neerslagstatistiek en -reeksen voor het waterbeheer 2019” (STOWA 2019-19) regenduurlijnen voor een hoog en een laag scenario uitgewerkt, dus in totaal zes scenario’s.
Stichting Rioned stelde daarmee nieuwe buien samen, zowel voor het huidige klimaat als voor het toekomstige klimaat. Daarbij is onderscheid gemaakt in de scenario’s Laag en Hoog. In afbeelding 1 zijn verschillende buien vergeleken:
•oranje: bui 08;
•blauw: T=2 2085 Hoog.
•grijs: T=2 2050 Hoog;
•geel: T=1 2085 Hoog;
•lichtblauw: T=2 2030 Hoog (als dun streepje zichtbaar tussen geel en groen);
•groen: T=2 2085 Laag;
•donkerblauw: T=2 2050 Laag;
•bruin: T=1 2050 Hoog.
Vooral de piek in de bui is van belang voor de kans dat water op straat optreedt. In de grafiek is te zien dat de piek bij de nieuwe buien veel hoger is dan bij de bui08 die we hanteerden in het GRP 2017-2021. Indien bij een rioolstelsel bij bui08 geen water op straat optrad, kan dit daarom bij de nieuwe buien zeker wel optreden.
Als het scenario Laag uitkomt in 2085, voldoen we door nu te kiezen voor composietbui T=2 klimaatscenario 2030 Hoog dan nog aan T=2 in 2085. Als het scenario Hoog uitkomt in 2085, verdubbelt de kans op hinder ongeveer en voldoen we nog bijna aan T=1 in 2085. In 2085 komt de kans op hinder dan waarschijnlijk ergens tussen T=1 en T=2 uit. Door inwoners en bedrijven goed te stimuleren om af te koppelen en vergroenen, kunnen we in het ongunstigste klimaatscenario mogelijk toch voldoen aan T=2.
Afbeelding 1. Vergelijking kortdurende toetsingsbuien
Bijlage 3.
VERKLARING SCHEMA
Typen verhard oppervlak:
Schone daken of gevels
•Bijv. gedeeltelijke of volledige bekleding met zink/koper
-> vuil
Schone openbare ruimte
•Bijv. fiets/voetpaden, schoolpleinen, woonerven, kan- toorterreinen en dagparkeerplaatsen
•Bijv. gebruik chemie bij onkruidbestrijding -> vuil
Beperkt verontreinigde openbare ruimte
•Bijv. ontsluitingswegen, doorgaande wegen, busbanen, winkelstraten, parkeren met hoge wisselfrequentie
Vuile oppervlakken
•Bijv. laad- en losplaatsen, tunnels, balkons, busstations, bedrijventerreinen, trambanen
Definitie kwetsbaar water:
•Zwemwateren, kleine geïsoleerde wateren, wateren binnen natuurgebieden en wateren met een “bijzondere levensgemeenschap/bijzondere soorten”. (Deze worden aangewezen op basis van aanwezige ecologische gege- vens.)
Bijlage 4. Uitvoeringsagenda klimaatadaptatiestrategie
Uitvoeringsagenda 2023-2027 klimaatadaptatiestrategie
Bijlage 8. Locaties overstorten per kern
GEGEVENS OVERSTORTEN (CONFORM GRP 2017)
Lekkerkerk
Waterpeilen peilbesluiten waterschappen 2022
Marge drempel- waterpeil [m]
ID
X
Y
Lengte [m]
Drempelpeil [m NAP]
Opmerking
Vast peil [m NAP]
Bovenpeil [m NAP]
Onderpeil [m NAP]
11314U
104.124
434.081
1,20
-1,78
-2,00
-
-
0,22
74018U
106.415
434.581
1,15
-1,81
-2,00
-
-
0,19
75114U
106.129
434.291
1,27
-1,82
-2,00
-
-
0,18
79210U
106.703
434.523
5,00
-1,83
-2,00
-
-
0,17
72034U
106.263
435.094
2,20
-1,81
-2,00
-
-
0,19
73128U
106.183
434.811
2,42
-1,81
-2,00
-
-
0,19
73170U
106.400
434.858
2,75
-1,86
-2,00
-
-
0,14
74080U
106.364
434.623
2,64
-1,83
-2,00
-
-
0,17
74192U
105.990
434.558
4,40
-1,82
-2,00
-
-
0,18
75066U
106.372
434.450
9,25
-1,86
-2,00
-
-
0,14
75176U
106.139
434.314
2,75
-1,84
-2,00
-
-
0,16
77104U
106.611
435.123
1,00
-1,85
-2,00
-
-
0,15
78211
106.718
434.750
2,50
-1,80
-2,00
-
-
0,20
77034U
106.853
435.004
0,99
-1,81
-2,00
-
-
0,19
77056F
106.860
435.102
0,99
-1,80
-2,00
-
-
0,20
790327
106.849
434.869
2,26
-1,76
-2,00
-
-
0,24
81050U
107.161
435.117
1,62
-1,75
-2,00
-
-
0,25
82106U
107.027
434.846
2,50
-1,74
-2,00
-
-
0,26
77012U
106.946
435.171
2,82
-1,85
-2,00
-
-
0,15
77080U
106.775
435.149
3,00
-1,83
-2,00
-
-
0,17
77128U
106.713
435.088
1,27
-1,84
-2,00
-
-
0,16
830106U
107.296
434.633
1,40
-1,86
-2,00
-
-
0,14
83030U
107.189
434.625
2,50
-1,80
-2,00
-
-
0,20
12204U
105.080
434.031
1,20
-1,76
-2,00
-
-
0,24
12307U
105.304
433.995
1,20
-1,76
-2,00
-
-
0,24
12334U
105.738
433.962
1,20
-1,76
-2,00
-
-
0,24
12222U
105.872
434.059
1,20
-1,76
-2,00
-
-
0,24
12317U
105.484
433.979
1,20
-1,79
-2,00
-
-
0,21
12806U
106.632
435.544
1,15
-1,80
-2,00
-
-
0,20
12802U
106.656
435.861
1,15
-1,80
-2,00
-
-
0,20
12910U
106.658
435.318
1,00
-1,80
-2,00
-
-
0,20
12960U
106.675
435.517
2,47
-1,79
-2,00
-
-
0,21
77026U
106.878
435.194
2,82
-1,87
-2,00
-
-
0,13
44J06U
107.904
434.821
0,60
-1,78
-
-2,18
-2,23
0,40
44J27U
107.672
434.805
0,60
-1,78
-
-2,18
-2,23
0,40
44L18U
109.111
434.781
0,60
-1,78
-
-2,18
-2,23
0,40
44K06U
108.677
434.625
0,60
3,45
-
Lek
Lek
-
44K78U
108.509
434.613
0,60
3,45
-
Lek
Lek
-
43M01U
110.336
435.519
0,60
-1,78
-
-2,18
-2,23
0,40
44K23U
108.655
434.754
0,60
-1,76
-
-2,18
-2,23
0,42
44K48U
108.238
434.809
0,60
-1,83
-
-2,18
-2,23
0,35
43L26U
109.579
435.097
0,60
-1,83
-
-2,18
-2,23
0,35
43L08U
109.855
435.384
0,60
-1,85
-
-2,18
-2,23
0,33
44K12U
108.963
434.870
0,60
-1,82
-
-2,18
-2,23
0,36
ID
X
Y
Lengte
[m]
Drempelpeil
[m NAP]
Opmerking
Vast peil
[m NAP]
Bovenpeil
[m NAP]
Onderpeil [m
NAP]
Marge
[m]
58022U
102.400
434.602
1,76
-1,84
-
-2,02
-2,07
0,18
62098U
102.850
434.543
2,00
-1,86
-
-2,02
-2,07
0,16
64092U
102.740
434.061
2,25
-1,89
-
-2,02
-2,07
0,13
66022U
103.078
434.641
1,76
-1,88
-
-2,02
-2,07
0,14
67162U
103.324
434.419
0,98
-1,89
-
-2,02
-2,07
0,13
59058U
102.333
434.433
1,76
-1,84
-
-2,02
-2,07
0,18
59080U
102.288
434.309
5,00
-1,90
-
-2,02
-2,07
0,12
63092U
102.833
434.416
4,30
-1,84
-
-2,02
-2,07
0,18
630167
102.807
434.318
1,88
-1,93
-
-2,02
-2,07
0,09
64134U
102.736
434.100
2,00
-1,83
-
-2,02
-2,07
0,19
66064U
103.258
434.545
2,09
-1,84
-
-2,02
-2,07
0,18
45D08U
101.479
434.492
1,20
-1,78
-
-2,02
-2,07
0,24
60108U
102.177
434.252
0,90
-1,03
-
-2,02
-2,07
0,99
44D21U
101.596
434.526
1,20
-1,88
-
-2,02
-2,07
0,14
45D25U
101.897
434.366
1,20
-1,90
-
-2,02
-2,07
0,12
45D35U
101.973
434.229
1,20
-1,78
-
Lek
Lek
61004U
102.281
433.923
0,90
1,45
-
Lek
Lek
65016U
102.642
433.873
0,90
1,45
-
Lek
Lek
65028U
102.807
433.891
0,90
1,45
-
Lek
Lek
67198U
103.414
434.467
0,98
-1,82
-
-2,02
-2,07
0,20
70040U
103.671
434.414
1,20
-1,79
-2,00
-
-
0,21
10510U
103.771
434.937
0,98
-1,96
-
-2,18
-2,23
0,22
10526U
103.689
434.909
0,98
-1,86
-
-2,18
-2,23
0,32
69012U
103.591
434.534
0,98
-1,82
-2,00
-
-
0,18
70070U
103.873
434.288
1,20
-1,78
-2,00
-
-
0,22
68020U
103.435
434.236
1,21
3,37
-
Lek
Lek
98106U
102.726
435.007
1,28
-1,87
-
-2,02
-2,07
0,15
97D02U
102.915
435.049
2,64
-1,92
-
-2,02
-2,07
0,10
98B15U
102.774
434.827
1,00
-1,85
-
-2,02
-2,07
0,17
98B58U
102.967
434.776
1,00
-1,87
-
-2,02
-2,07
0,15
44C26U
100.905
434.806
1,20
-1,78
-
-2,02
-2,07
0,24
44D05U
101.126
434.699
1,20
-1,78
-
-2,02
-2,07
0,24
43C23U
100.572
435.203
1,20
-1,97
-
-2,02
-2,07
0,05
43C07U
100.335
435.431
1,20
-1,78
-
-2,02
-2,07
0,24
Ouderkerk aan den IJssel
ID
X
Y
Lengte [m]
Drempelpeil [m NAP]
Opmerking
Vast peil [m NAP]
Bovenpeil [m NAP]
Onderpeil [m NAP]
Marge [m]
40132
103.076
438.706
4,00
-1,97
BBB (samenmet BBB
40182 281 m³)
-
-2,29
-2,34
0,32
40151
103.656
438.461
3,14
-2,17
BBB 140 m³
-
-2,29
-2,34
0,12
40182
103.298
438.301
3,00
-1,96
BBB (samenmet BBB
40132 281 m³)
-
-2,29
-2,34
0,33
15016U
103.260
438.757
2,00
-2,09
-
-2,29
-2,34
0,20
38052U
103.753
438.170
2,00
-2,09
-
-2,29
-2,34
0,20
15025u
103.476
438.855
2,40
-1,97
-
-2,29
-2,34
0,32
36016u
103.583
438.719
2,39
-1,90
-
-2,29
-2,34
0,39
06005U
102.930
438.725
1,25
-1,83
-
-2,29
-2,34
0,46
3834U
103.692
438.073
2,20
-1,96
-
-2,29
-2,34
0,33
37039U
104.054
438.252
1,17
-1,95
-
-2,29
-2,34
0,34
OV04
103.466
442.233
nnb
-2,34
-
-2,64
-2,69
0,30
Gouderak
ID
X
Y
Lengte
[m]
Drempelpeil
[m NAP]
Vast peil
[m NAP]
Bovenpeil
[m NAP]
Onderpeil [m
NAP]
Marge
[m]
5216
106.257
444.164
3,50
-2,10
BBB 85 m³
-
-2,48
-2,53
0,38
2030U
105.971
444.196
1,40
-2,10
-
-2,48
-2,53
0,38
5140
106.288
444.054
1,50
-2,02
-
-2,48
-2,53
0,46
3080U
106.333
444.129
1,50
-2,02
-
-2,48
-2,53
0,46
1082U
106.468
444.092
1,60
-2,14
-
-2,48
-2,53
0,34
1034U
106.285
444.334
1,50
-2,33
-
-2,48
-2,53
0,15
Bergambacht
ID
X
Y
Lengte
[m]
Drempelpeil
[m NAP]
Opmerking
Vast peil
[m NAP]
Bovenpeil
[m NAP]
Onderpeil [m
NAP]
Marge
[m]
76184
113.918
438.903
4,00
-1,63
BBB 130 m³
-1,84
-
-
0,21
65006U
113.498
438.721
6,60
-1,56
-1,84
-
-
0,28
76080U
113.747
438.923
3,96
-1,36
-1,84
-
-
0,48
77134U
113.918
438.713
2,09
-1,36
-1,84
-
-
0,48
77278U
113.991
438.505
5,00
-1,61
BBL, bestaat uit twee
paralelle riolen.
Totale berging 70 m³
-1,84
-
-
0,23
77278U1
113.994
438.505
5,00
-1,61
-1,84
-
-
0,23
78010U
113.531
438.442
2,05
-1,51
-1,70
-
-
0,19
78034U
113.544
438.282
4,40
-1,46
-1,70
-
-
0,24
88010U
114.137
439.074
1,38
-1,41
-1,84
-
-
0,43
89150
114.216
438.761
3,00
-1,58
-1,84
-
-
0,26
62008U
113.470
439.414
1,02
-1,61
-1,84
-
-
0,23
62016U
113.495
439.387
1,02
-1,66
-1,84
-
-
0,18
63028U
113.448
438.999
1,02
-1,51
-1,84
-
-
0,33
67004U
113.442
438.229
0,90
-1,37
-1,70
-
-
0,33
78085_F
113.639
438.286
1,00
-1,30
-1,84
-
-
0,54
11012
115.563
438.346
1,17
-1,42
-
-1,90
-1,95
0,48
7018U
113.410
437.479
4,60
-1,51
-
-1,90
-1,95
0,39
8104U
113.606
437.695
1,88
-1,58
-1,84
-
-
0,26
78100U
113.787
438.266
2,79
-1,45
Verhoogddeel
-1,84
-
-
0,39
78100U
113.787
438.266
1,39
-1,55
Verlaagddeel
-1,84
-
-
0,29
8044U
113.921
437.898
3,52
-1,58
-1,84
-
-
0,26
8318U
113.787
437.172
0,25
1,50
-
Lek
Lek
-
Ammerstol
ID
X
Y
Lengte
[m]
Drempelpeil
[m NAP]
Opmerking
Vast peil
[m NAP]
Bovenpeil
[m NAP]
Onderpeil [m
NAP]
Marge
[m]
10568
115.387
438.005
1,52
-1,56
-
-1,90
-1,95
0,34
10606
115.181
438.355
1,54
-1,76
-
-1,90
-1,95
0,14
10608U
115.193
438.361
1,54
-1,76
-
-1,90
-1,95
0,14
10739U
115.300
438.026
3,30
-1,44
-
-1,90
-1,95
0,46
10806U
115.156
437.937
1,21
-1,43
-1,60
-
-
0,17
10815U
115.051
437.796
1,31
-1,45
-1,60
-
-
0,15
10831U
115.175
437.777
0,90
-1,43
-1,60
-
-
0,17
10876U
115.405
437.786
2,02
-1,54
-
-1,90
-1,95
0,36
9525U
114.994
437.690
1,17
-1,49
-
-1,90
-1,95
0,41
9515U
114.851
437.588
1,17
-1,51
-
-1,90
-1,95
0,39
10925U
115.108
437.503
0,90
1,14
-
Lek
Lek
1,14
Berkenwoude
ID
X
Y
Lengte
[m]
Drempelpeil
[m NAP]
Opmerking
Vast peil
[m NAP]
Bovenpeil
[m NAP]
Onderpeil [m
NAP]
Marge
[m]
34006U
109.066
439.947
1,02
-2,02
-
-2,21
-2,26
0,19
24082U
108.277
440.192
1,87
-1,99
-
-2,21
-2,26
0,22
24008U
108.123
440.017
0,99
-2,06
-
-2,21
-2,26
0,15
25036U
108.161
439.855
1,54
-1,90
-
-2,21
-2,26
0,31
Haastrecht
ID
X
Y
Lengte
[m]
Drempelpeil
[m NAP]
Opmerking
Vast peil
[m NAP]
Bovenpeil
[m NAP]
Onderpeil [m
NAP]
Marge
[m]
105062
113.389
445.430
2,95
-1,60
-2,09
-
-
0,49
106001
112.403
446.101
1,15
-0,82
-0,92
-
-
0,10
106015
112.395
446.234
1,15
-0,60
-0,92
-
-
0,32
106043
112.607
446.217
1,15
-0,50
-0,92
-
-
0,42
106100
112.838
446.320
4,00
-0,40
-0,92
-
-
0,52
108007
113.210
446.051
2,00
-0,78
-1,00
-
-
0,22
104107
113.058
445.653
10,50
-1,80
BBB 332 m³
-2,09
-
-
0,29
107051
113.208
445.312
3,50
-1,70
BBB 60 m³
-2,09
-
-
0,39
Stolwijk
ID
X
Y
Lengte
[m]
Drempelpeil
[m NAP]
Vast peil
[m NAP]
Bovenpeil
[m NAP]
Onderpeil [m
NAP]
Marge
[m]
202004
112.295
443.456
2,50
-1,70
-2,18
-
-
0,48
203065
112.399
443.166
1,10
-1,97
-2,18
-
-
0,21
203066
112.323
443.214
1,00
-1,68
-2,18
-
-
0,50
203181
112.538
443.192
2,00
-1,97
-2,18
-
-
0,21
205007
112.887
443.237
1,10
-1,90
-
-2,21
-2,26
0,31
205019
113.085
443.009
1,10
-1,90
-2,18
-
-
0,28
205109
113.067
443.008
1,00
-1,70
-2,18
-
-
0,48
205119
112.755
443.250
3,00
-1,90
-2,18
-
-
0,28
207013
112.611
442.708
1,00
-1,80
-
-2,21
-2,26
0,41
209019
112.803
442.228
4,00
-1,90
-
-2,21
-2,26
0,31
209101
113.139
441.714
1,10
-1,93
-2,18
-
-
0,25
202107
112.546
443.230
5,00
-1,95
BBB 300 m³
-2,18
-
-
0,23
204133
112.839
442.794
2,25
-2,00
BBB 37 m³
-2,18
-
-
0,18
Vlist
ID
X
Y
Lengte
[m]
Drempelpeil
[m NAP]
Vast peil
[m NAP]
Bovenpeil
[m NAP]
Onderpeil [m
NAP]
Marge
[m]
302037
116.089
442.991
1,00
-1,83
-
-2,20
-2,25
0,37
Schoonhoven
ID
X
Y
Lengte
[m]
Drempelpeil
[m NAP]
Vast peil
[m NAP]
Bovenpeil
[m NAP]
Onderpeil [m
NAP]
Marge
[m]
71C
117.159
440.028
6,00
-1,45
BBB 235 m³
-
-1,79
-1,84
0,34
42B
117.160
440.646
6,00
-1,45
BBB 235 m³
-
-1,79
-1,84
0,34
1106
118.783
439.753
2,80
-1,18
-
-1,40
-1,50
0,22
350
117.589
441.014
3,60
-1,40
BBL 135 m³
-
-1,79
-1,84
0,39
540D
117.989
440.341
16,00
-1,40
BBB 730 m³
-
-1,79
-1,84
0,39
819
117.822
439.977
1,60
-1,18
-
-1,79
-1,84
0,61
871
118.181
439.972
1,00
0,23
-
0,14
0,04
0,09
1236
119.168
439.931
2,80
-1,20
-1,55
-
-
0,35
1310
118.944
440.145
2,80
-1,24
-
-1,58
-1,68
0,34
2002
118.432
440.179
1,00
-0,90
-
onbekend
onbekend
-
897
118.007
439.791
1,20
0,27
-
0,14
0,04
0,13
1157
118.011
440.020
1,00
0,50
-
0,14
0,04
0,36
Bijlage 9. Levensduurverwachting vrijvervalriolering
Bodemdaling is in onze gemeente sterk bepalend voor de technische levensduur van de vrijvervalriolen en voor de mogelijkheid om het vrijvervalriool te relinen. Hoe sterker de bodemdaling, hoe eerder we een riool moeten vervangen en hoe kleiner de mogelijkheid om het riool te relinen. De verwachte levensduur van de vrijvervalriolen is daarom deels gebaseerd op de bodemdaling.
In het GRP 2017-2021 hadden we met behulp van gebiedskennis ingeschat hoeveel riolen er in gebieden liggen met veel of weinig bodemdaling, wat de verwachte levensduur is en hoeveel procent van die riolen kan worden gerelined.
We hebben deze exercitie herhaald, maar nu met tegenwoordig landelijk beschikbare openbare data. Op de website www.klimaateffectatlas.nl zijn kaarten opgenomen met de verwachte bodemdaling voor 2020 tot en met 2050.
Hierbij is onderscheid gemaakt in een ongunstig scenario Hoog en een gunstiger scenario Laag, afhankelijk van de klimaatverandering en de aanpassingen van de oppervlaktewaterpeilen in de peilbesluiten. We hebben gebruik gemaakt van het ongunstige scenario Hoog. In afbeelding 1 is in kleur aangegeven of het gebied naar verwachting veel (donkeroranje) of weinig (geel) daalt in de komende 30 jaar. De meeste bodemdaling treedt naar verwachting vooral midden in het gebied op, de minste bodemdaling nabij de rivieren. De meeste kernen en daarmee ook de meeste riolen zijn nabij de rivieren gelegen. In het midden van het gebied liggen vooral drukriolen, die minder gevoelig zijn voor verzakking, omdat het water niet onder vrijverval afstroomt.
Afbeelding 1. Zettingsgevoeligheid van het gebied bij scenario Hoog
In de onderliggende data bij deze kaart is voor elke stukje van het gebied van 100 bij 100 meter de verwachte totale zetting in 30 jaar weergegeven. Op basis van deze data hebben we voor elke rioolleiding bepaald wat de verwachte gemiddelde jaarlijkse zetting is.
Tabel 1. Percentage vrijvervalleidingen per zettingsgevoeligheid gebied
Bodemdaling 2020-2050 scenario Hoog
Technische levensduur [jaren]
Vrijvervalleidingen [%]
Vrijvervalleidingen 2017
[%]
Minder dan 0,5 cm per jaar
60
67
10
0,5 tot 1,5 cm per jaar
45
32
67,5
1,5 tot 2,5 cm per jaar
30
1
13,5
2,5 cm of meer per jaar
20
0
9
In tabel 1 is de verwachte gemiddelde technische levensduur van de riolen weergegeven, afhankelijk van de zet- tingsgevoeligheid van het gebied. Deze is gelijk gehouden aan het GRP 2017-2021. Op basis van deze verwachte levensduur, het aanlegjaar en de zettingsgevoeligheid van het gebied hebben we per vrijvervalriool een verwachte vervangingsopgave per jaar bepaald. Dit sommeerden we per periode van 10 jaar om pieken en dalen af te vlakken. Het resultaat is weergegeven in afbeelding 2.
Afbeelding 2. Verwachte vervangingsopgave vrijvervalriolen per 10 jaar [m]
Op basis van afbeelding 2 verwachten we de komende 40 jaar ongeveer 5 km vrijvervalriolen per jaar te vervangen of relinen. Daarna neemt de jaarlijkse vervangingsopgave toe. In het GRP 2017-2021 was uitgegaan van 6,7 km per jaar te vervangen of relinen. Dit was aangehouden als jaarlijks gemiddelde over een totale periode van 60 jaar.
Gemiddeld komen we nu op circa 6 km per jaar over de gehele periode van 60 jaar, maar hebben we dit realistischer verdeeld per periode van 10 jaar. Het gemiddelde over de gehele periode is iets lager dan in 2017, omdat er minder vrijvervalriolen in zettingsgevoelig gebied blijken te liggen volgens de openbare data.
In het GRP 2017-2021 verwachtten we gemiddeld 15% van de vrijvervalriolen aan het einde van hun technische levensduur te kunnen relinen. Dit percentage lijkt echter te hoog. Op basis van ervaringen van de afgelopen jaren verwachten we nu maar 5 a 10% van de riolen te kunnen relinen. Relinen betekent dat het bestaande riool blijft liggen, maar wel een nieuwe binnenwand krijgt. Relinen is vooral voordeliger en geeft minder overlast als de straat niet aan renovatie toe is, omdat we deze dan niet op hoeven te breken. Verzakkingen in het riool worden echter niet opgelost met relinen. Daarnaast heeft het weinig voordeel als we toch de straat open willen breken om een hemelwaterriool of drainage bij willen leggen.
Bijlage 10. Huidige verbeterd gescheiden stelsels
KRW1908 - Overzicht ombouwen VGS naar GS.xlsx
Om te bouwenVGS
Nr
Kern
Bemalingsgebied
Wijze van afvoer
Afvoer naar
CLUSER1
1
2
3
4
5
6
Bergambacht
Aan de watertoren
Knijpconstructie
Gemengd stelsel
Bergambacht
Hoofdbemalingsgebied
Knijpconstructie
Gemengd stelsel
Bergambacht
Oosterhoef
Knijpconstructie
Gemengd stelsel
Bergambacht
Timmerfabriekstraat / Nijverheidsstraat
Pomp
DWA-stelsel
Bergambacht
t Slot oost (Arendvan Arkellaan
Vrijverval
Via lamellenafscheider naar oppervlaktewater
Bergambacht
t Slotwest (Palissade)
Vrijverval
Via lamellenafscheider naar oppervlaktewater
CLUSER2
7
8
9
10
11
12
Ammerstol
Industrieweg
Knijpconstructie
Gemengd stelsel
Ammerstol
Elfstraat
Pomp
Gemengd stelsel
Berkenwoude
Prinses Beatrixstraat /Kon Julianastraat
Knijpconstructie
Gemengd stelsel
Krimpen aan den Lek
Admiraal de Ruyterstraat
Pomp
Gemengd stelsel
Krimpen aan den Lek
Neptunushof
Pomp
Gemengd stelsel
Krimpen aan den Lek
Speenhofstraat / Dertienhuizen
Pomp
Gemengd stelsel
CLUSER3
13
14
15
16
17
Lekkerkerk
Verlengde Luijtenstraat
Knijpconstructie
Gemengd stelsel
Lekkerkerk
Luijtenstraat
Knijpconstructie
Gemengd stelsel
Lekkerkerk
Wibautstraat
Pomp
Via lamellenafscheider naar oppervlaktewater
Lekkerkerk
Centrumgebied
Pomp
Via lamellenafscheider naar oppervlaktewater
Lekkerkerk
Van Zoestterrein
Knijpconstructie
Gemengd stelsel
CLUSER4
18
19
20
21
22
23
Schoonhoven
Thiendeland I - Noord
Pomp
Gemengd stelsel
Schoonhoven
Rottedamseweg
Vrijverval
Via lamellenafscheider naar oppervlaktewater
Schoonhoven
Buiten de Veerpoort
nnb
nnb
Stolwijk
Bovenkerk
Knijpconstructie
Gemengd stelsel
Stolwijk
Kunstschilderswijk
nnb
nnb
Stolwijk
Nieuwbouw Oost??
nnb
nnb
CLUSER5
24
25
26
27
28
Ouderkerk
Essenlaan/Hulshof
Pomp
Via lamellenafscheider naar oppervlaktewater
Ouderkerk
Reigerlaan/zwaluwhof
Pomp
Via lamellenafscheider naar oppervlaktewater
Ouderkerk
Kerkweg
Pomp
Naar oppervlaktewater
Ouderkerk
Abelenlaan
Vrijverval
Via lamellenafscheider naar oppervlaktewater
Ouderkerk
Zijdepark
Pomp
Via lamellenafscheider naar oppervlaktewater
CLUSER6
29
30
31
32
33
34
Gouderak
Snip
Pomp
Naar oppervlaktewater
Gouderak
Beemd
Vrijverval
Via lamellenafscheider naar oppervlaktewater
Gouderak
Iependaal
Pomp
Naar oppervlaktewater
Gouderak
Boezemsingel
Pomp
Via lamellenafscheider naar oppervlaktewater
Lageweg
Hoge Molenwerf
Pomp
Naar oppervlaktewater
Haastrecht
Stein
Vrijverval
Via lamellenafscheider naar oppervlaktewater
Bijlage 11. Exploitatiekosten
Kostensoort
2023
2024
2025
2026
2027
2028-2050
2051-2081
411888 loonkosten verdeling taakvelden
750.000
750.000
750.000
750.000
750.000
750.000
750.000
421000 belastingen en heffingen
16.800
16.800
16.800
16.800
16.800
16.800
16.800
438010 brandstofkosten
20.213
20.213
20.213
20.213
20.213
20.213
20.213
438020 energiekosten
281.970
281.970
281.970
281.970
281.970
281.970
281.970
438054 schoonmaakkosten
7.172
7.172
7.172
7.172
7.172
7.172
7.172
438057 waterverbruik
289
289
289
289
289
289
289
438059 beveiligingskosten
785
785
785
785
785
785
785
438062 verzekeringspremie
21.803
21.803
21.803
21.803
21.803
21.803
21.803
438107 abonnementen
155
155
155
155
155
155
155
438109 telefoniekosten
42.934
42.934
42.934
42.934
42.934
42.934
42.934
438111 aanschaf & onderhoud software
75.190
75.190
75.190
75.190
75.190
75.190
75.190
438113 datacommunicatie
147
1.513
1.513
1.513
1.513
1.513
1.513
438195 overige advies- en onderzoekskosten
156.000
156.000
156.000
156.000
156.000
156.000
156.000
438202 onderhoud kolken
73.130
73.130
73.130
73.130
73.130
73.130
73.130
438203 grootschalig beheer
99.395
99.395
99.395
99.395
99.395
99.395
99.395
438207 overigonderhoud en reparaties
36.567
42.402
42.402
42.402
42.402
42.402
42.402
438211 hoofdpost gemalenbeheer
26.200
26.200
26.200
26.200
26.200
26.200
26.200
438212 onderhoud vrijverval
73.130
73.130
73.130
73.130
73.130
73.130
73.130
438213 onderhoud grote gemalen
146.260
146.260
146.260
146.260
146.260
146.260
146.260
438214 inspectie riolering
104.648
104.648
104.648
104.648
104.648
104.648
104.648
438215 onderhoud grondwatermeetnet
60.000
60.000
60.000
60.000
60.000
60.000
60.000
438252 verwerkingskosten afval
9.817
0
0
0
0
0
0
438270 overigonderhoud bab
45.423
45.423
45.423
45.423
45.423
45.423
45.423
438271 overigonderhoud ndl
24.308
24.308
24.308
24.308
24.308
24.308
24.308
438272 overigonderhoud odk
39.449
39.449
39.449
39.449
39.449
39.449
39.449
438273 overigonderhoud shv
26.162
26.162
26.162
26.162
26.162
26.162
26.162
438274 overigonderhoud vls
81.370
81.370
81.370
81.370
81.370
81.370
81.370
438915 dekkingsplan
0
-25.750
-25.750
-25.750
-25.750
-25.750
-25.750
438999 overigegoederen en diensten
0
0
0
0
0
0
0
443300inkomensoverdrachten gr
151.410
151.410
151.410
151.410
151.410
151.410
151.410
25% kosten vegen
25% kostenbaggeren
26.523
26.523
26.523
26.523
26.523
26.523
26.523
10.635
10.635
10.635
10.635
10.635
10.635
10.635
Overhead 90% over deelloonkosten
675.000
675.000
675.000
675.000
675.000
675.000
675.000
SUBTOTAAL
3.082.885
3.054.519
3.054.519
3.054.519
3.054.519
3.054.519
3.054.519
Extra kosten extra medewerker
extra medewerker buitendienst (100% toegerekend)
55.000
55.000
55.000
55.000
55.000
55.000
Overheadskosten over extra FTE
49.500
49.500
49.500
49.500
49.500
49.500
subtotaal
104.500
104.500
104.500
104.500
104.500
104.500
Extra kosten extra medewerker
Klimaatadviseur (50% toegerekend)
50.000
50.000
50.000
50.000
50.000
0
Overheadskosten over extra FTE
45.000
45.000
45.000
45.000
45.000
0
Uren ODMH voorklimaat
30.000
30.000
30.000
30.000
10.000
0
stimulerende maatregelen klimaat
35.000
35.000
35.000
35.000
35.000
0
onderzoekskosten klimaat
10.000
10.000
10.000
10.000
10.000
0
SUBTOTAAL
170.000
170.000
170.000
170.000
150.000
0
totaal
3.082.885
3.329.019
3.329.019
3.329.019
3.329.019
3.309.019
3.159.019
totaal BTW-plichtige kosten
1.467.872
1.540.255
1.540.255
1.540.255
1.540.255
1.520.255
1.465.255
BTW 21%
308.253
323.454
323.454
323.454
323.454
319.254
307.704
Totaal incl BTW overBTW plichtige kosten
3.391.138
3.652.472
3.652.472
3.652.472
3.652.472
3.628.272
3.466.722
Inschatting extra budget "Overige advies- en onderzoekskosten"
Onderstaande kosten betreffen een grove raming van de uit te voeren maatregelen die betaald worden uit de post "Overige advies- en onderzoekskosten". In het Programma is voorgesteld deze post te verhogen van € 66.000 naar € 156.000 per jaar door middel van een administratieve verschuiving vanuit de posten "hoofdpost gemalenbeheer" en "onderhoud grondwatermeetnet". Op die posten is namelijk een overeenkomstige besparing gerealiseerd.
Onderstaande opsomming betreft niet alle kosten die jaarlijks gemaakt worden op de post "Overige advies- en onderzoekskosten". Daarom wordt in totaal voor deze post uitgegaan van een gemiddeld bedrag van € 156.000 per jaar.
Omschrijving
2023
2024
2025
2026
2027
Opmerking
Lozingsregels in het Omgevingsplan uitwerken
€ 0
pm
€ 0
€ 0
€ 0
Opstellenvan een strategie voor reiniging en inspectie van riolen
€ 10.000
€ 0
€ 0
€ 0
€ 0
Onderzoeknaar aangesloten hemelwater op drukriolering en
restcapaciteit drukriolering
exp
exp
exp
exp
exp
meenemen in meetplanen SSW's
Onderzoeknaar kwaliteit voedingskabels en vervangen indien
nodig
exp
exp
exp
exp
exp
eigen dienst/in bestaande exploitatie
Rioolbeheerbestand ontsluiten via de GWSW-serve
€ 5.000
€ 0
€ 0
€ 0
€ 0
kosten voor nulmeting
Gegevens van de gemalen centraalen uniform vastleggen
€ 0
€ 0
€ 0
€ 0
€ 0
eigen dienst
Beheerbestanden actueel en op orde houden
€ 0
€ 0
€ 0
€ 0
€ 0
eigen dienst/in bestaande exploitatie
Opstellenbeheerplannen
€ 15.000
€ 15.000
€ 15.000
Oefenen en actualiseren incidentenplan
€ 2.500
€ 0
€ 0
€ 2.500
€ 0
Vestigenzakelijk recht
pm
pm
pm
pm
pm
Inmeten drempels overstorten
€ 8.000
€ 8.000
€ 8.000
€ 8.000
€ 8.000
167gemengde en 64 HWA, voor ca 175 euro per stuk
Inmeten B.O.B.'s
€ 30.000
€ 30.000
€ 30.000
€ 30.000
€ 30.000
Voor deel van de bob's
OpstellenSSW’s
€ 22.000
€ 22.000
€ 22.000
€ 22.000
€ 22.000
Bronnen rioolvreemd water onderzoeken en afwegen
doelmatigheid van reduceren
€ 0
€ 0
€ 0
€ 0
€ 0
in meetplan en SSW meenemen
Onderzoeken en aanpassen optimaleverdeling capaciteit
rioolgemalen
€ 0
€ 0
€ 0
€ 0
€ 0
in SSW meenemen
Afstemmenen instellen juisteschakelpeilen
€ 0
€ 0
€ 0
€ 0
€ 0
in SSW meenemen
Afvalwaterakkoord sluiten per zuiveringskring
exp
exp
exp
exp
exp
eigen dienst/in bestaande exploitatie
Meetdatauitwisselen met hoogheemraadschappen
€ 0
€ 0
€ 0
€ 0
€ 0
eigen dienst/in meetplan meenemen
Opstellenvan een meetplan
€ 15.000
€ 3.000
€ 3.000
€ 3.000
€ 3.000
jaarlijksactualiseren voor volgendgebied
Inrichtenvan meetnet en onderhoud
€ 15.000
€ 15.000
€ 15.000
€ 15.000
€ 15.000
Analyserenvan meetdata
€ 15.000
€ 10.000
€ 10.000
€ 10.000
€ 10.000
Mogelijkheden voortzetting Samenwerkingsovereenkomst
Schuwachtonderzoeken
€ 0
€ 0
€ 0
€ 0
€ 0
eigen dienst/in bestaande exploitatie
Integraalcommunicatieplan opstellen
€ 10.000
Betere afspraken makenmet ODMH over controle op
bedrijfsmatige lozingen
€ 0
€ 0
€ 0
€ 0
€ 0
eigen dienst
Actualiseren omgevingsprogramma riolering en klimaatadaptatie
€ 0
€ 0
€ 0
€ 0
€ 30.000
Opstellenomgevingsprogramma stedelijk water
pm
pm
pm
pm
pm
onzeker of kostenvanuit riolering gedekt kunnen worden
Up tot date houden digitaal waterloket
€ 0
€ 0
€ 0
€ 0
€ 0
eigen dienst/in bestaande exploitatie
Totaal extra kosten
€ 137.500
€ 98.000
€ 103.000
€ 90.500
€ 133.000
Gehanteerde eenheidsprijzen exclusief BTW
Hoogte leiding
Eenheidsprijs
IBKW
Eenheidsprijs
KennisbankRioned
Te hanteren
programma
Eenheidsprijs relinen
KennisbankRioned
Percentage
te relinen
Eenheidsprijs met
reductie relinen
[mm]
[EUR/m]
[EUR/m]
[EUR/m]
[EUR/m]
[EUR/m]
[EUR/m]
0
100
100
0
€ 100
50
53
53
0
€ 53
63
67
67
0
€ 67
75
80
80
0
€ 80
80
85
85
0
€ 85
90
96
96
0
€ 96
100
106
106
0
€ 106
110
117
117
0
€ 117
125
377
377
0
€ 377
150
393
393
0
€ 393
160
400
400
0
€ 400
200
427
427
171
5%
€ 414
250
775
464
775
171
5%
€ 745
300
798
504
798
171
5%
€ 767
315
516
798
171
5%
€ 767
324
524
798
171
5%
€ 767
350
547
798
214
5%
€ 769
360
556
798
214
5%
€ 769
375
570
798
214
5%
€ 769
400
838
594
838
214
5%
€ 807
450
645
898
289
5%
€ 868
500
898
701
898
289
5%
€ 868
525
730
898
289
5%
€ 868
560
774
898
354
5%
€ 871
600
978
827
978
354
5%
€ 947
630
869
978
354
5%
€ 947
700
1115
940
1115
418
5%
€ 1.080
750
1.067
1115
439
5%
€ 1.081
800
1228
1.131
1228
439
5%
€ 1.189
900
1305
1.271
1305
750
5%
€ 1.277
1000
1437
1.428
1437
1.082
5%
€ 1.419
1050
1.513
1437
1.125
5%
€ 1.421
1250
1.909
1800
1.339
5%
€ 1.777
Mechanisch-elektrisch deel pompunits drukriolering
Aantal pompunits conform GRP 2017
Aanlegjaar
Aantal volgens GRP2017 te vervangen in
2016-2022 2023 en verder
totaal
onbekend
32
6
38
1983
0
1
1
1984
15
98
113
1985
4
15
19
1986
17
136
153
1987
13
246
259
1988
29
32
61
1994
3
54
57
1995
34
1
35
1996
210
2
212
1997
5
12
17
1998
25
158
183
1999
89
0
89
2000
10
0
10
2001
21
0
21
2002
8
0
8
2003
0
30
30
2004
0
70
70
2005
0
299
299
2006
0
8
8
2007
0
13
13
2008
0
40
40
2009
0
4
4
2010
0
14
14
2011
0
10
10
2012
0
23
23
2013
0
3
3
2014
0
15
15
Aantal pompunits conform GRP 2017
515
1290
1805
eenheidsprijs conform GRP2017
€ 6.730
€ 6.730
€ 13.460
totale waarde ex BTW
€ 3.465.950
€ 8.681.700
€ 12.147.650
verwachte levensduur [jaar]
25
20
verwachte levensduur na vervanging
25
25
Mee te nemeninvestering in kostendekkingsplan per jaar, exclBTW
totaal
Tussen 2022 en 2042
€ 0
€ 434.085
€ 434.085
Vanaf 2043
€ 138.638
€ 347.268
€ 485.906
Bouwkundig deel pompunits drukriolering
Aantal pompunits conform GRP 2017
Aanlegjaar
Aantal volgens GRP2017 te vervangen in
2016-2022 2023 en verder
totaal
onbekend
0
38
38
1983
0
1
1
1984
0
113
113
1985
0
19
19
1986
0
153
153
1987
0
259
259
1988
0
61
61
1994
0
57
57
1995
0
35
35
1996
0
212
212
1997
0
17
17
1998
0
183
183
1999
0
89
89
2000
0
10
10
2001
0
21
21
2002
0
8
8
2003
0
30
30
2004
0
70
70
2005
0
299
299
2006
0
8
8
2007
0
13
13
2008
0
40
40
2009
0
4
4
2010
0
14
14
2011
0
10
10
2012
0
23
23
2013
0
3
3
2014
0
15
15
Aantal pompunits conform GRP 2017
0
1805
1805
eenheidsprijs conform GRP2017
€ 1.500
€ 1.500
€ 3.000
totale waarde ex BTW
€ 0
€ 2.707.500
€ 2.707.500
verwachte levensduur [jaar]
60
60
Mee te nemeninvestering in kostendekkingsplan per jaar, exclBTW
totaal
Tussen 2022 en 2042
€ 0
€ 0
€ 0
Vanaf 2043
€ 0
€ 87.339
€ 87.339
Mechanisch-elektrisch deel hoofdgemalen
Aantal hoofdgemalen GRP2017
190
totale waarde ex BTW conform GRP2017
€ 5.040.000
verwachte levensduur [jaar]
20
Mee te nemeninvestering in kostendekkingsplan per jaar, exclBTW
2022 tot en met 2081
€ 252.000
In Programma op te nemen investering per jaar
Mechanisch-elektrisch
bouwkundig
afschrijvingstermijn
Vervangingsjaar
15
pompunits
15
hoofdgemalen
ME
15
totaal
40
pompunits
40
hoofdgemalen
bouwkundig
40
totaal
2022
€ 434.085
€ 252.000
staat C
€ 0
€ 0
staat C
2023
€ 434.085
€ 252.000
staat C
€ 0
€ 0
staat C
2024
€ 434.085
€ 252.000
staat C
€ 0
€ 0
staat C
2025
€ 434.085
€ 252.000
staat C
€ 0
€ 0
staat C
2026
€ 434.085
€ 252.000
staat C
€ 0
€ 0
staat C
2027
€ 434.085
€ 252.000
€ 686.085
€ 0
€ 0
€ 0
2028
€ 434.085
€ 252.000
€ 686.085
€ 0
€ 0
€ 0
2029
€ 434.085
€ 252.000
€ 686.085
€ 0
€ 0
€ 0
2030
€ 434.085
€ 252.000
€ 686.085
€ 0
€ 0
€ 0
2031
€ 434.085
€ 252.000
€ 686.085
€ 0
€ 0
€ 0
2032
€ 434.085
€ 252.000
€ 686.085
€ 0
€ 0
€ 0
2033
€ 434.085
€ 252.000
€ 686.085
€ 0
€ 0
€ 0
2034
€ 434.085
€ 252.000
€ 686.085
€ 0
€ 0
€ 0
2035
€ 434.085
€ 252.000
€ 686.085
€ 0
€ 0
€ 0
2036
€ 434.085
€ 252.000
€ 686.085
€ 0
€ 0
€ 0
2037
€ 434.085
€ 252.000
€ 686.085
€ 0
€ 0
€ 0
2038
€ 434.085
€ 252.000
€ 686.085
€ 0
€ 0
€ 0
2039
€ 434.085
€ 252.000
€ 686.085
€ 0
€ 0
€ 0
2040
€ 434.085
€ 252.000
€ 686.085
€ 0
€ 0
€ 0
2041
€ 434.085
€ 252.000
€ 686.085
€ 0
€ 0
€ 0
2042
€ 434.085
€ 252.000
€ 686.085
€ 0
€ 0
€ 0
2043
€ 485.906
€ 252.000
€ 737.906
€ 87.339
€ 0
€ 87.339
2044
€ 485.906
€ 252.000
€ 737.906
€ 87.339
€ 0
€ 87.339
2045
€ 485.906
€ 252.000
€ 737.906
€ 87.339
€ 0
€ 87.339
2046
€ 485.906
€ 252.000
€ 737.906
€ 87.339
€ 0
€ 87.339
2047
€ 485.906
€ 252.000
€ 737.906
€ 87.339
€ 0
€ 87.339
2048
€ 485.906
€ 252.000
€ 737.906
€ 87.339
€ 0
€ 87.339
2049
€ 485.906
€ 252.000
€ 737.906
€ 87.339
€ 0
€ 87.339
2050
€ 485.906
€ 252.000
€ 737.906
€ 87.339
€ 0
€ 87.339
2051
€ 485.906
€ 252.000
€ 737.906
€ 87.339
€ 0
€ 87.339
2052
€ 485.906
€ 252.000
€ 737.906
€ 87.339
€ 0
€ 87.339
2053
€ 485.906
€ 252.000
€ 737.906
€ 87.339
€ 0
€ 87.339
2054
€ 485.906
€ 252.000
€ 737.906
€ 87.339
€ 0
€ 87.339
2055
€ 485.906
€ 252.000
€ 737.906
€ 87.339
€ 0
€ 87.339
2056
€ 485.906
€ 252.000
€ 737.906
€ 87.339
€ 0
€ 87.339
2057
€ 485.906
€ 252.000
€ 737.906
€ 87.339
€ 0
€ 87.339
2058
€ 485.906
€ 252.000
€ 737.906
€ 87.339
€ 0
€ 87.339
2059
€ 485.906
€ 252.000
€ 737.906
€ 87.339
€ 0
€ 87.339
2060
€ 485.906
€ 252.000
€ 737.906
€ 87.339
€ 0
€ 87.339
2061
€ 485.906
€ 252.000
€ 737.906
€ 87.339
€ 0
€ 87.339
2062
€ 485.906
€ 252.000
€ 737.906
€ 87.339
€ 0
€ 87.339
2063
€ 485.906
€ 252.000
€ 737.906
€ 87.339
€ 0
€ 87.339
2064
€ 485.906
€ 252.000
€ 737.906
€ 87.339
€ 0
€ 87.339
2065
€ 485.906
€ 252.000
€ 737.906
€ 87.339
€ 0
€ 87.339
2066
€ 485.906
€ 252.000
€ 737.906
€ 87.339
€ 0
€ 87.339
2067
€ 485.906
€ 252.000
€ 737.906
€ 87.339
€ 0
€ 87.339
2068
€ 485.906
€ 252.000
€ 737.906
€ 87.339
€ 0
€ 87.339
2069
€ 485.906
€ 252.000
€ 737.906
€ 87.339
€ 0
€ 87.339
2070
€ 485.906
€ 252.000
€ 737.906
€ 87.339
€ 0
€ 87.339
2071
€ 485.906
€ 252.000
€ 737.906
€ 87.339
€ 0
€ 87.339
2072
€ 485.906
€ 252.000
€ 737.906
€ 87.339
€ 0
€ 87.339
2073
€ 485.906
€ 252.000
€ 737.906
€ 87.339
€ 0
€ 87.339
2074
€ 485.906
€ 252.000
€ 737.906
€ 87.339
€ 0
€ 87.339
2075
€ 485.906
€ 252.000
€ 737.906
€ 87.339
€ 0
€ 87.339
2076
€ 485.906
€ 252.000
€ 737.906
€ 87.339
€ 0
€ 87.339
2077
€ 485.906
€ 252.000
€ 737.906
€ 87.339
€ 0
€ 87.339
2078
€ 485.906
€ 252.000
€ 737.906
€ 87.339
€ 0
€ 87.339
2079
€ 485.906
€ 252.000
€ 737.906
€ 87.339
€ 0
€ 87.339
2080
€ 485.906
€ 252.000
€ 737.906
€ 87.339
€ 0
€ 87.339
2081
€ 485.906
€ 252.000
€ 737.906
€ 87.339
€ 0
€ 87.339
Bouwkundig deel hoofdgemalen zit in eenheidsprijzen rioolvervanging
Bijlage 13. Uitgangspunten kostendekkingsberekeningen
Planningshorizon
Bij de berekening van het tarief voor de rioolheffing gaan we uit van een planningshorizon van 60 jaar.
Deze termijn is gekoppeld aan de maximale technische levensduur van de rioleringsobjecten in Krimpenerwaard. Binnen een periode van 60 jaar zijn alle objecten minimaal één maal vervangen.
Tarieven rioolheffing
De gemeente hanteert een gebruikerstarief. Het tarief voor de rioolheffing in 2022 is:
•woning 1 persoon
€ 192,40
•woning meerpersoons
€ 256,50
•niet-woningen
0,0796% van de WOZ-waarde met een maximum van € 1.130,85
Inkomsten rioolheffing
De totale inkomsten uit rioolheffing in 2022 zijn begroot op € 6.088.461. Deze zijn als volgt verdeeld:
woning 1 persoon
€ 1.290.979 over 6.710 aanslagen
woning meerpersoons
€ 4.129.703 over 16.100 aanslagen
niet-woningen
€ 667.779 over 2.901 aanslagen
Onderscheid tariefsklassen in de kostendekkingsberekening
In de berekening kan aan de inkomstenkant uitgegaan worden van één tarief, namelijk het tarief voor meerpersoonshuishoudens. De totale inkomsten van de drie tariefsklassen worden omgerekend naar een fictief aantal meerpersoonshuishoudens. De gemeente verdeelt de benodigde totale inkomsten dan later zelf over de verschillende tariefsklassen. Voor 2022 komt dit neer op 23.737 fictieve eenheden.
Tariefegalisatievoorziening
In overeenstemming met de BBV wordt gebruik gemaakt van een tariefsegalisatievoorziening, om ongewenste schommelingen in het rioolrecht te voorkomen (art. 43, lid 1b). De voorziening wordt gevormd voor kosten die in een volgend begrotingsjaar worden gemaakt. Dit leidt tot een gelijkmatige verdeling van de lasten voor de burger, over een aantal begrotingsjaren.
Artikel 45 van het BBV (toelichting) bepaalt dat rentetoevoegingen aan voorzieningen zijn toegestaan, mits deze zijn gewaardeerd tegen contante waarde. In Krimpenerwaard rekenen we geen rente toe aan de tariefsegalisatie- voorziening.
Saldo voorziening
De stand van de voorziening per 1 januari 2022 bedraagt € 12.042.908,-- De voorziening is erg ruim en mag zakken naar een lager bedrag.
De voorziening kunnen we laten zakken door de inkomsten uit de rioolheffing tijdelijk lager te laten zijn dan de kosten. Het lagere tarief wordt dan dus gecompenseerd door een dotatie uit de voorziening.
Inflatie
In de begroting wordt geen rekening gehouden met inflatie. In het GRP 2017-2021 is dit eveneens niet gedaan. De inflatie is momenteel vrij onvoorspelbaar. In de kostendekkingsberekening hanteren we ook geen inflatie- correctie, we gaan uit van een inflatie van 0%. In de praktijk kan de gemeente jaarlijks een indexatie toepassen op het in het Programma geprognosticeerde tarief van de rioolheffing. Dit hoeft niet gelijk te zijn aan de werkelijke
inflatie, omdat niet alle kosten met de inflatie stijgen. De kapitaallasten over reeds uitgevoerde investeringen stijgen bijvoorbeeld niet ten gevolge van inflatie. Door eens in de 5 jaar het kostendekkingsplan te actualiseren, of een keer extra naar behoefte, is tijdig genoeg bij te sturen.
Alle in dit Programma genoemde bedragen zijn op prijspeil 1 januari 2022, inclusief van toepassing zijnde bijkomende kosten uitvoering, winst en risico, voorbereiding, honorarium en toezicht en exclusief BTW.
Rente
De rente over de boekwaarde bedraagt 0,8%.
Over de stand voor de voorziening wordt geen rente toegerekend.
Afschrijvingsmethode en criteria
Voor afschrijving wordt de lineaire methode toegepast. Afschrijven en toerekenen van rente start vanaf het boekjaar volgend op het jaar waarin het kapitaalgoed gereed komt / verworven wordt.
Onderscheid wordt gemaakt in de technische levensduur en de economische afschrijvingstermijn. De technische levensduur en economische afschrijvingstermijnen mogen afwijken. Volgens de richtlijnen uit de BBV, moeten de afschrijving en de afschrijvingstermijn zo goed mogelijk aansluiten op de feitelijke waardedaling van de vrijverval- riolering. Het voorzichtigheidsbeginsel leidt ertoe dat, indien de economische levensduur korter is dan de technische levensduur, afgeschreven moet worden op basis van de economische levensduur.
De in de berekening gehanteerde afschrijvingstermijnen zijn weergegeven in tabel 1. De hierin vermelde technische levensduur is de gemiddelde levensduur van de rioleringsobjecten in Krimpenerwaard. Voor gemalen en drukrioolpompen zijn twee technische afschrijvingstermijnen aangegeven voor het mechanisch-elektrisch deel. Na vervanging wordt uitgegaan van een hogere technische afschrijvingstermijn, omdat materialen tegenwoordig van betere kwaliteit zijn.
Tabel 1. Afschrijvingstermijnen
Object
Technisch
[jaren]
Economisch
[jaren]
Vrijvervalriolen
Zie bijlage9
40
Mechanische riolering
60
40
Gemalen-bouwkundig
60
40
Gemalen-mechanisch/elektrisch
20/25
15
Drukrioolpompen-bouwkundig
60
40
Drukrioolpompen-mechanisch/elektrisch
20/25
15
Klimaatadaptatiemaatregelen
60
40
Grondwatermaatregelen
60
40
BTW
De geraamde BTW op zowel goederen als diensten en investeringen mogen in het riooltarief worden meegenomen. Het product riolering is BTW-compensabel, BTW kan volledig worden gecompenseerd. In het Programma worden alle bedragen exclusief BTW weergegeven. Het uiteindelijke tarief is wel inclusief alle compensabele BTW.
Over de investeringen en de exploitatielasten rekenen we de BTW-component mee. De uitkering uit het
BTW-compensatiefonds komt niet ten goede van de voorziening riolering. BTW over investeringen wordt in de tariefsberekening meegenomen als 21% over het afschrijvingsdeel van de kapitaallasten in dat jaar.
Kwijtschelding
De kwijtschelding van de rioolheffing bedroeg in 2022 naar verwachting € 169.292. Dit komt overeen met 660 keer het tarief van een woning meerpersoons. Voor de kostendekkendheidsberekening wordt dit aantal voor elk jaar aangehouden.
Bijlage 14. Kostendekkingsberekeningen
Kostendekkingsberekeningen
Scenario 1a. Inclusief klimaatadaptatie, voorziening minimaal ca 4 miljoen
Kostendekkingsberekeningen
Scenario 1b. Inclusief klimaatadaptatie, voorziening minimaal ca 1 miljoen
Kostendekkingsberekeningen
Scenario 2a. Exclusief klimaatadaptatie, voorziening minimaal ca 4 miljoen
Kostendekkingsberekeningen
Scenario 2b. Exclusief klimaatadaptatie, voorziening minimaal ca 1 miljoen