Aanhef
De raad van de gemeente Krimpenerwaard,
Gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 18 november 2025 inzake Participatiebeleid en participatieverordening
gelet op de Omgevingswet en Wet versterking participatie op decentraal niveau.
Besluit:
1het Participatiebeleid gemeente Krimpenerwaard 2026 vast te stellen;
2de Participatieverordening gemeente Krimpenerwaard 2026 vast te stellen.
2. Participatie in de gemeente Krimpenerwaard
2.2 Definities van participatie
2.2.1 Burgerparticipatie
De gemeente neemt het initiatief en betrekt inwoners, ondernemers en maatschappelijke organisaties actief bij beleid, plannen of projecten. Het doel is dat beleid beter aansluit bij de behoeften van de samenleving. Voorbeelden zijn: bewonersbijeenkomsten over mantelzorgondersteuning, inspraak bij de herinrichting van een dorpsplein, en wijkavonden over ervaren onveiligheid, waarbij samen met bewoners en politie veiligheidsmaatregelen worden opgesteld.
2.2.2 Overheidsparticipatie
Het initiatief komt vanuit inwoners, organisaties of samenwerkingsverbanden. De gemeente sluit aan, denkt mee en ondersteunt waar mogelijk, bijvoorbeeld met kennis, netwerk of middelen. Voorbeelden zijn: een bewonersgroep die een ontmoetingsplek voor jongeren start, of een energiecoöperatie die een plan voor een zonneveld ontwikkelt, waarbij de gemeente ondersteunt bij vergunningen, afstemming met omwonenden en ruimtelijke inpassing.
2.2.3 Initiatievenparticipatie
Het initiatief komt van inwoners, bedrijven of organisaties. De initiatiefnemer organiseert zelf de participatie; de gemeente ziet toe op zorgvuldigheid. Initiatiefnemers kunnen niet publiekrechtelijk verplicht worden tot participatie, maar bij grootschalige projecten kunnen via privaatrechtelijke overeenkomsten afspraken worden gemaakt over uitvoering en kwaliteit, conform het participatiebeleid. Voorbeelden zijn: een zorgaanbieder die een nieuwe woonvorm voor ouderen ontwikkelt en bewoners betrekt, of een projectontwikkelaar die woningen bouwt en in gesprek gaat met omwonenden, waarbij de gemeente het proces toetst.
3. Wettelijk kader
3.2 Omgevingswet en participatie
3.2.1 Omgevingsvisie
•Beeldvormend: schetst perspectieven en toekomstbeelden.
•Participatie: breed betrekken van inwoners, bedrijven en organisaties via scenario’s of situatieschetsen.
•Motiveringsplicht: vastleggen hoe betrokkenen zijn geraadpleegd en hoe het participatiebeleid is toegepast (artikel 10.7 Omgevingsbesluit).
3.2.2 Omgevingsprogramma
•Formuleert beleid en maatregelen voor de fysieke leefomgeving.
•Participatie: helpt bij zorgvuldige keuzes en verkenning van belangen.
•Motiveringsplicht: vastleggen wie is betrokken en hoe het participatiebeleid is toegepast (artikel 10.8 Omgevingsbesluit).
3.2.3 Omgevingsplan
•Vertaalt ambities en beleidsdoelen naar juridische regels (functietoewijzing, vergunningplicht, meldingsplicht, etc.).
•Participatie: cruciaal bij voorbereiding.
•Kennisgeving: vooraf aangeven hoe participatie wordt vormgegeven (artikel 10.2 lid 1).
•Motiveringsplicht: motiveren hoe participatie is uitgevoerd en hoe resultaten zijn verwerkt (artikel 10.2 lid 2).
•Betrokkenheid en uitvoering: afhankelijk van type, aard, omvang en impact van de wijziging; gemeente blijft altijd eindverantwoordelijk.
3.2.4 Omgevingsvergunning
Met de komst van de Omgevingswet geldt bij alle aanvragen voor een omgevingsvergunning de aanvraagvereiste participatie. Dit houdt in dat de initiatiefnemer bij de aanvraag moet aangeven of er participatie heeft plaatsgevonden, en zo ja, hoe inwoners, ondernemers en andere belanghebbenden zijn betrokken en wat de resultaten daarvan zijn.
De doelstelling hiervan is niet het voorschrijven van de vorm van participatie. Initiatiefnemers hebben volledige vrijheid in hoe zij participatie vormgeven, maar worden gestimuleerd om het gemeentelijke participatiebeleid als leidraad te gebruiken.
1Geen participatie uitgevoerd
Als een initiatiefnemer aangeeft geen participatie te hebben uitgevoerd, is dit geen reden om de vergunning te weigeren. De gemeente kan deze informatie echter wel meenemen in de integrale belangenafweging bij de besluitvorming. Daarnaast kan de gemeente gebruikmaken van bevoegdheden uit de Algemene wet bestuursrecht (Awb), bijvoorbeeld het horen van belanghebbenden, om aanvullende informatie te verkrijgen.
2Verplichte participatie bij buitenplanse omgevingsplanactiviteiten (BOPA)
Voor sommige activiteiten die buiten het Omgevingsplan vallen (zogenaamde BOPA-activiteiten) heeft de gemeenteraad participatie verplicht gesteld via de Lijst verplichte participatie Omgevingswet gemeente Krimpenerwaard 2024. Voor reguliere activiteiten blijft participatie door initiatiefnemers formeel vrijwillig.
•Initiatiefnemers leveren bij de aanvraag een verslag aan van de uitgevoerde participatie en de resultaten.
•De vorm van participatie is aan de initiatiefnemer zelf, maar moet aantoonbaar zorgvuldig zijn.
•Als geen participatie heeft plaatsgevonden bij een BOPA-activiteit, kan de gemeente de initiatiefnemer verzoeken om alsnog informatie aan te leveren over de uitgevoerde participatie en de resultaten daarvan. Indien deze informatie niet wordt aangeleverd, kan de gemeente de aanvraag buiten behandeling laten.
3Beoordeling van participatie
De gemeente beoordeelt altijd of een participatietraject voldoende en zorgvuldig is verlopen.
De beoordeling is een collegebevoegdheid, ondersteund door interne beleidsregels over hoe participatietrajecten van initiatiefnemers worden getoetst.
4Mogelijke interventies van de gemeente bij onvoldoende participatie
Wanneer participatie door een initiatiefnemer onvoldoende blijkt, kan de gemeente verschillende aanvullende stappen ondernemen om de belangen van de omgeving alsnog te borgen:
•Actief contact opnemen met belanghebbenden
De gemeente kan zelf contact zoeken met omwonenden, organisaties of maatschappelijke partijen om te achterhalen wat er leeft rond het initiatief.
•Gerichte oproep voor inbreng
Bij aanvragen die volgens de reguliere procedure worden behandeld, kan de gemeente actief een oproep doen om standpunten en belangen kenbaar te maken. Deze reacties worden meegewogen bij de voorbereiding van het besluit.
•Toepassen van de uitgebreide voorbereidingsprocedure
Indien de aanvraag daarvoor in aanmerking komt, kan het college besluiten de uitgebreide voorbereidingsprocedure toe te passen (artikel 16.36 Omgevingswet). In dat geval wordt een ontwerpbesluit ter inzage gelegd en kunnen belanghebbenden formele zienswijzen indienen. Een aanvraag komt in aanmerking voor de uitgebreide voorbereidingsprocedure wanneer dit wettelijk verplicht is (bijvoorbeeld bij m.e.r.-plichtige activiteiten), of wanneer het college, gelet op de aard, omvang, locatie of gevolgen van de activiteit, dit nodig acht om een zorgvuldige belangenafweging mogelijk te maken.
Door deze instrumenten bewust in te zetten, kan de gemeente waarborgen dat de omgeving ook bij onvoldoende participatie door initiatiefnemers op een passende en transparante manier wordt betrokken. Participatie blijft dan een krachtig middel om draagvlak, betrokkenheid en kwaliteit in de besluitvorming te versterken.
3.2.5 Relatie tussen omgevingsvergunning en wijziging van het omgevingsplan
Een aanvraag omgevingsvergunning kan leiden tot een wijziging van het omgevingsplan, maar een omgevingsvergunning wijzigt het omgevingsplan zelf niet. Indien wordt gekozen om het omgevingsplan daadwerkelijk te wijzigen, geldt dat hiervoor een afzonderlijk besluitvormingsproces wordt doorlopen. De gemeente is in dat geval wettelijk verplicht om participatie te organiseren. Dat betekent ten minste: een kennisgeving van het voornemen tot wijziging, het bieden van gelegenheid voor belanghebbenden en inwoners om een reactie te geven, en een gemotiveerde terugkoppeling over wat met deze input is gedaan.
Het proces om een vergunning te krijgen voor een activiteit die niet in het omgevingsplan past, moet goed aansluiten op het aanpassen van het omgevingsplan zelf. Zo voorkomen we dat inwoners en andere betrokkenen twee keer om hun mening wordt gevraagd, en voldoen we tegelijkertijd aan de wettelijke regels.
Belangrijke uitgangspunten bij deze koppeling zijn:
•Kennisgeving: naast de kennisgeving van de omgevingsplanwijziging kan ook een afzonderlijke kennisgeving van de oproep voor participatie worden gedaan, of beide kunnen tegelijk. Deze worden in de daarvoor aangewezen media gepubliceerd.
•Duidelijkheid over plannen: maak expliciet onderscheid tussen een gebiedsontwikkelingsplan of ontwerpplan en het omgevingsplan. De participatie kan parallel lopen, maar het betreft verschillende plannen en besluitvormingstrajecten.
•Input benutten: in verslaglegging wordt zichtbaar gemaakt dat de opgehaalde reacties mede input vormen voor de omgevingsplanwijziging.
•Inclusiviteit: de gemeente toont aan dat ‘eenieder’ de mogelijkheid is geboden om deel te nemen en te reageren.
•Rolverdeling en verantwoordelijkheid: een samenwerkingspartner kan participatie rondom een ontwikkelplan uitvoeren, maar de gemeente blijft altijd verantwoordelijk voor de participatie en besluitvorming rondom de wijziging van het omgevingsplan. De gemeenteraad motiveert uiteindelijk welke belangen zijn afgewogen en hoe participatieresultaten zijn verwerkt in de regels van het omgevingsplan.
•Transparantie: er worden vaste momenten gepland waarop wordt toegelicht wat met de opgehaalde reacties is gedaan en welke weerslag dat heeft gekregen in het omgevingsplan.
Fase
Activiteit
Verantwoordelijke
Uitkomst
Initiatief
Verkenning omgevingsplan
Initiatiefnemer/gemeente
Startnotitie
Kennisgeving
Aankondiging participatie
Gemeente
Publicatie
Participatie
Ophalen reacties
Gemeente/initiatiefnemer
Participatieverslag
Afweging
Verwerking input
Gemeente
Ontwerp-wijziging
Besluitvorming
Vaststelling wijziging
Gemeenteraad
Gewijzigd omgevingsplan
Terugkoppeling
Uitleg verwerking reacties
Gemeente
Openbare toelichting
3.2.6 Participatie externe initiatiefnemers via privaatrecht
De Omgevingswet verplicht alleen de gemeente tot participatie bij een wijziging van het omgevingsplan; initiatiefnemers zijn daartoe formeel niet verplicht. Voor grootschalige projecten is het echter wenselijk participatie zoveel mogelijk in lijn met gemeentelijk beleid te organiseren. Dit kan via het privaatrecht geregeld worden.
Privaatrechtelijke afspraken met initiatiefnemers (bijvoorbeeld in samenwerkingsovereenkomsten) kunnen vastleggen:
•wie welke participatieactiviteiten organiseert,
•inhoudelijke en procesmatige kwaliteitscriteria vanuit gemeentelijk beleid,
•verslaglegging en terugkoppeling van resultaten.
Deze afspraken ondersteunen de uitvoering van participatie en zorgen dat deze aansluit bij gemeentelijke kaders. Ze vervangen echter niet de wettelijke verplichtingen van de gemeente. De gemeente blijft verantwoordelijk voor naleving van de Omgevingswet en motiveert hoe resultaten in besluiten zijn verwerkt.