Aanhef
Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Krimpenerwaard;
besluit:
vast te stellen de Nadere regels Jeugdhulp Krimpenerwaard 2026.
4 Persoonsgebonden budget (pgb): voorwaarden en kwaliteit
4.2 Pgb bij formele hulp
4.2.1 Verplichtingen aan de hulpverlener bij formele hulp
Jeugdwet
De formele hulpverlener met rechtspersoonlijkheid die zorg verleent, moet ingeschreven staan bij de KvK.
4.2.2 Kwaliteitseisen aan de formele hulpverlener
Jeugdwet
1De formele hulpverlener beschikt over relevante diploma’s die nodig zijn voor de het geven van de hulp. De gemeente beoordeelt of dit nodig is.
2De formele hulpverlener werkt voor het verlenen van hulp met een plan van aanpak. Deze is besproken met de inwoner en gemeente en is afgestemd op de behoeften van de inwoner.
3De formele hulpverlener werkt, op een aantoonbare manier, aan de doelen die de inwoner samen met de consulent van de gemeente heeft opgesteld. De hulpverlener werkt daarbij actief en integraal samen met andere zorgverleners in het belang van de inwoner.
4De formele hulpverlener weet wat hij kan en mag en kan dus aangeven wanneer andere ondersteuning is gewenst of wanneer op- of afgeschaald kan worden.
5De formele hulpverlener draagt zorg voor een evaluatieverslag over de resultaten die door de inzet van het pgb worden bereikt.
6De gemeente eist van de formele hulpverlener dat deze in het bezit is van een VOG, namelijk screeningsprofiel 45 (gezondheidszorg en welzijn van mens en dier) als bedoeld in artikel 28 van de “Wet justitiële en strafvorderlijke gegevens voor beroepskrachten en andere personen die voor hun beroep met zijn cliënten in contact kunnen komen”. De VOG mag niet eerder zijn afgegeven dan drie maanden voor het tijdstip waarop de zorgverlener voor de aanbieder ging werken. De gemeente kan bepalen dat elke drie jaar de VOG opnieuw moet worden aangevraagd.
7Wanneer een zorgverlener is geregistreerd bij SKJ, het beroepsregister voor jeugdprofessionals in Nederland, dan is een aanvraag van een VOG, vanwege de controle-eisen bij het SKJ, niet noodzakelijk.
8De formele hulpverlener is geregistreerd bij SKJ, BIG of een ander relevant beroepsregister, zoals NVO of NIP, die richtlijnen heeft gemaakt over de kwaliteit van werken. Als er sprake is van inschrijving in een ander beroepsregister dan stelt de verwijzer vast of deze ook past bij de te bieden hulp.
9De formele hulpverlener die vanwege gestelde opleidingseisen niet in een register kan worden ingeschreven, maar minimaal beschikt over een relevante opleiding op tenminste MBO 4 niveau, kan worden ingezet voor begeleiding regulier, logeeropvang regulier en vervoer (zie artikel 2.6).
10De formele hulpverlener heeft bij een incident of calamiteit een meldplicht aan de gemeente en/of de IGJ. Huiselijk geweld en kindermishandeling worden altijd gemeld bij Veilig Thuis.
11De formele hulpverlener is verplicht een melding te doen in de verwijsindex risicojongeren. Ook is het verplicht om de Meldcode Huiselijk Geweld en Kindermishandeling na te leven.
12De formele hulpverlener is niet bekend bij de gemeente vanwege ondeskundige zorg, het handelen in strijd met relevante wetgeving, misleiding, fraude en/of uitbuiting van personeel.
13Bovengenoemde kwaliteitseisen worden door de gemeente getoetst.
4.3 Pgb bij hulp door informele hulp (sociaal netwerk)
4.3.1 Jeugdhulp door personen uit het sociaal netwerk
Jeugdwet
1Jeugdhulp kan worden uitgevoerd door een persoon uit het sociaal netwerk in de vorm van een pgb.
2Jeugdhulp door een persoon uit het sociaal netwerk kan zijn: begeleiding jeugd en logeren (basis). Een pgb voor vervoer is alleen mogelijk in combinatie met een andere vorm van hulp, zie artikel 2.6. Behandeling kan niet gegeven worden door de persoon die deel uitmaakt van het sociale netwerk.
4.3.2 Kwaliteitseisen aan de informele hulpverlener (sociaal netwerk)
Jeugdwet
1Als een inwoner leerbaar is, wordt verwacht dat de hulpverlener zich richt op het aanleren van vaardigheden in plaats van taken overnemen.
2De informele hulpverlener werkt actief en integraal samen met andere zorgverleners in het belang van de inwoner die hulp ontvangt.
3De informele hulpverlener werkt aantoonbaar aan de doelen die de inwoner samen met de gemeente heeft opgesteld.
4De informele hulpverlener draagt zorg voor een evaluatieverslag over de resultaten die door de inzet van het pgb worden bereikt.
5De informele hulpverlener weet wat hij kan en mag en kan dus aangeven wanneer andere ondersteuning is gewenst of wanneer op- of afgeschaald moet worden.
6De informele hulpverlener moet, indien gevraagd, beschikken over een VOG zijnde screeningsprofiel 45 (gezondheidszorg en welzijn van mens en dier) als bedoeld in artikel 28 van de “Wet justitiële en strafvorderlijke gegevens voor beroepskrachten en andere personen die voor hun beroep met zijn cliënten in contact kunnen komen”. De VOG is niet ouder is dan 12 maanden voorafgaand aan de ingangsdatum van de hulp. De gemeente kan bepalen dat elke drie jaar de VOG opnieuw moet worden aangevraagd.
7De informele hulpverlener heeft bij een incident of calamiteit een meldplicht aan de gemeente en/of de IGJ. Huiselijk geweld en kindermishandeling worden altijd gemeld bij Veilig Thuis.
8De informele hulpverlener is bij de gemeente niet bekend vanwege ondeskundige zorg, het handelen in strijd met relevante wetgeving, misleiding en/of fraude.
9Bovengenoemde kwaliteitseisen worden door de gemeente getoetst.
Bijlage 1. Berekeningsformule hoogte vervoersvoorziening
Een vervoersvoorziening voor een jeugdige is noodzakelijk als ouders en/of de jeugdige niet in staat zijn op eigen kracht, of met behulp van hun eigen netwerk, vervoer te organiseren naar de jeugdhulplocatie. Voor deze vervoersvoorziening geldt een formule (zie ook artikel 4.7, achtste lid van de Verordening).
Aanspraak op vervoer ontstaat als de uitkomst van het (aantal maanden behandeling in totaal) x (aantal keren behandeling per week) x (aantal weken behandeling per maand) x (aantal kilometers enkele reis) x 0,25 (= wegingsfactor) gelijk of groter is dan 250. De variabele onderdelen zijn afhankelijk van de persoonlijke situatie van de jeugdige. Is de uitkomst gelijk aan of groter dan 250 dan kan aanspraak gemaakt worden op vervoer. Dit is de formule die ook door de zorgverzekeraar werd toegepast voor 2015 (hardheidsclausule zorgverzekeringwet).
A
B
C
Totaal aantal maanden
6
4
12
x Aantal keren per week
3
5
1
x Aantal weken per maand
4
4
4
x Aantal kilometers enkele reis
40
15
9
x Wegingsfactor
0,25
0,25
0,25
= Uitkomst
720
300
108
Figuur 1: Berekeningsformule hoogte vervoersvoorziening
Rekenvoorbeeld: In de voorbeelden A en B (zie tabel hierboven) kan de jeugdige aanspraak maken op vervoer of een vergoeding van vervoerskosten. In voorbeeld C is dat niet het geval.
Bijlage 2. Richtlijn bij (dreigende) overbelasting
1De zorg voor een jongere kan zo zwaar worden dat er sprake is van overbelasting. Klachten en kenmerken die bij overbelasting horen, zonder dat van een stoornis in psychiatrische zin sprake hoeft te zijn, zijn:
•angst of gespannenheid: nervositeit, onrust, rusteloosheid, slecht slapen;
•depressie: hopeloosheid, huilbuien, somberheid;
•gedragsproblemen: negeren van normen en regels, onaangepast gedrag;
•gecombineerd emotioneel en gedragsgestoord: depressie en/of angst
•gecombineerd met een gedragsstoornis of onaangepast gedrag;
•lichamelijke klachten, verminderde prestaties of concentratieproblemen.
2De gemeente kan – in principe kortdurende - jeugdhulp inzetten wanneer de inwoner die hulp geeft overbelast dreigen te raken en/of is geraakt. Steeds moet duidelijk zijn hoe de overbelasting zich uit en wat deze inhoudt. De klachten van overbelasting moeten duidelijk worden beschreven.
3Naast de oorzaak en ernst van de overbelasting wordt ook onderzocht of deze komt doordat er iets met degene die hulp geeft zelf aan de hand is (draagkracht vermindering) en/of dat deze gevolg is van de ernst van de ziekte van de jongere of de partner (draaglast verhoging).
4De gemeente kan een medisch advies opvragen om te kunnen beoordelen of er sprake is van overbelasting.
5Er moet een verband zijn tussen de overbelasting en de zorg die de ouder aan de jongere biedt.
Bij overbelasting door een baan van te veel uren of als gevolg van ernstige spanningen op het werk, zal de oplossing in de eerste plaats gezocht moeten worden in de oorzaak van de spanning.
In het ondersteuningsverslag wordt aangegeven dat, wanneer de overbelasting bijvoorbeeld door het herinrichten van het huiselijk leven en/of werk kan worden verminderd, dit dan ook van een ouder wordt verwacht. Wanneer de indicatie verlopen is en een herindicatie wordt aangevraagd, zal worden gekeken of en welke inzet is gedaan om de overbelasting te verminderen.
6Voor zover een ouder of opvoedsituatie overbelast is of dreigt te raken, kan van hem of haar een verminderde bijdrage worden verwacht, totdat de draagkracht en draaglast in balans is. Daarbij geldt het volgende:
a.wanneer er voor de ouder eigen mogelijkheden en/of algemene/collectieve/andere voorzieningen zijn om de draaglast en draagkracht in balans te brengen, moeten deze eigen mogelijkheden en/of algemene/collectieve/andere voorzieningen hiertoe worden ingezet. Als er sprake is van (dreigende) overbelasting vanwege het zelf geven van zorg met indicatie, zal de zorg overgenomen moeten worden door andere zorgverleners om overbelasting te stoppen;
b.voor zover de (dreigende) overbelasting wordt veroorzaakt door sociale maatschappelijke activiteiten buiten hulp, wel of niet in combinatie met een fulltime school- of werkweek, gaat het geven verlenen van hulp voor op die maatschappelijke activiteiten.