Gemeentelijke regelgeving

Treasurystatuut gemeente Krimpen aan den IJssel 2026

Gemeente Krimpen aan den IJssel · geldt sinds 16 januari 2026

Aanhef

De raad van de gemeente Krimpen aan den IJssel;

Gelet op de verordening ex artikel 212 van de Gemeentewet en de Wet financiering decentrale overheden (Wet Fido) met de daarbij behorende ministeriële regelingen:

•Regeling uitzettingen derivaten decentrale overheden (Ruddo)

•Besluit leningvoorwaarden decentrale overheden (Bldo)

•Uitvoeringsregeling financiering decentrale overheden (Ufdo)

•Regeling schatkistbankieren decentrale overheden (Skb)

Gelet op artikel 22 en artikel 32 aanhef en sub d, van de Financiële verordening 2026;

Gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 11 november 2025;

BESLUIT:

Vast te stellen het volgende Treasurystatuut gemeente Krimpen aan den IJssel 2026

Artikel 1 Begrippenkader

In dit statuut wordt verstaan onder:

a.Autoriteit Financiële Markten (AFM): de Nederlandse toezichthouder die zich richt op het gedragstoezicht op de financiële markten om transparantie, duidelijkheid en eerlijkheid te waarborgen.

b.Bank Nederlandse Gemeenten (BNG): een Nederlandse bank die eigendom is van Nederlandse overheden en zich richt op het financieren van projecten in de publieke sectoren het maatschappelijk belang, met als doel maximale maatschappelijke impact.

c.Derivaten: financiële instrumenten die hun bestaan ontlenen aan een bepaalde onderliggende waarde, zoals aandelen, leningen en obligaties. Derivaten worden onder andere gebruikt om renterisico’s te sturen en financieringskosten te minimaliseren.

d.Financiering: het aantrekken van benodigde financiële middelen voor een periode van minimaal één jaar plus één dag. Deze middelen bestaan uit vreemd vermogen.

e.Garantie: een borgstelling waarbij de gemeente zich tegenover een geldverstrekker verbindt om één of meerdere vorderingen van een geldverstrekker op een debiteur te voldoen indien de debiteur niet aan zijn betalingsverplichtingen voldoet.

f.Geldstromenbeheer: het geheel van activiteiten die nodig zijn om liquiditeiten te transfereren zowel binnen de organisatie als tussen de organisatie en derden (betalingsverkeer).

g.Intern liquiditeitsrisico: het risico van mogelijke wijzigingen in de liquiditeitenplanning en meerjaren investeringsplanning waardoor financiële resultaten kunnen afwijken van de verwachtingen.

h.Kasgeldlening: een kortlopende lening, meestal met een looptijd van 1 tot 12 maanden.

i.Kasgeldlimiet: een door de Wet fido voorgeschreven sturings- en verantwoordingsinstrument ter beperking van het renterisico op de korte schuld met een looptijd van minder dan een jaar.

j.Koersrisico: het risico dat de financiële activa van de organisatie in waarde verminderen door negatieve koersontwikkelingen.

k.Kredietrisico: het risico op een waardedaling van een vordering ten gevolge van het niet (tijdig) na kunnen komen van de verplichtingen door de tegenpartij.

l.Langlopende financiering: een lening met een looptijd langer dan 1 jaar.

m.Liquiditeitenplanning: een gestructureerd overzicht van de toekomstige inkomsten en uitgaven ingedeeld per tijdseenheid met als doel de liquiditeitsontwikkeling in de gaten te houden.

n.Liquiditeitspositie: het totaal van de rekening-courantsaldi, kasgeld- en daggeldleningen.

o.Onderhandse leningen: leningen waarbij de voorwaarden van de lening in onderling overleg met de geld gevende- of geld ontvangende partij wordt vastgesteld.

p.Publieke taak: de overheid kan/mag iets tot haar publieke taak rekenen wanneer het particuliere bedrijfsleven niet of tegen bijzonder hoge kosten in een voorziening voorziet, waardoor deze niet of voor velen niet bereikbaar is.

q.Rating: de inschatting van de kans op eventuele wanbetalingen bij toekomstige rente-en aflossingsbetalingen op schuldpapier.

r.Rentecompensatiecircuit: systeem waarbij de (valutaire) debet en creditsaldi van alle rekeningen van de gemeente worden samengevoegd tot één gecombineerd saldo, waarover de rente wordt berekend.

s.Renterisico: het risico van ongewenste veranderingen van de (financiële) resultaten van de gemeente door rentewijzigingen.

t.Renterisiconorm: het maximumbedrag conform de Wet fido waarover in enig jaar renterisico mag worden gelopen als gevolg van aflossing en renteherziening van de vaste schuld.

u.Rentetypische looptijd: het tijdsinterval gedurende de looptijd van een geldlening, waarin op basis van de voorwaarden van de geldlening sprake is van een door de verstrekker van de geldlening niet beïnvloedbare, constante rentevergoeding.

v.Rentevisie: toekomstverwachting over de rente-ontwikkeling.

w.Schatkistbankieren: het aanhouden van overtollige middelen in de schatkist bij het ministerie van Financiën.

x.Treasuryfunctie: alle activiteiten die zich richten op het besturen en beheersen van, het verantwoorden over en het toezicht houden op de financiële vermogenswaarden, de financiële stromen, de financiële posities en de hieraan verbonden risico’s.

y.Uitzetting: het tijdelijk toevertrouwen van liquiditeiten aan derden tegen vooraf overeengekomen condities.

Artikel 2 Doelstellingen treasuryfunctie

De treasuryfunctie dient tot:

1Het aantrekken van voldoende financiële middelen en het uitzetten van overtollige gelden om de programma’s binnen de door de raad vastgestelde kaders van de begroting te kunnen uitvoeren tegen acceptabele condities;

2Het beschermen van de gemeente tegen financiële risico’s, zoals: renterisico, kredietrisico, koersrisico en intern liquiditeitsrisico;

3Het minimaliseren van de in- en externe verwerkingskosten bij het beheren van de geldstromen en de financiële posities;

4Het optimaliseren van het rendement van de beschikbare liquiditeiten, binnen de gegeven kaders, zoals vastgesteld in de Wet Fido, met de daarbij behorende ministeriële regelingen en dit statuut.

Artikel 3 Uitgangspunten uitzettingen uit hoofde van de publieke taak

1Leningen en garanties worden uitsluitend verstrekt uit hoofde van de publieke taak;

2Het is, binnen de kaders van de wet, toegestaan om bij openbare lichamen financieringsmiddelen uit te zetten, mits er geen sprake is van een financiële toezichtrelatie;

3Het verstrekken van leningen en garanties is voorbehouden aan het College van B&W;

4Leningen en garanties kunnen alleen worden verstrekt indien de aanvrager geen mogelijkheden heeft om via een geldverstrekker een geldlening zonder gemeentegarantie aan te trekken. Dit dient te worden aangetoond middels tenminste 2 offertes of bankverklaringen van commerciële banken;

5De aanvrager zal, gelet op haar financiële positie, in staat zijn gedurende de gehele looptijd van de lening en garantie de rente en aflossing te kunnen betalen;

6De aanvrager gaat akkoord met (aanvullende) door de gemeente te stellen voorwaarden (bijvoorbeeld zekerheden);

7De leningsvoorwaarden moeten vallen binnen de bepalingen van de wet Fido;

8Het College van B&W kan nadere regels stellen voor het verlenen van geldleningen en garanties uit hoofde van de publieke taak;

9Indien het College van B&W bij het verstrekken van leningen en garanties wil afwijken van de voorwaarden zoals gesteld in dit artikel of in afwijking van vastgestelde beleid, behoeft zij voorafgaande toestemming van de gemeenteraad.

Artikel 4 Uitgangspunten uitzettingen uit hoofde van treasury

1Conform artikel 2 lid 1 van de Wet fido worden liquide middelen op het dagelijkse kasgeldlimiet, bij de Nederlandse Staat aangehouden op een rekening-courant of in deposito (Schatkistbankieren);

2In afwijking van hetgeen in artikel 4 lid 1 genoemd is, mogen conform artikel 2 lid 3 van de Wet fido liquide middelen ook uitgezet worden in de vorm van leningen bij andere in Nederland gevestigde openbare lichamen met dien verstande dat openbare lichamen geen leningen kunnen verstrekken aan openbare lichamen ten aanzien waarvan zij met het financiële toezicht zijn belast;

3Rekening-courantstelsels worden alleen aangehouden bij in Nederland gevestigde banken met tenminste een A-rating. Deze rating moet zijn afgegeven door één van de volgende erkende rating-bureaus: Moody’s, Standard & Poors of Fitch IBCA;

4Koersrisico’s worden uitgesloten door uitsluitend leningen te verstrekken, te garanderen of aan te gaan in euro’s;

5Het gebruik van derivaten is niet toegestaan.

Artikel 5 Renterisicobeheer

1De kasgeldlimiet wordt niet overschreden conform de Wet fido, tenzij de toezichthouder ontheffing heeft verleend;

2De renterisiconorm wordt niet overschreden conform de Wet fido, tenzij de toezichthouder ontheffing heeft verleend;

3Nieuw aan te trekken leningen, uitzettingen en vervroegde aflossingen worden afgestemd op de bestaande financiële positie en de liquiditeitenplanning conform totaalfinanciering;

4De rentetypische looptijd en het renteniveau van de betreffende lening / uitzetting wordt zo veel mogelijk afgestemd op de actuele rentestand en de rentevisie van de gemeente;

5De rentevisie van de gemeente wordt jaarlijks opgesteld op basis van de rentevisie van gezaghebbende financiële instellingen en wordt minimaal één keer per jaar opgesteld.

Artikel 6 Intern liquiditeitsrisicobeheer

De gemeente beperkt haar interne liquiditeitsrisico’s door haar treasuryactiviteiten te baseren op een liquiditeitenplanning. De liquiditeitenplanning wordt ten minste twee keer per jaar, bij het opstellen van de kadernota en de begroting geactualiseerd.

Artikel 7 Uitgangspunten financiering

Bij het aantrekken van financieringen gelden de volgende uitgangspunten:

1Conform artikel 2 lid 1 van de Wet fido mogen leningen enkel aangetrokken worden ten behoeve van de uitoefening van de publieke taak;

2Financiering met externe financieringsmiddelen wordt zoveel mogelijk beperkt door primair de beschikbare interne financieringsmiddelen te gebruiken ten einde de renterisico’s te minimaliseren en het renteresultaat te optimaliseren;

3Naast financiële instellingen die vallen onder het Nederlands toezicht kunnen gelden conform artikel 2 lid 3 van Wet fido ook bij een decentrale overheid aangetrokken worden;

4Eventuele tussenpersonen dienen geregistreerd te staan bij de AFM;

5Bij het aantrekken van gelden voor een periode langer dan 1 jaar worden minimaal 3 offertes opgevraagd bij een in Nederland gevestigde kredietverstrekker of een in Nederland gevestigd openbaar lichaam. Van deze drie offertes dient er één offerte in ieder geval te worden opgevraagd bij de BNG. De ontvangen offertes worden zelf schriftelijk vastgelegd;

6Het aantrekken van financiering geschiedt tegen zo gunstig mogelijke condities op basis van tarief en/of voorwaarden;

7Toegestane instrumenten bij het aantrekken van financieringen zijn onderhandse leningen en kasgeld;

8In afwijking op lid 5 bestaat de mogelijkheid om een aanbesteding te organiseren om langlopende financieringsmiddelen aan te trekken;

9Het financieren van de gemeentelijke uitgaven geschiedt op basis van totaalfinanciering;

10Leningen worden enkel aangegaan in euro’s.

Artikel 8 Geldstromenbeheer

Voor het geldstromenbeheer gelden de volgende specifieke uitgangspunten en richtlijnen:

1Het liquiditeitsgebruik wordt beperkt door de geldstromen op gemeenteniveau waar mogelijk op elkaar af te stemmen. Hierbij wordt erop toegezien dat de liquiditeitspositie voldoende is om te garanderen dat de verplichtingen tijdig kunnen worden nagekomen;

2Het betalingsverkeer wordt zoveel mogelijk elektronisch uitgevoerd bij de huisbankier;

3Contante geldstromen worden zoveel mogelijk beperkt.

Artikel 9 Saldo- en liquiditeitenbeheer

Voor het saldo- en liquiditeitenbeheer gelden de volgende specifieke richtlijnen:

1Toegestane vormen bij het aantrekken van kortlopende financieringsmiddelen zijn daggeldleningen, kasgeldleningen en kredietfaciliteiten in rekening-courant;

2Conform artikel 3, lid 1 Wet fido wordt hierbij de kasgeldlimiet niet overschreden;

3Uitzettingen van gelden vindt plaats door middel van Schatkistbankieren (automatisch afromen);

4De gemeente beoogt het realiseren van gunstige c.q. marktconforme condities voor af te nemen financiële diensten;

5De gemeente streeft naar liquiditeiten binnen één rentecompensatiecircuit bij haar huisbank.

Artikel 10 Administratieve organisatie en interne controle

Het College van B&W draagt zorg voor- en legt vast de interne regels voor taken en bevoegdheden, de verantwoordingsrelaties en de bijbehorende informatievoorziening van de financieringsfunctie, conform artikel 32 aanhef en sub d, van de financiële verordening van de gemeente Krimpen aan den IJssel 2026.

Artikel 11 Inwerkingtreding

1Dit statuut treedt in werking op 1 januari 2026;

2Deze regeling wordt aangehaald als “Treasurystatuut gemeente Krimpen aan den IJssel 2026”;

3Het Treasurystatuut 2021 wordt gelijktijdig ingetrokken op de datum genoemd in lid 1.

Geldende tekst uit de Centrale Voorziening Decentrale Regelgeving (CVDR, open data van de overheid). Raadpleeg lokaleregelgeving.overheid.nl voor de officiële versie. Dit is geen juridisch advies.