Aanhef
Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Krimpen aan den IJssel;
overwegende dat het wenselijk is de diverse voorzieningen jeugdhulp nader uit te werken;
gelet op de artikel 2 van de Verordening Jeugdhulp gemeente Krimpen aan den IJssel 2025;
Besluit:
Vast te stellen de nadere regels Jeugdhulp gemeente Krimpen aan den IJssel 2026
Artikel 1: Begripsbepalingen
-Beschikking: besluit van het college van burgemeesters en wethouders van de gemeente Krimpen aan den IJssel inzake het al dan niet verlenen van jeugdhulp;
-CJG Rijnmond: Centrum voor Jeugd en Gezin; organisatie die zich inzet op preventieve zorg en hulp bij opvoeding, om een jeugdige gezond en veilig te doen opgroeien;
-KrimpenWijzer: de personen of organisatie, bestaande uit geregistreerde professionals (SKJ/BIG), die namens het collegeonderzoek doet naar de behoefte aan jeugdhulp en daarnaast zelf ondersteuning en Basishulp GGZ biedt;
-Overige voorzieningen: vrij toegankelijke jeugdhulp met eventueel een lichte toegangstoets, die voorliggend zijn op een individuele voorziening;
-Wettelijk bevoegd verwijzer: huisarts, jeugdarts, medisch specialist, rechter, jeugdbeschermer en jeugdreclasseerder.
Artikel 2: Vrij toegankelijke voorzieningen
1Vrij toegankelijke voorzieningen zijn beschikbaar voor iedereen. De vraag kan direct bij de desbetreffende instantie worden gesteld.
2De volgende instanties zijn in ieder geval beschikbaar:
a.CJG Rijnmond; informatie en (opvoed)advies, jeugdgezondheidszorg, algemene voorlichting, opvoed- en opgroeitrainingen
b.Jeugd- en jongerenwerk
c.Huisartsen; algemene voorlichting
d.KrimpenWijzer; jeugdmaatschappelijk werk op scholen in het primair en voortgezet onderwijs, cliëntondersteuning en algemeen maatschappelijk werk
e.Scholen; informatie en (opvoed)advies, algemene voorlichting, opvoed- en opgroeitrainingen
Artikel 3: Vrij toegankelijke voorzieningen met lichte toegangstoets
1Vrij toegankelijke voorzieningen met een lichte toegangstoets is het voorliggend aanbod van KrimpenWijzer en zonder beschikking beschikbaar.
2Na aanmelding wordt beoordeeld of de hulpvraag passend is bij het interne aanbod.
3Het volgende aanbod is beschikbaar bij KrimpenWijzer;
a.opvoed- en opgroeitrainingen gericht op pubertijd, echtscheiding, weerbaarheid, sociale vaardigheden en KOPP (kinderen van ouders met psychiatrische problematiek);
b.ondersteuning op het gebied van welzijn, zorg, opvoeden en opgroeien;
c.intensieve jongerencoach;
d.basishulp geestelijke gezondheidszorg.
4Interne doorverwijzing gebeurt na afstemming en goedkeuring door de jeugdige en/of diens ouder(s).
5Na een interne doorverwijzing volgt een aanvullend onderzoek om vast te stellen of het gaat om;
a.diagnostiek, en/of
b.behandeling, en/of
c.begeleiding.
Artikel 4: Niet vrij toegankelijke individuele voorzieningen
1Individuele voorzieningen zijn alleen toegankelijk via een beschikking van het college of een doorverwijzing van een wettelijk bevoegd verwijzer.
2Individuele voorzieningen zijn afgestemd op de individuele hulpvraag van de jeugdige en/of ouders en van specialistische aard.
3De volgende individuele voorzieningen zijn lokaal ingekocht;
a.Dagbehandeling licht
b.Dagbehandeling zwaar
c.Dagbesteding licht
d.Dagbesteding midden
e.Dagbesteding zwaar
f.Basis GGZ
g.Specialistische GGZ (voorheen treden 1&2 uit regionale contract)
h.Begeleiding individueel licht
i.Begeleiding individueel midden
j.Begeleiding individueel zwaar
k.Behandeling individueel
l.Ambulante gezinsbehandeling
m.Persoonlijke verzorging
n.Kortdurend verblijf
o.Medicatiecontrole
4Voor de lokaal ingekochte individuele voorzieningen wordt gebruikgemaakt van een normenkader.
5Om in aanmerking te komen voor de voorzieningen begeleiding moet zijn vastgesteld dat de cliënt matige tot zware beperkingen heeft op één of meer van de volgende vijf terreinen:
a.Sociale redzaamheid;
b.Bewegen en verplaatsen;
c.Probleemgedrag;
d.Psychisch functioneren;
e.Geheugen- en oriëntatiestoornissen.
6De volgende individuele voorzieningen zijn regionaal ingekocht binnen de gemeenschappelijke Regio Jeugdhulp Rijnmond (GRJR);
a.ambulante specialistische jeugdhulp;
b.jeugd GGZ;
c.pleegzorg;
d.verblijf in een instelling;
e.crisisopvang;
f.jeugdzorgplus.
7Voor de regionaal ingekochte individuele voorzieningen wordt gebruik gemaakt van een afwegingskader.
8Naast het lokale en regionale ingekochte aanbod zijn ook de hoog-specialistische voorzieningen uit het Landelijke Transitie Arrangement (LTA) beschikbaar.
Artikel 5: Duur en intensiteit van de voorziening
Onder verwijzing naar artikel 2, 5e lid van de Verordening Jeugdhulp Krimpen aan den IJssel 2025, worden door het college normen gesteld voor de maximale initiële indicatieduur, de maximale inzet in eenheden (dagdelen, uren of minuten) bij de initiële indicatie, de maximale verlenging en de maximale inzet in eenheden (dagdelen, uren of minuten) bij een eventuele verlenging. Deze normen zijn opgenomen in bijlage 1. Normenkader.
Artikel 6: Lokale Specialistische GGZ
1Specialistische GGZ is alleen bedoeld voor jeugdigen:
a.met complexe psychische / psychiatrische stoornissen of meervoudige en/of risicovolle problematiek;
b.waarbij er sprake is van waarneembare beperkingen in het dagelijks leven;
c.waarbij een (vermoeden van een) DSM 5-benoemde stoornis is;
d.met meervoudige problematiek.
2De duur van de behandeling hangt af van de vraag van de jeugdige. De casusregisseur voert procesregie en stemt af met aanbieder over het realiseren van doelstellingen. Waar mogelijk wordt tijdig afgeschaald naar ondersteuning/behandeling vanuit KrimpenWijzer of een (lichtere vorm) van begeleiding.
3Als er diagnostiek nodig is worden er maximaal 50 behandelingen van +- 60 minuten (45 direct en 15 indirect) ingezet over de loop van ten minste zes maanden.
4Als er geen diagnostiek nodig is worden er maximaal 30 behandelingen ingezet.
5Tijdens de behandelfase worden er maximaal 2 behandelingen per week ingezet. Tijdens de diagnostiek fase kan dit meer zijn.
Artikel 7: Regionale individuele voorzieningen
1Regionaal ingekochte voorzieningen worden in de vorm van een arrangement geïndiceerd.
2Voor het vaststellen van een arrangement wordt gebruik gemaakt van een Afwegingskader Arrangementenmodel_GRJR
3Een arrangement is een indicatie van het type zorg dat wordt geleverd en welke intensiteit gevraagd wordt.
4Een arrangement wordt opgebouwd op basis van de volgende onderdelen:
a.Resultaatgebied
b.Bijbehorende subdoelen (optioneel)
c.Intensiteitstrede
d.Ondersteuningselement(en) (in geval van verblijf of dagbehandeling/-besteding)
5De zorgaanbieder is verantwoordelijk voor het bereiken van de resultaten die in het ondersteuningsplan zijn vastgelegd.
Artikel 8: Resultaatgebieden en subdoelen
1Een arrangement wordt op basis van minimaal één van de volgende resultaatgebieden opgebouwd:
a.Ondersteuning
b.Behandeling
c.Begeleiding ouders/omgeving
2Per resultaatgebied is een clustering gemaakt van mogelijke subdoelen die gezamenlijk bijdragen aan een gezonde ontwikkeling van een jeugdige.
3Het selecteren van bijbehorende subdoelen is optioneel.
Artikel 9: Intensiteitstrede
1Elk resultaatgebied heeft een eigen normering in de intensiteitstreden.
2De intensiteitstrede wordt bepaald op basis van de bijbehorende kenmerken van de jeugdige en de jeugdhulp die nodig is.
3De intensiteitstrede per resultaatgebied bepaalt het weekbudget dat beschikbaar wordt gesteld aan de jeugdhulpaanbieder die de jeugdhulp verleent.
4De resultaatgebieden ‘Ondersteuning’ en ‘Behandeling’ hebben de volgende intensiteitstreden:
a.Trede 1; beperkt
b.Trede 2; beperkt/midden
c.Trede 3; midden
d.Trede 4; midden/intensief
e.Trede 5; intensief
f.Trede 6; zeer intensief
g.Trede 7; meest intensief
5Het resultaatgebied ‘Begeleiding ouders/omgeving’ heeft de volgende intensiteitstreden:
a.Trede 1; beperkt
b.Trede 2; beperkt/midden
c.Trede 3; midden
d.Trede 4; midden/intensief
e.Trede 5; intensief
Artikel 10: Ondersteuningselementen
1De arrangementen kennen de volgende aanvullende ondersteuningselementen:
a.Vervangende opvoeding (verblijf)
b.Daghulp (dagbesteding, -behandeling)
2Vervangende opvoeding kent drie verschillende opdrachten binnen het ondersteuningselement:
a.Pleegzorg
b.Opname
c.Langdurig verblijf
3Elke opdracht binnen Vervangende opvoeding heeft een eigen normering qua intensiteit.
4De intensiteitstrede van het ondersteuningselement wordt bepaald op basis van de eventuele opdracht, zorgzwaarte en benodigde intensiteit van de gevraagde jeugdhulp.
Artikel 11 Inwerkingtreding
Deze nadere regels treden in werking op de dag na hun bekendmaking.
Artikel 12 Citeertitel
Deze nadere regels worden aangehaald als: Nadere regels Jeugdhulp gemeente Krimpen aan den IJssel 2026.
Bijlage 1. Normenkader
Voorziening
Max. indicatieduur
Max. indicatie inzet
Geen doorloop in vakantie (44 weken)
Max. indicatie inzet met doorloop in vakantie (52 weken)
Max.
duur van verlenging
Max. indicatie inzet geen doorloop in vakantie (44 weken)
Max. indicatie inzet met doorloop in vakantie (52 weken)
Begeleiding individueel licht
1jaar
66uur
78uur
1jaar
26uur
31uur
Begeleiding individueel midden
1jaar
88uur
104uur
1jaar
53uur
62uur
Begegleiding individueel zwaar
1jaar
88uur
104uur
Geen verlenging
-
-
Behandeling individueel
1jaar
44uur
52uur
6maanden
9uur
10uur
Ambulante gezinsbehandeling
1jaar
77uur
91uur
1jaar
46uur
54uur
Dagbehandeling licht
1jaar
220dagdelen
260dagdelen
6maanden
88dagdelen
104dagdelen
Dagbehandeling zwaar
1jaar
250dagdelen
296dagdelen
1jaar
200dagdelen
237dagdelen
Dagbesteding licht
1jaar
63dagdelen
74dagdelen
1jaar
50dagdelen
59dagdelen
Dagbesteding midden
1jaar
63dagdelen
74dagdelen
1jaar
50dagdelen
59dagdelen
Dagbesteding zwaar
1jaar
47dagdelen
56dagdelen
6maanden
19dagdelen
23dagdelen
Basis GGZ
1jaar
-
10uur
6maanden
-
4uur
Specialistische GGZ (treden 1&2)
Diagnostiek
1jaar
-
50uur
6maanden
-
16uur
Specialistische GGZ (treden 1&2) Behandeling
1jaar
-
30uur
6maanden
-
16uur
Medicatiecontrole
1jaar
-
600minuten
Naar inschatting
-
600minuten
Kortdurend verblijf
1jaar
35etmalen
41etmalen
1jaar
28etmalen
33dagdelen